O mergulho levou-me no fundo do mar, onde encontrei aquele barco misterioso do qual luz brilhava.
Estaria habitado?
Através da escotilha vi uma fantasmagoria. Um cardume de néones que se encarregava da luz no camarote passou em frente meus olhos. Na cozinha caracóis limpavam copos, enquanto à mesa um cavalo-marinho arranjou uma jarra com anémonas. O chão arenoso foi arrumado por um caranguejo zeloso.
No meio dessa azáfama, uma sereia, sentada numa ostra, cantava sua canção estupefaciente.
°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°°° Het duiken leidde me naar de bodem van de zee, waar ik deze mysterieuze boot zag liggen, waaruit licht scheen.
Was het bewoond?
Door het vensterluikje zag ik een fantastische wereld . Een school neonsvisjes die voor belichting zorgde in de kajuit kwam voor mijn ogen voorbij gezwommen ,en in de keuken reinigden zeeslakken glazen, terwijl aan tafel een zeepaardje anemonen schikte in een vaas. De zanderige vloer werd netjes gehouden door een vlijtige krab. Te midden van al deze drukke bezigheden , zong , gezeten op een oesterbank, een zeemeermin haar bedwelmende lied.