Everest tot Alpen (vervolg)
In mijn vorige blog schetste ik hoe ons gezin jarenlang de zomervakanties doorbracht in het Zwitserse hooggebergte. Allemaal veel minder stoer en gevaarlijk dan het klonk, maar in elk geval wel avontuurlijk en minder voor de hand liggend dan b.v. een zonnig lig- of zwemverblijf aan de Côte d’Azur. Vandaar de regelmatig terugkerende vraag: hoe zijn jullie ertoe gekomen om aan alpinisme te gaan doen? Dat vertel ik nu.
Het was zomer 1969 toen we met enkele bevriende gezinnen voor tien dagen naar hotel Stahlbad van de Mutualiteiten in Sankt Moritz trokken. Mama liet zich (als enige getrouwde vrouw) overhalen om mee te doen aan een tweedaagse bergtocht. Ik bleef dus alleen achter met de kindjes, die ik overdag toevertrouwde aan de toegewijde en bekwame monitoren/-trices van de kinderopvang. De volgende middag stonden we op ons balkon op de uitkijk om het groepje tweedaagsers te verwelkomen. Eindelijk was het zo ver en we zagen mama enthousiast naar ons zwaaien. Haar eerste woorden (ik zal ze nooit vergeten!) luidden: “”Och, kindjes, ik heb een paar keer zó zitten trillen op mijn knieën (we kregen een aanschouwelijke demonstratie…): links 500 m diepte, rechts 500 m diepte, ik was doodsbenauwd en dacht voortdurend ‘och och mijn kindekens!!’ ……. Maar PLEZAAAANT!!!””
En zo is het begonnen. Om nu een lang verhaal kort (nou ja) te maken: elk volgend jaar was een van ma’s eerste vragen aan de hotelreceptie: “is er een tweedaagse?, dan doe ik mee!”. En naarmate de kinderen ouder werden, groeide ook bij hen (en bij mij) de goesting om echte bergtochten te maken. Maar omdat we 10 dagen verblijf wat kort vonden, besloten we om voortaan telkens voor een hele maand in een of ander klein dorpje (nog niet “ontdekt” door het mondain toerisme) een betaalbaar maar gerieflijk en mooi gelegen chalet te huren.
De eerste poging was al direct een schot in de roos. We vonden een betaalbaar maar gerieflijk en mooi gelegen chalet in het (toen nog rustig) dorpje Zinal aan het eind van de prachtige Val d’Anniviers. Door een “bureau de guides” werd ons een sympathieke gids voorgesteld, die ons op een speciale oefenrots ter plaatse testte om te oordelen wat hij van ons als kandidaat-“alpinisten” mocht (en vooral NIET mocht!…) verwachten.
En zo werd Gabriël gedurende heel wat zomervakanties onze vertrouwde gids op een- of meerdaagse rots- en/of sneeuwtochten vanuit een of andere berghut. Op den duur kenden we zowat alle berghutten in de regio van binnen en van buiten. Mama en de kinderen volgden bovendien nog een of twee alpinistencursussen, waardoor hun techniek ook nog verder verbeterde. Zo herinner ik me met vaderlijke trots dat onze dochter zelf af en toe voor “gids” speelde op minder moeilijke beklimmingen (zo van “Ja pa, kom maar naar boven: zet je rechtervoet op dat uitsteeksel en je linkerhand in die spleet boven je schouder”)
Och ja, het was een heerlijke tijd. Toen we eens na een maand klimmen weer bijna thuis waren, zei onze dochter, enthousiast handenwrijvend: ‘Hoi hoi, nog maar elf maanden en we mogen weer naar Zwitserland!!’ Commentaar overbodig! Intussen dateert onze laatste bergvakantie alweer van 1996. We treuren echter niet om wat we niet meer kunnen, maar genieten van de dagboeken en de vele dia’s uit de tijd dat we nog wèl konden, en – niet te vergeten! – van allerlei mooie dingen die we ervoor in de plaats gekregen hebben.
TOE(kom)MAATJE. De Ronde van Frankrijk (door Nederlanders meestal Toerdefrans genoemd) is weer begonnen. Mijn schat is er weg van, ze heeft een speciaal tijdschrift gekocht met allerlei rand-informatie en in te vullen resultaten, ze houdt mij dagelijks op de hoogte van allerlei klassementen, ik doe alsof ik luister, zeg af en toe (op goed geluk…) ja of nee en zo blijft ze hardnekkig geloven dat het mij ook interesseert… Beuhhhh!






1 reactie op dit bericht
..
Klimmen en crossen met de fiets, ze doet niets liever.
Ze is vorig jaar (zonder man) ook nog eens naar Nepal getrokken om te klimmen en ze is zo oud als ik hoor.
Mijn ventje probeert me ook geïnteresseerd te krijgen in de Toerdefrans, en net als jij mompel ik vanachter mijn boek heel geïnteresseerd : "mmmmmm".....