Vrijdag 1 februari 2013
Toverdraad

Toverdraad.
De wind joeg weer onbarmhartig over de stad en land;
verdrietig mijn oog; wat het einde van de Winter wou!
En weer meteen het aanzwellen van de snerpende kou;
een horizon die nog geen schimp van het zonnetje had!
In de nacht het huilen van de wind; vergezeld van de kou!
Ruiten, met rijp weer omgetoverd tot een kristallen blad;
lijkt op een door kabouters en elfjes achtergelaten schat!
Als met toverdraad, wat zilverachtig gemaakt, zonder fout!
Niets wat Koning winter weerhoud; geen macht die stoort!
Merels en kraaien nog hongeriger; bij mijn aanschouwen;
verlang naar de Zon en groen; die ik nu wil aanschouwen!
Nu blijven de Wintergoden met werktuigen aan het woord!
auteur:Adrie.1.2.2013.copyright.




