Sommigen noemen me een kommaneuker (muggenzifter). Of ik die bijnaam verdien, moeten mijn bezoekers maar beoordelen. Op dit blog wordt in elk geval niet geneukt, misschien wel geluld (voor het eerste bestaan andere wipsites, pardon, websites).
Op dit blog schrijf ik zowel persoonlijke “dagboek-notities” als commentaren, ernstig of luchtig, op uiteenlopende onderwerpen. De afbeeldingen zijn – tenzij anders vermeld – meestal geschilderd of op computer getekend door mijn echtgenote, waarbij haar 12 jaar academie-opleiding en workshops goed van pas komen. Tot eind 2008 toonde ze haar creaties trouwens op een eigen blog: https://blog.seniorennet.be/computeroma maar ze ziet meer in één gezamenlijk blog voor ons beiden.
Het maken van vakantie- en andere dia’s was tientallen jaren een van mijn hobby’s. Ik heb er naar schatting een 15000 gemaakt. Gelukkig heb ik steeds gezorgd voor een gemakkelijk klassement plus een projector en een flink scherm. Alles binnen handbereik, zodat het nooit langer duurde dan hooguit 5 minuten om uit gelijk welke periode de betreffende prentjes op het scherm te krijgen; onze (klein)kinderen vroegen (vragen) dan ook regelmatig om nog eens bepaalde dia’s uit het verleden te zien. Maar inmiddels was de digitalefotografie volop in opmars en na lang aarzelen schakelde ik in 2005 definitief over op digitale fotografie. Het nadeel was dat het bekijken van mijn foto’s voortaan moest gebeuren op het kleine scherm van mijn PC op de computerkamer, met alle beperkingen en ongemakken van dien; vroeger konden we comfortabel vanuit onze salonzetels met 5 à 10 man naar het projectiescherm te zitten kijken. Intussen staan er op mijn harde schijf en/of cd’s honderden afbeeldingen die we nog nooit op een behoorlijke grootte hebben kunnen bekijken. De conclusie lag voor de hand: aankoop van een “volwassen” TV-toestel en een DVD-recorder. Volgens de verkoper zou het vertonen van mijn digitale afbeeldingen op mijn TV-scherm een fluitje van een cent betekenen; we geloofden de man en volgens zijn uitleg leek het inderdaad allemaal erg simpel. Maar niet voor een (on)handige Harry als Kommaneuker. Toen we thuiskwamen met de nieuwe aanwinst, was ik alles vergeten of haalde ik zaken door elkaar. Bovendien gaven de handleidingen van zowel TV als recorder zo veel informatie dat ik er tureluurs van werd: teveel is trop en trop is teveel: allerlei snufjes en mogelijkheden die me voorlopig geen komma interesseerden; ik wou in eerste instantie maar één ding: eindelijk eens mijn foto’s op mijn TV-scherm kunnen bekijken. Ik was de wanhoop nabij, werd al bang dat ik de “verkeerde” toestellen had gekocht. Ten einde raad riep ik een van mijn zoons te hulp en zoals ik gevreesd (of neen, eigenlijk liever: “gehoopt”!) had, was zijn reactie: “allez Pa, dat je daar nu zo moeilijk over doet, kom hier, ik zal het eens laten zien”. En inderdaad, met enkele klikjes op de afstandsbedieners bewees hij dat de verkoper toch gelijk had gehad: “een fluitje enz.” Binnen de kortste keren zagen we mijn digitale foto’s (en de tekeningen van computeroma…) voor het eerst in hun volle glorie op mijn TV-scherm. Toen zoonlief weg was, probeerde ik het zelf en – u raadt het al – weeral noppes! Maar nu wist ik tenminste dat het KON; de volgende dag nog eens goed stap voor stap laten uitleggen, de hele procedure zelf een paar keer oefenen en nu kan “den ouwe” het helemaal alleen, zonder “kinderlijke begeleiding”… Oef!
Het voorbije weekend is er weer heel wat gekampeerd bij sommige scholen: ouders wilden bij de eersten zijn om hun kroost tijdig ingeschreven te krijgen op de school van hun keuze. Er was zelfs iemand die meerdere dagen zijn “tenten” had opgeslagen… In het verleden heb ik meermaals (laatstelijk nog in mijn blog van 15 februari) deze onmenselijke en asociale, ondemocratische “procedure” (?) aangeklaagd. Tot mijn aangename verrassing is nu ook onderwijsminister Frank Van den Broecke tot het besef gekomen dat dit niet meer kan. Hij wil nu bij wijze van experiment het nachtelijk “aanschuiven aan de schoolpoort” vervangen door een soort “callcenter-systeem”; zegmaar “aanschuiven” per telefoon. Of dat een ideaal alternatief is, zal moeten blijken; ik zou zeggen: alles is beter dan kamperen. Ook de commentator van de GVA (3 maart) lijkt in die richting te denken. Ik ben benieuwd.
Computeroma zaagt al maanden (of jaren?) aan mijn kop om een gps-systeem (“tomtom”) aan te schaffen, opdat ik niet meer verkeerd zou rijden als we ergens naartoe moeten. Nu is mijn oriëntatiegevoel inderdaad allesbehalve indrukwekkend, om niet te zeggen onbestaande. Enfin, helemaal juist is dat ook weer niet, want een zeldzame keer neem ik, verstrooid als ik ben, per vergissing toch de goeie weg. Maar zodra ik zeker ben van mezelf, pak ik … de foute richting. Tot mijn “verdediging” kan ik echter wel enkele elementen inroepen: 1) oma kan zelf niet rijden en heeft dus gemakkelijk praten, 2) sinds mijn pensionering rijden we globaal nog maar weinig grote afstanden en “mijn” gebruikelijke omwegen blijven dus al bij al te beperkt (vind ik!…) om daarvoor een tomtom aan te schaffen, 3) zelfs zo’n gps-systeem schijnt ook niet altijd perfect te werken: vaak hoor ik van vrienden dat hun tomtom hen regelmatig aanmaant om “terug te keren” (of rijden ze met opzet verkeerd om zo vaak mogelijk die zwoele stem van hun Miss GPS te horen?) Vorige zondag was het weer zo ver. Enkele “Aktivia”-wandelclubs organiseerden in Stekene (Waasland) een Nationale Wandeldag; deelnemers hadden de vrije keuze tussen 6 verschillende afstanden en konden, eveneens vrij, starten tussen 7.30 uur en 15 uur. Om de startplaats te bereiken, had ik alvast geen GPS nodig want bij die Aktivia-wandelingen staan steeds op alle toegangswegen al kilometers van te voren regelmatig duidelijke pijlen richting Start (zie foto 1); alleen de grootste sukkelaar kan dan nog missen (voor MIJ blijft opletten dus de boodschap…). Toen we rond 7.30 uur de startplaats naderden, lette ik goed op de laatste bochten en zijstraten, want die zou ik na de wandeling in omgekeerde richting moeten nemen voor de terugweg. (‘Om te parkeren moest ik rechts afslaan, dus om straks weer weg te rijden moet ik linksaf’ enz.) Ik voelde me zeker! Ik had me nog nooit zo zeker gevoeld, en dus ….. liep het toch nog mis. Onderweg voelde ik al nattigheid (‘tiens, hier zijn we vanochtendtoch niet langs gekomen?…’) en bij thuiskomst bleek dat ik 8 km. meer gereden had dan op de heen weg. Het kon dus niet missen: “Wanneer kopen we nu eindelijk eens een tomtom?!”, jammerde computeroma. (Ik ben eens benieuwd hoe lang ik de boot nog zal kunnen afhouden) N.B. De vier foto’s zijn beelden van deze wandeldag
1) zo rijden we richting “Start” van de wandeling
2) keuze tussen 6 wandelafstanden (wij kozen 17 km):
3) onderweg (tussen 7.30 en 15 uur hadden zich 9000 wandelaars ingeschreven over de 6 afstanden; vandaar de grote spreiding onderweg)
4) bij de georganiseerde stopplaatsen worden ook de honden niet vergeten!
“Liggend naakt”. Getekend met computerprogramma Paint door computeroma.
Pamela’s borstvergroting een medische fout? … Bij een artikel over cupmaten en borstvergrotingen toonde GVA (19.2) een foto van Pamela Anderson, uiteraard niet zo’n verrassende keuze: ze lag (lagen?…) euh… voor de hand. Wel verrassend vond ik het onderschrift bij de foto: “Zij heeft al een borstvergroting achter de rug”.Achter WàT?… Die chirurg moet dan wel een erg slechte dag gehad hebben.
TOE(kom)MAATJE Uit een commentaar op een softbalmatch: “Als de geschiedenis zich herhaalt, verwachten we exact hetzelfde terug te zien” (GVA)
SMOG-boete (on)wettelijk? In mijn blogje van 23.12.2007 beweerde ik dat volgens mij de borden “Smog” onder een 90-km-verbodsbord niet alleen overbodig maar zelfs verwarrend zijn. Ik schreef toen letterlijk: “waarom voortaan niet gewoon borden met “90” zonder meer ?! Dat is voor iedereen ondubbelzinnig duidelijk en afdwingbaar: “hier en nu niet harder dan 90, punt uit!” En wat lees ik vandaag 20.2 in een hoofdartikel op de voorpagina van GVA?:“De politierechter in Gent stelde dat de (smog)boetes
niet wettelijkzijn”. Hij werd wel teruggefloten door de justitieminister, die de borden wel wettelijk acht; bovendien zegt hij dat de informatie onder het 50km-bord “geen enkele rol” speelt. Wat bewijst dat ook een eenvoudige kommaneuker soms gelijk kan krijgen…
TOE(kom)MAATJE. In het februarinummer van “Ons Recht”, vakbondsblad van LBC/NVK, las ik het volgende kritische opschrift: Lonen dalen, dEvidenTen stijgen. Ze zouden bij LBC alvast het voorbeeld kunnen geven door een (beter be”TAAL”de?) corrector in te schakelen…
(na de volgende tekst twee foto’s tijdens een wandeling met computeroma op 16.2 langs de Schelde in Vlassenbroek; wat heeft dat met mijn tekst te maken?, geen barst, ik vond het gewoon een mooie wandeling)
In mijn blogje van 26.1 schreef ik een pseudo-gedichtje in het Engels, of beter: met Engels klinkende woorden. Op 7.2 probeerde ik nog eens hetzelfde in nep-Frans. Aangemoedigd door enkele leuke reacties (die er soms dingen in zagen waaraan ik zelf geen moment aan gedacht had…) heb ik het ook eens geprobeerd met woorden uit mijn moedertaal; eigenaardig genoeg vond ik dat moeilijker dan met “Engels” of “Frans”. Ik zou eens graag van mijn deskundige bezoekers vernemen – want zelf zou ik het verdomd niet weten!! - welke diepzinnige zieleroerselen uit mijn onderbewustzijn mij tot de volgende limerick kunnen hebben geïnspireerd:
In hevel maar dure Lochristi, zo’n beddegoed aldus daar-is-t-ie, gegeven dan ik in de maling, verdorie qua man op zijn paling,
Zittende figuren, getekend met Paint door Computeroma
In “Terzake” gekeken naar enkele school- en onderwijsverantwoordelijken, die het hadden over de problematiek van inschrijvingen in scholen waar de capaciteit te klein is om aan de “vraag” te voldoen. De wettelijke regel is blijkbaar: wie eerst komt, eerst maalt. Gevolg: ouders die om een of andere reden (bv. gezondheid, beroep, …) niet de mogelijkheid hebben om ’s nachts op het schoolplein te komen kamperen, vissen dan achter het net. Ik was dan ook stomverbaasd dat slechts één van de geïnterviewde deskundigen dat onmenselijk en discriminerend karakter van dat “kampeersysteem” aanklaagde. De anderen, onder wie de grote bazin van het Katholiek onderwijs Mieke Van Hecke, vonden – zo was mijn indruk – die asociale kampeerformule weliswaar niet ideaal maar dan toch te verkiezen boven andere systemen zoals bv. inschrijving via “call centers”. Zo’n telefonische inschrijvingsformule mag dan een soort “loterij” zijn, maar ze is heel wat comfortabeler dan een nacht kamperen en bovendien zijn de kansen tenminste gelijk verdeeld: iedereen (ook zieke of werkende ouders) kan toch telefoneren…
Supertrucks van 25 meter? Ik heb voor het Belgisch Instituut Voor Verkeersveiligheid normaal weinig sympathie (het is o.m. verantwoordelijk voor de gevaarlijke, want aandacht afleidende flauwe “moppen” op levensgrote borden langs de snelwegen) maar het BIVV verdient van mij nu toch een goed punt door te wijzen op de gevaren van te lange en te zware “supertrucks” die men van overheidswege wil promoten.
Ik neem aan dat die mastodonten door hun grote capaciteit economisch rendabeler zijn en globaal ook minder vervuiling geven dan kleinere vrachtwagens, maar voor de verkeersveiligheid zijn ze beslist een bedreiging: ons klein landje telt veel te veel op- en uitritten (moeilijk invoegen!) en door hun grotere massa hebben ze een veel langere remafstand nodig en is ook de schade bij een botsing veel groter dan bij lichtere camions.
TOE(kom)MAATJE. Over zelfkennis gesproken! Begin februari “diende de Dendermondse burgemeester Piet Buyse een aanvraag in om erkend te worden als rampgebied” (letterlijk citaat uit GVA 13.2.2008)
hiernaast: "in mijn schoot", computerimpressie door Computeroma, getekend met Painter Classic
“Frans” is geen Frans. Enkele onverwachte maar sympathieke reacties op mijn pseudo-“Engels” gedicht van 26.1 inspireerden mij om zo’n flauwekul-vers ook eens in het "Frans” te proberen. Daar gaat-ie:
Ne qui que?, ni place!
Et quoique j’en fasse alors les audaces plutôt tes migraines mais ils faux baleines et donc je dois … place
TOE(kom)MAATJE. Voor een van mijn volgende blogjes probeer ik zoiets ook eens in het “Nederlands”; ik heb zo’n voorgevoel dat dat eigenlijk moeilijker moet zijn
Het Ardense dorpje Sainte-Ode werd vooral bekend door een al dan niet door de media opgeblazen seks-historie in het gehucht Lavacherie, maar het heeft ook mooie dingen te bieden. Computeroma en ik ruilden onze blogs en enkele andere leuke dingen voor een kort weekje wandelplezier in dit prachtig natuurgebied op amper een steenworp van Saint-Hubert. Het was onze 19de keer en we hebben stilaan dus al heel wat van het gebied verkend, maar werden toch weer aangenaam verrast door een interessante nieuwigheid: de “bewegwijzering” van de verschillende wandelroutes is zodanig uitgebreid en verbeterd dat zelfs een verstrooide kluns als ik onmogelijk nog verloren kan lopen. Op elk punt waar de wandelaar ook maar enigszins zou kunnen twijfelen, vindt hij een duidelijk en van ver al zichtbaar teken dat hij nog steeds “goed zit” (zelfs een “boom” met zo’n plaatje wordt door de houthakkers ontzien!!, zie foto 1) of van richting moet veranderen (pijl). De plaatjes bestaan uit stevig materiaal en zijn muurvast bevestigd op bomen, palen e.d. Op belangrijke of interessante knooppunten krijgt de wandelaar bovendien nog extra informatie (foto 2). Tijdens onze wandelingen passeerden we af en toe enorme stapels koeienmest (foto 3), blijkbaar afkomstig uit de veestallen waar het vee in dit seizoen overwintert; ik ben geen stront-kenner maar vermoed dat de mest daar ligt om later over weiland of landbouwgrond te worden verspreid. Anders gezegd: zo’n weg is voorlopig nog letterlijk een echte strontweg, tot de stront weg is… Mijn lezers zullen al wel begrepen hebben dat ik met de titel van dit blogje niks negatiefs bedoeld heb, integendeel: ik wou de aandacht trekken op een gebied dat voor wandelaars de moeite waard is om te verkennen. Sainte-Ode heeft zo’n 300 km. goed bewegwijzerde wandelroutes (gemiddeld 5 à 10 km). Wie meer info zoekt, kan ze vinden op de site van de gemeente: www.sainte-ode.be
TOE(kom)MAATJE (over hetzelfde onderwerp). In 2004 drong ik bij de burgemeester van St—Ode aan op een drastische verbetering van de (op dat moment nog abominabel slechte) bewegwijzering van de (mooie) wandelingen in zijn gemeente. Enkele maanden later kon ik hem al feliciteren met het resultaat: eindelijk liepen we niet meer verloren, al waren de aanduidingen toen nog wat “amateuristisch”. Ik zal hem – en zijn schepen van toerisme, die blijkbaar vooral de kar getrokken heeft – nu opnieuw een enthousiaste e-mail sturen om onze voldoening te uiten over het echte vakwerk waarvan we genoten hebben. En “madame l’échevine” krijgt een kopie. Ik mag dan soms een kommaneuker zijn, ik voel me veel en veel beter als ik mensen een plezier kan doen met een verdiend compliment.