Het zo waterig en vrij schijnend zonnetje.


Het nog zo waterig schijnend zonnetje.
Er ontwaakt in mij s'morgens steeds een naar dichten verlangende zucht.;
een zucht die s'morgens vraagt om door de zon verwarmde Lente-lucht!
Ook ontwaakt er nu nog steeds s'morgens die niet te blussen dichterslust
Zeker als ik in de ochtend, door het zonnetje nog lief wakker wordt gekust!
Nu klonk het luide geluid of mijn dichters leven er nu echt toch vanaf hing;
of de dood nu zeker; voor mij in een niet te ontkomen fataal verlengde ligt.
Bij het buiten zien werd de eerder geziene mooie witte bloesem nu grijs:
mijn vannacht gekregen mooie dromen, zinken nu zo diep en weer zo vrij.
Het zonnetje scheen nu waterig en nog zo raadselachtig grijs en ook zo vrij.
Nog niet echt ontwaakt, kijkt ze heel verbaast zo lui, grijs en en nog zo vrij!
auteur:Adrie.8.5.2015.@






























