Dinsdag 31 juli 2007
'œDoe gewoon, da's gek genoeg!'
“Doe gewoon, da’s gek genoeg!” Aan die wijze uitspraak van mijn moeder moet ik vaak denken als ik lees of hoor hoe mensen die in de dagelijkse omgang spontaan gewoon Nederlands spreken, in bepaalde omstandigheden overschakelen naar een soort geforceerde boekentaal. Een paar voorbeelden?
Iemand “woont” dan nergens meer, hij/zij “is woonachtig”, hij “werkt” niet maar “is werkzaam” (of nog erger: “tewerkgesteld”), niet “getrouwd” maar “gehuwd”, niet met zijn “vrouw” maar met zijn “echtgenote”, heeft geen “drie” maar “een drietal” kinderen, verdient X euro “op jaarbasis” (niet “per jaar”?), bestuurt geen “auto” maar “een voertuig”, zijn rekening bij de “bank” wordt er plots een bij een “financiële instelling”, hij doet niks nog gewoon “vrijwillig” maar alles “op vrijwillige basis”, “gaat” zelfs niet meer maar “begeeft zich”, kent ook geen “problemen” maar wel “problematieken”, spreekt niet over “technieken” maar over “technologieën”, “psychische” problemen heten dan plotseling “psychiatrische” problemen, mensen kunnen niet meer gewoon “sterven aan een ziekte” maar alleen nog aan “de gevolgen van zo’n ziekte” en ga zo maar door.
Vooral (Nederlandse) politici zijn sterk in zulke vondsten (let er maar eens op!): “Ik heb gezegd” wordt dan “ik heb aangegeven”, ze maken geen “rapporten” maar “rapportages”…
TOE(kom)MAATJE. denkbeeldig grafschrift, bedacht door wijlen Fons Jansen, cabaretier:
Dit graf ziet eruit als de andere
toch is er een diepgaand verschil
hier ligt namelijk helemaal niemand
zijn moeder gebruikte de pil.



