Als ik toch mee naar de Hemel mee mocht nemen, mijn lieve Vriendin die zoveel Vreugde kan geven. En de door haar gegeven bloemen lucht en rust, haar heerlijke liefde waar ze me vaak mee kust.
Als ik haar min en zie, hoe hoger klinkt mijn lied! Zonder haar kan de verlatenheid me beklimmen, zónder haar, kunnen gedachte somber klinken. Mi,n ogen laat ik dan bij het gemis in de verte zinken.
Steeds hoger klinkt soms bij het gemis dan mijn lied. hoe ver kunnen gedachten gaan, ver als gedachten zien! Maar toch eenmaal is zij daar wat gedachten zeggen, heerlijk , daar de wolken mijn gedachten soms legt.
Als de Hemel gezondheid en schrijvers pen ons nu scheiden laat; ziet dan ook niet dat veel mensen verdrietig naar de schriften roepen! Veel lezers zeggen nu; ach Adrie wij zullen nu wel wat gaan staren. Zal je missen je droomwereld; al zoveel van jou en onze vele Jaren.
Leerde ons anders te kijken en luisteren naar veel dingen en geluiden. Storm en regen leerde ons, horen en zien, het tikken tegen de ruiten. Merken dat de wind en wolken ook later weer langzaam zullen gaan. Ach ja die donkere wolken zijn meestal weer langzaam heen gegaan.
Ja; ik moet zeggen; mijn gezondheid doet in vervelende situaties stom; te moeten gaan, en dan te zeggen ik kijk en niet meer jullie terug om! Weet het: verschrikkelijk; maar die ziekte trekt me naar de afgrond. Trekt me met zijn vieze gulzige mond, gulzig naar de diepe afgrond!
Zie ook steeds weer onheilsboden veradelijk om me heen gaan staan; Nu staan die boeken vol over toenemende vervuiling waarin we staan; De vervuiling van onze Aarde, iets wat ons allemaal heel lang aan gaat! Dit is een probleem wat ook mij tot mijn dood steeds aan blijft gaan! Auteur:Ad van Gansen27-8-2017.
Voel dat ik mijn Leven lang voor velen hun vuil moest vegen, is dat dan wat na je dood gaan, van je geest nog blijft leven? Kijk voor me uit, wat van mijn dood lichaam is over gebleven. Wacht op de injektie die spoedig mijn lichaam wordt gegeven.
Je zijn, is alles; wat de Geest je hulpeloos gaat ontschieten! Geliefden, vijanden, ieder die weggaat wordt dan besproken; ook die me heel gemeen hebben gewogen en ook bedrogen. Maar dan ben ik Dood; niets wat mijn Geest zo heeft bewogen!
Geen troost is er dan ook in het echt bij iemand te ontlenen| Als je dood bent wordt vergeten is er niets meer te ontlenen Al je bekenden in het heden; zijn dan voor altijd verdwenen! Door Ster en Maan wordt je Graf en as strooi plek beschenen.
Kans bij Crematie, dat je as na onzorgvuldig strooien van je as; as op de weg waait en door autowielen oneerbiedig wordt geplet. Of door de wind in een van de vele Waters waait en verdrinkt....
Hoorde hun zingen uit hun nu ouder geworden keeltjes. Of wel een bejaarde zanger; nog zo wonderlijk mooi! Och wie leerde je zingen, nog zo fabelachtig schoon. Nu steels; mijn Liefste gaf me die mooie liefdes toon.
U stem nog zo zacht, teder en nu nog steeds zo schoon! Slepend zacht wat het liefdeslied immers ook verwacht. Een bejaarde vrouw, zij met wat schelle toon en inslag; Oei..oei….. deze schelle stem, maakte me wel wat doof.
Nu een vrouwen stem zo mooi en op maat der vinken! Ja zij was wel duidelijk, de maat nog aan het zoeken! Pas op; er klinken veel meer van die zwarte Roeken. Och ouderen zingen nog vaak van die mooie dingen.
Ja ween vaak om de mooie stemmen die nu vervlogen. Verdwenen als vlekken; zoals de schaduw van de Maan; slaat de Maan in eens weer donkere vlekken voor de ogen! Maar is het ouder worden bij ieder net als bij mij zo zwaar?
Ik kreeg gisteren weer mijn anamnese; vele kilo papier; zo wordt je bij geboorte al geregistreerd waar geboren; hoe laat, naam, geslacht, huist mee van daar naar hier; politieke interesses, alles staat er genoteerd op papier!
Bij eerste kinderziektes werd het papier mijn geleiden; en zorgde de anamnese al voor de artsen hun bewijzen. En toen leek het begin van mijn m.s al wat aanstaande; hoorde mijn oren; was bezitter van drie moeilijke namen,
Pas op Pa en Ma, Artsen zijn te snel met sterven bezig; luister niet naar trilogie wat afscheid van Leven neemt. Arts, zus en assistent droegen er een die er mocht wezen. leerde je snel om afscheid te nemen van het mooie leven.
Allemaal gegevens ; die alle op zich zelf nu gingen leven; Dokter dit is mijn leven; dat de Klok,die ik heb gekregen! Ook bij zwemmen werd ik door een boot plots overvaren;
was als kind bijna dood; hart en longen gingen veel trager;
sinds dien ken ik werking en belang van de hoofdslagader!
Ad’s vriend Ton vroeg het haantje te laten kraaien. Pas op Adrie, men wil toch liever vroeg gaan slapen. Ja, hadden ons grapje al maanden terug afgesproken. Ja, Ton het zou op het Kerkhof stil zijn bij de doden.
Ja onze schuld werd meteen morgens al wat betaald; met een Journalist gesproken; het werd terug verhaald. Wat er verder viel te doen; werd met de koster geregeld. Nu zijn de afspraken al met de Koster, lachend verzegeld,
Ja zei toen de Pastoor; dan is ook voor de Kerk betaald.! Hoe stil zou het weer worden tussen de doden en graven. Wel vroeg een doden om een handdoek wat bruin brood. Sinds nu zijn voor mij de Kerkhoven weer stil en dood.
Zo zal het iedere morgen weer zijn, zo de morgen vroeg. En geen der doden zal maken de zware zuilen weer open; ook niet voor het haantje zijn kraai en de klok weer sloeg.
Door het lieve zonnetje droom ik weer van de Vliet; hoor de wind weer lief zuigend aan het groene riet. Koester me nu even onder de lommer van de Linden; even maling aan wat artsen van mijn ziekte vinden. Zien me nu ook niet zacht snotterend achter het riet.
Kan niet meer wachten, op wat Artsenij ooit vinden; hoe droevig ook; mijn ziekte zal nooit meer wenden; nu kunnen medicijnen alleen mijn organen schenden. Artsen kijken grauw; wilde dat ze de oplossing kende.
M.S is pijn; doch heb ik die nooit laten overheersen. Hoorde met Kerst, fluiten zo mooi voor me klinken; bij de gedachten hier aan, leer ik de pijn beheersen. Dat witte jassen, ooit echt de pil tegen m.s. vinden! Jammer zal zijn dat ze die nu na mijn dood vinden!<
Ook jammer, mijn as zal nooit de weg kunnen vinden! Nee zal niet lang meer op de levensgolven mee deinen; de as zal ook vervlogen zijn met de vele harde winden.
Zit koesterend in het warme najaarszonnetje. Beschut merk ik niets van het waaien der wind; Weet, dat ik naast God, mijn Lief nu zo bemin. Je zorgzaam hart zo nodig, blij dat ik die vond.
Mijn Lichaam lijkt wel te prutsen en te pogen; of ze aan de Hemelpoort voor mij niet kan loten; zeker nu ouderdomssuiker, helpt me naar de kloten. Vandaag is de dag met zonnestralen door schoten.
Hadden maanden op deze Feestdagen gewacht; en al zo lang met honger naar elkaar uit gekeken. Droomde weer lang over de Delftse slingerwegen! Maar nu brengt krijgen van suiker alles in gedrang.
Ja weet het, eens zal mijn Aardse reis ten einde zijn; Dan zal na de Uitvaart zijn; een lekker glaasje wijn. Waarom trekt de Duivel nare Ziektes zo naar me toe? Geboden en verboden van die Ziektes is 'n heel gedoe!
Ouder geworden; ongewild een gehandicapte Kluizenaar. Men denkt dan; wat wonen zijn kinderen hier ver vandaan. Neem dan meestal pen of penseel; die de eenzaamheid keelt. Probeer dan meestal de verf maar wat eerder te laten drogen; dan voor een andere kleur, maar een ander penseel genomen. Als je ziek of ouder wordt, dan wordt je snel te duur; te veel!
Voor de politici worden we snel een ongewild kostenplaatje; en worden we al snel een eenzaam saai en zielig bestandtje. Seconden, minuten, uren als in een zandloper zijn regelmaat. Voel me gelukkig nog geen Kluizenaar met ‘n zielig bestaan. Het is zeker, het einde van mijn leven is mijn ziekte en dood; maar daar wil ik nu als kostenplaatje; liever niet over praten;
Maar het is wel zo; dat ik door het gangetje van Drees kroop. Ach fijn; wat wind, die de verf weer wat sneller drogen laat. Geduld iets; wat bij mijn levendige aard niet ontwringen laat. Met geduld; werden de laatste streken aan het doek gegeven. Natuurlijk was het nodig; dat ik mijn felheid heb bestreden. Maar niet vergeten; de koudste handen zijn die van de Dood.
Als met een vrolijke Narrenkap treed de dichter nu toch op; al lijkt het, of zijn ziekte en leven nu aan zijn einde begint! Er is ook een verandering aan het komen in zijn Narrenkap; voor anderen merkbaar, hij is anders; dan hij als dichter is!
Hij schrijft niet zoals de Poëzie of de rijmelarij dat gebiedt; zoals men nu al jaren dicht of schrijft sinds mensenheugenis Zijn dichten waren altijd; of er weer iets aan het groeien is. Zijn hersens rollen nu misschien als door storm in Zeegebied.
Gedachten en gedichten groeide bij hem altijd als een plant; een groeiproces, iets wat er ineens als bij geboorte kan zijn; wat vorm kreeg in gedachten; zoals van een zaadje tot plant; of het wonder; zaadje en eitje; geboorten uit een Vrouwenlijf.
Zijn Zotskap; geen stralend gezicht vol vreugde of ijdele hoop; het was; of een hemels licht begon aan een natuurlijk verloop. Hij meende al te horen; heel zachte muziek van heel erg hoog; of ze al roepen; Engelen daar ginds van achter die regenboog.