Adrie en Ton hun ongein


Adrie en Ton hun ongein.
Ad’s vriend Ton vroeg het haantje te laten kraaien.
Pas op Adrie, men wil toch liever vroeg gaan slapen.
Ja, hadden ons grapje al maanden terug afgesproken.
Ja, Ton het zou op het Kerkhof stil zijn bij de doden.
Ja onze schuld werd meteen morgens al wat betaald;
met een Journalist gesproken; het werd terug verhaald.
Wat er verder viel te doen; werd met de koster geregeld.
Nu zijn de afspraken al met de Koster, lachend verzegeld,
Ja zei toen de Pastoor; dan is ook voor de Kerk betaald.!
Hoe stil zou het weer worden tussen de doden en graven.
Wel vroeg een doden om een handdoek wat bruin brood.
Sinds nu zijn voor mij de Kerkhoven weer stil en dood.
Zo zal het iedere morgen weer zijn, zo de morgen vroeg.
En geen der doden zal maken de zware zuilen weer open;
ook niet voor het haantje zijn kraai en de klok weer sloeg.
auteur:Adrie.25.26.1.2017.copywriting

























