Vrijdag 25 maart 2011
In zijn kast opgeborgen


In zijn kast opgeborgen
Zag gij dan nooit; mijn verbaasde starende ogen,
vanuit de schaduw onder mijn dikke venster bogen.
Het was een Gods geschenk; doet vergeving geloven;
toen je me daar in mijn eenzaamheid hebt gestoten.
Een zware walm doorkliefde toen de heldere lucht;
opeens die mooie blauwe lucht met bommen gevuld.
Nare zielen hebben toen van mijn verdriet gesmuld.
Zagen hoe ik me terug trok in donkere gehuchten.
Een tijdje al dichtend en fliere-fluitend gezworven,
toen voorgoed voor mijn verdriet een graf gedolven.
En nu is verleden; ook in mijn hart wat gestorven,
nu ook de pijn bij God in zijn kast is opgeborgen.
auteur:Adrie.25.3.2011.
Geschreven door Adrie van Gansen om 18:40
Reageer op dit bericht












