Vochtige aardeDe wind blies zijn adem zachtjes over, als aai voor het zonnetje zijn getover, de begroeide aarde met zijn fisse lover. De duisteris valt al over de bomen, tot schimmen vervagende wanden, schemerd de Maan in vele standen. De lucht is wijd en grijs daar boven, De aarde zwoel aan het verdoven, van de regen die nevel laat stijgen,. Uit de akkers, die wijken in zwijgen, van de donkere dampende gronden. auteur:Adrie.8.6.09.©
Beschonken kindOp mijn oude bankie, zat zwaar beschonken, een ziek voor zich uitlallend dronken kind. Al peizend, zag ik haar verloren in levensleed, stinkend naar alcohol en vuil in bladbruin kleed. Op het lange sluike haar, een band van klatergoud, of wat er ooit voor door heeft moeten gaan, de bladeren ruischen dicht, waar ik door ben gegaan. Voel me door dit beeld wat verdrietig en aangeslagen. Als u dit leed niet ziet, hernieuw het licht dan in je ogen, na met haar te hebben gesproken, hebben we een taxi naar haar huis genomen, ik zou anders haar verdriet hebben meegenomen. auteur:Adrie.7.6.09.©
Was de nachtIk ben de zon in de Lente, de nacht dat ik je kuste, dat ik je liefdevol heb aanschouwd, aan Maan en sterren toevertrouwd. De sterren en maan versierde de hemel, heb dat gade geslaan en toevertrouwd. Maar er is een ster gevallen, en dat aan de maan verteld. auteur:Adrie.6.6.09.©
Rood met witten stippen Toen in de herfst de natuur weer heel bladstil was, ik graaf dan nu diep in mijn geheugen en verleden, is ze geboren, die rode met wit bevlekte paddenstoel, ze stond daar toen wat verlegen, tussen de gele kleden. Werd somber bekeken door donkere wolken om haar heen. Ze werd wat verlegen van al die donkere somberheid, haar mooie witte stippen, het rood daar omheen gespreid, zag op mijn hand, wat traantjes verdrietig verspreid, net als een klein verdrietig meisje, wat ook wat lijdt. Berg weer op in mijn herinnering haar mooi kleuren, je bloedrood met witte stippen, kom je ook weer terug, om met je mooie kleuren, ons dan weer wat op te beuren? Adrie.5.6.09.©
Mijn hoopDe duisternis leek toe te slaan was me er gedeeltelijk van bewust maar maakt me toch heel ongerust voelde me als eenm zinkend schip stukgevaren op een woeste klip. “O zou je het schip willen dichten met garen gemaakt van mijn lach wat daarmee weer nieuw leven spint maar de pijn verlamd soms mijn hart zoek naar een weg een nieuw begin. Reik naar bovenaardse hoogten in mijn wanhoop naar nieuw leven tijd wordt een erg kostbaar geschenk waar hoop zich steeds wisseld met vrees en leven heel spaarzaam wordt gegeven. Uit mijn bundel. auteur:Adrie.4.6.09.©
De bruine beer.Soms rijst er in Broeder Jacob zijn gevoel, van een heel wonderlijk brandende grot. Zij is dan de schrik van zijn ondeugd en ziet het dan als de straffe Gods. Eens dwaalde er daar een jonge maagd, en dacht als jongeling aan geen gevaar, tot ze zijn gestalte zag; zwaar en grof, en als een Beer zag naderen tot haar. Zijn brede baard en bruine rok, verwarde toen haar mensenschijn, zij meende een bruine beer te zien; maar het was Broeder Jacob de Capucijn. In haar schrik nam ze toen de vlucht, maar zij wordt door Jacob nagesneld, die voelt aan zijn Capucijnerhart, dat hij voelt; verkeerd en bekneld. Ach Vrouwe van mooie eenvoudigheid, verlaat toch u onnodige dwaze schrik; ik ben gewoon broeder Jacob de Capucijn; verban toch de voor mij onnodige schrik. auteur:Adrie.3.6.09.©
HartsgeheimenBuiten waait het al wat zomerkoelte, zit vandaag wat verdrietig in de put, tot mijn buurjongetje wat lachend valt, op zijn ondeugende en olijke smoeltje, voorkomt dat ik verdrietig raak ingedut. Ja de tijd vliegt snel, vooral wanneer, liefdesverdriet mijn leven verzuren doet, ja het vieren van de Gouden bruiloft, hadden we toch al nooit meer vermoed. Slechts eenmaal heb ik haar nog eens gezien, als gezeten in een sneltrein in volle vaart, haar ogen nog steeds open en zonneklaar, maar had mijn hart die ogen maar nooit gezien, mijn verdriet zal langszamer slijten dan wat, aan herinneringen in mijn hart geschreven staat! auteur:adrie.2.06.09.©
Leven kwijt.Ik ben mijn leven kwijt zoek naar mijn oude leven spiegel voor mijn schreden; doe nu door en zie niet om. Mijn ziekte zet me jaren vooruit in vreemde niet gewilde schreden. Ik leef nu tussen andere huizen waar mijn voeten niet willen gaan. De dagen zijn zonder mijn wensen belijnt door een krijtstreepje licht; tot hier kun je nog vrij gaan en tot daar wordt alles voor je gevuld. Steeds minder mag ik het zeggen mijn echte verlangens niet zeggen, mijn eenzame leegte en mijn begeer, steeds groter en meer en meer. Zwoeg nu door de leegte van de holle en lege dagen zoek naar vervulling van mijn begeer verlangens, steeds groter, meer en meer. auteur:Adrie.1.6.09.©
WesterscheldeStapte vanochtend wat gedreven in mijn auto, om richting Zee en Westerschelde te gaan. Weet het, ik had er niets meer te zoeken, maar hoorde in mijn droom haar steeds roepen. Zij leefde zo helder als onze liefdesvlam, die ze in mijn dromen vaak branden laat, hij wakkerd aan, als het windje langs gaat, door wind en regen, zal ik voor onze liefde gaan, staat er door haar gekerfd in de Scheldewand! Ze gaat nog vaak door mijn gedachten heen, als geboren en voortgejaagd door de Westerwind, herinneringen die dan over Zee en Schelden jaagd, zij zong dan deze woorden, met haar ogen wijd, doch is er zelfs geen dood; die ons nog ooit scheidt! auteur:Adrie.31.5.09.©
Van waardenToch weer plannen, toch weer dromen, zijn zij ze nu toch weer bij me gekomen? Dromen nu als vliegen, zonder honing of tal, met jou en het zonnetje bij me gekomen. Zo lang Maan en Zon nog op me neerkijkt, en mijn hart en ziel nog hunkerend voelt, zo lang de Natuur zich nog heerlijk verrijkt, en mijn vermoeide hart nog voelt en koelt, zo lang blijven de Lenterozen voor me pralen, en zie je de vreugde weer uit mijn ogen stralen; en ligt mijn Hart en Ziel nog niet ten grave, net zo lang troon ik hier nog op deze aarde! De liefde is me nog veel teveel van waarden! auteur:Adrie.30.05.09
Lachen en schaterenZat te mijmeren, als alles weer vroeger werd, werden alle vragen weer snel helder en klaar, en het hoe en waarom bestond dan niet eens, de antwoorden lagen in de geschiedenis dan al klaar. Maar alles stond dan netjes en doorleefd voor je klaar, en gewone beleefde omgang overspoelde dan elk land, mensen leefde dan ongedwongen, en namen ieders hand, lachen en schateren, zoals het immers bij alle kinderen past. auteur:Adrie.29.05.09.©
Somber GrijsDe lucht is wat somber grijs, het miezerd wat druilerig nat, de wind wil duidelijk ook wat, en zingt zielig een valse wijs. Mensen zie je de auto's bezetten, een gelaat; ik moet gaan werken, een ernstig dagelijks weergaan, zonder het te willen laten merken. Rijden hun files en drukken zich in, hun dagelijks dik geblazen lippen, hoofd en tonen naar hun nieuw begin. auteur:Adrie.28.05©
CALCIUM Ak paddenstoelen neem gaat alles gloeie voorwerpen worden omring door krioelende gekleurde worme net van Goch Da Vinci had ik op mij…
CALCIUM
Ak paddenstoelen neem
gaat alles gloeie
voorwerpen worden omring door
krioelende gekleurde worme
net van Goch
Da Vinci had ik op mijn behang
psychedeliese strale
uit me vingertoppe
hoef voorwerpen nie
an te rake
kome van zelf
maar da hak altijd al.
Wak zegge wou
dak in een keer begreep
waarom de indiane
geen tv nodig hebbe.
auteur: Herman Brood
1946-2001
Mijn doorwaakte nacht.Zit te piekeren in het lamplicht, wordt bekeken door dingen met het zelfde gezicht, om me heen het beschouwende licht. Alles om me heen zo doordringend stil, beschouwend te luisteren, wat de stilte wil, ziet en vertellen wil. Mijn gedachten en verleden komen me aan de oren, die stil opkijken en aanhoren, dingen verloren. auteur:Adrie
©.27.5.09
Zijn sokkenMijn Geest der onrust , was voeding der logen, was voor hen zo diep bewogen en bevlogen. Zag vaak hun zo verdrietig meelevende ogen, en dacht dan; het is mijn gevoel en hart, wat mij steeds zo verdrietig heeft bedrogen. God schiep in mij twee verschillende wezens, de een die gulzig het leven wilde slokken, de ander die bij onrecht het leven ziet stokken, wat hem vaak wanhopig; zette op zijn sokken. auteur:Adrie.27.5.06.©
DromenAls deze droom toch eens waar zou zijn, dan zou er geen uitlaat de lucht vervuilen, niemand die nog van partner wil ruilen, woorden zonder strijd, klappen of builen. Maar vaak duren dromen levenslang te kort, hebben we het leven gehad voor we het wisten, dan waren steevast de beste kansen de gemiste, en lagen ze steeds ergens anders op zijn bord. Was een rusteloze jager van dromen en vlinders, die steeds het volmaakste geluk wilde vinden, zoekende, of ik het duizendste en een zal vinden. auteur:Adrie.
Een lief paars viooltjeEen mooi viooltje dat daar eenzaam stond, verlegen en verdrietig in zich zelf gekromd. Het was zo'n mooi, lief, klein paars viooltje, wat maar niet in haar schoonheid geloofde! Ze was tussen andere bloemen opgegroeid, als gods boden; tussen de andere soorten, uit vele zaadjes, voor ons mensen geboren. Ach, dacht het zielige viooltje, was ik maar, van deze andere bloemen, de allermooiste. Wij waren allemaal vreemde; dag en nacht, zeker als er weer een vreemde bij ons kwam, wij noemde dan aarzelend elkanders namen, en klonk er weer zo'n heimelijke schamele lach, als mijn zieltje, zich weer zacht te dromen lag. auteur:Adrie.25.5.09.©
Korenblauwe bloemenZag een heel jong meisje, / heel verdrietig en sip kijkenhaar mooie korenblauwe bloemen,ze zag ze plotseling niet meer.In hun haat en nijd, sloegen wind en regenze op de bodem neer!Dus hielp ik nu haar,om samen de geknakte bloemen te rijgen,en haar traantjes,weer voor bloemslingers-en lachkuiltjes te laten wijken.Terwijl de vlinders luchtig naar ons wuifde,deden we ons te goed,aan het heel gretig aan de blauwe slingers te ruiken.Ik zie en hoor dan als als afscheidsgroet,de wind die nog even aan komt stuiven!Mijn hart en ziel zijn vaak in mij,nog zo vrij en gelukkig als een kind,wat me dan nog heel graag-met de natuur en het leven verbindt. auteur:Adrie.24.5.09.©
Raadselachtig geluidWandelend over de mooie lange beukenlaan, hoorde ik een feeerieke zwevende melodie, waarvan het leek of ik de klanken al dansend, zwevend, verlokkend aan me voorbij zag gaan. Naderbij komend zie ik een olijke speelman, guitig en fris blauw blinken zijn vrolijke ogen, doch zijn lichaam; zichtbaar erg moe en oud. Grijs, sjokkend en met gebogen rug lopend. Vreemde diepe groeven van een onbekend leed, waarvan hij nooit de klanken, bij het spelen op zijn vriend de fluit vergeet. Licht dansend en verlokkend, klinkt het geluid, dan zwevend over de lange beukenlaan heen, feeeriek en heel raadselachtig voor hem uit. Geluiden die ook lijken te lokken, naar een onuitspreekbaar ver, nog verborgen een liefelijke ster, achter de nu nog zo heldere wolken. auteur:Adrie.23.5.09.©