Zie de bomen nu verdorren in dit seizoen, nog even, dan glinsteren ze van witte rijp, in ruil voor de kleuren van het frisse groen. Ook dan weer de strijd van wind en regen, wie van de twee zal weer de winnaar zijn?
Zag hoe het lieve roosje aan mijn voeten brak de wind hoorde niet welke woordjes ze sprak. Diep in mijn hart waar je nu ook mag begeven, het mag najaar zijn; doch je blijft bij me leven.
Ik tracht nu niet; het zielenpijn te verbergen, ook schroom ik niet om mijn hart te ontbloten, wat ook geen mens, nu van me mag vergen.