Foto
Zoeken in blog

Beoordeel dit blog
  Zeer goed
  Goed
  Voldoende
  Nog wat bijwerken
  Nog veel werk aan
 
Inhoud blog
  • praktisch
  • bloemen
  • vogel
  • de jonge
  • lied
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Foto
    Altijd in beweging met van alles en nog wat...

    31-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.zwijgen

    Een gedicht van Pol de Mont 1857-1931

    Hier moet en zult gij zwijgen

    Hier moet en zult gij zwijgen
    o gij, waar geen van weet,
    een poosje zwijgen en slapen,
    mijn Leed!

    Een poosje moet gij sparen
    uw tandjes, zo scherp en wreed;
    niet bijten meer, niet knagen,
    mijn Leed!

    De hoge beuken reuzelen
    zo stil in de stille lucht,
    en de kalmus, aan mijn voeten,
    't is net, alsof hij zucht.

    En het water, aan mijn voeten,
    dat ligt zo glad, zo stil... —
    Hier moet gij zwijgen, slapen,
    mijn Leed, ik wil, ik wil!

    0! Mocht ik in 't zelfde water,
    zonder dat een het weet,
    mij laten glijden en zinken
    en slapen met u, mijn Leed!

    Wel even zou het water
    opspringen hoog en breed...
    Dan zou bet toegaan en slapen
    over mij en mijn dode Leed...

    0! Kon ik met eigen handen,
    gij, die 'k toch nimmer vergeet,
    u wurgen en werpen in 't water,
    mijn leed, mijn knagend Leed.

    Zomervlammen (1922)

    schrijver

    31-08-2014 om 17:20 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    30-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.ogen
    Een gedicht van Gentil Antheunis 1840-1907

    Groene Ogen

    Wie kent er het lied of de sage,
    Wie kent ze niet allebeî;
    Van ene waternimfe,
    Die heette Lorelei?
    Zij zat op een rots langs het water,
    En lokte met ogen en mond
    De arme eenvoudige schipper,
    Tot dat hem de maalstroom verslond.

    Ik ken ene vrouw of een maged,
    Zo snood als de nimf van het lied;
    Haar schoonheid is even verleidend,
    Maar zingen behoeft ze niet.
    Men ziet ze langs straten en wegen,
    Men vindt ze op het feest, in de kerk;
    Zo glanzend en diep zijn haar ogen,
    Haar boezem zo koud als een zerk.

    Zij zingt niet zo als de nimfe;
    Maar sterker dan woorden en zang
    Bedwelmen haar groen-blauwe ogen,
    En nemen het hart in bedwang.
    Dan drijft u op hare stappen
    Een onweerstaanbaar gevoel;
    Haar blik lonkt zo lokkend en machtig,
    Haar harte blijft immer koel.

    En met haar groen-blauwe ogen
    Heeft ze een maal gezien naar mij;
    Sinds hoor ik in 't diepst mijner ziele
    Een wondere melodij.
    Des dages, door 't woelige leven,
    En ook in de stille nacht,
    Klinkt immer en immer en immer
    Een stemme zoo heimlijk en zacht.

    Zo heimlijk en zacht is die stemme;
    Toch bruisen mijn zinnen en bloed;
    Zo week is de blik dezer ogen;
    Toch brandt hij met zengende gloed.
    Ik wil aan de tover ontsnappen
    En 'k volg steeds, bedwelmd en gedwee...
    Eensdaags zal dat oog mij verslinden
    Als de afgrond der kuilende zee.

    Uit het hart! (1874)

    schrijver

    30-08-2014 om 14:07 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    29-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.profundis
    Een gedicht van Guido Gezelle 1830-1899

    De Profundis

    De profundis! klonk de bede,
    De profundis! zuchtte 't huis,
    't huis, en al die knielden mede,
    in godvruchtig stemgedruis.

    Uit de diepten roepe ik, Heere,
    hoor, ik bidde u, naar mijn stem!
    wil uwe oor te mijwaart keren,
    die om bijstand biddend bem!

    Sloeg gij al mijn zonden gade,
    Heer, wie 'n zou niet ondergaan?
    Neen, bij u daar is genade,
    Heere, uw spreken houdt mij staan!

    Staande blijve ik op uw spreken
    en ik hope in u, o Heer!
    van het vroegste morgenbreken,
    tot des avonds wederkeer.

    Want bij u is medelijden,
    is verzachten des gekwels,
    groter als het wederstrijden,
    als de boosheid Israëls.

    Heere, dat hij ruste in vrede,
    zei de priester, ende wij:
    Dat hem, in alle eeuwigheden,
    't hemels licht geschonken zij!

    De profundis! zong de bede,
    De profundis! zuchtte 't huis,
    zuchtten al die knielden mede,
    met verstervend stem... geruis.

    Kerkhofblommen (1858)



    schrijver

    29-08-2014 om 22:05 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    27-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.Kruis
    Een gedicht van Rhijnvis Feith 1753-1815

    HET KRUIS VAN JEZUS CHRISTUS.

    Der eeuwen eeuwigheid zweve, eeuwig grensloon, voort;
    Door hare oneindigheid wordt, Kruis! uw lof gehoord,
    En worm en seraf juicht, en rijst door u in waarde,
    Waar immer leven werd verspreid,
    Verhoogt ge, o Kruis! de zaligheid,
    En zonnen tanen bij uw heerlijkheid, o Aarde!

    Wat zien wij, stof, van u op onze donkre baan? -
    Slechts wat het hart behoeft, om tot zijn God te gaan.
    Al 't vorig' blijft ons nacht, een heilig, godlijk duister.
    Maar Englen, Serafs knielen neer,
    Aanbidden starend eeuwig meer!
    En schittren schoner in den weerglans van uw luister.

    0, Kruis! gij marteltuig van God en mens vervloekt,
    Daar 't zinlijk oog de Slaaf of Booswicht slechts aan zoekt,
    Aan u zien wij Gods Zoon, de vlekkeloze, hangen!
    Hij, Hij is 't offer, gij 't Altaar -
    De wereld hoort verbaasd die maar,
    En eeuwig lofgezang heeft Dood en Hel vervangen.

    Mijn geest, o wonder Kruis! gevoelt uw majesteit;
    Maar beeft en siddert aan de grens der eindigheid,
    En zinkt in 't niet terug. - Wat Engel op u staarde,
    Geen Engel heeft 't geheim verklaard:
    “God, God in 't vlees geopenbaard,
    En stervend voor het heil van een verloren aarde!"

    Maar dit, dit voelt mijn hart, hoe diep mijn geest ook zwicht;
    Van u, o Kruis! dauwt rust, van u straalt koestrend licht
    En 't kinderlijk Geloof blijft aan uw zegen kleven.
    Het valt voor u ootmoedig neer,
    En vindt in God een Vader weer,
    En hoort in uwe nacht 't gesuis van 't eeuwig leven!

    Bloemlezing (1913)

    schrijver

    27-08-2014 om 21:53 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    26-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.drinklied
    Een gedicht van Jacob Westerbaen 1599-1670

    Drinklied

    Heer, hoe doet ons Bacchus razen
    als hij steigert naar de top
    van ons zwakke hersenkop!
    Heer, wat doen de stomme glazen
    als er twee of drie dozijn
    in het lijf gegoten zijn!

    Als de wijn begint te stijgen
    naar het hoge zinnenslot,
    dan zo wordt een wijs man zot,
    dan zo moet de rede zwijgen.
    Straks het brein op stelten gaat
    als er Bacchus'lucht in slaat.

    D'een rondeelt en snurkt van rijmen,
    d'ander zit en luistert toe,
    geen van beiden wordt het moe.
    D'een moet vrijen, d'ander lijmen:
    als de wijn is in de neus,
    wordt het volkje amoureus.

    Dan zo wil men likken, zoenen,
    al was 't maar een spinnerok
    of een houten bezemstok;
    dan zo viert men hoed noch schoenen,
    't plompste volkje wordt beleefd
    als het wel gepepen heeft.

    Vrijsters met uw mooie kleren,
    loopt vrij weg en binnen gaat,
    komt er iemand in uw straat
    met een nat zeil aan laveren:
    zulke schipper, zo een man
    houdt het op de vrijster an.

    Die wil dan terstond aan 't nollen
    en straks naar uw konen vat,
    zonder dat hij uw rabat
    of uw lobbe vreest te sollen.
    Of gij grauw of donker ziet,
    dronken lui en achten 't niet.

    't Schijnt het een gemeen gebrek is,
    als de zinnen van de wijn
    altemaal betoverd zijn,
    dat een mens dan veeltijds gek is:
    zelden beurt het dat een man
    wijs kan blijven bij de kan.

    schrijver

    26-08-2014 om 22:00 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    25-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.daarboven
    Een gedicht van Frans Bastiaanse 1898-1947

    Als die daarboven

    Wij allen zijn als die daarboven:
    Wij leven zelden hier beneên;
    Wij zien de volle korenschoven,
    Geblakerd bouwland om ons heen; -

    De blauwe lichtpracht van rivieren,
    De gele bloemen aan de kant,
    De vlucht van reigers en plevieren
    Langs drassig moer en zandig strand; -

    De meeuwen op de brede wieken,
    Boven de duinpan, verontrust,
    Wanneer, in 't vroegste morgenkrieken
    De zee wordt zichtbaar aan de kust:

    Dààr, tussen die twee laatste duinen,
    Een strakke, grijsarduinen lijn,
    Die straks, wanneer de neve'len ruimen,
    Een blinkend blauw juweel zal zijn! -

    Maar heilig licht, wordt gij aanbeden
    In 't klare van de aardse dag;
    Er is nog iets, dat wij-beneden,
    Aanzien met heiliger ontzag:

    Wanneer, o dag, uw duizend kleuren
    Te nacht door duisters zijn gedempt,
    Die sterren uit de afgrond beuren
    Dan - door geen ander overstemd -

    Zingt ons van die bestarnde sferen
    Verlangens lokkend, eeuwig lied...
    Hoger dan dat steeg ons begeren,
    Bevredigender werd ons niet.

    schrijver

    25-08-2014 om 21:38 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    24-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.augustus
    Een gedicht van Adriaan van der Hoop 1802-1841

    24 Augustus 1838.

    Vier Neêrland, feest! 's Lands eer en steun verjaart!
    Vier Neêrland, feest! Waai vrolijk driekleurstander,
    Als vreugdbanier met brede golven uit!
    Hoog klop' het hart van elke Nederlander!
    De lucht weergalm van 't schaatrend feestgeluid!
    Der Vorsten roem, het sieraad van Europe,
    Die burgerdeugd met Konings fierheid paart,
    In nood en dood de steenrots onzer hope,
    De dierbre Vorst, 's Lands eer en steun verjaart!

    Vier Neêrland, feest! Waar ook in andre streken
    De bandloosheid, op Vorstenrecht verwoed,
    De helse toorts van 't oproer tracht te ontsteken,
    De Vrijheidszon praalt hier in volle gloed.
    Als hier de Vorst in 't lotboek van zijn leven,
    Een jaar van deugd en plichtsvervulling gaart,
    Dan wordt alom de feestzang aangeheven:
    De Koning leef! - 's Lands eer en steun verjaart!

    Vier Neêrland, feest! Ontrol de heilge bladen,
    Waarop het lot der volken wordt verkond;
    Vermeld uw kroost Oranjes grootse daden,
    Zo rijk aan glans als 't licht van d'ochtendstond.
    Juich in die roem! De vreugd, die hart en ader
    Met hemelrein en zoet genot doorvaart,
    Is die van 't kind, dat feest viert met zijn Vader.
    De Koning leef! 's Lands eer en steun verjaart!

    Vier Neêrland, feest! De vreugdelamp ontbrande
    En vorm de nacht ten stralenrijke dag!
    De Oranjevaan praal met de olijfgierlande
    Als 't beeld der vreê met Hollands fiere vlag.
    Het heldenheir, dat als met ijzren muren
    De weelge tuin van Nassaus Leeuw omschaart,
    Zing bij de vlam der weidse vreugdevuren:
    De Koning leef! 's Lands eer en steun verjaart!

    Vier Neêrland, feest! Begroet ô scheepskartouwen
    Uit koopren keel de grijze Palinuur,
    Wiens vlag ter eer de trouwste der getrouwen,
    De Wees van 't IJ, Van Speijk verging in 't vuur.
    Verhef de lof van Nassau, Waterhelden,
    Op wie het land als onverwinbre staart,
    En ruise uw lied langs Nereus pekelvelden:
    De Koning leef! 's Lands eer en steun verjaart!

    Vier Neêrland, feest! In 't diep des tijdstrooms zonk er
    Het vierdedeel eens eeuwkrings na die dag,
    Toen, na een nacht van wanhoopbarend donker,
    Het Vaderland de vrijheid dagen zag!
    Toen Hollands duin op 't zout der Noorderbaren,
    Hem naadren zag, als Held zijn Vaadren waard,
    Die eens het lied zou lokken uit de snaren:
    De Koning leef! 's Lands eer en steun verjaart!

    Vier Neêrland, feest! Maar 't oog op God geslagen,
    Die 's Konings hart als waterbeken leidt,
    Die hem op aard de Heersers-staf doet dragen,
    En 't hermelijn bekleedt met majesteit!
    Op Hem vertrouwt: d' ontzachbre Wareldrichter!

    Tot Hem klink bede en heilwens hemelwaart:
    Vervul ô God, het uitzicht van de Dichter!
    Wees met de Vorst, die door Uw gunst verjaart!

    schrijver

    24-08-2014 om 13:27 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    23-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.mijn moeder
    Een gedicht van René de Clercq 1877-1932

    MIJN MOEDER

    Mijn moeder was een heilige vrouw -
    o daar ligt blijdschap in die rouw -
    mijn moeder was heilig, en rein, en zoet
    als de melk van haar borst... O mijn moeder was
    goed!
    En schoon, schoon oud! Niet één groef in haar
    wang,
    haar ogen al ziel en haar woorden al zang!
    Gij hoordet, gij zaagt haar, en vroegt, mijn vriend:
    ach, jongen, waar hebt gij zo'n moeder verdiend?
    En toch, gij wist nog niet half wat ze deed
    uit verborgen zorgen; hoe hard zij streed
    in de nederigheid van haar weduwsmart,
    met een roos op 't gelaat en een doorn in het hart!
    Haar kinderen schonk zij het brood uit haar mond,
    tot het laatste bloed uit haar warme wond....
    Mijn moeder!... Zoete gedachtenis,
    beheers wat er goeds in mijn leven is!

    23-08-2014 om 21:12 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    21-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.schepen
    Een gedicht van Jacqueline van der Waals 1868-1922

    KOMENDE SCHEPEN

    Ik zit aan de zee in de donkere nacht.
    Met ogen als vuurtorenlichten
    Tuur ik naar verre kusten en wacht,
    Op overzeese berichten.

    Ik zit in het donker, ik wacht, ik staar
    Naar schepen die langzaam komen,
    Met lichtende blikken zoek ik naar
    Het schip uit het land mijner dromen.

    schrijver

    21-08-2014 om 21:36 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    17-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.herfst
    Een gedicht van Felix Timmermans 1886-1947

    De herfst blaast op de horen

    De Herfst blaast op de horen
    en ’t wierookt in het hout;
    de vruchten gloren.
    De stilten weven gobelijnen
    van gouddraad over ’t woud,
    met reeën, die verbaasd verschijnen
    uit varens en frambozenhout,
    en sierlijk weer verdwijnen -
    De schoonheid droomt van boom tot boom,
    doch alle schoonheid zal verdwijnen,
    want alle schoonheid is slechts droom,
    maar Gij zijt d’ Eeuwigheid!
    Heb dank dat Gij mijn weemoed wijdt
    en zegen ook zijn vruchten.
    Een ganzendriehoek in de luchten;
    nu komt de wintertijd.
    Ik hoor U door mijn hart en door de rieten zuchten.
    Ik ben bereid.

    schrijver

    17-08-2014 om 19:44 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    16-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.honey-moon
    Een gedicht van Victor A. dela Montegne 1854-1915

    HONEY-MOON.

    Als kinderen hadden ze samen
    zo lang het hun heugde, gespeeld, -
    als kinderen hadden ze samen
    hun wel en wee gedeeld.

    En onder het stoeien reeds, noemde
    het meisje de makker haar man, -
    hij haar zijn klein, lief vrouwke:
    Zo bouwden ze een hele roman.

    Ras gingen de dagen, de jaren
    in wentlende vlucht voorbij ; -
    zij, groeide tot bloeiende jonkvrouw,
    tot flinken jongeling, hij.

    En zonder zij zelve het wisten,
    was jeugdiger vriendschap gevloôn,
    en sloeg in hun harten de liefde
    al juichend en zingend haar troon.

    Dra was nu het zoete geheimnis
    voor beiden geen heimenis meer,
    en lag aan zijn zwellende boezem
    schaamrood haar hoofdeken neer.

    Nu komt er geen storende duena,
    geen hartloze voogd in het spel :
    ze hadden malkander lief en
    ze huwden en hadden het wel.

    Zij wonen in het lachende huisken
    vol bloemen en zonneschijn, -
    dra zal er in 't mollige nestje
    een piepend jong vogelke zijn.

    Gedichten (1913)

    schrijver

    16-08-2014 om 22:04 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    15-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.neergebogen

    Een gedicht van Cornelis Honigh 1846-1896

    O gij, in weedom neergebogen.

    o Gij, in weedom neergebogen,
    Weerhoud geen tranen in hun loop:
    Zij drenken 't bloemetje der Hoop,
    En moest hun bron bij u verdrogen,
    Bid God, dat Hij uw leven sloop'.

    Het water, in 't metaal bevroren,
    Splijt wel het zwaarst kanon vaneen,
    Waar 't vloeien kon, is niets geleên:
    Zo breekt hem, die zijn leed wou smoren,
    Het hart door opgekropt geween.

    schrijver

    15-08-2014 om 13:56 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    14-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.bergstroom

    Een gedicht van Jan Celliers 1865-1940

    Die bergstroom.

    Strome, wat is jul boodskap aan mij
    als jul wild en vrij,
    in huppeldans
    o'er bank en krans
    So spring en klots
    van rots op rots
    so glim en glans en glij,
    so plooi en plas
    als glippend glas,
    die gras bespat
    met per'lend nat,
    so blinkend, blank en blij,
    - strome, wat is jul boodskap aan mij?

    So's 'n wal
    van kristal
    buig jij o'er om te val
    in die kokende diepte onder,
    waar jij breek en bruis
    en verstuif tot gruis,
    dat 't dawer en dreun en donder!

    O, dan mag
    ik grag
    in die wilde jag
    van die stuiwende stowwe staan,
    bespring en bespat
    deur die sissende nat
    wat mij wange so's gesels slaan.
    Onlesbaar die dors
    van mij hijgende bors,
    en ik swelg, met lippe wijd,
    die wind wat jij bring
    so's jij woel en spring,
    in die diep van die klowe geleid.

    O, dan voel ik mij lede vol lewend staal
    om in woelende worst'ling te win en behaal,
    en dwing'lands mag,
    met houw en slag,
    naar werke sij loon te betaal.
    En die vrijheidslug waai mij deur en deur
    om mij spiere te hard en mij kragte te beur,
    die reg te wreek
    tot onreg breek
    en strewend te straf en strij!
    ......Strome, is dit jul boodskap aan mij?

    schrijver

    14-08-2014 om 16:50 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    13-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.school
    Een gedicht van J.J.A Gouverneur 1809-1898

    School

    Wie staag op school moet blijven,
    Die zou, naar alle schijn,
    Het lezen en het schrijven,
    Weldra vervelend zijn.

    De zorg soms te verbannen,
    Maakt lustig en tevreên.
    Een boog, te sterk gespannen,
    Springt lichtelijk vanéén.

    Heil onzer dat het leren,
    Vrij van te slaafs gekwel
    Zo wij ons vlijtig weren,
    Verwisseld wordt door 't spel!

    Dan ziet men ons tevreden,
    Als 't rustuur is voorbij,
    Weer vrolijk schoolwaarts treden,
    Dan klinke het lied weer blij:

    ‘De ganse dag te spelen
    Zou ook, naar alle schijn,
    Ons op den duur vervelen;
    Er moet verwisling zijn.’

    schrijver

    13-08-2014 om 21:44 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    12-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.herfstlandschap
    Een gedicht van Paul van Ostaijen 1896-1928

    Herfstlandschap

    In de mist is trage een os met een ossenwagen
    stappend naast de mist nooit mist zijn maat
    de os van de ossenwagen
    Uit de mist in de mist met de hortende wagen
    dut de wagenvoerder zich niet vast
    in een spoorloze slaap

    Achter aan de wagen drijft lantaarnlicht
    een geringe wig van klaarte in de donkerdiepstraat

    schrijver

    12-08-2014 om 21:56 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    11-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.meisje
    Een gedicht van Karel van de Woestijne 1878-1929

    Aan een zeer jong meisje

    Ik hadde, o gij die me start, wier ogen zwijgen
    als dode vijvers onder loom een lover-dak
    dat nooit een blijde pijl van zonne-vreugde brak,
    - 'k hadde over uw gestaar mijne ogen willen neigen,
    en in de diepte van uw blikken willen zien
    het leven dat er leeft, de driften die er dreigen,
    en voor wie u bemint wat tederheid misschien

    'k Hadde in uw ogen, - meren waar nooit dagen dalen,
    maar wondre bloemen soms, en rodere koralen,
    en in haar vreemde schoot de schoonste schelpen rijk;
    en ook, misschien, voor wie de diepten door mag staren,
    dáar, waar de nachten al hun duister broedsel gaêren,
    zo voor zijn peilend oog de wâ der drabben wijk',
    wit, de paleizen van een teder feeën-rijk; -

    zó hadde ik in uw ogen, kind, gij, die, verkoren
    van wie het leven leed, een schone waan geleid...
    De dagen zijn voorbij; de woorden zijn verloren
    gelijk een schone droom vol droeve tederheid...
    - Wat staart ge toe me kind? Hoe zijn als dode meren
    uw grondloze ogen die uw diepte toe me keren?
    Ik zie te diep, helaas, gij die te zúiver zijt.

    Verzen van 1899-1914.

    schrijver

    11-08-2014 om 22:00 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    10-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.strijd
    Een gedicht van Herman de Gorter 1864-1924

    Strijd I.

    Het wezen van 't heelal is energie,
    Het wezen van de mens is zijn arbeid,
    Door de arbeid is de mens een deel van die
    Oneindige natuurkracht: de waarheid.

    Maar daardoor is 's mensen wezen ook strijd,
    Want 't voorwerp van zijn arbeid is natuur,
    En haar vermeestert slechts het sterkste vuur,
    Dus: strijd van allen zonder onderscheid.

    schrijver

    10-08-2014 om 16:58 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    09-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.seneca
    Een gedicht van Omer Karel de Laey 1876-1909

    Concordet sermo cum vita

    Seneca


    Zij hebben 't schone woord van oudsher aangebeden,
    mijn vriend, en wisten met de trage zoetvijl
    hun taal te ronden als een puikjuweel;
    de deining grootser klanken siddert door hun lucht
    en wentelt open langs den schemerige einder;
    te middernacht ontsteken zij een vierwerk,
    dat knallend al de daken van de stad verlicht
    en op de markt des levens staat 't kijkgrage volk
    te turen naar de gulden zijpelregen
    en monkelt van voldaanheid;

    hun krijgsbazuinen schaatren in 't verschiet
    en 't verre trippeltrappen van de ruiterij
    klabettert over de besteende wegen;
    de wrok beklemt te wijlen hunne kelen
    en driftig tieren zij hem uit;
    zij toeven onder 't machtig walgewelf,
    dat ieders pratte kreten verzesvoudigt
    en wen zij juichen komt terstond de zege,
    gevleugeld als een bode Gods
    en wen zij zuchten springen keer op keer
    de zilte tranen tussen uwe lome wimpers.

    O! laat u niet verschalken door die weelde,
    mijn vriend; de pauw stelt in de zonnegloed
    de bontste zijde van zijn waaiersteert te pronk
    en binst de winderige oogstmaand ritslen
    de loze haverbellen evenals de volle;
    bekreun u om geen ieftegroen,
    dat klautert langs de takken van een dode boom;
    het schone woord is niets - 't oprechte leven alles;

    de stralen van de schitterlogen
    verbluffen wel, doch brengen koude aan huis:
    uw zeggen weze milder dan
    de morgendauw des hemels;
    uw denken zij ruimschotig
    en spannend als de regenboog,
    indien de houwe trouw
    niet nestelt, diep in 't diepste van uw boezem,
    ge zijt een veinzer, ge blanket uw vuigheid.

    ----------------------------------------------------
    Concordet sermo cum vita -
    Laat wat we zeggen overeenstemmen met ons leven (redactie)

    schrijver

    09-08-2014 om 23:22 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    08-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.aan
    Een gedicht van Johannes Klinker 1764-1845

    Aan Kloë.

    Mijn Kloë, schoon ik u nooit zag,
    Mijn hart gevoelde toch uw waarde;
    Zo ik uw schuilplaats kon bespiên
    Zou gij mij alles zijn op aarde.

    Ik zong, en zingend zag ik u.
    Gij woelt altijd in mijn gedachten.
    Wanneer 't verdriet mijn jeugd bestormt,
    Uw beeltenis kan dat verzachten.

    Dan lijde ik minder als ik denk:
    ‘Mijn Kloë zal eens al dat lijden,
    Dat mij nu onverwinbaar schijnt,
    Met volle zegepraal bestrijden!’

    Geen eerzucht blaakt mijn jeugdig hart,
    Wanneer ik u slechts mag bezingen,
    Een hoogre drift belet haar dan
    Mijn jonge boezem te bespringen.

    Zij valt mij anders telkens aan.
    Ach, Kloë! Laat mij om ú zuchten:
    Uw godlijk beeld slechts geeft mij kracht
    Om deze vijandin te ontvluchten.

    Nu slaapt ze, om met te meerder kracht
    Misschien mijn zwakheid te bespringen:
    Zij is, hoe vleiend zij zich toon',
    De gesel harer lievelingen.

    Geliefde maagd, zo gij bestaat -
    Och wees dan toch niet voor een ander,
    Voorzeker, waar gij wezen moogt,
    Wij zijn geschapen voor elkander.

    Wanneer ik slaap, dan zie ik u;
    Dan zie ik al die zachte trekken
    Die zich, vereend in uw gelaat,
    Aan mijn ontvonkte geest ontdekken.

    Maar, 'k lees ook in hun schoon geheel,
    Die 't kilst gemoed zou overwinnen,
    Waarvoor geen boezem is bestand -
    De teerste neiging tot beminnen.

    Ach, zeg mij, Kloë, waar gij schuilt! -
    Of in wat vergelegen hoeken
    Der aarde moet mijn rustloos hart
    Haar schone Heerseresse zoeken?

    Dan vlieg ik sneller dan een pijl
    Naar u, die mij ontzichtbaar griefde;
    Of als een snelgewiekte duif
    Op lichte vleugelen der liefde.

    Hoe schoon zou die verrukking zijn,
    Die mij dan telkens werd geschonken!
    Hoe klein zou dan niet de aarde zijn,
    Die mij, u zingend, schijnt ontzonken!

    De zucht naar roem, een hersenschim,
    Zou mij voor altoos zijn ontvloden.
    Voor altoos! want mijn kloppend hart
    Zou haar op uwe boezem doden.

    Dan, ach! hoe beeft, mijn teder hart! -
    Ligt leeft ge alleen in mijn verlangen....
    ô Kloë, zo ik u niet vind',
    Staak ik voor eeuwig mijn gezangen.


    1786.

    schrijver

    08-08-2014 om 22:25 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    07-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.bericht
    Je bericht is onmiddellijk op je blog te zien
    Maar ze zeggen niet hoe lang het duurt
    Het duurt wel vijf minuten
    Bij mij is onmiddellijk na het verzenden
    van het bericht maar een kleine spatie
    Ik vind dit echt geen traktatie
    In erger me er dagelijks aan
    Snelheid is hier wel naar de maan!
    Misschien maakt men dat weer eens ongedaan
    Zodat we weer wat sneller gaan!
    Tijd is voor mij heel belangrijk
    Heb bergen werk te doen
    Vooral in vakantie/zomertijd!

    07-08-2014 om 00:00 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.zomeravond
    Een gedicht van Johan van 't Lindenhout 1893-1916
    ZOMERAVOND II

    Gedachten, die de zonnige uren banden,
    Bemijmer ik, waar langs de stille kreek
    Het nachten naêrt en op de lage landen
    De avond roerloos ligt en schemer-bleek.

    Dan blaast een jongen op z'n herdersfluit
    Een simpel liedje van verloren dagen;
    En 't mijm'rend hart moet zachtkens medeklagen
    Bij 't gaan en komen van dit week geluid.

    In weedoms schijn zie 'k alle aardse dingen,
    En van de droefenis waartoe mijn ziel nu wies,
    Wil ik mijn liederen van elke dag doordringen,
    'Lijk op de fluit één aêm verscheiden tonen blies.

    ---------------------------------------------------
    Nagelaten verzen - Drie (oktober 1912 . mei 1916)

    schrijver

    07-08-2014 om 00:00 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    06-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.zomeravond
    Een gedicht van Johan van 't Lindenhout 1893-1916

    ZOMERAVOND I

    Nu de schaduwen zich lengen
    Rond mijn woning, vòòr de nacht,
    Wil ik je mijn groeten brengen
    'Wijl dags laatste uren plengen
    Aan de kim hun zuiv're pracht

    Al begeert' ligt diep verzwegen,
    Nu ik stil naar buiten tuur,
    En mijn hart heeft zich genegen
    Tot de wijde avondzegen
    In de schoonheid van dit uur.

    Ken je deze stilte, makker,
    Als des levens dierst tresoor!
    De avondwind drijft ver en zwakker
    Langs de popels, die de akker
    Zomen, over 't land te loor.

    Buiten dralen zoete roken —
    Geur, die van de zomer is —
    En de ogen half geloken,
    Droom ik, voor het raam gedoken,
    't Uur, dat voor de dromer is.

    schrijver

    06-08-2014 om 22:16 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    05-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.maannacht
    Een gedicht van Hendrik Marsman 1899-1940

    Maannacht in Elche

    De palmen staan recht en stil.

    donkerblauw liggen de schaduwen neergeveld.
    onder het staal van het firmament
    heerst het roerloze zilverblauw.

    de hemel is hel -
    en de wereld is zo stil en verlicht,
    dat de maan, verlost van haar licht,
    een onzichtbaar zilveren spoor
    in de zilveren ruimte verloor.

    tussen de palmen het licht.

    De stilte ademt niet meer.
    de neerslachtige trots van het woud
    legt doodstille schaduwen neer
    op de bodem van 't zilvermeer,
    in de huiverende dood.

    er is geen gerucht en geen wind.

    ik sta aan de zoom van het woud;
    aan mijn zijde het zwijgend kind,
    dat zijn hand in de mijne houdt.

    maar dan vraagt het: ‘is dit de pool?’
    of het denkt dat dit sneeuwwitte veld
    de poolzee moet zijn van de dood?

    ik heb het gerust gesteld.

    maar terug door het zilveren woud
    - de palmen staan recht en stil
    en de schaduwen liggen geveld
    langs de grond van het zilvermeer -
    vraagt het bang: ‘wat is het verschil
    tussen deze sneeuw en de dood?’

    alsof het míjn angst had gehoord

    ik antwoordde niet
    en zwijgend liepen wij voort.

    Derde periode 1936-1937 (X)

    schrijver

    05-08-2014 om 22:00 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    03-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.sterven
    Een gedicht van Pieter van Nieuwland 1764-1794
    Gedenk te sterven.

    ô Nooitvernoegde mens, door dwaze waan gevleid,
    Door blinkend goud bekoord, door zucht tot eer misleid!
    Bedenk, dat de enkle wenk der Godheid, zo verheven,
    Wanneer 't haar slechts behage, u wegrukt uit dit leven;
    Bedenk, terwijl ge u hecht aan de onbestendige aard',
    Hoe ras de dood, die rang, vernuft noch schoonheid spaart,
    Uw levensdraad doorkerft, u stuit in al uw pogen:
    Zie daar dan hoop en waan in rook en wind vervlogen.

    schrijver

    03-08-2014 om 21:39 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)
    02-08-2014
    Klik hier om een link te hebben waarmee u dit artikel later terug kunt lezen.mond
    Een gedicht van P.N. van Eyck 1887-1954
    Gekomen met een zoete mond

    Gekomen met een zoete mond
    waar kindsheid heen ons zingen zond
    als blijde bedelaren,
    was onze honger goed als brood,
    en zagen we in tergloze nood
    een makker onzer jaren.

    Maar 't leven sloeg, met stille speer,
    in ieders zijde een eigen zeer.
    Wij hebben 't bloed gezógen;
    een lách heeft onze smart gekoeld;
    - maar w' hebben in de wond gevoeld
    't geraamte van ons logen...

    Aldus, van 't zinken wél bewust
    in 't drab van onze' onzaal'ge lust,
    met jammrig-nutloze armen,
    gaan we door 't misten onzer jeugd,
    - barmhartig om ons koele vreugd
    en lieflijk-wrang erbarmen.

    schrijver

    02-08-2014 om 19:45 geschreven door Dora


    >> Reageer (0)


    E-mail mij

    Druk op onderstaande knop om mij te e-mailen.


    Gastenboek

    Druk op onderstaande knop om een berichtje achter te laten in mijn gastenboek


    Blog als favoriet !

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Foto

    Archief per maand
  • 09-2020
  • 08-2020
  • 01-2019
  • 12-2018
  • 11-2018
  • 10-2018
  • 09-2018
  • 08-2018
  • 07-2018
  • 06-2018
  • 05-2018
  • 04-2018
  • 03-2018
  • 02-2018
  • 01-2018
  • 12-2017
  • 11-2017
  • 10-2017
  • 09-2017
  • 08-2017
  • 07-2017
  • 06-2017
  • 05-2017
  • 04-2017
  • 03-2017
  • 02-2017
  • 01-2017
  • 12-2016
  • 11-2016
  • 10-2016
  • 09-2016
  • 08-2016
  • 07-2016
  • 06-2016
  • 05-2016
  • 04-2016
  • 03-2016
  • 02-2016
  • 01-2016
  • 12-2015
  • 11-2015
  • 10-2015
  • 09-2015
  • 08-2015
  • 07-2015
  • 06-2015
  • 05-2015
  • 04-2015
  • 03-2015
  • 02-2015
  • 01-2015
  • 12-2014
  • 11-2014
  • 10-2014
  • 09-2014
  • 08-2014
  • 07-2014
  • 06-2014
  • 05-2014
  • 04-2014
  • 03-2014
  • 02-2014
  • 01-2014
  • 12-2013
  • 11-2013
  • 10-2013
  • 09-2013
  • 08-2013
  • 07-2013
  • 06-2013
  • 05-2013
  • 04-2013
  • 03-2013
  • 02-2013
  • 01-2013
  • 12-2012
  • 11-2012
  • 10-2012
  • 09-2012
  • 08-2012
  • 07-2012
  • 06-2012
  • 05-2012
  • 04-2012
  • 03-2012
  • 02-2012
  • 01-2012
  • 12-2011
  • 11-2011
  • 10-2011
  • 09-2011
  • 08-2011
  • 07-2011
  • 06-2011
  • 05-2011
  • 04-2011
  • 03-2011
  • 02-2011
  • 01-2011
  • 12-2010
  • 11-2010
  • 10-2010
  • 09-2010
  • 08-2010
  • 07-2010
  • 06-2010
  • 05-2010
  • 04-2010
  • 03-2010
  • 02-2010
  • 01-2010
  • 12-2009
  • 11-2009
  • 10-2009
  • 09-2009
  • 08-2009
  • 07-2009
  • 06-2009
  • 05-2009
  • 04-2009
  • 03-2009
  • 01-2009
  • 12-2008
  • 11-2008
  • 10-2008
  • 09-2008
  • 08-2008
  • 07-2008
  • 06-2008
  • 05-2006


    Blog tegen de regels? Meld het ons!
    Gratis blog op http://blog.seniorennet.be - SeniorenNet Blogs, eenvoudig, gratis en snel jouw eigen blog!