Op je grijzend haar
Zweeft nog even mijn hart en kamer rond;
als ik naar je kijk; doet mijn hart veel pijn;
maar moet nu even bij, en met mezelf zijn.
Ook ik wilde dat je steeds naast me stond.
Maar voelen steeds de pijn in ieders ogen;
laat onze harten niet koud en onbewogen.
Maar wil niet dat “ons” wordt aangetast.
Die mooie sterke vlam die naar mij lacht.
Lieverd; huiver als ik je voor altijd vergat.
Op je grijzend haar; nog een kroon van goud;
je zorg; zonder mij zag je geen toekomst meer;
het leven is koud en lijkt soms op een beest;
bijna stervende als hij met sikkel is geweest.
Ons hart blijft jong; maar lichaam ziek en ouder.
auteur:Adrie.29.4.2012.
Weemoedstranen.
De lucht is grijs en kleurt nu vele hinderlagen
in hoofden vele gevoelens dan zo levensgroot.
Toch vraagt April nu niet om smart of klagen.
Nee, de zon wil geen strijd van leven en dood.
Nee het zonnetje wil niet zien de vele tranen;
van vele meren stromend in de vele Oceanen.
Dan gevuld met ongeduldige weemoestranen.
Wil geen verdriet kopschuddend van kwellen,
als een doodprent, somber en zwart omrand,
onze stemming hebben we toch zelf in de hand.
Laat teleurstelling in u hoofd niet zo schellen.
Laat groeien inzicht nog nooit naar gestreefd,
dat gevoel; wat de naam van ons geduld heeft.
Snel worden we overspoeld met vele bloemen;
van en door de natuur die van u treuren bloede.
auteur:Adrie.28.4.2012.
Hallo lieverds; ik probeer vandaag jullie lieve reactie's zo veel mogelijk te beantwoorden..Maar ik weet niet of ik het red. Zit in een situatie, dat me alles boven het hoofd lijkt te groeien...
Hoop dat het weer snel anders wordt; met heel veel lieve weekendgroetjes van Adrie.
Mijn schaduw.
Mijn schaduw en ik beginnen onze dagelijkse ronden;
hij vergeet me samen met mijn gebreken nimmer weer.
Als ik s'avonds samen met hem weer huiswaarts keer;
blijft hij trouw wachtend voor onze volgende zonden.
Verbijt steeds pijn en ongemak van de vorige ronden;
steeds een dagelijkse overwinning die we dan leveren;
soms wel een lichamelijk gevecht met angst en beven;
als mijn ziekte lijkt te blazen voor onze laatste ronden.
Blijven dan samen steeds blazen; de volgende ronde.
Onze gezichten laten dan dagelijks zien lust en schik;
als de dood zijn taken weer onvoldoend heeft verricht;
weer voldaan terug keren van onze dagelijkse ronden.
Zo neem ik iedere ochtend mijn schaduw weer zijn hand;
al voelt die hand soms wel heel onmachtig koel en klam;
zijn rust komt pas; als de Dood ons in 2e komt snijden.
auteur:Adrie.25.4.2012.
Armezorg en hovaardij.
Sociale groepen moeten met nog minder zijn tevree;
Terwijl de rijken wentelen in hun vele kostbaarheden.
Socialer, schijnt nu geen enkel mens te willen wezen.
Scharen zich bij liberale leiders die zich bij hun voegde;
nee; hebben van sociale ingrepen nu niets te vrezen.
Nee; men ziet hoe groepen nu al erg behoeftig heeft;
nu met de kruimels van voedselbank nu al sober leeft.
Eten hun kruimels, korsten niet van gouden schalen,
nee, zij leven nu al van de armenzorg en de hovaardij.
Toezien, aanhoren al hun sier en hoogmoedig pralen.
Nee, ik zoek nu niet naar al wat nog zuiver is en goed ;
Je ziet nu toch alle de liberale overdaad en overmoed;
Echt verantwoordelijke; stellen zich met minder tevrede;
en vult zijn behoefte nu wat bescheidener en met reden.
auteur:Adrie.22.4.2012.
Liefdesvuurtje. Een kwijnend liefdesvuurtje brand in mijn hart, met vlinders nog steeds lustig in mijn darmen; wachten tot ik ze eens liefde…
Liefdesvuurtje.
Een kwijnend liefdesvuurtje brand in mijn hart,
met vlinders nog steeds lustig in mijn darmen;
wachten tot ik ze eens liefdevol kan omarmen.
Mijn hart maakt een verlegen bonzend geluid.
Waarom stel ik steeds die ene vraag aan je uit?
Of wil ik een hand die leidt naar het rozenpad.
Zij was het; die ik op afstand zo heb lief gehad.
Kan en durfde niet te geven een tastbaar geluid;
wat duidelijk maakt mijn wens met haar te leven;
samen te dwalen door mooie dromen en dreven.
Je willen vragen om van me te worden mijn bruid;
je niet hoef te geven alleen een plekje in mijn hart.
Hoor niet bij ongelukkige steeds klagend hun nood;
Amors pijlen lijken nu te treffen steeds hinderlagen;
maar wil ook niet langer meer te hoeven verdragen;
dat onze liefde, steeds weer onze harten uitstroomt.
auteur:Adrie.19.4.2012.
Een blonde nymf
In de tuinen bloeiden nog geen bloemen;
door vorst gestorven;; nu in mijn handen..
Het zonnetje laat weer verlangend dromen;
bezoekt ons nu; maar met bijna lege handen..
Het is bepaald niet overdreven te denken;
dat mijn gedicht nu een poging betekend;
zon te vragen; of hij fout heeft gerekend.;
of wil je het verstaanbaar voor ons maken;
dat hij nu vergat aan ons op tijd te denken.
Heb me moe gekeken naar de verre horizon,
zag niets;als wolken die op ons wilde dalen.
Somber duister liggend, als in glazen schalen;
als wachtend voor het groen op bevroren grond.
Droom van een blonde nymf op een rozenblad;
lief met haar handen het dauw op rozen beurdend..
auteur:Adrie.17-4-2012.
Een weg van heuvels en dalen.
Je ziekte een weg van heuvels en dalen;
een vergissing of een genetische fout.
Peinzend de Artsen en ongew…
Een weg van heuvels en dalen.
Je ziekte een weg van heuvels en dalen;
een vergissing of een genetische fout.
Peinzend de Artsen en ongewenst falen.
De timmerman met zijn lijkkistenhout.
Je dood; dan ongewenst en onvergetelijk;
als die zonsondergangen in azuurblauw.
Veel witte gezichten wat je aanschouwd.
Kastelen die als kaarthuizen bezwijken.
Uit zwarte duisternis, een gapende muil;
die zich dan onzichtbaar over je spreidt.
Prooi van lijden; waaruit hij je bevrijd.
Dan onverzettelijk; die oneindige kuil.
Je sterft; ook je Geschiedenis zal sterven.
Maar ook schoonheid valt aan scherven.
Zo het was; zo zal het nooit meer wezen;
klaar om eeuwige schoonheid te verwerven.
auteur:Adrie.16.4.2012.
Op kousenvoeten.
Liep als op kousenvoeten langs mijn ouders graf.
Hun graf zonder bloemen of wat groene lommer.
Had me teveel om mijn eigen zorgen bekommerd.
Mijn hart zonk op mijn schoenen met zachte val.
Luister nu naar wat een nachtegaal me meldt;
en me nu in zijn lieve melodie me zacht vertelt.
Ze floot zacht; haar melodie lief en zo vol vuur.
Je gevoelens in je hart zijn nu zo zuiver en puur!
God wil niet smeden; voor mij een onverdiend juk;
nee; je ouders willen je nu zien vol met levensgeluk.
Ja; je ouders zien nu hun kind die verdrietig staart
naar het ,,moment'' dat een wonder zich openbaart.
auteur:Adrie.1 5.4.2012.
Ontsnapt aan mijn griep. Was ontsnapt aan mijn griep en de witte lakens; pakte meteen mijn pen, inkt en vel papier er bij. Deze behoefte lij…
Ontsnapt aan mijn griep.
Was ontsnapt aan mijn griep en de witte lakens;
pakte meteen mijn pen, inkt en vel papier er bij.
Deze behoefte lijkt wel door de natuur ingewijd;
een passie die weerhoud van verwijt of klagen.
In mijn geest; ,,het is vandaag 11 jaar geleden.'',
dat de wereld eerst voor eenzaamheid openlag.
De dag er voor; hartstocht nog samen beleden.
Eenzaamheid dreigde nu tot einde der dagen;
maar wil eenzaamheid niet zien bij mijn graf.
Maar in het moeizaam voorbij glijden der tijden;
trekken tijden der vergetelheid toch ook verder.
Al zijn het de fijne herinneringen die dan hijgen.
Duurde lang voor dat ik die liefde was vergeten.
Vaak duren de tijden van geluk altijd weer te kort;
zijn die tijden weer voorbij voor dat we het wisten.
Ons geluk lag dan ook vaak bij de bijna gemisten;
en dan blijkt het Leven toch jammerlijk veel te kort.
En op de Hemelpoort zie je dan pas dik geschreven;
'O die wisten; maar mijn lessen niet hebben geloofd;
Komt in een tijd; alleen door de stervende omgeven.
auteur:Adrie.14.4.2012.
Een slingerend lint. Lag daar onder de schaduw van de lommer verscholen; leek op de Maagd Maria; in haar kleed zo hemelsblauw. Te horen; doo…
Een slingerend lint.
Lag daar onder de schaduw van de lommer verscholen;
leek op de Maagd Maria; in haar kleed zo hemelsblauw.
Te horen; door de Wind draaiende wieken van de Molen.
Zag de zwarte vette walm uit de molenaar zijn schouw.
De Klokken als door engeltjes in de Kerktoren gehangen;
en door de natuur met klimop daarna sierlijk omkranst.
Het riet en Delfs water waar over klokjes zo weergalmt;
door mijn dichters oor en oog nu dankbaarontvangen.
Het riet en mooie brugjes; waar langs de Vliet slingerde;
en Delft; die de sliert even voor het oog brak in tweeën;
dat blauwe schoon; was wat mijn hart weer binnen dringt.
Veel van de tranen; vielen met heimwee zacht uiteen.
auteur:Adrie.11.4.2012.
Aangezien ik met de komende Paasdagen in Maasland(Midden-Delfsland) vertoef, en niet over een lap-topje beschik; maak ik middels dit berichtje er even melding van...
Ben afwezig vanaf Vrijdag 6 April t/m Woensdag 11 April...
Met veel lieve groetjes van Adrie.
Een dagje in het Museum.
Ik zag twee paar oogjes; vol met ondeugende pretjes;
de dames even licht schokkend met hun coursetjes.
De dames even met hun rode ondeugende portretjes.
Hun jurkjes gekant met van die witte manchettes.
De Heertjes met van die wit gepoederde toupetjes;
ze bogen als twee kappersmessen zo stijf en netjes.
Zag ze; elegant en liefjes met hun hoeden wuiven;
met hun wit beschoeide handen als witte duiven.
Hoorde even in het grind; kraken van hun voetjes.
Later weer gevolgd door enkele lichte gilletjes;
dan maar wachten; wat vandaag nog komen wil.
auteur:Adrie.3.4.2012.
Velletjes van de belasting-amtenaar.
De dag ruikt naar velletjes van de Belastingambtenaar;
piekerend en zuchtend wordt gekeken naar de sterren.
Met de billen blozend bloot; komen ze dan toch maar;
ritselende papiertjes; en computers te horen van verre.
later uit huizen te horen opgeluchte puffende geluiden;
en legt het mes om ambtenaars harten te snijden neer.
Opgelucht; nu we kijken voorlopig door de eigen ruiten.
En geluiden van we hadden toch al zo lang niets meer!
Zo slinks en sluw, de Belasting ambtenaars hun werk;
na hun werk zie je weer de dromen uit aarde herrezen.
Dan worden dromen weer hun nieuwe plek gewezen;
als de ambtenaars klaar zijn te hoge bomen te vellen.
Al lang bezig om; dromen tussen de sterren te waren;
maar zie mijn dromen op de zee van teleurstelling varen.
Als op een dag; rechtvaardigheid omkeert in ons hart;
zien we bij nacht; dat je meer licht ziet dan men dacht.
auteur:Adrie.1-4-2012.