Zondag 14 augustus 2011
Het Raadhuis
Het Raadhuis.
Zat hem weer te lezen, brief vol lege sociale wetjes.
zoals ze ook praat, heel puntig maar leeg en netjes.
Zoals het hoort; achter haar; Beatrix haar portretje.
Zij bracht mijn geest toen opstandig aan het dwalen,
met haar houding van poederige toupetjes en idealen.
Het laten zien; van machtige stralen liet me dralen.
Mijn woorden hoorde ze aan; als louter formaliteit,
ze was door haar Vader opgeleidt maar in koffiebalen;
van veelal in den Oost; verschraalde balen en idealen.
Deelde mijn leed niet, met de gemaakte laatste ronde,
geen verlies of overwinning die ik toen heb begeert.
Later valt de regen wat vertroostend zacht op mij neer,
en bluste het vuur van mij niet meer te genezen wonde.
Zo schudde ik heel ontrouw; u onrecht uitdelende hand,
vroeg in mijn geest zielen; voor u meer Sociaal-verstand!
Omdat ik u; op uw laatste dag zeker niet benijden zal!
auteur:Adrie.14.8.2011.
Zaterdag 13 augustus 2011
Een zachte stroom. De huizen steken somber af tegen de grijze lucht, straten klagend, en verwijzend naar somberheid. Hier tegen wordt door w…
Een zachte stroom.
De huizen steken somber af tegen de grijze lucht,
straten klagend, en verwijzend naar somberheid.
Hier tegen wordt door weermannetjes betoogd;
dat door het zonnetje heel hard wordt gepoogd;
te stellen dat door wachten; de tijd verstrijkt.
't leven is kort; zorg dat je iedere dag weer plukt.
Deze grijze kleur zorgt even voor wat verschrikking,
maar is slechts een valstrik naar die ene enge dag,
dat gij in dat rijtuig zal stappen; de dood bevracht.
en dat ge zo dom zult zijn; schept mijn verbazing.
Het leven wordt immers zonder U; stil en vreemd;
als een zachte stroom, van een na-wuivend donker.
-goddank, goddank; jullie ogen gaan weer open,
snel, snel; besef dat ge nog op deze wereld leeft.
auteur:Adre van Gansen.13.8.2011.
Het duister.
O' zonnetje fijn, wilde dat je bij ons kon zijn.
Zou willen dat het water mijn tenen kriebelde;
voel alleen muggen en libellen aan me friemelen.
Zonder jou gaan mijn haren kou te bergen rijzen.
Ijselijk kou voelen nu in de beek mijn beentjes,
zelfs de muggen en libellen houden zich nu stom ,
Mopperend vraag ik; of het zonnetje nu nog komt.
Ach zonnetje: als ik kon, stapte ik op U teentjes.
Maar als ik door ga met jou nu zo te verfoeien,
met al die lelijke dingen al in mezelf bedacht,
dan besef ik; als ik met u liefde zo ga knoeien,
dan geschiedt waar ik al eerder bang voor was,
want plots staat daar een Arts met witte jas,
die dan snel het duister voor me gaat vullen.
auteur Ad van Gansen.:12.8.2011.
Donderdag 11 augustus 2011
Sterren en Maan. Toen de sterren en maan mij vannacht vonden , verdrietig; tobbend in al zijn onzekerheid, wisten zij; met God in hun ziels …
Sterren en Maan.
Toen de sterren en maan mij vannacht vonden ,
verdrietig; tobbend in al zijn onzekerheid,
wisten zij; met God in hun ziels verbonden,
dat mijn redding is; dat ik wordt ingewijd.
Zingen, dichten, verzorgen, en dat lijden;
M.S. genezen kan niet op traditionele wijzen,
mensen troosten,verzorgen; tot ze herstellen,
maar dat kun je bij M.S. ook al niet stellen.
Maar ik begin met Don Juan voorop te stellen;
dat Wetenschap; waar men blozend mee prijkt;
M.S. niets te bieden heeft, als je het nu zo bekijkt.
Och, mocht eens iemand dat onwetende dromen,
zal men snel met meer dan de zandloprer komen.
auteur: Adrie..11.8.2011.
Woensdag 10 augustus 2011
Tjilpen onder het gewas.
Hoor de krekels schel tjilpen in het groene gewas,
als de maan zijn stralen over mijn tent heen spreidt.
Even w…
Tjilpen onder het gewas.
Hoor de krekels schel tjilpen in het groene gewas,
als de maan zijn stralen over mijn tent heen spreidt.
Even weg van al dat geroezemoes; en wat ooit was.
Wil alle nieuwe pijn; weer stoppen in vergetelheid.
Maar als de zon weer zachtjes licht aan de kimmen,
en is hij nog heel ver weg van mijn mensen oog,
hoor ik roddels klinken, even snel als het klimmen.
Al het moois ; door de jaren heen aan mij verrezen,
wordt heel draconisch; voor mij door vuil gehaald.
In Delft daar moet je nu voor de oorsprong wezen,
daar ligt; waar mijn toekomst nu wordt bepaaldt.
Hier was het, waar nieuws naast oud werd gelegdt.
Waarheden; voor de geslachten werden bewaardt,
Tot "waarheden" in kluizen ooit worden beslecht.
auteur:Adrie.10.8.2011.
s'Avonds steeds luider roep.
Wat maakte mij vanmorgen nu zo opgetogen, mijn lief roosje, vergezeld van nog een roosje, dat streelde in mijn…
s'Avonds steeds luider roep.
Wat maakte mij vanmorgen nu zo opgetogen,
mijn lief roosje, vergezeld van nog een roosje,
dat streelde in mijn hart; het kunstvermogen.
Bedank nu hun aanwezigheid; kom roosjes kom,
ook al vinden andere mijn tedere woorden stom.
Vanmorgen bedroefd en in mezef gekeerd,
kom hier alleen;kwaad en tegenslag tegen.
zag de roosjes groet; als nieuw jong leven.
Is dit geen kunst, mij als cadeau gegeven.
Maar of ik nu s'avonds steeds luider roep;
de voorspoed en geluk is hier weg gebleven.
Ook de sterren zijn er niet van uit gegaan,
en het huis ts nog steeds overeind gebleven.
auteur:Adrie.5.8.2011.
Donderdag 4 augustus 2011
Dromend van Engelenhaar.
De Delfse waters nog altijd heel rustgevend,
buiten zijn Lanen nu alles heel fris en groen.
Het lijkt lang geleden; maar is nog als toen.
Zonder mij is alles nog bij zichzelf gebleven.
De Vliet is kalm heeft geen toevloed meer;
van waters die vandaag traag zullen stromen.
Zie de koeien in de wei, al liggen te dromen.
Ook de molens wachten op het ruiger weer.
Lui rustend in de zon;de waters en Delfse Land.
Zacht wuivend riet; die mijn geest even streeldt.
Voelde even; zacht als hemel of engelenhaar.
Nee dichter; die witte paarden waren al daar.
auteur:Adrie4.8.2011
Doodstil ruisen.
Iedere ochtend kijken in de spiegel me twee ogen vragend aan.
In het kleinste kamertje, zie ik de ogen nog steeds vragen…
Doodstil ruisen.
Iedere ochtend kijken in de spiegel me twee ogen vragend aan.
In het kleinste kamertje, zie ik de ogen nog steeds vragend staan.
Later probeert mijn nieuwe buur, het laatste Nieuws te vertellen.
Dan is het weer tijd, om het ook weer aan jullie door te vertellen.
Dan beklim ik weer mijn van de Gemeente geleende stale ros.
Zie mijn schaduw kijken naar mijn vroeger huis, tuin en bos.
Ga dan weer zoeken naar de zin die me steeds weer laat leven,
waardoor ik het oude zeer steeds weer moet beleven.
Laat vallen mijn jas in een smerige modderige waterplas,
zie liggen mijn pas, waar van zelfs de beeltenis nog verwatert.
Weet niet; wanneer de mens in me, mij is ontnomen.
Maar wordt nog steeds in doodstil ruisen opgenomen.
auteur:Adrie.3.8.2011.
Carillon. Bezie in de gids de kronkels van heuvels en dalen; de vele verlokkelijke beelden van beek en woud. voel de streling der zonnetje z…
Carillon.
Bezie in de gids de kronkels van heuvels en dalen;
de vele verlokkelijke beelden van beek en woud.
voel de streling der zonnetje zijn gouden stralen;
hij betast; het door insecten gulzig bezocht hout.
Bezie dorpjes aan heuvel en bergtoppen hangend;
door mijn ogen en gevoel al heel gretig omkramst.
Zie in de ogen; toeristen rijkdom gretig staan vangen,
als de klokjes en carilon de toeristen gaan ontvangen.
Geen vorm, inhoud en kunst zo mooi als de natuur.
Had u nog enige twijfel; bezoek met mij de wetten;
van moeder aarde, de natuur; en ontvang zijn vuur,
en zult niets vinden, om al het moois uit een te zetten.
auteur:Adrie.2.8.2011.
Sociale strijd.
Nee, de sociale aanklacht waar ik u mee vermoeide,
door mij in verdrietige zin laatst aan u geschreven,
met veel wrok, e…
Sociale strijd.
Nee, de sociale aanklacht waar ik u mee vermoeide,
door mij in verdrietige zin laatst aan u geschreven,
met veel wrok, en met veel sociale strijd doorweven,
omdat ik Staatskas de verkeerde kant uit zag vloeien.
Ik moet op antwoord wachten, tot ik weet hoe het moet,
even weer vergeten; het jagen van mensen naar overvloed.
Ik wil ze nog even laten liggen; de rijen der grijze zerken;
die daar al wachtend liggen onder de vele witte berken.
Zie in het vroege zonlicht, al weer lokkend het groene bos.
langzaam me voorij gaan; een boer en zijn zwoegende os.
Zie verlokkend het zandpad door zon en bladeren bevlekt.
De mooie zonnestralen; die alles voor me extra aantrekt.
auteur:Adrie.1.8.2011.
Het Sociaal monument.
' O mensen, zie U Geest en fatsoen nu toch zo zakken,
alleen mensen die nu tegen u fatsoen aanschreeuwen.
Zij kunn…
Het Sociaal monument.
' O mensen, zie U Geest en fatsoen nu toch zo zakken,
alleen mensen die nu tegen u fatsoen aanschreeuwen.
Zij kunnen nu kennelijk alleen, laf en dom berekenen;
wat nu voor hun fatsoen; minimale voorzieningen zijn.
'O mensen nu zo klein, wil en kan niet meer met u zijn.
U voelt tussen u vingers, uw geld steeds meer kriebelen,
maar het laffe en lage deel waar jullie af gaan rekenen,
het deel waar je nu gaat raken; was onze sociale strijd.
De storm loeid nu al door het holler wordende bouwval,
hij beukt, breekt nu tegen sociale-wetten reuzensterk.
Zie zwarte wolken; zweven langs de resten van het verval;
nu verstard, tot monument; een heilsoldaat met zwarte pet.
auteur:Adrie.29.7.2011.
Soms als een vleugelwiek. Soms is het moeilijk tot een einde van ruzie te komen, ook niet nadat er vele woorden pijnlijk blijven stromen. So…
Soms als een vleugelwiek.
Soms is het moeilijk tot een einde van ruzie te komen, ook niet nadat er vele woorden pijnlijk blijven stromen. Soms een punt of komma als einde achter iets te plaatsen; zonder dat het wordt steeds met woorden bijven kaatsen.
Vaak verstard; even vanuit een onbegrepen moment,
die zich dan versteend in hun geheugen hebben vast gezet.
De reden is dan; bij zijn geboorte al onvindbaar overleden,
en vaak als een mythe door roddelende tante's voortgezet.
Soms een moment of woorden die zo hebben gegriefd.
Ik spreek dan, van in de ochtend pijnlijke vleugelwiek. En toch weet men dat deze pijn vele jaren kan duren,
te horen en voelen als schepen die die langs kade schuren.
auteur:Adrie.28.7.2011.
Spiegels zich gaan stellen. Probeerde nooit meer aan "ons" huis te denken, maakte het samen met "onze" tuin tot verleden. Wilde steeds dat i…
Spiegels zich gaan stellen.
Probeerde nooit meer aan "ons" huis te denken,
maakte het samen met "onze" tuin tot verleden.
Wilde steeds dat ik snel kon zeggen het is verleden,
dat ik ook snel kon zeggen; alle leed dat is geleden.
Toch blijft mijn hart steeds zeggen; ik houdt van haar,
ook na; dat velen naar ons hart en dingen gingen haken.
Zien en ruiken van een tuin zet mijn hart op springen.
Ook al draait God dan zijn mooie lampen plagend laag,
voel ik toch steeds weer; de oude liefde bij me wringen.
Ik weet het; je hebt mij vast niets meer te vertellen.
Onze jaren zijn voorbij; nu ook spiegels zich gaan stellen,
al ga je steeds tegen waarheid vertellende spiegels te keer.
Als je dood bent; wordt alles weer vertrouwd en van jou.
auteur:Adrie.20.7.2011.
Een Arts Haar nors gezicht en strak gevormde mond, nooit tot lach of warme woorden bewogen. Grote machtige en bijna kwetsende ogen; steeds p…
Een Arts
Haar nors gezicht en strak gevormde mond,
nooit tot lach of warme woorden bewogen.
Grote machtige en bijna kwetsende ogen;
steeds peilend hun hart en ziel hun grond.
Waakte er voor; dat ze hun hart verstond.
Steeds spiedend naar verdriet uit het hoge.
Lachend werd hun alleen trots toegeworpen.
Haat omdat je alleen haar spot bij ze vond.
Vriendelijk woord bijna honend toegeworpen.
Voor zichzelf hield ze haar gevoel omsloten;
keek steeds of zelf hun licht uit wilde doen.
Voelde en zagen in haar hart toch wat gevoel.
Tussen hun een kloof waar ieder steeds voor stond;
een kloof; niet te overbruggen; dieper dan de hel.
Te horen haar machtige stem als uit een intercom;
een macht staande als op een betonnen fundament.
auteur:Adrie.18.7.2011.
Mijn nieuwe woning.
De eisen waar mijn nieuwe woning aan moest voldoen;
was het smeden van een ruwe bolster tot een blanke pit.
Maar had op een dag; ook mijn mooie parel bijna goed;
maar besefte dat ik mistte; het leven waar muziek in zit.
Wilde me weer begeven tussen de mensen en hun gedrang.
Mijn nieuwe leven werd nu te rustig te puur en onbewogen.
Ook bezie ik weer in mijn eentje de zons onder en opgang,
Vormen zich weer eenzame tranenslootjes onder mijn ogen.
Beleef nu weer alleen het mooie avondrood en ochtenstond,
waarbij soms mijn handen eenzaam tussen de sterren waren.
Ervaar nu vaak, relaties als omgaan met een kreupele hond.
Heb ik dan mijn bootje teveel op rustiger water laten varen?
Maar mijn eenzaamheid; dieper dan zichtbare eenzaamheid;
het is die eenzaamheid die mijn hart vaak doet verkrampen,
is een erfenis uit de mij nooit geaccepteerde scheidingstijd.
Wil ook niet; somber tegen de mooie Wereld aan blijven kijken!
auteur:Adrie.17.7.2011.
Weerklank. De wind en woeste regen is weer snel gaan liggen. Bloemen weer open gegaan als een bruidsboeket. Als ik nu iets tot de bloemen en…
Weerklank.
De wind en woeste regen is weer snel gaan liggen.
Bloemen weer open gegaan als een bruidsboeket.
Als ik nu iets tot de bloemen en het zonnetje zeg,
zegt het zonnetje; voel stromen;geluk bij je binnen.
Met mijn gedichten kan ik overal onbekommerd wonen,
maar zonder dicht vindt mijn hart nergens onderdak.
Met mijn dicht en gevoel, is nooit een dak een zwak,
maar alleen met woorden en dicht kan ik overal wonen,
zo lang ik weet, dat woorden komen tot een weerklank.
Denk niet aan de tijd die ooit tot me zal komen,
dat voor mijn woorden dan de kracht ontbreekt.
Alles is dan tevergeefs, als ik om woorden smeek ,woorden waar ik mijn woning mee kon bouwen.
Eens de tijd, dat mijn graf als woning openbreekt.
auteur:Adrie.7.7.2010.
Kleur en glans gegeven. Er gebeuren zo van die dingen in je Leven, geven gijn; en sommige dan weer sjagrijn. Zit ik te gieren van het lachen…
Kleur en glans gegeven.
Er gebeuren zo van die dingen in je Leven,
geven gijn; en sommige dan weer sjagrijn.
Zit ik te gieren van het lachen in de regen,
drijfnat te denken; ook regen moet er zijn.
Ja ik heb uit de mond van moeder gehoord,
als bij een huwelijk; ook bij zon regen hoord.
Zat daar nu na-lekkend in mijn stoel gezeten,
te denken; Ma ik heb je lesje goed begrepen.
Ja het is zoals ons aller Toon ons steeds zei;
dat ik de bloemen zie; zo blij en bont,
komt door de kleuren van de achtergrond.
Daar staan verdriet en armoe,
al de sores van mijn leven,
zij hebben aan de bloemen kleur en glans gegeven.
auteur Adrie.16.6.2011.
Mistery Mijn leven lijkt doortrokken met de loerende dood. En toch houdt ik nog niet van zeuren en klagen. Vraag mijn ziekte soms wel om wat…
Mistery
Mijn leven lijkt doortrokken met de loerende dood.
En toch houdt ik nog niet van zeuren en klagen.
Vraag mijn ziekte soms wel om wat mildere dagen.
Bij pijn en verdriet houdt ik me misschien te groot.
Als ik later afvraag wat me daar door overschoot?
Ook ik heb ze van die vervelende nachten en dagen,
dat mijn gevoel verdrietig vraagt; om een wisse dood,
toch wil ik niets weten van dat jammeren en klagen.
Ja, er is teveel in me; wat in me is blijven knagen,
dat verloren liefhebben wat maar is blijven vragen,
maar alles bleef voor me; heel misteryeus en doof!
En daar blijft alles mee doortrokken; tot mijn dood.
auteur:Adrie.4-7-2011.
Stappen naar een nieuw begin Wat ik hier in deze mooie Delfse Jaren, bij alles wat ik zag, deed en onderging, ook aan pijn en verdriet moest…
Stappen naar een nieuw begin
Wat ik hier in deze mooie Delfse Jaren,
bij alles wat ik zag, deed en onderging,
ook aan pijn en verdriet moest ervaren,
bleef mijn hart open vol bewondering.
Ook hier zie je de mensen ruzie maken,
iets wat je overal meer ziet gebeuren,
de dreiging elkaars schedel te kraken,
elkaar kleren van het lijf te scheuren.
Ook hier tussen mensen niet te scheiden;
het Huwelijkse vechten en weer extase.
Toch begon hier mijn verlangen te dagen;
bedacht ik deze heimweeh heeft geen zin.
Wil stappen zetten; voor een nieuw begin.
auteur:Adrie.18.5.2011.
Eigen huis en haard. Hoopte vaak dat er niets van mijn oord zou zijn bijgebleven. Niets dat mijn gevoelssnaren nu zo pijnlijk trillen zou. H…
Eigen huis en haard.
Hoopte vaak dat er niets van mijn oord zou zijn bijgebleven.
Niets dat mijn gevoelssnaren nu zo pijnlijk trillen zou.
Hield mijn handen zo radeloos naar boven op geheven,
zocht dan in mijn hart; mooie woorden; nu voor mij van goud.
Vond er dan niets wat mij troosten doet, en pijn vergoed.
Kon er niet verdragen dat stil, eenzaam en stoffig leven.
Zeker nu mijn lichaam steeds roept dat het einden moet,
Hoop dan zachtjes dromend; dat ik weer naar de Roots ga;
en dat niet alleen mijn fantasie dat moois nu in mij verbeeld,
en moet wachten tot zon, maan en sterren mijn noodlot slaat.
Dat weer mag vonken; de gloed van mijn eigen huis en haard.
auteur:Adrie.12.5.2011.