Als bij betovering

Mijn hand in de hare gelegd,
een gesmede band
onze ogen en harten spraken
met woorden niets gezegd.
Gezwegen woorden,
toch heel innig herkend.
Voelt als gefladder van een vlinder
die nu mijn warme buik verkent.
U weet het, gij allen,
niets blijft meer het oude,
als je tussen maan en sterren,
het engeltje Cupido mocht aanschouwen.
Smachtend heb ik steeds gekeken,
naar die warme prikkel in mijn hart,
de liefde waarop ik steeds heb gewacht.
En hongerig en koud naar heb gesmacht.
Maar de sterren keken en luisterde,
God ging voorbij,
hoorde zijn geluid,
wat leek op liefdesengeltjes gefluister.
auteur:Adrie.4.12.08






























