Woensdag 29 september 2010
Leeg aan de galgen
De ziekte in mij is als een nare gekke dokter,
onder zijn knechting zie ik veel verdwijnen;
de spiegel probeert m'n blik steeds te mijden,
mijn dokter vermomd als joker of zandloper.
De Ziekte neemt nu vermoeider iets ter hand,
ook komt het verleden nu meer tussenbeiden;
wil met de dokter meer een eigen leven leiden,
en lichten dan vaak samen alles uit het verband.
Soms vermomd als dokter, beul of zandloper,
speelt dan het liefst Black-Jack of Poker.
Doofpotten, zalfpotten met zachte zalven,
mijn leven strijkt hij dan leeg aan de galgen.
auteur:Adrie.29.9.2010.©
Dinsdag 28 september 2010
Mijn herinnering
Hier zit een leven beminnend mens,
die wars is van alle zeurende dingen,
over van alles wat mooi is wil zingen,
mijn pen, papier en gitaar de grens.
Je leven kent wel het oude zeer,
wat je hart soms wel bloeden doet.
Maar lief, mijn lief; wat is er meer,
als blijheid wat je vergoeden doet.
Zie dode beminden voor ogen staan,
of ze nooit van me zijn weggeweest,
zie hun dan weer warm in mijn geest,
of ze nooit van me weg zijn gegaan.
Dan of plots, een mooie vogel diep,
in me weer ontwaakt, die lang sliep,
dan aan het fluiten en zingen ging,
mooie liedjes uit mijn herinnmering.
auteur:Adrie.28.10.2010.©
Maandag 27 september 2010
Strak-Gelaat.
Liet me zacht zwijgend de onheilstijding dalen,
gesproken vanuit een strak gelaat en mond.
Niet tot warme lach of teder woord bewogen,
het Kabinet had gemeten de harde ondergrond.
Het waren woorden, die dicht of lied wijken deed,
gesproken als door een vogel even los uit de kooi,
woorden, woorden voor velen hel-diep; wie weet?
Zieken en bejaarden konden hun oren niet geloven,
zoveel leven dat woorden meenamen in hun vlucht.
Zoveel geluk mocht men hun niet eerder ontroven.
Gij sprak deze woorden met uw ingesproken mond,
sprak daardoor zonder deemoed of aarzelen uit,
door velen toch hun diepste wanhoop aangehoord,
maar getoetst aan; deugd, fatsoen en goed besluit??
auteur:Adrie.27.9.2010.©
Zaterdag 25 september 2010
Vrouwen-harten
Probeer heel mijn leven al op gezette tijden,
de beelden van emoties die ik heb vergaard,
stil in een hoekje van mijn hart te schrijven;
een album; met rag en zwammen verzwaard.
Maar je lichaam wordt een bouwvallig pand,
waarin je dan, je geschiedenis ziet verglijden.
Probeert in de spiegel het beeld te vermijden,
maar je woning wendt af van wand tot wand.
Als ik mijn album maar weer eens ga lezen,
voel ik mij verplicht, U, over het vele goede,
door de tijd. In milde zin over mij geschreven,
over al de lof, ook met wat blaam doorweven.
Maar ook over het weinige zoet wat vloeide
Ach, het voornaamste zou ik bijna verzwijgen,
het liefste wat ik altijd nog eens wilde doen,
lieve vrouwen-harten aan een koortje rijgen.
auteur:Adrie.25.9.2010.©
Vrijdag 24 september 2010
Winter-woorden
Geef even mijn gedachte dat hij rusten mag,
dat zelfs mijn dichters-lust mij niet plaagt,
maar het najaarsweer maakt alles zo zwart,
zo woest als wind en regen langs mij vlaagt.
Maar alles wat ik deze Zomer mocht ervaren,
aan wat ik zag, mocht schrijven, en onderging;
aan moois, feeëriek, een wonderlijk verbazen;
houdt de geest nog onrustig van verwondering.
Steek gezellig; de kaarsen aan op het dressoir,
verdriet en tranen verlangd het zonnetje niet,
ook veel moois ligt in de Winter het verschiet.
Ook winter-woorden schikken, zal me bevrijden,
wennen aan de Winter-grammaticale waarden.
auteur:Adrie.24-9-2010.©.
Maandag 20 september 2010
Een winters deel.
Ga nu steeds weer vroeger op dichters-pad,
voel en zie hoe het na-jaar nadert.
De bloem die nu nog teder tegen me lacht,
s morgen geel of reeds ontbladert.
De zon die eerst vroeg aan de hemel stond,
zag ik nu al snel zijn arbeid staken.
De zoete geur van rozen in zomerse dagen,
toen ik nog rozen-snoeren van hun bond.
Het najaar maakt me minder olijk en blij,
alles zo somber, verschraalt en ontkleurd,
maar het gebeurt velen dan alleen met mij,
de natuur lijkt dan even op zijn bedriegerij,
als ik rozen vindt; door de wind verscheurd.
Maar ook al bood de Zomer me nog zoveel,
waarover ik vellen papier heb volgeschreven,
een regel, en het laat me dan niet vergeten,
dat ik opnieuw neem van de Natuur een deel.
auteur:Adrie.20.09.2010.
Donderdag 16 september 2010
Het naderend Na-jaar.
Nu de herfstdagen en bladeren gaan vallen.
komen ook weer de dagen van gezelligheid.
Voor ouders met kinderen een heerlijke tijd,
zie je weer kerstbomen en zijn mooie stallen.
Zag al vele wolken zich met elkaar verwarren,
voel de koude wind; jagen over hoofd en blik.
Zie ook de aarde duiken in felle windflarden,
ze buigen en vallen onder het na-jaars bewind.
Ook al huilt het zonnetje nog in mijn hart,
hoor in gedachte al Koning winter zijn buien,
sluit het zonnetje in mijn hart even buiten,
ook al huilt mijn hart en ziel nu van smart.
Ook droefheid om het Aardse Natuur-gezicht,
dat de natuur eerst, weer moet verdorren,
bomen, bloemen en planten zonder morren.
Maar het mensenhart bloeit onder zonne-licht.
auteur:adrie.16.9.2010.©
Woensdag 15 september 2010
Ouder worden.
Bij het ouder wordt, lijkt je lichaam soms,
op een gierig en genant gedragen jas.
Van vroeg weg doen was geen spraken;
echter niemand die het nu nog maken kan.
Maar je kent van je jas elke straat,
elke hoek en ieder wat versleten gat,
het begin van elke scheur, vouw of gat,
is gebeurd, en heet nu je geschiedenis.
God die je lichaam tot een wonder schiep,
vindt nu in het ouder geworden mensenkind,
vaak een mens die door het ouder worden,
en verlies aan kennis; geen woorden meer vindt.
Zie de dood soms al grijnzen door het lover,
brengt ook steeds meer zijn grijzende groet,
ook God kijkt me dan al een welkom te groeten,
en ziet dan peinzend die grauwe wolken massa over.
auteur:Adrie.15.9.2010.©
Maandag 13 september 2010
Aronskelken.
Zie dat buiten de bloemen verwelken,
zoekende handen, vogels die wroeten.
Aanschouw de verwelkte Aronskelken.
Krijg van de rozen hun laatste groeten.
Had veel zaden en enten moeten plukken,
de Alpen-viooltjes al moeten gaan poten,
willen ze me in de winter weer verrukken.
Kijk in de blik van mijn lief haar ogen.
Haar hand neigt voorzichtig naar voren,
laat zien een verwelkt roosje met doren,
met zwierige vingergreep voor mij gevat,
verwelkt, als zijnde mijn dichters schat.
auteur:Adrie.11.9.2010.©
Zaterdag 11 september 2010
September-zon
Koester me deze ochtend in de gouden stralen,
van een lijkt wel; een vol-gouden September-zon.
Zou hier weer een prijs voor willen maken,
die schieten we met Cupido's boog naar de zon.
Zie Jongeren al verliefd paaien en dansen,
uitdagend stoeien en buitelen over het gras,
zie hun denken ; wie heeft de meeste kansen.
Deze beelden schieten dan mijn gedachte door;
worden dan uit mijn verlies verdrietig herboren,
en ook al ziet en hoort het mijn spiegel nooit,
dan komt er een door God verboden woord.
Tot het beeld mij invalt van daags tevoren,
wat ik ook al in andere spiegels heb gezien.
Of een schilders-doek waarin ik me spiegel;
zie dan mijn hart is zeker nog niet bevroren.
auteur:Adrie.11.9.2010.©
Vrijdag 10 september 2010
Geest en gevoel
Zag vannacht het teken van de kleine beer,
kreeg weer even dat enge krappe benauwde,
steeds komt alles weer bij het zelfde oude,
na de herfst komt daar koning winter weer.
En kijkt mijn engel weer meewarig neer.
Kent u ook dat verdeelde onzekere gevoel;
of je in je Geest en gevoel, gevangen bent,
net of je gedichten schrijft met grove pen,
uit dat gekrabbel geen dicht meer groeit?
'O, mijn dichtersleven; waar zult gij einde,
zult gij worden een lichaam of woorden lijk.
Blijf je net als de Politiek, er omheen draaien,
omdat uit de woorden geen zin valt te maken.
Als je met deze politiek leert; niet te hopen,
neemt de hoop op dicht en politiek de wijk,
en liggen gedicht en Politiek nog lang open,
denk je; het Leven nodigt niet uit tot blij zijn.
auteur:Adrie.10.2010.©
Woensdag 8 september 2010
Vochtige en Kille adem
Een grauwe mistige vochtige nevel dreef,
net als een koude en vochtige kille adem,
over Nieuw- Delfland weiden en waters .
De zon leek nu geheel te zijn verdwenen.
Wat sprak; is na-jaars koele vriendschap;
uit de grauwe koele blikken en natte mond,
het voelde of zijn hart, mij niet verstond,
op de zon zijn zoete gezicht, steeds een lach.
Mijn dromen in de vroege ochtend waren,
opeens weg, met de zon mee verdwenen.
Maar voel nu in mijn onlust weer lagen,
ver van het mistroostige weer op aarde,
kracht wat me door het na-jaar zal dragen.
auteur:Adrie.8.9.2010.©