Naar de inhoud

Bezoek Tienen 09/12/2010

Welkom op 9 december 2010
akke.beakke.be
in de zoetste stad van het ganse land.

Archief

4.1 Het middeleeuwse laken (2)

Een tijdelijke opflakkering kwam er bij het begin van de 16de eeuw toen een octrooi van Karel V uit 1517 Tienen de toelating verleende om de Gete bevaarbaar te maken (foto 2). Het plan dateerde van het einde van de 15de eeuw, maar was wegens de oorlog met Gelderland uitgesteld. De Gete werd uitgediept en van sluizen voorzien, zodat eind 1525 met een beperkte binnenscheepvaart gestart werd. De stad wist op deze manier een nieuwe vorm van welvaart te verwerven. De Tachtigjarige Oorlog stelde hier een abrupt einde aan. De Gete verzandde en de sluizen en bruggen werden weinig of niet onderhouden. Van scheepvaart was er bijgevolg geen sprake meer. Op economisch vlak kende de stad een absoluut dieptepunt dat door het débacle van 1635 verergerde. Tot 1660 zou de stad gebukt gaan onder de gevolgen van de verwoesting. Het herstel werd bijkomend vertraagd door de algemeen ongunstige conjunctuur waarin de streek zich bevond. Dorpen lagen er verlaten bij en de velden werden gezien de constante oorlogstoestand weinig of niet bewerkt. Tot aan het verdrag van Munster in 1648 was er zeker geen sprake van enige economische heropleving. In 1650 gaf Filips IV aan Tienen de toestemming om de Gete andermaal uit te baggeren. De Frans-Spaanse oorlogen en de Spaanse Successieoorlog bleven een heropbloei echter in de weg staan. Tijdens de voogdij van don Juan van Oostenrijk viel de scheepvaart in Tienen voorgoed stil.

 Op het einde van de 17de eeuw was Tienen nog een schim van de welvarende middeleeuwse stad die het ooit geweest was. In 1693 werden 740 gezinnen geteld, wat overeenkwam met 4.143 inwoners. Zoals in de meeste andere steden van de Zuidelijke Nederlanden kende het traditionele ambachtswezen gedurende deze periode een sterk verval. Zeker na de verwoesting van 1635 was de invloed van de ambachten sterk teruggelopen. Op economisch vlak won het brouwersambacht steeds meer aan invloed ten koste van de traditionele lakenindustrie.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

4.1 Het middeleeuwse laken (1)

Nadat we de geschiedkundige feiten op een rijtje gezet hebben en hoe de stad door de eeuwen heen bestuurd werd bekeken hebben gaan we nu is zien hoe de Nijverheid in Tienen ontstond en zich verder ontwikklelde tot in de huidige tijd.

De economische groei van het middeleeuwse Tienen hing zeer sterk samen met de speciale aandacht van de Brabantse hertogen voor deze stad. Ook de commercieel gunstige ligging op de belangrijke oost-westelijke handelsroute was hier zeker niet vreemd aan. Vrij snel ontwikkelde zich dan ook een bloeiend gilden- en ambachtswezen.

In de 12de eeuw ontstond de gilde van de draperie (foto links) die de belangrijkste patriciërs van de stad groepeerde. Hierdoor genoot zij een uitgebreid aantal privileges en voorrechten, die haar tot een essentieel onderdeel van het politieke en sociale leven maakte. Via haar vertegenwoordiging in de naties van de stad oefende de lakengilde een rechtstreekse controle uit op de samenstelling van de stadsmagistraat. Anderzijds werden de voorzitter, de oud-meier en de zeven bestuursleden of gildedekens rechtstreeks door het stadsbestuur gekozen en benoemd. In praktijk kwam het erop neer dat zowel de leden van de magistraat als de vertegenwoordigers van de lakengilde uit dezelfde sociale klasse kwamen. In de tweede helft van de 13de en het begin van de 14de eeuw waren zij steevast afkomstig uit de Tiense geldaristocratie. Door belangrijke investeringen baanden zij de weg voor de interregionale en internationale handel. Al in 1337-1338 importeerden visionaire Tienenaars wol uit Engeland. Dit initiatief zou de basis vormen van een bloeiende textielindustrie. In de 14de eeuw kende Tienen zijn economisch hoogtepunt. Via de jaarmarkten van Frankfort am Main en de Noord-Duitse Hanze verwierf de Tiense lakennijverheid internationale bekendheid. Het standaardlaken werd verhandeld in Midden- en Zuid-Duitsland. Door tussenkomst van de Hanze werd het Tiense laken ook in Pruisen, Silezië, Polen en Hongarije op de markt gebracht.

Op het einde van de 15de eeuw verloor de Tiense lakennijverheid zijn internationale betekenis. De moeilijke politieke situatie tijdens de jaren tachtig en de hardhandige aanpak van Albrecht van Saksen in 1507 waren hier zeker niet vreemd aan. Bovendien ontbrak het de stad aan de nodige slagkracht om het vroegere welvaartspeil te herstellen. De vertegenwoordigers van de lakennijverheid bleven echter in zeer sterke mate de stadseconomie controleren zodat de stedelijke overheid zich voor de instandhouding van de textielindustrie bleef inzetten. Dit gebeurde onder meer door het verlenen van belastingsvermindering en het aantrekken van vreemde ambachtslieden.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Tienen - 10 10 10

Naar aanleiding van de 10 10 10 actie op 10 oktober 2010 te Tienen werd het volgend promotiefilmpje gemaakt.

http://www.youtube.com/watch?v=SoGmC05F5ps

Hier nog een tweede filmpje over wat er toen allemaal te beleven viel van 10 uur 's morgens tot 10 uur 's avonds in Tienen.

http://www.deredactie.be/cm/vrtnieuws/mediatheek/redactietips/redactietips_2eNiveau/1.880907


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

3.5 Zo werd het later

Na de Franse revolutie werd een totaal nieuw politiek en sociaal bestel in het leven geroepen. Toch waren de lokale gevolgen niet zo ingrijpend als aanvankelijk gedacht. In het begin kwamen de talrijke wisselingen van bestuur de stevigheid van het regime zeker niet ten goede. Vooral in 1793 ondervonden de Fransen te Tienen een hardnekkige weerstand bij het samenstellen van een nieuw bestuur. Wederzijdse achterdocht ondermijnde de bereidheid om met elkaar in zee te gaan. Het feit dat de bestuursfuncties niet langer bezoldigd waren en de beleidsmensen aan meer persoonlijke risico's werden blootgesteld, schrikte potentiële kandidaten af. Daarnaast nam het aantal beleidstaken dat bovendien diende uitgevoerd te worden met een quasi lege stadskas aanzienlijk toe. Na 1800 leek deze toestand enigszins gestabiliseerd en keerde men naar de oude gewoonten terug. Vanaf het jaar V werd een soort democratische verkiezing ingesteld waardoor een college van kiesgerechtigden de gemeenteraad of assemblée primaire kon samenstellen. In de praktijk kwam het erop neer dat door de overheid uit de honderd hoogst aangeslagen belastingbetalers gerekruteerd werd. Ondanks nieuwe principes van vrijheid en gelijkheid bleef men bijgevolg vaak uit de oude vijver vissen. Zelfs edellieden en grondeigenaren die voordien bestuursfuncties hadden uitgeoefend werden, alle revolutionaire principes ten spijt, niet uit de nieuwe gemeenteraden geweerd.

Bij het intreden van het Hollands bewind in 1815, toen er zich opnieuw een radicale politieke verschuiving voordeed, bleef de algemene teneur van de Franse tijd gehandhaafd. In de meeste gevallen zette het kleine clubje van gekozenen hun functies gewoon verder. Na de Belgische onafhankelijkheid kwam hier verandering in. Een nieuw bestuur werd gevormd en bepaalde namen verdwenen resoluut uit de lijsten der gekozenen.

Op vrijdag 22 oktober 1830 werden verkiezingen georganiseerd voor de samenstelling van een nieuwe gemeenteraad. Deze raad zou bestaan uit een burgemeester, 2 schepenen en 9 raadsleden. Het kiesbureau werd gevormd door de twaalf hoogste belastingplichtigen van de stad en voorgezeten door de ouderdomsdeken Jean François Renson. Tachtig stembiljetten werden door de voorzitter geopend en voorgelezen. Tijdens de twee stemronden kwam François Van Dormael (foto links) als winnaar uit de bus. Hij werd de eerste burgemeester van het onafhankelijke België en zou deze functie tot 5 oktober 1848 uitoefenen. De olieslager Jean Adrien Maes en de rentenier Trudo Deluesemans werden schepenen. Verder bestond de raad uit Louis Blyckaerts, Jean-Baptiste Vandermonde, Louis Koeckelkoren, Egide Vanderschilde, Servais Rondas, Henri Marneff, Joseph Vinckenbosch, Jean Vanherberghen-Hamoir en Pierre Dewilde.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

3.4 De plaatselijke rechtspraak

De middeleeuwse rechtspraak was verdeeld over de hertogelijke en de stedelijke instellingen.

De schepenbank van Tienen was bevoegd in burgerlijke en criminele materie, de audiëntie van de burgemeesters en de raad behandelde alle gevallen van burgerlijke en criminele rechtspraak  waar de beschuldigde als burger (poorter) van de stad niet de uitdrukkelijke wens uitsprak om voor de schepenbank te verschijnen, de tolkamer was bevoegd in handelsgeschillen en de gilde van de draperie controleerde de maten en gewichten en beslechtte alle geschillen hieromtrent.

Elke maandag werden de stadszaken door de voltallige magistraat, bestaande uit burgemeester, schepenen en raadsleden, behandeld. Op woensdag zetelden de rechtbank voor de burgers van de stad. Op vrijdag werd recht gesproken voor de omwonenden en niet-Tienenaars. De schepenbank was in eerste aanleg bevoegd voor burgerlijke zaken en in eerste en laatste instantie voor strafrechterlijke kwesties. In criminele zaken was tegen haar vonnis geen beroep meer mogelijk. Bovendien bezat zij meestal het halsrecht waardoor zij doodstraffen kon uitspreken. De (hoofd)meier stond in voor de uitvoering hiervan.

De costuymen of het gewoonterecht vormde de basis van de middeleeuwse rechtspraak. Deze rechtsregels werden oorspronkelijk mondeling overgeleverd. Indien er twijfel bestond over de toepassing of de interpretatie trokken de leden van de schepenbank op ‘hoofdvaart’ naar een belangrijkere rechtbank. Bedoeling was om hier om raad te vragen. De meeste schepenbanken hadden vaste hoofdrechtbanken waar zij ‘ten hoofde’ gingen. In de loop van de eeuwen namen de vorstelijke justitieraden deze functie over. Zij werden de vaste hoofdrechtbanken voor de stedelijke schepenbanken.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Opgewekt Tienen

In Tienen is een vereniging die zich "Opgewekt Tienen" noemt en zich tot doel gesteld heeft de stad te promoten zowel naar binnen als naar buiten toe. Dit trachten zij te bereiken door het organiseren van allerlei meestal ludieke evenementen.
Zo organiseerde "Opgewekt Tienen" op 28 april 2010 in het station een verwelkomingsconcert voor de treinreizigers op het perron van het station.
In het volgend YouTube filmpje kunt u zien hoe één en ander toen aan toe ging.

http://www.youtube.com/watch?v=HBRnaC7Xf54&feature=related


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

3.3 Het stadsbestuur

Het eigenlijke bestuur van de stad werd voor het eerst in januari 1478 vastgelegd door Maria van Bourgondië en haar gemaal Maximiliaan van Oostenrijk. Dit charter geeft ons voor het eerst een gedetailleerd overzicht van de samenstelling en de organisatie van het Tiense stadsbestuur tijdens de Middeleeuwen.

Twee stadsraden verzekerden het bestuur. De binnenraad of magistraat bestond uit twee burgemeesters, zeven schepenen en acht raadsleden. De buitenraad was eveneens samengesteld uit acht afgevaardigden die rechtstreeks uit de ambachten gerekruteerd werden. De leden van de binnenraad of magistraat bezaten zowel de wetgevende, de uitvoerende als de rechterlijke macht. Voor het treffen van buitengewone maatregelen diende de magistraat steeds de buitenraad te raadplegen. De magistraat benoemde tevens het stadspersoneel. De pensionaris en de secretaris waren de belangrijkste stadsambtenaren. Zij werden voor het leven aangesteld.

Wat de aanstelling van het stadsbestuur betreft speelden de ambachten, die verenigd waren in de ‘Acht Naties’, een toonaangevende rol. Elk jaar, acht dagen voor het feest van St. Jan de Doper, duidde elke natie zijn afgevaardigde aan. De acht gekozenen verenigden zich op het stadhuis en stelden een dubbele lijst van kandidaten samen. Uit deze lijst werd uiteindelijk de magistraat gekozen. De acht afgevaardigden der ambachten stonden ook rechtstreeks in voor de benoeming van de raadsleden van de binnenraad. Ondanks het feit dat het belang van de lakennijverheid in de loop van de 15de eeuw wegkwijnde, wist de gilde van de draperie zich op politiek vlak  te handhaven. Samen met de kruisboogschutters, de handboogschutters en de kolveniers vormde zij de ‘Vier Leden van Tienen’, die in de loop van de Nieuwe Tijd de bevoegdheden van de middeleeuwse ‘Acht Naties’ overnamen. Tot aan de Franse revolutie zouden deze instellingen de plaatselijke politiek blijven domineren.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

3.2 De inbreng van de hertog

Om de belangen van de vorst te verdedigen werden in de belangrijkste steden ook hertogelijke instellingen in het leven geroepen. Zij stonden voornamelijk in voor het innen van de belastingen en het instellen van gerechtelijke vervolging bij misdrijven. In Tienen waren dit de hoofdmeierij en de tolkamer.

In de 12de en het begin van de 13de eeuw werd het hertogdom Brabant opgesplitst in zes districten. Hertog Hendrik I lag grotendeels aan de basis van deze indeling.  Aan het hoofd van elke entiteit stond een ambtenaar die oorspronkelijk gerekruteerd werd uit de directe omgeving van de hertog. Later werd hij gekozen uit de plaatselijke adel of het stadspatriciaat. In Vlaanderen werd de vorstelijke vertegenwoordiger algemeen aangeduid als baljuw. In Brabant had deze naam weinig bijval. Alleen Nijvel kende een baljuw, de overige districten werden geleid door een amman (Brussel), een meier (Leuven, Tienen, 's Hertogenbosch) of een schout (Antwerpen). De zes districten of hoofdomschrijvingen bestonden uit een aantal dorpen dat gegroepeerd was rond een ‘hoofdstad’. De hoofdmeierij Tienen was op haar beurt onderverdeeld in vier ondergeschikte entiteiten die men eveneens met de benaming meierij aanduidde. Dit waren Zoutleeuw, Halen, Kumtich en de meierij van de Gete.

De middeleeuwse meier of hoofdmeier was de plaatsvervanger van de landsheer in het hem toegewezen territorium. Hij oefende de vorstelijke macht uit op regionaal gebied en bezat administratieve, militaire en rechterlijke functies. Bij alle publieke ceremonies ging hij de stadsmagistraat vooraf. Als rechtstreekse vertegenwoordiger van de vorst zorgde hij voor de doorstroming van de verordeningen van het centrale naar het plaatselijke niveau. Op rechterlijk gebied was hij de maner van de schepenbank. Hij zat de schepenbank voor en spoorde de plaatselijke gerechtsdienaren aan om recht te spreken. De hoofdmeier stond ook in voor de arrestatie van de beschuldigden en de uitvoering van het vonnis. De militaire opdracht van de hoofdmeier was vrij belangrijk. Hij voerde niet alleen de plaatselijke legerbenden en stadsmilities aan, hij was ook verantwoordelijk voor de openbare orde en de veiligheid. Daarnaast stond hij in voor de wapen- en heerschouwingen en verleende af en toe assistentie bij belastingsinning.

De luitenant-meier was de adjunct van de hoofdmeier. Hij werd op zijn beurt bijgestaan door de vorsters of praters. Zij werden net als de hoofdmeier rechtstreeks door de vorst benoemd en moesten toezicht houden op de uitvoering van de bevelen van de hoofdmeier. De handhaving van de openbare orde rustte in hun handen.

De tolkamer was de tweede hertogelijke instelling. Zij speelde een zeer belangrijke rol in het hertogelijke bestuur. Haar bevoegdheid strekte zich naast de stad Tienen ook uit over de steden en gebieden van Aarschot, Zichem, Diest en Jodoigne. Aan het hoofd van de tolkamer stond de rentmeester van de domeinen. Hij werd in zijn functie bijgestaan door de gesworen erflaeten of gesworen coopluyden. De tolkamer inde de tollen en accijnzen op koopwaren en goederen en regelde, als tegenprestatie, het onderhoud van openbare wegen, rivieren, bruggen enz. De rentmeester hield ook toezicht op de betaling van de vorstelijke renten en cijnzen. Als rechtbank was de tolkamer bevoegd in handelsgeschillen. Het tribunaal van de tolkamer had als taak het vorstelijke domein te behoeden van alle mogelijke inbreuken en verdedigde de domaniale rechten van de vorst op regionaal vlak.

Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

3.1 Zo was het vroeger

Nadat we geschiedenis van Tienen door de eeuwen heen als feiten op een rijtje gezet hebben, gaan we het nu even hebben hoe de stad vroeger en nu bestuurd werd.

Door het ontstaan van de stad als nieuw concept groeide in de Middeleeuwen ook de vraag naar een eigen bestuur en een aangepaste rechtspraak. Rond 1150 beschikten alle Brabantse steden over een eigen schepenbank waarin burgers zetelden die instonden voor de rechtspraak. Voor het bestuur duidden zij zelf een raad van gezworenen aan. Tijdens het ancien regime bestond er geen scheiding van machten. De vertegenwoordigers van de bestuurlijke instellingen vertegenwoordigden zowel de wetgevende, de uitvoerende als de rechterlijke macht. Het kluwen van bevoegdheden waarover de plaatselijke machthebbers beschikten leek dan ook vaak onontwarbaar.


Hoe vind je dit bericht?
Geschreven door jcob1374 om 00:00 Reageer op dit bericht Stuur door

Meer van Bezoek Tienen 09/12/2010

↑ Terug naar de berichten