Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

Categorie: gesneuvelden

gesneuvelde



24ste dag: zondag,2de juni.                         

 

 

Vandaag gaan we met meer nieuwsgierige verwachtingen dan ooit te voren in ons leven het geval was, naar de Hoogmis en het sermoen. Wat zal onze aalmoezenier vertellen nopens de capitulatie? Het is voor hem een beetje het dilemma dat ze Christus zelf vóór de voeten wierpen. Bent u er voor, dan zijd u onze vijand, bent u er tegen, dan bet u de vijand van onze vijanden!

         Hij beklimt de predikstoel onder een onaangenaam zenuwachtige stilte. De Fransen zitten, zo mogelijk, met nog scherpere gespitste oren gereed dan wij zelf! Doch onze Eerwaarde Heer aalmoezenier is geen “ groentje”. Hij geeft ons een flink voorbereid sermoen, waardig, vol vaderlandse gevoelens, maar de grondgedachte van heel zijn redenering is deze: “ Nous sommes bien trop loin, dans l’espace, et trop près, dans le temps, des lieux et du jour, pour juger de cette matière! “ “Of het waar is ook!”

( We zijn ver weg in de ruimte, en zeer dicht in de tijd, de plaats van de dag, om te oordelen over deze materie.)

               Na de middag krijgen we totaal onverwacht en verrassend bezoek van een Antwerpenaar! Die komt natuurlijk niet rechtstreeks uit België, maar hij heeft zo een en ander vernomen over de toestand daar. Hij spreekt zo maar van 27 fr voor een brood! Dat wil er bij ons niet in. Het is ook moeilijk na te gaan, zo ver van hier.

De Antwerpenaar geven die mens, die in korte schikt om naar huis te rijden, nieuws mee voor hun familie. Ik denk echter bij mezelf: “ Och wat, ze zitten thuis met ons zeker al niet veel in, ze zullen daar voor ’t ogenblik al meer miserie genoeg hebben met de bezetters. De Antwerpenaar( uit Toulouse komende) weet ons te vertellen dat zoveel steden, waarbij ook Kortrijk, helemaal verwoest zijn. Wat kunnen we anders doen dan te geloven? En dan bedenk ik hoe dicht bij Kortrijk ons arm Rollegem ligt. Ik zie het daar vóór mij Één puinhoop! Was die vent maar liever in Toulouse gebleven!

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelde



25ste dag: maandag,3de juni

 

 

 

Het is zover: “ Uitgangsverbod!” In elke compagnie mogen 2 à 3 mannen, onder het bevel van een gegradueerde, uit winkelen gaan ten gerieve van de andere mannen. We zullen dus maar het stootkarretje mobiliseren waarmee Burger zijn melk vent en nemen nota van wat de mannen verlangen: suiker, brood, chocolade, wijn confituur, tabak, enz., enz. Mijn notaboekje lijkt wel een ordeboek van een reiziger in kruidenierswaren. En onderweg naar de oefening komen er al maar meer cliënten bij!

         Als we dan bij de andere pelotons komen, op een weide, vertellen de mannen van het 2de peloton ons, met veel voldoening, dat 4 mannen gedeserteerd zijn! Ze weten ze ons te noemen en het treft mij welk een ideale ploeg het is die thans, aan zich zelf overgelaten, het onbekende is ingetrokken. De ene is een reus van een vent, die in geval van tegenstand vanwege de Fransen of Belgische troepen onderweg, er gemakkelijk, als het op pure kracht van de vuisten aankomt, een half dozijn knock-out zou slaan vóór ze zich rekenschap van zouden geven! De tweede, die een hele voornaam en innemend voorkomen heeft, spreekt vloeiend, Nederlands, Frans en Duits en zal dus desnoods de diplomatie kunnen in het spel brengen!...De derde is een doortrapte deugniet, die het zijn lotgenoten aan niets zal laten ontbreken, als het maar enigszins in ’t bereik van een gewoon inbreken ligt De vierde, is al van nut geweest vóór het vertrek, want die schreef op het bureel van de compagnie en heeft er, schijnt het, de hand gelegd op een flinke som in Franse bankbriefjes, met de sleutel van ’t magazijn is hij tot bij de broden en andere eetwaren geraakt, zodat die mannen, als ze enigszins in “ gezegend worden, hun onderneming wel tot een goed einde zullen brengen. Hun doel zou de Spaanse grens zijn die niet zo heel ver af is. Een interneringkamp zal wel niet zo een hel zijn. Ze hebben uit het bureel ook een paar Michelin- kaarten op schaal 1/200.000ste gevonden en wie daarmee de weg niet vind is maar triestige deserteur!... Het merendeel van onze mannen zou wel willen mee zijn met die vier, maar van de andere kant zijn ze toch wat vervaard voor het onbekend, het onzeker en gewaagde van zulk een tocht.

We zien niet goed in hoe ze op die wijze België kunnen bereiken. Opzoekingen zouden al aan de gang zijn maar dat die niets zullen opleveren, daar zijn we ten stelligste van overtuigd. Die mannen zullen wel enkel ’s nachts “reizen” en zullen ook zeker niet lang in “kaki” rondlopen, als ze maar aan burgerkleren geraken. De adjudant beklaagt hen grondig, maar dit beklagen is wel meest als propaganda bedoeld, om de mannen hier op het hart te drukken: “ Blijf maar bij ons nog beter wat dwang en een beetje honger dan véél honger, vrijheid en zelfbeschikkingsrecht en levensruimte.., maar onzekerheid en gevaren!

                                        

        En vanavond dan dat bevoorradingsuitstapje! Als ik mijn lijst overloop, dan vraag ik mij af: waar krijgen we dat ooit op ons karretje? Doch van de eerste winkel wordt het ons al duidelijk dat we gemakkelijk al onze aankopen zullen kunnen vervoeren. De twee derden van wat we vragen is er niet, het moet nog binnen komen of is al uitverkocht voor de zoveelste maal. Het is wel van een kale reis dat we thuis komen. Of we moeite hebben om onze klanten te paaien! Elk wil ten minste een deel van al wat hij vroeg. We worden niet weinig van partijdigheid beschuldigd en we nemen ons stellig voor, als er nog met karretjes te winkelen valt, het voor andere groepjes te laten. Wij hebben hier eens goed ondervonden wat rantsoeneringmoeilijkheden betekenen!...

 

 

 

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelde



lombez26ste dag dinsdag, 4de juni.

De adjudant zou willen dat ik me de turnlessen aantrek. Waarvoor wordt hij zelf dan betaald? Ik kan het ten anderen voor het ogenblik, met mijn uitgedoofde stem, onmogelijk doen.

         Er komen geruchten uit Lombez, dat daar een compagnie “oude, mannen, familievaders en zo meer, aan het muiten geslagen zijn nu door Sengalezen worden omsingeld, die bevel gekregen hebben, neer te schieten al wie tracht de cirkel te verbreken.

         Bij ons is alles betrekkelijk kalm en het uitgangsverbod werd heel wat verzacht, we mogen enkel in de stad te zien zijn na 6 uur en moeten ons van alle polemiek met de burgerbevolking onthouden. Ik ontmoet Van Belle en Van der Vreken die zo erg naar Buggenhout verlangen als ik naar Rollegem. Dit belet ons echter niet, elk een liter “Pinard” te gaan “siroteren”(opslurpen) in een koele beneden vloerse gelagkamer van “Le café du Garouge”

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelde



27ste dag: woensdag, 5de juni.

 

 

 

“Dépaquetage!” (uitpakken)  Zou er wel iets op til zijn? De Kolonel komt toch niet? We hebben er eigenlijk geen! De Majoor- Kapitein – Commandant Kortlevend? Neen, het is enkel de Kapitein en hij is al even erg gegeneerd als wij. Hij ziet onze spullen na met zo een uitdrukking van: Jongens, kan ik het ook helpen? Och, ja, wat nut heeft heel dien rimram nu nog?

           We mogen vandaag om strozakken! De compagnie wordt verzameld en we stappen weer eens mooi in de pas, per vier over het asfalt van L’Isle-Jourdain. Op de grote markt staan legerauto’s van de onze: een er van is vannacht totaal uitgebrand. Kwaadwilligheid vanwege een Frans heethoofd, nijdige kwaadheid nog altijd wegens dien 28ste mei? Of enkel onvoorzichtigheid van één rokenden schildwacht? Een geluk nog dat ze konden de brandende camion van onder de markthallen en van tussen de andere auto’s uittrekken, anders brandde heel het boeltje af. De pompiers van L’Isle-Jourdain hebben ferm geblust wanneer alle gevaar geweken was. Nu, de wakkerste zullen wel ergens in Noord-Frankrijk vechten?

           Wij houden halt vóór de “Mairie”(gemeentehuis) waar we, na wel een uur tegen de muren en de kolommen of op de monumentale stoep hebben “ geplakt” elk een sterke grof linnenzak in de handen krijgen. Hij wordt gesloten met knoppen, u hoeft er maar uw stro in te duwen om een fatsoenlijken beddenzak te bekomen. Op den duur willen we hier niet meer vandaan.

druiven

         Vanpoutre is vandaag eindelijk naar de dokter geweest. Hij zat al een tijdje met een soort uitslag geplaagd die na enkele dagen rood te zijn gebleven “rijpte” in geelachtige blazen van wel een centimeter doormeter die weldra openbarsten. Is dat nu een gevolg van verandering van lucht of is het ongedierte of is ’t de kost of… de wijn? Of wellicht die onbarmhartige zon. “Het is melaatsheid” zegt Figoureux, alias Figaro. Die Figaro zal nog spotten als hij al op apegapen ligt!

 

28ste dag: donderdag, 6de juni.

 

 

Wasdag! Het is vandaag wel geen zaterdag, maar het werd sedert een paar dagen zo onbarmhartig heet dat we niet meer weggingen op oefeningen, tenzij tot rond  11 uur in de voormiddag. In de namiddag dan, aangezien het al niet veel zin heeft nog veel theorie te geven, zijn we dan maar eens, allemaal naar de openbare wasplaats ons linnengoed en onze katoenen broeken gaan wassen. Het is er zo lekker koel dat weldra de wasbakken vol plassende en plonzende voeten en benen zijn, ook in de beek naastbij is het een gegiechel van natgespoten die elkaar met handsvolle ijskoud water te lijf gaan. ze zijn er algauw met zwembroekjes en het wordt een “ plage” in regel. Wie in “burger” gebleven is, doet best op afstand te gaan zien naar dat spelletje, wil hij nog een drogen draad aan zijn lijf hebben.

            Terug in de weide mogen we dan de wapens kuisen met de vodden en het vet die we hebben. Ik laat het mijne ingevet zoals het al verscheidene weken is en wat we nooit hebben aangedurfd: Ik neem de kolf van het M.G.(machinegeweer) helemaal uiteen en dit als ‘t u belieft, in het bijzijn van de adjudant die naast ons te praten staat met de boer. Dat moest er eens iemand in Mechelen gewaagd hebben, 4 weken geleden.

 

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelde



 

29ste dag, vrijdag, 7de juni.

 

 

Denk eens aan: We gaan hier weg! Er is bevel gekomen, al de wapens, uitgenomen de geweren van het 2 peloton, goed ingevet in het magazijn te verzamelen. Ook het gene wat we niet strikt nodig hebben blijft hier, in de valiezen of papieren pakken. Niemand mag meer meenemen dan hij dragen kan, er komt zo een vage belofte dat we hier terug zullen geraken. Het zou slechts voor een week of zo zijn dat we weg moeten.

         Ze zijn in het magazijn ineens zo mild met het vet dat we tot hiertoe zo moesten afbedelen. We smeren en smeren, de loop steekt vol! We hebben wellicht nog nooit met zoveel voldoening ons wapen ingeleverd. Is het immers niet een teken dat we niet naar het front reizen? Doch ongeluksprofeten hebben het weeral gevonden. We gaan wel naar het front, we krijgen ginder Franse “Lebel” geweren! Het is omdat ze voor de “Mausers” niet genoeg munitie hebben!

             De strozakken ook worden uitgeschud en ingeleverd. Onze laatste, nacht kunnen we weer op het stro slapen. Nu pas voelen we welk een verbetering die strozakken betekende. Jammer dat we ze niet eerder kregen!

             We zullen morgen heel vroeg op te staan hebben. Voor 48 uur eten krijgen we mee. Als het maar weer geen reis van zeven dagen wordt! Het is ten strengste verboden stokken mee te nemen, bevel of verbod van Kortleven zelf. Sinds enkele dagen zag u weinig van onze mannen zonder een ferme knuppel waarvan er sommige heel mooi versierd zijn. Het merendeel van de “ stokkendragers “ zijn dan ook vast besloten, hem toch mee te nemen. De mijn is amper twee voet lang en ik zal hem dus wel ergens kunnen camoufleren, tot in de trein! Als we maar eenmaal zo ver zijn…

            Het wordt voor onze laatste nacht heel laat. Het is ver in de kleine uurtjes vóór we, na een worstelpartij en onze traditionele uiteenzetting in de weide ditmaal hoofdzakelijk aan ons afscheid van L’Isle-Jourdain gewijd, voor de laatste maal in ons stro “kruipen”.


Reageer op dit bericht

gesneuvelde



30ste dag: zaterdag, 8ste juni.

 

 

 

Oei, oei, oei, wat is het nog vroeg als de adjudant ons al komt wekken! Is er nu toch zó een haast bij? En zeggen dat er al mannen helemaal gekleed aan het rondlopen zijn in de halve duisternis! En daar zijn  zelfs de minst ijverige van het peloton bij! Zijn die dan wakker gebleven? Ja, toen ik vannacht, om niet te zeggen “ vanmorgen” slapen kwam, scheen het mij wel toe, dat er rond de hoevegebouwen nog beweging was.

God weet wat er werd uitgericht! In de duisternis, die echter voor onze geoefende ogen alles behalve ondoordringbaar is, verzamelen we dan zo goed en zo kwaad als het kan onze uitrusting en vóór het helemaal dag is zitten we al op onze blauwe zakken langs de weg naar Lombez, op onze stokken leunend.

We schuiven of werpen die echter gauw achter ons tussen de pakken, als “onbescheiden” ogen naderen. Daar is warempel Körtleven zelf die zich er van komt te vergewissen of zijn bataljon er niet als een bende koewachters of baanstropers uitziet. Hij ontdekt dan ook een paar “ verboden wapens” en die mannen krijgen een uitbrander met belofte van “ later er meer van te horen! “ Dat we allemaal een beetje onze “stokkenkoppigheid” zouden gaan berouwen!

            Ineens staat daar, op vijftig meter van ons… Burger’s stier! Op een onverklaarbare wijze is die kerel uit de stal geraakt en staat ons daar nu zijn afscheidt “auboude” toe te … brullen… Wie dààr weer de hand in heeft? Het beest kwam omzeggens nooit uit de stal en ik vrees voor ongelukken. Doch hij heeft thans mals gras langs de wegrand bespeurd en ziet de piotten niet staan!

              “ Op uw plaatsen! Ransels op! “ Luie lange lijven komen overeind, de ransels vliegen met een zwaai over de schouders en de stokken verdwijnen onder de mantels. Doch aangezien Körtleven voorop ging en in de verste verte niet te zien is, komen ze na een paar honderd meter stilaan allemaal te voorschijn om de blauwe zakken te helpen dragen, over de schouder.

Er zijn zelfs praktische mannen die heel hun verhuizing aan twee samen gelegde stokken tussen elkaar in dragen. Deden we er goed aan, ze toch mee te nemen? Had Körtleven, een blauwe zak te dragen en den ransel en bijgebouwen! Hij zou ook wel trachten een stok te hebben!

            In het station staat waarachtig … de generaal. Er is algauw geen schaduw van een stok te ontdekken. Ons aller “ vader “ staat er te grinniken, met een air van “  Hé! Daar heb ik ze eens fijntjes geleverd!”  “Die Judas! “ Knarsetandt er iemand naast mij. Och, wat heeft die vent al veel in de pap te brokken? Hij schijnt onze officieren tot spoed aan te zetten. Om zelf mee te komen maakt hij geen aanstalten. Wij leggen dit als een slecht voorteken uit. Waar wij heengaan, zal het niet best zijn, aangezien hij hier blijft.

            Daar is echter alweer iets dat aan onze overweging en beschouwingen een bruusk einde komt stellen. Boer Burger is uit het stationsgebouw gekomen, met twee Franse gendarmen. We zitten al in de trein en daar komen ze recht op onze kapitein af? Die naast onze beestenwagen staat. Ik hoor den boer zo iets van “ Saucissons” (kruitworst) en van “échelle”(ladder) vertellen en ik snap zodadelijk het verband tussen het geheimzinnige gerucht van vannacht en Burger’s “saucissons!”De gendarmen zijn spoedig met onze kapitein overeengekomen nopens “huiszoeking die verricht moet worden. Ze nemen gedrieën elk een wagon onderhanden om er zeker van te zijn dat ze de daders zullen hebben, doch dat is juist de redding voor de kerels.

Een man alleen kan onmogelijk in dien hoop zakken en ransels en soldaten op alles en allen tezelfdertijd het oog houden terwijl hij ransel voor ransel en blauwe zak na blauwe zak tot op den bodem aftast. De gestolen waar kan ook heel gemakkelijk, ongemerkt van tussen den inhoud in de broeken verdwijnen. En aftasten wordt nu niet gedaan, daar de hoeveelheid door Burger aangegeven wel alle verbergen in de broek - of  vestzakken zal uitsluiten! Doch op de ruime soldatenbroeken, langs onder “ water of beter worstdicht” gehouden door de lederen beenstukken, heeft wel geen van de “speurders” gedacht. Er zijn als ’t u blieft zelfs een paar mannen die staan te eten achter de rug van de “ kaper”! er wordt gegiecheld in de hoek en onze Kap die veel te goed is, geeft het algauw op, vooral dar nu de trein aan het rollen gaat en de gendarmen zijn uitgestapt. Ik ontwaar nog even Burger, uit wiens zwarte ogen de moordgevoelens stralen. Hij is blijkbaar woedend dat de trein, door te vertrekken, heel de zaak met een slag heeft geliquideerd.De gendarmen zijn echter volstrekt niet kwaad. Wat moesten ze ook aanvangen met de daders, als ze, ze ontdekten? Burger zou zijn worsten terugbekomen hebben en het was al geweest.

Deel I

Reageer op dit bericht

gesneuvelde



30ste dag: zaterdag, 8ste juni. Deel II

          

 

 We leren weldra allemaal den smaak of althans den geur van  die worsten kennen. Zelfs de kapitein moet ze in de neus hebben doch hij vertikt het, even om te zien ten einde de dader te kennen. Die man is ten andere van gisteren niet, hij kent zijn “Pappenheimers.” (soldaat van generaal Pappenheim in de dertigjarige oorlog Ik ken mijn m’n pappenheimers, ik ken mijn mensen, ik weet wat ik aan hen heb.) Ik weet heel zeker dat hij ze zo op de man af zou kunnen noemen, zonder verder onderzoek.

Wij keuren onder ons die onbekommerdheid af en vooral de diefstal, terwijl Burger steeds zo “ fair” tegenover ons gehandeld heeft. Hij was volstrekt niet krenterig, hij had ook vertrouwen in ons en zou ook niet gauw iemand bij de legeroverheid hebben aangeklaagd als ’t enigszins anders kon.

Doch ditmaal kon hij niet anders want het is toch wel wat over zijn hout gegaan. Wie weet hoeveel voorraadvlees ze hem hier lafhartig ontstolen hebben? Hadden ze maar “geplukt” voor 48 uur, maar wellicht is het hun voor weken te doen geweest!

          Doch het incident is zo gauw vergeten. Onze reis schijnt een heel verloop te zullen hebben dan die van drie weken geleden, van Brugge naar hier. We hebben bijna geen stopplaatsen buiten steden als Auch, Livourne, Angou, Lême, Poitiers. Als het zo doorgaat konden we morgenavond thuis zijn, moesten ze ons althans tot daar willen voeren!

 

Ik krijg niet weinig “ onder mijn voeten” van Verhoeven en de andere “Schakers” omdat ik mijn schaakbord en spel ’ Isle-Jourdain gelaten heb! Ja daar hebben we onze vorige reis heel wat uren mee dood gekregen. Ik weet zelf niet waarom ik het achterliet. Het steekt bij mijn vulpen, mijn kerkboek, mijn Duits woordenboek, mijn burgerschoenen allemaal zaken die ik voor deze reis als nutteloze ballast beschouwde.

             Als ’t avond zijn we dus waarachtig de Loire heel dichtbij gekomen en ’t is met een eigenaardig mengsel van allerlei  tegenstrijdige gevoelens dat we voor de nacht onze schuifdeuren toerollen. Geraken we nog ooit weer in dat L’Isle-Jourdain waar we aan begonnen te houden! Ontwaken we vannacht door het kanogebulder? Hoe velen van ons zullen de volgende week mogen uitdoen?

          Doch ik zelf lig ditmaal heel wat gemakkelijke dan verleden maand, in dien “Geschuttoren” en daar de voorgaande nacht voor enkelen van ons maar een paar uurtjes geduurd heeft, is het weldra een ronkende en grollend kluwen dat in de koele nacht het noorden tegemoet bolt. In slaap in mijn gedachten bij Armand Burger, wellicht is de lucht hier binnen zo bezwangerd met “Saucissengeuren” dat die mij tot in mijn slaap de figuur van onzen “hospes” zullen voortoveren.

 

 

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelde



 

31ste dag: zondag, 9de juni.

 

 

Gelukkig zijn de deuren al open als ik wakker word. Het moet hier nogal gegeurd hebben, dezen morgen!

            Een stralende dag! We zijn al ver voorbij de Loire en bollen op Parijs toe. We volgen de “grande ceinture “ rond de hoofdstad en stoppen te St. Germain- en - Laye, in een goederenstation. We zijn er nog maar of we moeten ons spoeden om uit de statie te zijn. Men vreest luchtaanvallen. We gaan dan maar uren lang in de zon liggen luieren onder het weinig sympathieke oog van de Parijzenaars die nog altijd 28ste mei in de neus hebben.

           In de straat werken dikke roodneuzige mannen aan versperringen. Ze breken de mooie macadam open en planten er bomen en ijzeren bolken in. Ze bezien ons ook als menseneters. We trekken het ons allemaal niet veel aan.

           Het is al heel laat als we eindelijk naar het “Collége” geleid worden waar we de nacht zullen mogen overbrengen. Een ongehoorde luxe wacht ons hier: bedden! Het zijn de ijzeren eenpersoonsbeddekens van de internen. Het is wel treffend hoe we die allemaal zo spoedig gewoon zijn, hoewel het thans zo wat een maand is dat we er geen meer zagen, verre van er in te mogen liggen!

                                       

 

 

 

 

 

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelde

Ze zijn ons aan het verwennen: wassen onder de kraantjes, lekkere warme koffie bij ons brood, een stoeltje naast het bed om op te zitten!...

         We mogen deze voormiddag natuurlijk niet uitgaan. De bewaking aan de poort van onze school is echter zo weinig nauwlettend dat ik, als sergeant, gemakkelijk op straat geraak, waar ik even een dagblad ga kopen. “Forges-les- Eaux zou door de Duitsers bereikt zijn, ’t is al van “Tête-de-pont” alhier en van “colonne motorissée” aldaar, zodat het begrijpelijk is dat de mensen hier in de voorsteden van Parijs een beetje zenuwachtig beginnen te worden.

          Ik koop mij ook een “Evangelie”, daar we zo volledig van alle ernstige lectuur werden gespeend, 5 à6 weken geleden. Het treft me hoeveel mensen hier nog ernstige degelijke boeken aan het kopen zijn, in deze zo angstige en beroerde dagen.

           Doch wat een droevige stoet op de grote baan die, van uit het noorden, uit de richting van “Pontoise”, dwars door St. Germain over Versailles naar het zuiden leidt. Het zijn meestal boeren uit “Picardië” waarvan vele ongetwijfeld van Vlaamse afkomst zijn. Ze hebben reusachtige tweewiel karren met in de tramen een zwaar voskleurig of een wit paard gespannen, soms zelfs is dit nog door een of twee ander voorafgegaan, want de lading moet soms duizenden kgr wegen. Hele geslachten zitten bovenop een mengelmoes van alle mogelijke, nuttige en overtollig huisraad. Grootmoeders en kleinkinderen zitten in hun stoel ergens tussen een matras en een keukenkast, tot vogelkooien toe en salonstoelen, zie ik er hier en daar bovenop liggen. Onderaan, in een soort vierkante hangend trog, ligt een zak haver of zitten in een kooi een paar hennen met een haan of een half dozijn konijnen. En van tijd tot tijd moet dat alles stoppen en een legerauto of moto dan doorgang verlenen, daar deze met drukdoende haast alles opzij drummen en toeteren dat de paarden er van opschrikken.

            ’s Middags stappen we de wijd open poort uit, per vieren naar de kazerne, een tiental minuten gaans, om te noenmalen. We zitten in een reusachtige eetzaal met “echte” tafels en troepenbanken. Het duurt natuurlijk langen tijd vóór de “tafelbediening” tussen haakjes Franse soldaten, waarbij enkele van de onzen, iedereen hebben geriefd.

We krijgen een flinke “schep” van een soort “bouillabaisse” een stuk brood en daarna dan nog wat zoetigheid, een onbekend vruchtenmoes, alles een beetje vreemd voor onze Vlaamse magen, maar het schuift toch vlot naar binnen.

Later mogen we op de koer aanschuiven met wat we als drinkgerief mee hebben, daar voor elk een kwartliter rode soldatenwijn, voorzien is, dien wel niemand zal geweigerd hebben!

             

 

 

Bij het naar huis gaan is Van Diepenbeeck weer eens gehoorzamend aan zijn goed hart, de barmhartige Samaritaan geweest, toen een paard van een van de verhuiswagens gevallen was en de boer het niet alleen op de been krijgen  kon. En zeggen dat John vroeger nooit met paarden omgegaan heeft!

              ’s Namiddags, weer in gesloten gelederen, naar de goederenstation om onze blauwe zakken die gisteren in de fourgon(goederenwagen) mochten blijven liggen toen we uitstapten. We ontmoeten er een hele groep zwarten. Ik ben algauw in druk gesprek met een van hen, die tamelijk goed Frans spreekt. Hij laat ons zijn mes zien, zonder het echter ooit voor lange tijd uit handen te geven! Het is wel 40 cm. lang en vier vingers breed, een echt slagersmes, en snijden! Als een scheermes. Onze zwarte spreekt over de “boches”(moffen) als over wild en maakt het gebaar, oor af, neus af. Wee den Pruis die in de handen van zulk een kerel geraakt!

 

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelde



                                               

 

Met hun vettige bruine vingers zitten ze nu achter hun rijstebrij waarin fijngehakt vet vlees gemengd is, naar binnen spelen. Ze zien er met hun witte kijkers en grote tanden in die zwarte wezens alles behalve zoete mannekens uit. Een van hen laat ons ook zijn armbandplaatje zien met zijn stamnummer en adres, waarop ik lees dat hij van de klas 38 is en uit Frans equatoriaal Afrika komt. Zijn naam vergeet ik bijna onmiddellijk!...

           Terug binnen gaan we op onderzoekingstocht in de school en ik ontdek er onder meer een Lutherse bijbel in het Duits, ook Engelse leerboeken. Sommige van onze kamer gaan veel verder en eigenen zich alles toe wat maar enigszins hebbers waarde toeschijnt! Ze zijn achter de feestzaal om, in de woonkamer van de bestuurder geraakt en geen enkele lade is voor hen veilig, geen enkele vaas op de schouw waarin ze niet snuisteren.

           Deze avond mochten we opnieuw naar de kazerne, om er te eten. Weer hebben we een incident beleefd, dat ditmaal een noodlottige afloop had kunnen hebben.

Een Algerijn is zo goed als razend geworden, naar het schijnt komt hij van het front en daar zal het hem op de zenuwen te machtig geworden zijn. Hij wil volstrekt iemand te lijve, hij is echter zo zat als een Zwitser en zo weet hij niet waar hij terecht komt. Hij heeft thans een revolver te voorschijn gehaald en iedereen vlucht weg als hij maar even in onze richting nadert. Hem gaan ontwapenen durft niemand, al zijn hier honderden Franse en Belgische soldaten op de koer. Van Diepenbeeck heeft weer goesting genoeg, maar wij weerhouden hem. Eindelijk is een reus van een vent, een Fransman, hem langs achter genaderd en is er bovenop gesprongen, de revolver is op de grond gevallen, een van de onzen springt toe om hem uit de wildemans bereik te houden en nu wordt deze onder sterk geleide terug in de doos geduwd van waaruit hij daar even ontsnapte. Hij schuimbekt van woede…

            Terwijl  we dan staan te wachten op onze kwartliter komen een zestal piotten ons vertellen dat ze daareven een Duitse parachutist hebben mogen “Fusilleren”. Wij keuren hun vreugde af, onder ons, en in het Vlaams, maar sommige verstaan wel enigszins de zaak. Die wijze, om achter de linies neer te komen en de vijand in de rug te nemen is zo nieuw dat ze ons iet of wat onvriendelijk voorkomt, al is het een manier van oorlogvoerend lijk een andere.

           Voor we ons te bed leggen, moeten we nog iemand die naast de kazerne woont, een beetje mores leren. Hij heeft zomaar, daar beneden, een onafgeschermde lamp van wel 60 watt aangeknipt, dat het straalt als een zon! Het is dan ook in weinig vleiende termen dat we hem aan ’t verstand brengen: “ Ze moet uit… Of!...



32ste dag: maandag, 10 juni. deel II

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten