Sommigen noemen me een kommaneuker (muggenzifter). Of ik die bijnaam verdien, moeten mijn bezoekers maar beoordelen. Op dit blog wordt in elk geval niet geneukt, misschien wel geluld (voor het eerste bestaan andere wipsites, pardon, websites).
Op dit blog schrijf ik zowel persoonlijke “dagboek-notities” als commentaren, ernstig of luchtig, op uiteenlopende onderwerpen. De afbeeldingen zijn – tenzij anders vermeld – meestal geschilderd of op computer getekend door mijn echtgenote, waarbij haar 12 jaar academie-opleiding en workshops goed van pas komen. Tot eind 2008 toonde ze haar creaties trouwens op een eigen blog: https://blog.seniorennet.be/computeroma maar ze ziet meer in één gezamenlijk blog voor ons beiden.
Na veertig jaar heb ik een punt gezet achter een van mijn (kleinere) hobby’s, nl. het verzamelen van ongestempelde Belgische postzegels; het afscheid ging niet van harte maar het was de “schuld” - geloof het of niet – van “De Post” zelf! Ik besteedde al enkele jaren een bescheiden budget aan de aankoop van zegels, die ik vervolgens braaf en onpersoonlijk achterelkaar in een album stak, totdat ik begin jaren ’70 een bezoekje bracht aan het Postmuseum in Brussel en daar geïnspireerd werd door de mooie presentatie van alle zegels ooit uitgegeven door de Belgische Posterijen. Na veel zweet, tranen en slapeloze nachten – computers bestonden nog niet, laat staan tekenprogramma’s, gelukkig wel fotokopieermachines – lukt het me op een A4 een zeer persoonlijk kader te ontwerpen waarbinnen ik mijn zegels vrij naar eigen smaak kon rangschikken (zie foto). Die optie bood mij o.m. de mogelijkheid om “zwarte gaten” in onvolledige reeksen te verdoezelen, wat voor echte filatelisten een gruwel moet zijn... Maar voor mij ging de esthetische presentatie van mijn collectie boven volledigheid, zeldzaamheid (=waarde), tanding, gomkwaliteit en andere typisch filatelistische normen. Op zeker ogenblik, gemakzuchtig als ik ben, nam ik bij De Post een abonnement voor automatische toezending van elke nieuwe zegeluitgifte, inclusief een folder met interessante uitleg over de zegel(s). De kosten bleven beperkt tot de (meestal bescheiden) waarde van de zegels. Maar sinds enkele jaren geeft De Post steeds meer “post”zegels uit die in veel postkantoren niet eens verkrijgbaar zijn en in de praktijk dan ook zelden op brieven voorkomen; voor mij zijn dat dan ook geen “post”zegels meer maar gegomde plaatjes die alleen nog door filatelisten gekocht worden. De folders zijn intussen qua design verbeterd maar bevatten zo veel fouten, verwarrende informatie en onduidelijke uitgifte-chronologie, dat het me allemaal zo op mijn zenuwen begon te werken dat ik na rijp beraad beslist hebt, mijn abonnement op te zeggen, mijn vrije tijd aan andere leuke dingen te wijden en af en toe nog eens met een heimweeïge (wat een woord!) blik in mijn mooie albums te bladeren.TOE(kom)MAATJE. Een Nederlandse traditie is de jaarlijkse uitgifte van speciale ‘Kinderpostzegels’. Vraag: hoe heet een verzamelaar van zulke zegels? Antwoord: een pedofilatelist! (een goeie hé?, ik wou dat-ie van mij kwam) In de VOLGENDE KOMMA krijgt u een “Engels gedichtje” van mijn hand, nou ja, “Engels” is zwaar overdreven (ook wie Engels kent, zal er geen touw aan vast kunnen knopen) en poëtische kwaliteiten heeft het ding zo mogelijk nog minder. U bent dus gewaarschuwd.
“Ik haat uw mening maar ben bereid te sterven voor uw recht om ze te uiten”. Dat sterven zou me wel wat te ver gaan, maar in de strekking van die uitspraak (Voltaire) kan ik me wel vinden. Omdat die “vrije meningsuiting” de laatste tijd weer flink in het nieuws is, wil ik ook mijn onbetekenende duit in het zakje doen. Natuurlijk zijn er aan die vrijheid grenzen maar om die in wetten vast te leggen – wat naar het schijnt voor bepaalde meningen het geval is - acht ik persoonlijk verkeerd. Een voorbeeld. Stel dat ik schrijvers- of tekentalent had (quod non) dan zou het, zelfs met mijn slecht karakter, niet in me opkomen om via mijn schrijfsels of karikaturen bewust met subtiele gevoeligheden van anderen te spotten, maar ik vind wel dat ik de vrijheid daartoe zou moeten hebben; die anderen moeten dan op hun beurt vrij zijn – en in een democratie is dat gelukkig het geval – om me voor de rechtbank te slepen, die dan moet oordelen of ik de morele grenzen van mijn vrijheid inderdaad heb overschreden en zo ja, mij een passende straf zal opleggen. Maar om bij “wet” vast te leggen waar de grenzen van die vrije meningsuiting (van mij en van die anderen) liggen? Neen, asjeblieft niet! TOE(kom)MAATJE. “Hoe paradijselijk zal het zijn wanneer ooit de dag aanbreekt dat weldenkende moslims niet protesteren tegen de belediging van hun profeet maar in de eerste plaats tegen de erbarmelijke kwaliteit van de cartoons, sketches en films waarin deze wordt afgezeken.”(Kees van Kooten in Humo) In de VOLGENDE KOMMA neem ik met tranen afscheid van een van mijn hobby’s (“filatelie”)
1) WORDT u soms gepest? IK ook!2) HEBT u soms gepest? IK ook! 1: Persoonlijk ben ik niet zo bang voor pesterijen via gsm, internet en andere moderne media. Mijn vrienden zullen me niet pesten, mijn vijanden (mocht ik die hebben) zouden het niet kunnen: ik zou het negeren, zoals een eend het water langs zich laat glijden. En toch voel ik me regelmatig ‘gepest’, nl. als ik weer eens gedwongen word te luisteren naar een of andere reclameboodschap via mijn telefoon en ik aan de beller (meestal belster) moet uitleggen dat zij naar de pomp kan lopen (ik zeg het wel beleefder want het is misschien een bloedmooi meiske dat ook liever iets anders zou doen). 2: Ik beken dat ik zelf ooit wel eens een actieve pester geweest ben, nl. als kleuter. Ik had wel enkele medeplichtige leeftijdsgenootjes… Ik herinner me een braaf (te braaf!) buurjongetje, hij zal een jaar of zes geweest zijn, dat ons blindelings gehoorzaamde als we hem ‘opdrachten’ gaven zoals: ‘Hansje, steek je armpjes omhoog, nu je ene arm opzij, andere arm naar beneden, ga op je rug liggen enz. enz. En Hansje deed het allemaal en probeerde tevergeefs zijn traantjes te bedwingen. Achteraf en objectief bekeken hebben we ons natuurlijk walgelijk sadistisch gedragen. Enfin, korte tijd later verhuisde ons gezin en ik heb nooit meer iets van Hansje vernomen, hopelijk is hij intussen ook een gelukkige brave opa en herinnert hij zich die kinderlijke wreedheden niet eens meer. Mijn slecht karakter zal ik wel nooit meer kwijtraken maar kleine (of grote) ‘Hansjes pesten’: no, never again! …
(Toepasselijk?) TOE(kom)MAATJE: Een masochist vraagt een sadist: “Doe mij eens pijn a.u.b.!” – De sadist antwoordt, met een grijnzende trek rond zijn mond: “Nééé!” De VOLGENDE KOMMA: nog geen flauw idee….
In 1983 werd in Californië een moordenaar ter dood veroordeeld (het zal dus wel geen brave koorknaap geweest zijn, maar dat terzijde). Hij vloog in de bajes en wachtte daar al die jaren op de uitvoering van het vonnis. Pas zeer onlangs gaf men hem eindelijk een dodelijke injectie. Of men nu voor of tegen de doodstraf is, ik vind het ronduit barbaars om (zelfs) een ter dood veroordeelde drieëntwintig jaar “aan het lijntje” te houden. Dat de man in kwestie intussen niet alleen bejaard maar ook nog doof, blind en ziek was, doet als zodanig niet terzake maar maakt het geval zo mogelijk nog schrijnender.
TOE(kom)MAATJE. “Met Urbanus hebben die Vlamingen toch iets wat wij niet hebben” (Kees van Kooten, geciteerd in Humo)
De VOLGENDE KOMMA gaat waarschijnlijk over ‘pesten’ (dat blijkbaar ‘in’ is?)
“Webloggers, een goeie raad: hou uw artikelen zo kort mogelijk!”, aldus een deskundige op de Nederlandse radio.
TOE(kom)MAATJE: een verkoudheid waar niets aan wordt gedaan, is pas na een week over. Met behulp van medicijnen heb je er slechts zeven dagen last van. (‘uit: “lexicon van nutteloze feiten”, uitg. Contact) Mijn VOLGENDE KOMMAatje gaat(als de wind zo blijft) over een erg laat uitgevoerde doodstraf in de USA.
Naar verluidt is het nieuwe BB-huis in de meest letterlijke zin een glazen huis (op de WC na) waar de bewoners niets onverhuld laten om de op sensatie beluste kanaal2-kijkers op hun wenken te bedienen. Sorry, maar alleen alhet idee van zo’n georganiseerd voyeurisme vind ik walgelijk en ik zal er hoogstens tijdens het zappen af en toe een halve seconde naar (moeten) kijken. De zender promoot het programma in de kranten met de provocerende maar blijkbaar juiste slogan (helaas) “Privacy bestaat niet meer”, alsof dat een pluspunt is. Ik ben geen pilarenbijter en mijn ouders hebben zich ongetwijfeld al vaak omgedraaid in hun graf wegens de breeddenkendheid van hun zoon, maar ik begin me nu toch ongerust af te vragen wat de tv-reclamejongens nog zullen bedenken om de grenzen van de tv-wansmaak te verleggen. TOE(kom)MAATJE. Toen ik onlangs voor de tweede keer in korte tijd op spreekuur ging bij mijn huisarts, begroette hij me met: “aha, ge kunt me niet missen hé!” – Ik zei: “aha, maar omgekeerd evenmin hé dokter!”. Hij kon er gelukkig mee lachen.
In de VOLGENDE KOMMA een deskundig advies voor…. bloggers!
Ik stel deze vraag bewust verkeerd: het is immers niet of/of maar en/en. Ik hou van dialecten en vind het doodjammer dat ik er zelf niet één beheers. Onlangs vond ik ergens de volgende satirische tekst en ik kan er nog steeds van watertanden: ”Als uw (klein)zoon politieagent wil worden.. … kan hij in Gent aan de slag als hij het volgende sollicitatieformulier heeft ingevuld:“Stad Gent. Poliese. Inschraavingspapier veur Fliek (oischeu misschraaft, moede’n neeuwke vroage aanuwen waakazent.- (Zelve ninvulle en eu nie loaten mee elpe deur euwijf of eune moat!! - (En nie aan beginne oas g’eu derde studejoar nie uitgedoan et!) (….)”(en dan volgt een reeks vroage over de moate van eu uuft en euwe kole.d.” Heerlijk nietwaar?Intussen mag u me niet verkeerd begrijpen. Hoe waardevol ik dialecten ook inschat, en hoe spijtig ik het dus vind dat ik me alleen in Algemeen Nederlands kan uitdrukken, daarmee kan ik me in elk geval verstaanbaar maken tegenover taalgenoten uit zowel het ‘Hoge Noorden’ als het ‘Diepe Zuiden’, zonder dat er een ‘tolk’ aan te pas moet komen om onze respectieve streektalen te ‘vertalen’ in standaardnederlands. Tussen haakjes: die B uit A’B’N stond vroeger voor ‘Beschaafd’, alsof dialecten per se onbeschaafd waren/zijn. Trouwens: ik meen te weten dat ook het Algemeen Nederlands van oorsprong evengoed een dialect is, nl. dat van de Hollanders in hun Gouden (17de) eeuw. TOE(kom)MAATJE. In het VRT-journaal van gisteravond 24.2 kondigde Sigrid Spruyt met veel nadruk de zoveelste belangrijke “onthullingen” aan rond de voetbalomkoperijen. Het bleef echter beperkt tot een “anonieme (!) getuige”, die wel namen noemde van nieuwe “betrokkenen”, maar zonder ook maar een spoor van bekentenis, integendeel. Onthullingen??? Niks onthullingen!!! En daar betalen we kijkgeld voor.
Behalve schilderen op doek, papier of transparanten e.d., of het verluchtigen van mijn blog met computertekeningen, heeft mijn vrouw nog andere hobby’s, zoals b.v. het “oplossen” van tekenpuzzels met kleurpotloden. Die laatste bezigheid inspireerde onze jongste kleindochter (6) onlangs tijdens een bezoekje aan opa en oma tot het schrijven van twee kantjes in haar “dagboek” (!). Ze wil later schrijfster worden en zo te zien is ze al goed bezig: bijgaande foto (van de tweede “bladzijde”) is vrijwel onleesbaar, daarom herhaalt opa hierna de volledige ongecorrigeerde tekst van beide kantjes): (blz.1) ik ben blij om dat ik naar de teekensgool ben geweest en dat is tof om dat ik dan kan teekenen en dat is tof ik ben op ge haalt van oopaa en daarmee kan ik dit ge sgreeven (blz.2, zie foto) en dat is tof om te sgrijven om dat je dan kan dingu en dan verzinen en dat is tof en ooma is nuu ant puuzelen met haar boek en haar potelooten en haar gom TOE(kom)MAATJE. Twee titels in Gazet van Antwerpen van gisteren 21 febr.: 1) “Consument panikeert voor niks; zelfs rauw kippenvlees of dode eenden houden geen risico in” – 2) “Vogelgriep rukt op”. Sommige journalisten beseffen blijkbaar niet dat ze lezers die alleen de koppen van hun artikels lezen (en m.i. zijn er dat nogal wat), behoorlijk op het verkeerde been kunnen zetten… Voor de VOLGENDE KOMMA weet ik nog niks. Ofwel ga ik in op de actualiteit van de dag, ofwel geef ik mijn mening over de vraag “Dialect of A(B)N?”
In de krant van 15.2 las ik dat Johan Sauwens (CD&V) het Vlaams Parlement voorstelt om alle Franse vertalingen van namen van Vlaamse steden en gemeenten af te schaffen. Weg dus met Fourons, Anvers, Louvain enz. Ik vind dat een goed idee en hoop dat het Parlement nu ook het omgekeerde zal beslissen en binnenkort de borden naar bijvoorbeeld “Bergen” vervangen door wegwijzers naar “Mons” (vooral kaartlezende buitenlanders, in Vlaanderen op doorreis naar Wallonië, zullen hem dankbaar zijn!) TOE(kom)MAATJE. “Als er één echt separatistische kracht in dit land is, dan zijn dat niet de Vlaamse of Waalse partijen maar de Franstalige Brusselaars die van Brussel een zuiver Franstalige stad willen maken.” (Brigitte Grouwels, Brussels staatssecretaris, in Knack)
In de VOLGENDE KOMMA een plezante bladzijde uit het “dagboek” van mijn 6-jarige kleindochter…
Verdorie toch, nu had ik voor vandaag 18.2 over dit onderwerp zo’n prachtige tekst voorbereid, ik stond er zelf versteld van dat ik zoiets moois van mezelf nog mocht meemaken en verheugde me bij voorbaat over de bewonderende commentaren die ik ongetwijfeld van honderden bloggers tegemoet kon zien. Niet dus, weg droom. Een dag voor de publicatie van mijn meesterwerk komen daar toch wel zeker die voetbaltrainer Paul Put en een handjevol spelers roet in mijn blog-eten gooien door notabene te bekennen dat de geruchten over hun omkoperijbetrokkenheid inderdaad op waarheid berustten. Terwijl mijn bericht juist een kritisch commentaar was op het gretig verspreiden door de media van nog onbewezen vermoedens, likkebaardend door het publiek geslikt als bewezen feiten. Overigens doen die paar bekentenissen natuurlijk niets af van mijn principiële standpunt, dat de media in deze materie een kwalijke rol speelden (en nog spelen) door voorbarig namen te publiceren van sportmensen van wie vermoed wordt dat die “misschien wel eens betrokken zoudenkunnen zijn enz.… “ . Kortom, in afwachting van “echt” nieuws over vaststaande feiten zullen we nog wel regelmatig bestookt worden met “nepnieuws” over onbewezen geruchten. Ik zou er nog de vogelgriep van krijgen. Over vogelgriep gesproken, nog zoiets. Belangrijkste hoofdpunt in het tv-“nieuws” van enkele dagen terug: “29 dode eenden aangetroffen!!!”. Ik dacht nou, en? , maar tien minuten lang werd er door verschillende deskundigen geëmmerd over allerlei aspecten van de vogelgriep. Volgens mij is het een interessant onderwerp voor een aparte reportage, maar hoort het niet thuis in het dagelijks actuele “nieuws”, laat staan als hoofdpunt. Toppunt was de conclusie van de deskundologen: “het is nog niet zeker of de eenden de vogelgriep hadden”; ik dacht verdomme zwijg er dan over tot er wel zekerheid is, in plaats van voorbarige paniek en verwarring te zaaien!. De suggestieve aanpak van de media voedt alleen maar de vooroordelen, waarmee niemand gebaat is (behalve de media zelf). Of ben ik weer de saaie kommaneuker die “over kleinigheden valt” en in zijn dooie eendje (pardon, eentje) bezig is? Geen TOE(kom)MAATJE deze keer (ik ben kwaad, de maat is vol) In de VOLGENDE KOMMA hoop ik – als mijn humeur wat beter is - enkele regeltjes te wijden aan het thema ‘Fourons’ wordt ‘Voeren’