NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Keukenweetjes
Inhoud blog
  • Bearnaise
  • Slagroom of Chantilly
  • Gefermenteerde groenten
  • Pompadour
  • Wiener schnitzel
  • Recup recepten
  • Hart, hart, hart
  • Dubarry
  • Room en chocolademousse
  • Kreeft koken met Trump
  • Quenelle
  • Chateaubriand
  • Ghotab en Stroganov
  • Rosbief
  • Chinese broodjes en varkensbuik
  • Een hapje voor de koningin
  • Over ossentongen en andere antiquiteiten...
  • Instant limoncello en vruchtenpasta
  • Tête de Moine en eikhaas
  • Beroemd!
  • Nummer 83
  • Drink blauwe wijn
  • Uit de oude doos
  • Halloween
  • Fletskens
  • Onbelangrijke maar nuttige informatie
  • Allochtone lasagne
  • Duxelles
  • Zeewier
  • Warme dagen
  • Soezen en wielersport?
  • Keizersamaniet en eikhaas
  • Bonenpannenkoekjes en pulgogi
  • Gefermenteerde kool en augurken
  • Niet courante vruchten
  • Minder bekende groenten
  • Rare zeecreaturen
  • Pikante en zoete verhalen
  • Bosbessen plukken
  • Muis
  • Snake soup
  • Confituur voor gevorderden
  • Julia Child
  • Over pronkridders en flierefluiters
  • Het doel heiligt de middelen
  • Alphonso, een smalle geep en tempeh
  • Cordon Bleu
  • Hondenbrokken
  • Spek voor mijn bek!
  • Eindelijk recepten
  • Vergeten grondstoffen
  • Geslaagde experimenten
  • Weldra Pasen
  • Gin tonic
  • Testimonials
  • Fifty shades of chicken
  • Kaas? Welke kaas?
  • Grootse vooruitzichten
  • Ik ging eens naar de Aldi
  • Bubbels & Wijn
  • Het varken
  • Evaluatie
  • Escargots
  • Goede voornemens
  • Nee, met plattekaas !
  • Oesterzwammen te koop
  • Veel plannen
  • Sharing
  • De week van de groente
  • Twee miljoen vijfhonderdduizend
  • à la Française
  • Animelles
  • Sjoemelvis?
  • Gewoon, een extraatje
  • Kastanjes en de tragische busramp te Puisseguin
    Zoeken in blog

    Foto
       Wat verwerk je in de keuken ?
      Lees hier meer
    Foto

    Twintig originele benaderingen van spaghetti bolognese.

    Foto

    Van bovenstaande drie boeken ben ik medeauteur !

    Tips en hulp voor de keuken !

    Ter Leringhe ende Vermaeck
    19-01-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Week van de soep
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het was de week van de soep.

    De week van de soep is voorbij !

    Lang leve de week van de soep !!!

    Toch gaan we hier nog even volharden in de boosheid want vorige keer had ik beloofd om wat te schijven over minestrone en ook over een pastamachine...

    Die pastamachine die werd mij beloofd door een kennis, ik durf het woord vriendin hier niet gebruiken want dan is het weer boel, die in Hasselt woont. Nu schijnt de machine te voet onderweg te zijn. Op dit ogenblik zit ze ergens aan de rotonde van het knooppunt E 34, E 313 te Lummen.

    Mogelijk kan ze ook verdwaald zijn en komt ze via Brussel.

    Dit wordt dus een berichtje voor volgende week, als de pastamachine dan per toeval al zou gearriveerd zijn.... Wie weet, onder rijkswacht begeleiding ?

    Die minestrone, laat ons daar ook maar even mee wachten, bij het maken van pasta maken we ineens ook de minestrone. Minestrone is gewoon een soepje hoor, niet meer niet minder. Maar het klinkt wel goed en erg lekker...

    Vermits het de week van de soep was kan ik aan al die vorige stukjes over soep nog wel een einde breien. Een goede soep moet afgewerkt worden met een garnituur. Een soepgarnituur !

    Zoiets als een schouwgarnituur , lavabogarnituur, WC garnituur, groentegarnituur....

    Het laatste komt ongeveer overeen met wat ik hier bedoel.

    Elke soep moet afgewerkt worden met een garnituur, een versiering, al was het maar om aan de soepeter te doen verstaan, welke soep hij of zij nu aan het eten is.

    Zo een fris lichtgroen soepje met reepjes prei daar in, dat zal dus wel een preisoep zijn? Nietwaar ??? Diezelfde soep met gehakte kervel er in wordt plotsklaps een kervelsoep.... of een juliennesoep als we er fijne reepjes van diverse groenten aan toevoegen.

    Dat klinkt mooi allemaal en toch is het allemaal hetzelfde !

    In de oude klassieke keuken sprak men zelfs over het maken van één pot soep (nat) en daar door het toevoegen van het één of ander garnituur een andere naam aan te geven

    Er bestaan in de klassieke keuken veel “garnituren” die kunnen toegevoegd worden.

    Ik neem even het groot soepgarniturenboek, geschreven door drie leraars van de Piva er bij.

    We lezen :

    Broodkorstjes : vrij gekend. Ze kunnen best gemaakt worden door oudbakken wit brood zonder korsten in dobbelsteentjes te snijden en deze te fruiten in olie. Daardoor bekomt men mooie goudbruine korstjes, zeer smakelijk maar uiteraard zwaar beladen met calorieën.

    Een beetje lookpoeder of ander gedroogde kruiderij over de croutons strooien kan een speciaal accent aan de soep en de croutons geven.

    Maak de croutons niet onder een gril, dat spaart wel vetstof maar de korstjes zullen zich nadien in de soep volzuigen met vocht en de soep doen veranderen in een dikke brij... Voor een salade zou dit er nog doorkunnen. Maar ook daar zullen dit soort croutons snel mal worden en dus niet aangenaam meer.

    Commercieel worden er ook kleine korstjes verkocht maar die zijn zodanig hard dat beschadiging van tanden of tandvlees niet uitgesloten zijn ....

    Flensjes : enkele flensjes met in het deeg diverse groene kruiden gebakken is zeer klassiek voor consommé’s. De consommé Célestine is zo een ouwe getrouwe en gekende.

    Het flensjesbeslag wordt gemengd met veel gehakte groene kruiden. Hiervan worden flensjes gebakken. Die worden na afkoeling in fijne reepjes gesneden (julienne). Dat wordt dan het garnituur voor een heldere sterke consommé.

    Diablotins : een oude Franse keukenterm die “duiveltjes” betekent. Hiervoor worden gefruite toasten belegd met een dikke kaassaus en daarna bestrooid met geraspte kaas. Deze worden dan even gegrild tot er een kleurtje op zit.

    Dit soort duiveltjes kunnen in de soep opgediend worden of er apart bij worden gegeven.

    De term “duiveltje” duidt hier op het pikante effect dat zo een duiveltje moet hebben. Daarom wordt het beleg zwaar gekruid, vooral met cayennepeper, maar iedereen doet er mee wat hij of zij wil... Lees hier ook, onderaan het artikel...

    Eieren : een gepocheerd ei in een consommé, dat is luxe voeding. Toch is dit in Duitsland en Oostenrijk dagelijkse kost. Hünerbruhe mit ei, jammer dat de “brühe” daar bijna altijd door de firma Knorr geleverd wordt.

    Kwarteleitjes gekookt of gepocheerd, dat is al wat verfijnder. Er is zelfs een tijd geweest dat gekookte kwarteleieren verkocht werden in bokaaltjes om een soep ( consommé ) op te fleuren.

    Ook in de Chinese restaurants wordt regelmatig een eitje door de soep geroerd. Dat geeft kleur en (goedkope) vulling.

    Gemalen kaas: eigenlijk geraspte kaas. ( Kaas wordt niet gemalen ! )

    Door iedereen gekend. Typisch bij minestrone.... Ook bij uiensoep. Zelfs een gewone tomatensoep heeft er baat bij. (Waar heb ik dat woord minestrone nog ergens gelezen ???)

    Liever geen kaas van het type gruyère of emmental serveren. Die kaas trekt draden van het bord naar de lepel en daarna tot aan de mond van de eter. Ooit het verhaal van “Asterix in Helvetia” gelezen? Dan weet je wel wat ik bedoel.

    Parmezaansse kaas of een dergelijke is beter, die maakt geen draden en geeft meer smaak.

    Groene kruiden : een greepje gehakte peterselie of andere groene kruiden in een soep, dat kan alleen maar goede resultaten opleveren. Een zeer gekende versie is de kervelsoep waar eigenlijk een licht fris groen prei/aardappelsoepje gemaakt wordt en waar op het laatste ogenblik een handvol gehakte kervel wordt aan toegevoegd. Niet meer laten koken...

    Groenten : groenten in julienne of brunoise gesneden of in lukrake stukken gesneden die eventjes aangestoofd worden, dat is dikwijls het “garnituur” van soepen waar moeilijk een etiket op te plakken is. Met een julienne van prei wordt een groene soep al snel een “juliennesoep”...! De pakjes “juliennesoep” die in de supermarkten liggen hebben daar in het geheel geen relatie mee. Welke relatie dan ook....

    Nog een beetje uitleg :

    Julienne bestaat uit reepjes fijngesneden groente, lengte ongeveer 6 centimeter, dikte ongeveer één tot twee millimeter.... ( Prei, selderij, wortel, ui, enz....)

    Dit is één van de eerste zaken die in de hotelscholen aangeleerd worden: snijden. Snijden van groenten tot julienne. En geen julienne van vingers!

    Brunoise zijn dobbelsteentjes. Onnoemelijke kleine kubusjes voor iemand die het nog nooit gedaan heeft.

    Er bestaan nog verschillende ander snijwijzen voor groenten maar daar ga ik het nu niet over hebben.

    Soesjes : in een zeer “chique” consommé kunnen kleine soesjes gelegd worden als garnituur. Ze kunnen ongevuld blijven maar ze kunnen ook gevuld worden met een vulling, aangepast aan de consommé. Bij een wildconsommé bijvoorbeeld ( geen wilde consommé ) kunnen de soesjes gevuld worden met een fijn vulsel van “wild”... ( Leeuw ,tijger, stokstaartjes, enz..)

    De niet gevulde soesje mogen hoogstens één centimeter doorsnee hebben. De gevulde mogen wat dikker zijn, maar het blijft een prutswerk. Het is wel klassewerk ! Profiteroles worden die prutsen in het Frans genoemd.

    Er bestaat een commercieel product dat gemaakt is door een soort beslag in olie te laten fruiten. Dit vormt dan kleine bolletjes, vrij krokant en zeer goed om aan soepen toe te voegen.

    Backerbsen, worden ze in het Duits genoemd en onder die naam worden ze ook meestal verkocht, gewoon in de supermarkt. Ook zo op te snoepen als snack !

    Quenelles : een woord dat goed “bekt” . Iedereen die aan keuken doet kent “quenelles”. Maar wat er achter schuil gaat, ho, ho...!

    Hetgeen wij nu kennen als “soep met ballekes” wel die ballekes, die zijn een pover afgietsel van de oorspronkelijke quenelles.

    De echte werden gemaakt van wit vlees van kalf, kip of konijn of ook van vis, door deze tot een puree te stampen in de vijzel. Daar gingen dan smaakgevende producten bij zoals kruiden en specerijen, room en boter en allerlei andere cholesterolrijke ingrediënten. Van deze “farce” werden dan met behulp van twee lepeltjes of met behulp van een spuitzak kleine balletjes of worstjes gevormd die vooraf gepocheerd werden in bouillon of gewoon in water. Die “quenelles” of balletjes werden aan soepen toegevoegd.

    De huidige ballen van varkensgehakt met paneermeel en een ei zijn het resultaat van honderd jaar keukeneducatie door de nonnen en huishoudregentessen.....

    Rijst en deegwaren : moet daar nog uitleg bij ? De rijst of deegwaren moeten op voorhand gekookt worden of ze kunnen in de soep mee gekookt worden waardoor deze laatste dikker wordt.

    Deegwaren liever toch, apart gaarkoken en juist voor het opdienen aan de soep toevoegen. Anders zal de soep na afzienbare tijd meer op behangerslijm gaan gelijken.

    Royale : dit is nu echt iets uit de antieke keuken. Crème brulée kent iedereen nu wel dacht ik zo. Indien je eieren en vocht, bouillon in dit geval, losklopt en daarna in een bain-marie laat opstijven, dan verkrijgt je een redelijk stevige massa. Wel dit is een “Royale”. Meestal worden er kleurtjes aan toegevoegd. Tomatenpuree voor rood, spinazie voor groen en saffraan of zoiets voor geel.... Zelfs met truffel. Andere kleuren zijn toegelaten. Zo kan elke voetbalploeg een soepje maken met zijn eigen kleuren er in...

    Vlees of vis : naargelang welk soort soep kunnen stukjes vlees of vis toegevoegd worden.

    Wel vis bij vissoep en vlees bij .....

    Dikwijls is dit vlees of vis die uit de soep gerecupereerd is. Zelfs bij een kreeftenbisque wordt dat zo gedaan.

    En nu maar wachten op die pastamachine...

    19-01-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (3)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (29 Stemmen)
    Categorie:Soepen
    12-01-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Soep voor alleenstaanden
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Een tijd geleden is hier op het forum “eten en drinken” een post gestart over koken voor weinig personen, zeg maar voor twee of voor alleenstaanden. Dit blijkt niet altijd eenvoudig te zijn.

    Het project is toen al snel stukgelopen op gevit...

    In mijn vorige stukjes heb ik het onder andere over soep gehad.

    Iedereen wou nog een schepje.... !

    Toen dacht ik er aan dat soep maken voor één persoon eigenlijk ondoenbaar is...

    Vroeger kookte men een grote ketel soep voor twee, soms drie dagen en dan at men ook drie dagen dezelfde soep... Het ging dan ook over grote families.

    Nu zou men het probleem kunnen oplossen door kleine porties soep in te vriezen.... Dat neemt al snel veel plaats in, in de diepvriezer en een alleenstaande heeft meestal niet zo een reusachtig grote diepvrieskist.

    Er bestaat toch een eenvoudige oplossing... ( Blikjes van Unox kopen..., grapje...)

    Men kope: één grote prei, één selderij, twee wortelen en twee uien. Een ietsje meer of minder kan ook! Waarom één prei en één selderij ? Dit is normaal het minimum dat kan gekocht worden.

    Begin nu met de prei en de selderij te wassen. De meest groene, de donkerste bladeren en ook de verlepte mogen weggegooid worden. De prei in de lengte doorsnijden tot aan het wortelgedeelte. De selderij in takken uit mekaar breken. Dan pas de groenten wassen. Op school hebben jullie dat anders geleerd, dat weet ik, maar deze is de enige goede methode.

    Na het wassen de groente in kleine, vriendelijke stukjes snijden. Misschien is dit ook het moment om eens een behoorlijk keukenmes te kopen, en daar ook leren mee te snijden.

    Als ik huisvrouwen en evenzo mannen bezig zie met hun “pattatenschiller” en daar dan groenten gaan mee snijden.... Dat is dus gesukkel, geklungel en geklooi van allereerste orde...

    Ik kan hier ook niet uitleggen hoe het dan wel moet maar Pascal kan eens een filmpje voor Kanaal50 maken.... ( Ze hebben dat trouwens reeds beloofd maar er komt blijkbaar niet veel van ! Maar ja, koken kost geld..)

    Laat je ook niet verleiden tot het kopen van die voorgesneden groenten. Dat is doorgaans rommel, ook van eerste orde ! Gesneden groente, zelfs onder “beschermende atmosfeer” verandert door enzymatische werking zeer snel van smaak. In plaats van prei proef je dan hooi, of iets dergelijks...

    Dus de prei en de selderij ligt daar in twee kommen, mooi gesneden en hopelijk heb je niet te veel plakkertjes op je duim of wijsvinger moeten kleven.

    Doe nu hetzelfde met de wortelen en de uien. De stukjes maak je zo groot of zo klein als je zelf wil.

    Uiteindelijk hebben we nu vier hoopjes gesneden groente. Wat meer of minder van het ene of het andere, dat maakt niets uit.

    Nu gaan we deze gesneden groenten aanstoven in wat vetstof naar keuze. Margarine, boter, olie, doe maar iets... Doe dit op een klein vuurtje tot de groenten werkelijk half gaar zijn. Begin met de uien en voeg dan de andere groenten er bij. Voeg desnoods een scheutje water toe als de groenten dreigen bruin te worden. Of leg er een deksel op. Maar denk er aan: een pot waar een deksel op ligt, daar ziet men niet wat er binnen in die pot gebeurt.... wat die kerels van Electrabel ook mogen beweren...!

    (Energie besparen door deksels op de potten te leggen en nadien alles de vuilnisbak in.... de soep is aangebrand !!! )

    Laat nadien deze gestoofde groenten afkoelen. Dit kan nu tijdens de winter zelfs buiten gedaan worden. Katten eten geen groenten.... denk ik toch ?

    Daarna gaan we de groenten in kleine porties invriezen. Ieder moet maar voor zichzelf uitmaken hoeveel een kleine portie is.

    De bakjes kunnen zelfs gerecupereerde vlootjes van andere producten zijn. ( Boter, yoghurt, dessertjes, enz... eerst even uitwassen, niet ?)

    In de pot waarin de groenten aangestoofd waren blijft altijd wel een restje over. Dat gaan we nu onmiddellijk gebruiken.

    Open de deur van de koelkast en kijk welke overschotjes er nog allemaal ter beschikking zijn. Een gekookte aardappel - of twee- een restje groente van gisteren, een stukje spek of worst ???? Laat die deur ook niet te lang open, dat is energieverlies ! ( denk aan Electrabel, die zijn al rijk genoeg ! )

    Op het restje gestoofde groenten in onze pot doen we nu een “kwak” water. Een halve liter is goed. Voeg er een bouillonblokje aan toe en breng aan de kook.

    Let op met die bouillonblokjes. Sommige bevatten veel zout. Eén blokje is voor een halve liter water in feite reeds te veel. Zo een blokje kan gemakkelijk in twee gebroken worden. Laat onze soep in wording nu een vijftiental minuten koken op een zeer klein vuurtje. Nu mag er een deksel op, dit kan niet meer aanbranden !

    Proef ondertussen maar eens. Dit begint behoorlijk naar groentesoep te smaken.

    Velen hebben graag dat de soep een beetje gebonden is. Dit kan ook op zeer vele manieren.

    Liggen die gekookte aardappelen daar nog die daarnet uit de koelkast gehaald zijn ? Snij ze in stukjes en doe ze bij de soep. Geen gekookte aardappelen gevonden ? Neem gewoon een rauwe maar geschilde aardappel.

    Koop ook eens een doosje fijne deegwaren, zoals vermicelli. Dat blijft eeuwen goed en doe een klein greepje bij de soep. Laat niet te lang koken want na drie keer opwarmen krijgt men dan zo een soort behangselpap...

    Aardappelvlokken die gebruikt worden voor puree is de ideale binding. Gewoon beetje per beetje toevoegen aan de soep tot ze de gewenste dikte heeft.

    Ook binden met wat van die moderne snelbinders, dat kan.( Niet die voor op de fiets ! )

    Een beetje rijst, maar let wel die moet wel een kwartiertje koken vooraleer gaar te zijn.

    Een greepje couscous...

    Wie bonensoep wil kan er een klein blikje gekookte bonen bij doen... Dat bindt ook!

    Erwtensoep dat zal niet zo snel lukken. Dat gaan we dus uitstellen.

    Kortom, wat doen we ?

    We hebben dus voorgestoofde groenten, die uit de diepvriezer komen. Daar doen we water en bouillonblokje(s) bij maar voor mijn part hoeven die bouillonblokjes zelfs niet, dat is naar ieders eigen smaak en goesting... Er mag een bindmiddel bij en laat dit nu een tijdje koken.

    Wil je de soep een andere smaak geven ? Doe er een beetje, een half blikje, tomatenpuree bij.

    Gehakte groene kruiden, kervel bijvoorbeeld, stukjes vlees, andere reeds gare groenten, een restje kan heel goed....

    Oefening zal hier de spreekwoordelijke kunst baren...

    Voeg geen zout toe, de bouillonblokjes zijn meestal zout genoeg, zelfs te zout.

    Een snuifje van één of ander gedroogd kruid zoals, basilicum of oregano dat kan allemaal...

    Nu hebben we een “niet doorgestoken” soep gemaakt, dat is toch logisch ! Niet ?

    Om een fijne gemixte soep te bekomen moet de soep daarom doorgestoken ( gemixt ) worden. Dit kan best met een staafmixer... Snel gedaan en bijna geen afwas !

    ( ’t Is er aan te horen dat ik vroeger nog mixers verkocht heb...)

    Om de soep superfijn te maken mag ze daarna door een zeef gegoten worden maar dan heb je wel afwas...!

    Er kan een scheutje room bijgedaan worden of gewoon melk of koffiemelk, dat kan ook ....

    Sommigen doen er zelfs een smeerkaasje of een schepje Boursin met look bij... en mix dit enkele seconden mee...

    Hebben jullie ooit gezien tijdens die demonstraties op de voedingsbeurzen en zo, hoe die razendsnelle soep gemaakt wordt met een staafmixer ? ( Met een Bamix ...)

    Zeer simpel.

    Je neemt een stevige beker, niet te klein. Doe daar in : één klein stukje selderij, één stuk rauwe ui, een bouillonblokje, een eetlepel tomatenpuree en een stevige eetlepel aardappelvlokken.

    Giet hierop ongeveer een halve liter kokend water en stop de mixer er in....

    Eén minuut mixen en gedaan.... resultaat tomatensoep. De nationale Belgische soep.

    Nu nog wat verder doordrammen over zelf soep maken ; die balletjes die de echte Belg in zijn soep wil, die zijn ook in diepvries te koop. Dus enkele balletjes, hoeveelheid naar keuze, een minuutje in de soep laten opkoken en opgelost is het probleem.

    Die balletje kan je uiteraard ook zelf maken. Ze even opkoken in water en ze daarna na afkoeling, diepvriezen.

    Bij een minestrone - wat is minestrone ? - kan er kaas gegeven worden. Ook dat is gemakkelijk te voorzien in kleine huishoudens. Koop geen zakjes kaas maar rasp de kaas zelf. Een stuk parmezaanse kaas bewaart maanden, goed ingepakt, in de koelkast. Even met de blok kaas over een rasp gaan en voila... De overschot van de kaas kan gemakkelijk bewaard worden in een gesloten bokaaltje voor een andere keer. Bij de spaghetti bijvoorbeeld.

    En, stukjes kaas van Parma, in kleine stukjes, dat is een delicatesse bij een glas rode wijn en ik kan het weten !

    Geef maar wat reacties, dat is gemakkelijk voor mij en voor een volgende stukje kunnen we het natuurlijk hebben over minestrone en spaghettisaus... Of spaghetti want ik zal de gelukkige eigenaar worden van een handgedraaide machine om deegwaren te maken...

    Maar dat is nog afwachten. En dat is weer een andere historie....

    12-01-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (3)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (53 Stemmen)
    Categorie:Soepen
    04-01-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over lever met pickles
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Sinds jaren is dit de eerste keer dat ik tijdens de nieuwjaarsperiode thuis ben gebleven.

    ( Mijn vrouw heeft me weeral eens verlaten en er moet toch iemand op de woonst ( mijn kot ) passen... maar die vrouw die is zoals die kat: zij kom immer weer...van de grote honger..)

    Het onmiddellijk resultaat van dit thuisblijven is dat ik dan vlot kan volgen wat er allemaal in blogland en website-land gebeurt.

    Zo stijgt het aantal bezoekers tijdens de nieuwjaarsperiode op de website naar, ik zou zeggen, ongekende hoogtes, maar dat is overdreven... ’t Waren er zelfs 50 minder dan vorig jaar.... Ook op de blogs komen er dan massa’s bezoekers, goed te zien aan de populariteitscijfers. Het aantal bezoekers per dag tel ik reeds lang niet meer...

    Allemaal mensen op zoek naar receptjes voor van alles en nog wat...

    Ik heb er een paar genoteerd :

    - Ene “mopa” vraagt naar een recept voor pickles..

    - Bojako wil lever klaar maken en vindt niets...

    - Velen vragen voor : meer soep, meer soep !!!

    Hier gaan we :

    Pickles maken... kan dat ? Ja, natuurlijk kan dat !

    Maar, welk soort pickles ? Pickles zijn een fabrieksproduct geworden. Af en toe is er eens één of andere avonturier(ster) die dat thuis wil maken en komt daarna tot de ontdekking dat het commercieel product veel smakelijker is...

    Hoe komt dit. Wel omdat pickles maken een vrij bewerkelijk proces is. Dat het resultaat niet altijd even lekker te noemen is maar dat er na lang proberen wel eens iets moois geboren kan worden.

    Ik heb daar zelfs een “receptje” voor :

    Mixed pickles

    Benodigdheden :

    · ½ bloemkool

    · 1 komkommer of enkele kleine augurken

    · 300 g kleine zilveruitjes

    · azijn

    · grof zout

    · Voor de saus :

    · 50 g mosterdpoeder

    · 25 g kurkuma

    · 6 g gemberpoeder

    · 1 g cayennepeper

    · 80 g bloem of 50 g maïzena

    · 1 l azijn

    · ½ l water

    · 100 g suiker

    Bereiding :

    · De bloemkool in kleine roosjes verdelen.

    · De komkommer van de zaadjes ontdoen en in kleine stukjes snijden.

    · De zilveruitjes pellen.

    · De groenten in een kom doen en bestrooien met grof zout. Een nacht laten trekken.

    · De groenten goed spoelen en een uurtje laten weken in azijn. Weer spoelen en goed laten uitlekken.

    · De bloem of maïzena in een beetje water aanroeren.

    · De rest van het water en de azijn aan de kook brengen met de kruiden. Binden. Suiker bijvoegen en even laten doorkoken.

    · De groenten even laten opkomen in de saus.

    · Bewaren in goed gesloten potten. Eetbaar na een tweetal weken.

    Ik heb deze bereiding ooit gemaakt, lang geleden toen de dieren nog spraken en het resultaat was, of waren : pickles !

    Maar ga deze nu niet vergelijken met pickles van één of andere commerciële firma... Dit is slechts een leidraad.

    Vooral de kruiden, bij deze bereiding geven de gemalen specerijen steeds een “stoffig” gevoel, in de mond. Waarschijnlijk zullen de fabrikanten van pickles de saus eerst door een fijne zeef wrijven om zo de poederachtige bestanddelen er uit te halen...

    Dus, wie hier wil aan beginnen, koop een klein beetje bloemkool en wacht tot het zomer wordt want pas dan zijn er kleine augurken en verse zilveruitjes te koop en probeer, probeer nog eens, en nog eens, tot je de juiste hoeveelheden gevonden hebt.

    Ook als de saus, nu, goed smaakt kan die na drie weken bewaartijd helemaal anders gaan smaken. Zorg vooral voor véél saus....

    Het hangt er ook van af welke smaak je juist wil bekomen. Hier in Vlaanderen zijn de pickles van D&L wereldberoemd maar smaken een “goestingen” verschillen.... Onze grootmoeders spreken nog altijd over mosterdpickles. Dit waarschijnlijk in tegenstelling tot de gewone groenten opgelegd in azijn met kruiden. De Amerikaanse dill-pickles bijvoorbeeld. Ook onze gewone in het zuur opgelegde “cornichons” en “ajuintjes” behoren tot deze familie. Ik ga hier nu geen recept opgeven om uitjes en augurkjes op te leggen, het is daar nog veel te vroeg op het seizoen voor. In augustus kunnen we er eens aan denken.

    Ook zijn in Turkije, Italië en sommige Arabische landen, zijn pickles iets heel anders. Daar komen geen specerijen aan te pas en worden de groenten gewoon bewaard in azijn met zout en een beetje verse kruiderij en pikante pepers... Ook lekker, maar dat is iets heel anders.... Ook de Indonesische atjars moeten hierbij genomen worden...

    Als die meneer of mevrouw “mopa”, nog wat meer info wil....!? -> -> -> mail maar...

    Bojako en de lever... dat zou een mooie titel zijn voor een verhaaltje. Om voor te lezen, juist voor het slapen gaan van de kindjes.... Toen nam de boze wolf de lever van roodkapje uit het mandje ...

    Lever is in de gastronomie een miskend product.... Buiten paté wordt er blijkbaar niet veel mee aangevangen.

    Alhoewel in het fameuze “rode boekje” wordt er kalfslever “à l’ Anglaise” beschreven.

    Zeer simpel hoor: gegrilde lever belegd met reepjes gegrild of gebakken spek. Gerookt of niet dat wordt er niet bij geschreven.

    In de Franse gastronomie wordt aan alles wat Engels is met een groot misprijzen voorbij gegaan.

    “A l’ Anglaise” betekent daar ofwel : gekookt in water of gepaneerd ( breadcrumbs) en daarna gebakken in de frituur. Green peas en “fish ’n chips” uit een krantenpapier zijn ook goed gekend... Toch consumeren de Fransen behoorlijk wat “haddock” , in combinatie met zuurkool... Les pommes de terre à l’Anglaise dat zijn gewoon gekookte patatten...

    De Engelsen hebben driehonderd vijfenzestig godsdiensten een één saus.... ( Dit jaar, 2008, driehonderd zesenzestig ). De Fransen hebben één godsdienst en driehonderd vijfenzestig sausen... dat heb ik niet uitgevonden, dit is Franse geschiedenis...

    Waarom deze geschiedenisles ? Dat weet Bojako, zelf wel...

    Alhoewel, kalfslever staat toch op hoog niveau aangeschreven. Rond de 15 € per kilogram, geen echt goedkoop eten... Dikwijls gegeven of gegeten als kindervoeding, daar wordt men sterk van, zoals Jerommeke ! Heel dikwijls met de obligate appelmoes erbij....

    Nu, geef mij maar een stukje lever van een varkentje. Spotgoedkoop. Maar nu niet meer zo maar overal te vinden. Ik koop hem op de boerenmarkt aan de Piva. ’s Vrijdags, ’s namiddags.

    Er staat maar één kraam waar vers vlees verkocht wordt. Daar is’t.

    De plakken lever, ik snijd ze zelf, even door bloem wentelen met een beetje peper en zout en daarna gewoon bakken in de pan. Niet te lang bakken dan wordt ie taai en hard... Daarbij een stevige “ajuinsaus”, meer gestoofde ajuinen, lichtjes aangezuurd met gewone azijn...

    Daarna moet je er niet meer aan denken om nog even op bezoek te gaan bij de buurman of -vrouw. Dat wordt een ramp... stillekes thuisblijven...naar ’t TV kijken en niet te veel bewegen.

    Eén van mijn vorige bazen, lang geleden, bracht altijd een stuk lever mee van het slachthuis als hij daar zijn aankopen gedaan had. Ik mocht die dan bakken in een kleine pan met een bodem olie van wel één centimeter hoog daar in... enne, saignant, anders moest hij em niet emme.......

    ’s Anderdaags werd het dan soupe aux légumes , parce qu’ il avait mal au foie… Mal au foie, de nationale Franse ziekte… !

    Wat was er nu nog ? Iets over soep…!

    Vorige weken heb ik hier een paar keer wat soep gemaakt, of toch iets over soep geschreven. Dat was blijkbaar een groot succes! Iedereen wil meer soep...!

    Ik ga dit doen in combinatie met een ander probleem. Hoe soep maken in kleine hoeveelheden en toch steeds soep in voorraad hebben ?

    Hier nog verder op ingaand, later nog iets over koken voor kleine groepen van één of twee personen. ’t Is maar hoe je het bekijkt.

    Een grote pot soep maken en dan een hele week aan één stuk dezelfde soep eten, dat is geen goede oplossing. Daar bestaat een oplossing voor maar dat wordt iets voor volgende keer.

    Mijn blad is vol....!



    04-01-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (8)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (17 Stemmen)
    Categorie:Zo maar recepten
    27-12-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Oesters
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het is nog niet te laat om nog snel een oestertje klaar te maken voor oudejaarsavond.

    Ze zijn nu overal verkrijgbaar, tot zelfs in de Aldi heb ik ze zien liggen.

    Zonder al te veel zoekwerk hebben wij hier de beschikking over een drietal soorten oesters, de Franse van Marennes, Oléron, de Zeeuwse creuse en de platte Zeeuwse oester.

    Vooral die Zeeuwse creuse is gemakkelijk verkrijgbaar en is absoluut niet duur. Ik heb zo een idee dat er voor vier euro een heel dozijn te koop is.

    Nu kwalitatief zijn dat dan ook de minste.... Maar, dat is mijn idee want er zullen er weer vele gaan steigeren!

    De Zeeuwse platte oester dat is wat anders dat is superkwaliteit maar wordt dan ook aan de prijs van één liter super per stuk verkocht...!

    Die Franse oestertjes van Marennes zijn hier en daar ook wel verkrijgbaar, bij Delhaize oa... en die zijn heel wat fijner. Maar ze zijn ook een ietsje duurder. Zeven tot acht euro per dozijn.

    Laat ons zo zeggen dat de Zeeuwse platte oester liefst rauw gegeten wordt en met die Franse Marennes en Hollandse creuses doe je wat je wil... er zijn vele bereidingen mogelijk.

    Worden oesters dan niet altijd rauw gegeten ? Nee dus !

    Ik zal hier enkele mogelijkheden opgeven ook van warme bereidingen want er bestaan twee soorten mensen : zij die oesters lusten en zij die alleen reeds bij het idee van rauwe oesters naar de nooduitgang zoeken... Dus niet ontsnappen.... aub...

    Eerst en vooral moeten oesters opengemaakt worden. Dat is voor velen een probleem.

    Het is inderdaad een lastig karweitje en één verkeerde beweging met het oestermes en de gevolgen zijn soms niet meer te overzien.

    Naar het schijnt zitten de dokters en verpleegsters op de spoedafdeling van de hospitalen met naald en draad en zakjes bloed klaar op 24 december en oudejaarsavond!

    Ikzelf heb ook al eens prijs gehad maar er was een verpleegster in de zaal.... die mij op de koop toe nog verweten heeft van een stommerik te zijn en ik heb haar zelfs niet eens durven tegenspreken... Zoals gewoonlijk....

    Op de site van Colruyt staat een filmpje hoe een oester moet opengemaakt worden maar zeer verhelderend is dat ook niet, zie hier, er staat bij : hoe gemakkelijk oesters versnijden !

    Versnijden ?

    Maar de vishandelaar kan de oesters voor jou wel openmaken alhoewel daar een kleine vergoeding voor gevraagd word. Zorg er wel voor dat de oesters hoogstens één uur op voorhand opengemaakt zijn vooral als ze moeten dienen om rauw op te dienen. Hou ze ook koel...

    De platte Zeeuwse oesters worden per zes opgediend op fijn geklopt ijs, versierd met een takje zeewier en een halve kunstig uitgesneden halve citroen. Hierbij worden speciale boterhammetjes geserveerd bestaande uit een bruine en een witte boterham tegen mekaar “geplakt” met boter. Men gebruikt casinobrood waarvan de korsten zijn afgesneden.

    De Zeeuwse platte oesters worden aangeduid met nullen, waarbij de kleinste één nul hebben en de grootste vijf nullen. Zelfs zes nullen. Les impériales de Zélande worden deze laatste in aristocratisch Frans genoemd. Die zelfde verpleegster van hierboven vindt die grote oesters maar niets. Die doen haar aan placenta’s denken...! Voor deze uitspraak ben ik dan weer niet verantwoordelijk !!!

    De kleine Franse oesters van Marennes Oléron kunnen op dezelfde manier opgediend worden.

    De ideale begeleider als drank is champagne maar een gewoon fris wijntje uit de Loirestreek of een Spaanse cava zullen het ook wel doen.

    Ergens op het internet vond ik volgende verklaring van het Franse woord huître voor oester :

    Het oesterseizoen van de platte oesters loopt van september tot april: in de maanden met de ‘r’. Het Franse woord ‘huître’ stamt hiervan af. Het zijn totaal acht maanden met een ‘r’: huit ‘r’, letterlijk vertaald acht ‘r’-en. In de paaitijd, van mei tot en met augustus zijn er geen platte oesters verkrijgbaar. Zeeuwse oesters zijn wel gedurende het hele jaar te koop.

    ( Ik geloof er geen barst van....!)

    Voor de warme bereidingen moeten de oesters ook opengemaakt worden natuurlijk. Ooit heb ik eens een trucje toegepast. Ik moest veel oesters openmaken voor een warme bereiding en mijn handen stonden reeds vol blaren en toen heb ik de oesters op een klein schaaltje, vier per vier in een hete oven gestopt. Ze gingen allemaal open maar er komt een niet erg appetijtelijke geur bij vrij. De oester kan je er dan zo uitwippen en ze is reeds gedeeltelijk gaar. Ik propageer deze methode niet als de ideale manier maar het valt te overwegen.

    Dus toch maar de oester met het mes openmaken en nu mag de oester in een kommetje opgevangen worden samen met het vocht uit de schelp.

    De diepe schelp zelf gaat richting gootsteen waar ze eerst grondig schoon gemaakt wordt maar zonder zeep of detergent te gebruiken... Nadien, zo een schuimende saus, dat is misschien toch een idee.. de platte schelp gaat in de vuilnisbak.

    Als alle oesters opengemaakt en uit de schelp verwijderd zijn gaan we ze even opwarmen in hun natuurlijk vocht. Eventueel mag er een scheut witte wijn bijgevoegd worden. Het kookvocht mag zelfs niet koken, hoogstens zo wat schuimig worden. De oester zal nu beginnen samentrekken en wat model krijgen.... Faire raidir noemt men dit proces in het Frans. Doen opstijven...!

    Vis de oesters er uit, liefst één per één, zo kunnen nog kleine stukjes schelp verwijderd worden. Het kookvocht moet nu gezeefd worden door een fijne zeef.

    Met dit kookvocht gaan we straks een sausje maken.

    De schelpen zijn netjes zuiver gemaakt en daarin leggen we nu op de bodem een laagje van één of ander .... Traditioneel, en dat is nooit geen slechte keuze, wordt er spinazie gebruikt of zuring of brunoise of julienne van diverse groenten.... een koffielepeltje per oesterschelp.
    Men moet zich hierbij allemaal niet te veel zorgen maken. Alles is uiteindelijk mogelijk. Gestoofde sjalotten met wat tomaat, ham, een groentepuree, venkel, je eigen fantasie is de limiet...!

    Zorg wel voor dat dit garnituur op smaak gebracht is.

    Leg hierop een gepocheerde oester, want zo heten die verwarmde oesters nu.

    Voor de saus zetten we een schaaltje half opgeklopte room klaar een beetje “beurre manié”, dat is half boter half bloem goed dooreen gekneed, zelfs van die moderne allesbinder mag ook.

    Zet ook wat klontjes koude boter klaar, zoveel als de cholesterol kan verdragen. Als er geen probleem is met deze cholesterol, doe er dan ook nog een eierdooiertje bij...

    De fles witte wijn binnen handbereik houden en nu kunnen we beginnen want het zal snel gaan.

    Breng dat oestervocht aan de kook met nog wat witte wijn. Bind dit vocht met het gekozen bindmiddel. De saus mag niet te dik zijn, zowat soepdikte... In de luxe restaurants laat men dit vocht inkoken tot er bijna niets van overblijft. Zonder binding.

    Klop nu de klontjes boter door de saus maar zorg er voor dat ze niet meer aan de kook komt.

    Nu de half opgeklopte room er beetje per beetje bij doen en proef. Normaal zal de saus nu reeds goed zijn, misschien wat peper want het pocheervocht van de oesters is redelijk zout, tot zeer zout

    Verwarm de saus tot ze mooi bindt. Mocht ze te dik zijn voeg dan wat witte wijn toe. Meng de eierdooier met wat room en roer deze ook nog door de saus indien gewenst. Voor wie niet gewoon is om sausen te verwerken met dooiers kan dit laatste misschien beter achterwege gelaten worden.

    Overgiet de oester op haar bedje van .... met een eetlepel van de saus. Zorg eerst dat alle saus verdeeld is en daarna kan desgewenst nog een beetje kaas op de oester gestrooid worden.

    Let wel zo een kaaskorstje verknalt een beetje de smaak van de onderliggende ingrediënten.

    Nu rest ons, jullie dus, om de oesters in een gloeiend hete oven te stoppen tot ze een mooi bruin korstje krijgen. Onder een gril gaat dit natuurlijk ook zeer goed. Serveer ze ook weer per zes als het een voorgerecht betreft of één per één als ze moeten dienen als aperitiefhapje...

    Dergelijke bereidingen zijn goed om de oesterhaters over de meet te trekken. Een gepocheerde oester heeft een totaal andere smaak dan een rauwe... Zo ook de mosselen, iedereen, of toch bijna iedereen lust gekookte mosselen maar vraag eens wie rauwe mosselen lust ? Het enthousiasme daalt dan pijlsnel....

    Andere mogelijkheden zijn de “Angels on horseback” en rauwe oesters met hete worstjes.

    De rauwe oesters met worstjes is een specialiteit van de stad Bordeaux. Ze gebruiken er de oesters van Arcachon voor en men eet een hap warme gegrilde worst na elke oester.

    Hiervoor gewone Franse varkensvleesworstjes gebruiken. Hier bij ons misschien te vervangen door “chipolata’s”, dunne worstjes dus.

    Dit is bistro kost, dus een glas gewone witte wijn er bij en alles komt in orde.

    Een laatste gerechtje : de Angels on horseback....

    Dit is een gewoonte uit de jaren 1900, toen serveerde men na de maaltijd ( die toen uit ongeveer zeventien gangen bestond ) nog enkele hapjes “om de gaatjes te vullen” : de “savories”...

    Zo een “engeltje op een paardje” is niets anders dan een gepocheerde oester omwikkeld met een zeer dun reepje spek en gegrild. Nadien worden ze licht bestoven met wat cayennepeper. Kwestie van nadien nog wat extra te kunnen drinken !

    Normaal worden ze individueel, één per één op een toastje geserveerd.

    Maar.... Het is natuurlijk mogelijk om zo een zestal oesters op een spiesje te steken en te serveren als klein voorgerechtje. Ik zou ze dan wel klaarmaken zonder de cayennepeper.

    Nog een zacht sausje er bij zoals, een blanke botersaus of een Hollandse saus of een saus op mayonaisebasis en enkele blaadjes groenvoer om het bordje te versieren...

    Als stevig aperitiefhapje is dit gerechtje ook geschikt. Of geef er slechts drie, waarom niet?

    Noem ze “tapa’s” dat is zeer in de mode...

    27-12-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (2)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (36 Stemmen)
    Categorie:Schelpdieren
    22-12-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vlees braden
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    De volgende dagen zullen er weer diverse stukken vlees in de oven gestopt worden in de hoop dat ze er mooi gebraden zullen uitkomen.

    In veel recepten wordt de omschrijving van vlees braden zo aangegeven : braad het vlees tot het mooi rosé is....

    Laat ons wat meer kennis opdoen over braden.

    Er bestaan een drietal manieren om vlees te braden. Meestal wordt er spontaan gedacht aan braden in de oven maar er bestaan nog twee andere mogelijkheden, zijnde braden aan het spit en braden in een gesloten pot.

    Het braden aan het spit was lang de enige methode die gebruikt werd tot in de negentiende eeuw om de eenvoudige reden dat ovens toen zeldzame attributen waren. Men kende wel bakkersovens maar meestal was er per dorp slechts één bakker dus ook maar één oven.

    Dit braden aan het spit gebeurde in de open haard of in een speciaal ingericht ruimte in de keuken waar een grote schouw was gebouwd om de damp en rook af te voeren.

    Braden aan het spit is nu herleid tot activiteiten voor slagers of marktkramers. Waarschijnlijk zijn kippen en soms eens een verdwaalde kwartel de enige beestjes die nog aan het spit gebraden worden.

    Ook is in sommige ovens nog een installatie gebouwd om te braden aan het spit.

    De meest primitieve vorm om te braden aan het spit bestaat er uit om het te braden vlees voor een open vuur te laten draaien om zijn as. Onder het braadstuk wordt een opvangbakje gezet, de lèchefrite in ’t Frans. De sappen die daar in opgevangen worden kunnen later gebruikt worden om er een saus van te bereiden maar ook wordt het vet dat hier in lekt gebruikt om regelmatig over het vlees te scheppen.

    Meestal denken we bij een spit aan een horizontale constructie maar er bestaan ook verticale spitten. Het laten draaien van het spit kan zowel gebeuren met een mechanisch systeem met een veer of gewichten maar ook door handenarbeid, of elektrisch, zelfs met batterijen of zoals in de middeleeuwen, door kleine jongetjes die aan het spit draaien terwijl hun gezicht beschermd werd met een houten masker, tegen de hitte van het vuur. Bij een ander methode werd er een hond in een loopwiel gezet.... ( Allez, Blacky nog een half uurtje dan krijg je de kop van ‘t konijn... ! )

    Nu nog wordt braden aan het spit aanzien als de beste methode om te braden. Een mooi smakelijk krokante korst rond het vlees is het resultaat, zeker als het braadstuk regelmatig overgoten werd met de jus of gesmolten boter. De mooie korst ontstaat omdat het vlees braadt in open lucht. In een oven heerst steeds een vochtige atmosfeer.

    Nadelen zijn het ontbreken van veel jus, alle sap blijft in het vlees. Ook is het is vrij omslachtig om een braadstuk goed vast te maken aan het spit. Braden aan het spit vergt ook een permanente controle. De graad van gaarheid van het vlees in ook moeilijker te controleren. Braadspitten met thermostaten zijn zeldzaamheden. Over deze graad van gaarheid zullen we het later nog hebben.

    Later werd er een andere braadmethode ontwikkeld : het braden in de pot. In het Frans “poêller” genoemd omdat bij deze manier het vlees op het fornuis - la poêlle - wordt gebraden. Daarvoor moest de “stoof” eerst nog uitgevonden worden...!

    Deze methode wordt nu nog veel gebruikt in huishoudelijke middens maar ook in restaurantwerk. Daar wordt het dan “en casserole” of “en cocotte” genoemd.

    Men gebruikt liefst een zware gietijzeren kasserol met deksel, het vlees wordt eerst gekleurd in een beetje vetstof in deze kasserol. Er wordt een in stukken gesneden wortel, wat ui en een kruidenbosje aan toegevoegd en een kleine hoeveelheid vocht onder de vorm van water, bouillon, wijn, of nog wat anders... Het deksel goed op de pot houden en als bijna alle vocht verdampt is worden er weer enkele eetlepels vocht bijgevoegd.

    Het vlees moet ook regelmatig omgedraaid worden, let daarbij wel op om niet te diep in het vlees te prikken, al het sap zal anders weglopen.... De saus ontwikkelt zich bijna vanzelf. Kwestie van goed te controleren of de jus niet te ver inkookt en aldus verbrandt en er ook voor op te letten dat het vlees niet in de saus ligt te koken. Dus er is weer enige ervaring en kennis nodig.

    In de huishoudelijke Franse keuken wordt dit procédé dikwijls toegepast in een snelkookpan. Ik sta hier een beetje huiverig tegenover. Er is geen enkele controle mogelijk terwijl het vlees in die hermetisch gesloten pan zit.... dus te lang braden, verbranden en alle andere doemscenario’s zijn niet uitgesloten...

    Tijdens het braden kunnen reeds allerhande garnituren toegevoegd worden. Liefst harde groenten zoals, wortelen, zilveruitjes, kastanjes, knolselder, spruitjes, zelfs kleine aardappeltjes die eerst even geblancheerd werden. (Pommes cocotte)

    Als het vlees voldoende gebraden is, wordt het uit de pot gehaald, warm gehouden in een oven (als die er al is), onder een zuivere doek of aluminiumfolie of gewoon in een andere voorverwarmde pot.

    Nu maken we de saus af. Daarvoor moet alle jus die zich in de pot bevindt ingekookt worden tot alle vocht er uit is. Doe dit op een hevig vuur. De vleessappen beginnen te karameliseren en worden bruin en de vetstoffen komen apart bovendrijven. Dit vet kan nu weggegoten worden. De donkere jus op de bodem van de pot wordt nu “geblust” met een vocht naar keuze, water, fond, wijn, room, bier, enz... Nog even door een zeef gieten.

    De saus even laten doorkoken, proeven en binden met een bindmiddel naar keuze.

    We hebben nu vlees dat warm ergens ligt te wachten, jus en zelfs het begeleidend garnituur is misschien reeds klaar.

    Nu rest er ons nog het bijna “klassieke” systeem om vlees te braden in de oven. Alhoewel “klassiek” eigenlijk het braden aan het spit is !

    Om te braden in de oven wordt het vlees eerst en vooral aangekleurd in een braadpan boven op het vuur.

    Het vlees mag ook nu reeds gekruid worden met peper en zout. Sommigen blijven volhouden dat dit kruiden, nu, sap uit het vlees zou doen lopen maar primo, we verlangen toch een braadjus, of niet soms? Ten tweede deze fabel is reeds lang achterhaald.

    Nu het braadstuk over leggen in een braadslede die juist voldoende groot is om het vlees te bevatten.

    Nu nog de temperatuur van de oven... Steeds een probleem.... er zijn daar reeds bladzijden over vol geschreven en niemand raakt er ooit uit.

    Bedenk eens even dat onze (over)grootmoeders in de jaren 1900 nog nooit van een thermostaat gehoord hadden en toch lukten zij er in om een meer dan behoorlijk stukje gebraad op tafel te zetten.

    De temperatuur in een oven staat in functie van de tijd. Als er een lage temperatuur in de oven heerst is er een lange braadtijd nodig , als de oven zeer heet is zal het braadproces sneller verlopen. Er zijn extremen natuurlijk. Een oven van 300 graden celsius zal uiteraard het vlees doen verbranden en bij een te lage temperatuur zal de braadtijd zeer lang kunnen duren. Dit laatste wordt nu als “high tech” ervaren, om vlees te braden bij lage temperatuur....( Lees hier )

    Om het kort te houden: een reële temperatuur van 180°C is een goede temperatuur. Er zijn auteurs die spreken over 220 en 240°C... ! Er is geen enkele huishoudelijke oven die dergelijke temperatuur bereikt !!!!

    ( Nu niet beginnen reageren dat “mijn” oven dat wel kan, controleer dat eerst even....)

    Nu moeten we ook nog een onderscheid maken tussen wit vlees ( gevogelte) en rood vlees.

    Rood vlees wordt bijna nooit doorbraden, het moet rood of rosé blijven. Wit vlees moet steeds doorbakken zijn of toch bijna.

    Ook werd er vroeger,en zelfs nu nog, aangehaald dat varkenvlees steeds volledig moet doorbakken worden. Varkenvlees zou “trichines” bevatten, eitjes van een vieze worm. Bij het doorbakken worden deze eitjes gedood, bien cuit, als het ware... de laatste trichine werd in België gesignaleerd in de jaren zestig van vorige eeuw !

    Goed, het stuk(je) vlees ligt mooi aangekleurd in een mooi braadsleetje en nu stoppen we het in de oven.

    Hoelang ?

    Wie weet dat ?!

    Er zij veel boeken die aangeven van zoveel minuten per kilo vlees enz.... Allemaal gissingen!

    Een stuk vlees in de vorm van een voetbal, of hetzelfde vlees, zelfde gewicht, in en vorm van een slanke balk heeft toch duidelijk een andere braadtijd nodig.... de voetbal zal het langste in de oven moeten verblijven.

    Er is een regel die zegt - maar ook deze regel is onbetrouwbaar- dat de warmte in het vlees doordringt aan een tempo van 1 millimeter per minuut. Dus na tien minuten braden zou de warmte 1 centimeter diep zijn ingetrokken. Let wel dit langs alle zijden. Dus een stuk van drie centimeter dikte zal dan boven en onderaan voor één centimeter doorbraden zijn en binnenin nog voor één centimeter rood zijn. De temperatuur van de oven heeft daar niet zo veel invloed op. Vlees is een zeer slechte warmtegeleider.

    Er kan ook gebruik gemaakt worden van een vleesthermometer. Die meet de kerntemperatuur maar die prikt telkenmale een gaatje in je mooie vlees, en waar loopt het sap naartoe ???

    Een andere methode is voelen door een vingerdruk op het vlees te geven. Als men niet weet wat er moet gevoeld worden dan geraakt men daar ook niet veel verder mee natuurlijk....

    Als het vlees keihard aanvoelt, dan is het veel te ver gebraden en als het nog een beetje wiebelt dan is het vermoedelijk nog rauw...

    Er bestaat een trucje : zet je wijsvinger tegen je duim, vorm een “O” als het ware. Voel nu met de andere hand aan de muis van je duim... Die voelt nu nog zeer soepel aan.

    Zet de middelvinger tegen je duim, dat voelt al een beetje harder, niet ? Uiteindelijk de pink en dat voelt zeer hard aan.....

    Dit moet overeen komen met de verschillende stadia van de braadwijzen:

    Wijsvinger : bleu.... zeer rood

    Middelvinger : saignant .... rood

    Ringvinger : à point of medium… gebakken zoals het hoort ???

    Pink : bien cuit ofte schoenzool. Volledig doorbakken. Een nachtmerrie voor elke kok.

    Dan bestaat er nog een vijfde niet officiële braadwijze : carbonisée : donkerzwart, lichtjes rokend...

    Toch is er geen betere leerschool dan “ het te doen” maar niet iedereen heeft daar de kans toe.

    Ook bij het braden van vlees in de oven, niet om de haverklap in het vlees prikken om het te draaien.

    Want een stuk bradend vlees mag inderdaad regelmatig omgedraaid worden en/of overgoten worden met zijn braadsappen. Toch laat elke prik, jus wegvloeien en het vlees zal daardoor uitdrogen. Dus niet te veel draaien of doe het zeer voorzichtig zonder prikken.

    Om te controleren of gevogelte gaar is kan men ofwel in de bout prikken, juist daar waar de plooi zit tussen onderbout en bovenbout. Als daar heldere sappen uitvloeien, dan is het gevogelte gaar. Als het sap nog rood of roze is, dan mag het beestje nog wat langer in de oven blijven. De sappen uit het gevogelte laten vloeien boven een wit bord geeft ook een goede indicatie, sap rood : gevogelte is nog niet gaar. Sap helder : beest is gaar!

    Let wel dit lukt niet bij diepvriesgevogelte.

    De tijd dat kip “van het been moet vallen” is gelukkig ook voorbij.

    Nu willen we ook nog braadjus hebben !

    Daarvoor doen we een beetje fijngesneden wortel en ui bij het vlees in de oven plus een klein kruidenbosje bestaande uit tijm, laurier en wat peterseliesteeltjes. Dit doen we bij het begin van het braadproces. Als het stuk vlees zo groot is dat het langer dan ongeveer een half uur in de oven moet, dan voegen we de groenten wat later toe zodat de totale tijd voor de groenten rond de twintig minuten ligt. Roer daar ook af en toe in zodat ze niet verbranden.

    Als het vlees voldoende gebraden is wordt dit ook weer een tijdje warm gehouden, zoals hierboven beschreven bij het braden in de pot. De braadslede komt boven op een zacht vuurtje en nu gaan we de braadsappen met de groenten laten inkoken tot de jus karameliseert.

    Het vet komt weer bovendrijven en dit kunnen we weggieten. ( Doe dit niet in een plastic kommetje...) De braadslede blussen met water, fond of wijn of een andere vloeistof en laat dit geheel nu minstens enkele minuten koken. Op smaak brengen met peper en zout en door een zeef steken. Binden indien gewenst binden met een koordje of met aardappelzetmeel. Patatenbloem zegde ons moeder. Aardappelzetmeel geeft een mooie glanzende saus, maïzena geeft een doffe saus. In de haute cuisine klopt men daar nog enkele klontjes verse boter door om de saus te doen glanzen. Alzo bekomen we een heerlijk “sju”...!

    Mocht je het vlees willen gebruiken voor koude bereidingen, gooi die braadjus dan niet weg maar bewaar ze in de diepvriezer voor later gebruik om er bruine sausen mee te verbeteren.

    Voor diegenen die een flard gehoord hebben over ziekte... Ik ben nog steeds “alive and kicking” zij het dat daar een handvol dokters aan te pas gekomen is en een karrevracht pillen die ik nog allemaal moet consumeren... en ’t zijn geen lekkere...

    22-12-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (2)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (35 Stemmen)
    Categorie:Vlees divers
    14-12-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Grand veneur
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Via mijn website zie ik vele vragen binnenkomen over “Grand veneursaus”....

    Het is een beetje logisch, kerstmis en Nieuwjaar zijn in aantocht en iedereen is nu op zoek naar recepten...

    Dus laat ons wat mijmeren over Grand Veneur saus.

    Voor de echt onwetenden: dit is een saus voor wild, voor groot wild ! ( Zoals olifanten , tijgers en krokodillen...)

    Dit is niet waar natuurlijk, wel voor reebokjes, hertjes, everzwijntjes en andere schattige diertjes die door de boze jagers gepakt worden. Wie niet weg is, is gezien en de meeste van die schatjes zitten reeds in de diepvriezer voor de komende grote consumptie...

    De grand veneur was een chef jager ten tijde van de Franse koningen. Hij had het gezag over een meute van minstens honderd honden. De grote jager dus !

    Soms wordt er ook wel eens een allusie gemaakt op het goddelijk opperwezen dat beschikking heeft over leven en dood....

    Le Grand veneur, en het woord venaison staan in verband met mekaar ! Dit is allemaal moeilijke theorie, nu spreekt men over een chasseur....

    Un chasseur, sachant chasser sans chien de chasse est un bon chasseur...

    Zeg dit drie keer na mekaar en dan beginnen we aan de saus.

    Eerst en vooral moeten we een wildfond hebben.

    Die kan je kopen, van een vrij gekend merk, in de winkels aan de prijs van goud.

    Een goede wildfond maak je zelf !

    Trouwens, als je ergens een reebout of wat dan ook koopt, jaagt of krijgt, dan bestaat de mogelijkheid om aan wildafval te geraken.

    Met dit wildafval gaan we een bruine wildfond bereiden.

    Op verscheidene plaatsen in mijn blogs heb ik al vele keren uitgelegd hoe zo een soort bruine fond gemaakt wordt maar ‘k zal het nog maar eens herhalen.

    Dus eerst en vooral, afval van wild zien te bemachtigen, ribben, stukken uit de ruggengraat, beenderen, vliezen, afsnijdsels van vlees en buikstukken...enz.... enzovoorts betekent dit !

    Vraag maar aan de leverancier. Als je echt te weinig hebt om er iets behoorlijk van te maken, stop er dan enkele kalfsbeenderen bij.

    Deze beenderen gaan nu in een hete oven, in een braadslede, zonder vetstof. Thermostaat : maximum !

    Na een tijdje gaan de beenderen kleuren en nu scheppen we die regelmatig om tot de hele massa mooi aan het kleuren gaat.

    Nu snijden we enkele uien en wortelen in grove stukken en voegen die bij de beenderen, een schepje tomatenpuree erbij en het geheel nog even verder laten bakken.

    Als de beendertjes mooi gekleurd zijn scheppen we ze over in een behoorlijk grote ketel en gieten er zoveel water over tot alles netjes onder staat.

    Breng het geheel aan de kook en als het kookt moet je op één of andere manier er voor zorgen dat het kookproces zo traag mogelijk verloopt, juist lichtjes pruttelen is meer dan voldoende.

    Terwijl voegen we ook nog toe: tijm, laurier, een greepje jeneverbessen en evenveel zwarte peperbollen, enkele knoflookteentjes, een selderijstengeltje en offer er ook nog maar een flesje rode wijn aan op. ( Als één van die zaken nu niet in voorraad is in de schapraai, laat het dan zo. Dit kan later nog gecorrigeerd worden als het echt nodig is! )

    Als we deze fond, deze wildfond, nu enkele uren laten trekken krijgen we een pracht van een product waar geen enkele potje of flesje of blokje kan aan tippen.

    De fond doorzeven en de fond nu nog ontvetten, doe dit door hem te laten afkoelen dan kan de vetlaag er zo afgehaald worden maar een wildfond bevat bijna geen vet !!! Dat is een product van wilde dieren en die hebben geen tijd gehad om een vetlaag op te bouwen, die liggen niet naar de TV te kijken en chips te eten om over bier maar te zwijgen...

    Bewaar de fond in de diepvriezer of in de koelkast blijft hij ook wel enkele dagen goed.

    Maar... wacht even, we gaan er een saus van maken...

    Dit kan gelijk wanneer gedaan worden maar als de fond ingevroren wordt moet hij ook weer ontvroren worden, dus we kunnen best verder doen.

    Stap twee: we nemen weer een ui en een wortel, enkele zelfs, fruiten die wat aan in weinig vetstof, strooien er een weinig bloem over en laten het geheel een kleurtje krijgen.

    Doe de fond er bij en breng aan de kook, nog een kliekje rode wijn, wat peper en zout want zout zat er nog niet in, misschien wat extra tomatenpuree maar maak er geen tomatensaus van.

    Enfin nu zijn we een echte typische bruine saus van de jaren 1850 aan het maken maar antiek kan mooi zijn ! Wat je nu ook zeker en vast moet doen, dat is af en toe eens proeven !

    In geen enkele recept staat ook maar ergens vermeld dat je van je gerecht moet proeven alhoewel dit het belangrijkste is van alles...!

    Nog een snuifje van dit en een snufje van dat en zo komen we tot een prachtige saus....

    Maar... nu hebben we hetgeen men in vakterminologie noemt : een poivradesaus gemaakt...door klungelaars wel eens vertaald tot pepersaus! ( God vergeve hun zonden maar zij sturen zo veel in de war door hun onwetendheid en publiceren hun geklooi dan ook nog op het internet !!!!!! )

    Nu zijn we er bijna.....

    De reebout zeg maar, is aan het braden of het filetje van dat hertje en nu komt de saus.

    Nu dus de nodige hoeveelheid poivradesaus opwarmen, stevig laten doorkoken als het moet en nu kunnen we in een oogwenk twee, zelfs drie sausen maken met één en dezelfde basis.

    Als we de saus gewoon afwerken met een scheut goede room en even laten inkoken krijgen we een : sauce Diane. Dianasaus ? Diana was de godin van de jacht bij de Romeinen.

    Als we aan die Dianasaus nu ook nog en scheutje cognac en rode bessengelei toevoegen om de saus wat zoeter te maken dan hebben we de fameuze Grand Veneursaus !

    Als de twee sausjes tegelijkertijd over een stuk wild uitgegoten worden, een hazenrug bijvoorbeeld, dan spreken we over een : Harlekijnsaus.....

    Zo simpel is dat allemaal.

    Nog een opmerking: de braadjus van het vlees gaan we toch niet een de kat opvoeren dacht ik ? Die wordt “gedeglaceerd” met wat marinade van het vlees, als het al gemarineerd was, of met water of wat wijn, als het maar vloeistof is. Deze jus moet verplicht bij de saus.

    Zorg er ook voor dat de saus niet te papperig is, dat is zou een slecht punt zijn... Mooi donkerbruin, bleker bruin als er room in zit.... maar vloeibaar, geen pap zoals zoveel gedaan wordt.

    Om even duidelijker te zijn : die rode bessen confituur die hier bedoeld wordt is de gewone aalbessengelei... Zelf gemaakt...altijd stukken beter dan die gekochte brol..!

    Nog een laatste, als de saus afgewerkt word met krieken spreken we over een : sauce Badoise.

    Afkomstig van de stad Baden-Baden in Duitsland, destijds en misschien nu nog, een wereldberoemd kuuroord. Hoe men zich verse krieken kan verschaffen tijdens het wildseizoen weet ik ook niet. Alhoewel, in de jaren achttienhonderd en zoveel, toen kon men jagen zoveel men wou.

    Mocht je het nu willen doen, gebruik dan niet al te zoete krieken uit een bokaal of wie weet uit eigen tuin ...en dan bewaard in de diepvriezer...

    Nog iets, heel dikwijls wordt wild gemarineerd. De marinade kan in de saus verwerkt worden maar laat ze daarna wel lang genoeg doorkoken want marinade durft de saus wel eens zuur maken.

    Nu gaan we met de kindjes nog even naar de kerstfilm, naar Bambi bijvoorbeeld en dan is alle succes verzekerd...

    14-12-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (1)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (66 Stemmen)
    Categorie:Wild
    08-12-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Nog foie gras
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Aan het deels vrolijke en deels triestige leven van de eendjes of gansjes is nu een einde gekomen. We gaan hun lever verwerken tot de gegeerde specialiteit : foie gras.

    Om thuis de lever te verwerken zijn er een paar mogelijkheden, sommige moeilijk, sommige gemakkelijk.

    Eerst en vooral over de kwaliteit van de lever. Je zal de lever moeten aankopen bij een handelaar, meestal de poelier. Ook supermarkten bieden af en toe eens hele levers aan, vacuüm verpakt

    Over de soorten patés kan ik kort zijn. Praat met de poelier....

    Zelf paté maken is ook een mogelijkheid maar dat is echt niet zo simpel als men wel eens wil laten doorschemeren. Alle modern gemaakte patés komen uit een soort labo met zeer ingewikkelde en dure machines...

    Het probleem is steeds hetzelfde : vetverlies. De moderne technieken hebben daar oplossingen voor gevonden maar die zijn thuis onmogelijk te realiseren.

    Dus voor mij is het reeds gemakkelijk, we gaan het hier niet hebben over paté maken !

    Wat kunnen we dan wel doen?

    De lever bakken...

    Er een “mi-cuit” van maken...

    Een mousse maken van de restjes.

    Een “crème brulée”

    Een espuma

    In zout !

    Om de lever te bakken zorg dan vooral voor een zeer goede kwaliteit.... Hoe herken je die ?

    Betrouw op de verkoper. Kijk diep in zijn ogen ... ! Koop geen lever die ingevoerd is uit Bulgarije, Roemenië of dergelijke. Daar wordt gekweekt op kwantiteit en zeker niet op kwaliteit....

    Er is Belgisch fabricaat, Upignac bijvoorbeeld maar er zijn ook lokale kwekers.... Vooral in Wallonië.

    Als je de lever wil bakken zorg er dan voor dat je te veel koopt. In de recepten wordt wel geschreven : ongeveer 100 gram per persoon.... Maar ...! Uit een lever komen niet allemaal mooie plakken! Koop ook zo klein mogelijke levers, die zullen niet overvet zijn... ( hopelijk )

    Als hij verkrijgbaar is, neem dan ganzenlever. Die verliest veel minder vet dan eendenlever maar is een ietsje korrelig op de tong. Eendenlever is sterker van smaak en is gemakkelijker verkrijgbaar en minder duur.

    Koop ook lever die zo vers mogelijk is. Natuurlijk als gewone klant heb je daar weinig controle over maar je kan het maar proberen.

    In mijn keuken in Frankrijk organiseer ik het zo: op dinsdag en vrijdag wordt er geslacht. Dan telefoneer ik even de dag voordien en bestel enkele levers. De kweker weet dat de lever moet dienen om te bakken en legt ze dan zelfs niet in de koelkast. ’s Anderendaags ‘s middags haal ik de levers dan, verdeel ze onmiddellijk in plakken en dan lukt het telkenmale. Nul of toch bijna geen vetverlies. Dit is natuurlijk een scenario waar slechts weinigen toegang toe hebben.

    Zo een lever heeft twee lobben, een grote een kleinere. Laat de lver zeker eerst op keukentemperatuur komen. Trek de lobben voorzichtig uit mekaar, er zullen dan enkele adertjes vrij komen. Die zijn niet bruikbaar. Maar ze moeten ook niet onmiddellijk weg gegooid worden, leg ze even opzij...

    Snij dan met een lang scherp mes de lever in plakken van ongeveer één centimeter dikte. Leg deze dan tussen folie. Ze kunnen nu reeds gekruid worden met peper en zout . Net voor het bakken kunnen ze best even door bloem gewenteld worden maar zeker niet te veel bloem gebruiken. Het overtollige er terug afschudden.

    Goed, alle overschotjes van de lever zetten we even opzij, in de koelkast, dit keer en we gaan ons eerst toeleggen op een geschikt “garnituur” om bij de plakken lever te serveren.

    Het eenvoudigste en meest toegepaste bestaat er uit om één of andere vrucht te geven bij de foie gras.

    Appel bijvoorbeeld, maar ook perzik of nectarine, peren of vijgen, zelfs zoete geglaceerde raapjes. In de lente kan rabarber geven worden.

    Deze vruchten gaan we eerst voorbereiden door ze gaar te maken in de oven of gewoon in een braadpan met boter en een beetje suiker.... Een appel in mooie partjes snijden en zachtjes bakken in boter met een snufje suiker, dat is alles, meer moet dat niet zijn.

    Zet alles om een sausje klaar te maken binnen handbereik want het zal nu razendsnel gaan.

    Een geparfumeerde azijn, zoals frambozenazijn of balsamico, een beetje bruine saus ( straks of later meer daarover ), een scheutje porto, peper en zout , dat is perfect !

    De vruchten zijn warm, de borden zijn warm, heet zelfs... Alle potjes en flesjes staan klaar. Zorg nu nog voor een assistent als het kan !

    Verhit een anti-kleefpan zonder vetstof.... leg de plakken lever er in , bid één Weesgegroetje of reciteer een korte mantra en draai de plakken om.... In verschillende recepten zal je vinden om de plakken te bakken gedurende één minuut aan weerszijden....laat mij toch niet lachen !!! Dat zijn schrijvers die het nog nooit gedaan hebben ( lever gebakken) of die het weer maar eens van iemand anders afgeschreven hebben. Dus zeer kort en snel werken of je krijgt een pan vol vet !

    Leg de gebakken plakken lever nu op de hete borden.

    Indien er zich toch vet afgescheiden heeft giet dit dan weg in een kommetje maar begin niet met de pan uit te schrapen... Blus deze pan met een scheutje azijn, wat bruine saus en leng aan met port of een andere zoete wijn. De assistent kan ondertussen de vruchtjes mooi op het bord schikken. Vraag nu niet hoeveel azijn, wijn, en andere toestanden...leer proeven....!

    Koken doet men niet met zoveel gram, zoveel lepeltjes, zoveel korrels geplette peper zoals ik al eens ergens gelezen heb...

    Zulke gerechten als dit, ga je ook niet leren maken net voor de gasten aan tafel zitten. Keuken is ook: er mee bezig zijn.... en niet eens één keer iets vreselijks ingewikkelds klaarmaken waar dan toch niets van terecht komt.

    Dus sneetje lever, vruchtje en een lepeltje saus. Verdere versiering laat ik aan ieders eigen fantasie over.

    Hierbij wordt steevast een zoete witte wijn geschonken zoals een Montbazillac of voor de kapitaalkrachtigen een Sauternes. Ook een weelderige Elzasser wijn doet het prima.

    Een ander prima methode om de dure lever te verwerken bestaat er in om deze te “verdrogen” in zout. Hierbij treedt nauwelijks verlies aan gewicht op ! Je moet er wel een viertal dagen op voorhand aan beginnen.

    Laat een lever op kamertemperatuur komen. Haal de lobben uit mekaar en verwijder zoveel mogelijk de adertjes die in de twee lobben zitten. Zit daar niet te veel aan te prutsen, als er af een toe eens een donker stukje ader in een plakje lever zit, daar gaat niemand dood van !

    Leg de twee lobben nu geschranst op mekaar, dus de dikke kant op de dunne en andersom.

    De kleine stukjes die bij het “ontaderen” zijn vrijgekomen leg je tussen de twee lobben.

    Kook een stukje textiel van dertig bij dertig centimeter in water zodat het pico bello zuiver is en rol de twee leverlobben daar zo vast mogelijk in. Draai met het doekje tot er een mooie worst ontstaan en bind een touwtje aan beide uiteinden. Nu hebben we een echte worst...

    Neem een rechthoekige terrine of patépot en leg een dikke laag grof zout op de bodem. Grof zout van Guérande bijvoorbeeld. Niet van dat geraffineerd wit zout...

    Leg ons sauciske er nu in en giet de rest van het zout over de worst. Stop deze pot nu in de koelkast en laat ze daar tot vierentwintig uur in staan... Af en toe de worst even omdraaien mag !

    Dus na vierentwintig uur halen we de worst uit het zout. Dit zout kan nadien nog gebruikt worden... en we laten de lever op keukentemperatuur komen.

    Het vodje dat we gebruikt hebben mag in de vuilnisbak en nu gaan we deze “leverworst” even door niet al te grof gemalen zwarte peper rollen. Zoek maar naar fijne steak peper, niet gemakkelijk te vinden maar als je hem niet vind, neem dan maar wat er voor handen is ! De peper door een zeefje passeren is ook een oplossing.

    Strooi een dun laagje peper op een plank en rol de worst er door, druk tegelijk een beetje zodat het worstje wat slanker wordt. Verpak deze nu stevig in plasticfolie.... Liefst in een dubbele laag en laat ze minstens een drietal dagen in de koelkast liggen.

    Om deze “foie gras au sel” op te dienen wordt ie in schijfjes van ongeveer een halve centimeter dikte gesneden en zo geserveerd. Met uiencompote, of ook weer met wat vruchten of een zoete wijngelei... Zelfs met een gewoon fris slaatje en enkele toastjes...

    Het voordeel bij deze bereiding is, dat er geen verlies is ! En.... de smaak is zuiver, puur !

    Van restjes foie gras kan er een “crème brulée” gemaakt worden.

    Een goed recept gaat als volgt :

    100 gram melk en 100 gram room. Eén ei en 100 gram restjes van rauwe lever. Peper en zout, een snuifje muskaatnoot en een scheutje cognac. Alles in een bekermixer fijnmaken en nadien doorzeven om de vliezen er uit te halen. Hier kunnen bijvoorbeeld de adertjes mee gemixt worden, zo gaat er niets verloren. Proef even, dat is nu reeds lekker...

    Giet deze vloeistof in kleine individuele vuurvaste kommetjes en maak ze gaar in een zeer zachte oven, in bain marie tot een naald of mespunt er droog uitkomt. Laat afkoelen! Net voor het opdienen strooien we wat bruine suiker, echt maar een stevig snuifje, over de potjes en we gaan de gasbrander bij de loodgieter halen. Met volle geweld wordt de suiker nu gesmolten, gekarameliseerd zelfs.... Niet doen in een oven met gril, dat duurt veel te lang en de crème zal opwarmen.. Een toefje gesneden bieslook kan het geheel afwerken.

    Ideaal om te geven bij het aperitief.

    Een andere oplossing voor restjes is een mousse !

    Bijvoorbeeld 100 gram resten, wel gaar, desnoods even opgebakken in een pannetje. Ook restjes van paté mogen er bij, wat peper en zout, port en/of cognac en alles fijn maken in een bekermixer of cutter. Als deze massa mooi fijn is er 100 gram half opgeklopte room onder spatelen en twee blaadjes geweekte gelatine. Deze gelatine eerst oplossen in een slokje kippenbouillon of dergelijke. Dit papje nogmaals door een fijne zeef wrijven met behulp van een rubberspatel en laten opstijven in de koelkast.

    Nadien op stukjes geroosterd brood spuiten bijvoorbeeld en versieren naar eigen goeddunken en vermogen.

    Om er een espuma van te maken, gewoon de dubbele hoeveelheid room gebruiken en stevig kruiden. In de siphon zetten en enkele uren koelen ...

    Over het maken van een “foie gras mi-cuit” kan ik het later wel eens hebben. Ook hier kunnen resten gebruikt worden en het voordeel is dat dergelijke halfconserven toch wel ettelijk weken goed blijven.

    Mochten er vragen zijn, mail dan maar.... Nu is er nog tijd genoeg om te beslissen wat er rond kerstmis kan gemaakt worden.

    08-12-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (2)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (25 Stemmen)
    Categorie:Foie gras
    01-12-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Foie gras
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het moest er wel eens van komen om toch ook eens wat over foie gras te schrijven. Het seizoen is in aantocht want vooral rond Kerstmis en Nieuwjaar wordt deze delicatesse vooral verbruikt. En de eindejaarsfeesten komen er razendsnel aan...

    Ganzenlever zeggen we ook wel. Maar dat is onjuist. Er bestaan twee soorten foie gras.

    Men zegt en schrijft ook wel dat het verschil niet al te groot is maar dat is er juist wel!

    Later wel wat meer daar over.

    Foie gras betekent letterlijk “vette lever”. De twee soorten zijn de lever van eend en de lever van gans. Vooraleer we over foie gras spreken moeten de dieren op een speciale manier gevoed worden zodat hun lever vervet.

    Er worden daar allerlei gruwelverhalen over verteld maar in de grond van de zaak valt het nog wel mee.

    Toevallig ken ik zo een eendenkweker vrij goed. Thierry Lambert en zijn vrouw Patricia.

    Hij heeft zelfs een website. Enkele jaren geleden heb ik er nog voor op de foto gestaan.

    Nu heeft hij alleen eenden en ganzen op de foto gezet.

    Hier te zien : http://site.voila.fr/lambertfoiegras

    ( De man zal zich nu rot schrikken als hij zijn gastenteller pijlsnel ziet stijgen voor allemaal bezoekers uit België !!! )

    Het kweken van eenden en ganzen bestaat uit een drietal fases :

    - Het kweken zelf.

    - Het vetmesten

    - De verwerking van de dieren.

    De eendjes worden aangevoerd in platte kartonnen dozen als ze een dag oud zijn.

    Schattige geel zwarte beestjes.

    Er wordt een speciale kruising voor gebruikt. Een kruising tussen de witte pekingeend en de barbarie-eend.

    De kwekers noemen ze : de mulard ( Zoiets als muildier...) De dieren kunnen zichzelf niet voortplanten want ze zijn steriel.

    Alleen de mannetjes worden gebruikt. Hun lever vervet sneller dan die van de vrouwtjes. Bij de mensen is dat dikwijls ook zo.

    De eerste levensmaanden van de diertjes verloopt in peis en vree. Zo mogen gewoon buiten rondlopen in de groene weiden en krijgen eten en drinken in overvloed tot ze de leeftijd van ongeveer vier maanden bereikt hebben.

    Voor ganzen duurt de aanloopperiode een ietsje langer. De eendjes wegen op dat ogenblik ongeveer vier kilo.

    Dan gaan ze naar de vetmest lokalen. Ze worden in groepen samen gezet in speciale kooien waar ze nog steeds kunnen rondlopen.

    En nu komt de forced-feed periode.

    Even wat uitleg hierbij.

    Er zijn drie vogels waarvan de lever kan vetgemest worden. De eend, de gans en de kraanvogel. Ook in de natuur komt dit fenomeen in de natuur voor, alleen...de dieren doen het dan uit zichzelf.

    Ze eten zich zodanig vol dat hun lever ervan vervet. Deze energiereserve wordt dan gebruikt om de zee te overvliegen waar ze geen mogelijkheid hebben om voedsel te vinden.

    Voor de foie gras wordt dit proces nagebootst. Een procédé dat de Romeinen reed kenden. De Romeinen voerden vijgen aan hun ganzen. Het Latijnse woord voor lever en vijg staat in verband met mekaar maar dat zou ons hier te ver voeren.

    De vogels worden geforceerd gevoerd totdat hun lever ongeveer tien keer zwaarder wordt dan oorspronkelijk. Bij een eend weegt die lever dan tot ongeveer zeshonderd gram en bij een gans kan hij het dubbele, dus twaalfhonderd gram bereiken.

    De eenden krijgen lichtjes gekookte maïs toegediend via een trechter die elektrisch bediend wordt. De kweker giet ongeveer vijfhonderd gram gekookte maïs in de trechter, klikt op het klepje en de maïs verdwijnt via een schroef zonder einde in de krop van de eend. Twee keer per dag worden de dieren zo gevoed.

    Thierry controleert nog even of de maïs wel op de goede plaats zit en dan is het volgende beest aan de beurt. Deze vetmestperiode duurt ongeveer drie weken. Bij de gans een beetje langer, vier weken. De dieren hebben dan ettelijk kilo maïs opgegeten.

    Er worden allerlei verhalen verteld over deze manier van voeden, dat de eenden zouden vastzitten in kooien en dat hun poten zouden vastgenageld zijn, enz.... Het hele vetmest proces is nu gereglementeerd door de Franse wetgever.

    Dan komt het onvermijdelijke: de sukkels worden geslacht.

    Dat proces ga ik hier niet beschrijven. Ik wil nog wat lezers over houden !

    De controle over de kwaliteit van de lever is iets dat door weinigen gekend is. Dat zal ik hier wel even uitleggen.

    Het probleem met eendenlever is het vetverlies bij de bereiding. Ganzenlever heeft daar veel minder last van. De smaak van de eendenlever is wel sterker en wordt daarom ook meer geapprecieerd. Ook omdat ie goedkoper is.

    Over prijzen gaan we het hier niet hebben , want die hangen van zoveel factoren af.

    Thierry slacht ongeveer een achttal eenden per keer. Uit elke lever haalt hij dan een klein staaltje met een holle boor en legt deze stukjes in een aluminium ijsblokjesbakje. Dit bakje gaat in een oven van honderd graden en dan controleert hij welke lever het meeste vet verloren heeft. Zo bepaalt hij de kwaliteit , of de lever zal gebruikt worden om vers gebruikt te worden, of hij mag dienen om tot “mi-cuit” verwerkt te worden of dat hij in de “paté Perigourdin” zal verwerkt worden. Het oog van de meester bepaalt hier wat voor wat zal dienen.

    Het eendenkarkas wordt volledig verwerkt tot onder andere de twee “magrets” die vacuüm verpakt worden en zo vers kunnen verkocht worden.

    Deze magrets worden soms ook gevuld met een stuk eendenlever. Het geheel wordt lichtjes gezouten en gedroogd. Deze “magret farci” is één van de lokale specialiteiten.

    De bouten worden verwerkt tot “confit”. Daarvoor worden ze lichtjes gezouten en daarna zeer zachtjes gekookt in eendenvet tot ze gaar zijn. Die worden nadien ingeblikt zodat ze vele jaren goed blijven. Ook de ellebogen, zo wordt dat genoemd, worden gekonfijt voorin de cassoulet. Al de resten worden nog eens verder verwerkt tot “grattons” of “rillettes”. Deze kunnen ook ingeblikt worden of vers verkocht worden in plastic bakjes op de lokale markten.

    Ook de beenderen, de ribbenkast, wordt verwerkt tot soep, de hals wordt gevuld met een soort bloedworst of een foie gras bereiding en deze wordt ingeblikt. Deze “cou farci” wordt een mooi hors d’oeuvre.

    Zelfs de pluimen werden verkocht , want nu loont het de moeite niet meer.

    De looppoten zijn voor de hond. Zo heeft dat beestje er ook wat aan.

    Volgende keer gaan we wat uitleg geven over de bereiding.

    Er zijn zeer gemakkelijke bereidingen die een zeer goed resultaat opleveren en er zijn bereidingen die zeer gemakkelijk lijken maar die rampzalig kunnen aflopen.

    Vooral de kwaliteit van de verse lever, het soort, gans of eend, geven allemaal andere resultaten.

    Nu reeds één goede raad. Koop nu nog geen foie gras, zeker niet in diepvries want dat is ellende zoeken.

    Wegens diverse redenen zet ik hier geen foto’s bij, nochtans, ik heb er wel wat hoor.

    Hier nog wat meer info en enkele foto's.

    01-12-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (4)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (44 Stemmen)
    Categorie:Foie gras
    23-11-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Speculaas
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het is niet mijn gewoonte om mijn foto zo maar op een pagina van het internet te zetten maar voor één keer maak ik een uitzondering.

    De foto is ook al zeer oud, een beetje meer dan twintig jaar ongeveer. Het is er dan ook aan te zien.

    De linkse dat ben ik. Zo echt links ben ik ook niet... Ik bedoel degene die daar links op de foto zit, de anderen staan.

    Klik op de foto om te vergroten.

    De uiterst rechtse is door de inwoners van Gent en omstreken waarschijnlijk sinds enkele jaren goed gekend. Indien je het weet mag je het altijd mailen. Die accordeon is een tip !

    De foto is gemaakt in Korea tijdens een Sinterklaasfeestje. Ik ben daar vier jaar beroeps sinterklaas geweest. Wij trokken met een team van soms wel zeven personen dagenlang heel het land af op zoek naar brave kindjes die toevallig in Korea woonden. De echte sinterklaas had nog nooit van Korea gehoord, die wist zelfs niet waar dat land lag en alzo kwam de sint ook niet in Korea...tot.....!

    De meest gekke situaties hebben we daar meegemaakt.

    Toen we in vol ornaat uit de lift stapten in zo één van die reusachtig grote hotels stond er een oude dame op de lift te wachten. Toen ze ons er zag uitkomen viel ze pardoes flauw !

    We gingen op bezoek in een Amerikaans schooltje. De juffrouw was nogal progressief en ze wou aan de “kiddies” tonen wie sinterklaas was. Maar die klein mannen kenden natuurlijk alleen maar Santa Claus....

    Eén van die gastjes vroeg mij of het waar is dat ik in een slee met een “reindeer” uit de hemel naar beneden kom, enz...

    Toen ik daar bevestigend op antwoordde repliceerde hij : “come on man, are you kidding ?”

    Ergens anders was ik mijn “grote sinterklaasboek” vergeten op de troon bij het weg gaan uit de zaal....

    De kinderen hebben dat boek natuurlijk onmiddellijk doorbladerd op zoek naar hun “goede punten”...

    Het was een fotoboek van de familie waar we toen op bezoek waren. De kinderen hadden nadien gezegd : da’s toch maar een rare sinterklaas, die heeft foto’s van vrouwen in bikini aan het zwembad in zijn boek geplakt...!

    Maar we zouden het hebben over speculaas.

    Sinterklaas en speculaas, voor mij gaat dat samen.

    In onze jonge tijd kregen we een grote "speculazen vent" van sinterklaas. Heel de familie kon daar dan ook nog van mee-eten en een boek en een paar warme sokken...

    Nu is dat misschien een beetje veranderd. Sinterklaas brengt nu Wii's, iPod's en GSM’s...

    Voor het Koreaanse sinterklaasfeest bakte ik nogal wat speculaasjes... Om aan de kinderen uit te delen samen met een mandarijntje en een klein snoepje. Alles mooi verpakt in een rode sok met veel glittertjes...

    Ook voor onze Koreaanse chauffeur, mister Oh, zo heette die man, bakte ik speculaasjes in de vorm van jongetjes. De sukkelaar had vier dochters en geen enkele zoon. Een regelrechte ramp in Korea!

    Nu willen jullie dat recept, niet ?

    Ik heb het niet meer! Ik heb het nooit gehad ! Ik deed zo maar wat !

    Daarbij, ik ben maar een klunsbakker. Koken en bakken zijn twee zeer verschillende beroepen. Maar zo een beetje bloem en boter en suiker dooreen husselen dat kan iedereen natuurlijk.

    Het deeg is eigenlijk een variant op zanddeeg. Een roerdeeg, volgens de norm. Daar wordt ongeveer drie delen bloem gebruikt, twee delen boter en één deel suiker.

    Voor speculaas moet dat bruine suiker zijn. Donkere of bleke, dat doet er eigenlijk niet toe. De smaak en het uitzicht zal anders zijn. Soms gebruikt men zelfs witte en bruine suiker samen.

    En.... speculaas moet naar speculaas smaken.... dat doet men door speculaaskruiden toe te voegen. En daar zit je dan in Korea....

    Naar de winkel lopen en vragen : 가지고 있다 당신 speculaaskruiden... Ze kennen dat in het Engels zelfs niet...

    Dan maar zelf samenstellen. Maar heel eenvoudig, reeds met kaneel alleen komt men al heel ver.

    En dat konden we ginder wel krijgen; cinnamon !

    Er bestaan tientallen mengsels die allemaal speculaaskruiden heten, elke fabrikant maakt daar zijn eigen mengseltje van.

    Volgens mij gaat bij de kaneel ook nog een beetje kruidnagel, muskaatnoot en zelfs een snuifje peper.

    Ook “allspice” kan gebruikt worden. Dat zijn donkere bessen die zo los verkocht worden en die kunnen gemalen worden tot poeder. Ze geven diezelfde typische smaak. Ook het Chinese vijfkruidenpoeder.

    Ook het Franse “quatre-épices”, dat is allemaal ongeveer van dattum...

    Ik ben even gaan zoeken in mijn grote Piet Huysen.... nee het was het grote Fons Nicolay’s kookboek en heb het volgende gevonden :

    Speculaas

    Benodigdheden :

    · 400 gram bloem

    · 300 gram bruine suiker

    · 200 gram boter

    · 1 eetlepel kaneelpoeder en /of vierkruiden mengsel.

    · 1 grote koffielepel bicarbonaat

    · Enkele eetlepels melk

    Bereiding :

    · Meng alle ingrediënten, voeg wat melk bij als het deeg te droog zou zijn.

    · Rol het tot een worst en rol het in plasticfolie en laat het één nacht, of langer rusten in de koelkast.

    · Snijd de rol in regelmatige dunne plakjes, leg ze niet te dicht tegen elkaar op een geboterde bakplaat

      en bak af in een oven van ongeveer 180 °C . Hoogstens 10 minuten...

    Ik heb er nog een gevonden :

    Dikke malse speculaas.

    Benodigdheden :

    · 700 gr. boter

    · 1,125 gr. bruine suiker

    · 2 eieren

    · 125 ml water

    · 125 gr. glucose

    · 10 gr. zout

    · 30 gr. bicarbonaat

    · 16 gr. kaneel

    · 1,800 gr. bloem

    Bereiding :

    · Boter, suiker, eieren, water, glucose, zout, bicarbonaat en kaneel mengen, daarna de bloem ondermengen. Hoeft niet een nacht in de ijskast te liggen.

    · Uitrollen op een 3 à 4 cm dikte en op een goed geboterde bakplaat leggen. Afbakken op 160 ° C, 40 minuten.

    De glucose kan hier goed vervangen worden door honing. Dat geeft nog een extra goede smaak ook.

    Als de hoeveelheid te groot is deel dat dan gewoon. Dat heb ik hier al dikwijls gezegd...

    De hoeveelheden zijn niet echt kritisch! Vijf gram meer of minder dat maakt zoveel verschil niet.

    Het bicarbonaat dat hier bedoeld wordt is gewoon maagzout. Tegenwoordig bijna overal te koop in bussen van 500 gram in de supermarkten, voor enkele centen, zij het eurocenten...

    De rest kan gebruikt worden om de koelkast te ontgeuren, om het vals gebit te poetsen en om op maandagmorgen zijn maag terug in orde te brengen.... verdere uitleg bij Tante Kaat. Dat is haar lievelingsproduct dat zij steevast Bicar noemt...

    Nog enkele weken en de sint zal langskomen, daarom nu reeds beginnen repeteren zodat de sint een behoorlijk speculaasje te eten zal krijgen...

    De meeste sinten slaan een stevige neut ook niet af. Ik destijds toch niet!

    23-11-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (28 Stemmen)
    Categorie:Bakken
    16-11-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vissen roken
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Roken vissen ?

    Ik denk het niet.... Wel wil ik het hier hebben over het roken van vissen zoals zalm, forel en zo nog wel enkele andere.

    Eerst en vooral moet er onderscheid gemaakt worden tussen koud en warm roken. Een voorbeeld kan dat duidelijk maken. Alle vissen uit de handel die gaar zijn zoals forel, makreel, paling...die zijn warm gerookt. Ze worden soms ook wel eens gestoomde vis genoemd. De vissen die nog stevig aan voelen en meestal redelijk zout smaken zijn koud gerookt zoals, zalm, heilbot, sprot, haring...

    Het koud roken is niet eenvoudig. Men heeft daar een rookkamer of rookschouw voor nodig die elke handige Harry wel zelf kan bouwen. Maar dat houdt in dat wie in de stad op een klein appartementje of flatje woont het kan vergeten. Tenzij misschien de vis boven je asbak hangen ?

    Er zijn verschillende constructies mogelijk. Op het internet is daar na enig zoekwerk wel één en ander over te vinden.

    De meest eenvoudig oplossing is om een afgedankte metalen bureaukast te gebruiken. Zo van die kasten die ook wel gebruikt worden om er de kledij in op te bergen van fabrieksarbeiders... Meestal grijs grauw groen geverfd, die kast...

    Die kasten hebben uit zichzelf al een verluchtingssysteem. Anders moeten er maar wat gaatjes in geboord worden, een rij onderaan en een andere rij bovenaan. Ook moet er een systeem uitgedokterd worden waardoor er bovenaan in de kast een rooster kan bevestigd worden of en metalen baar. Een gaatje bovenaan waar een thermometer kan ingestopt worden is ook aangeraden, zo kan de temperatuur binnenin goed gecontroleerd worden.

    Want we gaan een vuurtje stoken in die kast. Vergeet het dus maar dat die kast nadien nog voor iets anders zal kunnen gebruikt worden!

    Zo een vuurtje mag geen vlammen veroorzaken, alleen rook... En de temperatuur in de kast mag niet hoger oplopen dan ongeveer 28 graden. Het simpelste is om wat houtschilfers en zaagsel op enkele kleine stukjes gloeiende houtskool te leggen. Het hout mag zelfs lichtjes vochtig zijn. Door de kast te sluiten krijgt het vuur maar weinig zuurstof en zal het alleen smeulen en roken en niet beginnen te vlammen.... Zo zou het toch moeten !

    Als hout gebruikt men bij voorkeur hout dat geen hars bevat en zeker geen hout dat reeds gebruikt werd in de bouw of de meubelindustrie. Een schrijnwerkerij kan wel goed houtschaafsel leveren als ze maar op voorhand verwittigd worden dat het moet dienen voor de voeding.... Eik, beuk zijn goed, ook els heb al gehoord. Jeneverbeshout - maar waar vind je dat ?-, en het allereenvoudigste is om zaagsel te kopen in de gespecialiseerde winkels. Alle winkels waar visserstuig verkocht wordt hebben dat wel. Later zullen we zien waarom...

    Men kan het ook vragen aan een slager die zelf nog rookt. Vlees rookt.... geen sigaren...

    Destijds in Korea rookte ik zalmen in een constructie gebouwd uit snelbouw cementblokken. Een stuk golfplaat lag er op als dak, lichtjes schuin gemonteerd om eventuele regen af te voeren en een stevige stok, dwars in de schouw om er de vissen aan op te hangen. Onderaan was een opening gelaten langs waar de rook er ingevoerd werd. Die rook maakten we in een aardewerken kom en die rook werd via een stevige metalen buis van zo een twintigtal centimeter doormeter naar de opening gevoerd. Het voordeel hiervan was dat de rook reeds koud was voor hij de rookkamer in trok en de vuurhaard ( rookpot) kon verplaats worden naargelang van waar de wind kwam.

    Vroeger thuis, nu spreek ik over 1950 of zowat, werden de kippen uit het kippenhok gejaagd en het hok werd dan omgebouwd tot rookkamer. In een verre hoek een hoop zaagsel dat lag te smeulen, aan de balken van het dak hingen de gepekelde hammen ( hespen zegden wij...) en de kippen, die moesten maar hun plan trekken.

    Nadien vonden we overal eieren, rotte eieren en kuikentjes...

    Om nu bijvoorbeeld een zalmfilet te roken heb je eerst zo een rookschouw nodig.

    De filets voorbereiden dat doe je zelf of dat laat je doen door de visboer.

    Vissen die dienen om gerookt te worden moeten eerst gepekeld worden. Anders zullen ze snel bederven. Roken is een bijkomende bewaringsmethode want rook alleen is niet voldoende om vis of vlees te bewaren. Zout dus !

    Dit zouten kan droog gebeuren of nat in een pekel.

    Hoeveel zout en hoelang pekelen, dat is allemaal een kwestie van ‘trial and error” . De eerste keer zal je waarschijnlijk een veel te zoute zalm eten, de tweede keer één die veel te flauw is en de derde keer moet of zou het dan goed moeten zijn.

    Voor een zalmfilet strooide ik er eerst wat fijn zout over zoals je het zou doen om de vis gewoon klaar te maken. Een beetje dus. Daar bovenop en ook onderaan, legde ik dan een vrij dikke laag grof zout. Dat zout trekt vocht uit de vis en maakt hem steviger. Het fijne zout geeft de zoutsmaak.

    De vis legde ik op een plank die lichtjes schuin opgesteld stond zodat het uittredende vocht kon weglopen. Dan enkele gaatjes prikken aan de staartkant en er een koord doortrekken om de vis later omhoog te kunnen hangen.

    Het zouten duurde ongeveer 12 uur. Een lange nacht !

    ’s Anderendaags gingen de filets dan in de rookschouw voor ongeveer 24 uur. Ook dit, de tijd is afhankelijk van de hoeveelheid rook die ontwikkeld wordt,... enzovoorts.

    Als je vissen koud wil roken, moet je er niet te ver van weglopen. Steeds contoleren.

    Vooral de temperatuur in de rookkamer mag niet oplopen tot boven de 28 graden Celsius...

    Maar dan de eerste keer dat je zo een mooie gerookte zalmfilet kunt aansnijden, die niet te zout is en niet te flauw, dat wordt dan echt genieten...!

    Een beetje fijn gehakte uien, wat peterselie, een stukje citroen en een toastje er bij...

    Iedereen die dan met verbaasde ogen aan tafel zit te smullen: hebde gij da gedaan ???

    Yes !

    In principe is warm roken hetzelfde. Alleen moeten we er nu voor zorgen dat de temperatuur in kast of schouw of wat dan ook, kan oplopen tot ongeveer 80 graden Celsius.

    Praktisch bekeken lukt dat niet goed in een rookschouw zoals hierboven beschreven. Het gaat beter in een kleine ruimte. Die is gemakkelijker te verwarmen...

    De metalen grauwe legerkast is hier nog altijd de favoriet...

    Nu geen smeulende vuurpot maar één die echt goed warmte afgeeft. Enkele brokken gloeiende houtskool kunnen hier wonderen doen. Wat schaafsel hierop of gedroogde kruiden en weg zijn wij...

    Ik heb ook artiesten gekend die gewoon een oude keukenoven gebruikten met elektrische verwarming en een rookpotje in de oven. Werkt perfect !

    Professioneel werkt men met een rookgenerator die hete rook in de ovenruimte blaast. Alleen, die oven is nadien voor niets anders meer bruikbaar want de rookgeur gaat er niet meer uit !!!

    Nu laten we de vissen roken tot ze gaar zijn. Nat gemaakt zaagsel levert een vochtige rook op die beter “pakt” op de vis. Dit gaar maken, kan duren van tien minuten tot een uurtje, afhankelijk van de dikte van de vis en de temperatuur in de rookoven.

    De vissen die warm gerookt worden moeten ook eerst gezouten worden. Misschien een beetje minder dan voor het koude roken. Anders krijgt hij geen smaak...

    Een trucje dat ik nogal toepas voor gerookte forel is de volgende:

    Neem een emmer met water, giet er nu grof zout in en een aardappel, al roerend. Op het ogenblik dat de aardappel begint te drijven is de pekel sterk genoeg.

    Anderen zeggen om tachtig gram zout per liter water te gebruiken en één liter pekel per kilo vis...

    Voor “mijn” pekel laat ik de forellen er ongeveer vier uur in liggen. Het andere systeem vraagt twaalf uur. De vissen nadien goed afdrogen en zelfs lichtjes insmeren met olie. Weer eens een werkwijze waarbij men enkele keren moet experimenteren.

    Hier geldt geen “recept” van zoveel zout en zoveel dit en dat en dan zoveel minuten...!

    Gezond verstand en doorzicht is hier echt nodig...en experimenteren!

    Zo heb ik ooit eens forellen, met een koordje door hun kop getrokken, aan een houten stok in een echte slagersrookkast gehangen. Ik wist toen niet hoe zo een kast werkte maar na enkele minuten was de temperatuur daar binnen in zo hoog opgelopen dat de touwtjes waaraan de visjes hingen opbranden en de beestjes in het smeulende vuur vielen... Om de zaak te redden de kast dan maar open gemaakt maar terwijl stond de directeur van de school reeds in de keuken om te kijken wat er aan de hand was... Ik ben forellen aan het roken was mijn laconiek antwoord. Dagen later was de rookgeur nog waar te nemen in de gangen van het gebouw...

    Nu heb ik al een beetje bijgeleerd !

    Het warm roken gaat ook goed in zo een klein “rookbakje”. Overal te koop in winkels die vissersattributen verkopen.

    De vissers gebruiken het om hun vangst ter plekke te kunnen nuttigen...!

    Dit systeem zal ik hier niet uitleggen, lees de uitgebreide uitleg die bij zo een bakje zit. Let wel op, goedkoop is zo een ding niet. Het is een soort gesloten roestvrij stalen doos waarin zaagsel of kruiden kunnen gestrooid worden. De gezouten vis of vissen worden dan op een roostertje gelegd, hoogstens drie maximum vier stuks en dan kan het bakje verwarmd worden op een gasvlam of op een spiritusbrander.

    Een forel wordt er gaar in, in ongeveer 12 minuten.

    Als je dit in de keuken doet zet het bakje dan wel onder de dampkap, die liefst op het hoogste vermogen geschakeld is.

    Verwittig eerst de buren dat er geen brand is maar dat je vissen aan het roken bent, anders zou het kunnen dat de brandweer arriveert voor je visjes gaar zijn..!

    Als de vis niet gaar genoeg is na de voorziene tijd, kunnen ze nog even in een gewone oven gestopt worden op een rooster, om ze verder gaar te maken.

    Als je tijd genoeg hebt, laat ze daarna een nacht afkoelen in de koelkast. Ze worden er steviger door en daardoor is het dan ook gemakkelijker om ze tot filets te verwerken.

    Als je nadien aan je handen ruikt... jongens en meisjes dat stinkt...naar rook! Dan begin ik mij daarbij toch af te vragen in hoeverre dergelijke bereidingswijze eigenlijk nog gezond is ?

    Maar ja, als het maar voor één keer is. We eten al zoveel rommel, dat, dat beetje er ook nog wel bij kan hoop ik...

    Het is een leuke hobby, dat wel.

    16-11-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (1)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (37 Stemmen)
    Categorie:Visbereidingen
    15-11-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Aardappelbereidingen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Een lezer van dit blog heeft hier een vraag gesteld die over aardappelen gaat. Ik ga de vraag hier niet herhalen. Lees ze zelf maar!

    Ik geef het antwoord hier, zo heeft iedereen er wat aan.

    Er bestaan een tweetal bereidingen die gelijken op de beschrijving.

    De eerste is wat men in het “schoon” Frans noemt : pommes de terre à la Boulangère.

    Daarvoor worden zoals beschreven aardappelen in schijfjes gesneden, gemend met lichtjes aangebakken uien en gaar gemaakt in de oven maar niet nadat er een hoeveelheid bouillon en dergelijke over uit gegoten werd. ( Peper en zout , tijm laurier, enz;..)

    Heel dikwijls werd er tegelijk een schapenbout mee gebraden zodat de jus van het vlees zich mengde met de aardappelen...

    Vroeger kregen wij dit in de school van Koksijde dikwijls te eten en dat was zeer lekker, zij het wat eenvoudig...

    Het gerecht heet : à la Boulangère , waarschijnlijk omdat de bakkersvrouw destijds beschikking had over een oven... dat was toen een luxe !

    Een gelijkaardige bereiding wordt gemaakt met aardappelen en fijngesneden prei en uien.

    Daar wordt als bevochtiging melk gebruikt. Soms ook gewoon bouillon. Deze aardappelbereiding kreeg de mooie naam van : pommes de terre à la Normande. Bij deze bereiding wordt voorzien dat de aardappelen gratineren als ze gaar zijn!

    Misschien is uw gerecht een interpretatie van één van bovenstaande gerechten.

    De benaming van gerechten en de oorsprong is steeds zeer moeilijk te achterhalen omdat schrijvers ( sters) van kookboeken het destijds allemaal niet zo nauw namen met benamingen.

    Zoals nu: als men niet weet hoe men iets moet noemen wordt al gauw gedacht aan : “van de chef”. Ik moet geen paté van de chef...Geef mij maar paté van het varken of een ander beest...

    Dat die gerechten klaar toch gemaakt werden boven op het vuur en niet in de oven heeft ook te maken met het feit dat ovens tijdens het interbellum geen evidente toestellen waren...

    Wie een “cuisinière” had, die had ook een oven. Maar veel werd die niet gebruikt!

    Die diende om de was er in te drogen...

    Misschien zet dit je toch al een beetje in de goede richting ?

    15-11-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (47 Stemmen)
    Categorie:Aardappelen
    09-11-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zee-egels en ander rare dingen

    In de titel staan maar twee items vermeld. Toch wil ik er drie behandelen.

    Ten eerste :

    Sinds enkele weken plaats ik af en toe een nieuwe “banner” bovenaan dit blog.

    Vorige week was het iets over soep...

    Het hoofdstuk soep is nu afgesloten. Nog niet definitief...maar we gaan wat anders doen.

    Die “banners”, een betere naam ken ik niet, worden gemaakt met één, eigenlijk twee programmaatjes, het ene is Powerbullet en het andere is Flashslider. Over het laatste heb ik het hier reeds ergens gehad. ( Zoek naar Olga Klesman...)

    Die Flashslider is betalend, niet veel hoor , twintig dollar of zo wat. Op dit ogenblik is dat een habbekrats... Het progje zat voordien vol met fouten ( bugs ) maar deze blijken nu opgelost te zijn.

    Als er dus lezers zouden zijn die het willen gebruiken. Ik kan het aanraden !

    Die Powerbullet, dat is geen kattenpis...!

    Toch is dat hetgeen ik gebruik om bovenstaande flashanimaties te maken.

    Gratis, dat wel. Maar eer men er kan mee werken ??? Ondertussen veel grijze haren bij gekregen... Voor de gegadigden, doe maar, maar kom mij geen uitleg vragen. Ik zit ook nog dikwijls in de problemen. Ook omdat er nog steeds bugs in zitten.

    Flash is niet eenvoudig ondanks dat mijn neefje beweert dat het al voorbij gestreefd is ...

    Ik laat opzettelijk de animaties traag verlopen omdat zo van die flitsende toestanden na een tijdje danig op de zenuwen beginnen te werken.

    Mocht je vragen hebben, doe maar !

    Ten tweede :

    Nu over de inhoud van de beelden.

    De eerste beeldjes handelen over zee-egels.

    Toevallig heb ik vorige week bij een Marokkaanse vishandelaar zee-egels gevonden. De prijs was niet mals, duur zelfs. In Frankrijk betaal ik er zoiets van een tien tot elf euro per kilogram voor. Bij hem twee en twintig...plus nog enkele centimes...

    Ja maar menheire :

    Transport, BTW, invoerrechten. Ikke vier vrouwe en twaalf kindere...jij begrijpe ...Ja, ja...!

    Iedereen moet zijn kost verdienen uiteraard. Enfin we hebben het dan op een akkoordje gegooid ; als ik alles kocht zou hij de prijs verminderen... ’t Werd negentien euro..

    In totaal had ik negen stuks met een totaal gewicht van ongeveer 600 gram. Reken zelf maar...

    Maar, en nu komt het: ik kan het niet nalaten om dergelijke zaken te kopen... Dat is zoiets als vrouwen met schoenen zeker ? Ik heb twee paar, schoenen, ...alle twee versleten!

    Vreemde voedingswaren dat intrigeert me en vooral, ik wil dat andere mensen dit ook leren kennen...

    Waarom zouden we anders blogs schrijven ?

    Nu, zee-egels zijn niet zo zeldzaam. Alleen hier in België vind je ze niet zo vlot.

    Het zal ook wel wat met de prijs te maken hebben. Zelfs aan Franse prijzen van tien euro per kilogram zijn zee-egels duur voedsel.

    Waarom ?. Wel er zit bijna niets eetbaars in het hele beest...!

    Zee-egels leven zoals wel kan verondersteld worden in zee. Ze hebben niets met land-egels te maken behalve het feit dat ze stekels hebben.

    De zee-egel is een dier van dezelfde familie als de zeester... reeds in prehistorische tijden voorkomend. Ten bewijze: er worden massa’s fossielen gevonden van uitgestorven zee-egelsoorten.

    Deze voor ons eetbare zee-egel komt voornamelijk uit de Middellandse zee.

    Vroeger, misschien nu nog, hoort men wel eens een verhaal van een onbewuste zeewandelaar die op zo een beest trapt. Dat wordt onvermijdelijk richting hospitaal ...

    Daar worden de naaldjes dan één per één uit je voet getrokken....

    Enne, laat er mij er niet aan denken...geen enkele verdoving helpt....

    Op tafel zijn de egeltjes minder agressief. Ze bewegen zelfs niet.

    De agressie komt dan van ons uit, want we gaan het beestje opensnijden...Levend en wel...Vreselijk...

    Draai de egel op zijn kop, dus de onderkant naar boven.

    De onderkant is de platte kant. Ook de kant waar die vijf mooie melktandjes zichtbaar zijn.

    Als je goed telt zal je zien dat zo een zeester uit vijf segmenten bestaat, juist zoals de zeesterren... Op de beeldjes goed te zien.

    Neem nu een stevige puntige schaar en steek één punt in de mond met die mooie tandjes en duw... Knip nu een vrij grote cirkel weg....

    Dit gaat redelijk gemakkelijk met een goede keukenschaar!

    Doe dit boven de gootsteen want inwendig zit dat mormel vol smerige ,vieze vloeistof...

    Ze ruikt zelfs niet lekker, gooi ze dus weg. ( Geen probleem dat vocht loopt zo ook wel weg...)

    Hou de egel even onder de stromende kraan en verwijder alle donkere slierten die er zich nog in bevinden.

    Nu blijft het karkas over met daarin vijf mooie rode of roze strookjes...

    Dit is het eetbare deel !

    God betere het maar het zijn de eitjes van het beestje. De eitjes in wording... de corail.

    Weeral miljoenen zee-egeltjes naar de verdoemenis..

    Serveer de schelpjes nu met een stukje brood en peuter de eitjes er uit met een lepeltje en leg ze op het broodje...

    Nu, ophappen... Er een drupje citroen over uitknijpen mag maar dat verdoezelt de fijne smaak...

    De beelden bovenaan zijn foto’s van de paarse zee-egel. Er bestaan ook groene zee-egels ! Die gelijken een beetje op onze tamme kastanjes. Of er een verschil is in smaak. Ik zou het echt niet meer weten. Jaren geleden heb ik ze ooit gegeten maar ik ben de smaak kwijt !

    Volgens oude recepten zou men de zee-egel ook kunnen koken zoals een zacht gekookt ei.

    Waarna men ze leeg eet met stukjes brood. Maar die vieze stinkende vloeistof die daar inzit ...???

    Ten derde :

    Enkele weken geleden was ik weer eens naar de Sun-Wah geweest, de in Antwerpen wereldberoemde Chinese supermarkt.

    Voor een correspondent had ik beloofd om te kijken of ze geen Thaise citronella zouden hebben maar dat was noppes... ( Steven...! Niets dus...)

    Wel was er een groentenkrat gevuld met een raar soort, weet ik veel wat...???

    Vruchten, groenten, noten,???

    Er lag een flap van een kartonnen doos bij met daarop in viltstift geschreven, een hele uitleg in ’t Chinees. Ik denk toch dat het Chinees was want ik kon er niets van lezen... Ook de prijs niet. Daarom het spul maar laten liggen...Maar ik kende de vrucht wel van op een foto. De foto had ik gezien in het fameuze boek : Food.

    Dus thuis even in het boek gaan kijken en wat bleek: het ging over de Trapa Bicornis.

    De Chinese waternoot...!

    De Chinese waternoot dus.... met twee hoorntjes !

    Wat kan je daar mee aanvangen, is dat eetbaar, zo ja, wat kan er mee gedaan worden ???

    Google, de universele oplossing, bracht niet veel raad.

    Het gaat dus over de vrucht van een soort noot die verwant is met de waterkastanje. Deze laatste is al een beetje meer bekend. Ze wordt zelfs verkocht in blik en zelfs vers is ze af en toe verkrijgbaar.

    Natuurlijk waren er ook weeral een paar pipo’s die waarschuwden voor de noot omdat ze giftig zou zijn... ( Water is ook giftig, als je er maar genoeg van drinkt !)

    Verder werd het duidelijk dat de noot een vrucht zou zijn van een plant die gemeenzaam, onkruid genoemd zou kunnen worden. Ze komt voor in China, over gans Azië en in de Verenigde Staten.

    Zelfs hier op het Seniorennet is er iemand die de plant in zijn vijver heeft.

    Hoe de noot nu juist groeit is mij nog niet duidelijk, onder of boven water ?

    Enkele dagen geleden moest ik weer even naar de Chinese supermarkt en wat lag daar ?

    Juist, nog enkele handvollen van die Trapa Bicornis...

    Het kartonnen bordje met Chinese karakters lag er ook nog bij.

    Prijs... ? Een groot vraagteken, maar daar kwam weer die onbedwingbare neiging op tot kopen. Iets dat ik niet ken..., dus ik moet dat hebben ... en wil dat proeven!

    Ik kan toch voor de rest van mijn leven niet doorgaan als stomme kloot die niet weet wat Chinese waternoten zijn zeker?

    Voorzichtig een handvolletje van die “dingen” genomen en er mee naar de kassa gegaan, samen met de ander aankopen.

    Er ontstond daar herrie...

    De kassierster was die knappe Filippijnse, de Antwerpenaren kennen haar wel. Knappe griet maar ik vrees het ergste voor sommige van haar karaktertrekken.

    Die waternoot stond niet in de computer vermeld. Ling, Wang en Tjoeng er bij geroepen maar die kenden wel allemaal de prijs maar niet hoe de vrucht heet.

    Later las ik op mijn kasticket dat ik exact geteld, twintig eurocent betaald heb voor acht van die Chinese waternootjes...

    ( Dat compenseert natuurlijk de prijs van de zee-egels...zodanig dat de prijs van dit blog nog meevalt. )

    Het zijn zeer eigenaardig gevormde nootjes met twee uit de kluiten gewassen punten. Daarom ook heten ze bicornis...

    Prachtige vruchtjes met mooie tekeningen er op.

    De foto’s zijn niet zo goed gelukt. In werkelijkheid zijn ze veel mooier.

    De smaak, zullen jullie zich nu afvragen ?

    Om te beginnen zo een noot doormidden snijden, dat is geen sinecure maar met het brute geweld lukt het wel. Binnenin zit een witte pulp... die naar niets smaakt... Met veel goede wil zou je nog een lichte kokossmaak kunnen herkennen.

    Wat de Chinezen er mee aan vangen ? ‘k Zou het ook niet weten.. Mocht ik er ooit achter komen, dan laat ik het wel weten...

    Nu ja, voor twintig cent valt er niet veel lol te rapen...

    En erg giftig zullen ze ook niet zijn, ik leef nog.

    09-11-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (1)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (10 Stemmen)
    Categorie:Diversen
    04-11-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ajuinsoep
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Koen, sorry, Sir Koen, schrijft ergens in mijn gastenboek dat hij er nog in lukt om jonge grieten van vooraan in de negentig te versieren door hun een kom ajuinsoep aan te bieden...

    ’t Zal tegenwoordig niet meer lukken hoor ! ( Probeer eens met extasy, dat zal een beter resultaat opleveren. Ik kan er je leveren als je wil...! Hoeveel grieten heb je daar ? )

    Maar uiensoep of ajuinsoep....Daar heb ik ook wel wat herinneringen aan...

    Meestal had dat wat te maken met braspartijen of zware zuipavonden.

    Traditioneel werd er rond drie uur ’s nachts, soms ook wel eens om twee uur, uiensoep aangeboden aan de gasten van een wild feest die tot zo laat gebleven waren...

    De dansvloer lag dan reeds vol met vieze rommel met biervlekken alom en overal... In de duistere hoekjes van de zaal zaten of lagen doorgezakte lampetters die aan hun hazenslaapje begonnen of geliefden die van de rest van de wereld niet meer wisten...

    Af en toe sleepten we er één uit de toiletten en zetten die dan buiten, in de frisse lucht. Met een glas Spa...

    En Elvis kweelde “love you tender” ...

    Dan : tata tata..... de grote pot met ajuinsoep kwam binnen en iedereen werd wakker....

    Een “zjat” ajuinsoep, nog een kop koffie daarna, een laatste pintje, “for the road” en dan naar huis. Naar het schijnt ontnuchterde men daar van....

    De rijkswacht, die sliep ’s nachts, zoals alle deftige burgers!

    Van vele nachtrestaurants was uiensoep één van de specialiteiten. Na de cinema, in die tijd was het toen reeds nacht, kwam men nog snel een hartversterking halen onder de vorm van een kom ajuinensoep...

    De Parijse hallen waren ook een traditioneel decor voor de uiensoep. ’s Morgens vroeg na de nachtelijke arbeid nog snel een kom “soupe à l’oignon”, eten. “Sur le zinc”. Dan naar huis voor de welverdiende rust.

    Zo een Franse uiensoep heeft wel iets speciaals. ‘t Is geen gewone huis, tuin en keukensoep maar er is een “touch” aan gegeven. Er werd ook, weeral traditioneel, witte wijn bij gedronken en de afwerking van de soep gebeurde met een neut cognac... De witte wijn kieperde men soms in de soep om ze wat af te koelen, want een goede uiensoep is heet, gloeiend heet...

    ( Koen ...?)

    Wil je zelf een ajuinsoepke maken, geen probleem ? Indien je een degelijke oven hebt met een goede gril, lukt het wel. Zonder gril bekom je ook een uiensoep maar, het zal nooit hetzelfde worden ! ( ’t Is nie meer wa ’t gewest is en ’t zal nooit nie meer weurre wat het was...)

    In de restaurants gebruikt men de “salamander”; een gril met een zeer groot vermogen...

    De soep maken is doodsimpel. Neem een ui of leen er een als je in Nederland woont , en snij die ui in fijne snippers, doe maar wat, ’t steekt zo nauw niet... Eén ui per bord of kom.

    Fruit of stoof die uien nu aan in één of ander vetstof. Margarine bijvoorbeeld.

    Neem ongeveer één ui per portie, honderd gram voor de leuteraars...! Dus voor veertig kommen soep maakt dat veertig ajuinen.

    Als het in voorraad is mag er ook wit van prei bij...

    Als de ui lang genoeg fruit krijg je een bruine soep, minder lang geeft een bleke soep.

    Giet daar dan veertig scheppen water over uit en doe er de nodige bouillonblokjes bij... Van ‘kieken of ’t konijn ’t steekt zo nauw niet... Nog een overschot van een gekookte patat of wat bloem aangelengd met water, een temperke zoals we zeggen, om de soep lichtjes te binden en laat ze nu maar koken. Des te langer des te beter.

    De Fransen gieten er nu al een flesje witte pinard bij...

    Even proeven... Peper en zout . En voila de soep is zo goed als klaar.

    Dit is de voorbereiding. Nu komen de gasten er aan of één of andere zatte feestvierder en de soep moet nu afgewerkt worden.

    Doe een schep soep in een aardewerken kom. Zo een kom zoals men gebruikt om de hond zijn eten in te geven... de soep moet zelfs niet eens warm zijn. Dat komt seffens wel.

    Leg nu een snede oud brood, het mag ook Frans brood zijn, dat wordt ook oud en wat blijkt?

    Dat brood blijft drijven boven op de soep. Daarop kunnen we nu een genereuze handvol geraspte kaas strooien.

    Zet de kommen soep nu onder de grill. In de oven lukt het ook maar het zal veel langer duren.... Terwijl gratineert de kaas en de soep wordt heet ...

    Nadien zie je de gasten hun soep eten, terwijl de tot draden getrokken kaas met de rug van hun hand van hun lippen wegvegend... Daarom een goedkope jonge emmentalerkaas gebruiken, die levert de meeste lol op !

    Natuurlijk wordt de soep nooit zo heet gegeten als ze opgediend wordt. Toch zou ik degenen die hun lippen verbrand hebben aan zo een gloeiend heet soepje geen pintje willen betalen... Daarvoor zal mijn pensioen uitkering niet volstaan vrees ik...

    Nog wat.

    De aardewerken kommen krijgen door dit gratineerproces een zeer donkere bruine verbrande rand bovenaan die er bijna niet meer af te krijgen is... Maar dat hoort zo...

    Ooit heb ik eens geprobeerd om de hond zijn eten te geven in dergelijke kom en ’t beest heeft me toen gebeten !

    Voor de specialisten, zoals reeds aangehaald, giet er nog een “vleugje” cognac bij, enne slaapwel.

    04-11-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (3)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (51 Stemmen)
    Categorie:Soepen
    03-11-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Veel meer soep
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Gezien het overweldigend, overdonderend megasucces van bovenst..., onderstaande stukje over soep, zal ik er maar een verlengstuk aan breien zeker....

    Kijk maar!

    Het is wel begrijpelijk, of dit correct Nederlands is weet ik niet, maar ’t klinkt goed... ,begrijpelijk dus... Soep maken is een kennis die verloren gegaan is.

    Alles wordt nu vervangen door soepen, gemaakt met bouillonblokjes waardoor elke soep steeds hetzelfde gaat smaken of erger nog, soep wordt gekocht in blik of vacuümverpakking.

    Daarnaast ontstaan er van die recepten van “would-be” koks die recepten uit hun duim zuigen zonder de minste ervaring maar wel alles publiceren in boeken en, of erger nog, heel hun flauwe kul laten uitzenden op TV.

    Soep van banaan met tomaat, groene mango met kokos, apenstaart (@) en uiensoep, gewokte kippenfilet met paksoi of Mongoolse yaksoep met pruimen..., dat zijn zo enkele van die nieuwe trends...

    Soep uit blik vind ik wel een goeie, je krijgt je soep geserveerd in een blikken doos... Welke soep...??? Soep, hé...( uit blik...? )

    Dit is het seniorennet en wij houden van stevige uiensoep, tomatensoep met ballekes of erwten en bonensoep.... Liefst met een goed stuk spek daar in !

    In de “Répertoire de la cuisine” staan ongeveer 38 “soupes” aangegeven.

    Let hier op het woord “soupe” !

    Voor de Franse klassieke keuken is een “soupe” een landelijke soep....

    Een “potage” is een verfijnde (?) soep.... zie daarvoor onderstaand stukje!

    Voor een “soupe” heeft men een ketel nodig en een mes om groenten en dergelijke te snijden.

    Voor een “potage” is veel meer materieel vereist. Een zeef,of een staafmixer of een passe-vite. Ook de afwerking is anders er komt room of eierdooiers aan te pas, en zo nog wat van die liflafjes...

    Ik ga nu die “Répertoire” even ophalen uit de kast en breng mijn vertaalcomputer mee....

    ( Ondertussen mijn teen verstuikt aan die canapé die weer in de weg stond... Zal in het vervolg de lichten aansteken. )

    De eerste soep, excuseer , soupe :

    Soupe à l’air…. Letterlijk dus: soep van of met …lucht !

    Een andere is de “Aigo Bouido”. Letterlijk : gekookt water...!

    Dit is Provençaalse keuken, dat ruik je zo...!

    Dit zijn soepen die in onze Belgische keuken niet zo thuis horen maar als je er even over nadenkt en het eens probeert kom je tot een verbluffend resultaat.

    Gewoon, enkele teentjes knoflook aanfruiten in wat olijfolie of eenden of varkenvet, naargelang waar je woont of wat er in de schapraai aanwezig is.... daar een forse hoeveelheid water aan toevoegen, diverse kruiderijen, waarvan dikwijls salie de hoofdbrok vormt, en veel zwarte peper...

    Een laurierblad, tijm, doe maar wat...!

    Een kwartiertje koken en voila: de soep is klaar ...

    Bij het uitscheppen giet me deze dunne, waterachtige soep over stukjes oud stokbrood.

    “Du pain rassis” zoals men in Frankrijk zegt.

    Dit is eigenlijk het basisrecept voor gelijk welke “soupe” !

    Let op, deze recepten komen niet uit vervlogen tijden. Die worden nog alle dagen in de Franse boerenkeukens toegepast.

    Een andere bekende is de “Tourin”. Ook geschreven als “Thourins”, maar dat doet er niet toe.

    Dat is een soep die gemaakt wordt met ofwel veel uien, soms met tomaat erbij, ofwel met knoflook. Als afwerking worden er eierdooiers door geklopt en het eiwit wordt gepocheerd in de soep.

    In de Périgord werd dit soort soep opgediend aan een pas gehuwd koppeltje, net voor ze naar bed zouden gaan. Om hun “sterkte” te geven. De soep werd zwaar gepeperd en de hele buurt bleef dan kijken om te controleren of de soep ook zijn effect uitoefende...???

    Je zou voor minder....niet trouwen... Kijk hier eens , prachtig niet ? Maar kom terug, hé !

    Ook in Spanje, als ik daar ooit zelf eens uit eten ging, had Pépe Rubio, zo een soepje à la boerenfluitjes, die alleen maar geserveerd werd aan goede klanten,maar dat was ik wel, ik woonde vlak naast zijn deur. Dat soepje was een “sopa de ajo”....

    Klaar in drie minuten en oh, zo overheerlijk lekker en doodsimpel om te maken...

    Zijn vrouw Trinidad, Trini voor de intimi, heeft mij het recept verklapt.

    Het komt overeen met 2+2 is gelijk aan .... (Seniel aan het worden ?!)

    Neem een braadpan, doe er olijfolie in en bak daarin stukjes oud brood en een klein handvol

    gehakte knoflook, als het is voor twee personen.... Twee handen vol voor vier personen.

    Overgiet met heet water en kook nog twee minuten verder.

    Leg een ei, in een kom, zonder de schelp liefst, en giet daar de gloeiend hete soep over...

    Wacht drie minuten en dien op....

    Het uitzicht, dat moet je niet naar je vrienden in onze koude kikkerlanden sturen, zeker niet met een foto er bij...

    Maar lekker !

    We waren toch in die répertoire aan het lezen...?

    Een paar meer recepten aangepast aan onze contreien :

    Een echt mooie is de “Soupe à la grand’mere”.

    Grofweg gesneden prei, uien, selderij, kool, aardappelen en rapen. Als bevochtiging : drie kwart water en één kwart melk.

    Als afwerking, de garnituur: zuring, sla, spinazie, kervel en “des pâtes d’Italie” zo schreef men dat in de tijd van Escoffier. Zeg maar vermicelli of zo iets...

    Dergelijke soepen met een bevochtiging ( wat een woord ! ) van melk vallen qua smaak zeer goed mee en doen zelfs wat roomachtig aan. Het veiligste is wel om die melk pas helemaal op het einde van de bereiding toe te voegen. De melk zou kunnen en durven schiften...

    “Soupe à la grand mère”, alstublieft niet verwarren met “soupe de belle mère”. Die laatste is met veel azijn, volgens een van mijn collega’s, toch...

    Een soep die ik mij nog herinner uit mijn tijd van de hotelschool was de “Soupe Laboureur”. Een soep voor hardwerkende mensen, zoals wij studenten toen waren ?!

    Ook zo een soep, speciaal voor de zaterdag, de laatste dag van de week. Vele resten bijeen gooien en koken maar...

    Volgens de normen van het boekje dat hier nu voor mij ligt, is het een soep gemaakt met gezouten varkenhammetjes, gezouten spek en spliterwten.

    Laat enkele uren koken en voeg er dan wortelen, rapen, prei en uien bij.

    Bij het opdienen het spek en de hammetjes in stukjes snijden en bij de soep doen...

    Zelfs soepen gemaakt met witloof, wit van prei en aardappelen kregen toen een mooie naam : “Soupe à l’Ardennaise”. Als vocht werd er melk gebruikt.

    Er al eens op gelet dat er hier nergens gesproken wordt over bouillonblokjes ???

    Soepen gemaakt met als bindmiddel bonen en erwten mogen we (ik dus ) niet vergeten te vermelden.

    Zo en heerlijke dikke soep met witte bonen, diverse groenten en een stuk spek daar in.... dat is pas eten. Ga nadien maar een wandelingetje doen, dan hebben de huisgenoten geen last van rare geluiden en geuren....

    De bonen moeten eerst een nachtje te week gezet worden. Alhoewel dit eigenlijk te lang is. Er kunnen zich dan reeds gistingsverschijnselen in de bonen voordoen en dat is juist wat we willen vermijden. Zet de bonen daarom in de koelkast tijdens het weekproces en giet dit weekwater nadien weg! Dit zal nadien veel buikgerommel besparen !

    Erwtensoepen , daarvoor moeten de erwten niet eerst geweekt worden. Na een uurtje koken zijn ze zo reeds gaar. Ook erwten veroorzaken overlast in de buik maar de producenten proberen steeds maar om erwten of bonensoorten te kweken die deze vervelende bijverschijnselen niet veroorzaken. Ons organisme, onze darmen lukken er niet in om bepaalde zetmeelsoorten die in peulvruchten voorkomen, te verteren.

    De voorlaatste stap, dat is in de dikke darm, daar gaan mensvriendelijk bacteriën die verteringstaak overnemen en zullen ze die venijnige zetmeelsoorten even voor ons gaan verteren maar ze scheiden , met “d”, daardoor koolzuurgas af. Dit koolzuurgas hoopt zich op in de dikke darm. De rest is gekend...

    Uit mijn kindertijd herinner ik mij nog de zondagse “Kermissoep”. Dat was een gewone simpele bouillonsoep Gans de familie kwam samen en ze aten van ’s middags tot ’s avonds. Eerst de soep, later het vlees. Niet vergeten dat er ook frikadellen met krieken, boterkoeken en rijstpap met fruit bij kwamen. Taart ook !

    De nonkels speelden kaart, de tantes kwetterden en slurpten slappe koffie en ik dronk stiekem de restjes van de glaasjes “Muscat de Samos” op...

    De soep werd gemaakt door eerst een gigantische “rol” te koken met daarbij allerhande groenten. Zeg maar prei, selderij, uien, wortel en misschien nog wel één en ander....

    Die “rol” was een stuk soepvlees dat de slager voorbereidde door een lap runderborst tot een rol samen te binden. Nadat het vlees zijn smaak afgegeven had aan de soep, dat gebeurde op zaterdag, werd het vlees ’s anderdaags in plakken gesneden om als beleg te dienen voor de kermis “pistolees”.... Waar is de tijd ?

    Maar : “The Times, They Are a-Changing “

    UNOX !

    03-11-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (2)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (24 Stemmen)
    Categorie:Soepen
    27-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Soep maken
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het wordt stilaan winter, aan de buitentemperatuur te voelen toch.

    Wintertijd is soeptijd....

    Niet dat er in de zomer geen frisse soepjes kunnen gemaakt worden, maar echte dikke stevige soep dat is winterkost.

    We zullen even nagaan wat er zoal kan gemaakt worden.

    Als je een kookboek openslaat worden daar meestal recepten opgeven voor , wortelsoep, uiensoep, kervelsoep, aardappelsoep en zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan....maar in de profkeuken bekijken wij dat helemaal anders: één recept...en een klein beetje zelf nadenken.

    ( Maar dat is de laatste jaren soms al een beetje van het goede te veel gevraagd... dat nadenken..)

    Soepen kunnen ingedeelde worden in enkele groepen:

    Pureesoepen,

    Roomsoepen,

    Veloutésoepen

    Burgersoepen

    Consommésoepen

    Vreemde soepen.

    We zullen ze even ontleden.

    De pureesoepen zijn de soepen gebonden worden met aardappelen, bonen of erwten... Een ander naam is : doorgestoken soepen.

    Een roomsoep bevat room, uiteraard en een veloutésoep bevat velouté.... Dit is een grapje; Een veloutésoep is een soep die afgewerkt wordt met een mengsel van room en eierdooiers. Iets wat bijna nooit meer gedaan wordt, wegens diverse redenen.

    Een burgersoep, dat is zoiets als onze grootmoeder deed of nog doet.... Een soep met een brok vlees of kip, daarbij verschillende groenten en deze samen verscheidene uren laten koken...

    Een consommé, daar zal ik hier niet op ingaan, dat is een hoofdstuk apart en dat staat hier te lezen. Vroeger, lang geleden, hier reeds geschreven....

    De vreemde soepen, dat is alles waar geen naam op staat of soepen die ingevoerd werden uit andere landen, voorbeelden zijn gazpacho, mulligatawny, oxtail, alhoewel dergelijke soepen nu overal bekend zijn.

    Soepen van schaaldieren vormen nog een aparte groep, ook dit staat reeds lang te lezen op dit blog, kijk hier maar....

    Dus blijven er nog over de doorgestoken soepen over en de burgersoepen...

    Dit zit zo: vroeger had men rijken en armen, adellijken en plebs. Misschien is dit nu ook nog zo maar toen was het toch meer uitgesproken.

    Het verschil zat hem hier; de rijken hadden een zeef en de armen hadden dat niet !

    De rijken, de baronnen, graven en prinsen konden zich keukenmeesters, knechten en meiden permitteren. De arme keuterboertjes, konden alles maar zelf doen, hadden één ketel als het goed ging en daarmee moesten ze het dan maar stellen.

    Hoe maakte die arme man zijn soep ?

    Neem de ketel vol water, hang die boven het vuur en gooi daar ongeveer alles in wat er in voorraad is.

    Dat kon een stuk vlees of spek zijn, wat beenderen en veel groenten van eigen kweek....

    Als dat allemaal lang genoeg gekookt had vielen alle grondstoffen zowat uit mekaar en daar hadden zij hun soep. Dikwijls voor enkele dagen...

    Deze soep werd meestal gegeten uit kom waar eerst enkele stukken oud brood in gelegd werden.

    Dat was toen de volledige maaltijd.... Dikwijls toch.

    In het Frans spreekt men nog over “les souppes”, let op de twee p’s. Dat zijn stukken al dan niet geroosterd oud brood.

    Dit is ook een beetje de verklaring voor het woord “burgersoep”. Zoek het niet in een modern kookboek, want je zal het niet vinden.

    In vaklitteratuur komt het woord wel voor.

    Dus zo een burgersoep van destijds kan nu ook nog gemaakt worden door allerlei groenten samen met stukjes vlees of hele stukken vlees te koken tot alles gaar is. Weliswaar niet meer boven het open vuur maar ik hou niemand tegen...

    Onze grootmoeders deden het zo. Zaterdag avond werd de soep reeds opgezet, een stuk soepvlees, een stuk been, een soepkip of alle drie, allerlei groenten uit de tuin er bij en laat maar koken. De kachel doofde ’s nachts en ‘s zondags ’s morgens warmde de soep weer op....

    Dikwijls werd er dan een stevige greep vermicelli aan toegevoegd en daar was de soep. Soep met dakvensters noemde men dat in Roeselare, duidend op de stevige vetogen die op de soep dreven. Dat was kloeke kost want in die tijd werd er nog noeste arbeid verricht...

    De rijken, die hadden personeel, koks en keukenmeiden, die niets anders te doen hadden dan te koken. En zij hadden materieel, potten en pannen, gemetselde fornuizen en ook klein materieel zoals pollepels, schuimspanen, grote messen en zeven ( meervoud van zeef ).

    Zij konden dus verfijnde soepen maken. Want hoe maak je een fijne soep ? Door ze te zeven natuurlijk. Staafmixers en roerzeven bestonden nog niet, dus een soep doorsteken werd gedaan door alle gekookte groenten door een zeef te wrijven... hard en langdurig labeur !

    In de restaurants werd een fijne soep gemaakt door een groentepuree aan te lengen met bouillon en deze dan af te werken met bijvoorbeeld room of eierdooiers en een mooi garnituur. Als men verscheidene groentenpurees in voorraad had kon men verschillende soepen maken in een mum van tijd.

    Nu gaat dat een beetje anders, helemaal anders zelfs. Sinds men de staafmixer uitgevonden heeft is soep maken een klein klusje geworden alhoewel velen er nog steeds niet aan durven beginnen. Zo een blik van Unox is zeer gemakkelijk! Nu dikwijls vervangen door soep in brick verpakking.

    Wie herinnert zich nog de jaren vijftig en zestig dat er “soepboeren” rondreden in de meest vreemde vehikels en de soep verkochten per liter ? Meestal kleffe soep, en altijd met balletjes want anders moest de doorsnee Vlaming geen soep...

    Kom, we gaan zelf even soep maken.

    Neem als voorbeeld aspergesoep, het is wel niet het juiste seizoen nu maar dat komt wel...

    Welke kleur moet een aspergesoep hebben ?

    Antwoord : wit, tenzij je soep wil maken van groene asperges.

    Naar wat zou die soep moeten smaken ? Hopelijk naar asperges !

    Hou dus twee regeltjes in het achterhoofd.

    Elke soep heeft een hoofdelement en wat bijzaken nodig.

    Dus als we hier groene selder, wortelen tomaten aan de soep gaan toevoegen, zie je het al gebeuren, adieu witte soep.... Ze zal trouwens ook niet meer naar asperges smaken maar naar selder en wortelen en tomaten...

    Er zijn twee groenten die altijd kunnen en mogen gebruikt worden, uien en wit van prei. Toevallig zijn dit ook groenten van dezelfde familie.... Zij veroorzaken geen kleurverandering en eigenaardig genoeg, ook geen smaakverandering. Het zijn eerder smaakversterkers...

    De ui en het preiwit moet eerst even klein gesneden worden en aangestoofd in wat vetstof, neem maar boter. Dan doen we er bouillon bij. In deze tijden nemen we bouillon van blokjes tenzij je zelf een goede fond gemaakt hebt van kip of kalf... Nu mogen er stukken asperges bij maar eerst hebben we de mooie toppen er af gesneden. Die topjes gaan we apart gaarkoken en zullen straks het garnituur vormen...

    Nu moet de soep nog gebonden worden.

    Voor de meest eenvoudige soep doen we dat met aardappelen. Voor zo een aspergesoep nemen we roux. Zelf gemaakt of gekocht.

    De aardappelen mogen er onmiddellijk bij, de roux, indien men gebruikt kan die best op het laatst toegevoegd worden.

    Laat alles nu op een zacht vuurtje gaarkoken, dit duurt hoogstens een half uurtje, leg een deksel op de pot of pan tegen het uitdampen...

    Stop nu de staafmixer er in en laat mixen tot er een fijne puree bekomen wordt. Giet deze nadien nogmaals door een gewone keukenzeef. Je zult er verstomd van staan hoeveel vliezen en vezels er nog over blijven. Proef en doe er het nodige peper en zout bij. Let wel op als je bouillonblokjes gebruikt hebt, die zijn reeds vreselijk zout !

    Nu de soep nog afwerken met een scheutje, of scheut room, de aspergepuntjes, het garnituur er bij, en opdienen maar !

    Indien er een mengsel van room en eierdooier gebruikt wordt spreken we van een asperge veloutésoep... Eerst even wat soep bij het dooiermengsel gieten in de soepterrine, anders kan het zaakje schiften.

    Dat is eigenlijk het principe van een eenvoudig pureesoepje.

    Zelfde idee als je een andere soep wil maken, denk er bij na welke soep je wil bekomen, kies de begeleidende groente in functie van de kleur en de smaak van de te verwachten soep en voor de rest is dat steeds hetzelfde...

    Voor een echte roomsoep wordt er niet gebonden met aardappel maar met roux. Juist voor het opdienen wordt de room er aan toegevoegd. Ongeveer één deciliter per liter soep.

    Als je grote hoeveelheden soep wil maken stelt men zich weel eens de vraag, hoeveel soep is er nodig voor bijvoorbeeld twintig personen ????

    Zeer eenvoudig : twintig gedeeld door drie.... dat is een beetje minder dan zeven liter....

    Normaal serveert men twee scheppen per persoon, dat is twee deciliter.... Daarna een “repasse” waar sommigen nog wel wat bijnemen, dat is ongeveer één deciliter per persoon en voila, alle soep is op. Alhoewel er wel een ietsje zal overblijven.

    Indien je dit niet begrijpt, even de cursus wiskunde voor beginners terug doornemen...

    In een vorig stukje, ja over rijst, heb ik geschreven dat er daar een boek kan over geschreven worden, over soep dus ook....

    Misschien later wel...

    Anders, stel maar vragen.!

    27-10-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (2)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (65 Stemmen)
    Categorie:Soepen
    20-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rijst
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Op mijn website kan ik zien welke vragen er zoal gesteld worden. Dat is niets speciaals, iedereen kan dat zien, als je maar weet op het juiste knopke te klikken...!

    Opvallend is het aantal vragen dat er binnenkomt over rijst.

    Met als zoekterm : rijstsoorten.

    Dus daar gaan we wat aan doen.

    Over soorten kan ik kort zijn. Er bestaan zoveel soorten rijst dat het onmogelijk is om ze hier allemaal op te noemen. ( Normaal zijn mijn stukjes ongeveer drie A4 pagina’s lang...) . In het lijvige boek “FOOD” worden reeds meer dan vijftig soorten vernoemd en dat is slechts een klein voorbeeld, met de vermelding dat er alle dagen wel enkele soorten bijkomen.

    Toch worden de rijstsoorten ingedeeld in een drietal groepen :

    Rijst met ronde korrel.

    Rijst met een medium korrel en

    Rijst met een lange korrel.

    Het verschil zit hem in het soort zetmeel dat de korrels bevatten. Daardoor zal de ronde korrelrijst gemakkelijk samenkleven en de rijst met lange korrel zal niet zo snel kleven.

    De rijst met medium korrel zal natuurlijk ergens tussen de twee in zitten.

    De scheikundige uitleg zal ik jullie hier maar besparen.

    Iedereen denkt bij rijst aan mooie sneeuwwitte korrels maar ook dat is onvolledig. Er bestaat witte rijst, goudkleurige rijst, rode, donkerrode en zwarte rijst. Toch zijn het allemaal variëteiten van dezelfde plantensoort : de Oryza sativa... Wat eetbare rijst betekent, ook gekweekte rijst...

    Er bestaat ook een “wilde rijst” maar dat is een andere plant. Die levert een bijna zwarte korrel op, die nooit gepeld is en die voor veel geld verkocht wordt. De wilde rijst wordt geplukt, want hij wordt niet gekweekt ( denk ik toch), in het merengebied van de Verenigde staten. In Michigan. Ook in Canada.

    Deze rijst wordt geoogst door indianen die op die manier van de alcohol en de drugs gehouden worden. Met bootjes wordt er door de rijstvelden gevaren en de rijpe korrels worden in het bootje verzameld. Met de opbrengst kunnen de indianen een behoorlijk leven leiden.

    Het woord is reeds gevallen. Water, water en rijst zijn onafscheidelijk. Iedereen die wel eens door Azië gereisd heeft kent ze wel, die prachtige bleek groene rijstvelden. Dikwijls in terrassen aangelegd. De jonge rijst wordt gekweekt in modderpoelen. Daarbij ziet men een beeld van waterbuffels en kleine jongentjes die door de modder ploeteren. Vrouwen, gebukt met een punthoed op hun hoofd die de zaailingen uitplanten.... Toch is deze “romantiek” deels verdwenen....

    Waar rijst echt op grote schaal gekweekt wordt gebruikt men zelfs vliegtuigen om de rijst  te zaaien. Uitplanten is nadien niet meer nodig. Het water waarin de rijstplant uitgezet wordt is nodig omdat rijst veel vocht en warmte nodig heeft maar ook om het opschieten van onkruid te voorkomen. Weeral minder werk !

    De rijst die in terrassen geweekt wordt, wordt uitgezet in zware kleigrond met een kleimuurtje er rond. Via ingenieuze greppeltjes en kanaaltjes stroomt het water dan van boven naar beneden door de verschillende terrasjes. ( tenzij men inmiddels een systeem zou uitgevonden hebben om water naar boven te doen stromen..)

    Eens de rijst rijp wordt hij gedroogd en gedorst. Dit dorsen kan op een zeer primitieve manier gebeuren maar evengoed met hypermoderne machines.

    In India zag ik ooit hoe een “boerke” zijn rijst gewoon op de openbare weg legde en wachtte tot er voldoende auto’s over gereden hadden om de korrels er af te halen...

    Nadien wordt het buitenste vlies er af gepeld en de rijst wordt gepolijst.

    Dit polijsten is zoiets als het afschuren van de rijstkorrel. Niet korreltje per korreltje maar het wordt machinaal gedaan, dat gaat wat sneller.

    Lang geleden, dit wil zeggen, dat ik het niet weet wanneer, ontstond een ziekte die beri-beri genoemd werd. Iets wat nu waarschijnlijk niet meer bestaat. Gepolijste rijst was toen een luxe artikel geworden. De ziekte ontstond doordat de rijstkwekers ook mooie gepolijste rijst wilden eten. Voordien aten ze volle ongepelde rijst. Maar een groot gedeelte van de vitamine B die rijst bevat was door dit polijsten verdwenen en de sukkelaars werden ziek door vitaminegebrek...

    Nu al dit geleuter zal niet zo geapprecieerd worden door zij die rijst willen klaarmaken...

    Dus moeten wij ons eerst rijst aanschaffen!

    Vroeger stuurde ons moeder mij naar de winkel om een “half pond” rijst te kopen...

    Dit is nu gedaan. Nu staan we in de supermarkt voor een indrukwekkende muur van allerlei rijstsoorten en moeten onze keuze maken...

    Een bekende soort is eigenlijk een merknaam: de Uncle Ben’s rijst...

    Dat is een soort rijst, Amerikaanse Carolina rijst die een soort voorkookproces ondergaan heeft en daardoor niet ofte nooit zal plakken.

    Uncle Ben’s is een commerciële naam. De rijst heet parboiled rijst of gestoofde rijst. Vele andere fabrikanten brengen dergelijk rijst nu ook op de markt. Gastronomisch gezien een regelrechte ramp...!

    Inviteer eens je Chinese vrienden ( vlienden ) en serveer hun van die parboiled rijst. Gegarandeerd zie je ze nooit meer terug... Toch is er uit voedingsoogpunt niets fout met die rijst. Hij bevat meer voedingsstoffen en vitamines dan alle andere rijstsoorten !

    De lange korrelrijst wordt dikwijls verkocht in individuele kookbuiltjes, die ik dadelijk open knip... ! De rijst is perfect, maar dat plastic zakje, dat hoef ik niet...

    De ronde korrelrijst dient om rijstpap, met gouden lepeltjes, van te maken of zoals de laatste jaren de zeer populaire risotto... de biefstuk friet wordt stilaan verdrongen door pizza, spaghetti en risotto, let maar op !

    De ongepelde rijst, wat een verkeerd woord is, wordt gekocht door de gezondheidsfreaks of de makrobiotiekers of om aan de hond te voeren.

    Het gaat om zilvervliesrijst. Het echte kaf is wel verwijderd maar het sterk aanklevende vliesje zit er nog aan. Dergelijke rijst bestaat zowel in ronde korrel als in lange korrelversie...

    Volgens de nog steeds geldende Franse normen kan rijst op drie manieren klaar gemaakt worden. Wat zijn die Fransen toch nog achter ...!

    Op zijn Creools, als pilafrijst en als risotto.... En ook gewoon gekookt in water, dat kan ook.

    In de achttiende eeuw, dat is alweer een tijdje geleden, kookten de Fransen de rijst in gewoon gezouten water tot de korrels open splitsten.. Zij vonden dat het zo hoorde, du riz crevé noemden ze het ook wel. Zet nu zo een bord rijst voor aan een uitgehongerde Soedanees en die zal het waarschijnlijk met minachting van zich wegduwen...

    En toch, wat doen we met de kookbuiltjes ? Maar nu koken we de rijst tot hij juist gaar is. Deze tijd bedraagt ongeveer 17 tot 18 minuten afhankelijk van de soort.

    Zilvervliesrijst heeft een veel langere kooktijd nodig. Kijk op de verpakking want is er is echt geen lijn meer in te trekken.

    Basmati en Thai rijst zijn reeds na 12 tot 13 minuten gaar.

    Een gekende bereiding is de pilaffrijst... Wordt ook geschreven als pilaw, pilau, pulau en pilav.... Maar het is allemaal hetzelfde...

    Daarvoor wordt gewassen rijst eerst even aangestoofd in vetstof, olie, boter of vet van het schaap of de koe, tot de rijst glanst. In India doen ze er op dat moment ook nog wel allerhande kruiden bij, dan wordt er ongeveer twee keer zoveel vocht aan toegevoegd. Water in ’t simpelste geval, kan ook bouillon zijn of iets anders, als ’t maar nat is.

    De rijst wordt nu afgedekt met een goed sluitend deksel en op een klein vuurtje of in een oven verder gaar gemaakt.

    Nadien kan deze rijst lang warm gehouden worden in een soort thermosbox tot nader gebruik.

    In Azië gebruikt men daarvoor “ricecookers” . Toestellen die lijken op onze elektrische frituurketels....

    De hoeveelheid vocht die toegevoegd wordt bepalen zij door een vingerkootje boven de rijst te houden. Als dit juist bedekt is, zit er genoeg vocht in.... Hoe zij het doen, ik weet het niet. Mijn vingerkootje is waarschijnlijk een van het lange type....

    Dan hebben we nog de risotto’s. De Italiaanse rijstpap die nu zo een furore maakt...

    Risotto met duizend verschillende garnituren maar het bereidingsprincipe blijft gelijk.

    Er is ronde korrelrijst voor nodig. Arboriorijst bijvoorbeeld of Carnaroli of Vialonerijst....

    Met Uncle Ben’s lukt dit echt niet...

    Hiervoor wordt de rijst eerst even aangestoofd in wat vetstof en nadien wordt er al roerend tot driemaal zijn volume aan vocht toegevoegd... Dikwijls ook een scheut witte wijn om de korrels stevig te houden en als afwerking gaat er Parmezaansse kaas in, hoe zou het anders ook kunnen....

    Over rijst is het zonder meer mogelijk om een boek vol te schrijven, maar daar heb ik nu geen zin in.

    Lees hier nog meer over rijst

    20-10-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (2)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (34 Stemmen)
    Categorie:Pasta en rijst
    13-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Over appels en noten
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Vorige week bij kennissen op bezoek geweest. Niets abnormaals tot hiertoe.

    Ware het niet dat er bij de vrienden een grote kist met appels aan hun voordeur stond !

    Zeer verlokkelijk, alleen stond er geen bordje bij met daarop : zelfbediening....

    Later bleek het toch om zelfbediening te gaan.

    Ik wilde drie mooi appels meenemen maar nee, een ganse zak moest mee naar huis.

    Het waren mooie appels alhoewel het afgevallen appels waren, een beetje wormstekig, wat vervormd en links en recht waren ze een beetje gedeukt met bruine plekken. Verder mankeerde er niets aan. Echte bio appels dus !

    Maar om appelmoes te maken ..daarvoor heb je dergelijke appelen nodig.

    Het waren appels van een zeer oud ras, grauw, grijzig groen, met een ruwe schil. De eigenaars van de bomen kenden ook het ras niet. Volgens hun hebben de bomen daar altijd gestaan.

    Mocht iemand ze herkennen : laat maar weten.

    Maar we zouden appelmoes maken van de appels.

    Als er nu iets eenvoudigs is, is het wel appelmoes maken.

    Indien de appels onbeschadigd zijn moeten ze zelfs niet geschild worden, later wat meer daarover.

    Mijn appels, het waren de mijne toen, heb ik wel geschild, de wormen verjaagd en de bruine plekken er uit gesneden. Ik heb ze ook maar even gewassen want die wormen produceren zo een zwart zaagsel dat ik er toch liever af heb...

    Een bodempje, dat is echt maar heel weinig, water in een pot, de appels erbij die eerst in gelijke stukken gesneden waren en dan deksel op de pot.

    Nu aan de kook brengen. Af en toe eens kijken voorzichtig roeren en stilaan veranderen de appels in moes, appelmoes. Dan doe je er wat suiker bij naar eigen godsvrucht, vermogen en smaak.

    Je mag er ook een staafje kaneel bijstoppen. Naar wens. Ik hou er niet zo van. Appelmoes moet naar appel smaken.

    Nog even goed doorroeren met een spatel om de stukken wat te breken. Laat nu maar afkoelen. Totale kooktijd, vijf minuten misschien ?

    Zo verkrijg je dus appelmoes met “stukjes”, in de winkel de duurste !

    Een snelle methode bestaat er uit om de appels gewoon even te wassen in vier stukken te snijden en er dan moes van te koken met suiker en een ietsie pietsie water. Daarna wordt de ganse zooi door een roerzeef, een passe-vite, gedraaid. Dan verkrijg je van die fijne appelmoes met een beetje grauwe kleur.

    De schillen, pitten en klokhuizen blijven achter in de zeef.

    Dit lukt alleen maar als je echte moesappels gebruikt en daar ligt het kalf gebonden : waar vind je nog moesappels ...??? Ik ga jullie het adres van mijn kennissen niet vertellen !

    De huidige appels koken niet meer stuk, die blijven heel, jammer....

    In augustus of zo wat zijn er soms wel eens “ James Grieve” te vinden, die zijn geschikt. Later ook de “Schone van Boskoop ofte goudrenet”.... Maar het wordt toch zoeken hoor !

    Nu rest er ons alleen nog een gewone gebraden kip, een bloed of andere worst te vinden om er de appelmoes bij op te dienen of zoals in Nederland bij de gebakken tongetjes...

    De kleine paddenstoeltjes die bij de appel liggen dat zijn weidekringzwammen. Daar heb ik een soepje van gemaakt ! Niet in de appelmoes gedraaid !


    Langs diverse wegen krijg ik vragen over het zelf maken van notenolie.

    Laat maar, vergeet het maar !!!!

    Daar is apparatuur voor nodig, hoe primitief ook waar je thuis nooit zal aan geraken.

    Misschien jammer want naar het schijnt was het een goed notenjaar.

    Als je de noten eerst goed droogt en nadien ook droog bewaart blijven ze zeer lang goed.

    Soms vinden we in september in de Périgord nog noten van het jaar voordien en als we ze dan pellen blijken ze nog redelijk goed te zijn, een beetje verdord of compleet uitgedroogd maar het loont nog steeds de moeite om ze te kraken... met resultaat !

    Ook om notenolie te maken moeten de noten eerst gepeld worden, gekraakt dus en de kernen moeten er uit.... de harde pellen gaan in de open haard. Want noten kraken dat wordt tijdens de koudste wintermaanden gedaan. De noten zijn dan voldoende gedroogd en dan kunnen ze naar de pers gebracht worden.

    De pers daar gaat het over, er is een pers nodig, om de olie uit de noten te halen en niet zo maar een pers maar een hydraulische pers die ongeveer een druk van zeven ton kan opbrengen...

    Ik heb het geluk om daar in de Dordogne dicht in de buurt van een notenolieperser, of hoe noem je zo iemand, te verblijven ? Hij heet Patrick, dat is gemakkelijker.

    Hij heeft een oude watermolen helemaal opgekalefaterd, een nieuw rad aangebracht en dat waterrad drijft die fameuze pers aan. Tegelijkertijd wordt ook een kleine elektrische turbine in werking gesteld waarmee hij elektriciteit opwekt voor de verlichting en om zijn notenmolen te doen draaien. De tijd van de kaarsen is voorbij. Toch gebruikt hij nog een houtvuur om de noten op te warmen.

    De molen is gesitueerd in, zoals men dat noemt, een idyllisch landschap. Natuurlijk aan de boord van een rivier; de Dronne .... Adres op aanvraag verkrijgbaar. De molen is elke zondagnamiddag vrij te bezoeken. Verkoop van olie, uiteraard. Ook nog enkele andere producten zoals wat zoetigheden en “confiture de noix”.

    De noten worden binnen gebracht door de mensen die voldoende noten hebben, ze moeten wel gepeld zijn, dus alleen de kernen. Die worden gemalen in hetzelfde soort molen als de slagers gebruiken, een vleesmolen dus! Bij hem is het een notenmolen geworden. De verkregen pulp wordt dan in een koperen bassin verwarmd boven een houtvuurtje. Terwijl draait er permanent een roerschijf in het bassin. Als de pulp ongeveer zeventig graden celsius bereikt heeft wordt de warme massa tussen persdoeken uitgespreid in verschillende porties. Die pakken gaan dan onder de pers. De pers drukt zeer traag de olie er uit en de amberkleurige notenolie vloeit uit in een mooie glazen kruik.

    Uit vier kilo notenkernen komt ongeveer één liter olie.

    Die olie gaat dan in flesjes van een kwart liter en blijft volgens Patrick, één en een half jaar goed op voorwaarde dat ze koel bewaard wordt.

    Zijn charmant vrouwtje noteert de fabricagedatum het flesje.

    Hij drukt er steeds op om die olie koel te bewaren want het is dus ongeraffineerde olie. Na een tijdje zet zich dan ook een donker depot af op de bodem van de flesjes, dat is derhalve een natuurlijk bezinksel.

    Het is daarenboven een “goede” olie die opgebouwd is uit veel onverzadigde vetzuren. Bestrijdt daarom de cholesterol... (Zou ik geen goede verkoper van notenolie worden ?)

    Het is vooral een lekkere olie, met een zeer sterke smaak. Ze kan naargelang voor welk soort bereiding, gemengd worden met wat neutrale olie zoals zonnebloemolie bijvoorbeeld.

    Vooral lekker voor salades. Meng er dan ook een klein beetje gehakte noten bij.

    In de Perigord wordt er een beetje notenolie uitgegoten over een dikke bonensoep, uitermate lekker...

    Gebruik dit soort olie vooral niet om er iets in te bakken zoals sommige jonge snoeshanen van koks wel eens durven zeggen of schrijven. Ze moeten soms nog veel leren !

    13-10-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (4)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (21 Stemmen)
    Categorie:Diversen
    06-10-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Broodpudding
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Luisteren jullie soms nog naar radio 1 ?

    Ik soms wel. De luisterdichtheid van onze “bijna” nationale zender is gezakt tot 10 procent en als ze dezelfde “bleitmuziek” blijven programmeren dan haak ik ook af. Dan hebben ze nog maar negen procent luisteraars!

    Enkele weken geleden hebben ze met veel tamtam hun programma’s aangepast, ik hoopte toen dat ze het misschien begrepen hadden maar...

    In de voormiddag zijn de programma’s nog te pruimen, behalve die afschuwelijke schreeuwerige muziek. Vroeger hadden we Koen Fillet met “Jongens en wetenschap”, later Friedl Lesage, nu is het Peeters & Pichal die een programmaatje hebben over consumentenzaken... best interessant, maar... Daarna gaat onverbiddelijk Klara op !

    Een hele lange inleiding om “to the point” te komen.

    Op het forum van P&P wordt de vraag gesteld; hoe kunnen we de afvalberg verkleinen ?

    Er kwamen negentig antwoorden binnen die handelen over allerlei diverse onderwerpen en één ( de laatste ) die mij onmiddellijk opviel :

    lekker afval

    Herman Briers

    Als bakkers nu eens op hun broodzakken en taartendozen een recept voor broodpudding zouden afdrukken of voor verloren brood. Lekker, en afvalbergverminderend!

    Dat is een kluifje naar mijn hand !

    Overschotten van brood, wat doe je daarmee ?

    De moderne jeugd kiepert dat waarschijnlijk allemaal in de vuilnisbak, want wie eet er nu nog brood van gisteren ? Een broodje dat koop je op je werk...Wie maakt dat nu zelf ?

    Zij zullen ook nog wel bijdraaien als ze hun huis aan het afbetalen zijn....

    Zaag, zaag, zaag....!

    Wat kan men doen met oud brood ,

    Vier dingen, waarschijnlijk zijn er nog wel meer mogelijkheden.

    - Paneermeel maken

    - Croutons maken voor soep af salade

    - Wentelteefjes bakken

    Of : broodpudding bakken...

    Om paneermeel te maken moet het brood zeer droog zijn. Dit kan best gedaan worden door het oude brood in een zacht verwarmde oven te laten drogen tot er licht bruine randen verschijnen aan de korsten. Temperatuur, ergens in de buurt van 150°C.

    Desnoods de bewerking een tweede keer herhalen met de niet goede gedroogde stukken.

    Daarna de droge korsten fijnmaken in een keukenmachine, een cutter of zelfs in een antieke passe-vite lukt dat wel. Dan nog even zeven en we hebben de mooiste chapelure die er te vinden is.

    Bewaren op een droge plaats in het donker. De restende korreltjes zijn ideaal om aan de vogeltjes op te voeren.

    Chapelure is een woord dat voortkomt van het (oude) Franse werkwoord “chapeler” wat raspen betekent.

    Van mooie fijne sneetjes brood kunnen kleine dobbelsteentje gesneden worden die men kan fruiten in olie : croutons voor de erwtensoep of in de zomer voor de salade. Strooi dan wat lookpoeder over de nog warme croutons...

    Croutons in de gazpacho, dat is ook mooi.

    Over wentelteefjes heb ik het hier reeds gehad. Ook een vlotte manier om van wat oud verlost te raken. Lees hier meer.

    Tenslotte, van alle andere resten kunnen we broodpudding maken.

    Nu kom ik terug bij de studenten. Zij kopen dat bij de bakker die er zijn oud brood in verwerkt heeft.... Zeer voedzaam en goedkoop.

    Als ik op het internet zo wat rond surf vind ik daar dikwijls recepten waar eieren, puddingpoeder ( de Nederlanders zullen weer niet weten wat dit is ...) en nog vele ander vieze en zware hulpmiddelen in verwerkt zijn...

    Allemaal niet nodig !

    Men neme oud brood, van degelijke kwaliteit. ( Dat is misschien het probleem nu...!)

    Zet dit brood in een grote kom, een plastieken voetbadje of een oude wastobbe en giet er massa’s koud water over uit. De grootste propere pot die je bezit mag ook.

    Nu mag je even een dutje gaan doen, naar de cinema gaan of belangrijk bezoek ontvangen. Reken maar op enkele uren weektijd.

    Neem daarna een vergiet, zo eentje met grote gaten, ook een stramijn, teems of verzijp genoemd en giet het verzopen brood er in. Nu mag je weer een dutje gaan doen, naar de cinema gaan of zo verder....

    Dit proces kan effectief enkele uren duren...afhankelijk van het soort brood.

    Druk op het einde nog zoveel mogelijk vocht uit het brood.

    Zet nu suiker bij de hand, kaneelpoeder als je dat lust en rozijnen. Liefst van die donkere.

    Als je geen rozijnen lust doe ze er dan toch maar in. Een broodpudding zonder rozijnen is geen broodpudding maar zoiets als een veredeld soort beton.

    Giet het natte geweekte brood nu in een grote kom, stroop de rechtermouw op, linkermouw kan ook voor de andersdenkenden, en begin te roeren en te kneden alsof je leven er van af hangt.

    Nog vergeten; eerst de pootjes wassen uiteraard... Dit het is de enige manier om het goed te doen hoor... je voelt dan de brokken glibberig brood door je vingers glijden en je ziet de massa veranderen in een soort glad deeg. Dat is koken, dat is de keuken bedrijven...

    Doe er nu suiker bij, witte , bruine of grijsgroene rotssuiker, dat doet er allemaal niet toe. Hoeveel suiker? Vermits je vingers toch besmeurd zijn: lik er eens aan, dat geeft een goed idee... Een portie vanillesuiker kan ook...

    Nog een handvol (of twee) rozijnen, een dikke snuif kaneelpoeder en nu maar roeren alsof de dag des oordeels in aantocht is...

    Zoek nu een passende bakvorm, waarschijnlijk vormen, want broodpudding dat maak je niet voor één stukje. Gans de buurt mag mee-eten... Lekker en goedkoop.

    Boter de vormen in en kwak de broodmassa er in. Klop de vormen nadien nog even goed aan op het aanrecht . Tok, tok...

    Nu blijft nog het afbakken; doe dit in een matig warme oven, 160°C om maar iets te zeggen en laat ze zeker één uur in de oven. Leg eventueel een velletje aluminiumfolie over de pudding als ie dreigt te donker te worden. In een ventilerende oven lukt dat niet zo goed, de aluminiumfolie kleeft dan zo tegen het plafond van de oven... Dus als het kan zet die blazer dan af!

    Na één uur zal onze pudding wel goed zijn. Zorg er wel voor dat de massa hoogstens een dikte heeft van een zestal centimeter...

    Laat hem dan afkoelen en serveer hem pas de volgende dag.

    Er kan een laagje suikerfondant over uitgesmeerd worden of een zelfgemaakt mengsel van wat poedersuiker en een tikje eiwit, maar dit zal na enkele uren verwateren...

    Zo een broodpudding blijft zeker een week goed in de koelkast, goed ingepakt in folie...

    Broodpudding kan gebruikt worden als ontbijt, als tussendoortje, als (goedkoop) dessert en om mee te nemen bij de picknick.

    Nog een toemaatje: in plaats van rozijnen mag men ook stukjes appel gebruiken. Rozijnen plus appels, dat is uiteraard nog beter.

    En nog een toemaatje : het woord “pudding” en het Franse woord “boudin” – bouding- zijn verwant.

    Het Engelse “blackpudding”, is gewoon een bloedworst...

    06-10-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (1)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (60 Stemmen)
    Categorie:Zo maar recepten
    28-09-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Krabben

    De drie krabben samen

    Noordzeekrabben

    Links, zwemkrabben

    Zwemkrabben rauw

    Je moet krabben als het jeukt....

    Dat wordt toch altijd gezegd, niet ?

    Maar hier gaat het over een ander soort krabben, krabbebeesten....

    Krabben zijn hier bij ons niet zo populair. Het moet al een goed gesorteerde viswinkel zijn die ze verkoopt. Nochtans, een krab is een zeer smakelijk stukje eten, op voorwaarde dat ze eerst gekookt wordt.

    Ik zou ze zelfs prefereren boven een kreeft. En ze zijn veel goedkoper....

    Het probleem zit hem waarschijnlijk in het feit dat men er in de keuken geen weg mee weet en aan tafel nog minder.

    Aan tafel, dat is zeer eenvoudig : waarom heeft de goede god jullie twee handen gegeven met tien vingers er aan ???

    Maar in de keuken ? Daarom heb ik een kleine fotoserie hier onderaan gezet hoe een krab moet voorbereid worden om ze gemakkelijk te kunnen eten....

    Eerst nog even iets over de soorten krab, want zeg niet zo maar krab tegen een krab...

    De meest voorkomende is de gewone Noordzeekrab (Cancer pagurus).

    Bij het kopen er op letten dat je een vrouwelijke krab koopt. Indien de verkoper of verkoopster een beetje raar kijkt, dan weet je zelf genoeg, zij kennen er niets van !

    Ik kan het hier niet tonen, ik heb geen beeldjes van een mannetjeskrab maar het is duidelijk zichtbaar aan de onderkant van zijn lichaam, zijn staartje is anders.... Waarschijnlijk vertel ik hier niets nieuws, de meesten onder ons wisten dit reed rond hun twaalfde.... zelfs vroeger....

    Maar het staartje is hier eigenlijk zijn abdomen, dus zijn achterlijf dat helemaal onder zijn koppantser geplooid zit.

    Op de foto’s zie je duidelijk het lijfje van een vrouwtje.... het lijfje van een mannetjeskrab is veel smaller en puntiger....

    De vishandelaar weet dit wel, hopelijk. Toch worden die mannetjeskrabben wel eens verkocht omdat hun scharen veel zwaarder zijn en in de scharen zit natuurlijk veel lekkers...

    De Franse handelaars hebben mij verteld dat de scharen van de mannetjeskrabben verkocht worden als krabbenscharen ( wat anders ?) en het karkas wordt verwerkt tot “kreeftenbisque” of tot vissoepen...

    Waarom zou je nu een vrouwtjeskrab kopen ?

    Zowel bij de dieren als bij de mensen geldt de regel dat vrouwtjes mooier en smakelijker zijn. Daarom dus...! Zij bevatten ook de “corail” de “koraal” dit zijn dus de toekomstige eitjes en die hebben een mooi rood kleur maar smaken eigenlijk naar niet veel...

    De vrouwtje zijn meestal ook veel gevulder, dat is bij de mensenvrouwtjes ook zo !

    Dan is er ook de spinkrab (Maja squinado) maar die is heel wat zeldzamer. Sommigen vinden ze lekkerder dan de vorige.... Kan zijn, maar meestal bevat ze minder vlees en is duidelijk duurder. Dus voor mijn part niet de beste koop. Wel is zo een bloedrode spinkrab zeer decoratief op een buffet of op een “plateau de fruits de mer” ...

    Een ander krab die af en toe wel eens te koop aangeboden wordt is de zwemkrab. Misschien beter gekend onder de Franse naam “étrille” (Liocarcinus holsatus ). Een vrij kleine krab, best lekker maar klein en er is veel prutswerk aan om ze te eten.

    Ook de gewone groene strandkrab is te koop, zij het zeer zeldzaam. Men kan ze wel zelf vangen tijdens de zomermaanden aan het strand. Maar laat die beestjes maar met rust want ze zijn vervuild door de industrie en door de zweetvoeten van de toeristen...

    Toch, een potje bisque van strandkrabben loont de moeite...

    Eerste werk vooraleer we de krabben kunnen eten is om ze te koken.

    Maak daar geen ingewikkelde toestand van met veel groenten, kruiden, witte wijn enzovoorts, dat is allemaal geldverspilling waar je niets aan hebt.

    Water met zout en cayennepeper. Dat is het enige wat nodig is.

    Zet een grote pot met water op het vuur en doe er ongeveer 30 gram zout per liter in,en een flinke snuif cayenne en/of een andere rode peper, en proef... het moet verschrikkelijk zout smaken en vreselijk pikant zijn, dan is ’t goed...

    Nog een probleem. Als je zo een levende krab in een pot met kokend water gooit, of legt, dan stoot dat beest al zijn poten af, inclusief de scharen.... Dat is niet mooi en niet goed... Vooral omdat dan de lichaamssappen verloren gaan op dergelijke manier.

    Er zijn twee mogelijkheden : ( dierenvrienden, sla de volgende vier lijntjes maar over...)

    Ofwel zet men de krab op in koud of lauw kookvocht en brengt ze zo aan de kook...

    Ofwel legt men de krab een uurtje in de diepvriezer, maar zelfs dan is het nog aangewezen om ze niet onmiddellijk in een kokend vocht te gooien...

    Dit alles natuurlijk in de veronderstelling dat de krabben levend zijn. Trouwens; koop geen dode krabben. Schaaldieren bederven zeer snel en een vergiftiging is gauw gebeurd !

    Voor een doorsnee noordzeekrab van een halve kilo rekent men een kwartiertje kooktijd...

    Laten afkoelen in hun kookvocht.

    Nu moet de krab in de keuken nog voorbereid worden zodat de gasten aan tafel ze ook kunnen eten. De gasten, of jijzelf....

    Eerste werk, breek de scharen er af. Dat is gemakkelijk.

    Haal dan de kleine pootjes er af, dat is ook gemakkelijk.

    Leg dit alles even opzij.

    Bekijk nu de achterkant van het krabbenlijf. De achterkant betekent hier, aan de andere kant dan waar de ogen zitten, daar waar de staart geplooid zit onder het lichaam. Bij nader toekijken zal je zien dat daar een gleuf zit... ??? Ja, een gleuf, er verder niets bij voorstellen...

    Stop daar een groot mes in en wrik links, rechts. Als alles goed gaat zal het bovenschild nu loskomen. Soms lukt het gewoon met de vingers ook...

    In dit bovenschild zit een op het eerste gezicht onappetijtelijke massa. Sommige zeggen dat dit de lever is, ik weet het niet... het ziet er uit als kerstekinderenkak... Maar opgelet, het smaakt heerlijk.... Daar tussen in zitten ook stukjes van de bloedrode koraal.... Dit alles is zeer eetbaar.

    Kijk op de vierde foto, daar is duidelijk één en ander te zien.... de smurrie op deze foto is wel zeer donker. Normaal is die iets lichter van kleur...

    Het andere stuk is het borststuk waar de pootjes aan vastgezeten hebben en de scharen.

    Verwijder daar de kieuwen. Ja, een krab heeft kieuwen zoals een vis maar die zitten in het pantser, zoals bij een kreeft trouwens... Die kieuwen zijn niet eetbaar, alhoewel ik het nog nooit geprobeerd heb.

    Snij dit borststuk in de lengte in twee stukken. Nu ziet men het mooie rode koraal...Men kan het nog verder verdelen maar daarbij versplintert het karkas zodanig dat het niet meer aangenaam is.

    Nu rest ons nog om de scharen met een harde slag met de achterkant van een stevig mes een mep te geven, aan de binnenkant van de scharen... De schaal van een krab is zeer hard, een beetje zoals porselein en ze breekt gemakkelijk. Dus niet te hard meppen...!

    Breek eerst de “duim” van de scharen weg, veel eetbaars zit daar niet in maar met een tandenstoker is het er wel uit te halen. Soms komt het er ook zo uit...

    Van de kleine pootjes kan men de uiterste klauwen afhakken. Zo kan men aan het vlees met een kreeftenhaakje...

    Nu nog de krab opdienen.

    Eerst en vooral, leg allerlei instrumenten klaar om het beest leeg te halen.

    Mes en vork natuurlijk. Een klein lepeltje kan dienst doen om de bruine smurrie uit de grote schelp te halen, enkele tandenstokers, kreeftenhaakjes, een nijptang kan soms ook behulpzaam zijn. Zelfs een hamer en een plank. Verder je vingers...

    Een “fingerbowl” ? Ja, maar dan een grote .... Lik gewoon je vingers af, dat is ook smakelijk...

    Gebruik papieren servetten. Er zit een oranjerode kleurstof in krabben en in vele andere schaaldieren, die niet meer weg te krijgen is uit linnen servetten, zegt mijn vrouw...

    En ze heeft natuurlijk weer gelijk !

    Reken er op dat men voor het eten van één krab, bijna een uur nodig heeft....

    Wat frisse groene kropsla er bij en een kommetje huisgemaakte mayonaise, dat is het enige wat er bij hoort !

    Een stukje lekker brood mag ook...

    Vooral het borststuk, dat is peuterwerk, maar al doende leert men...

    Die smurrie uit de grote schelp, haal die er uit, meng die met wat mayonaise en maak er een prakje van... Sluit je ogen, zodat je die vieze brij niet meer hoeft aan te zien en geniet ervan, zalig...!

    Hou dat spul ook weg uit het zicht van tieners want die houden er gegarandeerd een trauma aan over ! ( Toch gelijkt het een beetje op kruimelige choco...of hondenvoer...)

    Spoel door met een fris wit wijntje....en nog eentje...

    De foto’s staan hier samen met nog vele andere.

    Ook de show kan gestopt worden om de beeldjes beter te bekijken. ( Pauze ) ( Next)




    28-09-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 2/5 - (63 Stemmen)
    Categorie:Schaaldieren
    21-09-2007
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vlaams wild
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Het marineren van voedsel, vooral van vlees is een zeer oude techniek.

    Nu hebben we allemaal koelkasten en diepvriezers maar slechts vijftig jaar geleden was het niet zo evident om een diepvriezer te hebben. Een koelkast was toen ook nog luxe.

    Voedingswaren werden in de kelder bewaard.

    Verder werd er geweckt, opgelegd in suiker of alcohol of in zout....

    Vlees bewaren is altijd moeilijk geweest, alleen zouten was de oplossing om een gans varken, rund of dinosaurus te bewaren voor langere tijden. Roken hielp ook wel. Tijdens de wintermaanden als het vroor dan kon men een dier wel enkele dagen of misschien zelfs weken bewaren maar in de zomer was dit een hopeloze opgave.

    Daarom ook werd er geslacht als de winter in aantocht was. November, de slachtmaand.

    Vlees voor een korte periode bewaren werd gedaan door het te marineren.

    Er waren nog ander trucjes, het vlees in as wentelen bijvoorbeeld. Maar het onderdompelen van vlees in een zuur of alcohol bevattend vocht kende men reeds lang.

    Zo kon er bier gebruikt worden, of zure melk... of wijn uiteraard...

    Al snel zal men ook wel ontdekt hebben dat bepaalde kruiden de houdbaarheid bevorderden! Tijm bijvoorbeeld en jeneverbessen. Deze hebben beide een aseptische werking. Zij beletten bacteriëngroei.

    Wat heeft dit nu met Vlaams wild te maken ? Wacht nog even en lees verder...

    Vlees marineren wordt nu vooral gedaan om vlees even te kunnen bewaren, om er een betere smaak aan te geven en om het vlees malser te doen worden.

    Vooral de laatste twee elementen zijn nu belangrijk.

    De bewaring hebben we niet meer nodig, daarom zijn er koelkasten en diepvriezers uitgevonden.

    Het malser maken speelt vooral een rol bij het marineren van wild. Daarvan is het vlees niet altijd even mals....

    De smaak beïnvloeden dat is misschien wel de belangrijkste factor waarom er nu gemarineerd wordt.

    Het wildseizoen is in aantocht en er zullen weer vele hazenbillen, reeruggen en everzwijnenbouten moeten gemarineerd worden.

    Laat ons even een poging doen.

    Als we het zuiver theoretisch bekijken hebben we drie elementen nodig :

    - een zuur vocht, wijn bijvoorbeeld, maar ook bier, zure melk, verdunde azijn....

    - Smaakgevende elementen zoals groenten

    - Smaakgevende en bewarende elementen zoals kruiden

    Meestal zal men rode wijn gebruiken, dikwijls nog extra versterkt met een stevige slok alcohol. Cognac of Armagnac worden het meest gebruikt.

    Voor bepaalde gerechten zoals bij tam konijn kan ook witte wijn gebruikt worden.

    De groenten, dit zijn de klassiekers : uien, wortel, sjalot, selderijstengels, peterseliesteeltjes, knoflookteentjes maar dat behoort weer bij de kruiderijen, waar zit het verschil ?

    Als kruiden dus : tijm, laurier, jeneverbessen, kruidnagel, peperbolletjes of liever nog grof geplette peper...

    Zo, we zijn er...

    De lezers hebben steeds graag de hoeveelheden....

    Ik zal even een poging doen, maar.... hier gaan we weer.... Hoeveel wijn heb je nodig om een haas onder te dompelen in rode wijn ?

    Ik weet dat niet, dat hangt af van de grootte van de haas, van de vorm van de recipiënt waarin gemarineerd zal worden, enz...

    De recipiënt moet de vorm hebben van het te marineren stuk.

    Voor een langwerpig stuk vlees dus een langwerpige kom....

    Leg eerst een laag grof gesneden groenten op de bodem. Zo kan de vloeistof ook onder het vlees komen. Dan het stuk of de stukken te marineren vlees. Daarop de kruiden.

    Met één wortel, één ui een tweetal sjalotten en enkele teentjes knoflook komt men al ver. Eén tak groene selderij en dat zal het wel doen.

    Enkele takjes tijm, twee blaadjes laurier, drie kruidnagels en een fles rode wijn. Gebruik hiervoor gewone rode wijn, geen Château Lafitte... Dat is niet nodig. Château Aldi zal het wel doen...

    Giet er nog een royale borrel cognac of wat anders bij en we zijn bijna klaar. Doe de rest van de groenten er boven op.

    Azijn ? Niet doen, dat geeft nadien een veel te zuur effect.

    Indien toch azijn gebruikt wordt, neem dan wijnazijn.

    Sommige gieten er ook nog een laagje olie over om de vloeistof te bedekken. Maar nadien heeft men dan problemen om die olie opnieuw weg te krijgen.

    Dek in ieder geval de kom goed af met folie want het geheel begint stevig te ruiken na enige tijd.

    Hoelang moet het vlees nu marineren?

    Minimum vierentwintig uur, anders heeft het niet veel zin. Het stuk ( stukken) wel regelmatig omdraaien. Na drie dagen begint te marinadesmaak te sterk door te dringen en proeft men niet meer welk vlees men eigenlijk aan het eten is...

    Als het snel moet gaan wordt de wijn voor de marinade soms wel eens opgewarmd, niet heet, vooraleer hij bij het vlees gegoten wordt. Normaal gaat de marinade in de koelkast maar bij deze snelle methode blijft de kom met vlees en marinade buiten, op kamertemperatuur. Let er wel voor op dat deze manier van werken hoogstens enkele uren mag duren....

    Anders krijgen we geen Vlaams wild maar rot wild !

    Nu gaan we echt dat Vlaams wild klaar maken.

    Neem hiervoor een varken en treiter het tot het wild wordt....!

    Neen, larie, het is een oude gewoonte om een stuk varkensgebraad te marineren en op te dienen alsof het wildbraad zou zijn...

    Dus, neem een mooi stuk varkensgebraad. Een stuk van de lage rib is ideaal. Dat is niet te droog en heeft nog veel smaak. Vraag maar aan de slager, die kent dat wel.

    Marineer het volgens de opgegeven richtlijnen. Minstens één dag, twee dagen is beter. In de koelkast. Minsten elke dag twee keer omdraaien.

    Haal het vlees dan uit de marinade en droog het een beetje. Neem een kleine braadslede waar het stuk mooi in past en kleur het daarin, boven op het vuur met een stukje boter natuurlijk...

    Stop het nu in de oven. Ik heb het hier al dikwijls gehad over de temperaturen van een oven. Zorg er voor dat de oven niet te warm wordt. Ik zou zeggen 160° , 180° of zo wat.

    De braadtijd moet zoiets van minimum 50 minuten tot één uur bedragen afhankelijk van de oventemperatuur en de dikte van het braadstuk.. Als je op het braadstuk duwt moet het vast aanvoelen.

    Onmiddellijk nadat het vlees in de oven zit gaan we de groenten uit de marinade, plus enkele takjes van de kruiden, een beetje kleuren in een braadpan. Kieper die nadien bij het vlees in de oven. Draai het vlees enkele keren om en roer de groenten regelmatig om.

    Als het vlees gaar is doven we de oven en halen we het vlees uit de braadslede. Het braadstuk leggen we terug op een schotel in de gedoofde oven met de deur op een kier. Zo kan het een tijdlang rusten en daardoor malser en sappiger worden. Dat trucje is al langer gekend dacht ik...?

    Giet nu de vloeistof van de marinade in de braadslede en laat die zo snel en zo hevig mogelijk uitkoken.... reken maar op een half uurtje. Het vlees blijft wel warm.

    Zeef de saus nu en proef. Nu komt er het ogenblik dat we gaan jureren. De saus zal waarschijnlijk zurig smaken. Daarvoor kunnen we enkele eetlepels aalbessengelei toevoegen of gewoon een greepje suiker.

    Bind de saus nu met een beetje “beurre manié” of roux of met een gewone bruine sausbinder.

    Voeg nog en scheutje cognac toe. Normaal moet de saus nu goed zijn.... Donker van kleur, sterk en geurig...

    Snijd het vlees in dikke plakken en overgiet met de saus.

    Dien op met halve appeltjes die gevuld zijn met veenbessencompote en kroketjes.

    Zonder kroketten zou het niet echt Vlaams zijn....

    De Walen maken Waals wild door een wild Waals varken te gebruiken....

    21-09-2007, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (6)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (43 Stemmen)
    Categorie:Varkensvlees
    Foto

    Hoofdpunten blog keukenverhalen
  • Algerije 1 - Hoe het begon
  • 2 - Op weg naar Khenchela.
  • 3 - De eerste periode in het huis in de stad.

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Foto

    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek



    Categorieën
  • Aardappelen (10)
  • Bakken (11)
  • Confituur (12)
  • Culinaire geschiedenis (12)
  • Diversen (74)
  • Dranken (7)
  • Eieren (5)
  • Foie gras (2)
  • Gevogelte (17)
  • Groenten (42)
  • Humor (soms) (10)
  • Kaas (9)
  • Kalfsvlees (3)
  • Konijn (4)
  • Kruiden/specerijen (3)
  • Lamsvlees (6)
  • Meer groenten (7)
  • Nagerechten (28)
  • Paddenstoelen (8)
  • Pasta en rijst (7)
  • Rundvlees (10)
  • Sausen (18)
  • Schaaldieren (14)
  • Schelpdieren (18)
  • Slachtafval (6)
  • Soepen (19)
  • Technieken (16)
  • Varkensvlees (6)
  • Verhalen (32)
  • Visbereidingen (25)
  • Vissen (24)
  • Vlees divers (29)
  • Voorgerechten (15)
  • Vreemde keukens (45)
  • Vruchten (13)
  • Wijn (3)
  • Wild (3)
  • Zo maar recepten (37)

  • Foto


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!