Mijn stad organiseert elk jaar een grootscheepse quiz, op zoek naar de “slimste” straat. In principe mag elke straat een ploeg van 4 à 6 …
Mijn stad organiseert elk jaar een grootscheepse quiz, op zoek naar de “slimste” straat. In principe mag elke straat een ploeg van 4 à 6 vertegenwoordigers afvaardigen, maar de interesse blijft meestal beperkt tot een 20-tal straten. Nu heb een hekel aan alles wat maar enigszins ruikt naar quizzen, maar twee dagen vóór de jongste uitgave van “de slimste straat” belde een straatgenoot aan mijn deur: hij was wanhopig op zoek naar een vierde man om samen met hem en nog twee vrienden een ploeg te vormen. Ik antwoordde dat ik totaal geen zin had en dat ik trouwens te dom was voor een quiz. Dat laatste vond hij helemaal geen bezwaar (sic!): ik moest er alleen maar bij zijn om het vereiste aantal te bereiken; de drie anderen zouden wel zorgen voor de “juiste antwoorden”.
Ik bleef de boot afhouden maar meneer gaf niet toe (hij drukte nog net geen pistool tegen mijn slaap…). Kortom, ik verloor het gevecht en zo zat ik twee dagen later als vierde keus aan een tafeltje, met als enige verdienste dat ik …. er zat! (slechts één keer wist ik als enige het antwoord op een vraag) … En geloof het of niet: ondanks (en dus niet dankzij…!) mijn deelname kwamen wij ten slotte als winnende straat uit de bus!!
Nu moet ik eerlijk bekennen dat ik eigenlijk geen spijt heb van mijn deelname, pardon: aanwezigheid: ik was aangenaam verrast door de perfectie van deze quiz, zowel inhoudelijk (de vragen) als organisatorisch. Uit alles bleek dat de initiatiefnemers flink wat ervaring hadden met dit soort evenementen. Ik heb dit ook gezegd tegen de man die mij had “aangeworven”: “luister, ik had het niet graag willen missen, het was interessant, maar kom het mij volgend jaar niet opnieuw vragen, want één keer vind ik genoeg!”
TOE(kom)MAATJE. Enkele dagen later was ik jarig, vierde dat discreet in familiekring, zonder veel ruchtbaarheid. Ik was dan ook verbaasd toen vrienden van onze tafeltennisclub mij “proficiat” wensten. Ik vroeg hen: “hoe wisten jullie dat ik verjaarde?” – antwoord: “oh, dat wisten we niet; onze felicitatie sloeg op je overwinning in De Slimste Straat, de foto van je ploeg staat in de krant!!”
Woensdag 23 november 2011
Op 23 november 1931 (vandaag dus precies 80 jaar geleden) beviel een 26-jarige jonge vrouw van een zoon. Het was geen makkelijke gebeurte…
Op 23 november 1931 (vandaag dus precies 80 jaar geleden) beviel een 26-jarige jonge vrouw van een zoon. Het was geen makkelijke gebeurtenis: het kind had er immers voor “gekozen” om tegen het einde van de zwangerschap dwars te gaan liggen (letterlijk en figuurlijk) maar bleek gelukkig tot een compromis bereid door zich kort voor de geboorte een beetje te draaien zodat hij via een zgn “stuitligging” ter wereld kwam. Anders gezegd: hij liet eerst zijn achterste zien…
De boreling van toen is inmiddels vader en grootvader, geliefd bij zijn kinderen en kleinkinderen, die hem zijn kuren graag vergeven. Want hij komt er eerlijk voor uit (soms toch…) dat hij zich na 80 jaar nog steeds regelmatig als een dwarsligger gedraagt, als een echte Kommaneuker zegmaar….
Al jaren leidt het BIVV de aandacht van automobilisten af van het verkeer naar lange en vaak raadselachtige boodschappen op levensgrote b…
Al jaren leidt het BIVV de aandacht van automobilisten af van het verkeer naar lange en vaak raadselachtige boodschappen op levensgrote borden langs de snelwegen. De nieuwste BIVV-"vondst" is zijn campagne Go For Zero: vrienden kunnen elkaar dood verklaren via een vals krantenartikel op Facebook, wat al tot tragische misverstanden heeft geleid. Na massale protesten tegen deze schaamteloze actie heeft het BIVV nu in kleine lettertjes gepreciseerd dat het om “fictie” gaat… Wanneer zal dit Belgisch Instituut voor … VerkeersVeiligheid (!) eindelijk eens verplicht worden zich te beperken tot zijn eigenlijke opdracht en geen gevaarlijke zijpaden meer te bewandelen.
Zoals aangekondigd in mijn vorige blog, heb ik de Taaltest in de Canvasuitzending van 18.11 gevolgd, in de hoop de taalkundige voetangels…
Zoals aangekondigd in mijn vorige blog, heb ik de Taaltest in de Canvasuitzending van 18.11 gevolgd, in de hoop de taalkundige voetangels en schietgeweren te ontdekken. Het programma werd aangekondigd als een test op dt-fouten, maar bleek onverwachts ook andere taalfouten te bevatten. Bovendien kwam de test via een snel afrollende autocue in beeld, waardoor het praktisch onmogelijk was om de fouten ordentelijk te noteren. Daardoor raakte ik de kluts en mijn concentratie kwijt, maar wist toch nog met een 22-tal dt- en andere fouten te noteren. Ik hoop nu ook nog ergens de correcte tekst te vinden zodat ik mijn werkelijke score kan kennen.
Terloops gezegd: ik vraag me af of de in het programma geïnterviewde taaldeskundige professor D. Sandra geen (weliswaar vaak gemaakte) taalfout maakte toen ik hem hoorde zeggen: “laat ME zeggen dat….” terwijl hij duidelijk bedoelde “laat IK zeggen…”.
TOE(kom)MAATJE. Ik wil de volgende uitzending van de reeks (vrijdag 25.11 op Canvas) beslist niet missen; ik ben benieuwd!
Onder deze titel start vanavond om 20.40 uur op Canvas een reportagereeks over de Nederlandse taal. Als rechtgeaard en overtuigd Vlaming…
Onder deze titel start vanavond om 20.40 uur op Canvas een reportagereeks over de Nederlandse taal. Als rechtgeaard en overtuigd Vlaming ben ik een enthousiast (volgens sommigen zelfs maniakaal) liefhebber van mijn moedertaal en ga daarom beslist het programma bekijken en voor alle zekerheid ook op de harde schijf van mijn dvd-recorder kopiëren. Ik kijk met nieuwsgierigheid uit naar deze eerste aflevering en hoop dat ik ze interessant genoeg vind om ook de volgende vijf te bekijken. Volgens HUMO gaat het om een “taalprogramma dat geen taalregeltjes wil opleggen, maar zich juist buigt over boeiende en geestige aspecten van onze taal.” Ik ben benieuwd!
TOE(kom)MAATJE. “Moet een Belg zowel Nederlands als Frans kennen?” Een GVA-lezer vond onlangs van wel. Ik ben het daar absoluut niet mee eens en zal in een van mijn volgende blogs uitleggen waarom.
Op 20 oktober overleed op 56 jaar de man van onze dochter, na een ongeneeslijke ziekte. Toen hij enkele maanden geleden besefte dat hem n…
Op 20 oktober overleed op 56 jaar de man van onze dochter, na een ongeneeslijke ziekte. Toen hij enkele maanden geleden besefte dat hem nog weinig tijd restte, ondernam hij (als zelfstandig fabrikant in een zeer gespecialiseerde branche) de nodige stappen die zijn gezin ten minste gedeeltelijk zouden ontlasten van praktische bekommernissen. Kortom: een toegewijde huisvader, bezorgd om de toekomst van zijn gezin als hij er niet meer zou zijn.
Toen zijn toestand zodanig verslechterde dat hij onmogelijk nog langer thuis verzorgd kon worden en onze dochter nog nauwelijks aan slapen toekwam, vroeg hij zelf om zijn allerlaatste dagen in het ziekenhuis te kunnen verblijven. Vijf dagen later nam hij afscheid van vrouw en zijn vier kinderen. Hij overleed donderdag 20.10 en werd vorige zaterdag 29.10 begraven, na een uitvaartdienst in een stampvolle kerk (naar schatting 430 personen).
Op het “doodsprentje” prijkte de volgende openhartige herinnering van zoon Erik aan zijn fantastische papa:
Hoe druk ik uit in woorden hoe hard ik papa mis?
Nooit meer iets tegen hem kunnen zeggen.
Nooit meer zijn blik kunnen zien.
Nooit meer zijn stem horen.
Het is vernietigend, het doet pijn.
Het doet me huilen.
Ons papa is er altijd geweest.
De harde hand die mij schrik kon aanjagen.
De boze blik wanneer ik weer iets stoms deed.
Zijn opvliegendheid wanneer iets niet snel genoeg ging.
Je hebt geen idee hoeveel ik dat mis.
Om nog maar te zwijgen over zijn aanstekelijke lach
wanneer hij plat lag bij een of andere onnozele film.
Zijn glimlach wanneer hij trots op ons was.
Zijn onvoorwaardelijke steun bij onze keuzes.
Zijn sterke persoon wanneer we ons onzeker voelden.
Zijn flauwe moppen, eindeloos herhaald.
Zijn “Croque Bruno” ’s.
Zijn grote mond en zijn klein hartje.
Kon ik hem nog maar eens zien.
Maar dat kan natuurlijk niet.
De dood is definitief. Gedaan.
Ik zal hem moeten missen.
Wij zullen hem moeten missen.
Hij is er niet meer. Papa is weg.
Het leven gaat door zei je.
Gewoon verder doen. Dat is waar.
En ik zal m’n best doen papa.
Ik zal je trots maken, waar je ook bent.
Maar ik zal je missen. Erik.