NIEUW: Blog reclamevrij maken?
Keukenweetjes
Inhoud blog
  • Alleluia
  • Perfecte liefde met espuma
  • De jacht op de lupine
  • Rechtzetting
  • Leuke dingen voor de mens
  • De vis van het jaar.
  • De truc met het ei!
  • Vreemde experimenten
  • Moambe en aangelegenheden
  • De Rode Duivels en tempeh!
  • Update
  • Zo maar, van alles
  • Zorg goed voor je kamerplanten!
  • Alles terug normaal
  • En, hoe was 't?
  • Agouti
  • Exotisme
  • 1 april
  • Naakte kroketten
  • Sint Rémy, bid voor ons
  • Doe het zelf en eerste hulp bij overdaad
  • Biltong
  • Het trieste verhaal van Manolo Cortez.
  • Sexy herechjes…
  • Appie Heijn en vele updates
  • Haggis
  • Curries
  • Experimenteren met konjac
  • Valse vogelnestjessoep
  • Kalme week
  • Chipirons
  • Nieuwjaarswensen
  • Potage du jour
  • De week van de kleine visjes
  • Geen kerstmenu
  • Volhardend in de groenten
  • Nicolay goes vegetarian!
  • Soep van gerookte makreel
  • Shopping
  • Galantine
  • A l'improviste, on cueille les plus belles fleurs…
  • Nog een paar probeersels
  • Op grootmoeders wijze.
  • Experimenteren
  • Wat groeit er in mijnen hof?
  • Noedel en andere soepen
  • Afrikaanse tilapia
  • Evaluatie
  • Gezuurde makreel of ceviche van makreel
  • Diversen
  • Hors of makreel?
  • Vreemde vogels
  • Zo maar; leverpaté
  • Een ongewoon etentje
  • 't Heeft geen naam!
  • Mosselsoep en pickles.
  • Belust
  • Zelf pensen maken.
  • In memoriam Lief
  • Pauze
  • Vergeten namen
  • Asperges
  • Verjaardag met wraps
  • Biefstuk
  • De Kempen kookt
  • Lamsstoofpotje
  • Eendenbouten
  • Kleurtjes in de keuken
  • Gebakken rijst
  • OXO
  • Rare kroketjes
  • Pruimen- en andere taarten
  • Gevuld met....
  • Winterkost
  • Chinees Nieuwjaar
    Zoeken in blog

    Foto
      Het nieuwe boek : Wat verwerk je in de keuken ?
      Lees hier meer
    Tips en hulp voor de keuken !

    Ter Leringhe ende Vermaeck

    25-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kemels

    Vrouwlief, de klemtoon op de eerste lettergreep, is weer terug thuis.

    Was ik het vergeten te vermelden dat weer eens weg was? ‘t Zou kunnen want ze zit tegenwoordig meer in de grote Egyptische zandbak dan thuis.

    Ze is dus terug, alle bagage is intact en ze heeft geen gebroken armen of benen.

    Het was vroeger ooit anders...

    Dan kwam de grote verrassing, ze had een cadeautje bij, voor mij zogezegd...

    Kameel !

    Om helemaal juist te zijn, dromedaris...

    Geen klein kemeltje om in de woonkamer te laten ronddartelen, om er een beetje mee te spelen... Nee ‘t was kameel, in “schellekes” gesneden, verpakt in een piepschuimen doosje en veel plastic folie er rond.

    Wij hebben dat ginder, in Egypte, gegeten en ’t was lekker, was haar korte commentaar. Ze hebben gezegd dat je dat in de diepvriezer kunt bewaren... Da’s goed tegen dat, en toen volgde een hele lijst met eventuele gasten die op bezoek zouden kunnen komen, om als aperitiefhapje of als voorgerechtje te dienen. Op bezoek komen bij ons betekent meestal: allemaal mee-eten...!

    Als ik braaf was mocht ik ook wel eens proeven.

    Het cadeau werd dan omgevormd tot een pakje diepgevroren kameel.

    Gisteren kwam dan de eerste bezoeker, een neefje, nu ja, neef... !

    En raad eens wat hij als voorgerechtje gegeten heeft, juist, “carpaccio van kameel met een dressing van Knorr vinaigrette”.

    Het gaat goed met hem, met ons ook. Dank u !

    Ik gebruik hier het woord kameel en dromedaris opzettelijk door mekaar, gewoon om nu te kunnen uitleggen dat er een verschil is tussen de twee. Hoe zou ik anders een paar bladzijden vol krijgen ?

    De echte kameel is die met twee bulten. De “camellus bactrianus...”.

    Wie ooit de film gezien heeft: “The weeping camel”, kent het beestje wel ... zeer mooie film trouwens! Zijn normale habitat is de steppen en woestijnen van China en Mongolië.

    De dromedaris daarentegen heeft maar één bult... Hij is zeer nauw verwant aan de vorige. Ze kunnen zelfs onderling kruisen. (Wel met cruise control ingeschakeld...!)

    Dromedarissen worden nu in gedomesticeerde vorm vooral aangetroffen in de halfdroge en dorre graslanden, vlakten en woestijnen van Noord- en Oost-Afrika, het Arabisch schiereiland en het zuidwesten van Azië, tot in Noord-India.

    Hetgeen er bij ons in de diepvriezer was beland kwam van de dromedaris.

    Het ziet er een beetje uit als gerookt vlees, maar het verspreide een speciale geur. De smaak was zacht.

    Het deed denken aan “biltong” voor degenen die dat kennen.

    Biltong is een Zuid-Afrikaanse specialiteit. Gedroogd, sterk gekruid vlees, dikwijls van wild. Het wordt daar door iedereen gekauwd zoals kauwgom ... als tijdverdrijf.

    Nu willen jullie een receptje zeker...?

    Eerst vang je dus een kameel, of je schiet een kemel...

    Hoe het vlees verder verwerkt is weet ik ook niet, ik was er niet bij. Waarschijnlijk werd het lichtjes gezouten, want het smaakte niet zout en behandeld met allerlei kruiden, vooral gedroogde koriander. Vlees drogen in de woestijn zal wel geen groot probleem opleveren vermoed ik.

    We hebben het gewoon opgediend met een klein gemend slaatje met wat tomatenstukjes er in en een sneetje stokbrood er bij. Meer moet dat niet zijn.

    Indien jullie nog meer over kemels willen lezen, dit was de eerste...

    Men heeft ooit pogingen gedaan om kamelenvlees te importeren vanuit Australië maar dat is om één of andere reden mislukt. Het had wat te maken met veterinaire keurig meen ik mij te herinneren.

    Dan moet ik nog vermelden, op aanvraag van Bojako dat er een verwarring bestaat over een specifiek product, een afgeleide van haring. Het staat te lezen bij de reactie op het vorige stukje over haring.

    Het gaat over het woord “lekkerbekje”.

    Eigenaardig genoeg zijn lekkerbekjes in België iets totaal anders dan in Nederland!

    In Nederland bedoelt men daar stukjes gebakken vis mee... Wij kennen dat ook maar noemen dat gewoon gebakken vis! ( Met een speciale bruine saus in Mechelen en wijde omgeving)

    Maar Marco Borsato zingt toch ook over gebakken vis : dan loop ik even naar de markt voor een moot gebakken vis als ik morgen geen zin heb om te werken dan stel ik al het werk tot overmorgen uit ... Waarom geen lekkerbekjes...?

    In België is een lekkerbekje een opgerolde haringfilet of dubbele filet, een rolmops dus, die bedekt wordt met een laag mayonaise en versierd met stukjes ei, tomaat en dergelijke meer. Soms ook met groentenmacedoine erbij.

    Zo zien jullie maar weer dat we niet altijd dezelfde taal spreken maar ook niet hetzelfde eten...

    Gelukkig maar misschien?

    25-10-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (1)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (14 Stemmen)
    Categorie:Verhalen
    18-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Droêgen Ering

    Al van den droêgen ering wille wij zinge

    ter iêre van ze kopke zulle wij springe

    't is van z'ne kop

    springd der mor ùp

    't is van den droêgen ering

    Al van de droge haring willen wij zingen

    ter ere van zijn kopje zullen wij springen

    't is van z’n kop

    spring er maar op

    't is van den droêgen ering....

    Zo zingt Wannes van de Velde over den droêge ering.

    Maar dit wijsje is reeds veel, veel ouder.... van den haring heeft ooit het bestaan van duizenden mensen afgehangen. Voor de vissers was dat uiteraard zo, maar ook is er een periode tijdens de laatste oorlog geweest dat de bevolking zou omgekomen zijn van de honger mocht er niet een massale aanvoer van haring geweest zijn. Het was tijdens de winter 1943-44

    Door allerlei factoren kon men aan de Belgische kust enorme hoeveelheden haring vangen. Deze haringen werden tot in de verste dorpen verspreid. Voor vele mensen betekende dit af en toe een volle maag, voor sommigen zelfs de redding van een mogelijke hongerdood.

    Enkele weken geleden heb ik vlugjes aangehaald dat we op een Franse markt een verse haring, recht uit de zee gekocht hadden. Het waren er zelfs twee!

    Waarom koop je nu haring, jeugdherinneringen ?

    Nee. Ik ben niet grootgebracht met haring alhoewel we dat thuis wel aten onder de vorm van “pekelharing”...

    Een verse haring ken ik nog van de periode dat ik in Brugge woonde. Elke keer als ik naar school ging passeerde ik er een vishandel. De eigenaar zette dan een bord aan de deur met de specialiteiten van die dag er op geschreven.

    Levaart was één van de vissen die dikwijls genoemd werden.

    Als inwoner van de provincie Antwerpen had ik er geen flauw benul van wat een “levaart” was. Dus, één oplossing, de viswinkel in en gaan kijken. Daar lagen ze dan, zilver en blauw gekleurde verse haringen... levaart.

    Het woord zal in West-Vlaanderen nog wel gebruikt worden, want het is al eventjes geleden hetgeen ik nu aanhaal.

    Het was trouwens diezelfde vishandelaar die ooit naar mijn vrouw belde om te zeggen dat hij een “mooie meid” had voor mij...! Voor de onwetenden een mooie meid is een “heek” of in het Spaans een “merluzza”...

    Ik maakte van verse haring bijna een specialiteit. Dat was tijdens de periode dat ik les gaf in “ter Groene Poorte”. Een recept gevonden in de “répertoire” : Hareng à la Calaisienne”. Het was in de tijd dat alle gerechten nog in het Frans geschreven werden...

    Het was, of is een typisch gerecht voor een school: er is veel werk aan voor de leerlingen - anders gaan ze toch maar onnozelheden uithalen -, goedkoop, ook zeer belangrijk voor de directie dan en uiteindelijk was het zelfs behoorlijk lekker.

    Receptje ?

    Zoek eerst of er nog ergens verse haring te koop is. Dat zal vermoedelijk het grootste probleem zijn. Nochtans laatst heb ik er gezien in de “Carrefour”, in de visafdeling, of waar dacht je ? Droge voeding, kassa vier ?

    Laat de verkoopsters daar met hun pollen afblijven... Als die vis fileren gooien ze het meeste weg ! Maar ! Thuis neem je, je scherpste mes, een fileermes en haal de twee filets van elke haring. Verwijder zorgvuldig alle graatjes. Indien er hom in de vis zit, bewaar die dan. De kuit kan eventueel apart gebakken worden en als delicatesse opdiend worden. Ik zie er nu al enkele vieze snuiten trekken...

    Let wel: de hom is het belangrijkste onderdeel van de voortplantingsapparatuur van de mannetjesharing. De kuit behoort tot de vrouwelijke attributen. Dat worden later de eitjes die dan kleine harinkjes worden.

    Maar we zijn aan het afwijken...

    Neem een zeer fijn gesnipperd sjalotje per persoon en een greepje eveneens fijn gehakte peterselie. Voeg daar nog een hoeveelheid gehakte champignons bij evenals de fijngeprakte hom, hommen als het er verscheidene zijn. Meng dit alles nu met een rijkelijk hoeveelheid malse boter, wat peper en zout en stop dit mengsel tussen de twee filets.

    Verpak de filets in een papillot van boterpapier - zoals het hoort - en maak de vissen gaar in de oven tot de papillot mooi opgeblazen is en eveneens een gebruinde zomerse teint aangenomen heeft.

    Moeilijk en veel werk ? Je was verwittigd !

    Een gewone verse haring, gebakken in de pan met een grote pan ajuinsaus erbij en een gekookt patatje, dat is ook goddelijk eten.

    Ergens op een blog lang geleden heb ik ergens zo iets gelezen van een man die zijn vrouw verlaten had omdat ze geen haring wou klaarmaken, met bloempatatten en ajuinsaus...

    Meestal bedoelt men nu de bakharing en niet de verse haring. Geen nood, die bakharing is even lekker, misschien nog smakelijker. Wat er juist gebeurd is met die bakharing is behoorlijk onduidelijk. Hij wordt lichtjes gezouten, vroeger was dat wel anders, en lichtjes gerookt. Dat is het waarschijnlijk.

    Anderzijds kennen we ook de bruine gerookte haring, door de band veel zouter dan de bakharing. Dit bruine beestje heeft allerlei benamingen. Bokking is er één van.

    Het woord bokking slaat op de manier van roken, met beukenhout. Bokking!

    Het Brusselse of Brabantse woord “boestering” of een paar tientallen andere schrijfwijzen, zijn dialectvormen hiervan. Bok ( beuk) en haring.

    Deze gerookte haringen kunnen eveneens gegrild of gebakken worden maar zijn doorgaans vrij zout... ze zijn meer geschikt om verwerkt te worden in allerlei slaatjes.

    In Engeland worden diezelfde haringen langs de rug open gesneden, de graat blijft er in en na het zout en rookproces worden het dan “kippers”. Een traditioneel onderdeel van het Engelse “breakfast”.

    Een andere topper uit de oude haringdoos is hetgeen we hier pekelharing noemen. Vroeger waren ze te vinden in reusachtige bokalen in de cafés en de fritkoten. En nu ?

    Ik ga nooit op café en het interieur van een fritkot ken ik alleen van horen zeggen. Gelove wie geloven wil !

    Pekelharing is niet het juiste woord. Een pekelharing is een haring die in zout, in pekel bewaard is. Om er hetgeen van te maken wat ik hier bedoel moet deze gepekelde haring eerst ontzilt worden en dan opgelegd worden in een half om half water en azijnoplossing met uien en een schijfje citroen. Soms zitten er ook andere kruiden in maar dat is slechts bokaalversiering.

    Goede ouderwetse pekelharing moet vast zijn, het vlees mag niet papperig of mals zijn, maar waar vind je dat nog ? In de ouderwetse viswinkels zag je ze soms nog liggen, huisgemaakte pekelharing op vrijdag, uitgestald in een lampetkom...met een dikke laag uien er over uitgespreid. Toen werd de bevolking nog verondersteld om vrijdags vis te eten... ( Nu is dat couscous...)

    Naar het schijnt is gans de haringopleggerij op sterven na dood.... Jammer !

    De rolmops is een variant. In Holland wordt een kleine haringfilet met vel, rond een grote augurk, een zure bom, gerold. Bij ons zitten er uien in de haringfilet gedraaid... En twee prikkers om alles samen te houden.

    Om af te sluiten een paar receptjes met pekelharing en één met gerookte haring.

    Verwijder eerst zorgvuldig het vel en alle graatjes van een gerookte haring.

    Snijd de haringfilets, een appel, een gekookte aardappel, komkommer, rode biet en augurkjes in gelijkmatige dobbelsteentjes. De rode biet kan ook weggelaten worden, uiteindelijk maak je er mee wat je zelf wil.

    Meng alles met olie en azijn. Kruid eventueel met peper en zout.

    En er mag wat gehakte peterselie en ui bij gedaan worden.

    Laat minstens enkele uren trekken in de koelkast, liever nog een ganse nacht.

    Serveer met een versiering naar eigen keuze.

    Zo maakten we vroeger deze haringsalade voor buffetten en we gebruikten de afgesneden kop en staart van de vis om de salade te versieren..! Ik zie nu de verkrampte gezichten al....klaar om te gillen!

    Stukjes zure haring met appeltjes en room gemengd met de versnipperde uien uit het bokaaltje geeft een frisse salade, als voorgerechtje misschien. Ook hier kan wat rode biet bij gedaan worden maar opletten voor de kleuren! Room en rode biet geeft een ziekenhuis effect...!

    Al van den droêgen ering wille wij zinge

    ter iêre van z'n oêgske zulle wij springe

    't is van z'n oêg

    springd der mor ùp

    't is van den droêgen ering

    Al van de droge haring willen wij zingen

    ter ere van zijn oogje zullen wij springen

    't is van z'n oog

    spring er maar op

    't is van den droêgen ering

    Maar ’t is gedaan en we hebben het nog niet eens over een droêgen ering gehad !

    18-10-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (4)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (21 Stemmen)
    Categorie:Vissen
    11-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vogelnestjes en tomatensaus
    Klik op de afbeelding om de link te volgen




    Wie kent dit nog ?
    Voor mij is dit iets van zeer, zelfs zeer lang, geleden. De dieren konden toen nog spreken....




    Vogelnestjes

    300 gr. gehakt - 6 eieren + 2 eieren voor 't gehakt - oud brood - peper - zout - kruidnoot.

    De 6 eieren zeer hard koken, verkoelen, pellen. Het gehakt vleesch bewerken met oud brood of beschuit, peper, zout, kruidnoot en 2 eieren. De gepelde eieren heelemaal met gehakt bedekken, in eiwit en geraspte beschuit wentelen en in frituurvet fruiten. Als ze koud zijn doorsnijden in de breedte, op een schotel schikken met de doorsnede naar boven, zoodat het gehakt als een rond nestje vormt waar het halve ei in zit. Een tomatensaus rondgieten en opdienen.

    Kan ook opgediend worden met zure eiersaus, met salade en mayonnaise.

    Dit is het recept zoals het in het kookboek van “den boerinnenbond” stond in een editie van voor 1940. ( De juiste datum ken ik niet, is ook niet te vinden. )

    Behalve de verouderde taal is dit recept nog steeds up-to-date...

    Ik herinner mij dat ik het ooit heb laten maken door cursisten die een VDAB opleiding volgden en toen ik eens met een reuze honger op de grote markt van Geel stond was daar een frituur die “vogelnestjes” in zijn aanbod had. Mijn keuze was toen snel gemaakt.

    Ik heb ze zelfs niet opgekregen, twee reuze halve ballen met een ei er in, nog tomatensaus er bij en frieten, jongens en meisjes, een berg om niet over te zien...

    De oogjes waren weer groter dan de buik, zou ons moeder gezegd hebben. Wie mij kent weet dat ik grote ogen heb...!!!

    Alleen, de tomatensaus kon beter geweest zijn !

    Het valt mij steeds op dat er nergens een fatsoenlijke tomatensaus te vinden is. Toch zijn de Belgen meester in het maken van “spaghettisaus” en in het openmaken van dito bokaaltjes saus voor diezelfde witte slierten.

    Ofwel wordt er iets gemaakt, een soort saus waar gewoon een klieder tomatenpuree doorgeroerd wordt ofwel, en daar is niets verkeerds mee, maakt men een tomatenfondue...!

    Die tomatenfondue dat is de saus die ontstaat als men een blik gepelde tomaten een tijdlang kookt met aromaten zoals daar zijn, sjalotten of uien en look, knoflook, mooi woord.

    Maar een echte tomatensaus ?

    Toch is het niet moeilijk, het is zoiets als een fond maken, dat is ook niet moeilijk maar men moet er eens aan beginnen.

    Dus, men neme :

    Een ui, een wortel, ettelijke teentjes knoflook en een uit de kluiten gewassen stengel selder.

    Men make:

    Een kruidenbosje met tijm, laurier, peterseliestengels en desgewenst alle andere kruiden die in de tuin te vinden zijn. Rosmarijn, salie, basilicum, en ga zo maar verder. Doch niets moet.

    Men neme nog :

    Veel tomaten en/of tomatenpuree.

    Bouillon, voor één keer mag dat eens van een blokje zijn. Ik zal niet kijken !

    En nu zeer belangrijk, een stuk spekzwoerd. Waar haal je dat; bij de slager natuurlijk, tenzij je thuis een varken zou hebben met psoriasis. Het zwoerd mag zelfs een beetje gerookt zijn. Varkens die roken vind je wel niet zo gemakkelijk.

    Praktisch los je dit zo op: alle afval van spek dat er in je keuken verbruikt wordt, de zwoerdjes en de kraakbeentjes van spek stop je in een bakje in de diepvriezer tot het er veel zijn... Als je aan de bevriende slager een stuk zwoerd vraagt zal hij dat met veel plezier geven; hij weet daar ook geen blijf mee. Voor de hond is zwoerd trouwens te taai.

    Maak alle kruiden en groenten schoon en snijd ze in hapklare brokjes. Ook het zwoerd , tenzij je vriendelijk aan de slager gevraagd hebt om dit voor jou te doen.

    Nu, men neme een grote pot ofte kasserol. Laat daar wat doodgewone olie of desgewenst olijfolie in heet worden en begin met alle groenten en kruiden een bakbeurt te geven.

    Als de groenten beginnen te kleuren mag de tomatenpuree er bij en laat deze puree eventjes meebakken. Pas op dit lijkt op niets maar het uiteindelijk resultaat zal het tegendeel bewijzen.

    Indien de pot die je gebruikt van goede kwaliteit, met een dikke bodem, is dan doe je daar nu ook nog een greep bloem bij. Nu bekom je een dikke, er vreselijk smerig uitziende, rode smurrie. Zo moet het ! Giet er nu de bouillon bij en roer alsof je leven er van af hangt tot alles kookt en het papje er uit ziet als een rode saus.

    Nu :

    Heb je verse tomaten, doe die er nu bij. Grofweg in stukken gesneden.

    Kruid met peper. Zout kan straks nog want die bouillonblokjes zijn meestal onchristelijk zout.

    Saus te dik : voeg fond toe ( water plus blokjes )

    Saus te dun : laat koken zonder deksel tot ze vanzelf indikt of voeg er straks wat sausbinder of roux aan toe.

    Ziezo, leg een deksel op de pot, zet het vuur zo laag mogelijk of schuif de pot achteraan op de Leuvense stoof... en ga nu het gehakt klaarmaken.

    Kook eerst de eieren hard. Eén ei per persoon, minder kan niet, meer mag, maar niet voor mij. Voor mini vogelnestjes, voor kleine etertjes, kan je kwarteleitjes gebruiken !

    Deze worden vijf minuutjes gekookt. Daarentegen, een kippenei hard koken duurt ongeveer tien minuten. Dus voor bovenstaande zes eieren is dat zes maal tien, is zestig minuten... ( flauwe grap..)

    Hoeveel gehakt heb je nu nodig. Ik weet het niet....

    De laag gehakt rond het ei kan zeer dun zijn, zoals in het recept boven. 300 gram vlees voor 6 personen, of zes vogelnestjes lijkt mij wel zeer weinig. Waarschijnlijk gebruikten ze toen veel broodkruim om bij het vlees te doen.

    Want in den ouden tijd werd er inderdaad veel meer broodkruim gebruikt dan nu. De broden werden dagen voordien gekocht om “oudbakken” te worden. Daarna werd het witte kruim alleen er uit gehaald en in een doek fijngewreven. Nadat het gezeefd was ging dit bij het vlees, samen met enkele eieren en “kruidnoot” een verplichte specerij in die tijd... ( Muskaatnoot )

    Dus de eieren zitten nu in hun vleesjasje. Nu mogen ze nogmaals door paneermeel of wit broodkruim gerold worden.

    We gaan verder met de saus : nadat de saus minstens een uurtje zeer zachtjes gekookt heeft, liefst nog langer, gaan we ze door een zeef gieten. Proef er dan eens aan. Te flauw ? Doe er dan zout bij. Te zuur, dan mag er een klein schepje suiker bij.

    Als alles goed gedaan is zal je nu een echte klassieke tomatensaus overhouden. Maak ze in een grote hoeveelheid, de rest kan zeer goed bewaard worden in de diepvriezer.

    Nu rest ons nog om de vogelnestjes te bakken in de frituur. Lang hoeft dit niet te duren, alleen het laagje vlees moet doorbakken worden. Ook kunnen de nestjes in de oven gaar gemaakt worden, dat levert een iets minder vet product op!

    Na het bakken of braden wordt het nestje doormidden gesneden. Op alle foto’s van dergelijke vogelnestjes zie je steeds het ei mooi in het midden zitten... De praktijk zal uitwijzen dat het ei nooit perfect in het midden zal doorgesneden zijn.

    Maar laat dat de pret niet bederven.

    Wat eten we daarbij ?

    Frieten zijn perfect maar met aardappelpuree is dit een iets minder zware combinatie.

    Dan kunnen we er zelfs groenten bij serveren want het blijkt dat de Belgen veel te weinig groenten en fruit consumeren.

    Trouwens een berg spaghettislierten hierbij zal het ook niet slecht doen.

    11-10-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (4)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (35 Stemmen)
    Categorie:Varkensvlees
    04-10-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Braambessengelei.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    In onderstaand stukje heb ik kort beschreven hoe de bramenjam een beetje mislukt was en dat ik bij gebrek aan bramen druivensap toegevoegd heb, eigenlijk een bevlieging maar met een goed resultaat. Zo doet men trouwens uitvindingen.

    Het idee om braambessensap te mengen met druivensap heeft terwijl reeds navolging gekregen.

    Lees hier maar bij Bas & Belle.

    Het is zo begonnen.

    Mijn zogenaamde “linkerhand” had een deel braambessen geplukt. Onvoldoende om te starten met het maken van gelei. Dus de braambessen in de diepvriezer gestopt. Ik wil er hier nog eens de aandacht op trekken dat confituur of gelei perfect kan gemaakt worden van diepgevroren fruit.

    Enkele dagen later had ze ( linkerhand) dan weer een portie geplukt maar nog altijd niet voldoende bijeen gekregen om er mee aan de slag te gaan. Maar de tijd begon te dringen. We zouden maar een week blijven en een week is echt heel kort in zulke gevallen.

    Dus toch maar, al was het maar voor één bokaaltje, de diepgevroren en de verse braambessen in de kookpot gedaan en enkele minuten laten koken. Daarna de malse vruchten gewoon met de hand en met behulp van een pollepel – een opscheplepel- ien een zeef tot sap verwerkt.

    Nu meende ik mij te herinneren dat het sap van braambessen weinig pectine bevat en dus moeilijk dik wordt. Daarom een half pakje PEC bij het sap gedaan en evenveel suiker als sap. Na vijf minuten koken begon het sap zeer duidelijk gelei te vormen, het sap “rekte”..!

    Dan alles in een zuiver uitgekookt confituurbokaaltje gegoten, dekseltje er op en voila, dan was het weer tijd voor een aperitiefje...niewaar ?

    Er zat nog een klein restje in de kookpot, dat doe ik meestal in een klein kommetje en dat wordt dan gebruikt voor onmiddellijke consumptie. Dat betekent dan, de dag nadien bij het ontbijt.. Zo heeft men ook een goede controle over de dikte van de confituur, na afkoeling.

    ‘s Anderendaags ’s morgens bleek de gelei, geen gelei te zijn, maar een soort rubberachtige substantie waarvan gemakkelijk, pingpong balletjes kunnen gemaakt worden.

    De kat van Guust Flater zou zich geweldig kunnen amuseren hebben met de inhoud van het bokaaltje...

    Gretverdorie, nu waren we wel verplicht om weer op bramenjacht te gaan om die betonnen materie aan te lengen, zonder pectine dan weliswaar....

    Maar linkerhand had een lumineus idee, af en toe heeft ze dat wel eens...

    Vlakbij de bermkant waar zij de bramen geplukt had lag een verwaarloosde wijngaard.

    Ik wist over welke wijngaard het ging, en inderdaad die wijngaard is misschien zelfs van niemand... en ligt reeds jaren onaangeroerd... ! En druiven groeien telkens opnieuw, ook zonder verzorging.

    ( Wat een uitleg om te expliceren dat de druiven eigenlijk gepikt zijn maar dat het geen echte diefstal was... )

    Dus ? Druiven zijn zeer snel geplukt, zeker met een snoeischaar - een secateur...- en reeds een half uur nadien hadden we druivensap, gemaakt op dezelfde manier als het bramensap.

    Het druivensap samen met de rubberen bramengelei werd dan herkookt, zelfs nog een ruime scheut water er bij gedaan en na weer eens een paar minuutjes koken zag de gelei er zeer behoorlijk uit.

    Er staan nu twee bokaaltjes in de kelder en het onvermijdelijke restje, is reeds verorberd... op de boterham... ( En Jan, ik leef nog en ons Lief ook en “linkerhand” ook... )

    De gelei heeft wel een licht korrelige structuur. Waarschijnlijk is de pectine niet meer volledig gesmolten tijdens de tweede kooktijd, alhoewel dat theoretisch wel zo had moeten zijn... Wat weeral eens bewijst dat theorie en praktijk niet altijd kloppen.

    Ik zoek nog steeds naar een methode om het pectinegehalte van vruchten op voorhand te bepalen.

    Als de directeur van het grote confituurfabriek dit leest, gelieve mij dat eens uit te leggen alstublieft... Eeuwige dank zal je beloning zijn... en een potje zelfgemaakte vijgenconfituur.

    Ter zijde : kennen jullie die oude mop ( met grijze baard ) van die Antwerpenaar die een pasfoto wilde laten maken bij de fotograaf. De jongen had nogal een grote mond, een zeldzaamheid in Antwerpen, en vroeg de fotograaf of hij geen trucje kende om dat te verdoezelen.

    Wel je moet ‘confituur” zeggen terwijl ik afdruk, raadde de fotograaf hem aan.

    Met aan scheur van hier tot ginder, stond hij op de foto. Geen pruimenmondje.

    Gelaai is ‘t Aantwaarps voor confituur...!

    04-10-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (3)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (26 Stemmen)
    Categorie:Confituur
    27-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Weer terug.
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Zo, we zijn weer terug van Douchapt. Het verliep allemaal anders dan verwacht.

    Heel simpel, er waren geen vijgen, geen kweeperen, geen appels, niets van dat alles te vinden... De prijzen op de markt lagen extreem hoog, dus dat is ook niet doorgegaan, vier en een halve euro voor een kilo reineclaude pruimen, hallo Tokio ??!!

    Hazelnoten en okkernoten daarentegen waren er genoeg.

    Bij het gaan plukken van braambessen ben ik in de gracht gereden... Bijna vijftig jaar rijervaring en stomweg in een greppel gegleden. Dit op een mooie zondagsnamiddag op een wegeltje waar ongeveer vier auto’s per dag voorbijkomen...

    Is het dan tegengevallen?

    Nee, absoluut niet, we hebben lekker gegeten ( ’t zou erg zijn ), en vele nieuwe producten leren kennen. Uiteindelijk hebben we toch een twaalftal bokalen confituur kunnen maken, hebben hazelnootjes-ijs gegeten en hebben ’s nachts veel kou geleden omdat we de verwarming niet op gang kregen...

    Laat me beginnen bij het begin!

    Er waren geen vijgen in de diepvries, zoals verhoopt, om de simpele reden dat er nog geen vijgen waren. Veel te koud geweest en de vijgen rijpten niet. Ze stonden op de boom, mooi rechtop en paars gekleurd maar waren niet rijp.

    De voorlaatste dag hebben we dan toch de beste exemplaren van de boom gehaald en deze in de namiddagzon laten rijpen. De allerlaatste dag zijn ze dan veranderd tot jam. Het is er wel aan te zien dat de vruchten onvoldoende rijp waren maar nood breekt wet zegt een oud Chinees spreekwoord.

    Een twaalftal bokaaltjes was het resultaat.

    In de tuin stond nog wat schrale rabarber en vermits er toch niet veel anders te vinden was op dat ogenblik is die onder de bijl gegaan en zit nu verpakt in drie bokaaltjes, met “rabarberjam” op het etiket.

    Braambessen hebben we dan toch ook bij mekaar gekregen maar het waren kleine wilde braambesjes en dan heb je er heel wat nodig om daar jam, gelei om juist te zijn, van te maken.

    De eerste bokaal die ik maakte geleek meer op paarse beton. Die is dan nadien aangelengd geworden met druivensap van (gepikte) druiven. Nu is het een perfect en lekker product geworden.

    En die auto in de gracht?

    Een lieve vriendelijke oude dame heeft mij in haar Peugeootje naar een veeboer gereden die een vier x vier heeft. Ook die man wou onmiddellijk helpen en heeft mij uit de gracht geholpen. In minder dan dertig seconden was ik er uit... Mijn drie vrouwen stonden er bij en keken er naar.

    En nu geen kwaad woord meer over die stugge Fransen !

    We hebben ’s anderendaags een potje mooie mini cyclamen naar het dametje gedragen...

    De hazelnootjes waren reeds geplukt door de buurvrouw. Die zijn daarna dus veranderd in notenijs.

    Het recept hiervoor staat ergens te lezen hieronder

    Kweeperen waren er in het geheel niet, evenmin als appels, zelfs geen wormstekige...

    Maar ...!



    Diversen van de markt

    Klik op de link om de beelden te bekijken.

    Op de markten hebben we allerlei lekkers gevonden en met lekkers bedoel ik eigenlijk, producten die normaal moeilijk verkrijgbaar zijn of die bij ons in België niet zo dikwijls op de markt aangeboden worden.

    Chayotes bijvoorbeeld.

    Het zijn bleekgroene vruchten, familie van de pompoenen. Oorspronkelijk werden ze in Frankrijk ingevoerd uit de Antillen. Nu worden ze rees lang in de Dordogne gekweekt.

    Het meest merkwaardige aan deze groente, het is een vrucht maar behoort tot de groenten, omdat ze niet zoet smaakt, is het feit dat ze ongeveer vijf namen heeft...

    Chayote, brionne, chou-chou, chokos, christophines of christophenes....

    Wie weet meer ?

    De vrucht is zo groot als een dikke peer en smaakt naar weinig, zoals zoveel soorten van de pompoenenfamilie. Als je aan de Françaises vraagt hoe de chayote klaar te maken zeggen ze : er een “gratin” van maken. Dus heb ik ze geschild, gekookt, overgoten met een kaassausje en gegratineerd...

    Alle vrouwen vonden het een bijzonder geslaagd gerecht... samen met de koeienkaken...

    Dan hebben we ook “trompettes de la mort” gevonden op de markt. Een bijna zwarte paddenstoel, taai maar hij heeft en geeft een aangename smaak. Sommigen zeggen dat hij naar truffel smaakt maar die moeten eerst eens aan een echte truffel ruiken...

    Twaalf eurootjes per kilo, wat schappelijk is. De beste manier om ze te bewaren bestaat er in om ze aan een draadje rijgen en ze zo te drogen in de zon. Ik heb ze gedroogd in de oven, dat gaat veel sneller. Een handvolletje bij een paar gebraden kwarteltjes gedaan en een plasje room, lekker was dat.... de rest staat thuis nu in de kast in een overgebleven confituurbokaal.

    Cépes, eekhoorntjesbrood, waren er ook niet te vinden om dezelfde reden, veel te koud geweest. Eén bakje met keizersamanieten werd er te koop aangeboden, tien euro voor een bakje met drie paddenstoelen er in ...! Verder heb ik drie bakjes met cantharellen gevonden, vijf euro voor een grote handvol... Niet te doeng, zeggen ze bij ons in Aantwaarpen...

    Maar peterseliewortel werd er wel te koop aangeboden, weliswaar aan de prijs van truffels denk ik... Drie euro voor zes worteltjes... Maar het was lekker, een beetje melig, het was weer eens een andere smaak en peterseliewortel staat normaal niet zo maar langs de straat gezaaid.

    Dan was er aan een kruidenstalletje ook iets te koop dat ik niet kende en vermits ik alles wat ik niet ken ook wil hebben ...en proeven...?

    Een lange zaadpeul, waarvan ik de Franse naam reeds vergeten ben maar de verkoopster heeft de Latijnse naam meegegeven : Cassia fistula !

    Zoek zelf maar eens op het internet, het zijn de gedroogde vruchten van een soort acacia, inheems in Sri Lanka. In de peulen zit een donkere pasta die aangenaam smaakt en die laxatief werkt. Het doet ook en beetje aan tamarinde denken maar dan niet zo zuur... Met de bruine pasta zouden drankjes kunnen gemaakt worden.

    Voor mij is dit voldoende, ik heb het gezien en ken het nu... Trommelstokkenboom, Indische gouden regen, de vrucht wordt ook pijpcassia genoemd.

    Hoe we de ons verder resterende tijd in ledigheid hebben doorgebracht zal ik op het andere blog uiteen zetten, zo moet ik niet verder naar inspiratie zoeken....

    Klik hier maar : Keukenverhalen ...

    Op wijnreis naar Saint Emilion zijn we geweest en wat hebben we gegeten: koeienkaken bijvoorbeeld en bacala, lekkere Bouchot mosselen.

    Een recensie over het chicste restaurant uit de Saint- Emilionstreek en nog veel meer !!!

    Lees keukenverhalen !!!

    27-09-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (0)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (13 Stemmen)
    Categorie:Verhalen
    19-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Zoetzuur varkensvlees...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Op dit ogenblik ben ik uithuizig. Lees onderstaande blog maar. Waarschijnlijk staan mijn handen nu al vol met brandwonden door de spattende, gloeiend hete confituur...

    Dus er zal weinig te koken vallen, vrees ik....

    Pizza bestellen ?

    Honger lijden ?

    Naar de Chinees gaan ?

    Laat ons dat laatste doen.

    Wat kiezen we, nummer 23, of nummer 44 ?

    Laat ons nummer 49 nemen, dat is varkensvlees in zoetzure saus. Met lijst of met flitten...

    Nummel 69 zou ook gaan, dat is hetzelfde, maar dan met kip. Maar nummer 69... laat ons geen problemen zoeken!

    Varkenshaasjes zijn nu overal verkrijgbaar. Vroeger bleven de haasjes aan de koteletten vastzitten, ze werden daarom ook “filetkoteletten” genoemd.

    Dat haasje heeft niets met een haas te maken. Het woord komt uit het Duits. Het is een verbastering van het woord “harst”, wat spier betekent...

    Wel die varkenshaasjes dat is nu net wat we nodig hebben. Of zoals reeds vaag vermeld, met een kippenfilet gaat dit evenwel en evengoed.

    Zo een haasje weegt ongeveer 350 gram dat is voldoende voor twee grote eters of drie kleine etertjes. ( Soms ook wel ettertjes genoemd!)

    Snijd het vlees in dikke dobbelstenen van ongeveer twee centimeter, hapklare brokjes dus.

    Zet het vlees te marineren in een kommetje met wat lichte sojasaus, een lekje water, een snipper gehakte gember en een teentje gehakte knoflook. Geef een stevige draai aan de pepermolen met zwarte peper. Meng dit alles goed en laat het vlees als het kan een uurtje rusten, af en toe eens omroerend.

    Terwijl maken we een deegje klaar.

    Bijvoorbeeld : twee eetlepels bloem, één eetlepel maïzena, één eiwit of een volledig ei als je meer bloem gebruikt. Een dikke snuf zout en een beetje peper. Als het kan gebruik je bij voorkeur zelfrijzende bloem of anders voeg je een beetje bakpoeder of bicarbonaat toe. Maar dit hoeft niet echt. Mocht het deegje te dik zijn voeg dan gewoon een beetje water toe. Maar het moet een papperig, kleverig deegje worden.

    Nu leggen we klaar : een kleine gepelde ui, een kleine geschilde wortel, een vierde van een rode paprika en als het kan evenveel van een rode. Ook nog een klein blikje ananasschijven maar veel beter is een stuk verse ananas. ( De rest eet je zo maar op, dat doet vet verbranden, wordt beweerd aan goedgelovige zielen..)

    De ui snijd je in heel grove stukken, één ui in acht stukken is ongeveer juist.

    Stoof deze uienstukjes een beetje aan in olie.

    Hetzelfde met de wortel, ook in grove brokjes snijden en deze beetgaar koken in water.

    De paprika’s eveneens in grove vierkantjes snijden en ook even aanzetten in olie. Alles samen kan ook in een wok gedaan worden.

    De ananas in grove brokjes snijden of als het schijven ananas uit blik zijn deze schijven in acht partjes verdelen. Bewaar het sap.

    Nu gaan we de zoetzure saus maken. Dit is vooral een kwestie van gezond verstand.

    Als standaard geef ik altijd op : 2 kopjes water of kippenbouillon, één kopje suiker en een halve kop witte azijn. Als je ananas uit blik gebruikt heb voeg het sap dan hierbij.

    Breng dit aan de kook, voeg zout toe en bind de zaak met aangeroerde maïzena of een andere zetmeelsoort. Het moet een vloeiende, redelijk dikke saus worden. Nu gaan we proeven! Ieder heeft daar zo zijn idee over. Te zoet te zuur ? Niet zuur genoeg niet zoet genoeg ? Wel breng dan correcties aan! Voeg een beetje azijn of suiker toe...

    Het sausje dat we nu bekomen hebben ziet er vrij banaal uit, een witte kleddersaus...

    De Chinees doet hier zonder gewetenswroeging gele of rode kleurstof bij om een attractieve saus qua kleur te bekomen. In de huishoudelijke keuken kan men dit best oplossen door een flinke portie ketchup aan de saus toe te voegen tot deze lichtrood kleurt. Desnoods een klein beetje tomatenpuree maar let op, dit geeft zeer snel een onaangename smaak!

    Als je Vé-Tsin in huis hebt, doe er dan een mespunt bij. ( Monosodium glutamaat, gourmet powder, E-621, ajinomoto... allemaal hetzelfde, of gemakkelijker, doe er een beetje kippenbouillon van een blokje bij, daar zit alle voorgaande in !)

    Een klein beetje sambal kan er ook aan toegevoegd worden voor de pittigheid.

    Nu gaan we het vlees een eerste bakbeurt geven.

    Meng de blokjes vlees met het deegje. Doe dit gewoon met handen, dat is de enige juiste manier, zo heb je voeling met je product...

    Verwarm een grote hoeveelheid, frituur- of arachide-, olie in een wok of andere pan... zoals onze grootmoeders dat deden. Hoe weet je of de olie warm genoeg is ? Ha, ha, ik ga dat hier niet uitleggen ! Alleen op aanvraag...

    Laat je ook niet verleiden om de klassiek frituurpan te gebruiken, zonder het frituurmandje en met verse nieuwe olie, wordt het gebruik goedgekeurd...!

    Bak de blokjes vlees nu met kleine beetjes tegelijk tot ze een mooi frisgeel kleurtje hebben. Uithalen met een schuimspaan. Laat de blokjes uitlekken op een doek of een stuk keukenrol.

    Meng ons vooraf bereid sausje nu met de groenten en de ananas. Proef nog eens. Een snuf cayennepeper of wat sambal ? Doe maar... Klein beetje sojasaus ?

    Dit is iets wat men moet leren in de keuken, niet het klakkeloos na-apen van recepten, maar proeven en dan conclusies trekken !!!

    Laat de afgewerkte saus maar zeer even opkoken, de groenten en dergelijke moeten knapperig blijven.

    Bak het vlees nu een tweede keer. Nu moet het mooi bruin worden en warm van binnen.

    Dus de olie niet te warm laten worden. Laat de overtollige olie er afdruipen.

    Giet de saus over de vleesblokjes. Als afwerking kunnen er nog enkele snippers groene ui, pijpajuin of lenteui over gestrooid worden.

    Hopelijk heb je ondertussen ook een builtje rijst gekookt ?

    Nu nog opdienen en wat gaan we daarbij drinken?

    Thee ?

    Bier, ja!

    Zhujiangbier is een Chinees bier. Het is een van de drie Chinese nationale biermerken; de andere twee zijn Tsingtao ( te koop in Sun-Wah) en Yanjing

    Of drink er zoals de gegoede Chinezen een fles cognac bij . Kampei !!!

    19-09-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (1)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (20 Stemmen)
    Categorie:Varkensvlees
    13-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vijgen, enzovoorts...
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Volgende week ga ik confituur maken. Van vijgen. Als er vijgen zullen zijn tenminste.

    Tijdens het voorjaar heeft het in maart nog een korte tijd hard gevroren en alles wat toen ook maar bloemetjes droeg was hiermee ook zijn vruchtjes kwijt.

    Er waren dit jaar maar zeer weinig kersen, frambozen, aalbessen.... Indien ze toch te koop aangeboden werden waren ze verschrikkelijk duur.

    Ik heb het hier weer over de Dordogne, in België zal je niet al te veel verse vijgen vinden. Een vijgenboom heeft warmte nodig en water. Water vinden ze genoeg in België maar zon, dat is wat anders. Als tijdens de septembermaand de zon in ’t zuiden nog fel schijnt dan is het moment gekomen om veel water aan de vijgen te geven, ze worden dan groot en dik... en de zon zorgt voor de rest.

    Buiten vijgen hoop ik om braambessen te vinden, hazelnootjes en eekhoorntjesbrood.

    Patricia zal er voor zorgen dat, elke vijg die het aandurft om rijp te worden, geplukt zal worden en dan de diepvriezer in gaat. Hopelijk heb ik dan volgende week enkele kilo’s om te verwerken tot confituur.

    Vijgen plukken is niet moeilijk maar het is een onaangename bezigheid. De bladeren van de boom veroorzaken een irritatie op je huid. Ook het melksap dat uit de vers geplukte vijgen of uit gebroken takjes loopt geeft eveneens een jeukend gevoel.

    Hoe Adam en Eva met zo een vijgenblad voor hun edele delen konden rondlopen zonder de samba te dansen, begrijp ik nog steeds niet goed. Nochtans volgens zuster Hilaria van de kleuterklas, droegen zij een vijgenblad in het paradijs, of was dat nadat zij er uit verjaagd werden?

    Je kan inderdaad confituur maken van diepgevroren fruit. Dit levert geen enkel probleem op.

    Ik zal de vijgen in stukjes snijden en dan eerst even opkoken, hoogstens één kilo per keer, en er voor zorgen dat elke stukje een beetje geplet wordt. Dan gaat er ongeveer evenveel confituursuiker bij, vijf minuutjes koken en voila, dat maakt dan ongeveer vier potjes confituur voor de komende winter.

    Ik maak mijn confituren nog steeds op de oude vertrouwde klassieke methode, ongeveer evenveel suiker als vruchten. Confituur moet zoet zijn! Maar dat is mijn idee...

    Regelmatig krijg ik vragen of lees ik ergens wel iets over het maken van confituur met weinig of zonder suiker. Het antwoord is heel simpel : dat is geen confituur, dat is compote ofte moes van ....!

    De industrie heeft dan allerlei trucjes uitgevonden om toch zogezegd confituur zonder suiker maar met zoetmiddel te kunnen maken maar vermelden er niet bij dat je dan een pseudoconfituur bekomt die stijf staat van de bewaarmiddelen of die hoogstens enkele weken in de koelkast houdbaar is.

    Het enige hulpmiddel dat ik wel gebruik is pectine. Ofwel uit een pakje zoals PEC of in Frankrijk Vite-pris. Ofwel mag het ook confituursuiker zijn zoals die van Candico of de Franse Confisuc. Dat is gewone suiker waar pectine aan toegevoegd is en citroenzuur.

    Door deze extra pectine toe te voegen en de juiste werkwijze toe te passen bekom je gegarandeerd telkenmale geslaagde confituur. Hier nog wat lezen over confituur maken.

    http://blog.seniorennet.be/keukenweetjes/archief.php?ID=40

    http://blog.seniorennet.be/keukenweetjes/archief.php?ID=17

    Van de braambessen, als er al zijn, gaan we gelei maken. We, dit wil zeggen ikzelf en mijn linkerhand, ook wel eens Rosetta genoemd.

    Dus eerst veel, zeer veel braambessen plukken, met de linkerhand, daarna de wormen en ander afval er uithalen, de bessen wassen en dan enkele minuten opkoken. Deze pulp door een zeef gieten en lang wachten, desnoods overnacht, tot alle sap er uitgelopen is. Hier doe ik wel een beetje citroensap bij of gewoon een schepje citroenzuur. Gekocht in de Turkse winkel.

    Gelei of confituur maken berust op het feit dat vruchten(sap), gekookt met suiker en een zuur een gel vormt die bij het afkoelen verdikt. ( Pectine+ suiker+ zuur )

    Braambessengelei is een prachtige dieppaarse gelei die vlekken op je kleren maakt die Vanish er zelfs niet uitkrijgt!

    Kweeperen zijn er zeker en vast ook te vinden, die groeien daar overal, zelfs verwilderd. Van kweeperen kan ook een mooie amberkleurige gelei gemaakt worden maar dat is niet mijn favoriete smaak. Dat worden dan potjes om cadeau te geven...!

    Dan zijn er nog de hazelnootjes. Die rapen we gewoon op onder de struiken.

    Hopelijk zijn de eekhoorntjes ons niet te snel af geweest.

    Dan het kraken van de nootjes, dat wordt een plezierig werkje. Buiten gezeten, in het zonnetje, aan tafel, met een hamer in de ene hand en een nootje in de andere hand. Een welgemikte tik op het nootje en dan komt de pit er uit. Als je hard genoeg mept heb je notenpuree en twee verpletterde vingers.

    De fles en het glas witte wijn staan uiteraard binnen handbereik.

    Als ons Lief dan ook nog een muziekje van Vivaldi wil opzetten... Uit de vier jaargetijden, de herfst bijvoorbeeld... ( Voor mijn part mogen jullie lezers, ook heavy metal of Laura Lynn spelen hoor, als ik het maar niet moet aanhoren...)

    Als de fles wijn dan leeg is en de nootjes allemaal gepeld zijn ( dan halen we eerst nog een fles ...) en gaan we ze drogen in de oven, de nootjes. Drogen wil zeggen; zelfs lichtjes roosteren.

    Daarna kunnen zeer gemakkelijk de donkere vliesjes die rond de nootjes zitten er af gehaald worden, ze daarna buiten opschudden, tegen wind in, en een beetje blazen, de vliesjes vliegen dan weg. ( Blowing in the wind...)

    Zo geroosterd of gedroogd, kunnen de nootjes lang bewaard worden. Men kan ze verwerken in een baklava, zoals hieronder beschreven staat maar we gaan er een hazelnootijs van maken.

    De geroosterde nootjes worden daarom fijn gemaakt in een cutter, of in de mortier, en dan gedurende een kwartiertje in hete melk ‘uitgeloogd”. Dat levert dan hazelnotenmelk op.
    hiermee maken we dan roomijs op de traditionele manier... Eén van de lekkerste ijssoorten die er is!

    Dan rest er ons nog om paddenstoelen te zoeken. Een gevaarlijke onderneming. Voor je het weet staat er een autochtone boer met geladen jachtgeweer achter je rug ( ik wou gat schrijven) om te zeggen dat je zich in “zijn” bos bevind en dat alle paddenstoelen aldaar van hem zijn. De vinger klaar aan de trekker van zijn jachtbuks.

    Rond september worden alle bewoners van de Sud-Ouest collectief zot. Dan breekt het seizoen aan van de “cèpes”, het eekhoorntjesbrood. De microbe heeft mij nu ook te pakken en dat gevaar van de lokale boer zijn geweer wil ik best trotseren.

    ( Als er hier over twee weken niets meer te lezen valt....? )

    Als we al “cèpes” zouden vinden moeten we de eventuele oogst ter plekke consumeren. Geen probleem, met een paar sneetjes eendenborst daarbij is dat godenspijs. Ofwel moet ik ze bakken in olie om ze aldus een tijdje te kunnen bewaren. Ginder heb ik geen snelkookpan om die te gebruiken als steriliseerpan en deze die ik thuis had is naar de kleurpotloodjes...

    Steriliseer ze dan in gewoon kokend water denken nu sommigen die nog weten wat steriliseren betekent. Nee, dat lukt niet met wilde paddenstoelen. Die moeten absoluut gesteriliseerd worden aan een temperatuur van ontrent 120°C, anders.... knal, alle bokalen kapot na een tijdje. Daarom is die drukpan noodzakelijk. We zullen wel zien, zij de blinde!

    Dan moeten we, willen we, nog naar Jan, Jan van Bas en Belle...

    http://blog.seniorennet.be/bas_en_belle/

    Jan, als je dit leest, en dat zal wel, ik zal eerst even bellen want er staat nog één en ander op het programma. ( Verder: mijn auto is echt groot genoeg om drie vrouwen en een pompoen te vervoeren hoor, geen probleem ..! )

    Ik heb hier speciaal voor Jan een prentje gezet van een cocker spaniel, dat denk ik toch want ik ken niets van honden, omdat Jan een groot hondenliefhebber is.

    Mooi hondje vind ik...!

    Verder moeten we nog naar Stefaan van Chateau Vilatte.

    We moeten nog naar Pascale, de visverkoopster...

    Naar Sylvie, maar die kunnen we op de markt treffen,

    Naar het vrouwtje van de delicatessenwinkel waarvoor ik parelsuiker moet meebrengen omdat die in Frankrijk nergens te vinden is.

    Ik moet nog een siliconen spateltje gaan kopen...

    En de grotten van Villars bezoeken...

    Ik vraag mij af wanneer ik die confituur ga maken ?

    13-09-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (4)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (14 Stemmen)
    Categorie:Vruchten
    06-09-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Ramadan
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Laat mij vooreerst beginnen met te melden de staat mijner gezondheid.

    Die blijkt vrij goed te zijn, zelfs beter dan die van de doorsnee burger.

    Ik heb geen zelfmoordneigingen, mijn lever, hart en bloedvaten zijn een beetje vervet maar er bestaat genoeg medicatie om alles te herstellen in geval van nood. Kortom geen problemen en heb dus alle redenen om een beetje gelukkig te zijn.

    Tachtig procent van de Vlamingen houdt zich dagelijks bezig met aan zijn lijn te denken en voelt zich daardoor minder gelukkig. Voor mij geen problemen ...

    Dit heb ik niet uitgevonden hoor, dit stond vandaag te lezen in alle kranten, te horen op alle radiozenders en te zien op het televisienieuws...

    Wat heeft dit nu met de ramadan te maken ?

    Wel die Islamieten hebben ook geen problemen, die moeten ook niet aan hun lijn denken want ze mogen tijdens de ramadan gewoon niet eten of drinken...tijdens de dag. Van zonsopgang tot zonsondergang niet eten, niet drinken, niet roken en geen seks, ze mogen er zelfs niet aan denken.

    Maar na zonsondergang ...? Nooit zo een schranspartijen meegemaakt als ’s nachts tijdens de ramadan.

    Toen ik destijds in Algerije werkte was de markt nooit zo goed gevuld als tijdens de ramadan. Vooral snoepgoed, in alle straten stonden stalletjes met allerlei zoetigheid uitgestald.

    De meeste namen ben ik vergeten maar zalabia, baklava, cornes de gazelle, gevulde dadels, dat zijn enkele van de zoetigheden die ik mij nog herinner.

    ’s Namiddags als de bakker zijn oven gedoofd had kwamen de huwbare dochters aandraven met bakplaten vol ongebakken deegballetjes die in de nog warme oven van de bakker tot koekjes veranderden.

    Redenen genoeg om zelf eens allerlei mierzoete Arabische gebakjes te maken. Het is ramadan en ik moet toch niet aan mijn lijn denken.

    Het gemakkelijkste om te maken is een schotel baklava. Baklava zou van oorsprong Turks zijn maar wordt nu een beetje overal in de Arabische landen gemaakt, zelfs in Antwerpen. Meestal omschreven als : mierzoet. (Sinds wanneer smaken mieren zoet ? )

    Men heeft er een platte, vrij diepe schaal voor nodig die in de oven kan.

    Filodeeg, nu ook vlot te koop in de meeste supermarkten. Let op koop geen brickdeeg, daar is in dit geval niets mee aan te vangen. Lees hier meer over deze deegvellen.

    Verder hebben we suiker nodig en een smaakstofje. Dat kan kaneel zijn of citroensap of honing. Dan nog noten. Meestal worden walnoten (okkernoten) gebruikt maar ook pistaches, amandelen of een mengsel van beide.

    Begin met de noten fijn te maken. Het beste gaat dit in een keukenrobot. Maak ze niet te fijn, er mogen gerust nog enkele kleine brokjes in zitten. Hoeveel noten heb je nodig? Dat moet ieder voor zich maar uitmaken maar met weinig noten zal je niet ver komen.

    Smeer de ovenschaal nu in met gesmolten boter. Maar meestal zal dit wel margarine zijn.

    Leg er enige filovellen in en besmeer met gesmolten margarine, boter... Strooi er wat gehakte noten tussen. Leg weer filovellen, besmeer met margarineboter, noten er tussen strooien, enz... Als je van kaneelsmaak houd meng dan een schepje kaneelpoeder door de noten. Laat het anders maar zo. Als laatste eindigen met filovellen die nog eens extra goed met vetstof ingesmeerd worden. Nu komt het moeilijke deel. Verdeel de platte koek in ruiten of vierkantjes. Probeer dit niet met een mes, het zal niet lukken! Filodeeg is zeer taai, droog en breekbaar. Doe dit met een scherp steekmes, iets zoals de schilders gebruiken om te plamuren of om verf af te steken. Er bestaan ook speciale metalen steekspatels voor dit doel. Misschien lukt het ook wel met een pizzasnijder, zo een snijdend wieltje...?!

    Bak de baklava nu in een zachte oven tot de bovenste laag mooi bruin is. De totale baktijd moet wel vrij lang zijn. Minstens een half uur om het geheel goed te doorbakken.

    Ondertussen kan een siroop gemaakt worden van half water, half suiker. Deze kan op smaak gebracht worden met citroensap, rozenwater of met honing, afhankelijk van de portemonnee...

    Overgiet het gebak met deze siroop terwijl het nog warm is. Laat afkoelen. Snijd nu nogmaals de vierkantjes of ruiten los zodat de baklava gemakkelijk uit de schaal kan gehaald worden.

    Hetzelfde is mogelijk met een typisch Turks deeg, de kadaiyf. Oei, heb ik Turks geschreven ?

    Het moet Grieks zijn.... Maar zeg dat niet tegen de Turken als je geen ruzie met hen wil krijgen. Dit deeg ziet er uit als fijne samengeperste vermicelli. Het is in vacuümverpakking te koop in de Turkse winkels. Spreek uit als kadaif of kada..if... Kostprijs: peanuts.

    Nu maak je met dit dradendeeg een nestje in een ronde of vierkante cakevorm en strooi er nootjes over, enz... gebruik dus dit dradendeeg in plaats van het filodeeg.

    Verder dezelfde bewerking. Na het bakken kan men de koek omkeren in de vorm en nogmaals bakken zodat een mooi lang weerszijden gebruind gebak ontstaat.

    Een ander typisch gebak voor de ramadan is de “zalabiya”. Het gelijkt op onze smoutebollen, beignets, of Hollandse oliebollen, maar een beetje anders..!

    Hiervoor wordt een vrij dik, halfvloeibaar deegje gemaakt dat men met behulp van een trechter in een grote, platte braadpan met hete olie laat lopen. Dus niet in de frituur zoals elke Belg spontaan zou denken... Men houdt de duim of wijsvinger op de opening van de trechter en laat zo het deeg in concentrische cirkels in de hete olie vloeien. Men moet cirkels bekomen met een doormeter van een zevental centimeter. Eens de koekjes aan weerszijden gebakken zijn worden ze in een suikersiroop gedompeld en men legt ze in een vergiet om uit te lekken.

    Voor het deeg bestaan verschillende recepten, kijk maar op het internet, hier bijvoorbeeld :

    http://www.koffieklets.com/afrika/egypte/rec10.html

    Ik weet niet of dit een goed recept is, ik vermoed van wel. Maar ik heb een authentiek recept uit Perzië gevonden in één van mijn kookboeken : the art of Persian cooking. Het is in het Engels want anders zou ik er waarschijnlijk ook niet veel van begrijpen.

    Als mijn vrouw op reis gaat hoeft ze voor mij geen cadeautjes of andere goedbedoelde junk mee te brengen maar een kookboek van het land in kwestie. Alle andere goede vrienden en kennissen doen dat ook ( hint) en zo heb ik nu een collectie bestaande uit de meest vreemde kookboeken. Zelfs een Mongoolse waar ik één woord kan van lezen : майонез - Mayonaise.

    Dit is het Perzische ( Iraanse ) recept. Zolobiya schrijft men aldaar.

    ½ cup d.i. 125 gram yoghurt

    1 pond tarwe of maïszetmeel

    1 eetlepel goede olie ( ?)

    1 eetlepel bakpoeder ( bicarbonaat)

    1 pond suiker

    2 cups, dat is dus 450 gram water

    2 eetlepels honing

    Olie om in te fruiten

    De schrijver vermeldt er wel bij dat ze normaal geen bicarbonaat gebruiken maar “iets, een mineraal zout” dat ze vinden op de kusten van de Perzische Golf. Het heet : kafe darya...

    Het deeg wordt gemaakt door de yoghurt te mengen met het zetmeel, het bakpoeder en de eetlepel olie. Dit deeg een uur laten rusten.

    Ondertussen ook weer een suikersiroop bereiden met het water, de suiker en de honing.

    Als de zalabia’s gebakken zijn, ze in de siroop drenken en laten uitlekken.

    Mocht het resultaat gewoon slecht zijn, schrijf me dan asjeblief niet om te vragen, wat heb ik hier mis gedaan? Ik zou het ook niet weten.

    Een Turkse variant is de tulumba. Helemaal te vergelijken met de Spaanse “churros”, maar vergeet niet dat Spanje enkele eeuwen geleden een bijna moslimland was.

    Dit heb je nodig :

    1 lepel suiker

    100 gram boter

    250 gram bloem

    400 gram water

    50 gram aardappelzetmeel ( patattenbloem )

    6 eieren

    Voor de siroop :

    1 kilo suiker

    2 eetlepels citroensap

    500 gram water

    Dit alles samen gedurende een paar minuutjes koken.

    Maak een soezendeeg met het water, de lepel suiker en de boter. Breng dit aan de kook. Voeg dan de gezeefde bloem in één keer toe, roer zeer goed tot zich een deegbal vormt die van de pan loslaat. Laat de bekomen deegbal goed doorkoken en drogen op een zacht vuurtje.

    Laat een beetje bekoelen en voeg de eieren één voor één toe. Telkens een ei verwerkt werd mag het volgende er bij. Als laatste het aardappelzetmeel.

    Spuit met een spuitzak met zeer grove spuitmond worstjes in de hete olie en laat bakken tot ze mooi bruin zijn. De olie mag niet te heet zijn. 160° zal wel voldoende zijn.

    De koekjes weer in het hete siroop dompelen. Laten bekoelen.

    Een ander typisch ramadan gebak, Marokkaans dit keer zijn de “cornes de gazelle”. De horens van de gazelle. Knieën van een gazelle zou het ook kunnen betekenen.

    - Ik neem nu een Marokkaans kookboek...-

    Dit zijn halvemaanvormige droge gebakjes gevuld met een mengsel van noten en soms gehakte dadels. Soms bestrooid met bloemsuiker, soms niet.

    Hiervoor maken we deegje van 30 gram gesmolten boter; 250 gram bloem, een snuifje zout en 3 eetlepels rozenwater. ( te koop in elke Marokkaanse winkel, voor een prikje)

    Kneed hiermee een stevig maar soepel deeg. Rol dit deeg uit tot zeer dun, zo dun als een sigarettenblaadje staat in het boek....

    Maak nu een vulling van noten. Ongeveer 300 gram amandelen, 25 gram boter, 100 gram suiker en enkele dadels. Maak hiervan een kneedbare pasta in de keukenrobot of doe het zoals de nomaden, in een mortier. Voeg een beetje rozenwater toe als de pasta te vast of te droog is.

    Maak hiervan sigaarvormige rolletjes.

    Verpak deze rolletjes notenpasta nu in een velletje deeg. Knijp de randjes dicht.

    Ik leg dit hier snel uit maar het vraagt heel wat ervaring om het goed te doen... Dus gaan we snel verder. Kijk naar de foto hoe ze er moeten uitzien. Prik met een breinaald, tandenstoker of eetvork gaatjes in het deeg, bestrijk ze met een losgeklopt eiwit en bak ze in een zeer zachte oven. De koekjes mogen amper gekleurd zijn. Desgewenst kunnen ze bestrooid worden met veel bloemsuiker.

    Zo, dit waren de gebakjes voor de ramadan. Na dertig dagen komt dan het Suikerfeest...

    06-09-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (2)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (19 Stemmen)
    Categorie:Vreemde keukens
    30-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Pompoen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Vorige week was ik op weg naar Baarle-Hertog, of was het nu Baarle-Nassau, ik kan de twee niet uit mekaar houden. Langs één van die rustige oude smokkelpaadjes, hoog in de Noorderkempen, waar al duidelijk te merken valt dat het Nederlands grondgebied vlak bij ligt, zag ik aan de Belgische kant van de grens, op het erf van een boerderij, een bordje met daarop: hier gratis pompoenen !

    Aan de voet van het paaltje waar het bordje op genageld was lag een klein “verneuteld scharminkel” dat een pompoen moest voorstellen maar dat voor zijn examen gezakt was. Enkele honderden meter verder, op het erf van een Nederlandse boerderij stond er een bordje : hier pompoenen te koop. Daaronder een stapel prachtig mooie oranjerode en gele pompoenen.

    Het pompoenenseizoen is dus weer aangebroken. Alhoewel...?

    Wij kennen veel meer groenten, of vruchten, die tot de grote pompoenenfamilie behoren.

    Komkommer, meloen, watermeloen, courgette, patisson, chayote, augurk, om er maar enkele te noemen, ze zijn allemaal van dezelfde familie: de cucurbitaceae. Prachtig woord: cucurbitaceae ! Komkommerachtigen...

    Persoonlijk ben ik niet zo een fan van pompoenen. Het is een groente die me te veel doet denken aan geitenwollen sokken, macrobiotiek, Halloween en Amerikaans voedsel. Nu, ja, voedsel ???

    Gelukkig denkt niet iedereen er zo over. Als je Google’t op pompoensoep vind je zo maar eventjes 40.800 hits...!

    Voor pompoentaart ongeveer 5000. Dat alleen maar in het Nederlands.

    Buiten soep en taart kan er met pompoen nog allerlei gemaakt worden. Puree, stoofpotjes, couscous, gevulde pompoentjes, chutneys, noem maar op.

    Ook weer een paar dagen geleden was ik wat orde op zaken aan het stellen in de rubriek Culinair, en wat vind ik daar: pompoensoep! Ik ben nu al zeven maanden aan het rommelen en orde aan het scheppen in al die recepten en het was de eerste keer dat dit pompoensoepje mij opviel. Vooral omdat er iets bij lag dat mij ook interesseert: gekonfijte eendenmaagjes.

    Het volledige recept staat hier te lezen.

    Maak een klassieke pompoensoep klaar.
    Reinig de maagjes, zout ze gedurende enkele uren en konfijt ze vervolgens in het ganzenvet.
    Rijg de maagjes op spiesjes en bak ze op ’t laatste ogenblik eventjes in maïskiemolie.
    Verdeel de appel in dobbelsteentjes en gebruik ze als garnituur in de soep.

    Snijd croutons van de focaccia en bak ze in maïskiemolie.
    Serveer de soep in de uitgeholde pompoentjes.
    Werk af met enkele croutons en een takje kervel

    Nu komt de kat op de koord of de aap uit de mouw... help mama, hoe maak ik een klassieke pompoensoep ???

    Dat gebeurt dikwijls in recepten, het essentiële, daar wordt aan voorbij gegaan en aan de prutsen wordt veel aandacht besteed.

    Volgens de keukentheorie behoort de pompoensoep tot de pureesoepen. Dit is dus een doorgedane of doorgestoken soep, alhoewel dit nu bijna altijd met een mixer of iets dergelijks gedaan wordt. Vermits pompoen een groente is met een niet al sterk uitgesproken smaak moeten er ook geen sterk smakende groenten aan toegevoegd worden. Dus we nemen een ui of een stuk wit van prei. Snijden dat in hapklare brokjes en stoven deze basisgroente aan in een beetje vetstof naar keuze. ( Om de firma VDM ter wille te zijn : “Alpro soya, bakken en braden”...)

    Nu voegen we daar in grove stukken gesneden pompoen aan toe en gieten er kippenbouillon bij tot alles mooi onder staat. Water met kippenbouillonblokjes doet het ook wel. Indien echte kippenfond gebruikt werd, er ook peper en zout aan toevoegen. Laat nu maar koken, niet lang, een twintigtal minuten is meer dan voldoende. Stop er nu de staafmixer in of gebruik een ander tuig om de soep fijn te maken. Wil je het werkelijk heel goed doen, zeef de soep dan nog eens door een gewoon keukenzeefje. Heb je zo een mooie puntzeef, dan mag je die nu uit de kast halen. Voor zij die geen zeef hebben: het moet niet !

    Proef de soep, is de kruiding in orde? Zo niet, aanpassen !

    Is de soep te dik, voeg dan nog wat bouillon toe.

    Heb je te veel soep, geen nood, morgen is die ook nog goed, beter zelfs.

    In bovenstaan recept worden appeltje toegevoegd als garnituur. Is dat lekker? Ik weet het niet, maar waarom niet.

    Andere mogelijke garnituren zijn : kleine stukjes gekookte groene selder, dat geeft een fris kleurtje. Ook blokjes tomaat staan goed in de soep, ook weer wegens de kleur. De twee samen is nog beter.

    In het recept worden croutons van foccacia gebruikt. Foccacia is dat harde platte Italiaanse brood. Ik vrees alleen dat de soep met die croutons nogal dik zou kunnen uitvallen.

    De croutonnetjes zuigen zich vol soep, zwellen op en maken een pompoenpap van je soep, tenzij de croutons echt zeer goed gebakken zijn en ze slechts op het laatste moment bij de soep gevoegd worden.

    Nu wordt de soep geserveerd in een uitgeholde pompoen. Een pompoentje !

    Primo, waar vind je zo een eenpersoonspompoen ? En als je met zessen aan tafel zit ?

    Wat doe ik met het vruchtvlees dat er uit komt ?

    De soep wordt nooit zo warm gegeten als ze opgediend wordt. Dat zal hier zeker ook het geval zijn.

    Waar je die kleine pompoentjes moet halen ? ‘k Zou het niet weten.

    Het vruchtvlees wordt gebruikt om er de soep van te maken... Hol de pompoen uit met een eetlepel met scherpe rand. Als de steel van de lepel nadien verwrongen is...? Daar kan ik ook niets aan doen... Om het echt mooi te doen kan het “deksel” uit de pompoen gestoken worden in stervorm. Bij tomaten wordt dat ook wel eens gedaan.

    Als je de soep serveert in de uitgeholde pompoenschil, hou er dan rekening mee dat de soep sterk afkoelt ! Dus zeer snel opdienen en goed warme borden gebruiken.

    Ik heb ooit eens geprobeerd om de schil op te warmen in de oven om te beletten dat de soep te fel zou afkoelen. Waarschijnlijk was de pompoen in plaats van warm, al redelijk goed gaar. De schil is aan tafel opengebarsten met alle dramatische gevolgen van dien.

    De gekonfijte eendenmagen kan je inderdaad zelf maken, maar ze zijn ook zo, reeds klaargemaakt te koop in de betere supermarkten, zoals dat heet.

    Trouwens waar zou je rauwe eendenmagen kunnen kopen ?

    Mocht je het toch willen proberen, gebruik dan misschien kippenmagen, geef ze dit keer niet aan de kat maar eet ze zelf op. Het konfijten moet gebeuren op zo laag mogelijke temperatuur in eenden of ganzenvet, des te langer des te beter. Minstens een uur of twee.

    Dit kan best gedaan worden in en oven die afgesteld staat op honderd graden. Het vet mag zeker niet heet worden zodat het vlees zou beginnen fruiten... het is meer koken in vet dat er moet gedaan worden.

    Die gekonfijte magen zijn ook zeer lekker verwerkt in of bij een salade... Gewoon even opwarmen in wat eendenvet, in plakjes snijden en smikkelen maar.

    Mocht je het per toeval niet lusten, geef ze dan toch maar aan de poes, die zal wel beter weten!

    30-08-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (2)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (26 Stemmen)
    Categorie:Groenten
    23-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Vis bereiden
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Er komen nogal wat vragen binnen over het bereiden van vis. ( Niet berijden!)

    Daarom in het kort een overzicht van de verschillende mogelijkheden.

    Koken

    Bakken in de pan

    Fruiten in de frituur

    Braden in de oven

    Pocheren

    Roosteren ( grillen)

    Dat is voldoende om te beginnen. Er bestaan nog meer bereidingswijzen maar dat is misschien iets voor later.








    Koken:

    Vissen die in aanmerking komen : kabeljauw, schelvis, tarbot, zalm, forel, rog, heilbot...

    Er zijn er meer maar als voorbeeld is dit genoeg.

    Een vis mag eigenlijk niet koken, dan gaat hij stuk. Dus hou het kookvocht een ietsje onder het kookpunt tijdens het gaar maken. Geen hevige geborrel.

    Zorg er ook voor dat de vis nadat hij gekookt is ook gemakkelijk uit het kookvocht kan gehaald worden. Gekookte vis is zeer breekbaar. Er bestaan speciale langwerpige kookpotten voor vis, met een rooster er in. Zo bijvoorbeeld voor een hele zalm en ook voor tarbot. Maar dat zijn dure investeringen.

    Er bestaan twee mogelijkheden om vis te koken, in gewoon gezouten water en in een court-bouillon. Dit laatste is een kookvocht met aromaten. Water, selder, wortelen, uien, tijm, laurier, peterseliestengels, peper en zout . Dit kookvocht wordt eerst een kwartiertje gekookt, zo kunnen de aromaten hun smaak afgeven. Daarna giet men er een scheut azijn bij of een royale hoeveelheid witte wijn. Proef aan de court-bouillon of hij goed smaakt, zo niet peper en zout toevoegen. Zeef dit kooknat.

    Moet de vis nu opgezet worden in een koud kookvocht of in een kokend?

    Best is om te starten met een koud of lauw kooknat. De vis zou anders kunnen krom trekken en in stukken breken. Zeker voor een grote hele vis, zoals een zalm geldt deze regel.

    Moten vis of kleine vissen kunnen opgezet worden in heet of kokend vocht.

    Zeer verse vis kan best gekookt worden in gewoon water met zout.

    Al wat oudere vissen of vissen die koud opgediend worden kunnen best gekookt worden in een court-bouillon. Als de vissen koud opgediend worden zoals bij een koud buffer, laat men ze afkoelen in het kookvocht.

    Als saus geeft men bij gekookte vis een botersaus, dus gewoon gesmolten boter of een hollandse saus. Dus geen fantasietjes om de smaak van de vis niet te verdoezelen.

    Bakken in de pan.

    Geschikte vissen: tong, forel, rouget-barbet, haring, sardines, schol, knorhaantjes, stevige visfilets...

    Dit is een veel toegepaste methode omdat het resultaat zeer smakelijk is.

    Liefst de vissen eerst kruiden met peper en zout. Daarna door bloem wentelen en de overtollige bloem er weer afschudden. In een anti kleefpan is de bloem niet nodig maar de bloem geeft toch aan apart korstje en smaak aan de vis.

    Meestal bakt men ook vissen met het vel er nog aan. Op het vel gebakken noemt men dat nu... , dat klinkt chic maar is klinkklare onzin.. ( Of op de graat gebakken...)

    Bij een tong wordt het zwarte vel verwijderd, het witte blijft er aan. Schubben wel verwijderen. Zo zou het toch moeten volgens de klassieke regels. Bij andere platvissen zoals, pladijs ( schol ), schar en dergelijke lukt dat niet...

    De vis wordt best eerst gebakken in een mengsel van boter en olie. De boter geeft smaak, de olie verdraagt hoge temperaturen. De vis mag ook maar één keer omgedraaid worden dit weer om te beletten dat de vissen zouden breken tijdens de bereiding. Daarom eerst de mooie kant in de pan leggen ( als er al een mooie kant is! ) na het draaien komt die bovenaan te liggen.

    De vis kan en mag eventueel verder gaar gemaakt worden in de oven.

    Na het bakken wordt het bakvet gewoon weggegoten, de vissen worden op het bord of schotel gedresseerd en daarna overgoten met verse gebruinde boter. Afwerking gebeurt met een schijfje citroen en wat citroensap en als laatste worden de vissen bestrooid met gehakte peterselie.

    Bovenstaande bereiding wordt in vakterminologie, à la meunière, genoemd. Van de molenaarsvrouw. Waarom? Zij had beschikking over bloem of meel, vermoed ik...

    Sole meunière, wereldberoemd in Oostende en ruime omgeving.

    Fruiten in de frituur.

    Soorten vissen: kleine hele vissen, visfilets...

    Vooraleer hier aan te beginnen moet je weten dat het frituurvet, of beter olie, na de bereiding van vissen naar de filistijnen is... Hoogstens kan er nog een tweede keer vis in gebakken worden maar het vet of de olie nemen een onmiskenbare visgeur aan!!! Frieten met visaroma, misschien wat nieuws?

    Er bestaan een drietal mogelijkheden om vis te fruiten.

    De vis kruiden en door melk halen, daarna door bloem wentelen en bakken in een hete frituur.

    Des te kleiner de visjes, des te warmer de frituur moet zijn. Onlogisch ? De vis moet kleur krijgen en gaar zijn... Een klein visje is snel gaar maar moet ook wat kleuren, een grotere vis moet gaar worden en zal door de langere baktijd vanzelf kleuren...!

    Vooral voor visfilets: de filets paneren; op zijn Engels noemt men dat. De vissen eerst kruiden, door bloem wentelen, daarna door losgeklopt eiwit halen en daarna door paneermeel.

    Het paneermeel goed vastkloppen, met de vlakke hand bijvoorbeeld.

    De vissen of visfilets een tijdje laten rusten vooraleer te fruiten.

    De visfilets door een frituurdeegje halen! Dit deegje kan op vele manieren gemaakt worden.

    Een gemakkelijk recept gaat als volgt: neem wat bloem doe er een ei bij, peper en zout en roer er bier bij tot een vrij dik vloeibaar kleverig deegje ontstaat. Wil men het deeg extra luchtig maken dan kan het eiwit opgeslagen worden tot sneeuw.

    De visfilets kruiden, weer door bloem halen, meeste bloem er af en dan door het deegje halen. Fruiten in de frituur. Laten bakken tot een mooie bruine kleur ontstaat. Gebruik hierbij geen mandje, het deeg plak vast in de mazen en is er nadien alleen met hamer en beitel uit los te krijgen. Deze gefruite vissen kunnen opgediend worden met een saus op basis van mayonaise, tartaarsaus bijvoorbeeld of met een pittige tomatensaus.

    Amaai mijn calorieën...

    Vissen braden in de oven

    Gebruikte vissen: zeebaars, daurade, zalm, kabeljauw, schelvis, lotte,

    Het gaar maken in de oven, braden als het ware.

    Hiervoor worden hele, liefst grote vissen gebruikt.

    De vis in een geboterde braadslede leggen, kruiden met peper en zout, eventueel enkele stukjes wortel en ui er rondom schikken en een klein kruidenbosje. Een dikke klont boter een stevige slok witte wijn toevoegen. Op de vis worden wel eens schijfjes citroen gelegd. Start de vis in een zeer warme oven zodat hij snel kleur krijgt. Daarna de warmte van de oven verminderen. Regelmatig overgieten met de braadjus, die er eigenlijk niet is maar de witte wijn en de boter zijn de goede vervangers...

    Probeer niet om de vis om te draaien tijdens het braadproces, een ruïne zal het resultaat zijn.

    Het probleem hier is om te weten wanneer de vis gaar is. Kijk hier !

    Bijna alle vissen hebben wel een rugvin. Laat deze aan de vis vastzitten of probeer de aanzet van die vin te vinden en probeer na enige tijd of die rugvin er gemakkelijk afkomt, let op: het inwendige deel moet meekomen. De vis is dan gaar.

    Serveer met een groente naar keuze, venkel is zeer lekker bij dergelijke bereidingen.

    Vissen pocheren

    Gebruikte vissoorten: tongfilets, filets van andere fijne vissoorten, lotte,...

    Dit is een typische restaurantbereiding die wel enige ervaring vereist.

    Werkwijze : een braadslede in boteren en bestrooien met zeer fijn gesnipperde sjalotten.

    De visfilets, al dan niet geplooid op opgerold worden hierop gelegd.

    De vis wordt nu overgoten met hete gekruide visfumet van goede kwaliteit.

    Afdekken met boterpapier. De vis gaar maken in de oven of op zeer zacht vuur, onder het kookpunt. Als de vis gaar is, het pocheervocht afgieten en de vis zelf warm houden in de oven. Het pocheervocht zeven en het kan gebonden worden op diverse manieren:

    - Met roux of beurre manie ( geknede bloem met boter )

    - Het pocheervocht zeer sterk inkoken en opwerken met boter

    - Het pocheervocht zeer sterk inkoken en opwerken met Hollandse saus

    De saus kan verder afgewerkt worden met room of liaison.( room plus eierdooier )

    Indien er een garnituur in de saus verwerkt wordt dan zal dit garnituur samen met de vis gepocheerd worden, bijvoorbeeld de vis bestrooien met gehakte sjalotten en uien en blokjes gepelde tomaten, dit wordt dan gepocheerde vis “Duglérè”.

    Vissen roosteren.

    Op de BBQ dus of grillen op een contactgrill.

    Gebruikte vissen : vette vissoorten zoals sardines, haring, zalm, forel, en schaaldieren. Ook andere vissoorten kunnen ook gegrild worden maar die plakken gemakkelijk vast aan de rooster !

    Dit soort vissen daarom beter tussen een losse rooster klemmen.

    De vissen worden op z'n geheel gebruikt, ook moten komen in aanmerking maar let op voor plakken.

    Filets zijn niet zo geschikt omdat ze te snel breken.

    Sommige vissoorten worden eerst door bloem gewenteld (zalm ) daarna door olie en dan gegrild.

    De vissen 4 maal van richting veranderen zodat de typische ruittekening ontstaat. Indien de vis niet volledig gaar is, hem verder laten gaar worden in de oven of op een vel aluminiumfolie op de barbecue.

    Dit was dan het korte overzicht, ’t is weer een pak geworden van vier pagina’s.

    23-08-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (3)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (40 Stemmen)
    Categorie:Visbereidingen
    16-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Maïs
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Nu ik terug ben uit Douchapt begint de dagelijkse sleur weer.

    Een massa werk dat nog ligt te wachten moet dringend aangepakt worden. Elk half uur rinkelt de telefoon. Steevast volgt de vraag: en hoe is de vakantie geweest?

    Gewerkt van acht uur ’s morgens tot elf uur ’s avonds zeven dagen op zeven, vijf weken lang... ’t Was een mooie vakantie!

    ( Dat ik ’s namiddag een dutje deed, vertel ik er meestal niet bij... )

    Boodschappen doen behoort ook weer tot het dagelijkse patroon, in Frankrijk was dat niet anders. Ook loop je zo onmiddellijk na de thuiskomst op een andere manier de supermarkt door. Oh, kijk dat kost hier meer... maar ze hebben hier wel minder keuze aan kaas en kijk daar ligt maïs in de rekken !


    Maïs en kippen, maïs dat is “kiekeneten”, zo heb ik toch lang gedacht.

    Let op, kippen eten graag maïs en ze leggen er lekkere eitjes door, met mooie gele dooiers!

    Maar de maïs in de supermarkt, dat is geen “kiekeneten”, dat is suikermaïs en die is verdomd lekker.

    De eerste keer dat ik er mee in contact kwam was in India, denk ik, ’t is weeral eens lang geleden. We maakten er toen een sport van om een maaltijd vast te krijgen voor minder dan tien Belgische frankskes... ’t Was de hippie tijd...

    Het aller-goedkoopste was een gegrilde kolf maïs. Die kon je kopen langs de straat voor ongeveer één en een halve Belgische frank. Je had daarmee niet genoeg gegeten maar met twee stuks kwam je al een heel eind verder de dag door...

    Een paar jaren later in de Verenigde Staten waren we te gast bij een familie die speciaal voor ons Belgen verse maïs zouden klaarmaken. Corn on the cob.

    Het was bij een familie die nog wist wat koken betekende, zelfs toen al een zeldzaamheid in de US.

    De heer des huizes was reeds ’s morgens in de vroegte op stap gegaan om verse maïs te halen.

    Volgens hen moest maïs binnen de vier uur na het plukken gegeten worden anders was het niet meer de moeite waard. Daar zit waarheid in want de suiker in de maïs zet zich snel om naar zetmeel als de kolven afgesneden worden. Dit betekent dat alle maïs die in de supermarkt te vinden is volgens Amerikaanse normen niet meer te eten valt !!

    And... don’t cook the corn longer than four minutes...!

    Sommigen eten de maïs zelfs rauw, en het is nog lekker ook. In ieder geval mag maïs niet langer koken dan tien minuten want nadien wordt hij taai of papperig.

    Er bestaan een drietal methodes om maïs te bereiden.

    In de microgolf maar dat is alleen goed voor kleine hoeveelheden.

    Gewoon koken in water, opzetten in koud water of opzetten in kokend water.

    Grillen op de BBQ.

    In ieder geval moeten de buitenste bladeren verwijderd worden. Deze bladeren blijven rond de kolven zitten om deze te beschermen tegen uitdroging. Deze beschermbladeren moeten er nog fris uit zien of anders is de maïs te oud... Kijk naar de uiterste gebruiksdatum op de verpakking. Normaal zijn maïskolven verpakt per twee. Voldoende voor één persoon of als groente voor twee personen.

    De simpelste methode bestaat er uit om een pot met water op het vuur te zetten met een schepje suiker, zeker geen zout, dit is belangrijk!

    Verwijder de groene bladeren en de zijdeachtige draden die er tussen zitten en spoel de maïskolven even. Leg de kolven in het kokende water en kook ze gedurende één tot vijf minuten naar keuze.

    Serveer ze met een klont boter en zout. In de US hebben ze daar zelfs speciale kleine pakjes margarine voor... maar boter is lekkerder.

    Om de maïs te eten, denk dat je een konijn bent en knaag de korrels er af. Smeer eerst wat boter op de warme kolven en strooi er zout over.

    Met een beetje geluk vind je ergens speciale prikkers om links en rechts in de kolven te prikken zodat ze kunnen gegeten worden zonder zijn vingers te branden... maar dat valt wel mee.

    Tijdens het eten kunnen de maïskolven in het kookwater blijven om ze alzo warm te houden.

    In de microgolf worden de kolven met een bodempje water gedurende enkele minuten op volle kracht gekookt. De schaal eerst afdekken met folie of een deksel.

    Om te starten met koud water : de maïs in koud water opzetten, aan de kook brengen, vuur uit, en daarna 10 minuten wachten !

    Bij de BBQ worden de rauwe kolven in drie of vier stukken gesneden, ingesmeerd met olie en gegrild tot ze mooi bruin zijn. Ook weer niet te lang op de gril laten liggen want anders worden de korrels te hard.

    Een restje gekookte maïs kan nog gebruikt worden door de korrels er met een scherp en puntig mes af te snijden en deze korrels op te warmen met een beetje boter. Een ideale begeleiding bij een stukje gegrilde of gebraden kip bijvoorbeeld.

    De Chinezen maken er “sweet corn soup” van . Kippenbouillon gebonden met maïzena waarin verse of gekookte maïskorrels mee gekookt worden. Enkele snippers gekookte ham of kip als versiering....

    Het woord maïzena is nu gevallen. Maïzena is een merknaam voor maïszetmeel maar ondertussen is het een begrip geworden, zoals een “Bic” of een “Kodak”...
    Het maïszetmeel werd voor het eerst vervaardigd in 1856 te Paisley in Schotland door de heren Brown&Holson. Het werd verkocht onder merknaam Dureya Maïzena of Mondamin.

    De naam Mondamin is in Duitsland nog steeds een merknaam.

    Van gewone gele of witte maïs wordt meel gemaakt, polenta, zeer goed gekend in Noord Italië en ruime omgeving. De polenta wordt gekookt in water met zout tot een dikke stevige pap. De pap wordt afgewerkt met kaas en/of boter naar smaak. De polenta wordt gegeten met tomatensaus, met champignons, kleine vogeltjes, groente, vis zoals bacala.... keuze genoeg.

    De opgesteven rest van de polenta wordt de volgende dag in dikke plakken gesneden en wordt dan gegrild of opgewarmd in de pan. Gebakken polenta met confituur is een prachtig ontbijt...

    In sommige streken in Frankrijk wordt de maïspap “gaudes” genoemd en in de Périgord is het “mique”... Daar durven ze er ook truffel in doen !

    Maïsbrood is een Amerikaanse specialiteit, alhoewel het op diverse plaatsen in de wereld terug te vinden is. Zelfs in Tocane een buurgemeente van Douchapt maakt de bakker maïsbrood op maandag, het is er dan marktdag.

    Maïs bevat uit zichzelf te weinig gluten om er een goed brood van te maken maar door toevoeging van goede broodbloem is er een mooi geel brood van te bakken.

    Toen we in Arizona werkten gingen we af en toe eens naar een rodeo kijken vooral omdat er buiten de “coral” steeds een eetkraam stond bemand met indianen ( echte...) die “fried corn bread” bakten. Een soort reuze grote platte oliebol besmeerd met honing. Buitengewoon lekker.

    Popcorn is nog een ander Amerikaans fenomeen. Met emmers vol wordt popcorn gebakken of thuis gemaakt of verkocht. Popcorn bestaat zowel in een zoute als in een zoete versie. Men heeft er speciale maïs voor nodig. Maïs om te poffen. Vrijwel overal te koop. Van een pakje kan men zelf een karrenvracht popcorn maken.

    Doe een lepeltje olie in een pot met stevige bodem, verhit de olie tot goed heet en giet er een lepel popcornmaïs in. Leg er een deksel op en schud de pot goed terwijl hij op het vuur blijft. Dan hoort men het geplof van de korrels die openbarsten. Als resultaat krijgt men een massa popcorn. Daarna er fijn zout of suiker over strooien. De maïs kan ook in hete karamel gepoft worden maar dit vraagt wel een ietsje meer kennis omdat het zaakje snel verbrandt.

    Er bestaan ook popcorn versies voor de microgolf maar daar heb ik nog geen goede ervaringen mee opgedaan.

    Zo zie je maar dat “kiekeneten” ook lekker kan zijn.

    16-08-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (2)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (18 Stemmen)
    Categorie:Groenten
    09-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Rog in 't zuur
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Tijdens mijn verblijf in Douchapt heeft Bojako mij ergens een vraag gesteld over rog in ’t zuur. Toen had ik geen tijd om te antwoorden, nu ook niet maar het gaat toch al wat beter.

    Mijn vorige en ook laatste “baas”, mijn vrouw niet meegerekend, had een afkeer van rog in ’t zuur. Ooit had hij de pech dat hij rog in ‘t zuur voorgezet kreeg tijdens een examen over “verkoopklare gerechten”. Om zijn gezicht niet te verliezen heeft hij de rog dan maar met lange tanden en een zuur gezicht opgegeten.

    Sindsdien riep hij mij steeds achterna: geen zure rog meer voor mij, hé...!

    Van cassoulet had hij ook zo een afkeer...

    Rog in ’t zuur is één van de eerste gerechten die ik als klein jongetje ooit klaar gemaakt heb en waarvan ik dacht dat het mislukt was. Toch had ik heel goed het recept uit het kookboek van de boerinnenbond gevolgd, doch het gerecht wou niet opstijven. Er stond in het boek dat de bereiding moest afkoelen vooral het kon opgediend worden.

    De kom met rog stond reeds een half uur in de kelder en het was nog steeds niet opgesteven...

    Oh, ramp...!

    Rog is een zeer smakelijke vis, een kraakbeenvis, die reeds twee keer tot vis van het jaar is uitgeroepen. Bovendien goedkoop! In deze barre dure tijden is dat wel mooi meegenomen.

    Gratenhaters, ( bestaat dat woord ? ), hebben er ook geen last mee want rog heeft geen echte graten maar een kraakbeenstructuur zoals de haaien.

    Er bestaan wel een paar soorten rog, de katroggen zoals de vissers ze noemen, dat zijn de kleintjes. De vleet, dat is een veel grotere, de stekelrog komt ook veel voor... en er zijn er nog een paar andere maar hier doet dat er niet toe.

    De kleine vleugeltjes zijn de beste volgens mij, elk heeft zo zijn portie !

    Een rog heeft vleugels. Het zijn eigenlijk de zeer sterk ontwikkelde zijvinnen.

    Ik heb eens de kans gehad om een hele rog te verwerken met een lichaam en een staart van wel tien centimeter doorsnee, dat is een enorm beest, maar buiten de vleugels is er weinig eetbaars aan. Wel zit er enorm veel gelatine in dit “karkas” van de rog. Plakken tot aan je ellebogen doe ja daarna...

    Seffens gaan we de rog “opleggen” in het zuur maar eerst nog even vermelden dat gewoon gekookte rog of gebakken rog ook zeer lekker is. Met kappertjes en bruine botersaus bijvoorbeeld.

    Echt verse rog heeft een rozige kleur, oude rog ziet er wit uit, maar dit hangt een beetje af van het type rog.

    Probeer ook niet om zelf het vel van de rog te verwijderen, je kunt je daar ernstig aan kwetsen of erger nog, er een hartaanval aan over houden. Het vel is bezaaid met stekels, daar kwets je, je mee en de hartaanval krijg je omdat het vel er zo moeilijk af te krijgen is.

    Oude recepten zeggen om de rog te koken met het vel er aan en het te verwijderen als de vis gaar is. Nu is dat niet meer nodig alle roggen worden utgekleed verkocht...

    Eerst gaan we de naakte rog koken of beter: pocheren. Dit wil zeggen zeer zachtjes gaar maken.

    Eerst maken we een kookvocht, een court-bouillon, met water, wat gesneden ui, een takje selder, een blaadje laurier, een klein greepje peperbollen en een takje tijm. Laat dit een tiental minuten trekken. Voeg nu zout toe. Hoeveel? Proef gewoon !

    De bouillon heeft nu misschien een donkere kleur gekregen. Geen nood, giet er een royale scheut azijn bij en bij toverslag wordt hij helder...

    Zeef nu dit kookvocht, breng het opnieuw aan de kook in een platte kookpan en stop de rog er in. Laat dus niet volledig aan de kook komen maar hou het kookvocht tegen het kookpunt aan.

    De rog is gaar als het ronde “beentje” dat aan het dikke einde van de vleugel vast zit er vlot en gemakkelijk van loskomt. Dit pocheren duurt hoogstens een paar minuten of zoiets!

    Neem nu een grote platte kom en leg een paar schijven citroen op de bodem. Eventueel mogen ook wat apart bijna gaargekookte uienringen of ook wortelschijfjes op de bodem van de kom gelegd worden.

    Dit is omdat seffens het vocht ook gedeeltelijk onder de vis zou kunnen doorkomen.

    De worteltjes mogen eerst met een canneleermesje een beetje verfraaid worden.

    De platte kom is noodzakelijk, anders kan men nadien geen behoorlijke porties vis uit de kom scheppen. Leg de stukken vis nu ordelijk op de bodem van de kom. In de luxe versie wordt het visvlees zelfs eerst van de graat gehaald.

    Schuif links en rechts ook nog enkele schijfjes ongepelde citroen tussen de roggevleugeltjes.

    Gebruik hiervoor liefst onbespoten citroenen. Die zijn nu gemakkelijk te vinden in de supermarkten maar onze grootmoeders hadden die niet en voor zover ik weet is er nog nooit iemand gestorven door rog in ’t zuur met gewone citroen te eten. Ook de citroenen ogen mooier als ze eerst gecanneleerd worden.

    Het kookvocht van de rog kan nu gezeefd worden door een fijne goed uitgekookt doek of als men even wacht zullen alle onzuiverheden naar de bodem van de kookpot zinken en daarna kan het heldere gedeelte er af gegoten worden. Proef er nog eens aan: voldoende zout, misschien nog een beetje azijn? ’t Moet lichtjes zuur smaken, we maken toch rog in ’t zuur... Iedereen heeft daar een andere mening over.

    Meet dit vocht af en voeg er zes tot acht gram in koud water geweekte gelatineblaadjes aan toe, per liter bouillon. Deze hoeveelheid is een beetje een kwestie natte vingerwerk. Bij sommige rogsoorten hoeft men zelfs geen gelatine toe te voegen, het kookvocht geleert vanzelf. Dit moet eens uit getest worden... Ook hier heeft iedereen er zijn eigen idee over hoe dik de gelei op de rog moet zijn...

    Daarom ook is een recept altijd maar een leidraad...koken is nog steeds geen wiskunde.

    Ervaring is veel belangrijker dan “een recept hebben”. Maar men moet het eens een eerste keer doen, niewaar ?

    Zo ook die zes of acht gram gelatine, ik heb dit reeds dikwijls geschreven, hoeveel blaadjes zijn dat ? Ik weet het niet.... Lees op de verpakking hoeveel een blaadje weegt!

    Ten slotte giet deze gelei, want we hebben nu een gelei gemaakt, over de rog in de kom.

    Als alles goed gaat staat de vis nu onder vocht.

    Deze bereiding kan best de dag voordien gemaakt worden. Zo trekken alle smaken goed door mekaar en de gelei heeft ook tijd nodig om op te stijven. Zelfs in de koelkast kan dit opstijven enige uren duren. Op een half uur lukt dat niet zoals ik destijds in mijn jeugdig enthousiasme dacht...

    De rog kan gegeten worden als voorgerecht met een slaatje maar ook als zelfstandig gerecht met boterhammetjes...doe maar wat je zelf het lekkerst vind.

    Het gerecht kan enkele dagen in de koelkast bewaard worden maar stilaan begint de gelei te verwateren, dit betekent dat het hoog tijd is dat de vis opgegeten wordt.

    Identiek dezelfde bereiding kan gemaakt worden met zeepaling. Er bestaat wel wat verwarring over deze benaming. Voor mij is de echte zeepaling nog steeds de kongeraal.

    Een grote mooie palingachtige vis, meer dan een meter lang, een arm dik, met een vervaarlijke muil. Nu bedoelt men er de kleine zand of hondshaaitjes mee. Dit zijn ook palingachtige vissen maar het zijn eigenlijk kleine haaien. ( Voor de Koen, in Frankrijk : rousette! )

    Ook is het mogelijk om een gelijkaardige bereiding te maken met gebakken rog. Ik heb het nooit geprobeerd maar dan lijkt het op de escabeche zoals die in Wallonië gemaakt wordt.

    Tijdens mijn jeugd verkocht “den dikke Rottiers” op vrijdag, want dan was men verplicht om vis te eten, buiten bakharing en pekelharing ook opgelegde rog, rog in ’t zuur.

    De rog werd dan geëtaleerd in een grote lampetkom.

    Het gedacht alleen al dat “den dikke Rottiers” zich daar voordien in gewassen had moedigde mij niet aan om daar rog te kopen. Daarom maakte ik hem zelf.

    Trouwens wie van de kindjes herinnert zich nog wat een lampetkom en lampetkan is?

    Hoe men zich daaraan of daarin moest wassen weet ik niet... maar het waren toen ander tijden.

    Lang hebben wij thuis zo een lampetkan en kom gehad als decoratie op de “lavabo”, een meubel met een wit marmeren dekblad.

    Terwijl zijn al die kommen en kannen reeds verkocht op de rommelmarkten vrees ik.

    Nu ik toch over “den goeden oude tijd” bezig ben, de vis kochten we vroeger in een heuse vismijn, in Lier.

    Lier was één van de weinige plaatsen in ons land waar tot twee keer per week een openbare vismijn, een visafslag, gehouden werd.

    De vis werd ’s nachts aangevoerd van ergens aan de kust in kisten met ijs en ’s morgens, ik dacht rond negen uur begon de “mijn”.

    Een politieagent, steeds dezelfde, liet een partij vissen op een houten bord leggen en dan noemde hij een prijs. Nadien telde hij af! Vijftig, negenenveertig, achtenveertig, enz.. Spannend. Vandaar het woord : visafslag.

    De eerste die “mijn” riep, had de partij aan de afgetelde prijs. Onmiddellijk cash te betalen. Geen kredietkaarten of cheques.... alleen harde valuta!

    Een paar stadswerklieden droegen de vis dan naar de koper en ontvingen de centen.

    Naargelang hoe de verkoop verliep werden de prijzen hoger of lager ingezet.

    De prijzen en de verkochte hoeveelheden werden door meneer de “polies” ijverig in een beduimeld boek bijgehouden. Naar het schijnt verdiende de stad er een mooi centje aan.

    Meestal waren er kabeljauw, schelvis, rog, knorhaantjes, zeepaling, pladijzen, steenbolken en nog wel enkele andere soorten te koop. Soms aan belachelijk lage prijzen.

    Enkele dames van het café uit de buurt hielden er een mooie bijverdienste aan over: zij maakten de vis panklaar voor een marginaal prijsje.

    Zij haalden het vel van de rog met een nijptang in de ene hand een ijzeren spons in de andere hand om de vis vast te houden...

    09-08-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (1)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (30 Stemmen)
    Categorie:Visbereidingen
    02-08-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Relmuizen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen















    Op het ogenblik dat jullie dit lezen ben ik vermoedelijk aan het rijden.

    Ergens tussen Limoges en Antwerpen.

    Het zit er weer eens op voor dit jaar, wat niet wil zeggen dat ik niet meer terug zou kunnen komen…

    Vorige week gingen de gesprekken hier over de diverse dieren die verblijven in de kamers van “Les Templiers” in Douchapt.

    In het bijgebouw zou er een uil schuilen. Niemand heeft de uil ooit gezien maar na het nuttigen van enige flessen Saint Emilion is de vogel uitgegroeid tot een witte kerkuil, zo groot als een struisvogel en ’s nacht komt ie de cha cha cha dansen op het dak van het torengebouw.

    De andere kamers worden geteisterd door een steenmarter. Die is er echt! Ik heb hier vroeger reeds wat over geschreven welke vernielingen het beest aanricht maar niemand heeft de steenmarter ooit gezien. Toch komt hij ’s nacht samen met zijn vrienden en vrouw een partijtje voetbal spelen op de zolder… volgens sommigen toch, na het nuttigen van de laatste calvados…

    Vleermuizen zitten er hier ook te kust en te keur, die zijn wel degelijk te zien en vrouwen schijnen daar een heilige schrik voor te hebben. De vleermuizen zouden zich vast vliegen in hun haar, niet dat het ooit gebeurd is maar het kan ! Vleermuizen behoren ook niet tot de groep van het gevogelte… zoals er enkele zijn die dat denken…Samen met de gierzwaluwen zorgen ze er voor dat er hier geen muggen ( meer )zijn.

    Wilde duiven en tortelduiven huizen in de kerktoren en vermits ik maar op een viertal meter van de kerktoren mijn kamer heb, zijn ze mijn dagelijkse wekker. Ongeveer rond vijf uur dertig begint hun gekoer…!

    Nu word er weer een kamer geteisterd door een andere populatie dieren, namelijk relmuizen.

    Relmuizen zijn in België niet zo bekend maar hier en elders in Frankrijk is het eigenlijk een pest.

    De beestjes leven normaal in de bossen, in holen in de bomen maar ze komen de huizen van de mensen binnen om er voedsel te zoeken.

    Het zijn schattige diertjes, ze gelijken wat op een eekhoorntje, maar zijn wat kleiner hebben een grijze kleur en hebben grote poppenogen.

    In het Frans heet een relmuis : un loir.

    Zelfs in het Franse volkslied, de Marseillaise worden ze bezongen:

    Alons enfants de la patrie,

    Le jour du loir est arrivé…

    Yves Leterme heeft er “jour de gloire” van gemaakt…

    De relmuis wordt ook zevenslaper genoemd omdat hij zeven maanden lang een winterslaap houdt.

    De Romeinen kweekten de relmuizen in stenen kruiken tot ze vet waren om ze nadien te nuttigen. Relmuis in garumsaus met een garnituurtje van Romeinse sla…vermoed ik…

    De eerste relmuis ofte “loir” die ik ooit tegenkwam zat in mijn keuken ergens in de Pyreneeën. Ik had eens een kistje met perziken laten in de keuken staan en ’s anderendaags ’s morgens was uit elke perzik, alle zestien stuks, een stukje gebeten…. In plaats van één perzik op te eten, nee, alle zestien beschadigd…!

    ’s Avonds zaten ze in de keuken boven op de balken reeds met hun grote ogen te kijken wat er te stelen viel en wachten deden ze geduldig tot ik de keuken verliet…

    Veel was er aan hun tirannie niet te doen maar op een mooie keer werd het toch te grof. Eén van de beestjes had in de geldschuif van de bar een briefje van 200 Franse frank verorberd. Tenminste toch, in honderd stukjes gebeten. Elk stukje dus twee Franse frank waard…

    Hoe het gebeurd is weet ik niet meer maar ik ben er toen in gelukt om het mormel te pakken te krijgen, want snel zijn ze ook, en als straf heb ik hem opgesloten in een vogelkooi…

    Het beestje heeft daar twee dagen zitten treuren, hij kon niet meer gaan slapen, uit kompassie heb ik hem dan maar na twee dagen vrij gelaten. ( Voorwaardelijke in vrijheidstelling )

    Het deurtje van de kooi open gezet in de hoop dat hij zou weglopen maar nee, mijnheer of madame loir bleef zitten, kwaad naar mij kijkend!

    Toen probeerde ik om hem nogmaals te pakken, dit keer in de kooi met de bedoeling om hem er uit te halen en als dank heeft hij dwars door mijn duim gebeten… De ondankbare!

    Ik heb het gelukkig overleefd! De loir ook! Mijn bloed is nog in orde…

    Mocht iemand een recept hebben om een relmuis klaar te maken…?

    Bij de Romeinen werden ze gewoon gekookt, … met honing dacht ik ergens gelezen te hebben, maar dit lijkt mij een ietsje te eenvoudig.

    Nu zie ik nog niet onmiddellijk iemand van jullie naar de slager lopen om daar drie relmuizen te bestellen, niet te vet, want dan lust opa ze niet….

    Daarom even los uit de pols een receptje voor iets degelijks.

    Daarstraks nog een lasagne gemaakt met eendenlever. Grote luxe maar hier is “foie gras” een gewone grondstof.

    Dus enkele lasagneblaadjes voorkoken, anders worden ze niet gaar genoeg.

    Een schepje “perigeuxsaus * ” op de bodem van een gratinschaaltje scheppen en daarop een klein velletje lasagnedeeg.

    Nu een paar fijne sneetjes verse eendenlever daarop, weer een lasagnevelletje en daarop weer één sneetje eendenlever.

    Nu een gebonden veloutésausje maken van een weinig roux, gevogeltebouillon ( niet van tabletten ) en wat room.

    Over de deegvelletjes scheppen en bestrooien met gemalen parmezaanse kaas. Niet met die vlug smeltende rommel uit pakjes!

    Laten gratineren!

    Blazen vooraleer op te eten en stukje brood erbij is wel een goed idee!

    * Om eerlijk te zijn, die saus koop ik hier gewoon in blikjes. Let op 10 euro voor een klein blikje, er zitten truffels in, zie je ! Met zo een blikje kan je wel twintig porties maken…

    Volgende week eindelijk eens verlof. Wat een gepensioneerde allemaal lijden kan !

    02-08-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (4)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (21 Stemmen)
    Categorie:Verhalen
    25-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Sprokkels uit Douchapt
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Onlangs hier gehoord :

    Everybody brings happiness in this house, some by coming, others by going. ( de baas )

    Na het proeven van witte wijn: deze wijn is nog te slecht om in een ezel zijn oor te gieten…

    ( de bazin)

    Ik zou deze wortelen nog niet aan de konijnen durven te voederen… ( ikke )

    Zoals vorige keer reeds geschreven, de teruggevonden Pascale is vorige vrijdag komen eten, excuseer: souperen!

    Ze heeft de door haarzelf verkochte zeevruchten voorgezet gekregen en ze vond dat het goed was. Amen.

    Reeds enkele keren hebben we gedroogde morieljes, morilles, gekocht. Een soort paddenstoel voor wie het niet kent. Ik dacht dat het aan exorbitante prijzen was maar achteraf beschouwd viel het nogal mee.

    22 Euro voor 50 gram, dus 44 € voor 100 gram, als we nu de regel van drie toepassen komt dit op 440 eurootjes voor 1 kilogram. Op mijn website heb ik voor alle veiligheid 500 € per kilogram vermeld als gemiddelde prijs…

    Er bestaan natuurlijk ook verschillende kwaliteiten in.

    Dat is natuurlijk afschuwelijk duur, maar morilles zijn dan ook zeer lekker. We hebben ze verwerkt in een saus, samen met kalfszwezeriken, om gegeven te worden bij een piepkuikentje.

    Piep, zei de kleine kuik !

    Morilles komen als smaakgever dan ook na de truffels, die nog veel meer kosten…

    Meloenen zijn hier dagelijks fruit. Er zijn hier een tweetal variëteiten verkrijgbaar, de Périgordmeloen en de Charentaismeloen, deze laatste wordt bij ons meestal Cavaillon genoemd. Hier zijn ze veel lekkerder, ze rijpen op het veld en worden verkocht door de kweker zelf die er aan ruikt en ze goed bekijkt vooraleer hij ze verkoopt..

    Is het voor vandaag of voor morgen, vraagt ie er meestal bij, zo krijg je een lekkere net op punt gerijpte meloen.

    Nu maken we hier af en toe wel eens een sorbet van meloen.

    Op de site van “Chef Simon” had ik gevonden dat dit kan gedaan worden met het sap dat gevangen zit tussen de pitten van de meloen. Pitten die normaal weggegooid worden !

    Dat klopt, het geeft zelfs een zeer lekker resultaat.

    Een prachtig dessertje, met wat rode vruchten er bij, voor als het ooit eens goed weer wordt. Wij hebben hier geen klagen hoor. Gisteren was het 33 graden…in de schaduw!

    Je haalt de pitten uit de meloen, een goed rijpe natuurlijk en wrijft met een lepel al het sap uit de pitten. Dit doe je natuurlijk door een zeef.

    Desnoods voeg je nog wat los vruchtvlees er bij tot je voldoende hebt. Dat kan fijn gemaakt worden in een mixer.

    Haal bijvoorbeeld de meloen leeg met zo een lepeltje om bolletjes te maken, de resterende “afval” haal je er uit met een eetlepel en kan verwerkt worden tot sorbet.

    Bij 400 gram sap (of pulp ) , voeg je 200 gram siroop van 28 ° Beaumé, en het sap van 2 citroenen.

    Dit levert dus ongeveer 600 gram basismateriaal op.

    Dit doe je in een “sorbetière” en laat maar draaien. Desnoods gewoon in de diepvriezer zetten en regelmatig roeren tot de zaak begint te bevriezen. De sorbet zal dan wel een ietsje korreliger zijn. Halfweg, als de sorbet begint dik te worden, voeg je er één losgeklopt eiwit bij. Daardoor wordt de sorbet luchtiger.

    Dat vieze woord : siroop van 28 ° Beaumé, betekent gewoon dat je evenveel gewicht suiker als water laat koken tot een siroopje.

    Om tweehonderd gram te bekomen dus 100 gram suiker en 100 gram water, maar in de praktijk klopt dit niet, je zal te weinig hebben. Alhoewel, zo nauw steekt dit allemaal niet.

    Volgende week krijgen we hoog bezoek, wie het is dat vertel ik nog niet om eventuele bommenleggers en exhibitionisten niet op bepaalde ideeën te brengen. Ik zal haar ook eerst vragen of ik haar naam wel mag vernoemen want het is een zij…

    Nog een week te gaan !

    25-07-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (2)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (15 Stemmen)
    Categorie:Zo maar recepten
    19-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Messchelpen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Deze week vond ik per toeval bij de vishandelaar een pakje messchelpen.

    Ik dacht dat ik hier vroeger ook reeds wat over geschreven had maar dat is dan toch al een eeuwigheid geleden.

    Messchelpen zijn zeker geen messen, wel schelpen. Toch noemen de Fransen ze “des couteaux”, messen dus. De schelp doet denken aan het handvat van een antiek mes.

    De Latijnse naam is “ensis ensis”.

    Verder onderzoek levert ook op dat er kleine en grote messchelpen bestaan. De grote heb ik vroeger al eens gezien en gegeten. Nu lagen de kleintjes in de vitrine van de visboer !

    Twaalf euro voor een hele kilo, dat is niet gratis maar gezien de prijzen die tegenwoordig voor alles wat vis is, gevraagd wordt, valt dat nog goed mee.

    Naar het schijnt zouden de vroegere rijkeluisdochters, als ze met papa en mama mee naar de kust op vakantie mochten op het strand papieren bloemen verkocht hebben. Die werden dan verkocht voor “couteau’s” of hoe moet je dat schrijven ?

    Ze bouwden dan op het strand van Oostende bijvoorbeeld, een soortement winkeltje waar de papieren bloemen te koop aangeboden werden. Wie er dan zo onnozel was om die te kopen en te betalen met “couteau’s” is mij niet helemaal duidelijk, maar het zal wel kinderamusement geweest zijn.

    Ikzelf zou er nog niet aan denken om papieren bloemen te maken en, die te gaan verkopen op het strand van Oostende, zelfs niet in Blankenberge.

    Ten eerste kan ik geen papieren bloemen maken.
    Ten tweede, ik ben geen meisje.

    Ten derde, ik ben geen rijkeluisdochter of zoon.

    Ten vierde, ik zou er wel wat anders voor vragen dan couteau’s als betaling…Dollars, bv…

    Maar ik ben weer aan het afdwalen. We gaan de couteaux of messchelpen klaarmaken.

    Mocht je ze per toeval ergens vinden controleer dan of de beesten nog leven, zoniet zijn ze waardeloos. Dit is eenvoudig te testen door even aan de onderkant van het diertje te duwen, er hangt zo een soort zakje aan… raak het aan en het moet onmiddellijk ingetrokken worden…

    Dames, probeer maar…

    Mij eerste poging om ze klaar te maken was enkele jaren geleden. Niet beter wetend heb ik ze toen voor korte tijd gekookt in een “court-bouillon”. Het resultaat geleek meer op een soort Michelin winterbanden. Of Good-year, daar had het ook wat van weg.

    De volgende keer ging het al heel wat beter, ik had toen heel wat inlichtingen ingewonnen en wist dat de “kooktijd” voor de schelpen zo kort mogelijk zou moeten zijn.

    Dus de schelpen, het waren toen de schelpen van het grote type, misschien één minuut hoogstens, in een hete oven geschoven. Een klein klontje boter er in gedaan en een lekje citroensap.

    Dat was het !

    Een lekker stukje vers Frans brood daarbij, heerlijk was dat!

    Zo heb ik het nu ook weer gedaan, alleen in plaats van boter er snel wat olijfolie over uitgegoten, dat duurt niet zo lang als klontjes boter te plaatsen.

    Een beetje gehakte knoflook in die olie kan uiteraard ook wonderen doen.

    Het resultaat is even goed, beter zelfs.

    Soms kan je pech hebben, als er zand in de diertje zit. Veel is daar niet aan te doen vrees ik. Doorspoelen met een flinke slok witte wijn is de enige oplossing denk ik.

    Misschien bestaan er trucjes om de diertjes volledig zandvrij te krijgen. Indien iemand het weet mag hij of zij het altijd melden.

    ’t Schuurt de maag zij ons moeder altijd.

    Ondertussen is “Pascale” de vroegere uitbaatster van de viswinkel terug opgedaagd. We hebben haar ontdekt als verkoopster in een grote supermarkt, aan de visafdeling natuurlijk.

    Gisteravond is ze hier eindelijk komen eten, na tien jaar aandringen, maar dat wordt iets voor volgende week.

    19-07-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (5)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (29 Stemmen)
    Categorie:Schelpdieren
    11-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Moerasspirea
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    “Ik neem de pen ter hand om u te melden de staat mijner gezondheid en ik hoop van u hetzelfde”.

    Zo begon in de jaren 1800 en een klets, een brief.

    De pen is nu het toetsenbord geworden, de staat mijner gezondheid is prima en ik hoop van u ook nog steeds hetzelfde.

    Ik begin aan de derde week in “Douchapt”, nu is het wat rustiger maar toch is het nog steeds zoeken om een gaatje te vinden om mij eens een half uurtje achter de PC te zetten. Meestal is dit na elf uur ’s avonds maar nu is het hier een kalme rustige zelfs zonnige namiddag terwijl het bij jullie in België pijpenstelen regent…

    Ondanks dat ik nu wel dagelijks in de keuken sta moeten er ook dagelijks inkopen gedaan worden. Meestal doen we dit op de lokale markten met af en toe eens een zware aankoop in de supermarkt. Als we dan “thuis” komen valt mijn oog steeds weer op een weide vol met mooie witte bloemtrossen van de moerasspirea.

    Deze plant is bij ons in België niet zo gekend, ondanks dat hij op vele plaatsen voorkomt maar door de meeste mensen gecatalogeerd wordt als: onkruid…

    Waarop mijn vrouw steeds antwoordt: onkruid, meneer of mevrouw bestaat niet, onkruid is een uitvinding van de mens. Elk plantje heeft zijn nut en zijn bestaansreden.

    De moerasspirea heet hier in Frankrijk : “la reine des prés”, de koningin van de weiden…

    Dat zegt wel genoeg. De plant wordt ook in gedroogde vorm verkocht als kruid om er thee van te trekken. Waarschijnlijk voor van alles en nog wat goed, de geneeskrachtige eigenschappen ken ik niet maar ze zijn zo maar gratis voor niets van het internet te halen..

    De werkzame stof is “cumarine”. Deze stof heeft dezelfde geur als pas gemaaid of drogend gras.

    Ook “onze-lieve-vrouw-bed-stro” bezit deze geur.

    Het plantje, meer bepaald de bloemen, kunnen ook in de keuken gebruikt worden.

    Daarom zoek ik er altijd naar.

    Guy Van Cauteren kruidt er varkensvlees mee. Ik herinner mij nog dat men vroeger een ham, een Vlaamse hesp, kookte met een bosje hooi in het kookwater. Ook lamsbout werd en wordt bereid in hooi…. Dit kan nu eleganter opgelost worden met de moerasspirea. Waar zou anders de doorsnee Vlaming nog aan “biologisch” hooi geraken ?

    Zoek de moersspirea wel op plaatsen ver weg van alle verkeer, lang beken of rivieroevers, drassige gebieden zelfs gewoon in vochtige weiden. De plant is overlevend en komt dus elk jaar op dezelfde plaats opnieuw te voorschijn.

    Ik gebruik de moerasspirea om er een aperitiefje van te brouwen.

    Voor 100 gram bloemen neem je iets meer dan 100 gram kokend water. Giet dit uit over de bloemen in een kom en laat dit een nacht of zoiets ongeveer trekken.

    Zeef het vocht door een fijne, in water uitgekookt doek, breng aan de kook en voeg daar 100 gram suiker aan toe.

    Laat afkoelen en giet in een fles. Indien je er aan kunt geraken voeg dan ook nog een mespunt citroenzuur toe of het sap van een halve citroen. De siroop zou anders durven gisten na enige tijd. Bewaar de siroop voor alle veiligheid toch maar in de koelkast.

    Om er een aperitiefje van maken giet je een laagje van een tweetal centimeter in een hoog glas en leng verder aan met droge witte wijn naar keuze, of bubbelwijn…

    Nadien vraag je aan je gasten wat ze gedronken hebben en je kan er behoorlijke weddenschap op afsluiten, winnen doe je!

    Hoe de plant er uit ziet ?

    Bekijk de foto en zoek !

    Tot volgende week, ik begin stilaan blaren op mijn handen te krijgen, het werken niet meer gewoon zijnde !

    11-07-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (2)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (20 Stemmen)
    Categorie:Dranken
    06-07-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Bloggen en geen tijd

    Ik zit hier nu in Frankrijk op mijn vaste stek maar zonder mijn gewone, vertrouwde PC.

    Gelukkig heb ik wel de beschikking over de laptop van de “baas” maar het blijft moeilijk werken met een vreemde machine.

    Vorige week, voor mijn vertrek ben ik er in gelukt om nog alle verhalen voor “keukenverhalen” klaar te stomen, maar voor dit blog, keukenweetjes ben ik er niet meer in gelukt. Alleen onderstaand stukje over de mosselen kon er nog juist bij…

    De mosselen waren trouwens heerlijk !

    Als klap op de vuurpijl komt er nog bij dat het deze week hier ongelooflijk hectisch was.

    Dagelijks hadden we meer dan dertig personen te eten te geven, daar waar het huis maar een capaciteit heeft voor een zestiental personen.

    Maar ja, business are business and, de kassa moet af en toe ook eens rinkelen.

    De volgende weken worden heel wat rustiger.

    Dus alle mensen die een reactie geplaatst hebben of een boodschapje gestuurd hebben, ik heb ze gelezen hoor maar had geen tijd om te antwoorden. Zo ook voor degenen die een vraag gesteld hebben via de rubriek “culinair”. Volgende week…als ik eens wat meer tijd vind…

    Dan was er nog een Bart die een goede vraag stelde over merg, ik denk in verband met het stukje over “osso buco”.

    Hoe moet merg klaar gemaakt worden ? Gekookt of gebakken ?

    Hoe haal ik dit merg uit het been, (bot ) ?

    Antwoord op vraag één is eenvoudig: merg wordt gekookt! Altijd, immer !

    Het kan gewoon gekookt worden in licht gezouten water, minstens een vijftiental minuten, daarna kan het gekookte merg uit het been gepeuterd worden.

    Als kruiding gebruikt men gewoon veel peper en zout. Liefst grof zout.

    Fantasietjes zijn mogelijk…

    Destijds tijdens mijn legerdienst sloegen wij mekaar de kop in om het beendermerg dat uit de beenderen van de ketel blanke fond kwam, als eerste te bemachtigen.

    Holbewoners deden dit ook al!

    Gevonden resten in oude rotswoningen bewijzen dit.

    Om dit merg nu in rauwe toestand uit het been te halen, dat is een ander paar mouwen.

    Dit kan beter door een slager gedaan worden.

    Primo moet het been in stukjes van ongeveer 5 centimeter lengte gezaagd worden. Met een handzaag is dit “paardenwerk”.

    Daarna legt men dit stukje been goed vlak op een stevige snijplank en dan bestaat de kunst er uit om met de punt van een zware hakbijl juist op de rand van het been te hakken.

    Met een beetje, zelfs veel, geluk spitst het been zich dan in twee stukken. Meestal gebeurt dit niet, en dan kan ik verder geen goede raad meer geven. Bidden helpt soms…

    Verder, alleen veel oefenen, oefenen en nog eens oefenen…!

    Ik heb ooit een diepvries discount gekend die merg, klaar uitgehaald verkocht, in diepvries natuurlijk, maar die is er mee opgehouden omdat hij dat merg aan de straatstenen niet kwijt raakte…!

    Nu mijn bed in, het is weeral laat en morgen komen er nieuwe gasten…

    Maar vanaf maandag zal ik wel een beetje meer tijd hebben…

     

    06-07-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (5)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (17 Stemmen)
    Categorie:Verhalen
    28-06-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Mosselen
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Men moet geen mosselen roepen vooraleer ze aan wal zijn. Dit is een oud spreekwoord wat zoveel betekent als men moet het vel van de beer niet verkopen voor hij geschoten is.

    Toch roep ik nu reeds : mosselen !!!

    Als jullie dit lezen zit ik waarschijnlijk reeds achter een bord dampende mosselen.

    Franse bouchot mosseltjes. Mosselen van hangcultuur zoals ze hier genoemd worden.

    Die zijn nu reeds verkrijgbaar.

    Sinds ik dit soort mosselen ken moet ik geen Hollandse mosselen meer.

    De Franse mosselen zijn klein maar fijn, met een fijne textuur en een heerlijke zilte smaak.

    De Hollandse mosselen zijn daarmee in vergelijking rubberen schoenzolen. Groot zijn ze ja, maar wat heb je daar aan ?

    Een kilo Hollandse jumbo mosselen bevat een veertig tal stuks. De Franse collega’s tellen 120 stuks en op de koop toe is het reële mosselgewicht veel hoger.

    Aan een kilo Franse bouchot’s heb je veel langer eetplezier.

    Ze bevatten ook minder water. Uit sommige Hollandse mosselen komt een halve liter vocht vrij. Ik heb liever mosselen en geen scheldewater !

    Nu zullen de Hollanders weer kwaad zijn op mij !

    Laat ze maar in hun wijsheid.

    De Hollandse mosselen zullen waarschijnlijk ook weer duurder worden dit jaar, zoals elk jaar, er is altijd wat, dat kan je nu al voelen met je ellebogen...

    Let op: er bestaan ook mosselen van slechte kwaliteit bij die Fransen, hoor!

    Bijvoorbeeld die waarin van die pietepeuterige krabbetjes zitten die de arme mossel al helemaal leeg gevreten hebben.

    De mosselen van de Mont-saint-Michel hebben zelfs een AOC.

    Genoeg gezaagd !

    Er zijn nog steeds mensen die niet weten hoe ze een mossel op eenvoudige wijze moeten klaarmaken.

    Normaal serveert men een kilo mosselen per persoon. Bij bouchots volstaat 800 gram, er zit meer vlees in, zie je !

    Neem één middelmatig grote ui en een stevige stengel groene selder. Dit is gemiddeld voldoende voor één portie. Laat je niet verleiden door de gedroogde rommel die ze in pakjes verkopen als mosselgroenten. Ook niet door de voorgesneden groenten die voor hetzelfde willen doorgaan, allemaal brol !

    Snij de groenten in hapklare brokjes. Stoof ze aan in een grote pot op een klein vuurtje, in een beetje vetstof, zoals boter of olie. Als de groenten glazig worden mogen de goed gespoelde mosselen er bij. Zet het vuur nu op zeer hoog, maximum, en zet een deksel op de pot.

    Na enkele minuten of nog sneller, de mosselen omgooien en proberen om daarbij de onderste mosselen van onder naar boven te halen.

    Herhaal dit omhusselen twee of drie keer.

    Als alle mosselen open gegaan zijn, zijn ze gaar, klaar om gegeten te worden. Voor een paar kilo mosselen gaat dit vliegensvlug. Een kwestie van minuten.

    Persoonlijk doe ik graag een takje tijm bij de mosselen. Voor het opdienen mag er ook wat gehakte peterselie over de mosselen gestrooid worden.

    In België eten we daar graag een klein dipsausje bij.

    Om de mosselen in te “soppen”.

    Hiervoor bestaan er zoveel recepten als er koks zijn maar ik doe het zo:

    één eetlepel mosterd, één eetlepel mayonaise uit een bokaaltje ( heb ik niet gezegd...), tesamen roeren met één eetlepel water. Nog wat olie er bij roeren en geef een stevige draai aan de pepermolen, boven het potje met saus, liefst!

    Indien de saus je te dik lijkt doe er dan een drupje water bij.

    Als de mosselen gegeten zijn, kan het resterende mosselvocht kan bewaard worden in de diepvriezer of ergens anders, tot later gebruik in vissoepen of sausen.

    Dit is een echt basisrecept.

    Er kan geëxperimenteerd worden door witte wijn toe te voegen of wit bier.

    Ook met room verkrijg je een lekker resultaat of met kokosmelk. Kruiden met currypoeder kan ook.

    Provençaals, door tomaten paprika’s en gesnipperde look toe te voegen.

    Lees hier nog wat meer over mosselen :

    http://blog.seniorennet.be/keukenweetjes/archief.php?ID=131

    http://blog.seniorennet.be/keukenweetjes/archief.php?ID=133

    Ik zeg nu alvast : smakelijk !

    28-06-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (5)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 3/5 - (49 Stemmen)
    Categorie:Schelpdieren
    21-06-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Osso buco
    Klik op de afbeelding om de link te volgen

    Wat zoveel betekent als, been met een gat in...

    Gelukkig hangt er ook nog een mooi brokje vlees aan.

    In vorig stukje heb ik het een paar keer gehad over vlees van koeien, stieren en ossen. Maar voor het zover is, heet zo een schattig klein koetje of stiertje: een kalf!

    Of een osje bestaat weet ik niet maar daarvoor heeft men in principe een klein stiertje nodig, anders, geen os. Nu zou ik hier vele gore moppen kunnen debiteren over ossen, zoals slapen op een lege zak, enz.. maar, laat maar! Er zijn andere blogs waar dergelijke platvloersheden te kust en te keur te lezen zijn.

    Maar toch, vorige week was een relatie, een ex-veearts, hier geweest en had enige mooie tekeningetjes gemaakt tijdens ons gesprek. Toen nadien mijn vrouw en haar vriendin thuiskwamen dachten ze dat het prachtige afbeeldingen van muskaatnoten waren.

    De grote ontnuchtering kwam toen het bleek te gaan over tekeningen die hij gemaakt had, om te tonen hoe een varken moet gecastreerd worden zonder al te zware schade aan te richten!

    Maar we zouden het hebben over osso buco, been met een gat. Daarvoor heeft men het onderbeen van een kalf nodig, gewoonlijk schenkel genoemd.

    Normaal is de schenkel een stuk vlees van mindere kwaliteit, maar als de schenkel van een kalf komt levert dit een sappig, smeuïg stukje vlees op dat bijna altijd op een klassieke Italiaanse wijze bereid wordt.

    Zeer dikwijls wordt de schenkel eerst ingevroren, zodanig dat hij nadien gemakkelijk met de zaagmachine in dikke schijven kan gezaagd worden. Uit één schenkel kan de slager hoogstens een vijftal dikke schijven snijden of zagen. Meestal slechts vier, hangt een beetje af van de grootte van het kalf. Er bestaan kleine kalfjes en grote kalveren.

    (Dit doet me plotseling terug denken aan mijn vroegere chef...)

    Het bovenstuk en onderstuk van de schenkel bevatten uitsluitend been en een beetje pezen. Dit is ook de reden waarom osso buco niet goedkoop is, ondanks het feit dat het vlees van mindere kwaliteit is.

    Op de foto’s van osso buco zal je steeds mooie stukken vlees zien maar in werkelijkheid is dat niet zo. Het bovenstuk van de schenkel en het onderste stuk zijn stukken die op niet veel goeds gelijken maar worden ook als osso buco verkocht. Nog een reden voor de hoge prijs.

    De middenstukken, dat is wat we nodig hebben om een mooie osso buco klaar te maken.

    De bereiding is bijna traditioneel.

    De stukken vlees eerst kruiden met peper en zout, alhoewel dit nu nog niet echt nodig is.

    Door bloem wentelen, de overtollige bloem er terug afschudden en de stukken vlees nu laten kleuren in een pot of pan. Ach, gebruik maar olijfolie, we zijn Italiaans aan het koken...

    Terwijl of liever nog voordien hebben we een kommetje groenten klaar gesneden, in redelijk grove stukken; witte selder, wortel en ui.

    Haal het vlees uit de pot of pan en geef de groenten nu een beurt. Voeg er terwijl ook enkele in stukken gesneden knoflookteentjes bij. Alles nu samenvoegen en giet er witte wijn over tot het vlees half onder staat. Ook hebben we een blik gepelde Italiaanse tomaten opengemaakt en in stukjes gesneden en dit mag er nu ook bij. Naar eigen smaak mag er een laurierblaadje of een takje rosmarijn bij of nog wat anders, doe maar... Peper en zout niet vergeten!

    Het deksel nu op de pot of pan zetten en laat maar sudderen. Af en toe kijken of de boel niet dreigt droog te koken en dus aan te branden, zo ja, vocht toevoegen. Water is goed, witte wijn is beter.

    Nu de hamvraag, hoe lang moet dat vlees nu sudderen ?

    Er bestaat maar één oplossing, een heel klein petieterig stukje vlees van de osso buco, af peuteren en proeven. Ergens tussen een uur en anderhalf uur zal goed zijn.

    Er bestaan jonge kalveren en oude kalveren ... en nu moet ik weer aan mijn vorige chef denken!

    Terwijl kunnen we een “gremolata” maken. Klinkt zeer chic en ingewikkeld maar dat is het niet.

    Hak hiervoor een greepje peterselie, liefst platte peterselie, maar je moet daarvoor nu niet ganse stad ( of dorp ) omkeren om die te vinden. Gewone krulpeterselie doet het ook wel. Hak ook één of enkele teentjes knoflook fijn. Hangt er van af of je nadien nog buiten moet en doe hetzelfde met de gele schil van een onbespoten citroen. Die gele schil kan je er best afhalen met een dunschiller. Meng die drie zaken samen, en voila onze gremolata is klaar.

    Haal de eventuele geurige kruiden uit de saus van de osso buco, controleer de smaak en dat is het. Serveer met pasta, alhoewel dit niet echt Italiaans is. De Italianen eten het vlees met een stukje brood er bij. De pasta, dat is het tweede gerecht, na de antipasta. Het vlees komt op de derde plaats. Doe maar wat je zelf best vind! Ook een risotto past er wel bij.

    De gremolate word apart geserveerd en ieder neemt ervan zo veel of zo weinig als ie wil.

    Deze gremolata wordt gewoon over het vlees, met de saus gestrooid.

    Dan, waarom heet osso buco ook weer osso buco ?

    Wegens dat gat in het been ! En wat zit er in dat gat ? Merg !

    Dat is het speciale aan dit stukje vlees.

    Het merg wordt er uit gelepeld met een speciaal klein lepeltje met lange steel en daarna op  kleine stukjes brood gesmeerd. Een ware delicatesse is dat, maar ik ben er zeker van dat de massa mij weer voor zot zal verklaren !

    Merg, aaahhh !

    In plaats van pasta, kunnen er dan patatjes bij geven worden ? Nee hoor...!

    Maar deze namiddag heb ik van een kennis, van de Johan, een kommetje vol nieuwe reeds gekookte “Moese” patatten gekregen. Dit als recompensatie voor bewezen diensten.

    Moese patatjes zijn vroege aardappelen die geoogst en dus eerst geplant geweest zijn in Moerzeke. Als jullie niet weten waar Moerzeke ligt, het is in de provincie Oost-Vlaanderen en zoek het verder maar zelf op. Dicht in de buurt van de Schelde...

    De reputatie van die aardappelen is zelfs reeds tot in Antwerpen doorgedrongen en ik durf zelfs een half uurtje rijden om de eerste Moese patatjes aldaar op te halen.

    Vandaag dus, waren ze te krijg. Een mens leeft af en toe ook eens van de krijg.

    Deze aardappelen smaken echt nog zoals nieuwe aardappelen horen te smaken. Naar nieuw!

    De nieuwe supermarkt aardappelen zijn smaakloze knollen in vergelijking met deze “Moese nief patatjes”.

    Ik herinner me nog de tijd dat ik zelf nieuwe aardappelen met de blote hand uit de grond ging graven. Daarna “rommelen” met een stok in een emmer water om de vliesjes er af te halen en dan maar gebakken patatjes smullen...

    En nadien buikpijn krijgen !

    Nieuwe aardappelen kunnen best eerst geblancheerd worden. Dit voorkoken verwijdert een licht giftige stof, “solanine” die deze buikpijn veroorzaakt. Vooral bij kinderen.

    Maar een mooie schijf osso buco met gebakken nieuwe aardappeltjes er bij, waarom niet !

    21-06-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (3)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (37 Stemmen)
    Categorie:Kalfsvlees
    14-06-2008
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Entrecote

    Reeds meerdere keren heb ik het hier geschreven, als je nu vraagt aan de jeugd wat ze lekker vinden krijg je steevast als antwoord: spaghetti, pasta, pizza, hamburgers, uitzonderingen niet in acht genomen.

    Het is ooit anders geweest!

    Hoe lang is het geleden dat er op deze vraag het stereotiepe antwoord kwam: biefstuk met frieten !? We werden er als Belg zelfs voor uitgelachen in het buitenland, alhoewel het dan meestal om de frieten ging. ( Waarom hebben Belgische vrouwen vierkante tepels ? )

    De steak of de “beefsteak” is een stuk rundvlees dat in gans Europa en de grote rest van de wereld ooit in zeer hoog aanzien stond.

    Het woord is Engels van oorsprong! Zeker !

    Beef = rund ( koe of stier of os...)

    Steak= een stuk gesneden uit bovengenoemde...

    De Fransen hebben er weer niets van begrepen en durven nog steeds spreken en schrijven over “beefsteak de veau”.... Maar ook op Nederlandse sites te lezen: kalfsbiefstukjes ...!

    De enige juiste schrijfwijze in het Nederlands is : biefstuk !

    Geen beafsteak, beefstaek, biefsteak, bifteak, ... en zo kan ik nog even doorgaan.

    Maar ik wou het hebben over entrecote. Een biefstuk van eerste keuze!

    Alleen de filet van het rund wordt nog als een betere keuze aanzien.

    Koks gaan hiermee niet akkoord! Filet is mals maar heeft weinig smaak. Maar ja, het grote publiek wil nu eenmaal mals vlees.... zie maar al die mannen die de malse brokjes najagen!

    Hoe is dat ook weer over dat groen blaadje ?

    Ten huize Nicolay komt er niet veel rundvlees op het bord. Er is een oud gezegde: wat vrouwke gaarne mag, eet ’t manneke elke dag. Hier zijn de rollen omgedraaid maar ’t vrouwke eet niet wat het manneke gaarne mag, zij weigert categoriek ! Geen koe in mijn bord !

    Af en toe moet het vrouwke toch de duimen leggen en dan koop ik een dikke entrecote... Na !

    Vooral als er bezoek komt durft vrouwlief ( niet al te letterlijk opvatten ) niet tegensputteren.

    “De mensen” eten dat graag, ja, ja, dat is een goed argument! Met bearnaise en frieten !

    Nog liever eet ik een stuk uit de zesrib. Dat is een entrecote van een iets lager allooi maar zeer smaakvol. Vrouwlief: en al dat vet !!! Ik dan: ’t is het vet dat smaak geeft !!! Daarna is het dan enkele uren zeer rustig in huis...!

    Ik heb een koe meegebracht, een getekende koe, die ik gekopieerd heb uit een leerboek. Vermits ik er wat aan geprutst heb, aan de tekening....is ze nu van mij. Geadopteerd.

    Het zou ook een stier kunnen zijn of een os, dat is niet duidelijk te zien op de tekening.

    Eerst even uitleggen waar de diverse stukken zich bevinden.

    B, is de eigenlijke entrecote. Die wordt soms ook nog eens verdeeld in twee delen.

    Het gedeelte waar nu de letter B staat ligt nog net boven de ribben en is het dikste gedeelte van de entrecote. Het stuk verder achterwaarts, naar de staart toe wordt dunner en spijtig genoeg ook droger en taaier. Alhoewel een entrecote van goede kwaliteit nooit echt taai zal zijn. Dit dunne stuk zit vast aan één zijde tegen de ruggenwervels en aan de ander kant van de wervels “plakt” de filet, A . Daarom noemt men dit stuk in het Frans de “contrefilet”. In het Nederland ook het lendenstuk...

    F, is het stuk dat wij de zesrib noemen. Deze rare naam duidt op het feit dat de snede die gemaakt wordt tussen H en F gemaakt wordt na de zesde rib. ( Soms ook wel eens de vijfde.)

    Een koe heeft 18 paar ribben waarvan 8 paar zwevende, een paard heeft ook 18 paar waarvan 10 paar zwevende. In de anatomie van zoogdieren zijn eigenlijk alleen het aantal halswervels steeds gelijk namelijk zeven. Al de rest is aan nogal wat variatie onderhevig vandaar ook de moeilijkheid om ze allemaal te leren.

    Let op als je in Frankrijk dit stuk wil kopen. Daar wordt dit gedeelte de entrecote genoemd en het stuk dat wij entrecote noemen heet aldaar de contrefilet of de “faux filet”...

    Weer die verwarring in benamingen. Over de Engelse benamingen ga ik hier niet beginnen, die versnijden op een heel andere wijze.

    Deze zesrib is een stuk vlees met een slordig uitzicht maar is boordevol smaak. Als de slager zelf een steak wil eten haalt hij die wel eens uit de zesrib.

    H, wordt de drierib ( of spiering) genoemd maar het stuk krijgt ook vele ander namen. Dit stuk is het ideale stuk om versneden te worden tot stoofvlees. Het middenstuk hiervan is bij dieren van eerste kwaliteit nog bruikbaar als steak.

    C, behoort eigenlijk niet meer tot de entrecote maar bij de verkoop in groothandel blijft het stuk er dikwijls aan vast zitten. Het levert vlees van eerste keuze, ideaal om er “rumpsteaks” uit te snijden of een sappig rosbiefje.. Ook dit stuk krijgt verschillende namen maar dikke lende, heupstuk en soms kleinhoofd worden nogal gebruikt.

    Soms hoor ik wel eens ; ik heb een rosbief gekocht van zevenhonderd gram...

    ( Dat is geen rosbief, dat is een uit de kluiten gewassen steak... )

    A, is de filet, hier getekend als een miezerig stukje. In realiteit is dit een langwerpig puntig toelopend stuk vlees dat aan de binnenzijde van de ribbenkast tegen de ruggengraat vast zit. Deze spier wordt zeer weinig gebruikt door het dier en levert daardoor zeer mals vlees op.

    Uit de filet worden de tournedos en de chateaubriands gesneden.

    In Vlaanderen spreekt men graag over “de filet pur”. De zuivere filet. Dit om aan te duiden dat het over de echte filet gaat en niet over de “valse filet” of “faux filet”...of verschillende andere stukjes die graag filet genoemd worden om er meer klasse aan te geven.

    Wat kan een gewone huismoeder of hobbykok nu met bovenstaande uitleg aanvangen.

    Simpel, kopieer dit tekeningetje en ga er mee naar de slager, wijs hem het stuk aan dat je wil en: u vraagt, zij draaien. Je moet dit niet gaan vragen als er reeds twintig wachtenden voor jou staan...! Bestellen, noemt zoiets..!

    De entrecote wordt ook tussenribstuk genoemd, waarschijnlijk omdat er vroeger letterlijk tussen elke rib gesneden werd. Bij een “cote à l’os” wordt dit nog steeds zo gedaan. Doch dit levert vleesstukken op van 800 gram en nog veel meer. Niet meer geschikt voor een modaal gezinnetje.

    Daarmee zijn we gekomen bij enkele benamingen van de entrecote.

    Een “entrecote minute” is een dunne entrecote geschikt voor één persoon. Nu is dit bijna niet meer haalbaar omdat de huidige slachtdieren allemaal veel zwaarder zijn dan vroeger en zelfs een entrecootje van 1 centimeter dik als gauw 350 gram weegt. Soms lukt dit wel om dergelijke entrecote te snijden uit het dunne stuk van de lende. Deze entrecote is in één minuut etensklaar. Gegrild of zeer kort gebakken.

    In de restaurants spreekt men over de dubbele entrecote of de “triple entrecote”, die opgediend wordt voor twee of drie personen. Het gewicht van dit stuk hangt af van het ene restaurant tot het andere maar voor twee personen is toch het absolute minimum van 400 gram nodig en voor drie, dus 600 gram.

    Dan hebben we de “côte à l’os”. De echte” côte à l’os” wordt gesneden uit de zesrib. Aan elke steak zit één rib vast. Dit levert een stuk vlees op dat al gauw een kilo weegt. Dit is allemaal relatief. Hoeveel been zit er aan vast - dat is tot hiertoe nog altijd niet eetbaar, tenzij voor de hond – hoeveel vet, waar werd ie juist uitgesneden...? De Engelsen noemen dit dan een “clubsteak”

    De bekende “T-bone steak” kan alleen maar gesneden worden uit de hele runderlende, waar de filet nog aan vast zit. De “T-bone steak” bevat een T-vormig stuk been, dat de halve ruggengraat is, en een klein stukje filet ( of zelfs geen) en een stuk entrecote. Ook hier gaat het om stukken vlees van minstens één tot twee kilogram.

    De Engelsen spreken ook nog over een “porterhouse steak”. Dit is een T-bone steak met een groot stuk filet. Bedoeld voor één persoon. Die persoon moet dan wel een dokwerker zijn met een groot appetijt. In de praktijk zijn er drie tot vier normale eters nodig om zo een stuk te verorberen. Bij ons wordt daar geen onderscheid tussen gemaakt.

    Nu moet ons entrecootje nog gebraden worden.

    De eenvoudigste manier bestaat er in om het vlees snel te bakken in hete boter. Zorg er voor dat het vlees minstens rosé blijft en laat het daarna enkele minuten rusten in de pan. Er zal wat jus vrijkomen uit het vlees na het bakken en dit kan opgewerkt worden met een paar klontjes verse koude boter. Doodsimpel.

    De discussie over kruiden voor of na het bakken, laat dat maar vallen. Nu weten we reeds lang dat dit allemaal berust op fabeltjes uit grootmoeders tijd.

    Indien het gaat over dikke entrecotes voor twee of drie personen dan wordt ie, liefst aan tafel in schuine lapjes gesneden zodat het mooie roze vlees goed zichtbaar wordt. Indien je een kluns bent in de keuken mag de entrecote ook in de keuken gesneden worden, maar steeds is het een kwestie van zeer snel te werken. Het vlees koelt snel af. Dus altijd opdienen op warme borden, hete verwarmde metalen schotels gebruiken en zorg er voor dat je, je handen niet verbrand.

    Indien je een toestel of pan hebt om te grillen, dan is dit het moment om deze te gebruiken. Een gegrilde entrecote is en zaligheid. Vergeet de barbecue niet. Als het ooit eens stopt met regenen mag die ook gebruikt worden. Toch een opmerking bij die BBQ. Aan een goede entrecote zit nog steeds een vetrandje en dit vet durft in de hete as druppelen tijdens het grillen en alzo vieze gele vlammen veroorzaken. Hou de bloemenspuit in aanslag !

    Bij een gegrilde entrecote is een “hofmeesterboter” de ideale begeleider.

    100 Gram zachte boter mengen met een koffielepel citroensap, evenveel gehakte peterselie, zout en peper van de molen. Maak hier een deegje van, vorm tot een rolletje van en laat dit opstijven in de koelkast. Nadien zal je nooit meer van die vieze boterrolletjes uit de supermarkt kopen!

    Natuurlijk is het summum, een bearnaisesaus.... Die van Devos-Lemmens ken ik niet ( wat dacht je ?) maar zelf maken is een alternatief maar daar is wel een beetje handigheid voor nodig. Kijk hier maar. Naar het schijnt is het zelfs moeilijk om nog een echte goed gemaakte bearnaise te vinden in diverse zaken die zich restaurant durven noemen.

    Nog een vermelding. De drie middelste foto’s hieronder zijn mij vriendelijk ter beschikking gesteld door de http://www.slagers-vlaanderen.be . Leuke jongens, die slagers.

            Côte à l' os              Dunne lende            Filet             Tussenribstuk           T-bone steak

    Een trouwe lezer bemerkte ook dit nog :Overigens is entrecote momenteel zondermeer het meest miskende stuk vlees aan het rund ondermeer vanwege de fascia waarmee het omgeven is die door prutsisten steeds weer als vet wordt aangeduid, terwijl het gewoon bindweefsel is vetvrij dus.

    14-06-2008, 00:00 Geschreven door Nicolay  
    Reageren (7)

    0 1 2 3 4 5 - Gemiddelde waardering: 4/5 - (54 Stemmen)
    Categorie:Rundvlees
    Foto

    Hoofdpunten blog keukenverhalen
  • Pauze
  • Meer asperges
  • Aspergeverhalen

    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Foto

    Gastenboek

    Druk oponderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek




    Categorieën
  • Aardappelen (10)
  • Bakken (11)
  • Confituur (9)
  • Diversen (46)
  • Dranken (6)
  • Eieren (5)
  • Foie gras (2)
  • Gevogelte (16)
  • Groenten (30)
  • Humor (soms) (10)
  • Kaas (6)
  • Kalfsvlees (2)
  • Konijn (4)
  • Kruiden/specerijen (3)
  • Lamsvlees (3)
  • Meer groenten (7)
  • Nagerechten (21)
  • Paddenstoelen (3)
  • Pasta en rijst (7)
  • Rundvlees (9)
  • Sausen (14)
  • Schaaldieren (11)
  • Schelpdieren (15)
  • Slachtafval (6)
  • Soepen (16)
  • Technieken (13)
  • Varkensvlees (6)
  • Verhalen (26)
  • Visbereidingen (22)
  • Vissen (20)
  • Vlees divers (20)
  • Voorgerechten (12)
  • Vreemde keukens (37)
  • Vruchten (11)
  • Wild (3)
  • Zo maar recepten (35)


  • Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!