Lutosa, de Belgische diepvriesfrietenproducent in handen van het Canadese McCain, pompt 225 miljoen euro in de vernieuwing, verduurzaming en uitbreiding van zijn fabriek in Sint-Eloois-Vijve. Deze uitbreiding moet het bedrijf in staat stellen om te voldoen aan de sterk stijgende wereldwijde vraag naar diepvriesfriet. Er komen 100 jobs bij. Hoewel Lutosa met de investering zijn productie bij ons verdubbelt tot 335.000 ton aardappelproducten per jaar, doet het dat zonder de site wezenlijk uit te breiden.

Wel zal een deel van de fabriek - waaronder de bewaarloods voor aardappelen en het bestaande waterzuiveringsstation - afgebroken worden. In de plaats komen een tweede productielijn voor diepvriesfrieten, een uitbreiding van de lijn voor aardappelvlokken (die gebruikt worden voor onder andere puree en snacks), kantoren, een nieuw ontvangst- en sorteerstation en een state-of-the-art waterzuiveringsinstallatie.
In het hart van de West-Vlaamse ‘patattenbelt’ maakt frietproducent Lutosa zich op voor een historische stap. Lutosa wordt in Waregem en omstreken nog altijd geassocieerd met de intussen 20 jaar oude reclameslogan ‘schatjes van patatjes’. Lutosa is sinds 2013 in handen van de Canadese aardappelreus McCain, en blijft met deze investering stevig meedraaien in de Champions League van de Belgische frietindustrie. De totale output van Lutosa (inclusief de vestiging in Leuze-en-Hainaut) klimt hiermee naar 735.000 ton per jaar. Lutosa draaide in 2023 een omzet van 650 miljoen euro, met een bedrijfswinst van 100 miljoen euro, en stelt 1.000 mensen tewerk, verspreid over de site in Waregem en die in Leuze-en-Hainaut. 95 procent van de productie is bestemd voor export en wordt uitgevoerd naar 140 landen.
De moedergroep McCain, die Lutosa in 2013 overnam, is met een omzet van omgerekend 10,2 miljard euro veruit de grootste speler in de snelgroeiende markt van diepgevroren aardappelproducten, gevolgd door het Amerikaanse Lamb Weston. De sector profiteert van de wereldwijd groeiende middenklasse, die bovendien almaar vaker westerse eetgewoonten aanneemt, vooral in Zuidoost-Azië.
“We zitten al enige tijd tegen de grens van onze capaciteit aan,” zegt Alain Dufait. . “Terwijl de wereldwijde markt met 3 procent per jaar blijft aantrekken, konden wij niet meer groeien. Tegen september 2026 moet de uitbreiding operationeel zijn. We voorzien dat de extra capaciteit nog een jaar later volledig benut zal zijn.”

Nieuwe lijn, nieuwe loods, nieuwe jobs
Op de bestaande site wordt flink gesloopt en gebouwd. De Lutosa-site is een mikmak van loodsen en fabriekshallen die doorheen de jaren telkens bijgebouwd lijken. Een oude aardappelloods en een waterzuiveringsstation gaan maken plaats voor een nieuwe verwerkingslijn voor diepvriesfriet, een moderne sorteerinstallatie, een uitbreiding van de vlokkenproductie, extra kantoorruimte én een vernieuwde waterzuivering. Binnen de foodservice zoekt het bedrijf groei via productinnovatie. Er wordt dan gedacht aan krokantere frieten die langer warm blijven of snacks als rösti en aardappelkroketten. Tegelijk zoekt Lutosa naar oplossingen voor milieu-uitdagingen. Met onder andere een nieuwe waterzuiveringsinstallatie (85 procent hergebruik van proceswater), een kwart minder energieverbruik en aangepaste geurbeheersing wil het bedrijf duurzaam groeien. De investering werd goedgekeurd zonder bezwaar, mede dankzij intensief overleg met de buurtbewoners.
Ook op personeelsvlak is de impact voelbaar: het personeelsbestand groeit met 100 extra jobs. Automatisering blijft een speerpunt, maar met de uitbreiding is ook meer menselijk kapitaal nodig: van technici tot kwaliteitscontroleurs. Lutosa heeft niet alleen 100 extra werknemers nodig, maar heeft ook het aantal toeleverende boeren verdubbeld. Het leidt tot 'strijd om de aardappel , want het Belgische landbouwareaal kan nauwelijks nog uitbreiden. We hebben het aantal boeren uit de streek dat aan ons levert kunnen verdubbelen tot 700,” aldus Dufait in De Tijd. “90 procent van onze aardappelen komt uit een straal van 50 kilometer.”
In een regio waar ook Agristo, Clarebout en anderen actief zijn, wordt het landbouwareaal niet groter en woedt er een stille strijd om het knolgewas. Boeren die een goede prijs krijgen voor aardappelen zijn sneller geneigd om maïs of bieten te laten voor wat ze zijn. “We bieden hen stabiliteit via vaste contracten. Daarmee kunnen ze hun risico’s beter inschatten,” zegt Dufait. “De prijzen stijgen gestaag: sinds 2019 met 45 procent, tot een gemiddelde van 250 euro per ton op de contractmarkt. Daarmee is de limiet bijna bereikt. In China en India produceren boeren tegen veel lagere kosten. Als onze prijzen nog stijgen, verliezen we concurrentiekracht.”
Lutosa is trouwens niet de enige die uitbreidt. De Belgische frietindustrie beleeft een ware investeringsgolf. Sectorgenoten Agristo en Clarebout kondigden eerder al miljardenprojecten aan in België, Noord-Frankrijk, India en de VS. Clarebout nam recent Pomuni en Mydibel over, en Agristo trekt 1,1 miljard euro uit voor nieuwe frietfabrieken, onder andere in Wielsbeke – amper vijf kilometer van Waregem.
België speelt dan ook in de wereldwijde frietliga een hoofdrol: van de 15,5 miljoen ton diepvriesfrieten die jaarlijks wereldwijd worden gegeten, komt 3 miljoen ton uit België. Nederland volgt op de voet.
De toekomst van de Belgische frietindustrie oogt ambitieus, maar niet zonder risico. Klimaatverandering, ziektedruk, stikstofregels en Europese beperkingen op bewaarmiddelen zetten de sector onder spanning. Gelukkig biedt landbouwtechnologie hoop: moderne aardappelrassen zoals Fontane en Innovator zijn rendabeler en weerbaarder dan het klassieke Bintje. Toch blijft het een delicaat evenwicht. Dufait vatte het in De Tijd kernachtig samen: “Doet de boer het goed, dan doen wij het goed – en omgekeerd.”

Geschiedenis
De geschiedenis van Lutosa start bij Guy en Luc Van den Broeke, die kwamen uit een familiaal bedrijf dat zich toelegde op de verkoop van aardappelen. In 1977 gooien de broers het roer om met de aankoop in Leuze-en-Hainaut van het failliet gegane Jacson Frigo op, een fabrikant van aardappelvlokken, en de opstart van productie van diepgevroren frietjes. Lutosa is trouwens de latijnse naam voor Leuze.
In 1988 neemt Lutosa in Sint-Eloois-Vijve het groentenverwerkend bedrijf Primeur over. Kort na de overname wordt ook daar overgeschakeld op enkel aardappelverwerking. De fabriek produceert nu vooral diepgevroren frieten en aardappelvlokken voor instant puree. In 1998 wordt naast de fabriek van Primeur een nieuwe fabriek gezet voor de versgekoelde frietjes, vooral bedoeld voor de horeca.
In juni 2007 koopt de familiale groep Pinguin (opgericht in 1965 in Westrozebeke) voor 175 miljoen euro het aandelenpakket van Lutosa, waardoor hun naam verandert in PinguinLutosa. Het bedrijf blijft deels een familiaal bedrijf waarvan meer dan de helft van de aandelen in handen is van de families Dejonghe (Pinguin – groenten), Van den Broeke (Lutosa- aardappelproducten), Deprez (Univeg), Desimpel (Tosalu) en Dumolin (Koramic Finance). Later zal Hein Deprez als grote consolidator uit die hele beweging komen en wordt Greenyard geboren. Lutosa is dan al in handen van McCain, dat het bedrijf overnam in 2013.
Het Canadese McCain betaalde 225 miljoen euro voor de aardappeldivisie van PinguinLutosa met vestigingen in Leuze-en-Hainaut en Sint-Eloois-Vijve. De Europese Commissie koppelde wel een voorwaarde aan de transactie: net om te vermijden dat er te weinig concurrentie komt op de detailhandelsmarkt voor aardappelproducten moet McCain de merknaam Lutosa laten vallen. Het wegvallen van de merknaam Lutosa is echter geen grote opoffering voor McCain: het gaat maar om een beperkt deel van de activiteiten. Het belangrijkste deel van zijn omzet haalt de overgenomen entiteit uit het leveren van aardappelproducten onder private label aan grootwarenhuizen en aan horeca en voedingsindustrie.
|