Toilet-proza

1) In een wc las ik onlangs volgende raad: “Is er nog een spoor, ga er met de borstel door!” Als ik zoiets lees, krijg ik goesting om er een woordje tussen te schrijven: “ga er met de borstel VAN door!”
2) Computeroma ziet mij graag in een spannende jeans (ze vindt dat ik dan een knap kontje heb… - ???) maar ik vind dat soms heel ongemakkelijk, niet dat knap kontje maar de spannende broek: staande pipi doen bv. kan een tijdrovende onderneming zijn: alles klemt zodanig dat het soms wel effe duurt voordat ik de klepel van het klokkenspel kan bereiken (be-reiken?…). In zo’n geval laat ik echter niet de moed zakken maar mijn broek…
3) Het valt mij vaak op dat je als man bij openbare toiletten bijna nooit moet wachten, terwijl er bij dames-wc’s meestal een massa volk staat aan te schuiven. Als ik architect was, hield ik daar al bij de bouwplannen rekening mee en zou ik (veel) meer dames- dan heren-wc’s voorzien.
4) Tweede vraag aan (beroeps- of “amateur”-)architecten: waarom voorzien jullie de binnenkant van openbare en andere toiletten zelden of nooit van een haak(je) waaraan je even je jas en/of andere zaken kan ophangen? De deurklink - àls er al een is… - is maar een gebrekkig alternatief: meestal veel te glad en/of te klein (zeker in de winter, als je soms heel wat uit te trekken hebt: dat moet dan allemaal op de – niet steeds erg propere – grond…)
Foto hieronder: lang geleden moest ik eens gebruik maken van deze “wc”: daar had ik niet het probleem nr. 2 van hierboven: het plafond was zó laag dat rechtop staan gewoon onmogelijk was, het was dus hoe dan ook zitten geblazen!!

En dit was een wc (“kakhuis” zou beter passen) tijdens een avontuurlijke huttentocht in de Franse Cévennen:








