Zondag 29 maart 2015
Knisperend vuurtje


Lispelend vuurtje.
Hoor het zacht lispelende vuurtje zacht branden in mijn haard;
zie de vlammetjes, dwalend likkend over het brandende hout!
De kamer knus en warm makend als door een warme vrouw!
Zag in de haard dat nog steeds enkeke Bonnen zich verjaarden.
Geen Agent zo snel als mijn Motor of auto, mijn enigste zonden!
Ach, eigenlijk wel een Gods geschenk, lik nu braaf mijn wonden.
Een forse straf waar ik eigenlijk nooit bewust naar heb gestreefd;
maar oom agent wist natuurlijk wel altijd waar hij het voor deed.
Maar zag altijd de agent zijn glimlach, en die reed dan weer door;
en wel steeds na even in de spiegels blikkend reden we weer voort.
Maar ook altijd zag je in je spiegels, de agent ging schrijvend door.
Met het na lezen van dit dicht, denk ik; vertel maar liever niet voort.
Ach geen vriend zo trouw, als schalksheid van mijn jeugdzonden;
Mijn jonge jeugd; ik geniet nog steeds na van mijn Jeugdzonden.
Denk wel, misschien hadden Agenten achter bomen, mij ontweken.
auteur:Adrie.29.3.2015.@










