IN DE GEMEENTESCHOOL. Bij meester Berton en meester Stevens
We werden zes jaar. In de loop van 1930 werden we allemaal zes jaar. Tijd om de kleuterschool te ruilen voor de Gemeentelijke Jongensschool. Sinds maanden droomden we van die Jongensschool. We keken met opperste minachting neer op het kleine grut dat grienend aan Zuster Rozas rokken hing. Wat voor de drommel deden wij daar nog langer? Na de grote vakantie trok ik voor het laatst langs Kleine Heerweg en Kerkewegeltje naar het Klooster. Naar de Meisjesschool. Niemand die me nog bij het handje hield om me te behoeden voor korenpeeties en andere kwalijke tegenkomsten. Samen met enkele andere bengels van de hoek, legde ik de weg in een drafje af.
Op de speelkoer riep Zuster Julie ons voor de laatste keer samen met haar bruine houten klapper. Geduldig schikte ze ons in een rij. Twee en twee. Toen bekeek ze ons nog eens allemaal met trieste ogen en gaf ons dan over aan meester Berton, die gekomen was om ons af te halen. Zuster Julie! Aan de schoolpoort keek ze ons na. Diep in haar zwarte kap gedoken. Dan draaide ze zich om en slofte naar haar klasje terug. Andere gezichten tegemoet.
Wie er allemaal meeliep in dat rangetje dat onder de hoede van de toen nog jonge onderwijzer Marcel Berton naar de gemeenteschool trok, weet ik zo precies niet meer. De jongens die in het jaar 1924 geboren waren natuurlijk. Maar sommigen ervan zijn later weggevallen, terwijl anderen van elders bijgekomen zijn. Julien Decavel was er bij in alle geval en Marcel Verkaemer, Gerard Buyse, Remi Verstraete, Henri Velghe, Lucien Vancraeynest, Arsène Casteele, George Degroote, Julien Depaepe, Hubert Algoet, Marcel Verhamme, Albert Deroose, Andrê Debrouwere, Marcel Vanhove ... Maar verder? Hoe ik mijn hersens ook pijnig, ik weet het niet meer.
De gebouwen van de Gemeenteschool waren nog nagelnieuw toen. In de klassen rook alles prettig naar nieuw hout en verf. Eigenlijk waren ze maar net op tijd klaar gekomen om het nieuwe schooljaar te beginnen. Noodgedwongen hadden de meesters ons zelfs een week langer vakantie moeten geven. Die eigenste voormiddag trouwens is pastoor Lebbe nog gekomen om de nieuwe school plechtig in te wijden.
Echt imposant waren die nieuwe gebouwen echt niet. Tenminste niet wanneer we ze met huidige maatstaven meten. Vier klassen in een rij, met een bovenzaal, een kleine overdekte en een grote niet overdekte speelplaats, een klein kantoortje voor de oppermeester en verder de onmisbare plasplaatsjes. Voor ons, kleine hummels, was die Gemeenteschool echter een heel vreemde wereld.
We hadden er naar verlangd. Zeker. Maar in de veilige geborgenheid van de kleuterklasjes konden we niet vermoeden wat de Gemeenteschool eigenlijk was. Neem alleen maar eens de opgeschoten straatrakkers uit de hoogste klassen. Die keken ons minachtend aan en maakten ons algauw diets dat we ze maar niet te veel voor de voeten moesten lopen. En dan waren er ook nog de vier onderwijzers. Die leken in genen dele zo zachtzinnig als Zuster Roza en Zuster Julie. Niet eens zo zachtzinnig als de toch wel bazige Zuster Stanislas, de overste van het Klooster.
Eerst en vooral was daar oppermeester Algoet met zijn snorretje en zijn neusbrilletje. Eigenlijk zag hij er niet zo kwaad uit, maar hij keek altijd een beetje over ons heen. Net alsof we er gewoon niet stonden. En meester Leon Lecluyse dan. Ach, die meester Leon. Toen wij op de Gemeenteschool arriveerden, was hij reeds zoveel als een levende legende geworden. We beefden als een riet voor zijn felle donkere ogen en zijn imposante gestalte. Dan had je daar ook nog meester Smulders, de Limburger. Tapmeesterke, zeiden we. Tot dan toe had hij immers les gegeven in de Tap (eerste bevers dorpsschooltje, nvdr), op de Plaats. Tapmeesterke zou geen vlieg kwaad gedaan hebben. Dat hebben we later wel gehoord. Maar toen wisten we nog niet beter dan dat iedere meester direct met muilperen en rekenschrijven klaarstaat. De ongevaarlijkste van de vier leek ons nog meester Berton. Als onderwijzer was hij even nieuw op de Gemeenteschool als wij als leerling. En had hij ons niet reeds begeleid door een stuk Beveren? We kregen onze klas in het lokaal vlak naast de trap naar de bovenzaal.
Meester Berton was onze onderwijzer. Van de eerste paar maanden daar kan ik me niet zoveel meer herinneren. Te lang geleden reeds en er zal ook wel niet zoveel gebeurd zijn. Op een dag echter zei meester Lambert Smulders Beveren vaarwel. Hij ging les geven in Deerlijk. Er werd niet zo gauw een nieuwe onderwijzer benoemd en meester Berton moest voorlopig Tapmeesterkes beide leerjaren overnemen. Een paar maanden lang zaten we toen met vier leerjaren samengeperst in één lokaal. We konden ons roeren noch keren bijna. Meester Berton zal toen zijn vrije tijd ook wel opgekund hebben. Maar eindelijk kwam het gemeentebestuur toch klaar met zijn bedisselingen. Jozef Stevens uit Semmerzake werd als onderwijzer aangesteld.
Jozef Stevens! Kijk, terwijl ik dit schrijf voel ik nog een beetje ontroering in me opkomen. Al is het dan reeds meer dan twintig jaar geleden dat we hem ten grave hebben gedragen (Meester Stevens overleed in 1956, nvdr). Hij is mijn onderwijzer geweest en later werd hij mijn goede vriend. Met hem heb ik uren en uren doorgebracht in zorgeloze vrolijkheid, maar ook soms in een stemming die tussen bitterheid en cynisme in lag. Hij was een wonderlijk mens. Een kunstenaar eigenlijk. Maar dan een die dicht, zeer dicht bij het volk stond. En dat niet met woorden en grote gebaren alleen.
Uit mijn schooltijd in de eerste graad (het lager onderwijs omvatte vier graden van elk twee leerjaren, nvdr) herinner ik me alleen zijn vertellen. Maar welk vertellen dan! Het was doodstil in de klas als hij bezig was. Scharmanteka. De Witte. Sterke Jan. We voelden ons letterlijk bij avonturen betrokken. Aan hun zijde vochten wij en versloegen we draken, of haalden kattekwaad uit. Soms waren de andere leerlingen reeds aan het rumoeren op de speelplaats, klaar om naar huis te gaan. Het deerde ons niet. Ons niet en de meester niet. Eerst moest een episode van het verhaal af zijn. Eerst moesten we weten waar onze helden aan toe waren.
Jozef Stevens was een begrijpend mens. Hij wist dat we broekventjes waren die in die grote schoolgemeenschap nog een beetje verloren liepen. Daarom behandelde hij zijn diertjes met zachtheid. Ik heb slechts één keer straf gekregen van hem. Eén keer slechts. Het is van het verste van mijn onthouden. In onze bank zat een open wit-stenen inktpot en we hadden griffels die in een metalen buisje gevat zaten. Juist die kombinatie van open inktpot en buisje bracht me eens in bekoring. Ik stak het buisje in de inkt, blies erdoor, en kreeg natuurlijk mijn hele facie vol inktspatten. Het schouwspel moet zo koddig geweest zijn dat Gerard Buyse, mijn bankgenoot, in een luide lach schoot. De meester keek op. Verstoord. Even staarde hij in opperste verbazing naar mijn getatoueerde tronie. Toen beet hij verdacht grijnzend zijn tanden op elkaar en verwees ons beiden naar de hoek.
Op het einde van dat eerste schooljaar trok ik naar huis met twee prijsboeken onder de arm. Dwerg Neuze en Het Oude Boek en andere Verhalen. Het ene voor mijn prestaties van algemene aard en het andere voor mijn kennis in godsdienstzaken. Die prijs voor godsdienst is mijn eerste en tevens mijn laatste geweest. Later heb ik die hoge graad van heiligheid nooit meer kunnen bereiken. Gerard Buyse was onze primus dat jaar. Een goed begin voor de latere universiteitsprofessor.
Fototentoonstelling Gekroonde Hoofden Was je ook zo verheugd op het koninklijk bezoek aan onze stad? Er zijn natuurlijk heel wat foto's gemaakt en die willen we delen met alle inwoners.
Van 22 juli tot en met 7 augustus is de inkomhal van het stadhuis gewijd aan die heuglijke dag. Niet alleen het koningspaar staat centraal, maar ook alle kinderen, oudstrijders, sympathisanten, ... die zijn komen kijken. Misschien spot je jezelf op één van de foto's.
Of je bent misschien benieuwd naar de voorbereidingen die er aan te pas zijn gekomen. Want zo'n dag organiseer je natuurlijk niet zomaar. Je kan als het ware een glimp opvangen van wat er zich allemaal heeft afgespeeld achter de schermen.
Volg het traject van de koning en de koningin - van aankomst tot vertrek - via foto's en herbeleef de dag dat Waregem een beetje adellijk werd. De toegang is gratis gedurende de openingsuren van het stadhuis, Gemeenteplein 2, 8790 Waregem Tel: 056 62 12 11
Openingstijden maandag: van 9.00u. tot 11.45u. en van 14.00u. tot 16.00u. dinsdag: van 9.00u. tot 11.45u. en van 14.00u. tot 18.15u. woensdag: van 9.00u. tot 11.45u. en van 14.00u. tot 16.00u. donderdag: van 9.00u. tot 11.45u. en van 14.00u. tot 16.00u. vrijdag: van 9.00u. tot 11.45u zaterdag (elke eerste zaterdag van de maand): van 9.00u. tot 11.30u. gesloten op zondag
De Post zoekt PostPunten PostPunten vinden gaandeweg hun plaats in het netwerk van De Post. Zij worden erg geapprecieerd door de klanten. Vooral de ruime openingsuren en de gemakkelijke bereikbaarheid spelen hierin een rol. In een PostPunt kan je terecht voor basisdiensten zoals o.a. het versturen en afhalen van aangetekende zendingen en pakjes, frankering, enz...
In Waregem is er reeds 1 PostPunt in de GB Contact-winkel in Desselgem, maar De Post is nu ook op zoek naar andere geïnteresseerde handelaars om een PostPunt te integreren in hun winkel.
Dit kan een krantenwinkel of supermarkt zijn, maar evenzeer een verkooppunt bij een benzinestation of een bankkantoor.
Geïnteresseerde handelaars Ben je als handelaar geïnteresseerd? Dan kan je je kandidatuur stellen via www.depost.be/postpunt schriftelijk naar De Post, RSS Selectie PostPunten, Muntcentrum 06 A8 in 1000 Brussel. De selectie gebeurt volgens een strikt vastgelegde procedure van publieke aanbesteding.
De kandidaten moeten zich aanmelden voor 7 augustus 2009; slechts dan kom je in aanmerking voor de verdere selectie- en toewijzingsprocedure. Meer inlichtingen Op het nummer 02 276 32 41 (De heer Walter Van Wolputte / Public Affairs van De Post)
Het Grabbelpasboekje met alle activiteiten voor augustus is klaar, zie bijlagen en ontdek wat er te beleven valt. Bron Waregem
Nog zo'n gezellig ding was de voutekamer. Je bereikte ze langs een trapje van een trede of drie. Eigenlijk was die trap tevens de toegangsdeur tot de kelder eronder. Je lichtte hem op en je zag de vier of vijf gemetselde keldertreden. In zo een voutekamer was het lekker slapen. Warm in de winter vanwege de planken vloer en de planken zoldering laag erboven. Koel in de zomer, omdat ze vlak op het noorden uitgaf.
Vader was spoorwegarbeider. Hij moest vaak 's nachts werken. In de namiddag ging hij dan slapen in ons bed op de rustige voutekamer en als hij dan tegen de avond opstond, lag zijn warme polk op ons te wachten. Hoe ik het draai of keer nu, vader heeft altijd geborgenheid betekend voor ons. Warme geborgenheid. Waarom moeten we zelf vader of grootvader zijn vooraleer we dat tenvolle beseffen? De zolder was iets waar ik me, als kind, nooit op gewaagd heb. Te donker. Te geheimzinnig. Ik was een vervloekt bange wezel. Overal zag ik schaduwen verraderlijk bewegen, of hoorde ik dreigend gekraak of geritsel. In het stro dat open en bloot op het dakhout lag, kon van alles huizen en uit elke bak of pot konden gevaarlijke beesten opspringen. Nee, mijn herinneringen aan onze zolder zijn vaag. Erg vaag. Alles wat ik ervan onthouden heb, is dat zijn geheimzinnigheid op me woog.
Bij elk huis hoort een vertrek. Een WC of toilet, zeggen we nu. Maar in de Reke was er geen mens toen die zulke woorden ooit gehoord had. Laat staan dan dat wij ze gebruikt zouden hebben! We hadden dus een vertrek. Het stond achter aan ons huis gebouwd. Naar het noorden toe. Een deur? Die was er niet aan. Waarom ook? Daarachter was het vrij eenzaam en wat dan nog als iemand je zag zitten? Ieder mens moet toch minstens eens per dag naar het vertrek? Geen deur dus. En ook geen komfort. Helemaal geen komfort. Wie verwachtte dat toen trouwens? Ons vertrek was een gebouwtje dat met wat oude stenen, wat ruw gesneden stokken en wat oude dakpannen in elkaar geknutseld was. De bril was al even ruwen wormstekig als de kepers van het dak. Binnen in de gapende ronde zag je niets dan oud spinneweb en vieze donkerte.
Voor mij was een bezoek aan het huisje alleszins geen bezigheid waarnaar ik mijn band lostrok. Voor ik ging zitten inspecteerde ik het zolderinkje van stokken en dakpannen. Geen spinnen die ergens te loeren zaten? Geen spinneweb dat straks viezig in mijn nek zou waaien? Ik bleef er trouwens nooit langer zitten dan hoogst nodig was. Vooral 's winters niet. Dan was er immers de ijzige wind die ongehinderd het huisje binnenwoei.
Ook tegen de voorgevel van ons huis was een dergelijk vertrek gebouwd. Al even schurftig als het andere. Geen reservestation voor ons echter. Het was het domein waarheen onze naaste buur en zijn gezin kwamen om een en ander kwijt te raken. Vlak daarnaast, en ook tegen onze woning aan, lag trouwens ook zijn geitenstal. Het zat allemaal ingewikkeld in elkaar in de Reke en op een geurtje min of meer kwam het niet aan.
Onze buren in die dagen? Ik zie ze nog voor me staan, al zijn we dan bijna vijftig jaar verder. Vlak naast ons, in het tweede huisje van de Reke, woonden Rieten Decavel en Marie Waghebaert met hun gezin. Beste buren. Altijd geweest. Rieten had iets aan zijn been. Hij mankte erg. Jarenlang was hij boever geweest op Handelgem, maar toen had hij het op moeten geven. Toen ging Marie naar Frankrijk werken. Ergens in een spinnerij in Roubaix of Tourcoing. Iedere dag op en neer met de speciale arbeidersbus van Flipot. Naderhand ging Rieten ook nog sukkelen met zijn ogen en ik heb het geweten dat hij helemaal blind geworden is.
In het middelste van de vijf huizen woonde de weduwnaar Wies Haerinck met zijn vier volwassen kinderen. Daarvan was Florent verre de populairste bij ons, alhoewel ik van Maurice ooit nog eens een lam geblazen mondmuziek (mondharmonika, nvdr) gekregen heb. Ook Wies was gebrekkig. Maar erger dan Rieten. We hebben hem zo ongeveer altijd in een wissen zetel weten zitten. Als hij ergens zijn moest, stak hij een kruk onder ieder oksel en sleepte zich grommend en spekend daarmee voort.
De volgende buur was Mentie Lambrecht. Mentie, die gehuwd was met Marie Deleersnijder en een heel nest kinderen had. We waren een beetje bevreesd voor hem eigenlijk. Niet dat hij iemand kwaad zou gedaan hebben. Och nee! Maar zijn gezicht lag altijd in een stuurse plooi en van onder zijn rosse wenkbrauwen konden zijn ogen je strak en stekend aankijken. Als hij zijn geweer onder de arm had, waren we helemaal de kluts kwijt. Ja, Mentie had een geweer. Vaak liep hij ermee op en neer langs de beek naar de Reke en schoot op de waterratten die daar een soort paradijs uitgebouwd hadden. Of hij er ooit één geraakt heeft, weet ik niet. Het maakte veel lawaai in alle geval.
Er waren echter ook momenten dat we Menties gezelschap zochten. De keren bijvoorbeeld dat hij zijn trekzak bovenhaalde en op het plankier (stoep, nvdr) ging zitten spelen. Dat gebeurde nogal eens op zomerse avonden. Waar hij die trekzak vandaan had, mag Joost je weten. Er was niet veel meer aan wat blonk in alle geval en de tonen die hij eruit wrong gilden en piepten amechtig door de wijde avondstilte. Maar Mentie was onze man. De enige muzikant van de Reke. Maurice Haerinck en zijn mondmuziek immers telden we niet mee.
In het laatste huis woonden Rieten Speybrouck en zijn Mart je. Jonge mensen nog. We zagen ze echter niet zoveel. Beiden gingen ze in Frankrijk werken, als ik het goed voorheb. Na hen zijn Maurice Vroman en Maria Verstraete daar komen wonen. Jonge trouwers. In de loop der jaren zijn ook zij nog elders gaan wonen maar, net als mijn moeder, zijn ze naar de herbouwde Reke teruggekeerd.
Al bij al was het een gezellige buurt om er als kind te leven. Speelkameraadjes te over. En ruimte? Naar alle kanten lag ze voor ons open. De straten en wegeltjes in de omtrek. De beken met vuil water waarin we ploeteren konden en de beken met helder water waarin we vissels (vissen, nvdr) konden vangen. En dan de Persemeers met de gaaipers (staande wip bij het boogschieten, nvdr) die duizend-en-één spelletjes mogelijk maakten. En de bogaard van de Rode Poort, waarin we strooptochten ondernamen van zodra het fruit naar het rijpen toeging.
Soms loop ik nu nog eens langs de beek en kijk in het stille donkere water, waarin nu geen kinders meer spelen. De knoestige vlierstruik, die doorheen de mestvaalt naast ons huis overlommerde, is verdwenen. Hij was overbodig en hinderlijk geworden. Wie heeft nu nog een messing naast zijn deur liggen en wie neemt nog vliendersiroop in om zijn hoestbuien te kalmeren? Ook de pompen zijn weg. De twee pompen die buiten stonden en waaronder we zo dikwijls onze bemodderde benen schoongespoeld hebben. Och, in ieder huis is nu een waterkraantje gekomen. Ook die pompen waren overbodig geworden dus.
De Reke zelf is trouwens veranderd. Onherkenbaar veranderd. De grootste stoot ertoe werd gegeven door de brand van einde 1932. In een paar uur tijds was de oude Reke toen veranderd in een nasmeulende hoop viezigheid, waaruit enkel nog de topgevels naar boven staken. Net opgeheven armstompen die om erbarmen smeekten. De huizen werden herbouwd, maar enigszins anders. De twee eerste kregen een pannendak en bleven verder nagenoeg ongewijzigd. Op de drie verste werd een bovenverdieping gebouwd. Die behielden echter hun strobedekking aan de achterkant, omwille van de pijlen die er vanuit de Persemeers konden op neerkomen.
Ook het leven in de Reke is hetzelfde niet meer. Hoe zou het ook anders kunnen. Vroeger waren de dagen doordrenkt van echt volkse roerselen en gedragingen. Mooi soms in kinderlijke eenvoud, maar soms ook rauw en hard. Het is anders nu. De mensen leven er niet meer zoveel buitenskamers. De voortschrijdende welvaart heeft radio's gebracht en televisies en gemakkelijke zetels. Dat houdt de mensen binnen. Elk heeft nu ook zijn eigen afgeschut koert je of bloemenperkje voor de deur. Het oude gemeenschapsleven wordt daardoor belemmerd. Maar de geest van de oude Rekebewoners is gebleven. Onaangetast in al die jaren. Wat er gebeure, ze helpen mekaar.
OP TOCHT NAAR GELEERDHEID. In de Bewaarschool Als een mens naar zijn verste kinderjaren peilt, is het net of hij op een lentemorgen uitkijkt over een landschap dat in zware nevelslierten versluierd ligt. Slechts hier en daar ziet hij iets opglinsteren, als zonnestralen vechtend de witte mistbanken doorpriemen en gensters slaan uit dauwdruppen en waterplassen. Zo is het ook gesteld met mijn herinneringen aan de bewaarschool.
Wat toen gebeurd is, ligt onder pakken nevel begraven. Hier en daar slechts is er een feitje dat krachtig genoeg was om er zich telkens opnieuw doorheen te boren. Op die bewaarschool kwam ik terecht bij Zuster Rosa. Zuster? Nu noem ik haar zo voor het gemak, maar er was geen mens toen die dat woord gebruikte voor een nonnetje. Zuster Rosa heette Masoeur Rosa in die dagen. Ze was van Harelbeke. Maar dat heb ik veel later pas geweten.
Voor ons was een masoeur iets wat bij de inboedel van het Klooster behoorde en kwestie heiligheid een paar treden onder pastoors en de onderpastoors stond. Iets persoonlijks zochten we er niet achter. Wat we in het kleuterklasje van Zuster Rosa moesten doen, weet ik niet meer. Spelen vermoedelijk. Tot iets anders waren we immers nog niet in staat. Ook op de speelplaats hield ze zich met ons bezig. Dat is feitelijk het enige wat ik nog afweet van haar. Altijd had ze een paar kleuters aan haar zware wijde rokken hangen. Ik zie haar nog lopen met een stok die ze als staf gebruikte om met ons een spelletje te spelen dat begon met de woorden: Peetje, ga je naar de markt? In die verste herinneringen vind ik de gezichten niet terug van mijn schoolmakkers. Vreemd? Och nee! Ik was niet veel ouder dan drie jaar toen en het is reeds een halve eeuw geleden.
Die gezichten duiken wel op als ik mijn herinneringen aan de klas van zuster Julie bij elkaar leg. Niet alle echter. Remi Verstraete zie ik en Julien Decavel en Gerard Buyse. Maar verder? Nevel en nog eens nevel. Zuster Julie was een lange magere masoeur. Haar gegroefd gezicht lag altijd in een strenge plooi. Misschien leek dat maar zo omdat het onder de zwarte kap in het smetteloos wit van haar gesteven hoofddoek gekneld zat. Ze was koekegoed in alle geval. Hoeveel kinderverdriet zou ze niet weggewist hebben met haar witbebolde rode zakdoek? Maar ze hield van orde. Hoe klein we ook waren, we moesten op onze tellen passen.
Als de klas begon klepte ze met haar klapper. Dat was een soort platte houten doos die ze beurtelings open en dicht klakte. Als je daarna nog te roerig was naar haar mening, kreeg je een tik van dat ding op je kop. Ik denk dat we twee jaar bij Zuster Julie gezeten hebben. Spelen in de klas? Er kwam niet veel meer van in huis. Met gekruiste armen moesten we stijf rechtop in de bank zitten en luisteren naar haar eentonig vertellen. Naar het einde toe leerde ze ons letters schrijven. We kregen een potlood en een stuk papier en mochten onze kunsten proberen.
De eerste stap naar de geleerdheid! Eens kwam Zuster Stanislas me uit klas halen. Dat weet ik nog goed. Misschien is het me zo klaar bijgebleven omdat ze de strenge en voor ons ongenaakbare overste van het Klooster was. Ze nam me mee naar haar klas. De hoogste. Half volwassen meisjes zaten me daar nieuwsgierig aan te gapen. Zuster Stanislas nam mijn arm en wees op een lap die moeder keurig in de mouw van mijn schortje gezet had. Zie je die lap aan de elleboog? Ze keek haar leerlingen streng aan. Dat heeft de moeder van die kleine hier gedaan.' Dat heb ik haar geleerd toen ze bij mij in klas zat. Zie maar dat je het later ook kunt en dat je mij geen schande aandoet met gescheurde mouwen en zo.
Ons huis in de Reke lag tamelijk ver van het Klooster verwijderd. Zeker een half uur gaan voor korte kinderbeentjes. De eerste die me meenam naar school was tante Yvonne, mijn moeders jongste zuster. Ze was slechts tien jaar ouder dan ikzelf en zat in de hoogste klas. We trokken langs de zandige of modderige Kleine Heerweg en namen dan het oude Kerkwegeltje dat dwars door de velden liep. Behalve de Barakke op de Tomberg, kwam je daar huis noch staak tegen. 's Zomers kon het drukkend heet zijn op dat wegeltje. De zon zat dan te bliksemen boven de korenvelden die ons insloten en goot alles vol spetterend licht. Tante Yvonne wees me op de platgetrapte gangen die hier en daar door het koren liepen. Zie je dat? Daar heeft de Korenpeetie gelopen. Nooit alleen komen hier. Hij zou je pakken en dan zien we je nooit meer terug. Zelfs bij de grootste hitte voelde ik dan iets kouds over mijn rug krijzelen. Later heeft Marie Verstraete me meegenomen naar school. Marie, die nu Zuster Vincentia heet en ergens in een kliniek in Rwanda werkt.
's Middags moest ik gaan eten op de Plaats, bij mijn vaders ouders. Grootvader was schoenmaker en ze hadden een schoenwinkel. Rijke mensen in de ogen van een knaap die in de Reke thuishoorde. Het eten was er dan ook naar. Bij ons thuis aten we gewoonlijk gezouten varkensvlees, dat voor de verandering al eens in de pan gebakken werd. Bij mijn grootouders aten ze elke dag vlees dat vers van de slager kwam. Ik trok er echter mijn band niet naar los. Vooral niet als grootmoeder koteletten klaargemaakt had. Er zaten stukjes vet aan en al eens een krakebeentje. Bij mij stond het als een paal boven water dan dat ik kattevlees aan het kauwen was en ik voelde mijn keel wurgen en wringen.
Ik keek daarom afgunstig naar grootvaders bord. Hij had een zwakke maag en at nooit anders dan lichte kost. Aardappelen met wat boter in een geutje melk gesmeierd. Daar ik schier niets at aan tafel 's middags, gaf grootmoeder Romanie me een boterham mee naar school. Ze smeerde de snee dik in met boter en stopte ze in het blikken trommeltje dat bewaarschoolkleuters toen aan een touwtje over hun schouder droegen. Het ongeluk was echter dat grootmoeders boter nooit vers was. Ze kocht altijd Diksmuidse boter. De beste van het land. Maar ze kocht er teveel ineens. Vijf kilo! Vijf kilo boter, ingemaakt in potten. Daar moest wel ranzigheid van komen. En die kwam er ook! De boter was soms zo sterk dat mijn boterham helemaal niet meer te eten was. Moeder begreep me als ze hem 's avonds uit mijn trommeltje viste. Maar vader niet. Ranzig of niet, ook voor hem was Diksmuidse boter de beste van het land.
Dat Klooster waar we drie jaar school gelopen hebben, was toen bijlange nog niet wat het nu is. Het oude woongebouw der Zusters stond er nog. Natuurlijk. Dat is enkele jaren geleden pas afgebroken. Aan de westzijde ervan stonden twee klassen. De kleuterklasjes. Aan de andere kant de drie klassen van het lagere. Dat was alles. Geen overdekte speelplaats, geen feestzaal nog. Niets. De eigenlijke groeiperiode van het Klooster moest nog beginnen, (ondertussen is het klooster helemaal afgebroken) . ........
Vanavond om 19.00u gaat de laatste gemeenteraad voor de vakantie door in de raadzaal van het stadhuis te Waregem. In bijlagen is de voorbereidende tekst te lezen van de verschillende agendapunten. De volgende gemeenteraad zal plaatsvinden op 2 september.
'Dit boekje', zo lezen we op de eerste bladzijde, 'is een verzameling van overdrukken die verschenen zijn in de Jaarboeken 1993, 1994, 1995 en 1996 van de Gaverstreke Waregem. Het gebeuren speelt zich af in Beveren-Leie. Auteur is Michel Debrouwere en de tekeningen zijn van Etienne Ducateeuw'.
Etienne Ducatteeuw en Michel Debrouwere Dankzij hen kan en mag Beverse Weetjes dit verhaal brengen, waarvoor van harte dank aan beiden. Het verhaal, dat in verschillende delen zal verschijnen, zal integraal gelezen kunnen worden. In de rechter marge zullen alle delen te vinden zijn onder de categorie: 'Kroniek van zeven zonnige jaren'
INLEIDING door G. Algoet Op Sint-Hubertusdag 1979 zette Michel Debrouwere een punt achter het werkstuk dat nu voor ligt. Intussen zijn al meerdere jaren voorbijgegaan. Veel van wat toen nog bestond, is verdwenen of veranderd. Toch vonden we het meer dan de moeite waard, die bijdragen die al eerder verschenen in het Beverse tijdschrift De Missiepost, hier over enkele jaargangen van De Gaverstreke uit te spreiden. Ze brengen ons het leven te Beveren voor ogen zoals hij het meegemaakt heeft heel wat jaren terug. Oudere lezers zullen daarbij -wellicht met een stukje nostalgie- hun eigen jeugd herkennen. Jongere lezers krijgen dan weer een kijk op het leven en de mentaliteit waarin de jeugd vroeger opgroeide. Het geheel werd pittig versierd met tekeningen uit de geest en van de hand van zijn onafscheidelijke compagnon Etienne Ducatteeuw. Niet alleen wie zich voor de geschiedenis van de Gaverstreek interesseert zal hierin zijn gading vinden. Ook al wie belangstelling heeft voor volkskunde in het algemeen, kan ermee zijn hart ophalen. We verplaatsen ons naar de jaren 1930 ...
BIJ HET RAAM Ik sta hier voor het raam. Boven, aan de achterkant van het huis. Een boogscheut van me af reikt de witte toren van de nieuwe parochiekerk naar de grauwe regenwolken. Het gemeentehuis staat als een enorme steenhoop langs de Pastoor Lebbelaan (thans de Kerkdreef, nvdr) en verbergt hele huizenrijen langs de Kortrijksestraat (thans de Kortrijkseweg, nvdr). Vlak voor me ligt de grote kouter van het duizendjarige Goed te Handelgem. Daar doorheen werden verleden jaar zwarte asfaltwegen getrokken. Naar het oosten toe weeft de regen sluiers over 't Hof van 't Sioen en de huizen van de Reke achter de Rode Poort. Een paar sombere knotwilgen houden grimmig en dreigend de wacht aan de rand van kouterland dat stilaan vol nieuwbouw raakt.
Het onherkenbaar verminkte paradijs van mijn kinderjaren! Het ligt verzopen te treuren onder de jagende voorjaarswind. Ik zie het slechts wazig meer nu. Maar dat hindert niet zoveel. In mij leven scherpe beelden van wit en groen en blauw onder stralend zonnelicht. Ik hoor weer het gejoel van spelende kinderen omheen de hofgrachten van Handelgem. Ik trek weer naar school langs de grintwegen en mulle zandpaadjes, of langs de met eikeboompjes beplante graskanten van de Gentse Baan. Doorheen het gedwarrel van sneeuwvlokken kijk ik uit over een witte vlakte waar slechts boerderijen staan en enkele laaghurkende kortwoonsten.
Hoe het ook wordt hier in het dorp, die beelden kan niemand me ontnemen. Net als vele anderen heb ik ze veilig opgeborgen in mijn herinnering. Jarenlang. Maar nu wil ik ze uithalen. Eén voor één. Nu wil ik ze open en bloot te kijk leggen. Velen zullen ze in een verrast herkennen bekijken. Jonge mensen echter zullen zich wellicht verwonderd afvragen wat paradijselijks daar aan is. Het hindert niet. Ook de jonge mensen van vandaag zullen eenmaal fluisteren: Adieu, oude speeltuin! Dat zal dan een groet zijn aan hun verloren paradijs.
DE REKE Ik ben geboren in het eerste huis van de Reke achter de Rode Poort (herberg op de hoek Deken De Bostraat - Kortrijkseweg, nvdr, thans de Vleeshove geworden.
De Reke voor 1932
Ach, die Reke! Een rij van vijf huisjes, die opgetrokken werden op het erf van een sinds lang verdwenen boerderij. Voor een foto van de Reke, zoals ze er toen bijstond, zouden we thans geld willen geven. Maar wie van ons was toen rijk genoeg om die foto te laten nemen? Als ik graaf in mijn verste herinneringen, zie ik dat die huisjes allemaal een strodak hadden. Eigenlijk was het één groot dak dat over gans de Reke doorliep. Het stro lag erop in dikke lagen en stak donkergrauw af tegen het verweerde rood van de euziepannen (euzie: dakoversteek, nvdr). Links en rechts stond wat koterij.
Oude halfverzakte optrekjes, die vroeger wellicht zwingelkot geweest waren en waarin nu kolen, lemen, aardappelen en stro geborgen werden. Er waren twee pompen voor de vijf woningen. Die stonden buiten: natuurlijk. Tegen de voorgevel van de huizenrij. Twist over het gebruik van die pompen heb ik nooit geweten. Niet zover ik mij herinneren kan tenminste. Soms kregen de kinderen wel eens een draai om de oren als ze teveel aan de zwengel trokken, maar dat hoorde erbij. Niemand die er graten in vond. Het water uit de pomp was best. Heel wat beter dan het water dat we nu uit onze kraantjes halen.
Het water van de beek die vlak langs de Reke voorbijliep, was niet zo best. Voor het grootste gedeelte was het afkomstig uit de rootput van Mielke Victor, een eind verder op naar het westen. Vooral bij mistig weer kon je het ruiken. Een uur in de wind. Op de bodem van de beek lag een dikke laag grauwe brij. Geen mens ter wereld immers die het ooit nodig gevonden had ze uit te baggeren.
Toch waren we beste maatjes met die gracht. Urenlang hebben we erin rondgeploeterd en gespeeld. Als moeder het niet zag tenminste. Vooral als Mielke Victor een rootput loste, waren we er met geen stokken weg te slaan. Het rosse sop kwam dan gorgelend van onder de straatduiker aangespoeld en stoeide speels en lauw om onze benen.
Het scherpste beeld dat me van de oude Reke overblijft, is dat van de vlierstruik aan de mestvaalt bij de gevel van ons huis. Het was een oude knoestige groenverweerde boom. Met zijn dicht bladerdak goot hij de messing vol schaduwen mocht als beloning zijn wortels laten zuigen in de veie messingbodem.
De geur die om de vlier waarde als hij aan het bloeien ging was verrukkelijk. Geen parfum ter wereld dat het daarbij halen kon. Van de donkerpaarse vlienderbezies maakte moeder siroop. Niets beter dan vliendersiroop om een hardnekkige hoestbui te verzachten tijdens de wintermaanden. Een lepel ervan met een teerling suiker in een tas heet water! En we moesten helemaal niet gepraamd worden om het middeltje in te nemen. Voor het slapengaan begonnen we soms opzettelijk te hoesten, om er een kommetje van los te krijgen.
Ons huis zelf was niet groot. Links de woonkamer, rechts een slaapkamer, dan het washuis met het trapje naar de voutekamer en de kelder, en dan de trap naar de zolder. Dat was alles. Een voordeur hadden we, maar een achterdeur hoorde er niet bij. Door die voordeur viel je direct de woonkamer binnen. Woonkamer? Och, er was geen mens die dat woord gebruikte toen. Te deftig en te onwerkelijk. In die vrij benepen ruimte werd immers alles gedaan. Koken. Eten. Werken. Bij elkaar zitten omheen de buizestoof met onze voeten op de trommel en desnoods een handdoek over onze benen om ze tegen de warmte van de gloeiende pot te beschermen.
Ach, die avonden omheen de buizestoof! De regen kon roffelend tegen de gesloten blaffeturen (vensterluiken, nvdr) slaan. De wind kon huilend over het dak rijden. Het deerde ons niet. We zaten veilig geborgen en luisterden naar het trage vertellen van grootvader, of van Stonkie (Gaston Debaere, nvdr) uit de Rode Poort die soms bij ons buurten kwam. Geef de mensen weer een buizestoof, neem ze hun televisie af, en ze zullen 's avonds weer tijd vinden voor elkaar! ......
Secretaris Willy Delhaye, voorzitter Koen Lavens en bestuurslid Steven Craenhals aan een van de verrassende locaties Op zondag 12 juli organiseert het Davidsfonds de derde Ronde van Beveren. Een namiddagwandeling onder begeleiding en ongeveer 4 km telt. Onderweg zullen een aantal gekende en minder gekende, verrassende locaties aangedaan worden. De verhalen die tijdens de halten verteld zullen worden zijn op maat van kinderen en de jeugd, maar ook de volwassenen zullen zeker een graantje kunnen meepikken.
Inschrijven kan vanaf 14.00 uur in de Kernelle, de eerste wandeling gaat van start om 14.30u. Verder kan eveneens gestart worden om 15.00u, 15.30u en 16.00u. De deelname bedraagt 1, daarin is ook één consumptie en een bezoek aan de kinder- en jeugdboekenbeurs inbegrepen.
De CD "Live in Contest", met live opnames van WMC Kerkrade 2005 en Valencia 2008, kost 15,- en kan besteld worden via bestuurslid Frederik Staelens klik hier of via muzikanten en overige bestuursleden.
"NIMROD" UIT ENIGMA VARIATIONS -SIR EDWARD ELGAR
DANCE MOVEMENTS - PHILIP SPARKE
PINOCHO -FERRER FERRAN
VETRATE DI CHIESA -OTTORINO RESPIGHI, arr. JoséSchyns
AMPARITO ROCA -JAIME TEXIDOR
Meer info via de site van het Koninklijk Bevers Harmonieorkest (zie link linker marge)
Vader Joos en zoon Charles Van Tieghem Beverse boomkwekers
Joos en CharlesVan Tieghem bij een boom van 80 jaar oud
De boomkwekerij in de Sint-Jansstraat 71 in Beveren-Leie bestaat 30 jaar. Joos' vader Robert was landbouwer. Op de ouderlijke boerderij, tegenover de boomkwekerij, runnen Joos' broers Jan (56) en Dries (49) een eigen tuinaanlegbedrijf. Ook daar zit met Pieter (28) al iemand van de tweede generatie in de zaak. Van aanvullende beroepsbezigheden gesproken "Je moet niet denken dat wij de hoofdleverancier zijn van mijn broers", zegt Joos, getrouwd met kunstenares Claudine Denoulet en naast Charles ook vader van Marie (26), Louis (22) en Michel (19). "Ze moeten namelijk een project hebben waarin onze bomen passen. Wij verkopen vooral inheemse bomen en zijn gespecialiseerd in meerstammige en knotbomen. Die vragen mentale ruimte. Je moet niet noodzakelijk over een grote tuin beschikken, maar wel een doel voor ogen hebben. We leveren bijvoorbeeld aan klanten die willen voorzien in eigen hout voor de open haard of anderen die hun boom zien als kampplaats voor de kinderen of als parasol boven het terras. We mikken dus op de tuinbeleving van de mensen, op de band die ze rond een boom scheppen. We halen onze inspiratie voor de kweek van de holle wegen in Normandië."
Verkoop na vijf jaar "Vader begon met aanplantingen bij particulieren om te kunnen overleven", weet zoon Charles, ingenieur tuinbouwproductie . "Eerst beschikte hij over amper 1 ha grond, intussen zijn het er al 15. Je moet constant voor ogen houden dat wat je vandaag aanplant pas over vijf jaar kan worden verkocht. "De klanten van de boomkwekers zijn tussenhandelaars die de bomen uitvoeren, zelfs naar Rusland en Canada. Voorts zijn ook tuinaanleggers, gemeentebesturen en particulieren belangrijke afnemers. "Bomen hoeven niet duur te zijn. Er zijn er voor ieders budget", besluiten vader en zoon. Bron: Het Wekelijks Nieuws, editie Gaver, 26 juni 2009 (TVW-RSB) Voor de link naar de site van Boomkwekerij Joos, zie rechter marge
Het Grote Speelplein Festijn! Deze zomervakantie bestaat speelplein De Speelberg 20 jaar en dat vieren ze op vrijdag 10 juli. Een feest dat u absoluut niet mag missen! Bovendien is de ingang volledig GRATIS! Waar: Tomberg 21A, Beveren-Leie
Programma: Om 13.00 uur: knotsgekke activiteiten voor iedereen! Later op de avond is er ook een soundmixshow met Kart Baël, een familiequiz, een goochelshow van Magic Yvo en nog zoveel meer! Om 18.30 uur: BBQ- festijn om je vingers van af te likken. Kaarten te verkrijgen tot 5 juli bij Davy (0472/578948) of via speelpleindespeelberg@hotmail.com, volwassenen: 12 euro en kinderen: 8 euro
Op vrijdag 26 juni om 16.30 uur werd letterlijk en figuurlijk het startschot gegeven voor de Ommegangfeesten. Dat gebeurde door de Wielerclub Sport na Arbeid die het startschot gaf voor de 5e Grote Prijs Rijwielen Rudy en daarmee 78 renners de weg opstuurden.
Een wedstrijd die tot op het einde spannend bleef. Pas de laatste drie ronden kwam er wat versnippering in het peloton. Uiteindelijk ging de zege naar Thierry Declercq uit Kerkhove die met lichte voorsprong de eindstreep wist te overschrijden.
Na meer dan 32 jaar café Den Dries te hebben uitgebaat zet Georgetje er een punt achter.
Op zaterdagavond kende het beachvolleytornooi voor verenigingen zowel op als naast de terreinen heel wat belangstelling
Het Ama Beach is in de afgelopen vier jaar uitgegroeid tot een begrip op Beveren-Ommegang. Ook dit jaar was het over de ganse lijn een reuze succes. De opgezette accomodatie oogt dan ook heel aantrekkelijk en zowel voor de spelers, supporters als voor de bezoekers was het er terug fijn toeven tijdens de verschillende wedstrijden.
Verenigingentornooi Paul Van Tieghem riep drie jaar geleden het minitornooi voor verenigingen in het leven. De inschrijvingen daarvoor liepen als een trein. Zo goed zelfs dat het bestuur aan de noodrem moest trekken. Voor 4 pleinen zijn 16 ploegen het limiet, wil men het tornooi niet te lang laten uitlopen of de speeltijd inkorten. Zowel op, als langs de terreinen werd er dan ook gemoedelijk gespeeld en gesupporterd.
Op zondagmorgen stelde het bestuur van KSK-Beveren-Leie de nieuwe spelers voor. Daarbij wist trainer Rik Priem te vermelden dat er dit jaar geen juniores meer zullen zijn maar wel twee ploegen bij de beloften. Daarbij benadrukte hij dat er ambitie moet zijn bij de spelers. Hij hoopt dat het alvast een beter seizoen zal worden dan het vorige. Zijn ambitie is minstens in de linker kolom van 4de proviciale te eindigen. Aan de ballen waarop vorig seizoen nogal eens gesakkerd werd zal het niet liggen want er liggen 25 nieuwe te wachten, wist Rik eraan toe te voegen. Nieuwe spelers: Op de foto staand v.l.n.r.: Voorzitter Paul Bamelis, Mattias Windels, Karel Missiaen , Wim Soete, Jurgen DHaeze, Jacob Manderick en secretaris Bart Debels. Gehurkt v.l.n.r.: Jeroen Depoortere, Kjell Debacker, Yorrick Vanmeenen, Glenn Munoz, Jurgen Vroman, Jens Viaene en Jens Maes. Ontbreken op de foto: Henri Demeestere, Ringo Verfaillie en Philippe Courcelle. Trainers Trainer eerste ploeg: Rik Priem (speelde zelf nog bij KSK in eerste provinciale) Trainers beloften: Willy Picavet en Tom Dekimpe
Het Koninklijk Bevers Harmonieorkest op 11 juli in Waregem
Dirigent Bert Decavel op het Nieuwjaarsconcert 2009 te Beveren-Leie Voor een terugblik op het Nieuwjaarsconcert 2009 klik hier. Eerste Cultureel Ambassadeur van Waregem Samen met de cultuurraad riep onze stad de nieuwe titel Cultureel Ambassadeur van Waregem in het leven. Deze titel kan worden toegekend aan verenigingen die nationaal en/of internationaal het cultureel imago van onze stad uitdragen en voldoen aan specifieke criteria omschreven in een reglement.
In 2009 kende Waregem deze titel voor het eerst toe aan het Koninklijk Bevers Harmonieorkest. Als kersvers Cultureel Ambassadeur zal het orkest op uitnodiging van de stad een concert verzorgen op 11 juli.
Wereld Muziek Concours in Kerkrade (NL) Dit concert is een try-out in aanloop naar hun deelname op 19 juliaan het WMC in Kerkrade (Nederland) in de allerhoogste categorie Concertafdeling. Het feit dat de jury het orkest heeft opgenomen in deze Concertafdeling is al een unieke prestatie op zich.
Programma Het Orkest zal op 11 juli het wedstrijdprogramma voor het Wereld Muziek Concours vertolken, met het plichtwerk Vientos van Francisco Tamarit Fayos en keuzewerk Third Symphony van James Barnes. De concertavond wordt afgesloten met enkele verrassende feestelijke nummers. Aansluitend receptie Gratis toegang
Enkele hoogtepunten van het orkest Het Koninklijk Bevers Harmonieorkest werd opgericht in Beveren-Leie in 1927 als fanfare: De Leievrienden. Onder impuls van Bert Decavel werd de fanfare in 1988 omgevormd tot een harmonieorkest. De laatste 20 jaar heeft het orkest zich ontwikkeld tot een symfonisch blaasorkest met een opmerkelijk palmares. * In 1996 promoveerde het orkest naar de hoogste afdeling Superieure * In 2003 won het Orkest een Eerste Prijs in eerste divisie op het prestigieuze Certamen Internacional de Bandas de Musica in Valencia (Spanje) * In juli 2005 werd het orkest Wereldkampioen in de 1ste categorie op het WMC in Kerkrade (Nederland). De uitvoering van plicht- en keuzewerk werd door de jury bekroond met een score van 96,33%. Het Bevers Harmonieorkest mag zich 4 jaar lang wereldkampioen noemen. * In juli 2008 behaalde het orkest de Derde Prijs in de hoogste categorie Seccion de honor op het Certamen Internacional de Bandas de Musica in Valencia (Spanje)
Aansluitend kunt u in de cafetaria van De Treffer terecht voor een muzikaal en geanimeerd Vlaams eetfestijn, een organisatie van het Waregemse 11-juli-comité.
Trampolinesport bepaalt het leven van de familie Hul-Vandeplassche
Van links naar rechts Laura Hul, Alex Hul, Sophie Vandeplassche en Lisa Hul De populariteit van de trampolinesport is niet te vergelijken met sporten als wielrennen en voetbal. Dat deert de familie Hul-Vandeplassche niet. Ze zijn dag in, dag uit met de acrobatische sport bezig en gaven hun passie inmiddels door aan hun kinderen Lisa en Laura.
De nu 38-jarige Sophie Vandeplassche werd door de trampolinemicrobe gebeten toen ze 12 was. "Ik ben er eigenlijk ingerold via de school waar toen een aantal andere meisjes aan trampolinespringen deden. Het is een echte microbe, want 26 jaar later ben ik er nog mee bezig." lnmiddels is ze bestuurslid in de Beverse club Lenig en Vlug maar in het verleden. scheerde Vandeplassche hoge toppen in de competitie. ,,Ik was niet slecht, werd een aantal keren nationaal kampioen en behaalde op Europese en wereldkampioenschappen plaatsen in de top 5."
Sophie Vandeplassche en haar man Alex Hul, allebei regent lichamelijke opvoeding, geven nu hun kennis door aan opkomend talent. "Ikzelf hou me uitsluitend bezig met het trainen van trampolinespringers", gaat Vandeplassche verder. "Mijn man is trainer van de recreatieve turners en is ook bestuurslid." Het gezin dat woonachtig is in de Sint-Jansstraat 105 telt ook twee kinderen: de dochters Lisa (12) en Laura (14). Zij werden als het ware· grootgebracht op· de trampoline waardoor ook zij in het wereldje terechtkwamen. "Laura is al enkele jarig bezig met de sport en ook zij behoorde tot de nationale top. Ze stopte een jaar en is dan weer herbegonnen. Lisa is actief in de club van in het derde leerjaar."
Rug Vroeger met trampolinespringen beginnen is niet echt aangewezen vind papa Alex Hul. "Uiteraard kunnen kinderen van 5 en 6 jaar in onze club terecht, maar dan krijgen ze recreatieve turn" of trampolineles. Het is pas vanaf het derde leerjaar, ongeveer de leeftijd van acht jaar dat de kinderen echt training krijgen op de trampoline. Dit omdat het trampolinespringen op te jonge leeftijd erg belastend kan zijn voor de rug." Voor het overige is de geliefkoosde sport van de familie Hul niet echt gevaarlijk te noemen. "Elke sport houdt risico' s in maar bij ons gebeurt het springen op een verantwoorde manier en onder begeleiding van ervaren trainers." Het is trouwens een belangrijk jaar voor de Beverse turnclub, die 180 leden telt, want net dit jaar viert Lenig en Vlug haar 50-jarig bestaan.
Jubileumjaar ,,Het hele jaar vinden er activiteiten plaats ter ere van ons jubileumjaar", vertelt Vandeplassche die tevens ook de dochter is van clubvoorzitter Freddy Vandeplassche. ,;Zo houden we een kaas- en wijnavond, wordt er een monument onthuld enz. ... maar het hoogtepunt moet de Golden River Teamcup worden, een internationale wedstrijd die op 24 oktober wordt georganiseerd. Dan hopen we alvast enkele toppers uit het trampolinespringen· naar Beveren te lokken en de kans dat dat lukt is reëel want onze wed" strijd vindt plaats in de aanloop naar het WK dat plaats vindt in Sint-Petersburg." Het succes van de Beverse club is niet alleen de verdienste van de leden maar ook van de bereidwillige medewerking.
Minibus "Telkens er trainingen zijn, rekenen we op de vooravond op de bereidwillige medewerking van enkele ouders, die samen met de trainers, het materiaal in sportzaal De AveruI komen opzetten. Het zou een stuk makkelijker zijn mochten we onze eigen zaal hebben en er niet voortdurend materiaal moet worden opgezet. Misschien is dat een doel dat we in de toekomst kunnen realiseren" hoopt Alex Hul. "Doordat we aangesloten zijn bij de Franse Federatie en onze wedstrijden betwisten in Frankrijk lopen de afstanden en ook de kosten soms hoog op. Gelukkig heeft onze club een minibus en kunnen we voor het extra vervoer ook rekenen op de medewerking van de ouders. Voor het overige is voor onze club the sky the limit. We zijn goed bezig maar alles kan altijd beter. Daarom zou het ook zeker niet slecht zijn mochten de minder populaire sporten zoals het trampolinespringen extra gesubsidieerd worden want ondanks het feit dat het om toch wel een Olympische sport gaat, staan we vaak zelf in voor de kosten." Bron: 'Het Wekelijk Nieuws' editie Gaver, 19 juni 2009 (BWD-RSB)
In de Stedelijke Basisschool van Beveren-Leie had op 20 juni de plechtige uitreiking plaats van de "Getuigschriften Basisonderwijs", in aanwezigheid van de ouders en de leerlingen van het zesde leerjaar, de leden van het schoolbestuur, de schepenen Jo Neirynck (Onderwijs), Rik Soens (Eerste Schepen) en Pietro Iacopucci (Cultuur), de oud-directeurs Marcel Sablain en Jan Meersman, CLB-medewerker Kris Cooreman, de voorzitter van de Ouderraad, Fanny David en het personeel van de school.
Alle leerlingen behaalden mooie resultaten in de eindexamens, georganiseerd door het Onderwijssecretariaat van de Vlaamse Steden en Gemeenten (OVSG). Daarvoor kwamen alle zesdejaars van de Waregemse stedelijke basisscholen bijeen op 15, 16 en 17 juni in 't Klokhuis te Beveren-Leie.
Met enige trots kunnen we meedelen dat van alle 124 deelnemers twee Beverse leerlingen de eerste en tweede plaats behaalden, wat ook resulteerde in de eerste plaats voor de onderdelen wiskunde, taal en wereldoriëntatie.
Als afscheid brachten de leerlingen nog een gesmaakt dansnummer rond hun zelfgebouwde robot waarmee ze de Ketnetprijs wegkaapten in de Robocup-wedstrijd in Technopolis te Mechelen. Ook het bosklaslied en een percussienummer met houten stokjes mochten niet ontbreken. "Proficiat aan alle leerlingen voor hun inzet, veel succes in het secundair onderwijs en denk met plezier terug aan de leerkrachten van SBS Beveren en de tijd hier in de school", besloot schepen Jo Neirynck. Met dank aan directeur Stefaan Dewaele
v.l.n.r. Jan Meersman, Marcel Sablain en directeur Stefaan Dewaele
De basketbalclub van Desselgem zit in volle groei. Misschien heeft u zoon of dochter ook wel zin om te basketballen. Daarom stellen we ons even voor.
De prémicroben (2002-2003) trainen elke zaterdagvoormiddag van 10 uur tot 11.30 uur in de sporthal van Desselgem.
Ze spelen soms een vriendschappelijk wedstrijdje.
De microben (2000-2001) trainen elke maandag van 18.30 uur tot 19.30 uur en iedere woensdag van 18.30 uur tot 20.00 uur in de sporthal van de Stedelijke Basisschool van Beveren-Leie. Ze spelen op zaterdag een match. De thuismatchen spelen ze in de sporthal van Desselgem, om 12.30 uur.
De benjamins (1998-1999) trainen elke woensdag en elke donderdag van 18.30 uur tot 20.00 uur in de sporthal van de Stedelijke Basisschool van Beveren-Leie. Ze spelen ook op zaterdag een match, waarvan de thuismatchen in de sporthal van Desselgem, om 14.30 uur.
De trainingen starten het volgend seizoen vanaf 31/08/2009.
Is je kind geïnteresseerd, dan kan hij/zij eens komen oefenen tijdens een oefendag, op 5 september van 10uur tot 12uur in de sporthal van Desselgem.
Daarna kan hij/zij een aantal weken komen trainen, alvorens zich definitief in te schrijven.
Voor meer informatie kan je terecht bij: Wim Vynckier, 0477/40.47.16, wim.vynckier@telenet.be Jan Steeland, 0476/70.33.36, jan.steeland@telenet.be Tom Vanhoutte, 0473/767470, tom.vanhoutte111@telenet.be
Meyfroot, café Den Dries en voetbal meer dan een halve eeuw onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Léon en Rachel Meyfroot-Vandevoorde waren de eerste uitbaters van café Den Dries. Mijn grootouders hadden drie zonen, Willy, Michel en mijn vader Hubert. Mijn grootvader was zelfstandig stukadoor en toen de broers oud genoeg waren, trokken ze met hem mee om te plakken. Later ging grootvader als kraanman bij bouwonderneming Damman werken en na zijn dagtaak hielp hij mijn grootmoeder Rachel het café runnen. Ook mijn vader Hubert ging toen bij dezelfde firma werken, vertelde kleinzoon en zoon Bert Meyfroot. We hebben hier mooie tijden beleefd. Er werd wel eens een sinterklaasfeestje, een kerstfeestje, een mosselsoupertje georganiseerd. Moeder maakte ook al eens verse soep voor de spelers, die ze dan na de match in de living kwamen opdrinken, enz. enz. en een dansje hoorde er ook af en toe al eens bij, wist Bert zich nog goed te herinneren.Korte Historiek Toen Rachel in 1972 overleed stak de ondertussen gehuwde zoon Hubert nog meer dan voorheen een handje toe in het café. Zijn vrouw Georgette Bonte (67) werkte toen nog in het voormalig confectiebedrijf Desmet in de Wagenaarstraat. Maar zij gaf haar werk daar op om voor haar stilaan blind wordende schoonvader te zorgen en daarbij een handje toe te steken in het café. Na het overlijden van Léon, kwamen Georgette en Hubert in 1976 definitief achter den toog van Den Dries te staan. Daarnaast verdiende Hubert verder de kost bij de firma Damman, waar hij trouwens zijn ganse loopbaan werkte.Hubert was tevens heel lang actief bij KSK Beveren-Leie, in 1958 kwam hij als doelman bij de eerste ploeg terecht en in 1992 werd Den Dries het clublokaal. De liefde voor het voetbal gaf hij door aan zijn enige zoon Bert. Hij werd geboren op 28 november 1965 en in 1975 stond Bert tussen de palen bij de preminiemen van KSK. In 1995 liep Bert een scheenbeenbreuk op en hield het keeperen voor bekeken. Hij ging verder als trainerbegeleider van de duiveltjes en als scheidsrechter. Op 29 december 1977 werd Bram, de enige zoon van Bert en Ann Kerkhove geboren. Ook hij kreeg de liefde voor het voetbal met de paplepel ingegeven en net als zijn grootvader en vader fungeert Bram als doelman bij KSK in zijn categorie. Op 23 januari 2009 sloeg het noodlot echter toe met het plotse overlijden van Hubert. Een klap voor de familie, maar ook in voetbalkringen en bij de vele trouwe klanten van het volkscafé. Begin 2007 organiseerden vrienden van Hubert en Georgette nog een feest ter gelegenheid van hun 30 jaar uitbating van Den Dries. Slechts twee jaar later en heel onverwacht kwam Georgette alleen achter de tapkast in Den Dries te staan en een café alleen runnen is een zware taak. Zowel zoon Bert die vrachtwagenchauffeur is bij de firma Manutti en tuinmeubels uitvoert in de Benelux, als schoondochter Ann die boekhoudster is in een bedrijf in Kuurne zien het beiden niet zitten om naast hun dagtaak ook nog achter den toog te staan. Bovendien kampt Georgette ook met wat gezondheidsproblemen en zo besloot de familie een punt te zetten achter de uitbating op 30 juni 2009. Samen zochten ze een nieuw onderkomen voor Georgette en dat vonden ze in de Liebaardstraat te Beveren-Leie.Nieuwe uitbaters. Het café, dat eigendom is van Bierhandel Schotte, zal vanaf 1 juli 2009 gerund worden door Tom Dekimpe en Annika Verhelle.
Uiteraard blijft het café de naam Den Dries behouden weet Annika te vertellen. Het blijft ook het clublokaal van KSK en de doorgang naar het voetbalveld via het zijpoortje zal er blijven, valt Tom in die zelf bij de club speelt.
De drankgelegenheid zelf zal ietwat veranderen, gaat Annika verder. De woongelegenheid zal mee ingenomen worden als café en daar zal ook den toog komen te staan. Verder zal er een keuken komen en een nieuwe sanitaire blok. Daarbij is het ook de bedoeling dat we hier komen wonen. Daarvoor zal het achterste gedeelte van het gebouw tot appartement worden opgetrokken.
Tot de werken van start gaan blijven we gewoon open, eenmaal de verbouwing aan de gang is zullen we naargelang de vorderingen van de werken een poosje gesloten zijn. sluit ook Annika.
Afscheidsfeest Voor Georgette naar haar appartement in de Liebaardstraat verhuist organiseren haar vrienden nog een afscheidsfeestje op vrijdag 26 juni. En waar zou dat beter kunnen plaatsvinden dan in Den Dries waar ze 32 jaar lang haar klanten bediende.
Het bestuur v.l.n.r. Luc Lambrecht, Rik Soens, Mevr. Christiaens, Bart Tijtgat, Rudy Simoens, Herman Vuylsteke, secretaris: Ronny Vandenbussche, voorzitter: Marc Vercruysse, Marcel Desmet en Marcel Ingelaere
Koninklijke Wielerclub Sport na Arbeid vzw, die dit jaar 86 jaar bestaat zet op vrijdag, 26 juni 2009 Beveren Ommegang in met de 5de Grote Prijs Rijwielen Rudy voor Elite zonder Contract en beloften. De koers start om 16h30 en de inschrijvingen gaan door in Café De Gilde vanaf 15h00. De afstand bedraagt 112 km en loopt over 25 ronden. Naast de te verdienen premies aan de aankomstlijn, schenkt Romain Nuyttens terug 10 premies ter waarde van 25 EUR ter hoogte van 't Bouwke in de Kleine Heerweg.
Na de tijdrit van 12 april 2009, als onderdeel van de Tweedaagse van de Gaverstreek, is dit onze tweede organisatie dit jaar. Op 4 september volgt dan de derde wedstrijd ter gelegenheid van Beveren Kermis.
We hopen op goed weer en een talrijke opkomst. We rekenen op de sportiviteit van de bewoners en vragen hen dan ook om rekening te houden met de aanwijzingen van politie en signaalgevers. Hou ook die namiddag alle huisdieren binnenshuis. Tevens danken we alle sponsors voor hun financiële en/of logistieke medewerking. Het bestuur.
Doe-het-zelf staat in Beveren-Leie synoniem met Synhaeve. De familiezaak uit de Kortrijkseweg 262 bestaat dit jaar 27 jaar.
Voor van links naar rechts: Alice Laevens en Germain Synhaeve Achter: Annick Vansteenkiste, Stefaan Synhaeve, Geert Synhaeve en Ria David. Met de broers Stefaan (51) en Geert Synhaeve (46) aan het roer en hun respectieve echtgenotes Annick Vansteenkiste (48) en Ria David (43) als hun rechterhanden runt de familie Synhaeve nog altijd de zaak die door moeder Alice Laevens (77) werd gesticht.
"Wij waren op een leeftijd gekomen dat we van school waren, dus was het niet onlogisch dat wij als medestichters fungeerden", steekt Geert van wal. "Toen was ook onze broer Filip (46) er nog bij. "Vroeger stond Synhaeve ook voor het opkopen, renoveren en verkopen van huizen, maar een immobedrijf viel niet te rijmen met een doe-het-zelfzaak"· Daardoor werd die tak 15 jaar geleden afgestoten en renoveert Filip nu op zelfstandige basis huizen", zegt moeder Alice. Vader Germain Synhaeve (79) had op de plaats van de huidige zaak een florerende vlashandel. Ik was tussenhandelaar, maar 27 jaar geleden zagen we niet veel toekomst meer in de nijverheid. Mijn vrouw en zonen mochten de loodsen gebruiken om de winkel te beginnen nadat ik beslist had geen vlas meer te stockeren. Het ging van toen af rechtstreeks van fabrikant naar verwerker".
Van 1.000 naar 6.000 m2 "Doe-het-zelf Synhaeve was in die periode amper 1.000 vierkante meter groot. Na een zestal uitbreidingen zitten we aan 6.000 vierkante meter", gaat Geert verder. "Belangrijk is dat we begonnen met eigen kapitaal. We waren nooit afhankelijk van leningen, wat ons meteen op eigen benen deed staan. Leveranciers zijn altijd binnen de acht dagen betaald geweest, nu nog. Daardoor kunnen we uiterst scherpe aankoopprijzen bedingen", zegt Germain niet zonder enige trots. Geert: "Bovendien beschikken we over een uitstekende verkoopploeg voor de meer dan 30.000 artikelen in ons assortiment. We blijven mikken op de doe-het-zelver. Seizoensgebonden artikelen als tuinmeubelen. kerst- en paas gerief zal je bij ons niet aantreffen. Ook beschikken we over een schrijnwerkerij die hout op maat zaagt voor de klant. 70 procent gaat naar de particulier, 30 procent naar de bedrijfswereld. Met dank ook aan onze uitstekende ligging die ons een passage van 6.000 voertuigen per dag garandeert:' Bij Synhaeve werken 22 mensen. Bron: 'Het Wekelijks Nieuws' editie Gaver, 12 juni 2009 Tekst: Tom Van Houtte, foto: Rita Sabbe.
Derde treffen tussen de Tubezuigers en De Kernelle
De Tubezuigers winnen (nipt) weer tegen De Kernelle Dat de petanquepleinen er zowel achter De Kernelle als op Ter Weerst niet haveloos bijliggen is geen Bevers Weetje meer. Zij het niet dagelijks dan worden de beide terreinen minstens wekelijks bespeeld. Geen wonder dus dat beide partijen hun kunnen op vriendschappelijke basis graag eens testen en dat gebeurde op zaterdag 13 juni voor de derde keer.
Op de foto een aantal spelers en supporters De Tubezuigers van Ter Weerst en de spelers van De Kernelle gingen voor de derde keer de strijd aan. De tubezuigers haalden het nipt met 7-5. Er waren echter geen verliezers maar alleen winnaars. Immers, op het veld werd verbeten gestreden maar naast het veld werd duchtig (met een glas) verbroederd. Volgende afspraak is voorzien in oktober, dan zullen de spelers van De Kernelle de Tubezuigers van Ter Weerst ontvangen.
Samenstelling van de ploegen: De Tubezuigers: T1: Robert Iacopucci Filip Ghesquiere Yvette Van Heghe T2: Marc Vandenbussche Bernard Vandamme Erik Beysen T3: Carlos Holvoet Katrien Vervaecke Willy DHondt T4: Vic Dejonghe Hilaire Christiaens Rony Deprez De Kernelle: K1: Eric Vuylsteke Carlos Verkaemer Agnes Dutoit K2: Philip Saelens Jonius Vansteenkiste K3: Frans Depraetere Johny Bostoen K4: Frans Parmentier Antoon Vantieghem (*)
Bekijk hieronder de sfeerbeelden van het derde treffen.