Je jongensjaren
Kom ik knijp nog eens in mijn tube,
voor een passende kleur in hemelsblauw,
wordt bijna een meesterstukje,
met het zonnetje heel gul in klatergoud.
Ik zing daarbij in gedachten,
over mijn voorbije jongensjaren,
met ook veel blijheid in onze jeugd.
Een heerlijk lied uit vervlogen dagen en jaren,
van die dagen zonder zorgen,
dat is wat me bijblijft en nog heugt.
Ik schets op mijn doek, hoe we toen speelde,
toen we nog niets van de wereldse zorgen wisten,
en ons ook nog in de boomgaard mochten vergissen,
als we de buit, namens de pastoor maar eerlijk deelden!
Ook kon je van je buur een pak voor je broek krijgen,
of op school, voor uren in het kolenhok verblijven,
en toch waren het ook heerlijke gouden tijden,
waar ik de lezer toch even in wil laten kijken.
auteur:Adrie.dd.11-1-09©
Een heroïnehoertje
Ze liep zo leek het als op een avondwacht,
wilde zich aan iedere man die wilde zich verbijten!
Als ze maar een klant h…
Een heroïnehoertje
Ze liep zo leek het als op een avondwacht,
wilde zich aan iedere man die wilde zich verbijten!
Als ze maar een klant had voor vannacht!
Maar leek nu gekomen om haar zolen te verslijten .
Draagt uit kroegen; half dronken mannen.
Zingt voor hen, wanneer men borrels in haar giet!
Lacht met hen, heeft haar moraal verbannen.
Danst voor hen, als ze haar restje trots verliest.
Ze werd als een hond geschopt en geslagen,
streelde dan de vuisten die haar pijnlijk wisten te raken.
Liet zich tegen haar borsten stompen en trappen,
vaak gevolgt door een pooier zijn serie rake klappen!
Haar eens zo mooie gelaat, bezaaid met bonte vlekken!
Zichtloos staan haar eens zo mooie ogen, als uitgepeld.
Onbeweeglijk als een mimespeelster, haar gelaatstrekken.
Haar eens zo mooie neus, leek nu wel met spelden vastgezet.
auteur:Adrie.10.1.09©
Zaterdagochtend
Het is een ijselijk koude zaterdagochtend in Januari.
Probeer ondanks ieder zijn ontwaken; nog wat te slapen.
Hoor mijn b…
Zaterdagochtend
Het is een ijselijk koude zaterdagochtend in Januari.
Probeer ondanks ieder zijn ontwaken; nog wat te slapen.
Hoor mijn buur druk scharrelend in mijn rommelladen,
op zoek naar mijn aftandse verroeste Noorse schaatsen.
Maar kreeg bij het ontwaken, een gevoel van onbehagen.
De lucht is vroeg vol met onvolkomen drang,
een drang waarin ieder zijn metertjes wil gaan schaatsen.
Ineens dat koude vlees van die handen van die ander,
tegen mijn nog warme wangen.
Zegt weer wat hij niet denkt,
dat alles voor die verroeste oude schaatsen.
De trein die mij naar het ontwaken voert,
heeft door de koude een aanzienlijke vertraging.
Mijn warm bed belichaamd mijn nog te begaan koud parcours.
auteur:Adrie.10.1.09.©
Dauwnatte rozen
De heide en bossen lijken nu erg verlaten en stil,
de bomen en struiken zijn sprookjesachtig wit.
Maar tussen de kale takken vandaag het zonnelicht,
als waren het een door het zonnetje verzonden ansicht.
'O als het zonnetje niet meer stralend schijnt,
is het of de mensen wegkwijnen in het duister.
Zou dan voor hun even het zonnetje willen zijn,
maar het kan en mag voor jullie niet zo zijn,
mijn gedichten mogen alleen geven; wat luister.
Ik zou wel willen geven; een dauwnatte roos,
zo puur, dat ieders liefdesblad brand in mijn hand,
zodat ze mogen drogen; ieders rood betraand oog,
zodat u geen pijn of verdriet meer heeft!
auteur: Adrie d.d.9.1.09©
Vrieskou
Ik sta op een brug
Mijn schaduw op het ijs gezet
gekleed in kleding van azuur blauw,
is op het donkere ijs vaalgrauw.
buig me voorover bij de leuning van de brug
de noordoosten wind bevriest mijn rug
Stond rillend in de kou
omgeving van ijs en wei, erg rauw
Zie vogels vliegen
als op de termiek wiegend
naar de warme zon vliegend
Dof van de snijdende kou
brandende ogen
en mijn gezicht grauw
van het snijdend koude droge
Ik begon te rillen
gevoel te gaan gillen
Buiten de koude weilanden
lag daar de stad te branden.
auteur:Adrie.©
Het witte tapijt
Ben door de winter even voor het dichten stil gezet,
nu door Koning winter een wit tapijt is neer gelegd.
Het ijs spreidde zich al snel over het water heen,
trekkende lijnen van zwaaiende armen en benen,
eerst dobberende eenden; nu schaatsende benen.
Ik dicht en lees nu weer over het mooie van het leven,
nu de winter weer een mooie herinnering heeft geschreven.
Als ik het kwijt was, het wordt in mijn dromen weer van mij,
en in mijn hart weer strelend en zorgvuldig neer geschreven.
Weet niet waarom dit witte winterbeeld,
mijn hart zo verwarmt en liefelijk streelt,
misschien omdat er zoveel leek verloren,
en mijn leven gespeeld leek en beschoren.
auteur:Adrie.5.01.009.
De winternacht
Onder de vorst en ijzel van die winternacht,
kraken en klagen de takken al voerend hun strijd.
Het hoorde aan als verdriet en boosheid die nacht.
Maar hand in hand liepen vorst en ijzel hun pad.
Maar elk seizoen kent zo zijn mooie en mindere delen,
waar zou ik in het voorjaar weer zijn gebleven,
als mijn ogen weer door bossen en dalen mochten dwalen,
terugkerende vogels weer over hun vakantie hoor verhalen.
Zonnetje kom toch weer terug galmen de Kerkklokken,
ontwaak en vraag in mezelf best wel geschrokken,
als ik de bossen, dalen en weiden moet gaan ontberen,
niet meer zou weten hoe dauwnatte rozen ruiken,
laat dan snel het zonnetje van zijn vakantie terug keren.
auteur:Adrie.7.1.o9©
AWARD
Het Leven
Kom en luister als je het geheim van het leven niet weet.
Hoor naar de pijnlijke ontdekking die ik deed!
Mijn verhaal maakt u dromen dan snel helder,
en sla ik de bal dan niet mis;
dan leert mijn verhaal wat het leven is!
Het leven is vaak donker en zo kil als een kelder.
Een kelder die vol met verassingen en vallen ligt,
Bij een eerste blik, helder en klaar aan U gericht!
Door het lamplicht lijkt het eerst op wat geflonker;
maar achter dat licht, blijkt het leven een duister gat.
Geen mens ondekt dan nog zijn laatste val!
Zo diep is soms het leven, en de kelder zo donker!
Soms liggen de vallen al netjes op een rij;
maar zij die de vallen ooit schikte,
bouwde er eerst de scheve toren van Pisa mee!
Och God eerst schiep ge in mij een verlangen zo rein,
tot dat verlangen voor Eeuwig onbevredigd zou zijn!
auteur:adrie.5.01.09.©
Het Hof van Eden
Als ik in de zomer de duffe en warme stad ontwijk,
dan is het strand het eerst waar ik aan denk en kijk.
Ik baad me dan in die heerlijke Ochtendkoelte,
en dweep dan met een lief in manenschijn!
Dweep en flaneer dan over strand en Boulevard,
waar ik dan geen last van mezelf of een ander vind.
En op het weidse naakte strand, mezelf dan op luxe betrap.
Dan hoor ik in gedachten als uit de hemel komend,
vaak een lied, ook al heb je veel gevoeld, gedacht en geleden,
Toch waan je jezelf nu, in het nieuw geschapen; ,,Hof van Eden”!
Al had ik nog niets gehoord of geproefd van het heerlijke windgezucht,
dan nog voel ik me een mens, in een geheel nieuw geboren leven.
Een leven waarin lijkt, dat alles lukt,
en alle pijn en verdriet wordt weggeplukt,
in het nieuw geschapen Hof van Eden.
auteur:Adrie©.4.01.009
Poezen
Er is iets wat me steeds aan het gedrag van poezen herinnerd,
Iets wat ik steeds weer opnieuw wil zien en ervaren.
Trots als phinxen zitten ze vaak voor zich uit te staren.
Is het hun eigenzinnigheid, wat ik zo in hun begeer.
Of is het mijn fantasierijke gevoel over Pharao uit mijn jongensjaren,
toen na-schools; boeken al mijn beste vrienden waren.
Of zijn het hun negen levens, hun heel goed toebedacht,
maar verder toont hun gedrag, met mijn wil geen samenhang.
De duur van negen levens, duurt me toch wel veel te lang!
Ze zitten daar, zo lijkt het wel, met spijkers vastgepind,
steeds stil en waakzaam op de zelfde plek.
Of ze loeren daar, of ze muizen als maaltijd kunnen vinden.
auteur:Adrie©.3.2009
Voorbije dagen
De wereld weer minder terug getrokken en leeg,
weer minder een lucht van een zwervend, rovend dier.
De ochtend had weer een gezicht,
na te zijn ontrokken aan de duisternnis,
behorende bij het feest van het licht.
Het was gisteren al rustiger en bedaarder,
toen de duisternis al over de dag heen viel.
Het was of de stad zich weer op zijn grond waande.
Begonnen zijn weer de dagen,
de dagen van jachten en jagen .
Dode en niets zeggende ogen,
ogen die niets zeggend zochten.
Stemmen klinken nu weer hard en hol in de avond,
die nu voelt dat alles voor een Jaar is gedaan.
auteur:Adrie©.
De dronkeman
Toen hij daar dronken en haveloos,
in de deurpost van de kroeg verscheen,
is het in mijn hart heel stil en koud geweest.
Niemand was ooit zo zeer een eerlijk mens,
zo open, behulpzaam en zonder voorbehoud,
strijder tegen heersers,
en helper van hun prooi!
Maar lijkt nu zijn leven,
zo reddeloos te hebben vergooid.
Hij lijkt nu blind, verslagen, vleugellam,
zodat er aan het beeld niets meer overschoot,
dan een gebroken, verdrietige, verwezen man.
En arm nu mijn vedrietig hart
dat dit beeld niet meer vergeten kan.
Zijn trieste kille en sombere ondergang-
van een door mij; nooit meer te vergeten man.
auteur: Adrie©. 31.12.008
Van niets tot niets
Voel mijn lichaam steeds sneller slijten dan mijn vel,
met penseel en dichten voel ik me soms in de Hemel,
met de pijn en ziekte, soms opgesloten in een koude cel.
Dat ik hier nu op de Wereld ben, heb ik niet zelf bedacht,
het was de min die mij ter wereld bracht.
Maar naar die zelfde liefde, van zij die minden,
heb ik vaak hopeloos, mijn handen naar boven gebracht.
Soms voel ik mij door de Engelen mijn plekje gewezen,
maar dan weer stilte in mijn gedachten,
de hulp is alleen aan God en mijn naasten gegeven,
bij sociaal gedachtengoed, moet men niet meer wezen.
'O mijn vriendschap, 'O mijn zacht penseel,
wat hebt gij vaak mijn gevoelens naar het doek gebracht,
om de mooiste bloemen, maar ook de hel te evenaren.
Gij hebt met mij gekreund en gelachen in de voorbije jaren,
maar nu soms alleen duister van niets tot niets.......
auteur:Adrie.2.1.009©
Nieuwjaar
Maria en Jozef's ezeltje staat weer werkloos in de stal,
kijkt rond en denkt; och ja ik wist het eigenlijk ook al.
Als Maria's lastdier was hij het eigenlijk al jaren gewend,
hij was al lang met het gezinnetje vertrouwd en bekend.
Maar nu eerst zichtbaar de muur van de kerst zijn stilte,
dan de beelden van flitsende en vurige ontzetting,
bliksemstralen die kleurig het stalletje doorgilden.
Maar aan de Kerst en drie-koningen verplicht;
gaven de sterren en de Engel Gabriel hun het bericht.
Ach Gabriel; groet God van mij, weer bij hem gekomen,
dank je voor het kleine wezen uit U voortgekomen.
Maar eens als de Koningen op kraamvisite zijn gekomen,
schenken we ons toch ook weer, een heerlijk glaasje wijn.
auteur:Adrie©.1.1.2009
Woensdag 31 december 2008
Veer
De schaduw van haar hoed op haar gelaat gericht,
verbergt steeds minder de rimpels op haar gezicht.
Het is haar stralend verlokkende jonge lijf niet meer,
wat verlegen probeert te verbergen, achter hoed of veer.
Haar ouder wordend lijf, verbergt steeds minder haar plooien,
en haar ouder worden, vaak erg moeilijk geaccepteerd.
Ziet met de feestdagen vol gegeten en roodgestoofde hoofden,
dan teruggetrokken in een hoekje overschreeuwd en pijnlijk verdoofd.
Maar als ze als oudere, nu soms haar vertier wil gaan zoeken,
dan vindt ze ook het vuur en haar jonkheid niet meer.
Haar jonkheid zal ze moeten gaan zoeken,
soms als verleden in de Geschiedenisboeken,
of het is al pijnlijk opgenomen en verteerd.
auteur: Adrie.
Het groene lover Loop al vroeg in de ochtend over de Kastanjelaan. Zie het groene lover bijna zwaaiend op en neer gaan. Op het ritme van het…
Het groene lover
Loop al vroeg in de ochtend over de Kastanjelaan.
Zie het groene lover bijna zwaaiend op en neer gaan.
Op het ritme van het zwaaien en ritselen van het lover,
droom ik dan weer, een van mijn gelukkigste dromen.
Een oude knoestige eik ziet bijna peinzend omlaag.
Loop langs hoog groeiende grassen en krassende kraaien,
die me van mijn zoete dromen lijken te willen beroven.
Dromend van een lelie; rood als vuurroden koralen.
Heb er heerlijk, tot diep in mijn hart van genoten,
en in mijn dromen weer teder en kostbaar bij omsloten.
Maar jammer, er naderen al snel donkere gruwelwolken.
Razendsnel verdringen zij dan het helder hemelsblauw.
Een felle fonkeling lijkend op flitsende scherpe dolken,
verscheurend, al snel het zwarter wordend blauw!
auteur:Adrie.©.28.12.08
Zaterdag 27 december 2008
EEN HARP
Mijn dag begon als het ontluiken van een rode roos
De zonnestralen beschenen haar, zo oogstrelend bloot
Mijn ogen en zinnen stre…
EEN HARP
Mijn dag begon als het ontluiken van een rode roos
De zonnestralen beschenen haar, zo oogstrelend bloot
Mijn ogen en zinnen streelde haar als Bach zijn melodieën
Gespeeld op een harp, op wel heel zuiveren toon
Je lag daar mijn ogen te strelen als een parel zo mooi
Het komt me weer voor ogen, alles veranderde in goud,
Door mijn verdriet werd mijn hart een welgewillde prooi,
maar nu werd ik weer verliefd op een parel van een vrouw.
De liefdesbronnen en waters leken eerst droog te blijven staan,
waardoor de ijzige kou bijna mijn hart en ziel bevroor.
Toen kwam jij als een heerlijke zwoele zomerbries naast me staan,
en ging mijn ijzige kou en verdriet er weer pijlsnel vandoor.
auteur: Adrie.26.12.008.©.
Zaterdag 27 december 2008
Opa en oma's bessentuin
De Kruisbessen waar je met je kleine kinderhandjes naar greep,
bramen en bessen waar je maar nooit genoeg van kreeg!
Je buikje, waar je dan witjes met je handjes naar greep.
Oma die dan een lieve, maar vol medelij, een lachbui kreeg.
Opa was dan vaak in zijn schommelstoel in gedachten verzonken.
Kijkend met zijn blik naar boven, al was hij bij de sterren belandt
Het leek dan, of hij diep in gedachten,
ergens tussen het zonnetje en de maan was geland.
Ik wist dan wel niet waarover hij dan droomde,
maar hoorde wel een raadselachtig Engelenkoor!
Oma zei dan lachend, je mag Opa niet storen hoor.
Diep in mij, klonk dan het door Opa beluisterde Engelenkoor.
Weer lachend, hoorde Oma nu ook het Engelenkoor!
Mijn jeugdige ziel had deze klanken nog nooit gehoord!
Ik heb deze herinneringen wel heel dankbaar bewaard,
sprak na Opa's dood, met dit koor nooit meer een woord.
Maar de Wereldse liederen haalde het niet bij dit koor.
auteur: Adrie.©