Dit blog wordt regelmatig bijgewerkt - this blog will be updated regulary
Beste lezer, mocht u onverwachts grammatica foutjes tegenkomen in de reportages/verhalen op dit blog, bij deze mijn verontschuldiging, Wayn, Storyteller
Dear reader, if you encounter, unexpectedly grammar mistakes in the reports / stories on this blog, my apology, Wayn, Storyteller
NIEUW BOEK VAN WAYN PIETERS ''SURUCUCU' BESTELLEN ramblinwayn@home.nl
PLOT: Tonho gaat op zoek naar de moordenaar van zijn vader Lirio, omgebracht voor ruwe diamanten. Hij raakt verzeild in een wereld van intriges, moord en komt in bezit van een schatkaart. Het avontuur begint in Rio de Janeiro. Via de Mato Grosso en junglestad Manaus komt hij tenslotte terecht in Novo Mundo, Pará, waar 258 jaar geleden een goudschat begraven werd. Dit is ook het gebied van de Mundurucu-stam, met hun mysterieuze wereld en het woud van de Surucucu slangen, het metafysische van Amazonas. Het verhaal geeft een visie op de Braziliaanse samenleving en vraagt begrip voor het Indianen-vraagstuk.
BIOGRAFIE: Wayn Pieters (1948) werd geboren in Maastricht. Naast auteur is hij kunstschilder en singer-songwriter. Sinds 1990 bezoekt hij Brazilië, waar hij vele reizen ondernam en in 1995 een bezoek bracht aan de Xavante Indianen in de staat Mato Grosso. Zijn oom, pater Thomas geboren 1921 Maastricht, Nl - overleden 1998 Tangua, Brazil, die 40 jaar in Brazilië werkte, omschreef hem ooit: ‘Op zijn reizen door Brazilië wordt Wayn geleid door een mystiek gevoel van broederlijke verbondenheid met ras, bloed en bodem.’
Surucucu is Alsnog verkrijgbaar bij boehandel DE TRIBUNE https://www.detribune.nl/ Maastricht, NL
Tevens het boek Xingu , vertalingen van korte sagas der Xingu inheemsen vanuit het Portugees. Wayn Pieters
BOEK WAYN PIETERS: XINGU, DE INDIANEN, HUN MYTHEN mythologische verhalen der Xingu Indianen- midden-Brazilië vert. van uit Portugees/uitg. Free Musketeers - Het boek is verkrijgbaar bij boekhandel 'DE TRIBUNE' aan de Kapoenstraat te Maastricht
UMBANDA VIERING IN SANTO ANDRÃ, SÃO PAULO - NOV. 2010 deel 2
November 14 2010,
Om vijf stonden we op om ons klaar te maken voor de reis naar Santo André, een plaats die is gelokaliseerd in de metropolitano van Sâo Paulo. De naam van de stad stamt af van een oud dorp met de naam Santo André da Borba do Campo en werd gesticht door een zekere Joâo Ramalho, een Portugese avonturier die trouwde met de indiaanse Bartira, dochter van de cacique (chef) Tibiriça van de beruchte stam Guaianases. Hier is een boek over te schrijven. Alwel. Zo ver de geschiedenis. Terug naar het heden. We moesten vanuit Bela Vista, waar we logeeerde bij de zoon van mijn vriendin, naar de wijk Saara om daar enkele medebezoekers en leden van de umbanda groep op te pikken. Mijn vriendin had mij verteld over het bezoek aan de umbanda viering in het bos ter ere van de caboclos, de sprituele geesten der indianen. Ik had enkele weken voordien in Sâo Paulo deze umbanda bezocht, juist nadat ik de dag ervoor in Brazilié was aangekomen. Het was regenachtig die morgen en met 17 graden fris. Na een uur kwamen we aan bij de estrade do Pedroso en het park do pedroso. Hier was de ingang van het park, dat was het, niet het bos van mijn gedachten waar we met alleen de groep umbandistas zouden vertoeven om de viering te doen. Neen, dit was een waar park het 'Santuário Nacional De Umbanda', het nationale heiligdom van de umbanda gelegen was. Na het betalen van 15 reais, zo'n 6 euro konden we naar binnen. de parkeerplaats stond vol met wagens en bussen. De mensen kwamen van verre om vandaag de vieren. Het was schitterend gelegen tussen wouden. Overal had men ter ere van de orixas (heiligen) grote beelden geplaatst op enorme sokkels.
beeld van een Caboclo bij het betreden van het Santuario
Het was een schouwspel van mensen die leurden met kleding,stoelen, kippen of hanen, atributen, eten en drinken. Het was zeven uur. Honderden mensen liepen over de paden op weg naar hun heiligdom. Bij onze hut stond parmantig het beeld van Ogum, wat later bleek mijn spirituele vader, dit volgens de moeder van de heilige. Dit was een verrassing voor mij daar ik al jaren leefde met de wetenschap dat ik een zoon van Xango was, dit volgens een oude zwarte vrouw in Salvador. Hier kom ik later op terug. Ik zag mensen op weg naar hun cabana, want iedere groep had zijn eigen hut. Die van ons had nr 24. Het was een soort houten open kraal met strodak van 20 bij 30 meter. Op de lemen grond was een wit kleed gesprijd waar al benodigheden op lagen, bloemen, kaarsen en eten voor de geesten. De kleine vrouw die de ceremonie ging leiden heette Gil (haar eigen naam), maar wanneer ze 'aan het werk was', werd ze in het geval van de indiaanse spirit 'cabocla Jupira', in een ander geval verwerd ze tot nordestina, en transformeerde geestelijk gezien in 'Severina do Gançago', Severina van de bandieten (laat ik dit zo omschrijven daar de cangaceiros bendes waren die in het noordoosten van Brazilië rijken en grote fazendas overvielen. De bekenste Gaganceiro was Lampiâo waar ik later een apart hoofdstuk aan zal besteden). Ze was tegen de zestig (mijn schatting) en klein misschien 1.40 meter, maar vol energie. Na dat geconstateerd was dat iedereen aanwezig was, zo'n vijftig mensen, begon het ritueel. Het was 8 uur. Allereerst gingen we naar een soort heuveltje. We moesten de hutdeur achterwaarts lopend verlaten, als een soort respect voor de het woonhuis van de geesten. We liepen een glibberig stenen trappen pad op, ook achterwaarts. Boven op de heuvel was een open plek waar de ceremonie plaatsvond. Er waren verder andere, laat ik het gezelschappen noemen. Ik zag mannen met kippen onder de arm, denkelijk offerandes. Daar umbanda dit dit slachtritueel niet meer praktizeerd, vermoed ik dat er ook andere groepen aanwezig waren zoals macumba, die nog wel instaan voor een offerande der dieren. Overal hoorde ik trommen en zingen, de liederen die ver terug gingen naar Afrika. Ik zag een vrouw gekleed in een soort rode baljurk met een dikke sigaar in haar mond zingend en lachend. Zij was het medium van de pomba-gira, de vrouw van Exu, zij spotte met een zekere bizarre gekte met alles. Af en toe dronk ze aan een fles rum. Wij stonden in een cirkel. De leden van de umbanda groep hadden geschenken meegenomen. Veelal was dit cachaça en mais, maar ook een gebrade kip. Kaarsen werden in de grond gestoken aangestoken en het zingen begon. De kleine vrouw werd bevangen door de indaanse caboclo. Om Exú goed te stemmen ging ze met een fles rum naar een achter haar gelegen boom en plaatste die daar met sigaren en voedsel. (Later vernam ik dat ze ook een kledingstuk van een alcoholist om de fles draaide en dit meenam en offerde om vraag en verlossing voor die persoon van de rum). Exú is een belangrijk iemand, met hem valt niet te spotten. Hij is onderhandelaar tussen de mensen en de goden. Er werd meer gezongen. Anderen raakte in trance. Mijn vriendin kwam in een wankelende toestand en moest recht gehouden worden. We moesten onze schoenen uitdoen en er kwam een vouw langs die onze voeten waste en er sigarenrook over blies. De offerande aan de caboclo duurde twee uur. Toen we terug gingen moesten we wederom achterwaarts de trap af. Terug in de hut begon de ceremonie opnieuw en de kleine vrouw werd opnieuw bevangen door Jurema. Een blonde meisje sloeg de trommel. Andere raakten eveneens bevangen door een orixa en tekenden cirkels op de vloer. Tekenden cirkels en pijlen en zetten kaarsen rondom. De kleine vrouw, mooi gekleed in het wit met een soort tulband op haar hoofd was de 'gids' der geesten en zong uit volle borst.
...Caboclo van het groen blad
Dit zo prachtig is
begelijd het feest in het bos
Hoor het geluid van de waterval
En de prachtige lied van de sabiá (vogeltje)
Wat een mooie avond
een nacht van mooi maanlicht
een schittering van de maan
Wat ik zag, is dat de caboclo van het het groene blad aankomt Het bos is in feest
Alles overdekt met bloemen
Zelfs de vogels zingen, mijn caboclo
Ze zingen voor uw lof
Ô, ô, ô, ô, hoeveel schoonheid
Ô, ô, ô, ô, mooie pracht
Hoe goed om er zeker van dat Uw caboclo van het groene blad mijn beschermer zijt...
En de drum van het blanke meisje gaat voort met harde slagen in goede ritme context.
Mensen vielen in als zij de liederen hoorden. De vrouw maakte kruiden klaar, drank en rookte voortdurend. De orixa was allang tot haar gekomen. Ook de mede umbadistas, die in het wit gekleed ronddwaalden op het leem bereikten een bepaalde sfeer en werden bevangen door een geest. De meeste werden 'oude zwarten'. Zo liep daar een blank meisje van vijentwintig rond met gekromde rug en een dikke sigaar in haar mond, en bazelde een taal die van ver scheen te komen. De bevangen mediums liepen langs de aanwezigen in de cirkel en drukten hun linker en rechter schouder tegen hen op als teken van begroeting. En uitten daar bij een kreet. Anderen raakten in trance en dreigden neer te vallen. Een blanke man in het wit, hetgeen leek op een judo-pak, was een soort 'bewaker' en moest de onder invloed zijnde mensen in de kijk houden. Er was ook een spastische en verstandelijk gehandicapte jongen in een zelfde judo-pak, die als een soort 'knecht' optrad. D.w.z, hij hielpt de mediums, zette kaarsen recht en hield een oogje op de mai do santo. Er werden nog vele liederen gezongen als het tegen 12 uur loopt. Er werd een pauze ingelast. Ik was verheugd, daar ik last had van mijn onderrug. Het lange staan deed mij geen goed. Ik moest lopen en ging naar de toiletten aan de ingang. Buiten op het pad was het een drukte alsof de carnaval der geesten was begonnen. Ik liep langs de cabanas, mensen zongen, ik hoorde doordringende drums, er werd gedanst. Ik kwam verkleedde mensen tegen in de schitterendste kleuren en rokken en mannen met vrouwen kleren. Kinderen zwart als de nacht in gekleurde kostuums. Het was wonderbaarlijk schouwspel. Buiten bij de hutten werden offers gelegd, meestal voedsel, gebraden kalkoenen, kippen, bakken vol met mais, taarten met dikke room, kommen vol met druiven en ander fruit, manga, papajas. Allemachtig en ik maar denken aan de arme hongerige mensen in Sâo Paulo, de grote steden of binnenlanden, die niks te eten hadden. Dit was in mijn ogen een verkwisting. Ja, het was voor de orixas, het was voor goden te eren. Verdomme, en ver weg in de grijze lucht zag ik al de urubu's, de zwarte aasgieren, die zich straks te goed zouden doen aan dit feestmaal.
wordt vervolgd....
OFFERPLAATS, met beeldjes van katholieke heiligen, caboclos en preto velho's, mais, bekertjes met drank en zoet...
UMBANDA VIERING IN SANTO ANDRÃ, SÃO PAULO - NOV. 2010 deel 1
Ik was op de 13 de november samen met mijn vriendin afgereisd naar Sâo Paulo om daar een Umbanda bijeenkomst mee te maken. Het zou plaatst vinden in een bos en opgedragen aan de 'Caboclos', de Indiaanse geesten in de cultus. Voor als eer moet ik stellen dat Umbanda, Macumba en het allerhoogste Candomblé veel overeen komsten hebben, waardoor het voor de leek soms moeilijk wordt er een duidelijke lijn in te zien. Daarom wil omtrent de Umbanda enige uitleg geven. Dit wil ik doen via het gedetailleerde boek 'De Goden reisden mee' 1997, van Prof. mr. dr. G. Meuleman, (1931-1994), hij voltooide het manusscript van zijn boek kort voor zijn overlijden, die een naukeurige beschrijving geeft. Hiervoor mijn dank. In zijn boek haalt hij vaak uitspraken aan van schrijvers of ingewijde in deze stof, die ik aangeef met 'noot'.
"... De eerste macumba-evenementen vonden waarschijnlijk plaats aan het begin van deze eeuw in Rio de Janeiro. De samenleving bestond vooral uit Bantoes met een theogonie en rituelen, die veel minder ingewikkeld waren dan die van de Yoruba's. Het ging voornaamelijk om de vereniging van overledenen en de zielen van voorouders. De beweging zelf en de plaats van samenkomst noemde men macumba. Volgens McGregor (Pedro, noot Wayn) had de cultus van de geesten der doden, afkomstig van de Bantoes uit Kongo en Angola, vooral veel invloed rond Rio de Janeiro, waaruit de macumba is ontstaan. Door vermenging met spiritisme en candomblé kwam er een nieuwe tak, de umbanda.
DE VERSCHILLEN TUSSEN MACUMBA EN UMBANDA
De umbanda heeft de meeste aanhangers in Rio en Sâo Paulo, maar ook in Rio Grande de Sul (uiterste zuiden van Brazilië, noot Wayn). De beweging wordt in 1933 nog niet door Freyre (Gilbert, nt) genoemd, hoewel hij wel melding maakt van tovernarij en seksuele magie. Deze waren er al, verbonden aan de figuur van de mucama, de 'zwarte min', die sinha-moça, 'net-volwassen meisje', vaak moest vervangen. Het spiritisme van Kardec (spirituele beweging die in Brazilië veel aanhang heeft, ook reincarnatie stelling, noot Wayn) kreeg dus invloed op de candomblé, waarna de nieuwe beweging ontstond, de umbanda, want bij de bantoes waren er genoeg geesten. men noemde ze ma-Bamba in Angola en Kilulu in Kongo. Volgens Saint-Cair (David, nt) gebruikt de umbanda naast Afrikaanse goden geesten om zieken te verzorgen en te genezen. De beweging had in 1972 tweeëneenhalf miljoen aanhangers. De umbanda wordt volgens hem vaak door niet-ingewijden macumba genoemd, terwijl dit woord slechts 'plaats van samenkomst voor Afrikaanse riten' zou betekenen. Verderop in zijn boek zegt hij echter: 'Vreemdelingen gebruiken vaak het woord macumba, maar dit slaat alleen maar op een muziekinstrument gemaakt uit een eenvoudige houten plank met een gat erin, die op een langwerpige kist op korte pootjes is gespijkerd. De musicus beweegt een houten stokje in het gat heen en weer en veroorzaakt zo een schurend geluid dat erg melodieus klinkt. Als het stokje sneller wordt bewogen of meer druk wordt uitgeoefend, veranderd het geluid.' Mc Gregor is een andere mening toegedaan. Hij zegt: 'Pas aan het begin van de twintigste eeuw verschijnt het woord umbanda voor de cultus. Ramos gebruikt het woord echter voor de priester, maar blijft de cultus macumba noemen, evenals Joâo do Rio. Veel doorgaans goed geïnformeerde schrijvers gebruiken trouwens het woord macumba. Zo heeft Hutin (Serge,nt) het er over dat veel grote voetbalclubs in Brazilië een officiële macum-beiro,macumba priester, in dienst hebben die de overwinning moet bewerkstelligen. Bernard (Jean-Loouise,nt) ziet de macumba als een Braziliaanse vorm van tovenarij en erotische magie, derhalve gebaseerd op het gebruik van tellurisme, waarvan de maagdelijke wouden in het binnenland een condensator zouden zijn, en de seksualiteit. Zij, die ermee vertrouwd zijn, zegt hij, beoefenen occulte wetenschappen waarbij de betovering een doorslaggevende rol speelt. Hierbij is ook de suggestie van belang, ondersteund door het doordringende ritme van de trommen, dans en kleurenmagie. Volgens Gregor (Paul,nt) zouden er in Brazilië kloosters van tovenarij bestaan, waar novicen worden ingewijd in tovenarij en waar een tijdlang, soms onvrijwillig, gehypnotiseeerde vrouwen zouden worden vastgehouden. Het lidmaatschap of de leertijd zou reizen naar het inwendige inhouden en het bestuderen van een farmacopee, die de Europese farmacopee uit de middeleeuwen zou overtreffen. Door de eigenschappen van sommige planten zouden macumba-tovenaars de jeugd van rijke vrouwen weten te verlengen. Ook werd er een vampirisme aan verbonden dat ten koste ging van jonge minnars. Wortels en mandragoorsoort zouden het pronkstuk vormen van de macumba-farmacopee. Wat er ook van zij, de stellingen van Kardec hadden hun invloed op de publieke opinie. Het was mogelijk gebleken in contact te komen met geesten en hierbij ging het niet alleen om geneeskunde, liefde, weldadigheid, nederigheid en wijsheid, maar er moest ook voorzien worden in gevoelsmatige of finaciële problemen en er was behoefte aan magie. Dit vonden althans de bezoekers van de macumbas in Rio, die zo konden communiceren met geesten van Afrikanen en Indianen. Bij de umbanda horen alle gebruikelijke Afrikaanse geesten en nog een tiental Indiaanse, maar ook Jezus en de maagd Maria spelen een grote rol. Geesten van de doden worden volgens Saint-Clair niet gebruikt, want die weten niets. Alleen geesten, die nooit in menselijke gedaante hebben bestaan, spelen een rol. Er zijn zeven verschillende soorten geesten. Een gelovige kan bij zijn geboorte tot een bepaalde klasse behoren, maar later tot een hogere overgaan als hij levenservaring heeft gekregen. Iedere klasse heeft een vier-sterren-generaal, die bevel voert over zeven divisies. Iedere divisie heeft een drie-sterren-generaal, die bevel heeft over zeven bataljons. Ieder bataljon heeft een twee-sterren-generaal aan het hoofd van zeven subdivisies.
Al deze gezagsdragers hebben de voorkeur voor bepaalde soorten voedsel, kleuren, dagen van de week, speciale namen, speciale namen, liederen, magische symbolen, parfums, wierook, kruiden en worden allemaal verschillend begroet. In weerwil van de algemene opvatting, dat de umbanda rechtstreeks voortkomt uit de candomblé, is het volgens Moraes (Ari,nt) mogelijk aan te tonen, dat de umbanda zijn oudste invloeden ontleent aan het inheemse rituaal van de catimbo. Daar voegden zich later Afrikaanse, katholieke en spiritische elementen bij, met een steeds groter aantal gelovigen uit alle volkeren en sociale geledingen in Brazilië, zodat men kan spreken van de eerste godsdienst van Brazilië.
INDIANEN PROTESTEREN TEGEN BOUW BELO MONTE DAM IN XINGU
Raoni
Honderden indianen hebben in de Braziliaanse hoofdstad Brasilia geprotesteerd tegen het plan een waterkrachtdam in het Amazonegebied te bouwen. Volgens de actievoerders komt door de aanleg van de Belo Monte dam ruim 500 vierkante kilometer land onder water te staan.Ongeveer 50.000 indianen en boeren zouden van hun grond worden verdreven. "We willen Belo Monte niet, want die maakt een eind aan onze rivieren, het oerwoud en ons leven'', zei het inheemse stamhoofd Raoni Metykire in Brasilia. De actievoerders overhandigden een lijst met de handtekeningen van ruim 600.000 tegenstanders van het project aan de minister van Energie, Edison Lobao. De bewindsman toonde zich niet onder de indruk. Hij zei dat de bouw van de dam snel gaat beginnen. Xingu indianen in Brasilia
Verder zei de minister dat de mensen die door het project worden getroffen compensatie krijgen. Ook krijgen bewoners die moeten vertrekken, een aanbod om zich elders te vestigen. De dam moet in de Xingú-rivier in de deelstaat Pará komen, vlakbij de stad Altamira. Volgens de Braziliaanse regering kan de Belo Monte dam ruim 11.000 megawatt elektriciteit leveren. Dat is goed voor 23 miljoen huishoudens. Ook zou het project voor 18.700 directe banen zorgen. De aanleg kost 10.6 miljard dollar (7,7 miljard euro). Na de Chinese Drieklovendam en de Itaipudam, die wordt beheerd door Paraguay en Brazilië, moet Belo Monte de grootste waterkrachtdam ter wereld worden.(anp/odbs)
op de poster president Dilma: 604317 personen zeggen: stop Belo Monte
TRAGEDIE IN HET BERGPARADIJS - + korte column van wayn
Dodendal door regens in RJ gestegen tot 610
16/1/2011 10:17, Por Roberto Samora, com Reuters - de São Paulo uit de
Valmir França da Matta chora depois de participar do resgate do corpo de seu filho, Marcos Vinicius, 9 anos, vítima de um deslizamento.
Valmir França da Matta huilt na dat hij deelnam aan de reddingsoperatie van het lichaam van zijn 9 jarige zoon, Marcos Vinincius, slachtoffer van de aardverschuiving
Het doden aantal in de berg-regio van Rio de Janeiro als gevolg van de regens is gestegen tot 610, dit volgens het secreteriaat van gezondheid en burgelijke bescherming. De laatse 12 uren werden 12 slachtoffers geregistreerd. Meer dan 10 duizend mensen zijn dakloos of verplaats, volgens gegevens van de regering.
'...De tragedie in de bergen achter Rio is geen duivelswerk. De regen die in een dag viel was meer dan die van een maand. De natuur is gekwetst, de goden zijn woest, maar op wie? Op de vernietigers van de natuur, wereldwijd. Het verbruik van gassen, de uitlaten van gemoderniseerde fabrieken, de kap van gote bossen. Zolang geld de hoofdrol speelt zal dit alles leiden tot catostrofale gevolgen voor de mensheid. In Brazilie is het jaarlijks rond deze tijd een treurdal. Ook in en rond Rio de Janeiro plus de favelas. De gemeentes doen totaal niets, en,- of geven vergunningen tot bouwen. Ze sluiten hun ogen voor de armoe en meestal is het deze groep die men gewoon laat bouwen op grond met gevaar. Dit is niet de laatste ramp... De natuur is verbouwereerd, de kapitalist kan het geen donder schelen, de wereld van nu is niet deze van naheen. De groot-kapitalist is een egoist, een duivelbroeder, die de mensheid niet nodig heeft. Wereldwijd zien we catastrofes, van Haiti tot Afrika, India tot Rusland. Geld voor hulp verdwijnt als sneeuw voor de zon. Sommige mensen hebben het begrip verloren voor een beter wereld... Er moet verandering komen willen wij de natuur in leven houden... de natuur is er voor ons, wij niet voor haar...'
Het volk van de Kuntanawa in de staat Acre richt zich weer op en probeert zich te verlossen van haar wortels De inheemse etnische Kuntanawa in Acre werden als uitgestorven beschouwd, nu herboren uit hun nakomelingen vermengd met "blanken" strijden nu voor de afbakening van hun land in de staat. Er waren slechts vijf in 1911 en nu zijn ze ongeveer met 400. De Kuntanawa waren bijna uitgeroeid in de vroege twintigste eeuw met de vooruitgang van rubber winning. De Indianen werden vervolgd door gewapende mannen na het ingebruiknemen van de rubber velden rond de Acre.
Zij spreken niet meer van hun inheemse taal en behorende tot de taalkundige tak Pano. Ze spreken nu enkel Portugees. Hun cultuur is bijna verdwenen en vergeten. "We zijn het bewijs dat je een natie kan opbouwen, terug te brengen wat er is vergeten is," zei Haru Xina Kuntanawa, wereld ambassadeur voor de vrede door de Verenigde Naties. De jonge Haru, 28, vertegenwoordigt de beweging en de articulatie van culturele en historische verlossing van zijn volk. De jonge Indiaanse leider, Flávio Jose do Nascimento (zijn geregistreerde naam) is de articulator van de 11 etnische groepen van het Pano volk. Hij ondernam de belangrijke taak om de Kuntanawa hun thuis terug te geven, hun culturele en taalkundige waarden te versterken en het bevorderen van de redding van hun heilige riten die lang verloren waren. "Ik geloofde dat het mogelijk was en ik ben er zeker van, meer dan ooit, dat mijn volk terug kan brengen wat ze hebben verloren," herinert Haru en denkt aan de afslachting en het verleden dat gekenmerkt werd door het doden van zijn familieleden. "Het brengt me verdriet. Het is heel recent, noch geen eeuw het bloedbad van 1911. Vandaag hebben we iets meer dan 300 Kuntanawa en mijn doel is om onze mensen terug te verenigen thuis, een huis te geven. "
Ze zijn een etnische groep die op verschillende gebieden opgebouwd moeten worden: taal, body painting en zang, heilige rituelen met het gebruik van geneesmiddelen in het bos en het gevoel van verbondenheid met hun land. Eind juli, verzamelden zich meerdere mensen van de Pano taalgroep in het Kuntamanã dorp in Acre, een eerste in deze beweging die aan hun tradities een nieuw leven geven. Tijdens de week van 26 tot 31 juli 2010 hielden de Kuntanawa hun eerste culturele festival. In dit, het was een vergadering voor een moment van zelfbevestiging van eenheid onder de etnische groepen, waren ook mensen van de Pano taalgroep: Huni Kuin, Yawanawa, Shanenawa, Shawãdawa, Jaminawa, Nukini en Marubo Katukina. "Als de mensen bij elkaar zijn hebben ze een grote kracht om te herstellen en het versterken van hun tradities. We hebben samen een consistente geschiedenis, "merkt Haru op. Op de oever van de rivier de Tego, in het extractive reservaat (Resex) Juruá Alto, vlakbij de grens met Peru, ontmoette zich 200 mensen, met inbegrip van gasten en autochtone 'witte' Brazilianen en buitenlanders. Het is door het contact met naburige etnische groepen van de taalgroepen Pano dat een strategie om de taal van zijn volk te reconstrueren door middel van andere vergelijkingen. De wederopbouw van de taal wordt tevens bewerkstelligd door en via diverse fragmenten die nog in het geheugen van de stamhoofden aanwezig is en 'ayahuasceiras' gezangen tijdens de heilige riten.
Afbakening Het is het bevestigen de Indiaans bloed ook door de verovering van een gebied zelf. De afbakening van het land is een belangrijke reden dat Kuntanawa zich omarmen vandaag en voorbereiden op de confrontatie. De uitdaging is een gebied van 80 tot 100 duizend hectare land, dat de mensen beweren dat het volledig overlapt is door het extractive reservaat Alto Juruá waar Kuntanawa een van de belangrijkste bewekstelligers van zijn. "Wij vechten voor de afbakening van ons land. We zijn binnen een stuk land dat door onze mensen gecreerd is in de jaren 80 tot 90, toen er een voorstel was om dit reserve vast te stellen. Het werd gedomineerd door bazen, maar door Indiaanse dwangarbeid ", zegt Haru, om aan te geven dat zijn voorouders hun wortels hebben in die gebieden. Echter, de extractieve reserve model is niet de "meest geschikte" voor inheemse volkeren, stelt de hij. "Wij claimen het, maar we hebben het al afgebakend. Het is het land Kuntanawa. We hebben hier al wortels gepland. We wachten alleen nog op het officiële moment van de afbakening door de Braziliaanse overheid, "stelt hij. "Wat wij willen is het te beschermen, om de aandacht te vestigen op het ecologisch bewustzijn," belooft hij.
De inspanning komt met de vrijgeving van de afbakening 2001, met voorlegging aan de National Indian Foundation (FUNAI). In 2003, krijgt het Kuntanawa volk de publieke steun van de Inheemse Missionaire Raad (CIMI) en de Organisatie van Inheemse Volkeren van de Rio Jurua (Opirj) om ervoor te zorgen dat Kuntanawa als zodanig herkend worden en hun inheemse land afgebakend wordt. Zij waren het die hielpen de extractieve reserve in het begin van de jaren '90 te maken. Vandaag, echter, het oneens zijn over het genot van de natuurlijke en minerale hulpbronnen hebben ze zich verzameld rond de belangrijkste plek van de groepering, het dorp Kuntamanã (bekend onder zijn oude naam 'Zeven Sterren').
Het eerste extractieve reservaat dat werd gecreerd in Brazilië, Resex doAlto Juruá heeft een oppervlakte van 506 duizend hectare. De Indianen beweren dat hun gebied de equivalent is van bijna een vijfde van het natuurgebied. In 2008, federale aanklagers in Acre diende een openbare civiele actie aan om de Funai en de Unie te dwingen tot de afbakening en registratie van grond, gelegen aan de rivier de Tego, in de buurt van het dorp Restauraçâo met ongeveer 130 huizen behorend de gemeente Marechal Thaumaturgo. Ervan bewust dat een afbakening proces ongeveer 10 jaar of meer kan bevatten en het genereren van een controversieel debat in de samenleving, zegt Haru, in naam van zijn volk klaar te zijn: "Ik ben voorbereid met geest, lichaam, ziel en hart om te vechten voor dit land, te beschermen, onderhouden en herstellen. Het heeft ook nieuwe bondgenoten opgedaan, "belooft hij.
KUNTANAWA VOLK
Dit verslag van Fabiola Ortiz heb ik vrij vertaald uit 'Portal Imbase' van 15 januari 2010
'...Ik heb hun sinds lange tijd niet meer gezien. Zezer, ze heet eigenlijk Maria José Moreira, omhelst mij en is vol vreugde me weer te zien. Ze werkt als poetsvrouw in een school in Itaborai en verdiend zo iets bij. Ze is van een evangelisch kerkje wat haar doet geloven in haar deus en goedheid. Ze is een van de vele vrouwen die een houvast zoeken in hun levens filosofie, waar meestal de man de andere weg bewandeld, hij die afkerig is van de kerkgemeenschap. Zezer is een nakomelinge van Syrische immigranten die in Brazilië veelal als marskramers leefden en zijn opgegaan in de vele mengelingen van culturen. 'Waar is Joëlson?' vraag ik haar. 'Aan de andere straat in de drank keet, 'bebedo' dronken,' zegt ze resoluut, maar met enige berusting. 'Hij is al om halfzes het huis uit. Hij zegt nooit waar hij heen gaat, maar meestal naar de kroeg.' Ze houdt van hem ondanks de harde tijd. 33 jaar zijn ze nu getrouwd. Ooit zag ik hun trouw foto's die ze als een schat bewaard in een oude album. Zezer in haar witte bruidsjurk en Joëlson in een maatpak, dat men dan huurt voor de gelegenheid. Hun huisje staat in Tanguá, een plaatsje op 15 kilometer van Itaborai en zo'n 70 van Rio. Het ligt in de buurt Vila Cortez. Ik denk terug aan de jaren dan ik hen nu ken, 20 jaar. Joëlson als drinkebroer en liefhebber van de suikerriet jenever waarvan '51' zijn favoriete merk was. En ik heb gevoelige herinneringen aan de tijd dat we stomdronken van 51 en 60cl flessen bier uit de hete drank keet kwamen en Brazilië een draaitol was, een warme planeet van mooie vrouwen, zwarte bonen reuk en liefde. Zezer heeft een passie voor haar honden. Ze heeft er drie, een oude van 13 jaar ligt op de sofa in de veranda en twee uit hetzelfde nest, die als waakhond doorgaan en in de achtertuin aangelijnd liggen aan lange touwen. Ze loslaten veroorzaakte problemen met de buren vertelde ze mij, maar ze hielden zich koest tegn over mij. Ze verzorgd hen met liefde, 'Ze zijn mijn kinderen. Ik hou van mijn honden... meer als van mensen... ze zijn eerlijk en trouw dat kun je van veel mensen niet zeggen,' en ze geeft de ouwe hond een bak water. Ze verteld en verteld en vraagt mij duizend dingen. Antonio noemt ze mij en geeft me zoete koffie en maakt manga-drank van de heerlijke kleine vruchten. Een van de vele soorten manga's, maar deze zijn heerlijk en ik zuig er enkele uit en eet het vruchvlees onder schil. Ik laat niets verloren gaan. Ze wast de oude hond met cocos zeep in de zon bij de waterput, en ik zie de naiëve vrouw met liefde voor haar honden. 'Dit zijn mijn kinderen,' zei ze ooit tegn mij. Het huisje is opgeknapt en heeft nieuwe ramen, deur, tafel en stoelen. Het is klein en knus, zoals ik mij zelf wel zou wensen, met een ruime tuin erachter. Ze heeft ondertussen het eten op tafel gezet. 'Heeft Joelson gisteren gemaakt, ' zegt ze trots. 'Ja, hij kan koken,' en ze geeft mij een bord met rijst, zwarte bonen en farofa, een gebakken maniok farinha met uien. Ze maakt er een sla bij en bakt mij eieren. Het is warm vandaag met 35 graden. Een uur later komt Joëlson binnen. Da Silva is zijn naam, zoals vele Brazilianen door het leven gaan. Hij is ouder geworden en wordt overmorgen 61. Hij omhelst mij op een manier alsof we elkaar gisteren nog hadden gezien. Neen, hij was niet in de kroeg, hij had gewerkt! 'Capinar' noemt men dit hier, het wieden van gras en onkruid, een verdomd hard werk met een hak. 'Trabalhando?' zegt Zezer. 'Ik dacht dat je aan het drinken was en ze maakt gebaren met haar handen. 'Zie je Antonio hij zegt ook nooit iets. Hij staat soms op en gaat weg...' Joëlson neemt alles gelaten, mompelt iets en laat me de blaren op zijn handen zien. Hij is het niet meer gewend. 'Waar is je gele shirt,' vraagt ze. 'Ben ik kwijt,' zegt hij enigzins plagerig. 'Joëlson! Waar heb je het gelaten, een geel shirt, geel... dat kan je toch niet kwijtraken... ga het zoeken...' En dat herhaalt ze nog vele malen. Hij is haar vriend, zoon, kind, man. Ze houdt van hem. "Nog steeds aan de 51 cachaça,' vraag ik Joëlson. En hij lacht: 'Muito bom, 51... heel goed!' 'Kijk uit vriend het kan je lever verbranden.' zeg ik enigszins cynisch. 'Is allang verbrand...' en hij lacht. Hij drinkt noch alleen maar jenever, komt thuis, legt zich op de sofa, slaapt, en gaat weer op weg. Alleen vandaag is hij aan het werk. Hij heeft gewerkt als ober en in de bouw, en allerlei klusjes voorhanden. Hij heeft het tot nu toe overleefd. Hij eet een flink bord en zegt weer aan de slag te gaan, hij moet het afmaken vandaag. Zezer geeft me nog een zak met manga's mee, de vruchten die ooit engelen vanuit India moeten hebben meegenomen naar Brazilië. Ik vertrek samen met Joëlson en beloof hun terug te komen. Buiten loop Zezer loopt nog een stuk achter mij aan, zwaaiend en schreeuwend: 'Chau Antonio! Chau! Vai com Deus! Chau! Antonio! Kus voor Lenita...' Joëlson slaat rechts af... ik links. Ik hou van haar, van haar eenvoud en openheid, het goede van Brazilië...' Wayn
Het huisje binnen Zezer met de oude hond aan de tuin waakhond bij hun hok Joelson
HET VERHAAL VAN 'VIRALATA' DE STRAATHOND - KORT VERHAAL
Nu worden er in Brazilië velen straathonden omver gereden met fatale gevolgen. Deze honden noemt men daar 'vira-lata', een mooie benaming hetgeen 'blik-omdraaien' betekent. In Itaborai, in de buurt van Rio waar ik af en toe woon lopen er velen rond. Ze zwerven door de straten en vooral langs de hoofdweg waar de vele 'pastelarias', deeg-broodjes-zaken liggen.
Op een regenachtige november middag, wanneer ik op weg ben het centrum langs de avenida 22ste mei zie ik haar leunen tegen een ijzeren poort. Boven de poort prijkte de naam van een evangelische kerk. Ze (het is een vrouwtje) is mank en sleepte zich moeizaam voort. Ik weet dat ik hard moet zijn en loop door, ook daar ik zie dat mensen zich ermee bemoeien en het lot van het dier aantrekken. De hond blijft in mijn hoofd en op mijn terugweg naar huis heeft ze zich iets verder op gesleept. Mensen hebben haar water gegeven en iets te eten. Ik ga mijn weg naar huis met de gedachte dat het wel opgelost zal worden, maar ik kan het niet uit mijn hoofd zetten. Ik vertel het verhaal aan mijn vriendin die zegt dat het denkelijk een virus kon zijn. Inderdaad was twee jaar geleden haar hond Tony gestorven aan een ziekte die hem had verlamd.
Ik ga terug naar de plek des onheils en vraag naar het gebeuren. Ze blijkt te zijn aangereden op de autoweg. Een meisje van de evangelische kerk zegt met bedroeft gezicht dat ze de brandweer hebben gebeld, maar deze doet niets tenzij het dier gevaarlijk is voor mensen, als aanvalt of bijt, hondsdolheid. Zodoende ligt ze daar. Ik kijk in de droevige bloeddoorlopen ogen van de teef misschien drie jaar lijkend op een beige-achtige Mechelse herder maar met een robuuster kop als van een dog en nog ander wat kenmerken. Dit kan niet en besluit naar een van de twee dierenartsen te gaan in de buurt. Daar aangekomen leg ik de situatie uit en vraag of het dier kon worden opgehaald. Volgens mij is het beste haar te laten inslapen, want wat moet een straathond in zo'n miserabele toestand, mank, hoe te overleven in de straathonden hel van Itaborai?
De vrouwen achter de receptie kijken mij verwonderd aan als was ik een beul van een andere planeet en ik hoor de een tegen de ander zeggen: 'Ja, een spuitje geven, dood...'. Na twee uur komt iemand die mij met een bestel auto en grote kooi naar de onheilsplek brengt waar het arme dier nu met haar hoofd onder een auto ligt van wegen de regen. Mensen zijn zo goed en hadden karton op haar gelegd. De man laadt de hond vakkundig in met een strop om haar nek. Hij zegt mij haar niet aan te raken, terwijl ik voordien het beest over haar hoofd geaaid had. Inderdaad wat naief van mij, maar het dier keek mij hulpeloos aan. Iets later rijden we terug naar het praktijk.
'Wat is de naam van de hond?' vraagt de vrouw achter de computer. Naam!? Het is een straathond. Ze denken blijkbaar dat het mijn hond is. 'Noem haar maar Viralata,' zeg ik. Ik vertel nogmaals dat het beste is haar te laten inslapen. Ze zeggen te wachten op de dokter, die haar zou onderzoeken. De dokter is een blanke vrouw van in de veertig. We gaan met Viralata naar de praktijkruimte waar ze vakkundig wordt onderzocht. 'Er zijn nog reacties,' zegt de blanke vrouw. Ze neemt de temperatuur op en voelt op diverse plekken aan het achterlijf van de hond. Als ze op de buik van de hond drukt zieik bloed weglopen uit haar onderste en het dier kijkt hulpeloos en angstig. 'Luister senhor... ik denk dat met een goeie behandeling ze misschien nog te redden valt... anti-biotica en meerdere medicamenten...' en ze kijkt me vragend aan. 'Ze zal wel twee tot drie weken goed verzorgd moeten worden en dan...' Ja en dan? Ik leg haar uit dat ik hier niet woon en ga reizen en mijn vriendin niet de mogelijkheid heeft om dagelijks voor het dier te zorgen. Buiten dat is in het huis nog de kleine Suzie, een straathondje. Anderzijds kon het dier hier ter plekke verblijven, de prijs was 80 reais per dag, zo'n 35 euro. Ik besluit toch met mijn vriendin te praten en beloof terug te keren. 'O senhor komt toch terug is het niet?' vraagt ze onzeker en ik geef mijn belofte.
Inderdaad het was een schot in het duister. Het kan niet, zei mijn vriendin. Ik heb mijn werk, jij bent weg en dan de kleine Suzie. Ze heeft gelijk. Ik terug naar de praktijk, mijn kop vol zorgen. Want ze zullen mij het dier terug geven, en dan? Het motregende met 28 graden. Waar moet ik met de hond naar toe. Ik had een verantwoordelijkheid op me genomen en dat is wat de mensen hier weten. Ze willen helpen, maar alle verantwoordelijkheid is voor hen, fysiek en financieel. Ik voel mij rot. Terug in de praktijk komt de dokter naar mij toe: 'En, hebt u het opgelost?' vraagt ze van de ene kant hoopvol, van de andere nieuwsgierig. 'Ik moet u teleurstellen... het kan niet, er zijn geen mogelijkheden,' en ik verklaar haar nogmaals de situatie. Dat ik de hond op straat zag liggen zoals zo vele, doch ditmaal had mij het lot van het dier aangetrokken... ik wilde helpen, maar...' Ondertussen wist ik dat ik hard moest spelen en zelfs iets provoceren. 'Dus senhor laat de hond interneren? Hij blijft hier?' vraagt ze overtuigend. 'Neen... gaat niet....' Ik zei nog dat in mijn land er voor dat soort honden, ten minste diegene die de mensen verstoten, asiels zijn. Ze kijkt mij vragend aan. "Oh...opvanghuizen voor honden?' Nu wist ik dat ook in Brazilië dergelijke huizen zijn zoals in Jacarepaguá in Rio, waar men honderden dieren opvangt, maar waar er problemen waren. De staat had steun gegeven van miljoenen maar kon niet begrijpen dat al dit geld aan de behandeling van de dieren was opgegaan en beschuldigde de organisatie van corruptie. 'Dus wat doet senhor? Blijft ze hier?' Ik ben geen antichrist, sadist of beul, maar ik zie de situatie, de gemeente die haar ogen sluit voor deze problemen. Een overreden hond is dood. Fini. Maar een aangereden dier dat moet lijden wil men geen spuit geven, anderzijds laat men ze creperen langs de weg. 'Luister,' zegt ik resoluut tegen de vrouw: 'Ik neem haar mee en leg haar hier boven in het park.' Ze kijkt me verward doch hulpeloos aan. 'Senhor, dat kunt u niet doen. Het regent, ze heeft niks eten... ze' Ze was nu op het etisch punt gekomen, haar menselijkheid en verantwoording voor het dier in welke omstandigheid dan ook. 'Disculpe, mijn excuus, maar er is geen andere oplossing... ik wil helpen maar het blijkt dat je je er beter niet mee kunt bemoeien... buiten dat zal ik schrijven naar de gemeente van Itaborai om voor een oplossing te zorgen dat mensen aangereden dieren naar een arts kunnen brengen zonder kosten hunner zijds...' De vrouw krijgt een blos op haar gezicht. Ze staat even perplex en zegt dan even resoluut als dwangmatig: 'Goed... laat ze voorlopig maar bij ons dan zien we wel verder.'
Ja, mijn geval is dan ook een uitzondering, een gringo die een aangereden manke straathond ter plekken brengt. Ik dank haar vriendelijk voor het inzicht. Men zou, als ze beter werd, Viralata proberen onder te brengen bij mensen of terug de straat op. Ten minste als ze het overleefd.
Wayn
Straathond zoekt voor voedsel in vuilniszakken
Wachtend op restjes in een pastelbroodjeszaak
Een van mijn vele Viralata amigosin Itaborai, Rio de Janeiro
Braziliaan leert boeren niet op roofdieren te schieten
Als poema's, vossen en wolven in de buurt van een Braziliaanse boer komen, maken ze grote kans een kogel door hun kop te krijgen. Ze zouden kippen stelen en koeien aanvallen. Zoogdierenwetenschapper Frederico Gemesio Lemos probeert dat beeld bij te stellen. In het 'Programma ter bescherming van de zoogdieren van de Cerrado' neemt hij de boeren mee op onderzoek en laat hen de vacht van een wolf voelen.
Lemos werkt bij de Federale Universiteit van Goiás en onderzoekt sinds 2003 alle katachtigen, hondachtigen en wilde zwijnen in de Cerrado, een savanneachtig gebied in Centraal-Brazilië. Sinds 2007 legt zijn team zich erop toe dat de boeren zich van hun gedrag bewust werden. ,,We beseften dat we weliswaar alle soorten in kaart konden brengen, maar dat we daar niets mee zouden opschieten, als we de boeren er niet bij zouden betrekken.'' Hoewel het volgens de wet verboden is, wordt nog altijd volop gejaagd op wilde dieren in Brazilië. Meerdere soorten dreigen daardoor uit te sterven, zoals de Braziliaanse grijswitte 'veldvos', hoary fox (foto boven), een onschuldige termieten- en sprinkhaneneter. Lemos houdt van het mooie dier. Het is inheems in Brazilië, meer specifiek de Cerrado, en nog nauwelijks onderzocht. De hoary fox wordt volgens Lemos snel verward met andere vossen en dan zonder nadenken afgeschoten. Het ontbreekt de boeren aan kennis, zegt hij. ,,Maar tijdens ons onderzoek merkten we wel dat er onder sommige boeren en knechten steeds meer nieuwsgierigheid ontstond. Men kwam met vragen als 'welke soorten kippen eten', en 'hoeveel terrein een poema nodig heeft'."
Vacht voelen Tegelijkertijd merkten de onderzoekers dat de boeren heel goed weten waar de dieren rondlopen en waar bijvoorbeeld de poema slaapt. ,,We hebben hen daarom bij het onderzoek betrokken. Als we nu de vallen uitzetten of een poema uit de boom gaan schieten met een verdovend middel, nemen we de mensen mee. Zo liet ik een boer die de ene na de andere wolf doodschoot, de vacht van het dier voelen. Die ervaring werkt door.'' Een boerin met kippen, Lucia genaamd, schoot alle vossen op haar terrein dood. Lemos: ,,Ze heeft geholpen een veldvos te pakken en van een halsband met chip te voorzien. We hebben het dier Lucia gedoopt. Lucia waarschuwt nu als ze voorbijkomt." Maar het gaat niet altijd goed, merkte de wetenschapper. ,,Een boer die had geholpen bij het pakken van hoary fox Alisa, een moeder met kleintjes, schoot dezelfde vos met halsband alsnog dood om 'te voorkómen dat ze een van zijn kippen zou doden."
Schade aan boerderijen Samen met het ministerie van Milieu inventariseert Lemos' groep de tien boerderijen die de meeste schade van de roofdieren ondervinden. Die schade is volgens de wetenschappers zeer beperkt. Slechts een klein percentage van alle doodsoorzaken wordt veroorzaakt door de roofdieren. Bovendien kan die schade worden voorkomen, stelt Lemos. ,,Dat kan met elektrisch geladen omheiningen of een goede waakhond. Het is een simpel en goedkoop educatief project, waardoor mens en dier kunnen samenleven. Alleen ontbreekt het geld nog."
Zondag 28 november, in de middag valt de politie het complex do Alemão binnen. Een bandiet sneuvelt nog en 20 anderen worden gearresteerd. Volgens berichten is alles zover onder controle. De BOPE, speciale eenheid heeft haar taak verricht, er was zelfs eentje die zei: ´hier heb ik 2 jaar op gewacht...´ Het ziet er naar uit dat hij binnenkort weer aan de slag kan. De politie nam 30 ton drugs in beslag, en een zestigtal wapen, waaronder fuzies, Fals en geautomatiseerd luchtafweergeschut. De bandieten die konden vluchtten hadden de bizarste ideeën, zoals vermomd als evangelische pastor met eveneens dwaalspoor begeleiders. Anderen waren verkleed in muskieten verdelger, anderen wisten te ontkomen via rioleringen. De mensen in de favelas zijn opgelucht en kinderen spelen nu in de prive baden van de drugsdealers. De politie plaats met trots de Braziliaanse vlag op het hoogste punt van de favela, de overwinning was compleet. Doch is dat wel zo? sommigen bandieten wisten te ontkomen naar andere favelas in Niteroi en São Gançalo. Is het probleem opgelost? Neen. De handel in wapens en drugs zal doorgaan in vele andere favelas. De politie zal in de bezette wijken de UPP inzetten die zal moeten toezien dat er voorlopig geen dealer meer de favela inkomt. De mensen zijn opgelucht en hervatten hun dagelijkse gang. Er waren veel roddels over vermeende aanslagen, en dat bracht paniek te weeg. Hier in Itaborai op 50 km van Rio is het rustig, maar als de mensen midden in de nacht knallen horen zijn ze angstig, er wordt geschoten in Reta, een wijk in de buurt. Volgens mij was het vuurwerk, wat hier regelmatig afgestoken wordt, hetgeen ook bleek. De angst wordt de mensen opgedrongen en dat is het doel van de bandiet. De drugsdealer, wat heeft hij bedoeld met deze actie? Deze vraag houdt mij bezig. Het uitlokken van de oorlog tegen de politie, of laat ik zeggen wraak tegen de acties die de politie ondernam en drugspunten uitschakelde, moet een georganiseerde en doordachte daad zijn. De politie had er alles aan gelegen dit op e lossen met de internationale pers in de nek. Want met het voetbalspektakel en olympische spelen in het vizier zal Brazil het hard moeten spelen. Er zijn andere dingen aan de orde hier dan het organiseren van de brood en spelen. Er moet beter onderwijs komen en zieken zorg, menselijke items. Men moet zoeken naar de oorzaak van de drugs criminaliteit in Rio, deze al begon in de jaren 1960 met de militaire bezetting, waar vele activisten werden opgepakt en in de bak plannen smeedde die zich uitte in drugshandel. De handel is te groot, en teveel geld is ermee bemoeid. Doch nu is het waarde verlies van de bandiet en het gezicht degelijk geraakt. Maar er bliven vragen. De in beslag genomen handel en vuurwapens? Vernietigen? Of komt het via rotte kanalen weer terug in de handel. In Brazilie is dit geen uitsluitsel. Dan is er de Braziliaanse mensenrechten organisatie die stelt dat, net als in 2007 toen eveneens in de favela do Alamão werd binnengevallen door de politie en die dag 40 doden vielen niets is veranderd. Nada! Njet! Nothing! Nu gebeurd hetzelfde, en is het wachten op de volgende actie?
De drugs-war heeft opnieuw toegeslagen in Rio de Janeiro. Aanleiding was de opdracht van drugs-chefs die vanuit de jail hun onderdanen bevolen paniek te stichtten en de politie te attacteren. Deze, de UPP, had de opdracht een pacifitische opdracht uit te voeren en zo de drugspunten te elemeren in de favela. De wraak van de bandieten is het gevolg en begon zondag 21 nov. schietpartijen die leken op een burger oorlog. De mensen? De favela Villa Cruzeiro ligt aan het complex van do Alamão, VC telt ong. 20.000 mensen, maar samen met de vele wijken telt het complex 400.000 inwoners. Zij zijn de dupe van de idiote oorlog en velen zijn bang om hun huizen te verlaten. 50.000 kinderen gaan niet of kunnen niet naar school, winkels dich, verwarring alom. Deze mensen zijn de slachtoffers, verdwaalde kogels en mentale angst. de politie claimd mementeel 40 doden, allen bandieten. Allen? Zeker is dat er onschuldigen tussen zijn, zoals een 14 jarig meisje dit achter de computer zat, en getroffen werd door een kogel. Corruptie. Ik denk dat vele hoge fuctionarissen in het complot zitten, want waar komen de wapens vandaan, munitie? Vele zeggen uit Paraquai, onbekend bij de overheid, schijnbaar. Bij mijn terugkeer uit Belo Horizonte werd er al op gewezen niet de ´linha vermelho´ te nemen, daar deze afgesloten was door politie. Ik zag scheurende politie wagens vol geladen met mannen met gdodelijke wapens. Wayn
Rio, 25 nov. 2010 vrij geciteerd uit de krant
De zege op de ´traficantes´, drugsdealers is nog niet zeker, maar de politie en leger hebben de favela vila Cruzeiro in handen. de bandieten bieden nog verzet in de vorm van het in brand steken van vrachtwagens en opwerpen van barricades, maat ten slotte vluchtten zij in paniek richting het complexo do Alamão, welk vandaag door de politie word omsingeld met zwaar geschut; 800 soldaten van het leger en 300 van de federale politie. De inval in de favela vila Cruzeiro begon vroeg met behulp van marine tanks. Wanneer de politie zich bezighoudt met tevens de favelas jacarezinho en maquinhos proberen de bandieten verwarring te stichten door autos in de fik te steken op verschillende punten in groot Rio...
Oorlog, wat voor een manier moet het werk zijn van de duivel, maar DEus waar zijt Gij?
De mooie horizon, BH. Het regende toen ik arriveerde, zoals meestal bij aankomst. De dag was moeilijk begonnen. In Rio misde ik de bus (door verkeersopstoppingen) van negen uur. Ik rende nog als een bezetene, maar kwam 5 minuten te laat. Moest dus een nieuw ticket kopen. De bus vertrok om halfeen. De trip van Rio naar Bh is ongeveer 7 uur, dit met een bus van het bedrijf Cometa, een oude bus met een gang van een kermisatractie. Halverwege de rit was er een harde klap. De linkervoorband spatte uiteen. We hadden geluk dat de chauffeur alert was. De reuk van verbrande en flarden rubber. Wachten dat een bus van een andere firma langs kwam om de tocht te vervolgen. Ik arriveerde rond halftien in Bh, kocht wat kaaspastels en drank en ging op zoek naar het hotel met de bizarre naam ´Majestic´, een oud geval. Pal ernaast ligt Blitz, een motel waar men goedkoop enkele uren de liefde kan bedrijven. Ik nam als normaal een eenvoudige kamer voor 45 reais (ong. 18 eur.), met douche en wc op de gang, maar je wordt persoonlijk met een oude lift naar de etage gebracht, er is geen trap. Het regende goed die nacht en in de morgen was het ontbijt uitstekend, wat de prijs iets verzachte. Normaal zijn de hotels duur geworden en 30 eur voor een simpel kamer is normaal. Men kan natuurlijk ook een soort rusthuis vinden voor een schappelijke prijs maar daar zijn de omstandigheden soms bizar te noemen.
Belo Horizonte is in beweging, en anders dan Rio. Het is hoe dan ook rustiger. De zwervers liggen in de vreemste houdingen in portieken, onder bomen, midden op de straat. Ik zag in het centro van BH meer zwervers, of zoals men ze hier noemt ´mendigos´, wat eigenlijk bedelaar betekent, dan in Rio. Velen liggien onder de viaduct bij de avenida dos Andrades. Armoede die ook in de mooie horizon een rol speelt. In het grote park sprak ik met een zwerver die de weg kwijt was. Hij kwam uit de binnenlanden van Minas Gerais. Ik zei dat ik uit Rio kwam en hij zei dat de cariocas (inwoners van Rio) goede mensen waren en hem vaak hielpen. Ik gaf de man wat geld en hij bedankt me en God. Nou ja. Het park heeft schitterende bomen en planten. Er lopen vele katten rond, net als joggers en zwervers. De katten worden verzorgd door mensen en plantten zich gestadig voort. Ik bezocht Nice, een koffie husje waar men een goede sterke cafezinho krijgt, waar geklets wordt over het leven. Het zijn veelal oudere mannen die daar rondhangen, van een bepaalde klasse, goed gekleed en decent. Doch ik kwam voor de koffie. Het leven in Bh dat zich ook afspeelt rond het plein 7, waar hippies hun spullen verkopen en dammers en schakers op uitdagers wachten. BH is een betonnen blokkendoos, met lijn rechte straten en men moet zich goed orienteren. Een moderne stad ten minste gesticht eind 19de eeuw tegen de heuvels, en van boven opde heuvel van het mangabeira parque ziet men de stad liggen als een betonnen blokkendoos. Alsof God met stenen geworpen heeft, met de bedoeling iets abstracts te vormen. Dit is natuurlijk mijn opvatting.
Andere dag De regen heeft grote problemen veroorzaakt in sommige wijken van BH, waar het water meer als een meter door de straten stroomde. Ik wilde Sabará bezoeken, maar zag er vanaf, was bewolkt en was al enkele keren in het voormalige goudstadje geweest, ooit gesticht in 1674 door een flouche figuur, de bandeirante Borba Gato, die de indianen uitmoorde en zo het gebied delfklaar maakte. Ik had tevens last van mijn rug, maar die verdween toen ik in het centrum een bedelaar zag die liep als een aap op voeten en handen. De man had een enorme bochel op zijn borst, een gezwel, vier maal groter dan zijn hoofd. Hij was zwart en vettig en hield halt bij een pastel-broodjeszaak. Hij werd meteen verschopt, er naast lipen mensen als idioten met zakdoeken en handen voor hun neus om de situatie van de verschoppeling te bevestigen. Het hypocriete volk! Ik gaf de man wat geld en hij keek me verbaasd aan. Niet veel later zag ik, bij een meer menselijke kraam, dat hij een fles cola en broodje kocht. Hij trok zich op aan de balie en plofte weer neer, en kroop naar een plek langsde muur waar hij hongerig zijn maal verslond. Het leven van de man, hij was rond de vijftig, is dubbel hard, zwerven; ok, maar met een handicap als deze is het een soort hel. Niemand geeft om deze mensen, instanties? klote! De mooie vrouwtjes passeren met afkeer. Zouden zij zich afvragen, waarom? De zakenmensen zijn angstig voor hun klandizie, de hulp heeft geen optie. Bestaat er hulp? Is zag een oude vrouw de man toespreken, en ik dacht toch nog een mens naast de mens. Belo Horizonte: wolkenkrabbers, paleizen, banken, dure hotels, kerken, hoertjes, sjieke dames, mannen met aktentassen, zwervers, bedelende kinderen, politie op paarden, dronkelappen, blanken, pardos, zwarten, schakers, dammers, travesieten, gekken, hopelozen, gelukkigen, blinden, kreupelen, kleine mensen en een gringo... De mooie horizon is als een hel voor sommigen, die denkelijk de hemel verdienen... moch die bestaan...
Aposentado com câncer não consegue se tratar em hospital público Nem com laudo a internação é aceita
In the treatment of lung cancer two years ago, retiree and resident of Covanca, in São Gonçalo, RJ, , José Borato Evangelista, 57, had another negative report: a metastasis - formation of a new tumor lesion from another - cerebral and lumbar . Even with the pathologies, the retiree can not be admitted to any hospital.
Schietpartij tijdens een mega-operatie op de ochtend van vrijdag (16) door de militaire en civiele politie in Complexo do Viradouro, in Santa Rosa, ten zuiden van Niteroi. Bij een minderjarige werd een pistool kaliber 9 mm, en een radiozender, en verdovende middelen, in belsag genomen. De drugsoorlog neemt grotere vormen aan. De dealers zijn, gezien de slechte situatie in Rio waardoor hun verkoop achteruit gaat, uit op andere middelen zoals beroven van voetgangers en winkels.De economische situatie is zeer slecht in de staat Rio de Janeiro. Voedselprijzen rijzen de pan uit. Veel werklozen waardoor de criminaliteit hoogtij viert.
Als de rivier weer in haar normaal doen is, is het tijd voor het 'almoço' het middagmaal. Het menu is helaas hetzelfde: bruine bonen, spaghetti, stukjes kip en een of ander raadselachtig vlees. De een zegt dat het jacarévlees is, de ander van de tapir, weer een ander raadt naar apenvlees. Mensen drommen rond de tafel en achter ieder stoel staan minstens vier personen te wachten dat de tafelgast klaar is. Ik wacht geduldig dat er meer ruimte is en eet weinig. Aan de scheepsleuning hangend overdenk is dit alles; water, bomen, hutten,arme stakkers, caboclos, Indianen, water, bossen en af en toe een vogel of vlinder. Waar zijn de alligators? Panters? Tamandoa? (grote meiereneter), waar is de cobra? Ja, ze lijken verborgen in de ingewanden van het moederbos. En de bosgeesten? Zullen ze bescherming bieden? Zoals Curupira, de ontzagwekkende, die mensen het bos insleurt, voor altijd verloren. Doch zou hij de arme caboclo beschermen tegen de indringers, de vernielzuchtigen? We varen langs beboste eilandjes en ik zie de kano's met vrouwen en kinderen, peddelend alsof hun leven er van af hangt, en is dat geen snedige uitdrukking? Vanaf de boot worden spullen in het water geworpen, kleding, voedsel en de kano's gaan er als pijlen op af. Ze kennen de boten en weten dat er altijd passagiers zijn die aan hun denken.De kinderen zijn handig en geboren in de lichte boomstammen kano's, die waggelend, doch met een vloeiende lijn over het water glijdt. Ze zijn de kinderen van de caboclo en Indiaan, de natuurmensjes, die dansen met de roze dolfijn.Intussen is de bonkige cachaça drinker zich aan het roeren. Hij laat zijn schijnbaar menselijke zijde zien als hij de baby van van mijn hangmat-buren probeert op te vrolijken, wat het niet al te gemakkelijk afgaat. Het kindje schreeuwt als een geslagen mensje. De ouders vinden het maar niets.Zo nu en dan kijkt hij me aan met een sceptische blik, maar heeft tot nu toe nog geen moeilijkheden gemaakt. Ik ben voorbereid.
Op het achterdek ontmoet ik weer de oude man met het uitpuilend oog. Dit was nu nog roder en angstwekkender. De man heet Lúis Antonio en komt uit de buurt van Santarém, waar hij langs de oever in een hutje leeft samen met zijn dochter. Lúis was visser. De ontsteking heeft hij sinds twee weken en gaat nu naar Belém om een soort heksendokter te bezoeken. Hij vraagt me of we al in de baai zijn, doch we zitten nog steeds enkele uren van Belém, nu op de Tocantins rivier, nadat we de Pará achter ons gelaten hadden, en eerder de Amazonas. De bootsman loods zijn boot door het labyrint van waterweggetjes, langs kleine eilanden en dan langs het grote van 'Marajó'. Het is rond halftwaalf als we de haven binnenvaren. Ik voel me goed, na toch de laatste dagen last van koortsaanvallen te hebben gehad. Ik ga de drukke kade op en zie de vele aasgieren die het vuilnis inspecteren, ik zie de mensen, fruit, mooie vrouwen, en Indiaanse gezichten. Ik ga op zoek een hotel en kom terecht in 'Central'. Een oud gebouw in het centrum. Op de kamer bekijk ik me eens goed in de spiegel en constateer dat ik kilo's kwijtgeraakt ben sinds Manaus. Op straat ontwaar ik een kraampje met vis en neem een broodje kreeft met driedubbel portie 'mostarda', (een soort piccalilly) om mijn honger te stillen en daar ik verlangde naar iets zuurs, en ik eigenlijk dagenlang zo goed als geen voedsel binnengekreeg.
Het is zondag in de stad van de 'mangueiras' de mangabomen en ik slenter langs de straten waar hippies op de grond hun sieraden, ammuletten en ander spul proberen kwijt te raken. In een eetbar kom ik de boot-medereiziger weer tegen, die op zoek was naar een job als huisschilder in Belém. Hij rraad me aan naar een dokter te gaan, daar ik er slecht uit zie. "Misschien heb je wel Malaria,' was zijn conclusie. Later ontmoet ik de man nogmaals en probeert geld los te peuteren voor een goede cocaine deal. Het wordt me een beetje te gek en maak hem duidelijk dat hij nu snel moet verdwijnen uit mijn gezichtsveld. Hetgeen hij mij vreemd aanstarend accepteerd. De dag erop bezoek ik het oude Belém, want ze hier 'Cidade velha' noemen. Nu loop ik langs de rivier en dokken waar de oude Portugeese huizen zichtbaar zijn, hier langs de haven liggen de pitoreske boten met een veelvuldig cargo: papegaaien, parkieten, apen, schildpadden, trossen bananen, zakken met castanhes en enorme melancias (watermeloenen). Niet ver vandaar bevindt zich de 'Ver-o-Peso, de markt wat zoveel betekent als: Zie het gewicht. Hier is van alles te koop, de Amazonae-markt bij uitstek en vanwaar uit de wouden van alles wordt aangevoerd. Velen soorten vis zijn verkrijbaar en de tipische amazonas producten zoals, Acai en de fruitsoorten Bacuri en Pupunha, Mangas, Pompoenen, Papaja, Abacaxi (ananas) en Cajú. Ook kan men traditionele gerechten veroberen zoals Tacacá. Je moet er wel poen voor hebben en de arme donder is hier van uitgesloten. Ook zijn op de markt de 'Jacaré slagers'. Daar liggen de alligatoren met dichtgesnoerde muilen en vastgebonden poten te wachten op de koper, die het beest aanwijst, wat dan prompt wordt afgeslacht. Aha... hier zegt men dat het krokodillenvlees, zeker dit van de 'jacaretinga', goed moet zijn voor de gezondheid, en men zegt dat de arme bevolking met regelmaat dit vlees eet, maar de jacaré heeft nog veel andere voordelen: van zijn verpulverde knoken wordt een soort meel gemaakt dat rijk is aan vitaminen. Voor mij kan men de dieren het best in de rivieren laten, waar de arme caboclo-visser en Indiaan zeker gebruik zal maken van het vlees, van de woestelingen der rivieren.
Ik loop langs de kruidenmarkt, met de wonderdoeners, medicijnen tegen maagklachten, verlamming, reumatiek, slangen,- en spinnenbeten, inwendige bloedingen, bronchitis, dysenterie, tumors, spierziektes, menstruatieklachten en impotentie. Ik zal wel een hoop vergeten zijn, God vergeef me, Oxalá me-disculpa, maar dit zijn de stallen van de toverdokters met hun wondermiddelen, hun magie van het onmetelijke, het geloof in de heling door trancendente krachten. Daar zijn dolfijnogen, krokodillentanden, gedroogde huiden van de kameleon, boskatten, gordeldieren, miereneters en vleermuizen, en de kurkdroge koppen van slangen en jaguars, schedels van watervogels en staarten van pijlstaartroggen en gordeldieren. Dit alles moet dienen tegen allerlei kwalen en ik vraag me dan ook af of de oude man met zijn ontstoken oogbol híér op zoek was naar een middel tegen zijn kwaal. Het is een oud gegeven want de Indianen hébben hun planten en kruiden, ze hébben hun kennis en hier op de markt zal menig middel wel eens improductief kunnen zijn, maar vaak is de diepgang van het 'onbekende', een welkome hulp. Hier in Amazonia is de mystiek een middel en velen planten zijn weldoeners en genezers van kwalen. Ik denk dat voor de vele hedendaagse ziektes hier antwoorden liggen, verborgen tussen de groene krachten van het woud en geesten....
Bij de inhoud zijn alleen de laatste 200 items weergegeven, mocht u zoeken naar onderwerp doe dit via 'zoeken in blog' op de linkerbalk. Het 14-delig verslag van mijn bezoek aan de Xavante stam kunt u opzoeken IN DE LINKER zoek BALK
Berichten die niet getoond worden zijn bereikbaar via het archiefvia de pijltjes onder aan het blog