Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

Categorie: Oud Rollegem

oud Rollegem

Te Rollegem was het een mansi of leenhof, verhuurd aan de boer die een voorop bepaalde huur in natura betaalde.

Geld en in karweien(gratis werk). Onze boeren waren vrij, sommige waren lijfeigenen of laten.

Wij weten ook dat in zulke domeinen een gerechtshof werd samen gesteld.

De heer had hier als ambtenaren: een baljuw, een luitenant baljuw en een sergeant of veldwachter. Ze werden voor het leven benoemd, maar afzetbaar op grond van orde.

De burgerlijke administratie werd uitgeoefend door zeven schepenen, vernieuwd na een wettelijke periode en die cijnsrechten hadden in Kortrijk.

Uitsluitend voor feodale zaken waren de leenheren aangesteld door de baljuw of zijn luitenant die ze regelde. Van een baljuw zijn we zeker dat hij woonde in “la Porte Ferreé

(We komen er nog op terug)

De rechten van den Heer, in teksten vinden we het voornaamste terug: Cijnsheffing, in geld of natura als  huur voor grond die boeren huren.

Het recht van karweien voor het onderhoud van voorbehouden gronden(vervoer, het bewerken van gronden)

Het banrecht of het verplichten tot het gebruik van bv; molens en ovens van de heer mits betaling van vergoeding bv. de heer nam één brood op twintig.

Hij mocht zich laten helpen door een meier en schepen, hij bepaalde de boeten, veroordeelde tot gevangenisstraffen en deed de veroordeelde aan de schandpaal tentoonstellen

Het jachtrecht over de ganse heerlijkheid. Jacht en visrecht, maar het eerste werd gedeeld met de heer van Moeskroen. Er waren ook tien achterlenen afhankelijk van Rollegem, waarvan acht binnen de grenzen van de parochie en twee op het gebied van Moeskroen.

De woning van de boer was een lemen hut (later vervangen door stenen muren) met stro gedekt en vloer in gestampte aarde. Meestal een enkele plaats die verlicht werd door de deur, ramen zonder ruiten. Vandaar dat men nu nog dergelijke grote plaatsen vindt op hofsteden.

Het is dan ook onnodig te zeggen dat het comfort ver te zoeken was in zulke gebouwen: kaarsen en toortsen, evenals olielampen verlichtten slechts karig de plaatsen, die dan nog smalle vensters hadden.Het houtvuur in de grote haarden kon slechts met moeite de vochtigheid van de muren en de koude weren.De meubilering was zeer eenvoudig: zij waren uit ruwe planken vervaardigd, zowel bedden, koffers, tafels als de krukken die voorhanden waren.

De boeren die een hard leven leidde, waren vaak het slachtoffer van epidemieën of hongerssnood. Hier op deze hofstede was er steeds een plaats ter beschikking voor het geval de heer hier wilde overnachten.

Reageer op dit bericht

Oud Rollegem

                             Heren van Rollegem of den naam “Van Rollegem”.

 

 

 

 De graven bouwden versterkte heuvels die als toevluchtsoorden konden dienen van de bevolking. De abten omringden hun abdijen met stevige wallen en de bisschoppen lieten muren rondom de bisschoppelijke steden optrekken. De afstammelingen van Karel de Grote verloren al zo volledig hun prestige en de plaatselijke leiders namen de kans waar om hun macht in plaats van die van de koning te stellen.De erfgenamen van de grote Keizer eindigden in machteloosheid, zoals de Merovingers die door de hofmeiers van Austrasië onttroond waren. Deze keer was er geen sterke hand om de macht over te nemen: het koningsschap werd verleend bij voorkeur door de groten van het rijk en de macht werd verdeeld onder de grootgrondbezitters. Een nieuwe wereld was geboren: men noemde dit het feodale of leenroerige stelsel.

De feodale tijd, het bewind van de Heren.Nu waren de gronden de enige bron van inkomen, en de koningen namen de gewoonte aan om in ruil van een bewezen dienst een stuk grond van hun domein af te staan.

Ze konden geen geld meer geven daar dit zeer schaars geworden was. Heren die gronden gekregen hadden hielden ze dan ook zoveel mogelijk voor hun nakomelingen. Dat noemde men “Lenen”

Zo konden deze op hun beurt de goede strijders een stuk grond geven. Deze werden dan hun “vazal” of leenman en de grootgrondbezitter werd de “suzerein”of leenheer.

De leenman kon op zijn beurt zijn leen verder verdelen en werd zo leenheer.

Door deze veelvuldige verdeling werd ons land een uitgestrekte legkaart: elk grondgebied behoorde tot een ander groter stuk en elke kleine leenheer was leenman van een grotere heer.

Het feodale contract, werd bekomen, door dat de vazal eerbetuiging aflegde tegen over zijn leenheer. De ceremonie ging als volgt te werk, hij knielde blootshoofd en ongewapend voor zijn leenheer en verklaarde hem manschap(dienstbetoon) te leveren.

Vervolgens hielp de leenheer hem opstaan en deed hem eed van trouw afleggen op heiligen relikwieën.Tenslotte gaf de leenheer hem investituur waarbij hij hem een symbolisch voorwerp overhandigde bv. Een lans of stok.

Wat waren nu zijn verplichtingen tegen over zijn leenheer? Hij moest hem vergezellen naar oorlogen, hem helpen vrijkopen zo hij gevangen genomen werd, Hij moest hem ook bijstaan bij rechtspraak.

Deze verplichtingen waren heilig. Hij die dit niet deed werd meinedig verklaard en verloor zijn leen.

Het was ook in deze tijd dat vele dorpen en steden welke op de kaart kwamen.

Volgens de  beschrijver, vindt u de benaming: ’t zij primitief kasteel of heerlijkheid.

Het primitieve kasteel draagt de naam van de heren van de grond. Het is oostwaarts van de gemeenteplaats gelegen en op ‘t einde van een nogal korte hellende dreef die de afwatering van de vermelde plaats tot gevolg heeft in de grachten (sloten) die door de plaatselijke bevolking putten worden genoemd.

De heerlijkheid: het leengoed van Rolleghem-over-Leye bestond uit een brug op een heuveltje(mote) omringt door water, midden zesentwintig “bonniers” landbouwgrond en weiden, een windmolen, grond en ridderrenten.

’s Heren domein dat de meester behoudt voor het onderhoud van zijn huisgenoten.

De rest is over het algemeen verdeeld in een aantal uitbatingen voldoende om te voorzien in het onderhoud van de familie. Volgens de sociale toestand van den boer, die zulk pachthof betrok werd dit vrij manus (pachthof) of dienstbaar manus genoemd.

Reageer op dit bericht

oud rollegem

De gehuchten ten huidige zijn, Den Ezelhoek, de Cichorei, de Marionetten, de Knok, St. Anna, de Lante, de Kwade brug, Tombroek, den Breda, de Zevenkoten, het Forest en den Achterhoek.

Rollegem is gelegen in het heuvelland van Moeskroen, Anzegem. De hoogte schommelt tussen de 20 meter( Breda, en het Leiedal) en de 70 meter Watertoren

Moeschroen boven de zeespiegel.De hoogste toppen zijn Lauweberg 42m, Arme leute 50m, St. Annaberg 67m, Marionetten 63m, Knokberg 52m, Kruiske  67m,  Katteberg 72m, en Kerk Lowingen 50m.

Hoogteverschillen: de kerk van Rollegem ligt op 30 meter boven de zeespiegel

De kerk van Aalbeke ligt op 20 meter en deze van Bellegem op 60 meter. Den Breda is het laagste punt van Rollegem op 20 meter boven de zeespiegel.

Rollegem ligt op de grens West-Vlaanderen en Henegouwen. Eveneens op de taalgrens Vlaams(Nederlands) voor West-Vlaanderen, Frans voor Henegouwen.Het is gelegen op 7 km van de rijksgrens Frankrijk.

Rollegem ligt zeer gunstig ten opzichte van het verkeer, Ten zuiden ligt de snelweg E3 welke Stockholm verbindt met Lissabon. Hij verbindt het hoge noorden met het warme zuiden of de sneeuw met de zon.

De A17 Pecq Armentiere, verbindt Doornik met Zeebrugge, maar snijdt Rollegem middendoor.

We liggen ook tussen den Rijksweg Kortrijk- Moeskroen en Kortrijk-Doornik.

Eveneens de Rijksweg Gent-Kortrijk-Menen. Langs deze Rijksweg hebben we het vliegveld van Wevelgem het militaire vliegveld werd omgebouwd tot luchthaven voor zakenlieden.

Onze ligging ten opzichte van Moeskroen 5 km, van Kortrijk 10 km, Brugge 50 km en van de zee Oostende 65 km

Reageer op dit bericht

oud rollegem

Thombrouck, voor Ten Brouck, Den Brouck, het moeras. Het is een gehucht verdeeld zoals al hoger vermeld onder vier gemeenten. Breda 20m

Slosse rond Kortrijk, deel III p. 1610: Tombrouck in de moerassige weiden.

Fons D’Ennetieres 1858 (1789) Livre des fiefs tenus et relevant de la seigneurie ’t Mortaensche, dans les paroisse, de Belleghem, Dottignies et autres. Aanduiding van het gehucht.

Du Flou W.D.T. deel XV, p. 954: heerlijkheid, thans een wijk te Rollegem.

Het gehucht Tombroek ligt op 4 gemeenten en was vroeger geheel Waals evenals het Forest. Het tweede grootste behoort aan Luigne, waar tot 1910 ketelmakerij (stoomketels) door Louis Nijs. Er werkten daar ongeveer zestig man. Den transport gebeurde op wat men nu zou noemen diepliggers, een voertuig op kleine wielen, er waren daarvoor getrek (gespan) nodig van 8 tot twaalf ossen, koeien of paarden.

Aan de Kwadebrug moest er versterking aangebracht worden.

Tombroek bezat ook twee windmolens, één werd afgebroken in 1903 van daar Tombroekmolenstraat, de andere staat op grondgebied Luigne.

 

Ook als persoonsnaam terug gevonden Studie van persoonsnamen in de Kasselrij van Kortrijk door F. Debrabandere p. 442 n° 2045: tombrouc, van: In Harelbeke; 1382:

Olivier Van Tuembrouc VG f 113. In Rollegem: 1368: Van Jhan Tsobbelen wanof Sare van Tombrouc V f 46v

OSAK register des fiefs et arrieres fiefs tenus du chat. De Courtrai: 860f° 277: ’t heerschip te Tombrouck.

P. Boncquet: Heerlijkheid en leen in de roede van de dertien Parochies p. 126 Tombrouck is opnieuw een topomie met het element “Brouck” of moeras; Het eerste gedeelte is volgens M. Gysseling een samentrekking van het Latijnse tumulus, heuveltje.

Tombroek de weersplete(De Bo evenknie het ie het een en het ander er is geen verschil tussen) van tobroek op Kestervies, heette in de jaren 1200 delbruch

Of adpabula dat is moerassige weide. Over zestig jaar nochtans was het maar 150 fr. het bunder verpacht

 Waterval, afdaling van water. Het is de benedenloop van het grondgebied. N°s 371 van de sectie C, ten zuiden van de baan van Marke naar Bellegem en bij het grondgebied van deze laatste gemeente.

Du Flou W.D.T.deel XVII, p . 131: wijk te Rollegem. Waterval Duiker op p. 130:duiker te Rollegem.

Weimeersch: weide van de wei(hui). Het is daar dat Weimeerschbeek of Weimeerscherbeek ontspringt. De weide loopt langs de kerk naar het gehucht Forest.

OSA 1202 oorkondenboek van de Groeningeabdij: vermelden van een stuk land genaamd “weimeers”

Zevecoten. De zeven kuilen of de zeven landhuizen, N°s 564 tot 573 van de sectie B, ten noorden van het centrale deel van de weg van Aalbeke naar Belleghem.

Aan de Moeschroensestraat gelegen, beginnen aan de Kwadebrugstraat, beek welke de scheiding vormt met Bellegem en eindigt op het Forest.

Reageer op dit bericht

oud rollegem

Kruystraet, weg van de kalvarie.

Lantenhoek: Waarschijnlijk voor Lindenhoek, hoek van de Linden of voor landenhoek hoek van velden.

De Lampe ligt Noordwest van de gemeente langs de Aalbekestraat op de grens van de Markesteert met kruising van de St. Annastraat en Lampestraat. Dit volgens de geschiedenis geschreven in 1905 door Le Comte Du Chastel de la Haseuderie Neuviseuil en gedrukt in Frans door uitgever Vasseur-Melnu.

Mauvais pont(slechte brug): is gemakkelijk te verklaren maar men zegt Malpont te Rollegem.

Du Flou W.D.T. deel 8, p. 1035: de Kwâ Brugge: wijk en brug tussen Rollegem en Bellegem.

Parochieblad van Bellegem april 1982 n) 14 (heemkunde: de Bellegemse straatnamen).

 

“De Quabrugghe” is een zeer oude benaming voor de brug over de Fabrieksbeek. We vinden de naam reeds in de 15de eeuw. Wanneer vijandelijke legers of troepen op komst waren, werd deze brug op bevel van de plaatselijke ingezetenen der parochie vernield, ten einde de doorgang van de vijand moeilijker te maken.

De Fransen noemden deze brug “ le mal pont” waarschijnlijk ook omdat ze telkens na vernieling maar “gekarrelapt “ werd..

Ook onder de titel “Wist U Dat “ 1977 Parochieblad van Bellegem: in den ouden tijden” de kwabrugge “ van een zeker strategisch belang.

Sint Anne, naam van een krankzinnigengesticht voor vrouwen, gevestigd bij Kortrijk. St. Annaberg; 67 m

Schreyboom voor schreeuwboom, boom van de schreeuw. Sectie B, n° 282, aan de noordhoek van de kruising van de banen van Aalbeke naar Belleghem en van St. Anna naar Mouscron.

De Schreiboom is van heidense oorsprong.

De Schreiboomstraat begint aan de Aalbeekstraat tot aan de Molenstraat in Tombroek. Nog even terugkeren op het huis met de gevelsteen. Het was de hoeve van Ambrosius van Neste eigenaar van 8à9 hectaren. Achtereenvolgens hebben er gewoond: René Roobroek- Vanneste Marie-Louise en in 1965 was het toebehorend aan Albert Vanquiquelberghe, Roobroek Yvonne, welke het huis geheel gelijk gemaakt hebben met de grond en er een nieuw op bouwden, den eigenaar thans(2007) is Wittezale- Deschuymer afkomstig van St. Denijs.

Reageer op dit bericht

oud rollegem

Krimpemolen: de folter- of schaarstemolen op het oosten van de Klaverdriesch en Noordoost van de sectie B, waarvan het n° s 6, 7, 9, 10, 16, en 17 beslaat.

Rak Fons O.L.Vrouw, doos I-Z: plan van een hoeve te Rollegem, eigendom van O.L.Vrouw 1783: onderaan tekening van het Stampkot: Kempemolen.

RAK MSAK Nr. 6419: op de kaart staat de “Kempemolen” getekend

Du Castel de la Howarderie-Neuvireuil. Notes pour servir a L’Histoire de Rollegem, Tournai 1905 p. 23: Krimpemolen, le moulin du tourment ou de la disette, à l’ orient du Klaverdriesch et au Nord-est de la section B.

Popp-kaart Rollegem: aangeduid: Krimpemolen.

Du Flou, W.D.T. : deel 7, p. 736 Kimpe’s molen: molen te Rolleghem.

Aanwinsten VI 6979: Atlas général enz. aanduiding van de Kempe-molen

Voor uitleg van de molen cfr. Uitleg “meulendyck” Monografie van Rollegem p. 108:daar wordt de kimpemolen ook vermeld als “het stampcodt van sieur Boqquai”

Kot is de romp van een molen die met den wind draait of door een peerd (paard) bewogen wordt.

Fr. cage d’un moulin. Vandaar ossecot, stampcot(De Bo, Westvlaams Idioticon)

Monografie van Rollegem p. 107-118: De eerste vermelding van Kimpemolen is het stampkot van Rollegem.

Zijn naam wijst er op dat het om een oliemolen ging. Waarschijnlijk maalde hij ook koren, zoals het met de meeste oliemolens in die tijd ging. De molenaar was een zekere Bocquai. In 1821 werd hij al de kempemolen genoemd, wat er opwijst dat hij sinds jaren in bezit moet zijn van de familie De Kimpe.

Af en toe werd hij ook Marionettenmolen genoemd, wegens de nabijheid van de Marionettenweg in Kortrijk. Marionettenberg; 63,75 m

Ook als persoonsnaam teruggevonden: In de studie van de persoonsnamen in de Kasselrij van Kortrijk F. Debrabandere p. 227 n° 947: kempe/kimpe uitleg: kempe = kampvechter, kampioen, kamper, strijder, vechter; bijzit, onecht kind.

Dit gehucht werd ook genoemd de Suikerei, gelegen langs de Kortrijkstraat (oude kassei) met een deelweg van circa 365 meter.De windmolen van sprake, stond voortijds aldus verteller, op de hofstede van Emiel Maes, die rond 1910 afgebroken werd.De Kortrijkstraat was ver en bij gekend om haar zeer slechte staat. Tussen de Kortrijkstraat en de Muynckendoornstraat langs de Segersweg was er een Eikenbos van ongeveer 3 hectaren groot eigendom van Salembier, met de eerste wereldoorlog werd dit uitgeroeid door het bevoorradingcomité, bij gebrek aan kolen.

De hoeve toebehorende aan Descamps ligt op een hoogte van 63 meter.

Reageer op dit bericht

oud rollegem

Klaverdries. Klaverweiland . n° s 12, 13 en 14 van sectie B.

Du Flou, deel 6, p. 803 Stuk land te Rollegem.

W.N.T. p. 3323 Deel II, III: Klaverdries: omgeploegd klaverland.

Loquela, (G. Gezelle) tot woordenboek omgewerkt door J. Craeynest, Antwerpen 1898/1899

 Den klaverdries: een gewende klaverije . Een dries heet in ’t Veurenambachtsche een wee, als ze ommegedaan is en in zaailand gebracht, een klaverdriesch is item zulk een stuk klaver.

Klytberg: 62,5m hoogte kliskruidberg, klisoloot.

Du Flou W. D.T. deel 6 p. 1114: wijk te Rollegem. Een hoogte waar de grond uit klei, Clytte

Klytbergstraat: Du Flou W.D.T. deel VII, p. 1114: weg te Rollegem A.D.BW. klytbergstraat, weg nr. 12.

Klytgat: Du Flou W.DT. deel6 p. 1134: wijk te Rollegem, ook bos te Rollegem.

Klyt: Verwijs en Verdam p. 1557 Clitte (Clit, Clette): leem, kleiige aarde.

E. W. Vercoulle: p. 168: mnl clitte, clette. Os Kleddo, Chd kletta, ook Ags clide +lat. Glis, lit.glitus = kleverig uitbreiding van wortel van klei. Uit germ. Franse gleton, glouteron.

A.V.I. Scheurmans p. 251: Klyt, klijte, Klete of klijtaarde: kleiaarde, ook een kleigrond, een kleiachtig veld. Er zijn dorpen waar ze ene partijen landes naam van klete dragen.

De percelen, tiendenplichtig aan de Heren van Rollegem, waren gelegen tussen de Kwadebrugstraat, de Schreiboom/Markestraat, de grens met Bellegem, de Wethuisstraat en de omgeving van de Klijtbergstraat.

Westvlaams Idioticon de Bo p. 467: Klijtgat: kleikuil, ene vette modderige leegte in een vuile straat, een slijkput in ene kwade straat, Fr. Bourbier = Klijtmok, klijtput.

Knock: been voor geraamte, oude begraafplaats.

Een deel van deze plaats valt in de buitenwijken van Kortrijk onder de benaming Rollegem-Knok Knockberg; 52 m

De Flou W.D.T. deel VIII p. 23: een plaats te Rollegem.

Cnock, knok “ ruime plaats of het kleine plein waar verscheidene grote straten te samen komen”( De Bo 477) vgl; Scheurmans: 266; Roes. N° 1814.

Debrabandere ( Leiegouw, 1972, II, 171) verklaart het als volgt: huizenblok. Dit woord is etymologisch (woordafleidkunde) niet te scheiden van “knook, knokkel, kneukel, knoezel, knoest, kno(o)p” Eng. to knock (oorspr. Met de vingerknokkels tikken) en betekent oorspronkelijk “gewricht, knoop, knobbel, geleding, bot.”

Daaruit afgeleid ontstond de betekenis rondeheuvel, hoger gelegen stuk land, bocht, viersprong.” Aangezien op zo ’n viersprong gewoonlijk enkele huizen staan, kreeg het woord ook de betekenis “huizenblok, gehucht.(Zie De Bo, Snellaert).

In het dial.

Is het woord alleen nog bekend in de namen van gehuchten: Rollegem-Knok, Zwevegem knok. In het woord schuilt nog de plaatsnaam Knokke. Het woord betekent “hoek” in de volgende excerpten uit Kortrijk:

1368: dat Berbaerd van der Apostelrie… up haerleder cnochuus…onder de halle ande noorwesthouc (Fonds O.L.V. oork. 363 bis).

1348: buten der steenpoorte op den knoc van haerlebecstrate ende der strate alsoe men gaet te Zweveghem waert. Fonds O.L.V. Oork. 318 bis).

De Knok bevindt zich ongeveer 5 km. van het centrum der stad Kortrijk.De Muynckendoornstraat was de langste straat van de streek, zij begon op Walle (Kortrijk) naar Bellegem (waterval) dan naar de Kalverstaartstraat dwarst de fabrieksbeek kwam terug op Rollegem op de grens met Dottenijs en meet ongeveer 10 km. Heden ten dage is deze weg onderbroken door de autosnelweg en draagt de naam Eindemuynkendoornstraat.

Reageer op dit bericht

oud rollegem

Bondillebeek, Bondeltjebeek; De beek van de kleine schoof (garve)

Boondriesche, een stuk weiland van de boon. Deze plaats is aangegeven op de grens tussen Marke en Rollegem op de kaart van het rechtsgebied van Kortrijk door Sanderus uitgegeven in Flandria illustrata. Er stond vroeger een molen.

Forest, gehucht, zijn naam heeft een tegenhanger in het Frans. Het wil zeggen beboste plaats. Slosse rond Kortrijk deel III p. 1610 “het gehucht “ ’t Foreest” ligt  Mosschroenwaarts “ het was in de vorige eeuw met bossen bedekt. Forestberg; 52 m

Het forest,forestum, Het is er eenzaam en stille en men heeft het niet te vragen, vorige eeuwen met bossen bedekt. In den gevel van een der zeldzame huizen van dat gewest zitten er wapens die de aandacht van menig voorbijganger gaande maakt.

Ze zijn in steen gekapt en vertonen “rechts de wapens der abdij van Groeninghe: Drie zilveren rozen op rood veld en links deze van Abdis Victoria Dubois alias Vanhoutte van Doornik geprofest te Kortrijk 28/10/1703 overleden 30/5/1771. Het wapen draagt op zilveren veld een rode keper met twee groene bomen langs boven en een zwart kruis langs onder. Tussen beide wapens een staf. Dat huis is een overblijfsel van Vannestes gebroken hofstede, en behoorde toe aan mevr. Crommelinck- Vandenborre te Moen.(Schreiboomstraat 73)

Du Flou, woordenboek der Toponymie Deel IV, p. 258: wijk van Rollegem.

Verwijs en Verdam p. 836/837 Foreest; znw; o en ( vr.?)

Van ofr. Forest; fr forêt, mlat. Foresta. De betekenis van mnl; Foreest is dezelfde als mlat; terra forestica; d.s. terra domincara.

Een onmiddellijk aan de vorst toebehorende domeingoed, bepalende voor de jacht geschikt, met woud als hoofd bestaand deel, doch ook met vlak veld, weiland enz. dus eigen jacht, jachtveld, jachtterrein, bij uitbreiding ene landstreek waar weinig mensen wonen, wildernis, onherbergzaam oord en eindelijk, omdat bos noodzakelijk attribuut van een Foreest was ook bos en woud.

Woordenboek der Nederlandse taal Deel 3, II , III , p. 4627;

Foreest: znw onz. Mnl. foreest. Ontleend aan ofr.

Forest van Mlat. Forestem, een niet omheind bos.

Van foris = Buiten

Woud, bos.

Reageer op dit bericht

oud rollegem

De sectie D het punt tussen Bellegem en Dottenijs is verdeeld door de baan naar Eynde (Einde)Muynckendoornstraat.

Hier spreken we over de langste weg van Rollegem: vanaf Walle over de Rollegem-Knok tot aan de Waterval doodlopende op E 403 en aan de andere zijde het vervolg maar nu Einde Muynckendoornstraat en vervolgens naar Dottenijs.

Du Flou, woordenboek der toponiemen deel XL, p. 57: Wijk van Rolleghem en Belleghem Buurtweg nr. 6. Verwijs en Verdam p. 1893: Moniken( monken, muniken munken: Duinheren van Brugge van de orde van de cistercienen De Bo p. 630)

De hoeven van Gesquière sectie D.N.262 en Herbau sectie D° n° 378 en 379 Zij zuiden van de baan van Rollegem naar Luigne. Waarop het zuidelijke deel het belangrijke gehucht Tombroek bevindt. Moeras van tombes, dat onderverdeeld is tussen vier gemeenten, Rollegem, Dottenijs, Luigne en Moeskroen. Het is ook op de weg gaande van steenweg Rollegem- Luigne naar Dottenijs, komt u het gehucht Malpont tegen.

Van de baan van Rollegem naar Luigne loopt ook in het oosten de weg del Candlé en ten westen de Molenweg waar vroeger een molen stond, afgebroken in 1903.

Reageer op dit bericht

oud rollegem

Sectie B ten noorden door het grondgebied van Kortrijk. Langs het oosten door de steenweg van Kortrijk naar Luigne die midden door Rollegem loopt.

De sectie C begrenst door de buitenwijken van Kortrijk, de Fabrieksbeek en eveneens de steenweg naar Kortrijk.

Hier spreekt men over De Rollegemseweg, vanaf O.L.V. ter Spiegel naar de Marionetten, vervolgens Schepenhuisstraat, Statiestraat naar de Tombroekstraat en naar Luigne.

Marionetten: Du Flou, woordenboek der toponymie, deel X. p. 147: herberg te Rollegem.

Woordenboek der Nederlandsentaal deel 9, p. 241 : Marionetten: znw vr. uit het Frans marionette, van Marion, verkleinw. Van Marie. Soms wordt de vorm marionette ook in het Nederlands onveranderd gebruikt.

        “Marionetten zijn kleine beweegbare figuurtjes van bordpapier, hout, metaal,         ivoor of been, waar kermislopers zich mee bedienen om het gemene volk te vermaken(Chomel 1963 b)”

  1. Minachtend ook gezegd van iemand die geen wil heeft.

Nederlands Etymologisch woordenboek de Vries p. 429

Marionet: znw. vm. Fra marionette “ pop die met draden bewogen kan worden.

ital. Marionetta eig. “poppenkop op de narrenscepter” Het woord is gevormd van Marion, vleinaam van Maria.

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten