Vermoeiend aangezicht.
Het dagelijks zo vermoeiend aangezicht; een schrijver noest op zijn papier gericht; tot de maan schuift; gordijnen …
Vermoeiend aangezicht.
Het dagelijks zo vermoeiend aangezicht;
een schrijver noest op zijn papier gericht;
tot de maan schuift; gordijnen weer dicht,
en ziet verflauwen zijn olielampjes-licht.
Schrijft niet alleen over politieke heden;
maar schrijft soms ook over het verleden.
Of hij antwoord mist in zo triest verleden,
of iemand dat toen wist te ontvreemdden.
Zie soms een diepe pijn achter in zijn ogen;
dieper dan 't schrijven hem heeft bewogen
Man; welk vuur en pijn heeft jou gedreven;
dat je hart en ziel nu in stukken zijn gereten.
auteur:Adrie.29.1.2912.
Verachterlijk slijk.
In het Park stond een verdrietige oudere dame,
haar ogen, en wangen nat geweend met tranen.
was eens te zien op de omslag van elke krant.
moet zich nu heel ongezien en ellendig wanen;
omdat de mensen nu langs en over haar staren.
Zagen haar nu als een oude stuk gelezen krant,
De mooie bloem; door ouderdom neer geslagen.
Verschrompeld, verdord van de steel geslagen;
streelde nu van vele mannen het oog niet meer.
Maar bedacht nu voor haar hart een wrede straf.
Ze verachtte nu nog meer alles van hier beneden,
verachtelijk slijk; waarin ze huiverend wil treden.
Nee; was een bloem die prachtige kleuren tekend.
Terwijl haar diepste van het hart nu zoveel biedt;
maar geen mens die nu liefde in haar hart weer giet.
Nee, haar verleden zo; zal het nu niet meer wezen,
ouder worden betekend niet het droevig afweren;
van ogen die je nu in ouderdom zouden bezeren.
Nee, nu de ontstane eenzaamheid zal je doen leren;
harten worden alleen samen met u in liefde geheven.
auteur:Adrie.28.1.2012.
Verrassend en zacht.
De tranen vallen me verassend en zacht;
je kunt er eerst alleen maar bij treuren;
verbijsterd; dit had je nu nooit verwacht.
Dit was het laatste wat je kon gebeuren.
Het leven wordt als een stilstaand water;
op maat gemeten;"gehandicapt' ja kom!"
Eerst veel geschrei; je acceptatie later;
mijn troost viel onder verwijt en getater.
Gekomen op een kruispunt van mijn pad;
dacht even, dat ik me hierin had vergist;
niet dat helpende handen nu mijn pad is.
Het pad van de loge die steeds alles wist.
Verdrietig als ik nu in de vreemde tuur;
naar verloren dromen; dat peinzen doet;
mooie dromen; zonder die liefdesgloed.
Of ik nu verstoten ben uit het liefdesvuur.
auteur:Adrie.25.1.2012.
Velden vol met dauwnatte rode rozen.
Zie de avond; de dag doen sterven met het licht;
de nacht doet mijn dromen op de toetsen slaan.
Terwijl de Maan spiedend ziet door het raam.
Ook stiekem kijkend; een griezel met wit gelaat.
Hoor de wind nu op een harp met feerieke toon;
om tonen uit mijn schrijverspen te laten vloeiien..
Zie nu op het Maantje zijn gezicht een rode koon.
Vraag nu niet van waar; nu dit mooie avondrood;
misschien dat hij mijn geest en hart wil boeiien;
en zo voor mijn hongerige gedichtenlezers koos.
Als deze nacht, het zonnetje op staat met blozen;
het dichterke weer moe op de heide ziet dolen;
hoor je elfjes weer overal zachtjes fluisteren;
hoe ze wind en harp hoorde door het duister;
er weer dauw ligt op velden vol met rode rozen.
auteur:Adrie.24.1.2012.