One Flew On the Cuckoos Nest.
Moe en ook wat onrustig been ik mijn kamer rond;
mijn hart en ziel zijn al lang uit mijn woning henen.
Zelfs mijn straatnaam lijkt uit het hart verdwenen.
En ook mijn dicht en schilderkunst raakt verstompt.
Mijn schrijver en schildershand lijkt soms verlamt,
De inktpot lijkt nu alle woorden te hebben verloren;
ook Janus met zijn knol kan mijn dicht niet bekoren.
Nee; alles beziet men nu zo a-sociaal en uit verband.
Wil God niet vragen of hij mijn dood nu sneller geeft;
nee; ik wil ook niet dat ze mijn levenslust gaan doden.
Maar voel nu geen warmte door mijn aders stromen.
Vindt nu bijna geen warme kracht meer wat nog leeft.
De jongeren en gezonden voelen het blijkbaar nog niet.
Maar doen of ik met mijn ziekte verstand heb verloren;
en dat ik nu in het rijk der stommen moet gaan behoren;
met een gevoelloos lijf en geest; zo lek als een vergiet.
auteur:Adrie.30.2.2012.
Zeven planken en niets meer?
Zie het haantje op de Kerktoren woest gaan draaien;
wolken bezig; donkere somberheid te gaan stapelen.
Een …
Zeven planken en niets meer?
Zie het haantje op de Kerktoren woest gaan draaien;
wolken bezig; donkere somberheid te gaan stapelen.
Een straathond ziet zich nu al wentelen in de plassen;
Ook vogels dromen van plassen waar zij zich wassen.
Maar het zonnetje streelde ons; en doorbloeide harten;
laten we weer wachten; en niet meer vallen in smarten.
Min het zonnetje; die me lief door deze tijd liet zweven.
Me opbeurde in mijn steeds somberder wordend leven.
Wil ook niet langer onder asociale ingrepen zuchten;
en gaan leven; ver van de menselijke zoete genuchten.
Zo riep ik; ,,Och God” hoe erg zijn velen nu verblindt;
zij die nu de afbraak ziet; en dat dan bijna nog bemind.
Van waar U vreugd; als men ouderen en zieken kruisigt;
waar bleven jullie lesjes; geleerd in jullie geboortehuisje.
Wij wachten met onmacht; hoe jullie maaien alles neer!
En wat wordt dan ons huis? Zeven planken en niets meer?
auteur:Adrie.27.3.2012.
Hun lieve begaan. Kon vanmorgen weer de vogels horen zingen; brachten met het zonnetje hun ochtendgroet. Men hoorde en zagen me niet meer di…
Hun lieve begaan.
Kon vanmorgen weer de vogels horen zingen;
brachten met het zonnetje hun ochtendgroet.
Men hoorde en zagen me niet meer dichten;
door dat ik veel van mijn ziekte lijden moest.
Het zonnetje zag mijn nu wat droef bestaan;
en zag me liever weer dichten vrolijk en blij;
wilde niet dat ik alles ten gronde zag gaan.
Vogels ochtendgroet daar bleef het niet bij;
het lijkt of de vogels en zon elkaar schreven;
met de Maan en Amor als hun lieve begaan.
Ze zagen mij steeds in duister stil en afwezig;
miste ook mijn vrolijke fluit, dicht en gitaar.
auteur:Adrie.24.3.2012.
Onbegrijpelijk lot.
Ik keek en luisterde vol ongeloof en beden in mijn blikken;
naar boven; die God zijn mensen, nu vol ongeloof verliest;
en treur nu in een diepe zucht met onbegrijpelijk verdriet;
ongeloof en traan konden God nu niet meer laten schikken.
Liet hij ons nu als vastgenageld in het Lot doen schrikken.
sloeg het onbegrijpelijk lot; bloemen van die zo jonge steel.
nam het lot, hun zo jong leven meedogenloos bij de keel.
Ieder Mens sloeg tot ijzig steen; in ongelovig schrikken.
Meedogenloos lot; gij ziet zonder hart, ziel of verdriet;
ons en vooral hun geliefden die het bericht zo ontving.
om te aanhoren; kinderen hun nu eeuwig klinkend lied.
Zie een lichtstraal voor mijn voeten waar het lot viel.
auteur:Adrie.16.3.2012.
Statig en stijf Zonnetje; zag mensen al speuren naar lentegroen. Hopen op het weg gaan van het kille winterseizoen. Nu, in de Winter leek al…
Statig en stijf
Zonnetje; zag mensen al speuren naar lentegroen.
Hopen op het weg gaan van het kille winterseizoen.
Nu, in de Winter leek alles zo statig stijf, ijzig en kil,
zag nu de ijzige wind zich al wat weg gaan spoedde.
Ach lief zonnetje; er is zo heel veel voor je te doen.
U stralen; laat ontluiken mensen liefde en het groen.
U warme stralen, doet mensen en dieren nu zo goed.
Waardoor vele hun harten vragen om wat spoed.
Ik zoek nu in mijn war eenzaam en kil rond zwerven;
weer heel verlengend het zonnetje wat stralen schiet.
Zag; hoe lief je gisteren, warme stralen nu achter liet,
maar vandaag lijkt er even niets van u te verwerven.
auteur:Adrie 13-3-2012.
Het zonnetje zijn zonnehoed.
Zie bij het ontwaken; buiten van die mooie dingen;
zingende mensen en het zonnetje met zonnen-hoed.
Snel vergeten; dat Artsenpraatjes mij sterven doet.
Zie nu Voorjaars dingen; en het zonnetje zijn gloed.
Nee; waag niet om nog eenmaal om mij te wenen;
al lang voor het Dichterkerke's geest gestorven is.
Dan hoop ik dat Lieverds gaan staan om mij henen;
snel verdriet ruilen; voor moois dat op de Aarde is.
Dan nog te horen ver daar ginds in de sterrenhemel;
zingen over Korenvelden en de boeren aan het werk.
Kraaien die notenbalken schrijven op telefoonlijnen;
voor de Engelen in het mooie blauwe sterrengewemel.
auteur:Adrie.1 1.3.2012.
Onze kinderharten.
Zat te mijmeren over de ontwakende kinderliefde;
mijn eerste kinderliefde tot mooie droom gemaakt.
Vlinders in je buik; waardoor je nog verder raakt.
Steeds die blikken die onzer harten dan weer zendt.
Van haar kwam dan; dat zwemerige zoete gevoel;
je blik die me dromend van de lessen af liet dwalen.
Ik zag de sterren en de engeltjes dan al gaan dalen;
naar harten; waar de liefde vol verlangen in bloeit.
In mijn droom ligt daar nu weer; kil bloot en kaal;
dek haar snel toe;voor dat kou haar doet ontwaken;
door de Winter met zijn griezelige ijzige verhelen.
Was het mijn oude kinderdroom?Of was het waar?.
auteur:Adrie.7.3.2012.
Tranen en ogen die neerslaan. Deze stad voelt steeds als een graf lieverd; voel hier steeds de geest van loerende ogen; het voelt of de duiv…
Tranen en ogen die neerslaan.
Deze stad voelt steeds als een graf lieverd;
voel hier steeds de geest van loerende ogen;
het voelt of de duivel me aan komt gevlogen;
om zijn nagels in te slaan als scherpe nieten.
Probeer steeds monter en gezond te kijken;
wil niet onder hun loerende ogen bezwijken.
Maar mijn levenslust wil de vlag nu strijken;
me toch gaan melden bij de gieren en lijken.
Steeds met mijn ziekte gevochten en geleefd,
maar mijn kracht wordt minder en vervliegt;
zie in mijn geest soms al het uitvaartritueel;
de wind komt woest en trekt me met zich mee.
Nee; wil zo graag het stervensuur overslaan;
gewoon als sterren wemelend stil overgaan;
dat lijkt me zo mooi, stil, vrolijk en charmant;
geen tranen en ogen die dan droef neerslaan.
auteur:Adrie.5.3.2012.