Sommigen noemen me een kommaneuker (muggenzifter). Of ik die bijnaam verdien, moeten mijn bezoekers maar beoordelen. Op dit blog wordt in elk geval niet geneukt, misschien wel geluld (voor het eerste bestaan andere wipsites, pardon, websites).
Op dit blog schrijf ik zowel persoonlijke “dagboek-notities” als commentaren, ernstig of luchtig, op uiteenlopende onderwerpen. De afbeeldingen zijn – tenzij anders vermeld – meestal geschilderd of op computer getekend door mijn echtgenote, waarbij haar 12 jaar academie-opleiding en workshops goed van pas komen. Tot eind 2008 toonde ze haar creaties trouwens op een eigen blog: https://blog.seniorennet.be/computeroma maar ze ziet meer in één gezamenlijk blog voor ons beiden.
Sommige mensen kunnen gewoon geen vijf woorden praten zonder een of meer nietszeggende stopwoordjes ertussen zeg maar, waarvan ze zich gewoon niet eens bewust zijn, ik bedoel … Dan heb ik zoiets van: waarom zegt zo iemand niet gewoon wat hij wil meedelen weetjewel. Ik bedoel maar, luister ‘es hier, het kan toch gewoon veel eenvoudiger, zo simpel is ‘t. In de VOLGENDE KOMMA(’S) kan ik nu natuurlijk niet anders meer dan zeg maar gewoon proberen om gewoon gewoon te doen. Of het me steeds zal lukken, is natuurlijk niet zeker, want allicht maak ik me zelf onbewust ook wel meer dan eens schuldig aan nietszeggende opvulwoorden. Dus lieve bloggers, blijf op de loer liggen om me op clichés te betrappen. Wie weet hoeveel leedvermaak het u kan opleveren zeg maar!
TOE(kom)MAATJE. Bojako (die ik stilaan wel een bevriende blogster mag noemen) vroeg mij of het haar over mijn blauw oog (zie “zelfportret” 21.1) nu een gezakte buitenmaatse wenkbrauw was of een overhangend stuk haardos. Omdat ik niet verder wil leven met de beangstigende gedachte dat misschien ook andere bloggers worstelen met dezelfde beklemmende vraag, geef ik hier urbi et orbi het antwoord: helaas is het mijn wenkbrauw, ander haar heb ik al jààààren niet meer (toch niet op mijn hoofd…)
Ik heb lang geaarzeld of ik zo’n uiterst delicaat, gevoelig en omstreden thema wel mocht aansnijden in mijn blog. Ik weet bij voorbaat dat lang niet iedereen het met mijn visie eens zal zijn en wil daarom ondubbelzinnig stellen dat ik iedere andere mening dan de mijne volledig respecteer (ik denk aan een beroemde uitspraak van de Franse filosoof Voltaire: “Ik deel uw mening niet maar ben bereid voor u te vechten opdat u ze zou mogen uiten”). Mijn persoonlijk geweten zegt me dat het doden van een weerloos kind in principe altijd “verkeerd” is, ongeacht of dat nu gebeurt voor of na zijn geboorte. Anderzijds tracht ik me de situatie voor te stellen van toekomstige ouders die weten dat hun kind b.v. levenslang zwaar gehandicapt zal zijn en voor een verpletterend dilemma staan of ze dat kind zullen aanvaarden of niet. Ik durf echt niet te zeggen hoe ik zelf in zo’n situatie zou gehandeld hebben; Godzijdank hebben mijn vrouw en ik nooit voor zo’n verschrikkelijke keuze gestaan en vier gezonde kinderen op de wereld gezet. Wie ben ik dan om anderen te veroordelen, die dat geluk niet kennen? TOE(kom)MAATJE. Hij werd geboren in 1942, is prof aan Cambridge University, waar hij theoretische natuurkunde doceert, de leerstoel die ooit door Isaac Newton (1642-1727) werd bezet. Hij ‘ontdekte’ de zgn. ‘zwarte gaten’ en publiceerde talrijke standaardwerken op het gebied van de kosmologie. Men noemt hem vaak ‘de tweede Einstein’. Zijn beroemdste boek is allicht “Het Heelal, verleden en toekomst van ruimte en tijd”, dat goed toegankelijk is voor een breed publiek en dan ook wereldwijd door miljoenen lezers (onder wie kommaneuker…) werd/wordt verslonden. Een niet onbelangrijk detail: Stephen Hawking – want over hem heb ik het – is door een zware zenuwziekte al jarenlang compleet invalide en aan een rolstoel gekluisterd; hij doceert, “schrijft” en communiceert uitsluitend via een speciaal ontworpen spraakcomputer. En nu de link naar het voorgaande: als Hawking niet geboren was, zou de wetenschappelijke wereld (en ook ik!) nu ongetwijfeld anders naar de kosmos kijken.
Waar mijn VOLGENDE KOMMA over zal gaan weet ik nog niet, maar het zal er in elk geval toch wat minder ‘serieus’ aan toe gaan denk ik.
Wie bij IKEA de teksten op infopanelen of in de catalogus leest, kan er niet naast kijken: steeds wordt de klant aangesproken met “jij en jou(w)”. Op mij komt dat telkens onnatuurlijk over. Dat jijen en jouwen hoort normaal thuis in de vertrouwelijke omgang tussen goede bekenden, die elkaar bij de voornaam noemen en niet tussen klanten en leveranciers. Ik ben trouwens tijdens mijn bezoeken aan IKEA door het personeel nog nooit anders dan met “u” aangesproken. Ik begrijp dan ook niet waarom dat “op papier” blijkbaar anders moet. N.B. Naar het schijnt zijn ook de Nederlandse IKEA-vestigingen behept met hetzelfde gekke taalgebruik, hoewel bij mijn weten toch ook onze winkelende noorderburen doorgaans liever met “u” worden aangesproken. Als TOE(kom)MAATJE een grappig kinderrijmpje van Joke Van Leeuwen (gepikt uit GVA 26.1): Ik voel me ozo heppie / zo heppie deze dag, en als je vraagt, wat heppie als ik vragen mag, dan zeg ik: hoe wat heppie, wat heppik aan die vraag, heppie nooit dat heppieje dat ik hep vandaag?
Ik geloof weer in kabouters. Wie anders kan geprutst hebben aan mijn blog-instellingen, waardoor bepaalde gegevens van of naar de blogs van sommige gastenboekbezoekers zo maar konden verdwijnen? Maar misschien was ik zelf die kabouter wel, die onbewust een verkeerd manoeuvre heeft gepleegd. In elk geval: excuus aan mijn bezoekers! Hopelijk is alles nu weer oké.
(Zoals ik de vorige keer heb gezegd, kunt u dit kommaatje rustig overslaan: er staat niks in; kom dus nadien niet klagen dat er eigenlijk …. niks in stond. Dus laatste waarschuwing: nu kunt u nog terug!). Goed, u volhardt in de boosheid? Daar gaat-ie dan. Reeds als kind was ik gevaccineerd door sterren, planeten en aangelanden (gastronomie heet dat) en allerlei filomenen in de korstmos (vandaar de term korstmologie). In mijn encyclopedofilie las ik dat het heelal al hoeroud is, zelfs miljààààrde jaren! Nadenken en lezen over die kosmetische items bezorgt me ook nu nog een echte kick, een soort geestelijk organisme zeg maar. Van mijn peter kreeg ik ooit een boek over komeneten, en met mijn plechtige commune een over zwarte gaten (eerst dacht ik dat het ging over Afrikaanse achterwerken). Mijn peter zelf was verzamelaar van kinderpostzegels, een pedofilatelist dus eigenljk. Hij was lid van de hobbyclub in zijn dorp, die was ontstaan door het fusilleren van een katholieke en een prostituantse club. Hij hield van tuinieren, kweekte zijn eigen aambeien en kwam af en toe ook in onze tuin de coryfeeën snoeien. Verder had hij cunnilaire kwaliteiten: hij kon frieten bakken als geen ander en profrituurde van elke gelegenheid om dat te bewijzen. Kortom, een vent vol ambitie en dynamiet. Maar dan kreeg hij gezondheidsproblemen, zijn thermostaat werkte slecht en ten slotte begon hij te lijden aan dimensie. Ik hoop dat mij dat nooit overkomt, die ziekte van dinges, allee verdorie, hoe heet het nu (het begint al geloof ik), ’t begint met een A; ja nu weet ik het weer: Oldtimer. In de VOLGENDE KOMMA probeer ik weer min of meer normaal te doen en zal ik het hebben over een bizar taalfilomeen (sorry d’r zat er nog eentje in, ik bedoel fenomeen) bij IKEA.
Wie als niet-Nederlandstalige toerist naar Vlaanderen komt, mag doorgaans rekenen op onze (desnoods gebrekkige) kennis van een of meer moderne wereldtalen. Ik vind echter dat wie hier langere tijd verblijft, onze taal moet leren, zowel uit waardering voor onze gastvrijheid als uit eigen belang. Ik ben het dan weer niet eens met de soms gehoorde stelling dat “elke Belg ten minste Frans en Nederlands” zou moeten kennen, of – nog een stap verder – dat ook een tijdelijke verblijver maar Nederlands moet leren. Ik vind het nl. zinloos, een taal te leren als men die toch zelden of nooit zal gebruiken (en dus binnen korte tijd toch weer verleert). Anderzijds moeten we beducht zijn voor het gevaar dat onze ‘veeltaligheid’ TEGEN ons kan uitspelen. In ‘Europa’ streeft men al lang naar een sterke beperking van het aantal officiële talen, ten nadele van de zgn. ‘kleintjes’ (N.B. 22 miljoen Nederlandssprekenden is nochtans niet niks, vind ik). Het enorme vertaalwerk kost fortuinen, ik weet het; maar m.i. is er geen andere keus als we willen dat we in onze eigen taal kunnen blijven meedenken en –praten. TOE(kom)MAATJE. De Nederlandse minister Rita Verdonk zou de mensen het liefst verplichten om op straat Nederlands te spreken. Dat is voor mij een paar bruggen te ver. Stel je voor: een Surinaams koppeltje, gezellig wandelend op straat, spreekt onder elkaar liever Surinaams, ook al kennen ze perfect Nederlands. Maar op straat mogen ze dat niet van Rita!!?? Een Frans spreekwoord zegt: Le ridicule tue!
Voor de VOLGENDE KOMMA heb ik, gewoon voor mijn eigen lol, een onnozel tekstje geschreven met pure blabla en flauwe kul van het onzuiverste water; er staat niks in en ik raad u dan ook aan, er geen tijd aan te besteden: sla het gewoon over!
Vóórmaatje. Normaal kon ik vandaag wegens andere drukdrukdruk-activiteiten buitenshuis geen kommaatje plaatsen, maar gelukkig kreeg ik gisteren een aanval van acute hernia, die mijn planning voor heden verknalde maar zo kwam er wel onverwacht toch weer tijd vrij voor mijn blogje. Hier komt het: In de bossen van Moerzeke (O.-Vl.) hangt op meerdere plaatsen een officieel gemeentebericht, meldende dat “hier” vroeger een vuilnisbak stond maar dat wandelaars regelmatig hun afval naast i.p.v. in de bak kieperden; daarom had de gemeente de vuilnisbakken weer verwijderd, in de hoop dat de wandelaars hun lege blikjes e.d. “niet meer in het bos zouden achterlaten maar bij zich houden”. Ik kon mijn ogen niet geloven. Mijn gezond boerenverstand zegt dat het sluikstorten door zo’n naïeve maatregel juist nog zal toenemen, immers: sommige passanten die voorheen hun afval nog wel correct in de vuilnisbakken gooiden, zullen nu allicht hun spullen in de vrije natuur dumpen bij gebrek aan vuilnisbakken; en de voormalige sluikstorters zullen nog meer dan vroeger een argument hebben om hun vuil ter plekke te dumpen. Zou de gemeente er niet beter aan gedaan hebben, de bestaande voorzieningen (beter) te promoten in plaats van ze te verwijderen? TOE(kom)MAATJE. Ik hoop mijn hernia zo vlug mogelijk onder de knie te krijgen. ‘Een hernia onder de knie’?, kan dat wel, dokter?…
De laatste dinosauriër is zojuist gestorven. Nou ja, “zojuist” is misschien wat overdreven: het gebeurde 65 miljoen jaar geleden en da’s naar menselijke normen natuurlijk niet niks. Maar in verhouding tot de ouderdom van de aarde (zo’n 4,5 miljard jaar) is 65 miljoen jaar een habbekrats. Als we die 4,5 miljard jaar voorstellen op een lat van één meter, dan is de dino inderdaad nog maar juist uitgestorven, nl. op slechts 1,5 centimeter van het einde (=tijdstip ‘nu’). De VOLGENDE KOMMA gaat waarschijnlijk over ‘vuilbakken en sluikstorten’
Een Hasseltse politierechter sprak een chauffeur vrij die in een zone 30 was geflitst tegen 69/u. Reden voor de rechter: de “onduidelijkheid sinds de invoering van de zone-30 in schoolomgevingen” (GVA 21.1.2006). Bravo voor die rechter en nog eens een duidelijke blaam aan minister Landuyt, die voor die verwarring zorgde toen hij stelde dat men aan die 30km-borden in schoolbuurten niet te zwaar moet tillen buiten de schooluren. Na zo’n uitspraak zou je verwachten dat de minister nu dringend gaat zorgen voor duidelijke verkeersborden maar hij reageert koppig dat de chauffeurs zelf maar moeten aanvoelen of ze zich bevinden in “een klassieke zone-30 in woongebieden of die in een schoolomgeving”. Mocht u er aan twijfelen: dhr. Landuyt is minister van … verkeer!! De VOLGENDE KOMMA gaat waarschijnlijk over de pas uitgestorven dinosaurussen
TOE(kom)MAATJE: Britney Spears schijnt de slechtst geklede vrouw ter wereld te zijn; het zal wel (ik ben geen specialist). Ongekleed zou ze waarschijnlijk beter scoren (ze mogen mij uitnodigen om in de jury te zitten)
Het gebeurde vorige week tijdens een partijtje tafeltennisdubbel met mijn vrouw tegen een ander koppel. Ik sloeg een ‘juweel’ (vond ikzelf) van een smash, met veel topspin (om Jean-Michel Saive jaloers te maken!) maar in plaats van mijn ‘palet’ naar voren uit te zwaaien zoals het hoort, sloeg ik het racket in een soort halve cirkel terug in mijn eigen richting; resultaat: een buil boven mijn wenkbrauw. Nog erger vond ik het feit dat we het punt verloren want mijn wederhelft, overtuigd dat ons punt ‘gemaakt’ was, ‘vergat’ om de bal, die tegen verwachting toch nog terug kwam, op tafel te houden. Daarvoor had ik me verdorie een halve schedelbreuk geslagen!! Een paar uur later bleek dat ik aan mijn onhandigheid behalve de buil ook een kanjer van een ‘blauw oog’ had overgehouden, zo ‘mooi’ van kleur dat het verdiende om voor het nageslacht vereeuwigd te worden. En dus trok ik twee dagen later – de bloeduitstorting was helaas al iets minder indrukwekkend en wat gezakt - naar buiten voor een digitaal zelfportret. De bewuste zone knipte ik eruit en het resultaat kunt u hierbij aanschouwen; mocht u ervan griezelen, wees dan blij dat ik alleen maar dat stukje laat zien; mijn volledig smoelwerk is zo lelijk dat u het niet zou overleven.