OPSTELKNIPSELS UIT DE LAGERE SCHOOL 2

|
OPSTELKNIPSELS UIT DE LAGERE SCHOOL 2 |
* Omdat het zo'n mooi weer was, mochten we nog enkele minuutjes overspel doen.
* Toen ik de brug overreden had, sloeg ik rechtsaf.
* Spaghetti smaakt naar macaroni, maar een beetje langer.
* Ik denk dat ik al lang dood zal zijn tegen dat ik tachtig jaar ben.
* Als grootvader nog leefde, zou hij zich doodgelachen hebben.
* Zus heeft pilletjes gekregen voor de afgang van de dokter.
* Ik ging mijn neef bezoeken die ziek was om hem geluk te wensen.
* We gaven haar een klein pakje met een grote theepot erin.
* Mijn zus was verkleed als verpleegster. Dat was gemakkelijk, want ze is verpleegster.
* "En nu, beste vrienden, gieten we het glas uit op onze dierbare jubilarissen."











