Hoe een liefde groeien kon. De zon wenkte uitnodigend; kom in de Natuur. Ja, de lucht lijkt nu zo helder blauw, als azuur. Snel met schrijve…
Hoe een liefde groeien kon.
De zon wenkte uitnodigend; kom in de Natuur.
Ja, de lucht lijkt nu zo helder blauw, als azuur.
Snel met schrijven stoppen, en nu de deuren open
Snel met Ans mijn buur, een heerlijk stukje lopen.
De zon verstopte zich plagend achter een wolk;
lachend; nee ik steek in je rug geen bliksemdolk.
heb geen zin om jullie in hoosbuien te verdrinken.
Wil juist nu samen met jullie een glaasje klinken.
Sinds we enkele maanden als buren samen waren,
staan we vaak romantisch onder straatlantaarns,
Beiden een liefde die ons leven nu heeft verwoest.
Weet; sinds ik je ken; houdt mijn verdriet zich koest.
Willen beiden niet meer in ons verdriet verdrinken;
maar nu zeker met het zonnetje; op de liefde klinken.
Niet meer leven op anderen hun genaden en ongenaden.
Ons weer gaan begeven op begsne en onbegane paden.
Die voor ons toch alleen maar hoeven te gaan voeren,
naar geluk en liefde, dat potje willen we samen roeren.
Weer samen de liefde te willen bvoelen en bedrijven
samen weer onze warmte tot een te kunnen wrijven.
Wil bij je blijven; iedere seconde,elk uur, iedere dag.
Een gevoel; groeiend tot dit weer voor ons open lag.
auteur:Adrie.

Donderdag 18 augustus 2011
Tines is dood.
Nooit van hem gehoord enig wrevel of verdriet.
Vergat dan ook nooit; zijn avondgebed,
bij zijn overlijden misschien het laatste couplet.
Bij ziijn dood wist men zijn graf niet te vinden,
hij wilde bestaan maar kon het eigenlijk niet.
Sprak nooit de woorden of zinnen; beminnen.
Als je dan nagaat wat er van hem nog verschoot,
van al zijn gebeds volle vrome dagen en nachten,
dan hoop ik voor hem; Engelen-liefde misschien.
Hij probeerde zich nooit in het leven te verdiepen,
naar de fundamenten waarin het leven dan is gevat,
waar ieder jong zijn eigen deuntje begint te piepen.
auteur:Adrie.16.8.2011.

Woensdag 17 augustus 2011
Vergeelde post.
Liep gisteren in mezelf te piekeren en te dromen,
zie jou; zag dat we tot elkander waren gekomen.
Maar in mijn droom versnelde je weer snel je pas.
tot Uw gedaante stopte bij mijn andere dromen.
Zag je als een nachtkaars, heel langszaam doven,
achter bloemen met een hemelsch licht er boven.
Of je een kaarsje, voor het slapen vergeten bent.
moest je weer stoppen bij vergeelde enveloppen.
Bij de vergeelde post ieder die van me ging heen,
een eigen leven heeft; of met de dood verdween.
Ja zo gaat het steeds, ook vaak zonder verwijzing,
toegetreden tot post, wat nu mijn geheimenis is.
Een heerlijke tijd; wat moet worden kleinigheden,
tot ik weer opzag uit mijn gedachten en dromen,
weer bij het bos en heel diep donker was gekomen,
Voelde dat mijn post en herrinneringen vervlogen.
auteur:adrie.17.8.2010.

Rozenknopjes. Je mooie gouden stralen helend en zacht; liet ze in duizendtallen op Aarde vallen. De mensen hadden ze al zo lang verwacht. Dr…
Rozenknopjes.
Je mooie gouden stralen helend en zacht;
liet ze in duizendtallen op Aarde vallen.
De mensen hadden ze al zo lang verwacht.
Druk je stralen helend warm tegen me aan,
om mijn pijn weer even te laten verzachten.
Ze lachte me nu heel lief en begripvol toe.
zag hoe ik me nu voelde; verslagen en moe.
Heb haar helende stralen niet het gehele jaar,
wel als ze zorgt; voor mens, bloem en vrucht.
In de winter houdt ze dan weer even haar rust.
Maar wil eigenliijk dat ze nooit meer weg gaat!
In de winters valt ze in een diepe vaste slaap,
achter wolken kijkt ze je dan schaapachtig aan.
Kijk dan weer verlokkend naar de nachtegaal,
rozenknopjes waar dan weer de dauw op valt.
auteur:Adrie.16.8.2011r

Kinderverzinsels. Alles vandaag weer door zonnestralen verguld. Ook een blije stemming had veel harten gevuld. Ook de Weermannetjes, voelde …
Kinderverzinsels.
Alles vandaag weer door zonnestralen verguld.
Ook een blije stemming had veel harten gevuld.
Ook de Weermannetjes, voelde zich weer blij,
hadden geroepen; ,,lieve mensen heb geduld".
Beloften tegenover u verlangen; bleven staan.
Blijf vrij van geschreeuw; die de hemel vulde.
Laten hun; die de hemel als kinderen vulden.
Zij kijken u, nu met schaamtevolle oogjes aan.
Ach zielig; de Aarde eerst gevuld met droefenis,
Maar sterk zijt gij, die weet geduldig te blijven.
Als kind leerdej; dat geduld een schone zaak is,
leerde je al, om ongeduld in jezelf te beklijven.
Jammer, als je tranen om het zonnetje vergoot,
of wel werwachtingen, maar hielden ons groot.
Van tobben en klagen krijgt gij heel veel rimpels,
tot gij wordt een monster; van kinderverzinsels.
auteur:Adrie.15.8.2011.