Naar de inhoud

Rollegem blogt ...

Categorie: gesneuvelden

gesneuvelden



  

46ste dag: maandag, 24ste juni.

Spijts de consigne ga ik van als het kan even de stad in. Er werd geplunderd volgens de regels der kunst. Waar de deur weerstond werden de vensters geforceerd.

In een kappersalon, een mode-instelling! Vind ik nog een ganse doos “Gibbs-sticks voor de baard.

Ik steek een van de twaalf op zak, dan word ik niet als “Pflünderer erschossen” zoals mij op aanplakbrieven ten allen kante beloofd word. Ik kan ook de weelderige begroeiing van mijn kaak en kin laten zien als verontschuldiging. Ik zoek iemand die mij kan of wil scheren en vind weldra in een leeg hotel een Franse vluchteling die samen met zijn vader een potteken aan het koken is. “aux frais de la princesse”  Of die vent mij “kan” scheren weet ik niet, maar hij “wilt” toch. Hij heeft een “Gillette” bij en ik zeep mij dus goed in. Ik was al eens het slachtoffer van een Franse kapperbeul, en dan nog wel een vrouw, in 1939, doch ditmaal gaat het alle paal en perk te buiten. Ik bloed wel uit twintig snij- en scheerwonden, betaal twee frank, wat toch maar op tien centiem per wonde komt en neem me vast voor, nooit meer vrijwillig in handen van een zo een “schreper” te vallen! Doch de baarden geschiedenis zal gauw vergeten zijn want er is beter nieuws. Treinen vertrekken in noordelijke richting, dus nader België toe. Janssens en ik gaan even tot in de statie. Het “krioelt” er van vluchtelingen en Belgische en Franse troepen. Doch we voelen niet lang goesting om met zo een trein naar huis te rijden. Platte wagens, overbevolkt, een locomotief die ze nog moeten van water voorzien. Het zal nog iets anders worden dan Brugge- L’Isle-Jourdain! En hoeveel bruggen zijn al hersteld? En waar zal al dat volk aan eten geraken? Konden we maar weer een fiets of zes bemachtigen! Of liever vier, want Keulemans de onuitputtelijke heeft weer eens zijn talenten ten toon gespreid. In ons huis vond hij twee afgedankte fietsen die hij echter met wat hij overal bijeenscharrelde heel goed bruikbaar heeft gemaakt. Ze werden ten anderen ter gelegenheid van een onzer waterreizen al geproefd!

                                      

En hier valt ons dan plots een hemelse dauw in handen. Vier Belgische piotten zijn met elk een goede fiets de statie binnengekomen en willen nu per trein verder. Als we mogen, krijgt gij onze fietsen! Wij helpen dus smeken en parlementeren bij “bemanning en passagiers en eindelijk mogen onze vier inschepen. Wij delen hun maar onze bezwaren tegen deze reis niet mee, integendeel, we weten er niets dan goed van te voorspellen! En zo stappen we dan triomfantelijk, aan elke hand een fiets, de straat op. Een burger wil er ons ene ontfutselen, we leggen hem uit dat we eigenlijk met ons vieren zijn en hij laat ons gerust. Die politieagent daar, die krijgt een goed gebed voor zijn eeuwige zaligheid als hij ons niet aanspreekt. Hij doet het doet!..

Wij brengen de vier paarden in veiligheid, namelijk in de diepe kelder die we gisteren ontdekten. Zie zo onze garage staat vol!

Het trof, me daar in die statie, hoe de mensen onverschillig geworden zijn voor het gevaar. Een vrouw zat op een kist en toen ik haar deed opmerken dat die vol brandbommen stak, die ten anderen goed zichtbaar waren, was zij niet in het minst verwonderd of bevreesd. Een week geleden zou ze wel met een gil opgesprongen zijn!

Zo bezitten we dan weer zes fietsen die zelfs beter zijn dan onze andere. Het is dien avond een echt parlement dat in ons achterplaatsje vergadert. Niemand vreemds wordt binnengelaten zelfs een jongen uit het Antwerpse, die sinds enkele uren bij ons groepje tracht aan te sluiten, wordt onbarmhartig buiten de besprekingen gehouden. Hoe meer volk, hoe meer gevaar dat onze ontvluchtingpoging mislukt.

       

                                    

Reageer op dit bericht

gesneuvelden



                            

                             47ste dag; dinsdag, 25ste, juni.

 

Vandaag, als ’t God  en de “Fritsen” belieft: ontvluchtingdag! Alles bijeenverzamelt wat we bezaten, ondermeer ook wat we hier rechtover in de kazerne vonden. We mogen al weer eens om water, als “Dolmetscher” mag ik nogal een en ander buiten het reglement verrichten en zo bepakking in onze kelder vervoeren. Er is onder ander een fijne wandelstok bij waar binnenin een soort metalen matrak steekt waarmee ge ingeval van nood mooi werk zou verrichten. Tegen avond weer eens beraadslagen. Een paar mannen aarzelen nog, doch andere drie hebben deze namiddag de “Picon” nogal aangesproken en zelfs de “Berger”, en die stemmen voor ontvluchting, zich van geen gevaar bewust. Al ben ik zelf nuchter, toch verklaar ik ook ronduit tegen de twee die aarzelen:”Doe wat gij wilt, ik probeer het”. En meteen gooi ik al de ransel over de schouders en maak hem vast. Dit geeft bij de twee de doorslag. Dat een nuchtere het ook aandurft is een teken dat het misschien wel zal gaan!

We staan daar dus met onze ransel op, te zien van door het venster of de schildwacht niet een ogenblik rechtover de kazernepoort zal wegtrekken en zodra hij dat doet vertrekken we er van door., twee van ons met een fiets aan de hand en wij allen beladen langs voor en achter. Het grootste gevaar komt van de andere Belgen die aan de deur een luchtje staan te scheppen. Ze vinden het natuurlijk vreemd dat wij er zo opuit trekken en roepen tallenkante:” Waar gaat ge naartoe?”

Die stommeriken, straks komt de schildwacht er op. Ik antwoord haastig:”Er zijn beestjes daar vanachter, wij gaan ergens anders wonen waar het beter is”! Ze schijnen dat onder elkaar te bespreken en wij wachten niet om te vernemen of ze het geloven! Ik zeg tot de mannen:” Niet lopen, dan schiet de eerste de beste Duitser die ons bemerkt! En als ze roepen, onmiddellijk stoppen of ze leggen ons neer!”

Een paar minuten verder staat een auto, als we daar maar voorbij geraken, dan is er al wat minder kans dat ze ons nog zien. Minuten van angstige spanning, ons hartje klopt en we zweten er van, eindelijk zijn we achter dien auto en nu is het de straathoek die onze volgende etappe afsluit. Als we daar eenmaal achter verdwenen zijn, jubel ik het uit:” Wij zijn al voor 50% gered!” Ja, nu zouden we al mogen lopen, maar we blijven voorzichtig. Eindelijk nog een straathoek en weldra zijn we aan onze fabriek met onze garage. Ongelukkig ben ik met mijn mooie wandelstok, ik breek hem bij een eerste poging om mijn paard te bestijgen. Op ons dooie gemak, om nergens achterdocht te verweken, rijden we de poort uit, de baan naar “Bazoches” op. Het zal nu wel 100% zijn dat we gered zijn. Niet te gauw jubelen! We zijn drie kilometer ver af, daar hebben we het al. Een soldaat staat midden de baan met de armen wijd open:”Stoppen!” Werkt de telefoon dan al en heeft deze kerel bericht gekregen dat wij ontsnapt zijn? Doch wat een blijde verrassing als hij ons vraagt:” Hebben sie noch etwas zu eisen?”- “Nicht all zu viel” antwoord ik maar. En hij reikt ons a.u.b. een paar grote dozen sardienen met een brood van een kilo! Nu worden we warempel nog gevoed door hen die we bedrogen. Ja, hoe lelijk hebben we onze feldwebel er in gekregen! Wat zal die morgen vroeg naar zijn “Dolmetscher” staan zoeken? En de Waalse luitenant?

Oei, oei, oei, daar komt nu achter ons een moto aan. Ik zie even om, een Duitse helm en regenmantel! Nu zijn we er aan? En hij valt stil als hij vlak voor ons is en doet ons teken te stoppen.

Wij geven ons nu toch zeker verloren, die kerel komt uit Orleans en weet alles van onze vlucht. Hij haalt een briefje uit zijn zak en…” Können si emir das ubersetzen,” Hé, het is een Frans bericht over een zieke vrouw ergens in een dorpje langs de baan. Ik vertaal hem gauw heel de zaak en hij is weer weg.

Wij zullen het vanavond niet lang trekken, morgen zullen we met minder gevaar reizen, dan zullen ze ons zeker niet meer zoeken. In Baclas, een paar uur voor Etampes vinden we een hoeve waar tientallen burgers een onderkomen gezocht hebben. Wij zijn liever alleen in het schuurtje maar daar boven op het stro liggen al twee mannen. Het is hier zaak, morgen onze fietsen nog terug vinden. We sleuren ze dan maar mee naar boven en liggen er om zeggen bovenop, niemand zal er mee gaan lopen of hij maakt ons wakker. Niemand is meer wantrouwend dan die zelf zijn bezit niet helemaal op regelmatige wijze verkreeg!

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelden



                                            

48ste dag: woensdag, 26ste Juni.

 

 

Nu kunnen we ons weer eens lekker wassen bij de pomp. In Orléans kostte water te veel werk om er lustig mee om te gaan! Flink gegeten ook en dan naar Etampes. Er valt te schuilen voor de regen, want als we onze dekens en ransels laten doornat worden dan voeren we 10 kilogram mee naar België. Etampes werd lelijk gehavend. Caron en Janssens blijven wat achter en wij doen maar voort. Doch eindelijk worden we ongerust daar we ze niet zien achterkomen. In een bos stoppen we, terwijl de Duitse wagentjes het noorden al weer intrekken. Het zijn “sudeten”, vertellen ze mij en nog drie weken en ze zijn in Londen! Wij zouden het geloven, zo zeker zijn ze er van! En die Caron en Janssens blijven weg! We eten dan maar eerst en zoeken even in het bos af naar verderen voorraad. Hier werd een slag geleverd, overal liggen wapens en munitie, een paard ligt met opengescheurde buik terwijl de wormen rondom, een festijn houden.

Ik zag er nog nooit zoveel samen, krioelen doen ze, één tapijt van grijze, witte, vette vleeswormen, bijna zo dik als een potloot! We kunnen daar echter rustig zitten bij eten! Wat een school we doormaken sinds enkele weken!

 Eindelijk zijn onze achterblijvers daar en sakkeren dat wij hen zo maar in de steek lieten. Doch de vrede is gauw hersteld als we hun tonen dat wij niet werkloos geweest zijn. Verschillende dozen vlees lagen nog ongeopend tussen al den rommel in het bos Honderden andere werden echter doorboord om ze voor de Duitsers onbruikbaar te maken. Een geluk voor ons dat ze er enkele zo lieten. In “Longjuneau” , staat er me daar weer een vent met de armen te molenwieken:”Halt! Hier in de garage moet ge wachten tot een camion u naar Parijs brengt!” Boef! Zo ver is het weer! En zo zitten we hier uren en uren te wachten! Van tijd tot tijd komt wel een camion voorbij maar die is ofwel volgeladen ofwel moet hij niet ver genoeg! We trachten dan maar de schildwacht te overhalen, om ons te laten verder reizen. We hebben immers eten en vervoer! “Nein”, zegt hij, “warten”!

We zoeken dan maar de garage af en vinden in de keuken wat suiker, voor elk een paar kilo, die zal ons beter te pas komen dan den “Friz”. Ook “Michelinkaarten” zullen voor onze verdere reis van nut zijn. Zo met onze eetketels vol suiker en kaarten van Noord-Frankrijk op zak, trachten we van de schildwacht toelating los te krijgen om verder te fietsen. Het is echter maar wanneer deze wordt afgelost dat we de nieuwe, die het zich zo erg niet blijkt aan te trekken, mogen weg gaan.

Hij gelast ons een eind verder naar een “Sammlungslager” te gaan om een “Schein” waardoor we zullen toelating hebben om verder naar huis te reizen. We nemen ons echter inwendig vast voor, geen grijzen vrijwillig in de armen te lopen!

Om Parijs heen, want in de stads mogen we niet binnen, komen we tot bij “Gonesse”, dicht bij de baan naar “Peronne” en “Arras” en zoeken bij een boer naar slaping.(slaapplaats) Geen middel, zegt hij en wij druipen het dus maar af doch als we langs zijn hangaar rijden denken we: ” en waarom hier niet?” Bij nader toe zien bemerken we er ten andere al een hele familie met paarden en wagen . En schijnt niet veelplaats meer over te zijn maar daarboven op het ongedorste graan is er nog.

Het is natuurlijk niet mooi van ons, zo op de aren te gaan slapen en zodoende het graan te doen uit ruizelen, maar waarom liet hij ons niet in zijn hoeve een hoekje bezetten. Hij verdient niet beter, oordeelt Keulemans. Het is natuurlijk een hele kleuterpartij om met heel onze trein fietsen daar boven op het stro te gereken, maar beneden mogen ze toch niet blijven, wat? De mensen die daar bij hun vuurtje zitten te avondmalen nemen het ons ten andere niet kwalijk dat we hen schijnen te wantrouwen, ze wantrouwen zij ons ook allemaal! Zo slapen we dan maar voor de eerste en wellicht de laatste maal van ons leven op graan a.u.b., dat later, wie weet, voor ons eigen brood zal moeten dienen!


Reageer op dit bericht

gesneuvelde



49ste dag:donderdag, 27ste juni.

 

 

Vandaag komen we in de streek en op banen die mij tamelijk bekend zijn . 3Jaar geleden reden wij, een kameraad en ik, naar Parijs en nu herken ik weer de dorpen waar we toen door kwamen.

Van Hoyweghen heeft vandaag geen geluk. Eerst heeft hij bandbreuk en wat later krijgt hij met zijn ketting te maken. Op een soort kasteelhoeve, waar niemand meer thuis is, zoeken we alles af naar fietsgerief en onderdelen. We vinden al heel weinig, een beetje eetwaren, maar verder niets dat ons kan dienen. Toch geraakt die fiets in orde, in onze omstandigheden moet ge zo een beetje meer kunnen dan anders.

Wie ons dat kleine ongeluk bezorgde, daar pas, toen Van Hoyweghen, die zijn fiets bijna aan splinters zag rijden door een voorbijrazende auto werd geraakt? Belgen a.u.b. die in volle snelheid naar huis zwieren. Van je eigen landgenoten moet je het hebben!

In “Pont St Maxence”, waar de brug over de “Oise” werd opgeblazen, liggen de paardenkrengen nog tussen de betonblokken in het water. Het is helemaal een oorlogszicht, wie weet hoeveel mensen hier ook het leven bij lieten.

Honger en dorst beletten ons, onmiddellijk over de “Oise” verder te reizen, we hebben nog wat brood en chocolade, maar drinken ontbreekt. Dan maar de hotels afgezocht en in een kelder vind ik goede wijn, de kraan zit gereed in het vat. Het is wel pikdonker, maar om te smaken of het goed is, hoeft ge geen klaar te zien. Wij zijn niet al te gerust bij het buitenkomen, de Duitsers verdragen niet dat er wordt “gemaust!” (stelen) er is echter geen onraad en we stromen opgeruimd met de vluchtelingen mee over de noodbrug naar het noorden.


                   

De Duitsers die we ontmoeten hebben er allen goede moet op “Sudeten” ( bergketens ca. 300km lang, tussen Elbe en Oder  op de grens tussen polen en Tsjecholowakije,  daar leeft een Duitse bevolkingsgroep de rand van de Bohemen en Moravië) wijzen mij het noorden: “Calais” zeggen zij, “Und dann Londen”! Van een kok krijgen we een paar broden met elk een doosje “Sudetenkaas”. Het kan ons niet schelen van waar hij komt, als het maar eten is.

Als de avond valt, komen we in “Peronne” aan. In de stad gaan slapen, daar voelen we niet veel voor en we zoeken maar liever iets buiten. Een verlaten kamp in een grote weide zou ons wel van pas zijn. Doch is dat hier helemaal verlaten. Rechtover bellen we aan bij een paar oude lieden die ons ten stelligste verzekeren dat niemand daar komt slapen. Wij de barakken binnen. Hemeltjes lief, hier zijn we er toch op gevallen! Bedden met echte, zachte matrassen, op de tafels liggen hele en halve Duitse broden, ik vind een “Katholische Fedgesangbuch” er zijn dozen bonen, nog onaangeroerd, kortom, het is meer dan wel. Wij avondmalen zoals we het in lang niet meer deden en slapen als prinsen!

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelden



50ste dag: vrijdag, 28ste juni.

Er is geen twijfel meer. Dit is onze laatste dag, vanavond zijn we thuis. Er vallen nog amper een honderdtal kilometer af te leggen en we zijn op van vóór zes uur. Ik sta er echter op dat we eerst flink morgenmalen.

Na het wassen, aan een van de pompen zetten we ons aan een troepentafel, onze laatste wellicht voor lange jaren en eten als wolven. Ik wist niet dat het mogelijk was dat een man, gans alleen, een doos conservenbonen, koud, zoals ze er uit komen, kon naar binnen spelen. Het is dan ook een goed verzadigde rennersploeg die even voor zeven uur de stalen paarden bestijgt en blij is het kamp vaarwel te mogen wensen!

En hier komt dan het ogenblik dat wel komen moest.0nze wegen  moeten scheiden. Ik zou wel kunnen met de vijf andere meerijden, tot St Ghislain of beter Quievrain, maar dat verlengt mijn reis en ik zou graag even in Rijsel (mijn) familie gaan groeten. We stappen dus af, even buiten Peronne, waar de nationale baan N17 Parijs-Cambrai, enz. de baan N37 ontmoet, die over Bapaume en Arras de rechtse weg is naar Rijsel. Het afscheid duurt niet lang, er is wel een tikje weemoed omwille van een mooie kameraadschap waaraan thans een einde moet komen, doch  na een belofte elkaar spoedig te schrijven, met de hoop op een later weerzien, bestijgen we weer onze trouwe fietsen en ik neem de linker baan, terwijl mijn vijf Antwerpenaars weldra uit het gezicht verdwenen zijn.

Een peloton infanteristen gaat mij voorop, ze stappen lustig zingend over den gladden macadam, ik blijf er een hele tijd achter. Wat is het toch soms een mooi gezond leven, dit van een soldaat, denk ik bij mezelf.

Doch waarvoor kunnen we morgen of overmorgen of over een paar weken niet staan, ergens in een veldslag, ’t zij hier, t zij in Engeland?

Zullen ze dààr wel levend geraken? Ze zijn nu aan het fluiten zo een fris en vrolijk muziek is dat in de blijde morgen!

In Lens stap ik even af om bij een haarkapper mijn baard te verkopen! Ik wordt er bezien als een eigenaardigheid, met mijn mengelmoes van allerlei uitrustingen en met mijn kleine damesfiets. Een vrouwtje vraagt mij, een brief voor haar te willen posten, in België en hiervoor krijg ik een ferm glas wijn, heel wat anders dan wat we de laatste dagen meestal te drinken hadden.



                  

In Rijsel nog allen gezond en ook niet weinig verwonderd mij te zien. Als ik, tegen zeven uur of zowat, Moeskroen bereik zijn er hier en daar een paar kinderen uit de school die hun ogen niet kunnen geloven als ze me in zulk een verkleding zien voorbij fietsen. Thuis werd ik ontvangen als uit een andere wereld teruggekeerd.

Als ik hun vertel dat wij, Janssens en ik een ogenblik van zin geweest zijn, dieper Frankrijk in te rijden, naar de bergen van “Auvergne” en dat het slechts de vrees was geen eten te zullen vinden, die ons weerhield, dan vinden ze, dat we toch wel harteloos zouden geweest zijn. Wie weet, zei Janssens echter dikwijls of we nog ooit zulk een gelegenheid zullen hebben?

Hier eindigt dus het relaas van vijftig bewogen dagen, gedurende de welke sterke vriendschap werd gesloten, veel vreugde genoten, nu en dan gevaar gelopen en ten slotte veel geluk gehad in de beslissende ogenblikken.

 

Reageer op dit bericht

gesneuvelde

Ons interesse was nu nog meer open gesteld, We wilden er nog meer over kennen We stelde het open aan heel de wereld. We lieten onze ogen vallen op alle mogelijke media om iemand te terug te vinden.

Op enkele dagen tijd kwamen reacties: Albert Veiller een kranige man van zeven tachtig belde op met het relaas. Hij was opgeroepen naar Roeselare. Hij was eveneens in L’Isle-jourdain en hij kent de heer Burger en in augustus 2007 gaat hij naar L’Isle-Jourdain,

Er zou daar nog altijd een groepering bestaan onder de leiding van J.P Candet Lomtient belle vue 32680.

Het 57ste = 7de ligne regiment

Er zou een schandelijke smet(schandaal) hangen boven wat de regering welke toen verbleef in “Vichie” de Belgische krijgsgevangen zouden moeten werken voor de franse troepen. Zij moesten in het noorden gaan werken de troepen wisten niet wat ze doen moesten

Er zou een boek bestaan geschreven door Kononel Jamart.(Jean Janmar)(in het Frans) over L’Isle-Jourdain.

Hij sprak over kwartier Elisabeth, Everen in het jubelpark het legermuseum.

Het zou normaal geweest zijn dat de Belgische troepen Frankrijk binnen trokken dit zou het scenario 14/18 geweest zijn.

Ik plaatse een oproep, op 8 juni 2007 met de volgende tekst:

Ik “Sergeant bij het 57ste in de kazerne van Mechelen op 10 mei 1940 (uitbreken van de tweede wereldoorlog) vertrok naar L’Isle-Jourdain aan de voet van de Pyreneeën per trein bij een Zwitserse boer waar wij gekazerneerd werden bij Armand Burger.

Volgende manschappen waren bij mij, Kortleven(kapitein, korpsoverste) hier werden al de namen vermeld, waar van een met voornaam Gustaaf Keulemans.

Op dinsdag 6 november op

Een nieuwe oproep werd geplaatst in Okra februari 2008,

Volgende antwoorden kwamen er op af;

Fred Bonaers uit St-Truiden hij was in het leger gepensioneerd en was helikopterpiloot.

Hij heeft ook een dagboek en gaat later contact nemen we zijn nu 1 februari 2008

Hij kent: “Kortleven” in de streek van St-Truiden.

 J. Eeckhout-Bill 91 jaar  vertelde aan de telefoon op 31 januari 2008 dat ik contact moest opnemen met DeKuipere , de man houd zich bezig in de streek van geluwe met Oorlogsopzoekingen en woont in de Wervikstraat nr. 22. Hij kent een zekere Roger Verbeke en gaat er contact met nemen in verband met mijn oproep.

Indien u hier meer over weet en je wil ons helpen deze mensen te zoeken mail ons!

Reageer op dit bericht

gesneuvelde

 

Er werden te Rollegem 154 mensen Gemobiliseerd Wie kent ze wie heeft er foto’s van

 

 

 

 

 

 

  1 Baert Camille                                Krijgsgevangenen                                                                                             

 2 Baert Noë- Julien

 3 Balduc Richard

 4 Barbe Medard

 5 Bauwens Gerard                          Krijgsgevangenen          

 6 Beaucarne Daniël: Rollegem 20/6/1913, Kortrijk 13/11/1998 Krijgsgevangenen gehuwd        met Maria Scheirlynck

 7 Beaucarne René : geboren te Rollegem 16/1/1904. Overleden te wevelgem op 16/1/1990        Krijgsgevangenen. Hij was gehuwd met Anna Lecroart.

 8 Brouckaert Gaston

 9 Callens Maurice . geboren te Rollegem op 31/3/1919 en overleden te Kortrijk 26/2/1996        Krijgsgevangenen. Hij was gehuwd met Nicole Lippens.

 10 Castel Marcel : Geboren te Rollegem op 2/8/1914 overleden in 1971.Op het ereperk rij 4.

 11 Castelain Maurice

 12 Castelein Michel: geboren te Rollegem op 28/6/1910, overleden te Kortrijk op 9/3/1967          Krijgsgevangenen gehuwd met Laura Decock . ereperk rij 4

 13 Christiaens Nestor

 14 Christiaens Germain                   Krijgsgevangenen

 15 Corcelles Angelus

 16 Cosaert Henri                                Krijgsgevangenen            

 17 Cossement Albert                         Krijgsgevangenen

 18 Cossement Camille- Gerard: Rollegem 21/2/1911, overleden te Kortrijk op 5/9/1985,            gehuwd met Godelieve Ghequiere Ereperk rij 1

 19 Cossement Michel: Rollegem31/5/1920, Kortrijk 4/1/1996

 20 Cossement Raymond                  Krijgsgevangenen

 21 Coulembier Marcel

 22 Debels Ernest-August Rollegem 25/10/1908, Aalbeke 12/2/1980.Echtgenote Laura Bels.

 23 Debie Alfred

 24 Debœuf Willem

 25 Decock Raymond

 26  Decraene Albert                            Krijgsgevangenen

 27  Decraene André : Rollegem 14/9/1919, Menen 13/1/1983 Echtgenote Fernade                       Vandermeiren.

 28 Decraene Emile                            Krijgsgevangenen

 29. Defans Jerome

 30 Defever Gaston

 31 Dejaeghere Aurèle                       Krijgsgevangenen

32. Dejaeghere Dyon                         Krijgsgevangenen

33. Dejaeghere Oscar: Rollegem 12/6/1914, Kortrijk 26/2/1991 Krijgsgevangen. echtegenote Laura Deprez

34. Dejonghe Noël

35. De Keijzer Odile-Cyrille                             Krijgsgevangenen

36. Dekeyser Raphaèl

37. Dekimpe Albert

38. Delanglez Germain Joseph Rollegem 22/7/1914, Kortrijk 25/7/1985 Echtgenote

     Genevève Castel ereperk rij 1

39. Delanglez Marcel                           Krijgsgevangenen

40. Deleplanque Alfred Rollegem 21/1/1911 overleden in 1975. Ereperk rij 3

41. Deleplanque Louis-Albert: Rollegem 13/11/1912 overleden in 1982. Echtgenote Julia Decaboter. Ereperk rij 3

42. Delrue René

42. Demeire Jules 

43. Demeire Henri                                Krijgsgevangenen

44. Demeyere Ernest: Rollegem 27/4/1907. Kortrijk 20/12/1992. Krijgsgevangenen. Echtegenote Rachel Dendievel 

45. Demuynck Gerard : Marke 4/2/1908 Kortrijk 2/7/1992 Anna Verfaille, Gabrielle Nuttin

46. Dendievel Maurice

47  Dendievel Valere

48. Dendievel Rafaël: Rollegem 15/11/1919, Kortrijk 23/2/2011                           Krijgsgevangenen. Echtgenote Marie-Louise Baert.

49. Derdeyn Jules                                Krijgsgevangenen

50. Derdeyn Octaaf                             Krijgsgevangenen

51. Derore René                                   Krijgsgevangenen

       52  Derweduwen Georges                     Krijgsgevangenen 

53. Derweduwen Paul

54. Desmet Gyrielle

55. Desmet Robert                                Krijgsgevangenen

56. Detavenier Robert

57. Devos Michel

58. Deweerdt Michel

59. Dewulf Godfried                              Krijgsgevangenen

60. Dierick Gentil: Bellegem 6/1/1913, Kortrijk 21/4/1998 Krijgsgevangenen Echtgenote Zulma Ysebaert.

61. Dubrulle Jerome

62. Dubrulle Maurice                             Krijgsgevangenen

63. Dujardin Leopold                             Krijgsgevangenen

64. Dumortier Julien                              Krijgsgevangenen

65. Dutry Marcel

66. Eggermont Jerome

67. Faille Omer                                       Krijgsgevangenen

68. Geeraert Alfons

69. Ghequiére Clovis

70. Ghequiére Maurice: Rollegem 26/2/1920

71. Ghijssel Georges -Jules- Joseph Rollegem 19/3/1901, Kortrijk 28/5/1971, Echtgenote Germaine Balcaen.

72. Ghijselinck Omer: Rollegem 14/10/1916, Kortrijk 31/1/1992. Echtgenote Maria Verschuere. Ereperk rij 2

73. Haemers Marcel

74. Hennion Raymond

75. Kesteloot André

76. Kindt Albert:                                       Krijgsgevangenen

77. Kindt Alfons:  Echtegenote Anna Woets . Geboren te Ingelmunster 8/9/1911. Kortrijk 25/8/2005.Krijgsgevangenen. 

78. Knockaert Benoni

79. Laebens Aloïs

80. Lampe Gerard                                  Krijgsgevangenen

81. Lecluyse Rafaël                                Krijgsgevangenen

82. Lefevre Louis

83. Lenvain Silvain

84. Lesaffre Jerome

85. Leveugle Aurèle                               Krijgsgevangenen

86. Libeer Cyrielle

87. Libeer Joseph                                   Krijgsgevangenen

88. Malisse Gustaaf

89. Martens Henri                                    Krijgsgevangenen

90. Millecamps André

91. Millecamps Gerard                           Krijgsgevangenen

92. Millecamps Gerard

93. Moerman Adolf                                 Krijgsgevangenen

94. Monserez Frans

95. Moreau Noë                                       Krijgsgevangenen

96. Nottebaere Maurice                          Krijgsgevangenen

97. Nottebaert Achile

98. Opsommer Georges                         Oorlogsinvalide 1940-1945 Vereremerkt metverscheidene  militaire eretekens

99. Pappens César                                 Krijgsgevangenen

100. Pieters Omer                          Krijgsgevangenen

101. Pieters Robert                        Krijgsgevangenen

102. Renard Jozef

       103  Rogge Georges                     Krijgsgevangenen

104. Senaeve Jerome

105  Spiessens Mauric

106  Spriet Jozef

107  Stichelbout Gerard

108  Surmont Cyrielle

109  Tant Albert

110  Tant Charles 

111  Tant Frans

112  Theijs Albert

113  Theijs Gerard

114  Theijs Hilaire

115  Vanassche Jerome

116  Vanasten Medard

117  Vandamme Hector

118  Vandenberghe Jozef

119  Vandenberghe Jozef

120  Vandenheede Gerard

121  Vanderheeren Georges

122  Vandewoestijne Jozef

123  Vanhonacker Emile

124  Vanhoutte Hubert

125  Vanhoutte Jerome

126  Vanhoutte Maurice

127  Vanhoutte René

128  Vanneste Albert

129  Vanoosthuyse George

130  Vanoosthuyse Jules

131  Vanoosthuyse Robert

132  Vanwijnsberghe Jerome

133  Velghe Albert

134  Verborg Cyriel

135  Vercamst Medard

136  Vercruysse Basiel

137  Vercruysse Jerome

138  Verdure Marcel

139  VerdureJoseph

140  Verfaille Georges

141  Vermeulen Gerard

142  Vermoortele Adelson

143  Verspeelt Leon

144  Vervaecke Maurice

145  Vervaecke Noël

146  Viaene Henri

147  Vlericq  Jules

148  Wille René

149  Wijffels Julien

150  Wyckaert Julien

151  Wyckaert Robert

152  Yzerbijt Polidor

153 Delongie Marcel Francois geboren te Rollegem op 7/6/1914 weder onder de wapens geroepen op 1/9/1939 . 22 linieregiment 6de compagnie . Ontslagen op 31/3/1941 van Stalag XVII B. Stalag XVIIB of afkorting van Mannschaftsstamm- und straflager ook wel stammlager.Was gevangenschap voor manschappen en onderofficieren. Is gelegen in Oostenrijk Krems-Gneixendorf zes kilometer ten noordwesten van Krems aan de Donau.

154  Declerck Sylvain Krijgsgevangene Vereremerkt met verscheidene Militaire       eretekens

Reageer op dit bericht

gesneuvelde

Er waren niet alleen krijgsgevangenen maar ook jongens sneuvelden in de oorlog van 1940-1945

Hier volgt hun lijst



Deprez André -Valère Hij woonde bij zijn moeder, Julienne Deprez

Aalbeekstraat 44 te Rollegem.                                                        

                                                                                         

Geboren te Ingelmunster den 20 november 1919                                                                                 

                          

 

Zoon van Remi en julienne Deprez cie. Van het 4 Lie. (1 inf. div.

Hij werd onder de wapens geroepen in juni 1939.

Vanaf februari 1940 lag het 4. Lie in de sector Hasselt aan het Albertkanaal.

 

Op 11 mei kreeg de divisie bevel zich achter de Gete terug te trekken

De terugtocht gebeurde in de grootste wanorde . Niettemin bereikten de regimenten op 12 mei de nieuwe stelling. André Maakte deel uit van de achterhoede, belast met het bewaken van de brug over de Velpe in Halen. Omstreeks 10,30 uur brak er in Halen paniek uit toen vluchtende soldaten beweerden dat de vijand in aantocht was. In de verwarring liet de nerveuze genieofficier zonder de manschappen te waarschuwen, de brug in de lucht vliegen.

André Deprez vond de dood bij het springen van de brug.

 

Gesneuveld te Haelen 12 mei 1940

 

                                

Reageer op dit bericht

gesneuvelden



                                           

Armand-Joseph Carbonné

 

Zoon van Alphonse en Nathalie Vandendriessche

 

Geboren te Rollegem 2 juni 1916

 

† Gesneuveld te Cleyt(Maldegem) den 26 mei 1940

 

Behalve dat hij op 26 mei 1940 in Klijte sneuvelde:  toen de 3de batterij door vijandelijke vliegtuigen werd gemitrailleerd.

 

er is over Armand Carbonné niets geweten,  Hij was vrij gezel.

Graad soldaat mil. 1936 .

Stamnummer 156/22046

Eenheid: 3 batterij/ 6 Artillerie regiment.

Begraven: te Rollegem

Ridder in de leopoldsorde met palm: 06/01/1947

Oorlogskruis 1940 met palm : 06/01/1947

Herinneringsmedaille van de oorlog 1940-1945 14/01/1947

 

Overlijdens bericht van Armand Corbonne, aldus de familie.

 

Hij die het kwam mededelen was een gazette drager van op de Pottelberg te Kortrijk genaamd MESURKE, hij bezorgde de familie het toenmalig boekje “Ons Land”.

Het verhaal luide als volgt; “ Armand Corbonne was gelegerd te Maldegem in een boomgaard, daar moesten ze terugtrekkende vliegers mitrailleren.

Daar ze daar weigerachtig tegenoverstonden heeft de bevelhebber zijn pistool genomen met de woorden: “ Als jullie niet schieten dan zal ik schieten”;

Dan zijn ze begonnen met vuren, een vliegtuig is terug gekeerd en beginnen te vuren, waarbij Armand in de nek werd getroffen en opslag overleed.

 



                 

Rogge Georges echtgenoot van Zosima Verhoost.

Zoon van Triphon en van Sylvie Holvoet

 

Geboren te Dottenijs den 25 oktober 1911

In 1930/1947 was hij ingeschreven, bij zijn ouders in de Processiestraat (nu nr. 47)

Hij huwde te Luinge in 1936 met Zosima, en ze gingen zich vestigen te Rollegem

Hij werd op 27 mei 1943 s’ morgens vroeg van zijn werk afgehaald, door de Duitsers, om er naar Duitsland te gaan werken.

 † Overleden als oorlogsslachtoffer te Wangeroge (Duitsland) den 25 april 1945

1949 Op zondag 13 maart werd het ereteken uitgereikt aan Alphonse, als blijk van erkentelijkheid van het land, voor zijn gesneuvelde zoon in de oorlog.

 

Emile Vanhaverbeke

 

† Bellem 25 mei 1940

 

Emile Vanhaverbeke werd op 11 maart 1908 in Rollegem geboren.

Hij was gehuwd met Rachel Duhamel .

Het gezin had een kindje, Didier

 

Behalve dat hij op 25 mei in Bellem sneuvelde, is er over Emile Vanhaverbeke niets geweten.

 

 

 

 

Lefebvre Marcel

 

Marcel-Clovis Lefebvre, zoon van Cloud en van Elise-Marie Lernouldt, werd op 4 januari 1906 in Rollegem geboren. Hij was sergeant bij de 10. Compagnie van het III. bataljon van het 10. Regiment hulptroepen.

 

Behalve dat hij op 26 mei 1940 in Mesen sneuvelde, is er over Marcel Lefebvre niets geweten.

 

 

Noë Moreau

 

† Brugge 29 januari 1941

 

Noë-Gerard Moreau, zoon van Alberic en Alida Catry, werd op 28 augustus 1911 in Rollegem geboren. Hij was korporaal bij het 33. Linieregiment.

 

Hij overleed op 29 januari in het krijshospitaal in Brugge aan de gevolgen van de verwondingen opgelopen tijdens de 18-daagse veldtocht.

 

1 reactie Reageer op dit bericht

gesneuvelden



                         

Michel Devos

 

† Te Kortrijk den 26 maart 1944

 

Michel Devos, zoon van Joseph en Julia Dewildeman, werd op13 juli 1914 in Rollegem geboren. Hij was gehuwd met Ivonna Vanden Broucke, werd geboren te Kortrijk op 31 januari 1914. Zij was de dochter van Jozef Vanden Broucke en van Clotilde Orgaer.

Michel en Yvonne waren te Kortrijk gehuwd op 6 februari 1937 en hadden zich in Rollegem gevestigd.

In 1940 woonde het jonge gezin te Rekkem (gehucht Paradijs)Ze kwamen echter in het begin van de oorlog terug naar Rollegem.

In 1943/1944 was het gezin in geschreven in de “Moeskroenstraat “ nr. 68, nu Kwabrugstraat nr. 182 te Bellegem. Het huis dat ze bewoonden was vroeger herberg “Het Breydelhof”

In 1945 verhuist de weduwe terug naar Rollegem. Het duurt echter niet lang of ze verhuisd opnieuw, deze maal vestigde ze zich te Aalbeke.

 

Yvonne hertrouwde te Aalbeke op 10 november 1951 met Prudent De Rycke, deze werd geboren te Nokere 1909 en overleed te Kortrijk 1955. Zij overleed eveneens te Kortrijk in 1998. Zij hadden had een dochter Georgette, geboren te Rollegem in 1937, ze is gehuwd met De Rycke Lucien, ze wonen te Aalbeke.

Er waren tevens nog twee zonen Germain Devos geboren te Rollegem 1940 en er overleden 1941.

Werner Devos geboren te Rollegem 1942 en er overleden 1943.

Michel werd te Rollegem begraven, op het kerkhof rond de kerk. Hij werd echter niet overgebracht naar het nieuwe kerkhof.

Michel Devos vond de dood bij het luchtbombardement van zondag 26 maart 1944 op de stad Kortrijk. Zijn stoffelijk overschot werd gevonden op donderdag 30 maart onder het puin van de fabriek van de firma Decoene.De overlijdensakte werd pas opgemaakt op 24 april.

De benaming van de “Weggevoerdenlaan” was naar het schijnt gedurende de oorlog 1940-1945 veranderd in de “Prosper Poulletlaan” welke naar horen zeggen een benaming was welke de bezetter stoorde.”Prosper Poullet zou in zijn leven: Hoogleraar, Volksvertegenwoordiger, Minister en Vlaamsgezind geweest zijn. Hij zou overleden zijn in 1937. Na de oorlog werd de oorspronkelijke benaming weer in gebruik genomen.

 De overlijdensakte van Michel Devos, opgemaakt ten jare 1944 den 24 april om 9uur in den voormiddag vermeld. Dat; Op 30 maart laatst om zes uur ’s avonds, in de Prosper Poulletlaan te Kortrijk overleed, Michel Devos, vuurstoker geboren te Rollegem den dertiende juli negentienhonderd veertien, en gehuisvest te Bellegem. Echtgenoot van Ivonna Maria Vanden Broucke zonder beroep, zoon van den eersten verschijner (Dat was Joseph Jaen Devos) en van Julia Irma Dewildeman, zonder beroep.

 Echter uit een vonnis uit gesproken door de rechtbank van den 7/91944 en op heden 31/12/1946 overgeschreven in den register van den burgerlijken stand, verklaart voor recht dat de overlijdensakte van Michel Devos zal gewijzigd worden en vervangen als volgt: De woorden”overleden is”zullen als niet bestaande aanzien worden en vervangen door:”onder het puin veroorzaakt door het luchtbombardement van 26/3 1944 het lijk werd gevonden van” en de zinsnede “ aldaar overleden ten gevolge van het bombardement” zal in fine van de akte worden toegevoegd. De Ambtenaar van den burgerlijken stand. Heden afschrift gezonden naar Bellegem

 

Uit “De luchtaanvallen op Kortrijk” door R. De Paepe.

 

Op 26maart 1944 te Kortrijk, dag der Ere-Communie, kon men het gebrom waarnemen van naderende vliegtuigen en weldra ontploften lichtkogels, waaruit kegelvormige gloeiende vonken neerdaalden en het luchtruim verlichten. Na enkele seconden was de lucht vervuld met het gehuil van de neervallende bommen waarop onmiddellijk dreunende ontploffingen volgden. Met enkele tussenpoos volgende steeds nieuwe golven vliegtuigen en zo ging het door van 20,57 tot 21,20 u. Hevige brandhaarden ontstonden. Men schat dat ongeveer 300 vliegtuigen aan de aanval deelnamen, die 2.100 bommen uitwierpen, waaronder minstens 300 van 453 kg. Het aantal slachtoffers as enorm: 179 inwoners van stad en 71 niet hier wonende. Dit laatste hoge cijfer kan als volgt worden verklaard: 7 voltreffers vielen op en rond de gevangenis en aldus ging merendeel der gevangenen samen de dood in. Ook waren op die dag veel bezoekers vanwege de Ere-communiefeesten. De stoffelijke schade was bijzonder groot.

 

 

Reageer op dit bericht

Meer van Rollegem blogt ...

↑ Terug naar de berichten