WesterscheldeStapte vanochtend wat gedreven in mijn auto, om richting Zee en Westerschelde te gaan. Weet het, ik had er niets meer te zoeken, maar hoorde in mijn droom haar steeds roepen. Zij leefde zo helder als onze liefdesvlam, die ze in mijn dromen vaak branden laat, hij wakkerd aan, als het windje langs gaat, door wind en regen, zal ik voor onze liefde gaan, staat er door haar gekerfd in de Scheldewand! Ze gaat nog vaak door mijn gedachten heen, als geboren en voortgejaagd door de Westerwind, herinneringen die dan over Zee en Schelden jaagd, zij zong dan deze woorden, met haar ogen wijd, doch is er zelfs geen dood; die ons nog ooit scheidt! auteur:Adrie.31.5.09.©
Van waardenToch weer plannen, toch weer dromen, zijn zij ze nu toch weer bij me gekomen? Dromen nu als vliegen, zonder honing of tal, met jou en het zonnetje bij me gekomen. Zo lang Maan en Zon nog op me neerkijkt, en mijn hart en ziel nog hunkerend voelt, zo lang de Natuur zich nog heerlijk verrijkt, en mijn vermoeide hart nog voelt en koelt, zo lang blijven de Lenterozen voor me pralen, en zie je de vreugde weer uit mijn ogen stralen; en ligt mijn Hart en Ziel nog niet ten grave, net zo lang troon ik hier nog op deze aarde! De liefde is me nog veel teveel van waarden! auteur:Adrie.30.05.09
Lachen en schaterenZat te mijmeren, als alles weer vroeger werd, werden alle vragen weer snel helder en klaar, en het hoe en waarom bestond dan niet eens, de antwoorden lagen in de geschiedenis dan al klaar. Maar alles stond dan netjes en doorleefd voor je klaar, en gewone beleefde omgang overspoelde dan elk land, mensen leefde dan ongedwongen, en namen ieders hand, lachen en schateren, zoals het immers bij alle kinderen past. auteur:Adrie.29.05.09.©
Somber GrijsDe lucht is wat somber grijs, het miezerd wat druilerig nat, de wind wil duidelijk ook wat, en zingt zielig een valse wijs. Mensen zie je de auto's bezetten, een gelaat; ik moet gaan werken, een ernstig dagelijks weergaan, zonder het te willen laten merken. Rijden hun files en drukken zich in, hun dagelijks dik geblazen lippen, hoofd en tonen naar hun nieuw begin. auteur:Adrie.28.05©
CALCIUM Ak paddenstoelen neem gaat alles gloeie voorwerpen worden omring door krioelende gekleurde worme net van Goch Da Vinci had ik op mij…
CALCIUM
Ak paddenstoelen neem
gaat alles gloeie
voorwerpen worden omring door
krioelende gekleurde worme
net van Goch
Da Vinci had ik op mijn behang
psychedeliese strale
uit me vingertoppe
hoef voorwerpen nie
an te rake
kome van zelf
maar da hak altijd al.
Wak zegge wou
dak in een keer begreep
waarom de indiane
geen tv nodig hebbe.
auteur: Herman Brood
1946-2001
Mijn doorwaakte nacht.Zit te piekeren in het lamplicht, wordt bekeken door dingen met het zelfde gezicht, om me heen het beschouwende licht. Alles om me heen zo doordringend stil, beschouwend te luisteren, wat de stilte wil, ziet en vertellen wil. Mijn gedachten en verleden komen me aan de oren, die stil opkijken en aanhoren, dingen verloren. auteur:Adrie
©.27.5.09
Zijn sokkenMijn Geest der onrust , was voeding der logen, was voor hen zo diep bewogen en bevlogen. Zag vaak hun zo verdrietig meelevende ogen, en dacht dan; het is mijn gevoel en hart, wat mij steeds zo verdrietig heeft bedrogen. God schiep in mij twee verschillende wezens, de een die gulzig het leven wilde slokken, de ander die bij onrecht het leven ziet stokken, wat hem vaak wanhopig; zette op zijn sokken. auteur:Adrie.27.5.06.©
DromenAls deze droom toch eens waar zou zijn, dan zou er geen uitlaat de lucht vervuilen, niemand die nog van partner wil ruilen, woorden zonder strijd, klappen of builen. Maar vaak duren dromen levenslang te kort, hebben we het leven gehad voor we het wisten, dan waren steevast de beste kansen de gemiste, en lagen ze steeds ergens anders op zijn bord. Was een rusteloze jager van dromen en vlinders, die steeds het volmaakste geluk wilde vinden, zoekende, of ik het duizendste en een zal vinden. auteur:Adrie.
Een lief paars viooltjeEen mooi viooltje dat daar eenzaam stond, verlegen en verdrietig in zich zelf gekromd. Het was zo'n mooi, lief, klein paars viooltje, wat maar niet in haar schoonheid geloofde! Ze was tussen andere bloemen opgegroeid, als gods boden; tussen de andere soorten, uit vele zaadjes, voor ons mensen geboren. Ach, dacht het zielige viooltje, was ik maar, van deze andere bloemen, de allermooiste. Wij waren allemaal vreemde; dag en nacht, zeker als er weer een vreemde bij ons kwam, wij noemde dan aarzelend elkanders namen, en klonk er weer zo'n heimelijke schamele lach, als mijn zieltje, zich weer zacht te dromen lag. auteur:Adrie.25.5.09.©
Korenblauwe bloemenZag een heel jong meisje, / heel verdrietig en sip kijkenhaar mooie korenblauwe bloemen,ze zag ze plotseling niet meer.In hun haat en nijd, sloegen wind en regenze op de bodem neer!Dus hielp ik nu haar,om samen de geknakte bloemen te rijgen,en haar traantjes,weer voor bloemslingers-en lachkuiltjes te laten wijken.Terwijl de vlinders luchtig naar ons wuifde,deden we ons te goed,aan het heel gretig aan de blauwe slingers te ruiken.Ik zie en hoor dan als als afscheidsgroet,de wind die nog even aan komt stuiven!Mijn hart en ziel zijn vaak in mij,nog zo vrij en gelukkig als een kind,wat me dan nog heel graag-met de natuur en het leven verbindt. auteur:Adrie.24.5.09.©
Raadselachtig geluidWandelend over de mooie lange beukenlaan, hoorde ik een feeerieke zwevende melodie, waarvan het leek of ik de klanken al dansend, zwevend, verlokkend aan me voorbij zag gaan. Naderbij komend zie ik een olijke speelman, guitig en fris blauw blinken zijn vrolijke ogen, doch zijn lichaam; zichtbaar erg moe en oud. Grijs, sjokkend en met gebogen rug lopend. Vreemde diepe groeven van een onbekend leed, waarvan hij nooit de klanken, bij het spelen op zijn vriend de fluit vergeet. Licht dansend en verlokkend, klinkt het geluid, dan zwevend over de lange beukenlaan heen, feeeriek en heel raadselachtig voor hem uit. Geluiden die ook lijken te lokken, naar een onuitspreekbaar ver, nog verborgen een liefelijke ster, achter de nu nog zo heldere wolken. auteur:Adrie.23.5.09.©
Geen respijtDe wereld walste onvervloed over hem heen; voelde de wereld onvervalst in hem dringen, pijn steeds voelbaar in zijn benevelde Geest, voelde de pijn dan steeds zo ongewild wringen. Zijn stil intens verlangen naar boom en dood, het zweven als een meeuw boven het strand. onbereikbaar verlangen, haar strelende hand, maar het werd tot zijn onbereikbare droom, wat steeds in de kassa van het Cafe verdwijnt, alleen hij, ik en de dood, kende zijn stille geheim. Maar de dood kent geen terugkeer of respijt. auteur:adrie.19.5.09.©
Wat is kunst
Poezie schrijven doe ik met mijn gevoel en intellect.
Het schilderen met mijn fantasie, kwast en hart.
Wat je kunt verwisselen tot het de werkelijkheid tart.
Maar als de twee bronnen aan het werk worden gezet,
heb ik in Galarij of uitstalkraam, nooit de schijn gered!
Kunst maak ik ook met mijn ogen, gevoel en handen.
De resultaten zijn en hebben dan als mijn doel;
om iemand met zijn of haar gevoel te begeleiden-
en dan zuiver in echt hun gevoel te laten belanden!
Maar ik vindt kunst soms gelijkend op een zomertrip-
of het landschap, heuvels en rivieren lagen goed in;
je gevoel en gehoor,
of het klonk als een vals sopraantje in het jongenskoor.
Bij mijn gedichten stokken soms mijn woorden,
de woorden stokken dan, wanneer ik de groei beschrijf,
en blijf dan niet bij mezelf,
maar wordt in sprongen de ander.
En het resultaat, wordt dan wat er misschien op lijkt.
auteur:Adrie.19.5.09.©
Meien nu verdwijnt het grijze en het vale en nu verdwijnt het dorre en het kale en alles krijgt weer glanzende gewaden en wordt opnieuw met weelde overladen ook in mijn grijze “zelf” voel ik iets dromerigs iets van een nieuwigheid, ja ook iets zomerigs 't zou ook te gek zijn dat er niets gebeurd in mij want ook “in mij”legt iedere vogel een ei auteur: Toon Hermans.©
VersagenIk schaam mij vaak als ik weer moest versagen uw schoonheid eer te doen in mijn gedicht, en denk dan terug aan u geliefd gezicht, zo schoon dat niemand mij meer kan behagen. De last is zwaar, meer dan mijn arm kan dragen, mijn vijl te grof en mijn talent te licht. Ik monster al mijn krachten en ik zwicht, nog voor de strijd al radeloos verslagen. Vaak zijn mijn woorden in mijn hart gebleven, als het lippenpaar al voor hen openlag, want welke stem zou zo hoog kunnen reiken? Vaak was van 't vers geen letter nog geschreven, als pen, verstand en hand nog voor de slag voor deze overmacht moest bezwijken. auteur:Francesco Petrarca©
kunstvermogenWeer een van die grijze lente dagen, op dagen alleen te zien; stijve kaken, moeten leven en 't niet te menen, waar je verveeld van gaat geeuwen. Maar met verf, penseel en doek, kan ik toch nog heel teveden zijn. Al geeft het verven van mijn broek, toch nog wat zorgen en schreien. De kamer wordt een wereldje van mij, waar het heel knus en gezellig kan zijn. Gebruik als model een borstbloot meidje, een foto gemaakt op een vakantie-reisje. 'O heerlijke zielsverukkende taferelen, wat mijn ogen en hart zo deed strelen, het waren de volmaakste edele delen, bijna gingen ze mijn kunst te boven, 'O God, dank je voor mijn Kunstvermogen. auteur:Adrie.d.d.17.05.09©
Stralende dag Mijn stemming, gelijk deze stralende lentedag, die met mij gelijk vrolijk fluitend, het bos in wil. Het windje bijna tropisch; een windje zo mild. Meteen stralend van mijn gelaat zijn gulle lach. Is dan; of ik niet zag wat wachtend voor me lag. de drang naar het zonnetje jubelt dan oor en hart, voel hoe het fluiten van de mezen dan mijn hart in trilt. het maakt mijn lichaam en geest zo gelaten en mild.Vergeet de last en pijn, die me zo aan het kwellen was. Zie weer de mooie kleurige bloemen, soms wat te bont, toch in mijn hart, meteen een plekje tegen de zon. Zie de rode rozen, al blozend tegen me lachen, wat vochtig van de vroege ochtenddauw of wat smart. Natuur, in elk lichaam en geest zo machtig, te mikken op de meest ruige borst zo krachtig. auteur.Adrie.10.5.09.©
LiefdesdromenDergelijke dromen heeft hij thans niet meer, bijna nijdig blies dan steeds een Fee er over, en vielen dan als verwelkt lover steeds neer. Zijn liefdesdromen werden perkamente prenten, gedroogde druiven tot rozijnen en krenten, waar steeds stromen liefde overgelopen waren, en daardoor vielen door zijn zakken de gaten. Hij laat nu zijn geest wat rustloos dwalen, een beetje verbitterd zijn dromen door, ergens zullen zij hun thuis ooit gaan halen, als hij al zijn verleden en pijn is verloren. auteur:Adrie.
Mijn ogen en gevoelOgen die altijd zoekend in mij rusten, maken al het moois meteen tot doel. Het ontbrekende uit het onderbewuste, dan onttrokken uit de ziel en gevoel. Maar als men die dan zou gaan sluiten, dan gooit men mij ziel en gevoelloos buiten. Ontnomen wordt dan het mooie voedsel, voor elk vers of klinkend gedicht als doel. auteur:Adrie.22.5.09
Mijn woordenschat.Mijn woorden maakte een wandeling, door mijn zo vermoeide woordenschat. Die woorden hadden het over een ding, hoe maken we samen regels wat klinkt, wat maakt, tot een parel van een dicht. Zij wandelde door de dichter zijn velen lanen, en keken steeds heel verwonderd weer op, veel woordenlanen met bloemen beladen, van zijn grote voet tot aan zijn woordentop. Zij gingen samen heel verwonderd verder, hoe ook Goethes woorden een plekje vond, elk woordje al vrolijk en dichtend zingend, als een bloemetje in de frisse Lentestond. En de vele woorden vielen in verbazing; -waren die verbazing ook waard- hoe de dichter door vele duizenden oren, zijn vele liefdes en geheimen verklaard. Adrie.19.5.09.©
Je zijn'O, hoog, hoger stijgt een mens, in zijn zuiver gevormde schoonheid, als een mens ook zijn eenvoud kent. Want vergeet nooit weer, dat lichaam- zijn we zelf, die zelfde vrouw of vent; die zijn school en geleerde lesjes kent. De wereld geeft ze je niet in schoonheid, maar reikt ze je aan, en wij slijpen dan haar, binnen ons zijn; tot zijn zuivere algeheelheid. Ze reikt je aan; pasklare brokken tot eenheid, maar met hoofd en handen vormen we haar- en dat alleen stijgt dan tot die schoonheid, wat dan echt een gevormd mens heet te zijn. auteur: Adrie;13.5.09.© Foto by Pascal Vynke Seniorennet.be
De PoeetPen speels in de hand, soms in woordenstrijd, stroom op dan weer af. Een stuk gom verbeten tussen de tanden. Dan plots zijn de klinkende woorden gewoon op. Maar de min die hem in zijn dromen steeds riep, is inmiddels al verdwenen achter de woeste golven! Zij verdween heel mistig als zijn droom in nevelwolken, opgelost in het niets, tot een stuk melancholie. De vensterramen keken uit als vele nieuwschierige ogen, de torenwijzers op de kerktoren, zagen de letterslaaf steeds sloven! Zijn lichaam steeds noest gekromd, geplooid en gebogen. Maar hij meende haar weer te zien, daar ginds ver in wind en mist, weer wild met haar arm zwaaiend, naar hem die haar niet te naderen wist! Zij die vanuit de verte naar hem riep, gaf door de mist een wanhopige schreeuw, met een blik vol liefde en verlangen gericht! Op het weidse water zonder eind of zicht. auteur:Adrie FOTO by Seniorennet.be Pascal Vynke
Even in vervoeringWeer zag ik die schoonheid die mij zo bekoorde, en wilde nu tot het boekje van haar gaan behoren. Stil zit ze in het zonnetje voor zich uit te staren, haar wangetje door mij of het zonnetje nu zo rood. Haar vingers bewogen zich als over Harpsnaren, over haar mooie benen; nu zo oogstrelend bloot. Werd me aandachtig de gloed die in me straalde,mijn ogen die van innige vervoering hevig traanden. Mijn pols en hart die van hartstocht hevig scoorde, hielden in gedachte al een Cardioloog staande. Maar voelde nu weer die liefde in me ontwaken, liefste, mijn hartstocht is groter dan duizend malen, maar het lijkt nu; of alleen je licht zit te stralen. auteur:Adrie.
Korenbloemen.Ben heel opgetogen weer aan het schilderen, schilder blauwe korenbloemen een weldaad, voor de natuur en de kunstminnende ogen. Een plaatje dat u ogen zalvend zal strelen, een liefde die ik met andere ook wil delen. Mooie blauwe korenbloemen Gods vruchten, die zelfs geen windvlaag meer hoeven duchten. 'O mijn lieve heerlijk gul en zachte penselen, die de mooiste taferelen weten te evenaren. Ik laat je steeds zalvend werken, al vele jaren. Jullie zal het eender zijn Lente of wintertijd. 'O mijn vrienden, mijn penselen, zo ervaren, weten steeds weer mijn dromen te evenaren. Ook deze lentetijd, een weldaad voor de ogen, heb zeker deze werkelijkheid niet bedrogen. Hoop dat je nu zo mooi en duurzaam blijft, nu als beeld, ook voor mijn nageslacht de ogen. auteur:Adrie.9.5.09.©
Twee verliefde spinnenWe waren net twee spinnen... aan hun draadjes heen en weer te winden.... Och liefje laat me toch bij je binnen..... mijn gevoel roept om je te minnen...... Ach liefje je hebt nu al meer...... dan ik ooit voor je kan verzinnen! Je hebt toch ook de bossen, weiden en struiken! De bloemen om aan te ruiken.... Och, als de engeltje zouden vloeken.... duiveltjes zouden bidden... water veranderd in wijn........ Als katten en muizen.... elkander zouden bezoeken.... zelfs dan zal voor mij... onze vriendschap..... nog niet ten einde zijn. auteur:Adrie.8.5.09.©
In het bosWanneer ik besluit weer in het bos te vertoeven, kan ik de weldaad van de Natuur weer proeven. Een intens verlangen wat me nooit gaat vervelen, om als een kind in en met de Natuur te spelen. Wat de natuur me dan steeds weer laat voelen, als ze haar kostbaarheden weldadig laat vloeien. Dat is een weldaad die ze je steeds laat voelen, mij moet je voelen, en dat staat niet in de boeken. Zie me steeds de natuur gulzig drinken en proeven, een smaak die mijn zintuigen nooit zal gaan vervelen. Heerlijk om met Truus de mier door de aarde te woelen, en Truus over mijn armen en handen te laten spelen. auteur:Adrie.6.5.09.©
Kabbelend waterZat heerlijk te mijmeren aan de waterkant. Het liefelijk kabbelend water is al wat ik hoor. Zit heel stil, zodat ik de serene rust niet verstoor. Zie hoe een kikker met een plons in het water belandt. Zag hoe een waterlelie voor hem opende als een deur! Aan dit water heb ik vaak mijn gedachten gelezen. Keek en luisterde dan soms in gepeins verzonken,naar het kabbelen en zuigen van de golfje aan mijn tenen, of dat ze een beetje de woordjes mee zaten te lezen! Een visser loods zijn bootje langszaam door het riet. Of zijn net gevuld was met paling en vis, dat zag ik niet. Een waterjuffer was de andere gluurder in het riet. Terwijl Buurvrouw mier bedrijvig op en neer kroop, door het groene malse gras- tjilpte een krekel dag en nacht, zo lang het Zomer was! auteur:Adrie.6.5.09.© Het Gedicht is afkomstig uit mijn bundel; "Mijn Plekje bij de sloot."
Grijs weer.Ik zat nog wat stilletjes te werken, en zag buiten in de grijze lucht, duizenden sombere en vale plekken. Miste het anders zo vrolijke zonnetje, dat ons gevoel zo omhoog kan trekken. Zat me bij mezelf wat af te vragen; als ik stilletjes blijf zitten wachten, vervaagd dan niet het onderscheid, tussen nacht en deze grijze dagen. ontzinkt gevoel zich niet aan de tijd? Ik dacht waarom nu zo lang gewacht, zonnetje het is nu geen tijd van slapen, iedereen loopt, en fietst in regendracht. Toon Hermans had dan wel een antwoord: “Zo kan het in het leven lopen, zo heft het een het andere op, maar maken wij de noot niet open, blijft het nootje in de dop,, auteur: Adrie.6.5.09.©
Warme tedere handenLieve warme helende woorden een engel even uit de hemel! Engeltjes lof-accoorden. liefdevolle handen tot diep in mijn hart en ziel geraakt pijn verzacht zalvend licht liefde in de ogen van de ander Verdriet komt los snak naar adem even bevrijd van kille onzekerheid Je streelt met liefde mijn rug en keel het bloed stroomt warm door mijn borst waar het heelt. Warme en echte liefde. auteur:Adrie.5.05.09.©
Een vat met krachtZit stilletjes wat voor me uit te kijken, waar vertel ik u nu in dit dicht eens over, heb vanmorgen eerst met elegante zwier, de penseel weer eens ter hand genomen, maar merkte dat het juiste schildersgevoel, maar niet goed op het doek wilde komen . Toen voor pen, vloei en papier gekozen, zag hoe mijn buur gister zat te schreien. Ik zie haar nu somber de straat in kijken, of het leven niet naar haar toe wilde komen. Zag een blik, wil er liever niet over praten, dat ik me tot de eenzaamheid heb verdoemd, en het leven eigenlijk voor anderen wil laten. Haar gedachte dwalen naar vroegere liefdes, die haar nog de mooiste roos hebben genoemd. U, laat de aarde die u draagt in leed en lach, op verzoek, steeds met uw eenzaamheid wenden. Maar Uw mooiste kracht, raakt zo aangetast, U gevoel is een vat van ongekende kracht. auteur:Adrie.4.5.09©
Goethes ademMijn Geest was weer aan het dwalen, door en langs onze vroegere idealen. Wiegde liefdevol onze gemaakte dromen, dromen die nu aan hun eind zijn gekomen. 'O God waarom voor mij nog steeds dit leed, loop nu dromend door het dauwnatte gras, zie voor ogen; engeltjes wevend een kleed, voor de Dichter die Goethe's dichten leest. Was Goethe zeker verplicht voor het goede, wat hij voor U en mij zoal geschreven heeft. Och veel lof, was met wat kritiek omgeven, prachtig het park waar zijn adem bloeide... auteur:Adrie.3.5.09©
Het kermend kindWe hebben en hadden je als onze zoon zo lief, gingen als het weer een keertje zo moest, nog tot heel laat in de nacht door weer en wind. Wij zijn je twee heel gelukkig en trotse ouders, en jij vaak het zich onbegrepen voelend boos kind. Maar kerel we hebben en hadden je altijd zo lief. Waar voor was je och zo bang mijn zoon? Voor je vader of moeder hun boze toon Zag jij dan je ouders hun bezorgdheid niet? Wij waren steeds bang dat je ons verliet! Jij was en bent voor ons nog steeds, die heerlijke zwerver en avonturier! Je wilde niet langer meer wachten, om al het moois van de wereld te zien! Ach vader, Ach moeder....... hadden jullie mijn bekoring dan niet gehoord? Mijn zucht naar het avontuur... wat mijn hart zo heeft bekoord. Ik dacht dan steeds, wees rustig jongen, wees rustig... Maar je had al wat anders in gedachten! Je heerlijk jonge zucht naar het avontuur! Wij konden jou nooit op de vakantie laten wachten. Ach vader...Ach moeder, leer mij kennen, ik vraag jullie niet om mij te verwennen. Ja mijn zoon, ik zie het heel helder en klaar... Ik ben je vader, en ik huiver, en dit raakt mij zo aan! Een ouder huivert, hij zoekt dan snel en heel gezwind, ziet in zijn gevoel en gedachten reeds zijn kermend kind! Bereikt dan zijn kind nog ternauwenood; of nog erger, het kind in zijn armen was al dood! auteur:Adrie.2.5.09.©
Dit gedicht komt uit mijn bundel; ""Mijn plekje bij de sloot""
De zalvende lente Zon.'O die heerlijk zalvend en helende lente, ik zoen haar, kus haar, en omhels haar, vlieg ze hongerig en smachtend aan. Het staat niet geschreven in de sterren, maar toch worden wij een gouden paar. Haar lieve, strelende en zalvende adem, strooide ze heel gul en stralend in het rond. Ze gaf al haar kracht die ze ons geven kon. 'O, ik druk ze verliefd tegen mijn borst, met haar zalvende mond, midden in mijn dorst, het gevoel; of haar strelende tong in me drong, me zalvend en strelend wilde maken weer gezond. auteur:Adrie.1.5.09.©