Zondag 18 januari 2009
MOED
Moed
Wat mijn verstand soms te boven gaat, is mijn moed,
meestal geschreven een dicht met mooie woorden,
waar de lezer dan bij huilen, schateren of lachen moet.
Onsterfelijke gedichten, hebben verloren kinderen,
waarbij de woorden je dan vurig naar de hemel voert.
Het dichten is mij steeds goed vergaan, door niets;
te schrijven, wat tot hoofdbrekens of geknars leidt.
Kan niet tijdloos blijven dichten en schrijven,
al heeft de poezie het schateren soms dood gemaakt,
en leidt poezie tot de vraag; is het dicht wel van mij,
als het dicht soms later; naar pijnstillers leidt.
auteur:Adrie.18.01.09©
Uit eten
Mijn middagmaal etend; met lieve buren dat was echt, al zal ik het geen tweede maal beleven, omdat zelfs mijn dood dan niet meer v…
Uit eten
Mijn middagmaal etend; met lieve buren dat was echt,
al zal ik het geen tweede maal beleven,
omdat zelfs mijn dood dan niet meer verzoenend werkt.
Mijn maag als gezeten op een kameel of wip,
dan in de woeste baren; varend op een schip,
die me eerst hoog, toen weer laag liet varen.
Mijn maag voelde als scheuren in een vel perkament,
door wind en mensenmassa's mee gezogen,
een wiebelend waas gleed voor mijn wiegende ogen.
auteur:Adrie.17.01.09.©
Mijn Gevang
Doorwaakte nacht.
Luisterend naar de regen...
die droppend in het water valt,
plats... plats...plats.......
Voel de beklemmende eenzame kilte.....
mijn lichaam......
ligt te rillen,
bijna hunkerend te wachten,
eenzame lange en kille
verlaten nachten.....
Draai mijn betraand gelaat,
en kijk vanuit de onzichtbare tralies
vanuit een kennelijk onbekend gevang,
verdrietig omlaag,
niemand die het kot wil ontsluiten!
Nog nooit....
voelde ik me zo overgeleverd en alleen...
Zo intens bang en van steun berooid....
de flat is stijlvol en mooi...
maar kil, ijzig koud en leeg....
van alle liefde en warmte beroofd!
auteur:Adrie.17.1.09.©.vanuit mijn bundel: (Mijn plekje bij de sloot)
Najaarsweer De dag gelijkt vandaag op een oude kreunende dame de zon die zich schuifelend achter de wolken schaart, bedekkende grauwe wolken…
Najaarsweer
De dag gelijkt vandaag op een oude kreunende dame
de zon die zich schuifelend achter de wolken schaart,
bedekkende grauwe wolken; als zijn vals pluizend haar,
om het eindje van zijn levensdraad er mee te rekken.
De Zon keerde af zijn treurend en zielig aangezicht,
wie naar zijn zieligheid en gevoelens kijkt, die zwicht.
Maar wend U af van zijn zielig en treurend aangezicht,
als hij eenmaal zeurend, bij U je gevoelens binnensluipt,
dan komt hij er als een miezerig buitje weer uit.
auteur:Adrie.16.01.09©.
Donderdag 15 januari 2009
Trouwe keffende wakers De maan sluipt al zachtjes nader, terwijl de dag jammerlijk is vergaan, zo werd ik bij het te vroeg ontwaken, gewekt …
Trouwe keffende wakers
De maan sluipt al zachtjes nader,
terwijl de dag jammerlijk is vergaan,
zo werd ik bij het te vroeg ontwaken,
gewekt door twee keffende wakers.
Maar lichaam en hart vlam niet zo op,
jij die in weerwil van lichaam en tijd,
moest weten dat dit niet ter einder leidt,
nu zit de pijn jammerlijk zeurend in je kop.
maar zijn zwarte keffende sprinkhanen,
waren al aan het bezien hoe de volle maan,
sluipend en zwijgend langs mijn venster gaat,
bijna spottend, al gehuld in zijn nachtgewaad.
Maar zij waken en keffen van avondglorie,
tot avondglorie, of dat ze al graven,
en waken over een voor mij gegraven graf.
auteur:Adrie.14.01.09©
Een doedelzak
Mijn slechte gezondheid
ontkennen lukt niet,
het lichaam geeft meteen,
onbarmhartig zijn grenzen aan.
Laat me wachtend in een rij,
van voor weer naar
achter gaan.
Een val over ijs
ribben die braken
als kippebotjes
die hun verband
kwijt raakte.
Gaf en hoorde als het gevoel
van een doedelzak
die al miauwend
met een doffe plof
zijn luchtzak leeg maakte.
auteur:Adrie.14.1.09.©
By hartkronkels
Snertlepel
Heeft u vandaag ook overal
de vele verdrietige en boze ogen,
achter de ramen en deuren gezien?
Maar mensen; de schaatspret,
die Koning winter deed ontgloeien,
zal het ijs weer snel laten groeien.
Maar voel de Koning zijn bloed al jagen,
als hij om even rust moet gaan vragen.
Uw boosheid geeft een hatelijke druk,
of de koning zijn knechten; even vlug,
met het zonnetje aan het luieren zijn.
Misschien een Spaans glaasje wijn?
Maar ik houdt op; voor te zingen,
koning winter zijn enigste doel,
was uw plezier en schaatsgevoel,
en niet om uw pret te verdringen.
Geduld; en de snertlepel zal weer klinken.
auteur:Adrie.13-1-09.©
Schaatspret
Wat baat het ons. Als ik hoor,
dat het even een beetje dooit.
Als Koningwinter dan wat later,
weer opnieuw ons hart bekoord.
Mijn hart is blij met elke winterdag,
langs lippen speelt dan weer de lach.
Ben altijd vrolijk en opgewekt geweest,
vier nog steeds met jullie ons winterfeest.
Het feest zal ooit pas ten einde zijn.
Als languit met de handen gevouwen,
mijn naam in een witte marmere steen ,
kunstig voor me wordt uitgehouwen,
dan nog mogen gezichten niet verflauwen.
Ik wil dat jullie me dan blijven zien,
als nog een speels dwarrelend blaadje,
verdroogd en vallend van een boom.
Groen was dan het kleed, geel de zoom.
Dus laat geen traan verloren gaan,
of mijmerend en treurend neergezeten,
ik heb van iedere dag genoten en gegeten.
auteur:Adrie.©.12.01.09.
Je jongensjaren
Kom ik knijp nog eens in mijn tube,
voor een passende kleur in hemelsblauw,
wordt bijna een meesterstukje,
met het zonnetje heel gul in klatergoud.
Ik zing daarbij in gedachten,
over mijn voorbije jongensjaren,
met ook veel blijheid in onze jeugd.
Een heerlijk lied uit vervlogen dagen en jaren,
van die dagen zonder zorgen,
dat is wat me bijblijft en nog heugt.
Ik schets op mijn doek, hoe we toen speelde,
toen we nog niets van de wereldse zorgen wisten,
en ons ook nog in de boomgaard mochten vergissen,
als we de buit, namens de pastoor maar eerlijk deelden!
Ook kon je van je buur een pak voor je broek krijgen,
of op school, voor uren in het kolenhok verblijven,
en toch waren het ook heerlijke gouden tijden,
waar ik de lezer toch even in wil laten kijken.
auteur:Adrie.dd.11-1-09©
Een heroïnehoertje
Ze liep zo leek het als op een avondwacht,
wilde zich aan iedere man die wilde zich verbijten!
Als ze maar een klant h…
Een heroïnehoertje
Ze liep zo leek het als op een avondwacht,
wilde zich aan iedere man die wilde zich verbijten!
Als ze maar een klant had voor vannacht!
Maar leek nu gekomen om haar zolen te verslijten .
Draagt uit kroegen; half dronken mannen.
Zingt voor hen, wanneer men borrels in haar giet!
Lacht met hen, heeft haar moraal verbannen.
Danst voor hen, als ze haar restje trots verliest.
Ze werd als een hond geschopt en geslagen,
streelde dan de vuisten die haar pijnlijk wisten te raken.
Liet zich tegen haar borsten stompen en trappen,
vaak gevolgt door een pooier zijn serie rake klappen!
Haar eens zo mooie gelaat, bezaaid met bonte vlekken!
Zichtloos staan haar eens zo mooie ogen, als uitgepeld.
Onbeweeglijk als een mimespeelster, haar gelaatstrekken.
Haar eens zo mooie neus, leek nu wel met spelden vastgezet.
auteur:Adrie.10.1.09©
Zaterdagochtend
Het is een ijselijk koude zaterdagochtend in Januari.
Probeer ondanks ieder zijn ontwaken; nog wat te slapen.
Hoor mijn b…
Zaterdagochtend
Het is een ijselijk koude zaterdagochtend in Januari.
Probeer ondanks ieder zijn ontwaken; nog wat te slapen.
Hoor mijn buur druk scharrelend in mijn rommelladen,
op zoek naar mijn aftandse verroeste Noorse schaatsen.
Maar kreeg bij het ontwaken, een gevoel van onbehagen.
De lucht is vroeg vol met onvolkomen drang,
een drang waarin ieder zijn metertjes wil gaan schaatsen.
Ineens dat koude vlees van die handen van die ander,
tegen mijn nog warme wangen.
Zegt weer wat hij niet denkt,
dat alles voor die verroeste oude schaatsen.
De trein die mij naar het ontwaken voert,
heeft door de koude een aanzienlijke vertraging.
Mijn warm bed belichaamd mijn nog te begaan koud parcours.
auteur:Adrie.10.1.09.©
Dauwnatte rozen
De heide en bossen lijken nu erg verlaten en stil,
de bomen en struiken zijn sprookjesachtig wit.
Maar tussen de kale takken vandaag het zonnelicht,
als waren het een door het zonnetje verzonden ansicht.
'O als het zonnetje niet meer stralend schijnt,
is het of de mensen wegkwijnen in het duister.
Zou dan voor hun even het zonnetje willen zijn,
maar het kan en mag voor jullie niet zo zijn,
mijn gedichten mogen alleen geven; wat luister.
Ik zou wel willen geven; een dauwnatte roos,
zo puur, dat ieders liefdesblad brand in mijn hand,
zodat ze mogen drogen; ieders rood betraand oog,
zodat u geen pijn of verdriet meer heeft!
auteur: Adrie d.d.9.1.09©
Vrieskou
Ik sta op een brug
Mijn schaduw op het ijs gezet
gekleed in kleding van azuur blauw,
is op het donkere ijs vaalgrauw.
buig me voorover bij de leuning van de brug
de noordoosten wind bevriest mijn rug
Stond rillend in de kou
omgeving van ijs en wei, erg rauw
Zie vogels vliegen
als op de termiek wiegend
naar de warme zon vliegend
Dof van de snijdende kou
brandende ogen
en mijn gezicht grauw
van het snijdend koude droge
Ik begon te rillen
gevoel te gaan gillen
Buiten de koude weilanden
lag daar de stad te branden.
auteur:Adrie.©
Het witte tapijt
Ben door de winter even voor het dichten stil gezet,
nu door Koning winter een wit tapijt is neer gelegd.
Het ijs spreidde zich al snel over het water heen,
trekkende lijnen van zwaaiende armen en benen,
eerst dobberende eenden; nu schaatsende benen.
Ik dicht en lees nu weer over het mooie van het leven,
nu de winter weer een mooie herinnering heeft geschreven.
Als ik het kwijt was, het wordt in mijn dromen weer van mij,
en in mijn hart weer strelend en zorgvuldig neer geschreven.
Weet niet waarom dit witte winterbeeld,
mijn hart zo verwarmt en liefelijk streelt,
misschien omdat er zoveel leek verloren,
en mijn leven gespeeld leek en beschoren.
auteur:Adrie.5.01.009.
De winternacht
Onder de vorst en ijzel van die winternacht,
kraken en klagen de takken al voerend hun strijd.
Het hoorde aan als verdriet en boosheid die nacht.
Maar hand in hand liepen vorst en ijzel hun pad.
Maar elk seizoen kent zo zijn mooie en mindere delen,
waar zou ik in het voorjaar weer zijn gebleven,
als mijn ogen weer door bossen en dalen mochten dwalen,
terugkerende vogels weer over hun vakantie hoor verhalen.
Zonnetje kom toch weer terug galmen de Kerkklokken,
ontwaak en vraag in mezelf best wel geschrokken,
als ik de bossen, dalen en weiden moet gaan ontberen,
niet meer zou weten hoe dauwnatte rozen ruiken,
laat dan snel het zonnetje van zijn vakantie terug keren.
auteur:Adrie.7.1.o9©
AWARD
Het Leven
Kom en luister als je het geheim van het leven niet weet.
Hoor naar de pijnlijke ontdekking die ik deed!
Mijn verhaal maakt u dromen dan snel helder,
en sla ik de bal dan niet mis;
dan leert mijn verhaal wat het leven is!
Het leven is vaak donker en zo kil als een kelder.
Een kelder die vol met verassingen en vallen ligt,
Bij een eerste blik, helder en klaar aan U gericht!
Door het lamplicht lijkt het eerst op wat geflonker;
maar achter dat licht, blijkt het leven een duister gat.
Geen mens ondekt dan nog zijn laatste val!
Zo diep is soms het leven, en de kelder zo donker!
Soms liggen de vallen al netjes op een rij;
maar zij die de vallen ooit schikte,
bouwde er eerst de scheve toren van Pisa mee!
Och God eerst schiep ge in mij een verlangen zo rein,
tot dat verlangen voor Eeuwig onbevredigd zou zijn!
auteur:adrie.5.01.09.©
Het Hof van Eden
Als ik in de zomer de duffe en warme stad ontwijk,
dan is het strand het eerst waar ik aan denk en kijk.
Ik baad me dan in die heerlijke Ochtendkoelte,
en dweep dan met een lief in manenschijn!
Dweep en flaneer dan over strand en Boulevard,
waar ik dan geen last van mezelf of een ander vind.
En op het weidse naakte strand, mezelf dan op luxe betrap.
Dan hoor ik in gedachten als uit de hemel komend,
vaak een lied, ook al heb je veel gevoeld, gedacht en geleden,
Toch waan je jezelf nu, in het nieuw geschapen; ,,Hof van Eden”!
Al had ik nog niets gehoord of geproefd van het heerlijke windgezucht,
dan nog voel ik me een mens, in een geheel nieuw geboren leven.
Een leven waarin lijkt, dat alles lukt,
en alle pijn en verdriet wordt weggeplukt,
in het nieuw geschapen Hof van Eden.
auteur:Adrie©.4.01.009
Poezen
Er is iets wat me steeds aan het gedrag van poezen herinnerd,
Iets wat ik steeds weer opnieuw wil zien en ervaren.
Trots als phinxen zitten ze vaak voor zich uit te staren.
Is het hun eigenzinnigheid, wat ik zo in hun begeer.
Of is het mijn fantasierijke gevoel over Pharao uit mijn jongensjaren,
toen na-schools; boeken al mijn beste vrienden waren.
Of zijn het hun negen levens, hun heel goed toebedacht,
maar verder toont hun gedrag, met mijn wil geen samenhang.
De duur van negen levens, duurt me toch wel veel te lang!
Ze zitten daar, zo lijkt het wel, met spijkers vastgepind,
steeds stil en waakzaam op de zelfde plek.
Of ze loeren daar, of ze muizen als maaltijd kunnen vinden.
auteur:Adrie©.3.2009
Voorbije dagen
De wereld weer minder terug getrokken en leeg,
weer minder een lucht van een zwervend, rovend dier.
De ochtend had weer een gezicht,
na te zijn ontrokken aan de duisternnis,
behorende bij het feest van het licht.
Het was gisteren al rustiger en bedaarder,
toen de duisternis al over de dag heen viel.
Het was of de stad zich weer op zijn grond waande.
Begonnen zijn weer de dagen,
de dagen van jachten en jagen .
Dode en niets zeggende ogen,
ogen die niets zeggend zochten.
Stemmen klinken nu weer hard en hol in de avond,
die nu voelt dat alles voor een Jaar is gedaan.
auteur:Adrie©.