Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

akke.beakke.be

Categorie: gesneuvelden

gesneuvelde

 

15de dag: vrijdag, 24ste mei

 Glasje wijn

 

We hebben nog altijd weinig belangrijks verricht, althans in de voormiddag. Er is enkel de gewone reeks verzamelingen, mededelingen, opruimingen die alle inkwartiering meebrengt.

In de namiddag moet ik met een dozijn mannen met schoppen en borstels naar het station die er, na het onweer en de troepenbewegingen van gisteren en eergisteren nogal uitziet. Het is een echte mesthoop! We hebben werk tot over ons oren, maar ook nog tijd om een ferm glas wijn te drinken, aan echte soldaten soldenprijs! We zullen hier, geloof ik, “ lekkere” dagen beleven!

 

 

 

 

 

 

 

 


Dit is een beeld van de mobilitatie Gent 1939

Reageer op dit bericht

gesneuvelde



16de dag: zaterdag, 25ste mei

 

 

Het is nu de moeite niet meer om iets ernstig te beginnen, de laatste dag van de week en ze laten ons helemaal onze gang gaan. We zijn algauw overal verspreid. De ene trekken naar de “ Save “, een klein riviertje van 3 à 4 meter breed, maar tamelijk diep. Ze zijn er, spijts het strenge verbod weeral, heel de voormiddag aan ’t plassen en aan ’t plonsen dat het klinkt tot halfweg de weide. Van Diepenbeeck en Janssens en veel andere Antwerpenaars zijn er bij, ze denken aan geen adjudant, geen oorlog geen vraagstukken of bekommernissen voor de toekomst. Andere zijn al het stadje in getrokken en komen terug met eetwaren, maar vooral met aanlokkelijke flessen wijn! Ze betalen hem 2,30 fr. in Franse munt = 1,5 fr. in onze “ solde”! Denk eens aan: “ Voor een beetje meer dan de prijs van een Mechelse “ demi “ een volle liter wijn!” ’t zal hier wat gaan worden!

           Ik ben opzoek naar de klokkenluider om te trachten eens op de toren te geraken een heel eigenaardig stuk vestinggebouw. De brave man is opgetogen om de belangstelling en stelt me zelfs voor, hem te helpen bij het luiden, aangezien de jonge man die hem gewoonlijk bijstond, het leger heeft moeten vervoegen en nu in de “Maginotlijn “ zit. Ik aanvaard gretig en tegen de avond trekken we samen den trap op, daar er ’s anderendaags processie is en er vandaag moet geluid worden, ter inleiding van de plechtigheid van H. Sacramentsdag.

            Ik heb er gauw de slag van mee, van dat luiden, want de klokken hangen aan een soort u U-vormige as, waardoor het omwentelen veel vergemakkelijkt wordt. We luiden dat het deunt en nu zie ik dat die bescheiden man een kunstenaar in zijn vak is. Met enkele klokken, waarvan twee grote binnen en drie kleintjes boven het dak, bekomt hij heel wat effect, zodat de mannen in het kaki, daar beneden, eventjes verrast opzien. Ze zien nog heel wat meer verwonderd op als we na het luiden, eens tot op het platte dak van het torentje klimmen en ze daar nu nog een Belgische sergeant ontwaren. L’Isle-Jourdain werd dus wel degelijk tot op de toppen van de torens door ons leger bezet!

           Doch, jongens, jongens, wat een mooi zicht op de Pyreneeën! 70 à 80 km, van hier liggen ze en u zou denken:

Ik zal er eens heen wandelen. Mijn “Cicérone” (gids) weet me al die “Pics”(spitse berg) en “Nevé’s” en “Soums” te noemen die daar, in de ondergaande zon, hun witte sneeuwkap laten glinsteren! In de beschaduwde vlakken, is het al purper en rood en grijsgroen terwijl lager nog de grauwe rotsen de schittering van al die kleuren komen te onderlijnen. Waarlijk, hier is het: “ Zegent, bergen en heuvelen den Heer, looft en verheft Hem hoog in eeuwigheid!”

           Bij het naar huis gaan laat ik mijn veldfles, die bijna altijd mee is als we naar L’Isle-Jourdain komen, eventjes vullen, voor 1,90 fr. ! met het inzicht, ze uit te drinken op mijn stro, maar tegen ik aan de dreef geraak, die naar de hoeve leidt, is ze al lang leeg! Het is laat en ik ben lichtjes aangeschoten want het was al de 2de liter sinds 6 uur vanavond en het duurt niet lang vóór ik lig te dromen dat ik zweet! Het gaat er van klokken en bergen en ook van mijn fietstochtjes naar Lourdes, verleden jaar!

 

 

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelden

 

                                             17de dag: zondag, 26ste mei



Het is du lijn grote dag als klokkenist! Er valt te luiden vóór en gedurende de Hoogmis, na de Hoogmis binst de Processie en ’s namiddags vóór de Vespers. We zijn samen de “patron” en ik, weer eens tot op het dak geklauterd waar de drie klokjes in weer en wind te sidderen hangen; Hij heeft me daar binnen een grote bloedvlek getoond op de balk naast “ mijn “ klok, waar eenmaal een man, wellicht een eeuw geleden, de hand tussen klok en balk verbrijzeld werd. Ik ben in elk geval goed op mijn hoede, het bloed “ roept”: “pas op”!

          Beneden wandelen onze mannen die de “Dépèche de Toulouse”(mededelingen van Toulouse dagblad van daar) aan het lezen zijn. Die geeft ons regelmatig veel optimistische beschouwingen en verslagen over de toestand van de krijgsverrichtingen, toestand die nochtans van dag tot dag verslecht.

          Die beklimming van den klokkentoren met zicht op de Pyreneeën doen me watertanden. Het is amper 80 km. Ver. Kon ik voor een dag een goede fiets huren om eens tot aan de voet van die reuzen te bollen, wie weet, om eens terug Lourdes te bezoeken? Voor zondag aanstaande wil ik daar werk van maken.

          In de namiddag na de Vespers, heb ik eens op het kerkhof lopen mijmeren. Dat is een van de nuttigste lessen die u in een onbekende streek kunt opdoen. U hebt er enig gedacht van de verspreiding van de familienamen, van de groter of geringer langlevendheid, enz. enz. Er staan hier weinig prachtzerken maar zoveel ter mooier taxusbomen, wat spreekt voor de schoonheidszin van het volk. Een twintigtal, hoog opgeschoten, donkergroen, “boomgezond” staan er in de hete zon van Zuid-Frankrijk een eeuwig lied van vrede en rust te neuriën.

                              

Het valt me op hoe kort de schaduw hier is zelfs nog nu rond 4 uur ’s namiddags. We zijn hier ook een duizend km. Korter bij de evenaar! We zullen niet weinig zweten als er zal te lopen of te marcheren zijn!

           Tegen avond wandel ik, tussen de wijngaarden door, tot op een heuvelkam, zuidelijk van de baan op Lombez. Het is een wilde omgeving met braambessenstruiken en brokken bruine rotsen waarrond het onkruid woekert, maar vooral is er een zicht op de Pyreneeën dat eventjes oorlog en alles doet vergeten… Doch ik moet binnen voor het appel.

          We liggen dien avond nog langen tijd op onze dekens in de weide te praten over al wat in ons gemoed opkomt. Enige mannen, hoewel niet pratikerend, zijn toch goed van inborst en tonen veel belangstelling voor vraagstukken die het bovennatuurlijke in betrekking zijn. Ze vragen en vragen en maken opwerkingen, er wordt al eens een koddigheid uitgeflapt, maar alles bijeen kan het hun toch maar deugt doen. Peretz, een jood, is natuurlijk een onbeheersbaar tegenstrever, maar hij verdwijnt aldra uit ons “ concilie”…

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelden



18de dag: maandag, 27ste mei

 

 

Het nieuws uit België is met de dag slechter. Onze troepen worden op een altijd kleiner wordend terrein samengedrongen, ergens tussen Leie en Zee

          Doch wij hebben niet veel tijd om daarover te redekavelen: “ Verzameling”! voor de oefening. Het is de alledaagse rimram van “schoudert” en “zet af” en “presenteert” en “omlaag geweer” en van” rechts” of “ links” per tweeën en “liggen” en “knielen” enz. enz.

We zijn blij als de adjudant met een andere groep bezig is, dan stappen we eventjes flink door, desnoods bajonet op geweer geschouderd, tot we, aan een kromming van de weg uit het zicht van de “vijand” verdwijnen om daar ons zweet te laten opdrogen… eer het er is! We hebben één groot geluk bij onze evoluties in die gloeiende zon. Overal waar we marcheren, is er macadam, niet de Mechelse keikoppen. De mooie streek en daarbij nog een wandeling meer dan waard. ’s Middags moeten we, tegen alle kazernetraditie in, weer de baan op, ditmaal echter heel kortbij. We krijgen het nieuwe speelding in handen, de goniometer of hoekmeter voor het opstellen van het M.G. Het is wel altijd het zelfde liedje: richten op een bepaald punt en dan de goniometer regelen, er af nemen tonen aan de schutter welke streepjes tegenover elkaar staan, het wapen ergens anders op richten en dan laten zoeken waar het eerst naar gericht stond.

En toch zijn we dat spel niet zo gauw moe. We richten op alle mogelijke bomen en schouwen en weide palen, op heuveltoppen en telefoonpalen. Natuurlijk zitten de drievierden van het peloton met ergens een visnet of een spelletje whist den tijd te doden, doch voor wie een beetje van wapenkunde houdt is dit toch het mooiste stuk “ speelgoed” dat we tot hiertoe mochten gebruiken.

         ’s Avonds zitten we dan weer in Armand Burgers’ keuken naar de Zwitserse zender te luistern die ons nuchter en objectief de triestige waarheid zegt over den toestand. Burger vertelt van zijn soldatendienst en is niet te spreken over een mogelijke overrompeling van zijn bergachtige Vaderland. We zijn, wij allen scherpschutters en er zou geen enkele Duitser binnen geraken! Ja, vent, dat dachten wij met ons “ kanaal “ ook!

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelden

19de dag: dinsdag, 28ste mei.



We hebben vandaag, dinsdag, kazernegewoonte getrouw, een flinke mars. Hij lokt ons wel aan, omwille van de nieuwe landschappen waarvan we zullen genieten, maar schrikt ons ook wat af wegens de onbarmhartige zon die van in den vroegen morgen op onze ruggen te branden zit! We stappen op Lombez toe, heuvel op en heuvel af, langs graan – en aardappelvelden, wijngaarden en al dorre weiden. We hebben veel bekijks. De mensen uit de streek zagen hoogstwaarschijnlijk nooit een Belgische soldaat tenzij op papier! Jongentjes met zwarte krullenkoppen en bruingebrande benen volgen ons, kilometers ver, met krijgshaftige gebaren stokken en knuppels zwaaiend. We zweten en drinken en eten en zweten meer en drinken nog meer, tot we inzien dat al dat drinken, evenmin als in België, bij gematigder temperatuur, de goede methode is.

       We komen thuis met doorweekt linnen en na het noenmaal en verfrissende afspoeling slapen we natuurlijk heel de namiddag, uitgenomen de mannen die nooit moe zijn en die op een deken zitten te kaarten, te naaien, wapens kuisen of een ransel op de knieën, zitten te schrijven aan hun “mémoires”!

        Als de koeien gemolken zijn, het werk van de oudste zoon en dochter, koop ik een liter melk dien ik uitdrink, vóór onze traditionele liter wijn, indachtig de spreuk “ Melk op wijn is echt venijn, maar wijn op melk is gezond voor elk”!

                                         

        We horen dan later op de radio plots het grote nieuws dat Koning Leopold gecapituleerd heeft! Armand Burger vindt het nogal verstaanbaar, maar de Fransen hier in de streek zijn gloeiend kwaad en spreken van “ trahison” (verraad) en van “ lâche “ ( lafhartig, lafaard) en

“ indigne de son pére “ (onwaardig, laag, schandelijk) zelfs van “ boche “( mof ) en “vendu “ (verkocht ) en al wat lelijk is, bij zo verre dat we oprecht in ruzie vallen en maar liever naar ons stro terug gaan. We liggen dan in de weide nog langen tijd, als al de glimwormen, opgehouden hebben onze belangstelling te boeien en als de streep licht in het westen al lang verzwonden is, te raden en te gissen naar wat de volgende dagen of weken ons nu zullen brengen.

Gaan we dwars door het front heen naar huis? Worden we, langs Zwitserland en door Duitsland in België gebracht? We zouden daar met plezier nóg een week “ beestenwagen” voor beginnen! Of  moeten we weldra naar ’t front, om er, in de Franse regimenten verspreid, te helpen vechten? Of blijven we eenvoudig hier, tot na de oorlog? Het is een opwindende bespreking geworden en er is nog niet eens wijn van doen om de koppen warm te krijgen! Er ritselt dien nacht, veel later dan gewoonlijk, nog langs hier en langs daar wat stro onder de dekens. Mannen die den slaap maar niet kunnen vatten!...

 

 

 

 

 

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelde



                                 20ste dag: woensdag, 29 mei.

 

 

Er zit elektriciteit in de lucht, van ’s morgens al. Een geest van opstand dreigt al door de verwarde koppen te waaien. Iedereen heeft de Koning volle gelijk, al zijn niet allen akkoord over wat de oversten nu zouden moeten doen. Als de adjudant me vraagt: ” Wat zeggen de mannen,” dan antwoord ik een beetje zenuwachtig, op aanvallenden toon:

“ De mannen zeggen: “ leve de Koning!” – “Ja, zegt hij: “ alles goed en wel, maar dan? Wat moeten wij daarmee doen, hier, en nu?” Dat weet ik ook niet! – We zien het wel in. Naar huis gaan, door het front door, hoe kan dat? En toch hebben we voortaan maar die bekommernis meer, zo gauw mogelijk thuis geraken!

           De dagbladen, vooral de fameuze “Dépêche” zijn walgelijk om te lezen:. Ze gaan er oplos van: “ Roi félon” (Koning verrader) en heel de woordenschat van opgezweepte mensen die alle waardigheid verloren hebben. Een soort geestelijke op rust, die ook geloof ik, met zijn geloof zijn zinnen kwijt geraakt is, haalt foto’s te voorschijn van Leopold III die dagtekenen, van 5à6 jaren terug: “ Vous voyez bien,sur ce visage, que cet homme et faux et hypocrite?” (gij ziet zeer goed op zijn gelaat dat deze man vals en hypocriet is) – “ Vous trouvez, monsieur l’ Abbé”? ( vind u het ook niet Eerwaarde)- “ Certainement!” (zeer zeker) Ziezo, de zaak is klaar. Hoe is het mogelijk dat wij dat niet eerder gezien hebben?

          Dien dag wordt er niet veel uitgericht, wie zou er denken aan verder oefenen. “ Wij “ hebben immers den strijd gestaakt! De grootste optimisten spreken al van over drie dagen thuis! Zo een vaart zal dat welniet nemen!

          Gelukkig is er de Save, die ons heel den namiddag al dat gezeur en gezaag helpt doen vergeten. We snijden ons elk een stok uit elzenhout langs de oevers. Ik kerf er een mooie versiering in, met de namen Londerzeel( ons bombardement) Brugge, L’Isle-Jourdain, met nog plaats vrij voor volgende staties op onze kruisweg.

          ’s Avonds ben ik in de gelegenheid een Zwitsers weekblad, in het Duits opgesteld, waarop onze gastheer geabonneerd is met veel gretigheid te lezen. Heel objectief bespreekt het de toestand en laat reeds voelen, hoewel het thans 4 à 5 dagen oud is, dat de zaken aan het front in België op de manier zoals ze nu verlopen spoedig een noodlottige afloop zullen hebben.

            We zitten dien avond, Janssens, Braeckmans, Franssens en Smulders en nog ergens een paar nachtraven, en ik zei den “hond “! Op onze dekens, midden de weide, te zagen en te vragen over strategie en tactiek en later als de nachthemel in al zijn rijkdom boven onze hoofden koepeld, over sterrenkunde. Niet om te geloven hoe weinig de mannen daarvan afwisten.

 

 

 

 

 

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelden



21ste dag: donderdag, 30ste mei. Deel I

Voor mij begint de dag eigenlijk al terwijl iedereen nog rustig ligt te grollen! Ik moet met J.J.B. Caron naar de infirmerie. Hij wordt geweldig geplaagd door buikpijn. Zijn buurman is mij komen wekken, daar ik juist “ sergeant van dag” ben. Ik stap dus, den braven Caron ondersteunend, door de hol klinkende straten van L’Isle-Jourdain, enige levende die in den schijn van de maansikkel nog buiten zijn. Het hospitaal is gemakkelijk genoeg te vinden, maar er binnen geraken, vraagt wat meer inspanning!

Eindelijk, wanneer ik al begin te vrezen dat ik heel de wijk wakker gemaakt heb, hoor ik de brede halldeur openen en iemand komt, sloffende op te grote pantoffels, de grendel, van de voordeur wegschuiven. “ De infirmier!” Hij schijnt het mij heel kwalijk te nemen dat Caron ziek werd en de nachtrust komt storen. Gelukkig is er weldra een andere soldaat, zelf in verpleging, die het zich nauwer ter harte neemt en de nodige “buikpijnstillende “ middelen bijhaalt.

Een infirmier of “ziekenverpleger” moest eigenlijk, natuurlijk als ’t om echte zieken gaat, een engel in… piottengedaante zijn!

          Overdag krijgen we weer onze gewone wandeling te maken. Thans echter nemen we zoals zo vaak in Mechelen, opnieuw een echte “vijand onder handen”. Enkele mannen liggen in het bos opgesteld, dat ten zuiden van de baan op Lombez, een smalle heuvelkam begroeit. Daar zij houthakkers aan het werk. Ze interesseren ons natuurlijk veel meer dan ons eigen gedoe. Ik vraag hun welke die mooie bomen zijn, op de volgende heuvelglooiing, of het soms geen “pin(s) maritime” zijn? -“Non” zegt er mij een, “ce son des pin(s) parasols!” (pijnbomen) Een mens leert nog alle dagen bij!

                              

          Van Den Bulcke is niet mee, deze morgen, die heeft het middel gevonden om niet meer deel te nemen aan de gezamenlijke oefeningen en speelt maar liever hoeveknecht. Hij heeft nog enkel broek en schoenen aan en staat nu van ’s morgens tot ’s avonds onder bevel van… Armand Burger! Hij mest de koeien en ook de stier, een ontzaglijk stuk vee, hij gaat er reeds met de paarden opuit gelukkig een paar zachte dieren, hij rolt en egt, enz. Hij leeft dan ook opkosten van zijn nieuwe baas, behalve voor wat zijn soldij betreft! (Die krijgen we in Franse munt, werd ons beloofd, met vanzelfsprekend, de verhoging wegens de wisselkoers.) Ik denk dat er veel Van Den Bulcke benijden, want Burger ziet niet op een paar liter wijn. Hij vertelt dat hij zelf er in de oogsttijd, tot 12 à 15 liter per dag nodig heeft!

          We trekken er dezen namiddag met een heel groepje ook op uit naar Burgers akker. Hij wil maïs zaaien maar eerst moet het onkruid uit de weg. Ik heb er nog nooit zoveel bijeen gezien! Er waren er tientallen hopen van wel een man hoog. Toen we nog maar half gedaan hadden met ons wieden stapte Burger al met de zaaizak over het onbewerkte veld en strooide met kwistig gebaar zijn maïs uit. Boeren op zijn Frans!

Het komt er niet nauw! We kregen natuurlijk onze glazen wijn te drinken. Burger had een kruik van 7 à 8 liter meegebracht en we waren met ons achten! Restjes naar huis meenemen doet hij nooit!

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelde





Deel II     van 21ste dag donderdag, 30 mei    

Bij het naar huis komen valt het ons op hoe het hier woekert van “coloradokevers”. De kinderen lopen in de avondkoelte door de aardappelvoren met een lege conservendoos in de hand, die spoedig wemelt van dat ongedierte. Ik zag voor het eerst hoe het er hier mee stond toen een van de kinderen met een fles water stond te spelen waarin wel honderd volwassen kevers verdronken waren. Dat de aardappelen ons schaars toegemeten worden omdat ze 2 fr. en meer het kgr kosten, zal daarin wel zijn reden vinden! Sinds een paar dagen is ten andere al ons eten gerantsoeneerd. Brood wordt ’s morgens aan elke sergeant uitgereikt en die moet dan zijn mannen bedienen. Ik heb gelukkig in Brugge een goed stalen mes gevonden, zonder hecht. Ik heb er hier een hecht voor gemaakt en het is een spelletje, zelfs door de hardste korsten heen, de vijftien stukken gereed te snijden. Petit staat altijd bij en speelt de brokken wit zuur brood droog naar binnen van als hij ze in handen krijgt.

           Om ons goesting te kunnen eten zijn we verplicht regelmatig uit winkelen gaan. Vleeswaren zijn echter niet veel te krijgen. De rantsoenen die we in de keuken bekomen zijn ook maar de schaduw van wat we in het kantonnement te St. Mariaburg verduwde, tijdens de mobilisatie!

            Wie veraf gelegerd ligt, langs de baan naar Lombez, moet er natuurlijk niet aandenken, twee, driemaal op een avond in het stadje te gaan winkelen. Doch er zijn tekens die er opwijzen dat ook de mannen hun plan kunnen trekken. Er komen hier dagelijks drie of vier voorbij in het mooiste kleurige koetsje van heel de streek ze hebben er een heel hups paardje in gespannen en heel ’t gedoe zou nog voor een generaal niet mis staan. Een andere “ equipage” legt nog veel langere rit af.

Een oude huurkoets met openklappende treeplank Het gaat er nog plechtiger aan toe dan voor een grijze “douairière”(weduwe van hoge stand) telkens de sergeant wil uitstappen! Of er gelachen en gespot wordt!

Vanavond wordt er, in de avondkoelte, een voetbalmatch gespeeld, met de adjudant zelf in een van de ploegen. Of zijn tegen ploeg er schik in heeft om punten te maken! Ploeg adjudant lijdt dan ook een schitterende nederlaag!

            De worstellessen van Petit, die in Mechelen op zulke brutale manier werden onderbroken, hebben hier in de weide hernomen eveneens op dekens. In de kazernekamer was het operatieterrein beperkt door muren en bedden en wapenrek, maar hier rollen de tegenstrevers van de dekens af over het gras, soms tot vlakbij een koe die er dan met een zotten sprong vandoor loopt. Ik zelf neem het soms op tegen Franssens, een vent van 1,80m, maar die mannen zijn zo jong amper 19, dat u ze, mits u hun aanvangsgeweld kunt doorstaan, later stilaan kunt uitputten en vloeren. We zijn beiden even blij als het uit is. Eens duurde het twintig minuten vóór Franssens er lag. Of we zweten onder ons zomervestje!

 

 

 

 

 

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelde

22ste dag: vrijdag, 31ste mei:      

 

Er is sprake van uitgangsverbod, vanaf zondag aanstaande. De gemoederen raken ten andere stilaan aan ’t gisten. Luitenant Van den Berghe, een vriend van Rafaël Renard, van Rollegem, verklaard, zegt men, ronduit aan zijn mannen: “ We vechten niet voor Frankrijk noch voor Engeland!” dat moet ze natuurlijk geen tweemaal horen!

             In ons peloton zijn twee soorten mannen: Peretz, bvb, een jood, is er natuurlijk voor te vinden dat er gevochten wordt. Hij heeft een geweldige schrik en een hartsgrondige afkeer voor den Duits! Best te begrijpen! Andere verklaren maar steeds: “De Koning vecht niet meer, wij gehoorzamen aan de Koning!” Die vlaag van gehoorzaamheid is vanzelfsprekend maar opgekomen sinds gehoorzamen betekend: “ De wapens neer!” Ik vergat nog een derde categorie waartoe een onlangs in Mechelen bij de compagnie gevoegde korporaal een “volontaire de gamellen” behoort die op niets anders denken dan op de goede “pinard” en de sterke “Picon” en die regelmatig in hun stro komen gerold, om hun roes uit te slapen.

            Vandaag voel ik keelpijn. De oorzaak is niet te ver te zoeken. In de weide liggen worstelen tot het donker wordt en er dan zitten redekavelen tot uw ogen toevallen, dat kan zelfs iemand die door die door buiten slapen gehard begint te worden, niet lang ongestraft volhouden! Ik vraag dan maar het visite onmiddellijk, krijg wat pastillen mee zonder veel hoop op beterschap. Tegen de avond kan ik geen woord meer op hoorbare wijze uitbrengen. Het “ brullen” van bevelen zal de adjudant wel moeten een tijdje zelf aanvatten. Burger is gewaar geworden dat ik verkouden ben en staat er op: “ Vanavond komt ge bij mij een “grog” drinken en morgen bent u genezen”

           Deze namiddag zaten we in de weide kaart te spelen, toen we opeens vliegtuigengeronk van uit het westen hoorden naderen. We zagen een zware bommenwerper tamelijk hoog in de helder – blauwe lucht en trachten te vergeefs te ontdekken of dat nu een Duitser een Engelsman of een fransman was. Sommige werden ongerust en raden aan, maar onder ons afdak te vluchten!

          Deze avond, bij het terugkomen van de keuken ( ik heb me voor 1,50 fr! een teloor gekocht in L’Isle-Jourdain) vinden we een geelgroene hagedis van wel 30cm lang en meer dan een duim dik. Ze werd waarschijnlijk door een steen gedood. We zijn er niet al te gerust in, niemand durft ze aanraken, wellicht leeft ze nog en sommigen spreken van giftige soort enz.



                                         

        In de weide hebben we een nieuw spel uitgevonden. Daar groeien in de hoek naast de mestput een soort wilde wortelen met hoogopgeschoten stengels. Ze zijn hol en door knopen in vakken van een voet lengte ingedeeld. Nu is het een hele kunst om 7 à 8 van die stukken op verschillende lengten zodanig te snijden dat u er de noten van het gamma kunt op blazen. Er klinkt weldra een oorverdovend dooreen gewarreld van lage en hoge klanken dat er horen en zien bij vergaat! Overal zitten er te kerven en te blazen, hier is er al een aan de sol, daar klinkt reeds de hele toonladder, maar met nog 3 à 4 valse noten!  “Soldaten zijn grote kinderen!”.. Vindt Janssens. Of hij gelijk heeft! Doch wat hebben we hier anders te doen? Als we dan toch beslist zijn, niet te vechten voor de Fransman, noch den Engelsman, dan moeten we er ons toch niet op voorbereiden?

          Als het donkert, gaan we dus de “ziek” sergeanten, Verhoeven, Van Rooy en ik, naar Burgers keuken, waar de radio al op Zwitserland ingeschakeld staat. De Duitsers winnen maar steeds terrein, vooral daar de geallieerde troepen belemmert  worden door de stroom vluchtelingen uit België en Noord Frankrijk. Burger heeft echter niet veel lust om naar de radio te luisteren! Hij is met de fles “Armagnac” voor de dag gekomen en maakt nu vier sterke grogs klaar. “Armagnac” en grogs zijn immers ook goed voor niet zieken! Met warm suikerwater en veel “Armagnac” roert hij in vier grote tassen een drankje dat de neuszenuwen meer dan prikkelt. Hij strijkt dan met een brandend stekje over dat goedje waar op een subtiele blauwe vlam boven de tassen walmt. Uitgeblazen en gedronken…Een ogenblik zien we noch Burger noch tas meer, zo geweldig slaat de “ Armagnac geest “ ons naar de kop. We staan alle drie met tranen in de ogen. Als we dan weggaan om, zwetend uit alle poriën, ons strolager te gaan vervoegen, zijn we blij ons plaatsje te vinden. Burger is niet gewoon, geloof ik, Belgen met zijn grogs te genezen. Hij heeft de dosis voor een Zuid -Franse wijnkeel toegepast!

           Ik weet niet dat ik die avond inslaap gevallen ben. Ik weet zelfs niet eens, dat ik mij neergelegd heb!... Ik herinner mij vaag dat ik aan onze “Stropoort ” gekomen bij me zelf dacht: “ Als ik morgen nog wakker word, dan ben ik genezen, doch ik kan evengoed niet meer wakker worden!...



Reageer op dit bericht

gesneuvelde

23ste dag: zaterdag, 1ste juni 

Er is bepaald slechte wil mee gemoeid, schijnt het. De mannen zijn ’s morgens veel te laat wakker, het morgenappel en – rapport worden meestal verwaarloosd, kledij en wapens zien er alles behalve netjes onderhouden uit, nooit worden de schoenen geblonken, enz., enz.

De adjudant bijt ons dan ook toe, beslist: “ Het moet veranderen!” De generaal, schijnt het, zal de gegradueerden die hun plicht niet doen, naar het front sturen! Als hij echter denkt dat hij ons daarmee zal zoet houden!

Aan ’t front krijgt ge eten en ge zij er vrij en er is kans eventjes door de lijnen van de Duitsers in België te geraken, enz. ’t Is echter te vrezen dat wij na een halve dag front niet weinig zouden verlangen naar L’Isle-Jourdain  weer te zien!

         Er hangt in de stad, aan de uitstalramen van enkele winkels een proclamatie van de generaal waarin hij betreurt wat op 28ste mei gebeurd is en waaronder hij besluit met: “ Vive la France!” Is hij nu overtuigd van wat hij allemaal zegt of doet hij het enkel voor ons welzijn, om de mensen hier beter te stemmen ten onze opzicht, we weten het niet, maar toch zijn we gloeiend kwaad op dat stuk generaal! “ Dat hij zelf vecht, hij is er tenminste dubbel en dik voor betaald geworden!”

         Vandaag is er hier ook op de hoeve een “ Coup de théâtre “ voorgekomen. De boer is zijn beklag gaan doen bij de kapitein, dat er allerlei eetwaren verdwijnen sinds een paar dagen: eieren, wijn, kiekens en ik geloof ook dat er duistere dingen gebeuren. In de schemering is er soms zulk een gefladder van vleugels en zoveel angstgeschreeuw van in het nauw gedreven kiekens! Het verwondert mij niet dat Burger iets ontdekt heeft. Dat er mannen zijn die weten waar de wijnvaten liggen is al voldoende om veel meer te veronderstellen! En bij wijn horen toch eieren,  De minst scrupuleuze vinden het ten andere niet zo erg, van de eieren. De kiekens eten toch de afval uit onze gamellen! Dan mogen wij wel eens iets terug … krijgen!

            Deze namiddag is er “ echte inspectie “ van de wapens. Gewoonlijk wordt ze wel aangekondigd doch enkel in de hoop dat ze dan ten minste iets zullen doen. De mannen vragen echter, brutaal weg, wie hun de nodige vodden zal geven? Velen proberen het met papier. Ditmaal worden, gezien de al te “schitterende roestvlekken” vele namen opgenomen, doch wat zegt ons hier nog arrest, waar geen wel omschreven kwartiergrenzen bestaan en waar dan ook de controle zo moeilijk valt?

 

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten