Afscheid van een hobby
In 1979 kwamen vier piepjonge gasten (ik was toen al iets minder piep) mij vragen om als pianist toe te treden tot een groot Jazz-orkest in oprichting. Ik had namelijk al enige ervaring met big bands, maar die waren intussen ter ziele gegaan (of dat mijn schuld was, laat ik maar in het midden). Ik wou me niet onmiddellijk engageren maar beloofde bij wijze van proef enkele repetities mee te draaien alvorens definitief te beslissen.
Welnu, die “enkele” repetities werden er stilzwijgend en ongemerkt meer dan duizend en zo was het gisteren na een “proeftijd” van 28 jaar mijn laatste repetitie. Je zou dus eigenlijk kunnen zeggen dat ik gisteren na ‘zééééér’ rijp beraad heb beslist om toch maar niet tot de Big Band toe te treden! Dat zou trouwens niet kunnen want van de oorspronkelijke “Big” bezetting van zo’n 20 man is al jaren geen sprake meer: door allerlei oorzaken haakten er meer muzikanten af dan er bijkwamen en moest het concept “Big Band” op den duur worden herbekeken, ook de naam onderging een logische amputatie: de Big werd geslacht en we heetten voortaan Bluebirds Band. Het resultaat was een combo-achtige groep van meestal 6 à 8 man, met aangepaste arrangementen.
Dat alles klinkt misschien triester dan het werkelijk was: ondanks het ontbreken van openbare optredens bleef het enthousiasme van de overgebleven muzikanten voor de wekelijkse repetities overeind: ook zonder publiek is het samen musiceren (of dat nu klassieke kamermuziek of jazz is) steeds weer een hartverwarmende belevenis.
En zo heb ik dan gisteren afscheid genomen van een van mijn hobby’s. Mijn leeftijd speelde daarbij uiteraard een rol, want al vind ik mezelf nog niet echt “stok”, ik ben toch ook allang niet meer “piep”. Mijn afscheidspijn werd wel verzacht door een prachtig afscheidscadeau dat ik van mijn vrienden mocht ontvangen maar ik zou nog liever weten dat mijn opvolging verzekerd was, en dat blijkt geen sinecure. En zonder pianist(e) ziet de toekomst van onze band er somber uit. Ik hoop dus uit de grond van mijn hart dat “we” tegen het nieuwe seizoen (september) iemand vinden die aan het gewenste profiel beantwoordt.
TOE(kom)MAATJE. Vanmorgen weer eens “genoten” van typische VRT-journalistiek. Radionieuws 9 uur: 1) bij de opsomming van de hoofdpunten: de politie heeft een instrument om tachograaffraude op te sporen. 2) eerste afzonderlijk punt: de politie heeft een instrument om tachograaffraude op te sporen 3) een geïnterviewde hoge pief van de politie: klopt, wij hebben een instrument om tachograaffraude op te sporen 4) vraag van interviewster: betekent dat dus dat de politie voortaan tachograaffraude kan opsporen? 5) politie-pief: inderdaad. 6) herhaling van de hoofdpunten: de politie heeft een instrument om tachograaffraude op te sporen. (Zelfs voor mijn slecht geheugen is dit van het goede teveel. Of ben ik nu een echte kommaneuker, d.w.z. een muggenzifter?)




