Het puppenmagazine 31-05-2013
Het puppenmagazine 31-05-2013
Het is er even niet van gekomen en we waren het bericht haast uit het oog verloren. Maar Lennaert had toch een mooi verslagje gemaakt van de lentewandeling.
Wij
willen zijn proza echter toch, zij het laattijdig, plaatsen.
Hieronder het relaas van de vuilste Drent na afloop van de wandeling…
Lennaert “de slijkdabber” verhaalt…
Lieve mams,
Afgelopen maandag was ik al vroeg wakker. Ik was blij en gespannen want ik zou een groot gedeelte van mijn familie, mijn grote vriend Jago en andere rasgenoten ontmoeten. Papa bleef thuis en dat begreep ik niet! “Ga jij nu maar zoon, en geniet van de dag, als ik mee ga grote kans dat er oude familievetes uitgevochten moeten worden”.
Na een voorspoedige rit kwamen we aan in een onwerkelijk Belgisch landschap. Hoewel de weergoden en weersvoorspellingen hun uiterste best hadden gedaan om het hond en baas tegen te maken was er een acceptabel groep wandelaars en honden. Na de gebruikelijke begroetingen en snuffelpartijen gingen we op pad. Een lang lint wandelaars en honden kronkelde met de loop van het riviertje mee en Jago en ik spurtte naar voren als jonge honden en deden het kopwerk voor het peloton. Mijn baasje hingen en sukkelde ergens midden- en achterin. Wat hadden we een lol, we batterde door modder, water en door de gewassen en vergaten de tijd. In de verte hoorde ik wel steeds het paarde fluitje van mijn vrouwtje maar tijdens mijn weg terug kwam ik allemaal leuke dames tegen en moest ik weer blijven hangen. Op een gegeven moment hoorde ik het paarde fluitje niet meer want waarschijnlijk had vrouwtje besloten geen vingers meer in de mond te steken die alle tinten grijs vertoonde.
Tijdens de jeneverpauze schoof het peloton weer in elkaar en vond ik mijn baasjes terug. Wat er toen precies gebeurde weet ik niet, maar ik zag mijn zusje Lucy en voordat onze neusjes elkaar raakte, werd het zwart en bruin voor mijn ogen, letterlijk dus. In een diepe poel waar niet alleen maar water en modder zat onderging ik mijn heilig doopsel en werd helemaal ondergedompeld. Ik snakte naar adem, vrouwtje was wat weg gelopen van de groep en zag me op afstand ten onder gaan. Alleen Lucy kwam me helpen en die andere Drenten liefhebbers? Niets, alleen maar hoongelach! Nu dacht ik nog het ging te snel en kon niemand me helpen. Maar toen ’s avonds de mailbox van vrouwtje volstroomde met allerlei foto’s van mij worstelend in de modder verscheen er zowel bij mij als haar een diepe frons tussen de ogen die nu nog niet is weggetrokken. De wandeling werd vervolgt en hoewel het gevaar ergens in de achterhoede bungelde bleef ik dicht bij de baasjes. Ik ben veranderd, ik ben stil, aanhankelijk, ontroostbaar, grote pupillen, mijn wereld is veranderd, I’ve got the blues.
Lennaert






























