Kreismettopaarfoer (?!)
Ik kijk en luister niet alleen naar de Belgische actualiteiten maar ook regelmatig naar hun Nederlandse tegenhangers. Het verruimt niet alleen mijn horizon maar vergroot ook – helaas –sommige ergernissen. Een daarvan is de enorme slordigheid waarmee vooral Nederlandse jongeren en sporters met hun taal omgaan. Vaak slikken ze zoveel lettergrepen in dat ik alleen met grote moeite - en dan nog… - kan raden wat ze bedoelen.
Zo heb ik een lijstje aangelegd met een aantal woorden zoals ik ze hoorde uitspreken en bij wijze van grap heb ik ze wat bij elkaar geknutseld, in twee versies: eerst de fonetische en dan tussen haakjes de “vertaling” in normale taal. Daar gaat-ie. “Ipsiep fink foebele bwijspreke eigk e goed iesjtief” (“in principe vind ik voetballen bij wijze van spreken eigenlijk een goed initiatief”). Nog eentje?: “Drom reisk mettopaarfoer” (“daarom reis ik met ‘t openbaar vervoer”)
TOE(kom)MAATJE. “Bemensen”: ik weet niet of dit trendy maar lelijk klinkend woord al in de nieuwste Van Dale staat, maar ik zal het (voorlopig!, never say never…) beslist niet gebruiken. Het is immers een totaal overbodig en geforceerd alternatief voor het woord “bemannen”, dat allang niet meer exclusief verwijst naar mannen. “Zeg mannen!” hoor je zelfs bij vrouwen onder elkaar! Maar misschien dromen sommige feministen al van woorden als “bevrouwing”?





1 reactie op dit bericht
dat jeugdtaaltje
Erg lastig vind ik, maar ik heb al eens gehoord dat er zelfs een speciaal woordenboek voor bestaat. Groetjes Thea.