Waregem komt goed uit een onderzoek van de Fietsersbond naar het comfort van zijn fietspaden. Volgens dit onderzoek laat het fietscomfort op Vlaamse fietspaden globaal te wensen over. De Fietsersbond onderzocht meer dan 1.400 kilometer fietspad in 31 gemeenten en maakte hierbij gebruik van een door de KU Leuven ontwikkelde meetfiets. Waregem krijgt de tweede beste globale score na Koksijde en vóór Overijse en Ninove, de vier entiteiten die als beste uit het uitgebreid onderzoek komen.
 Het comfort van fietspaden kan geregistreerd worden met volgende criteria : het trillingscomfort, de breedte van het fietspad en de afstand ten opzichte van de rijbaan. Waregem scoort hierop respectievelijk 6,0 5,7 en 8,3. Die cijfers liggen telkens beduidend boven het gemiddelde. Het trillingscomfort haalt in Vlaanderen net geen 5 op10, de breedte van het fietspad 5,2 op 10 en de afstand ten opzichte van de rijbaan 6,5 op 10.
xml:namespace prefix = o ns = "urn:schemas-microsoft-com:office:office" />
Er bestaat een groot verschil tussen de onderzochte steden en gemeenten. De globale scores op de drie onderzochte criteria variëren van 1,5 op 10 tot 8 op 10. Koksijde, Waregem, Overijse en Ninove scoren globaal genomen het best. Lebbeke, Huldenberg, Wemmel en Hove het slechtst. Gewestelijke fietspaden scoren gemiddeld op trillingscomfort en buffer iets hoger dan gemeentelijke fietspaden.
26 procent van de onderzocht fietspaden werd aangelegd of heraangelegd in de loop van de laatste 6 tot 8 jaar. Ook hier zijn de verschillen tussen de gemeenten zeer groot. Ook voor de nieuwe fietspaden worden grote verschillen op vlak van kwaliteit genoteerd. De globale score voor trillingscomfort bedraagt slechts 6,6 op 10, wat voor recente fietspaden volgens de Fietsersbond onaanvaardbaar laag is. Asfalt (8,2 op 10) scoort als oppervlaktelaag het best op vlak van comfort, cementbeton (6,5 op 10) veel minder, klinkers en tegels slechts 5,3 en 5,6 op 10.
Reactie mobiliteitsschepen Chanterie
De huidige Waregemse Schepen van fietspaden Kristof Chanterie, die bevoegd is voor verkeer en mobiliteit, is de goede score voor Waregem niet onterecht. De stad voert dan ook een bewust beleid in het voordeel van de zwakke weggebruikers: ongeveer 800.000 euro per jaar wordt voorzien voor voetpaden, fietspaden en herasfaltering van wegen.
Ondermeer in dit kader wordt trouwens ook het mobiliteitsplan van Waregem herzien. Daarin zal vooral aandacht worden geschonken aan de trage wegen. Het scheiden van het zwaar vervoer en de fietsers is een van de prioriteiten. Een eerste afgewerkt voorbeeld hiervan is de zijwegel van Wijwaterputweg in Desselgem (bedoeld het Bernardpad achter de voetbalinfrastructuur en schoolgebouw). Dit is de eerste trage weg die aangepakt is ten voordele van de vele wandelende en fietsende inwoners, en niet in het minst voor onze schoolgaande jeugd.
Een andere lopend project van kwalitatieve heraanleg is de Keukeldam / Churchilllaan. Daarnaast komen er nieuwe fietspaden in de Roterijstraat (een investering van ongeveer 320.000 euro), een straat die tevens een invalsweg is voor schoolgaande fietsers. Daar stopt het echter nog niet. Het stadsbestuur werkt nauw samen met het AWV (Agentschap Wegen en Verkeer) om ook de fietspaden op de gewestwegen de komende jaren aan te pakken. Ondermeer de Gentseweg, de Vijfseweg, de Kruishoutemseweg en de Westerlaan/Noorderlaan komen hiervoor in aanmerking.

Rudy Devos van Fietsersbond Waregem
Ook Rudi Devos van de Waregemse Fietsersbond is een tevreden man, maar hij beseft dat er nog werk aan de winkel is. Ik had contact met iemand van de Nationale Fietsersbond die actief meewerkte aan het onderzoek en die vindt dat er te veel afwisseling is tussen zeer goede of slechte fietspaden. Er moet bovendien ook extra aandacht worden besteed aan de dorpskern. Nu worden er op gewestwegen zoals de N43 inspanningen geleverd om mooie fietspaden te leggen, terwijl dat wel de banen zijn die door fietsers worden vermeden omwille van het drukke verkeer en het bijkomende gevaar. De straten waar er dan weer geen fietspad is, hebben soms een slecht wegdek. Een voorbeeld hiervan is de Nieuwstraat in Desselgem. Daar werd een stukje kasseibaan overgoten met een laag asfalt.
Volgens Devos is nieuwe fietspaden aanleggen niet voldoende, het onderhoud is even belangrijk. Laatst reed ik in Anzegem op een fietspad waar het vol glasscherven lag. Zou de stad met de veegmachine de fietspaden niet kunnen onderhouden? Hij rond af met een kijkje op Wijwaterputwegel, de zgn Bernardwegel (of zijwegel van de Wijwaterputweg) die uitgeeft op school en voetbalaccommodatie. Het heeft tien jaar geduurd voordat er iets werd gedaan, maar het resultaat is schitterend. Dit is het paradepaardje van de streek. De stad mag een tandje bijsteken met dergelijke initiatieven. Er moet een herwaardering komen van de kleine voetwegen.
Opmerking
De Fietsersbond merkt in zijn eindbesluit nog op dat de bekomen cijfers behaald zijn op basis van een audit van alle fietspaden op het grondgebied van deze gemeenten, zowel de zeer vaak gebruikte als de zeer zelden gebruikte. Bij de wegingsfactor is geen rekening gehouden met de populariteit van het fietspad, wat bij berekening van totale scores voor gemeenten soms kan leiden tot resultaten die niet helemaal overeenstemmen met de comfortscores van de meest gebruikte fietspaden die soms lager liggen.
Vooral bij Waregem moet daarom opgemerkt worden dat de N 382 mee de positieve trillingscomfortscores draagt (een lang fietspad in oudere asfalt maar nog in goede staat). Dit fietspad wordt echter zeer weinig gebruikt. Tot slot moet ook opgemerkt worden dat de drukte van het verkeer op de rijweg en de uitlaatgassen ook niet meetellen in deze comfortberekening, een aspect dat op de lange N 43 van Vijve tot Beveren-Leie in Waregem erg meespeelt. In Nederland wordt met uitlaatgassen ook rekening gehouden bij waardering van fietspaden.
De Fietsersbond ziet het opportuun om in de toekomst ook rekening te houden met nog twee nieuwe normen/richtlijnen. De toevoeging van 1) een voldoende strenge vlakheidsnorm en 2) aangepaste richtlijnen voor de aanleg van de overgang tussen fietspad en rijweg zijn absoluut
nodig om te komen tot hogere comfortscores in de studie. Deze vormen een eerste antwoord op de meest gebruikelijke klachten van fietsers inzake comfort.
Met het oog op het structureel aanpakken van het comfortprobleem in Vlaanderen, heeft de
Fietsersbond de laatste 15 maanden een eerste brede audit van het fietspadcomfort gedaan met
deze meetfiets. We kunnen hierbij nog herinneren aan het fietspadenrapport van vorig jaar in het Nieuwsblad en onze bijdrage van 8-4-2008 over slechte fietspaden op het grondgebied van Waregem.
Waregem komt in de studie met in totaal 45,5 km fietspad, waarvan 44% in asfalt, 32% in cementbeton, 12% in klinkers en 12% in tegels. Hier zouden geen fietspaden bestaan in dolomiet aarde met steentjes. Voor Waregem wordt 14,7 km fietspaden of 32 % van het totaal als minderwaardige infrastructuur aangegeven met een trillingscomfortscore beneden de helft. In de studie werden 14 metingen over een totaal van 14,7 km. uitgevoerd op gemeentelijke fietspaden en 40 metingen of 30,8 km op gewestelijke fietspaden. In totaal werd in Waregem dus 45,5 km fietspad gemeten of 842 gemiddelde lengte per meting.
De studie geeft aan dat de gemeenten naast het inzicht in veiligheid ook inzicht moeten krijgen in de comfortkwaliteit van de totale fietsinfrastructuur op hun grondgebied. Zij
beheren immers de meeste fietspaden en volgen de meeste werken op en dit ook aan gewestelijke fietspaden. Uiteraard kunnen (bvb binnen het AWV) ook andere technische meetsystemen (bvb lasersystemen) parallel gebruikt worden als controlemiddel bij oplevering of als verificatiemiddel voor het behalen van bepaalde gestelde technische standaarden (bvb de te definiëren vlakheidsnorm).
Veiligheid blijft anderzijds een belangrijke factor. Comfortabele fietspaden die niet veilig zijn hebben geen zin. Een gecombineerde audit comfort/veiligheid lijkt de Fietsersbond opportuun maar was niet het onderzoeksthema van dit rapport. De Fietsersbond heeft los van deze studie al gewerkt rond veiligheidscriteria, maar inschatting van veiligheid op zuivere objectieve en meetbare criteria blijft moeilijk.
Het linken van de subsidiëring aan de toepassing van de nieuwe richtlijnen en een gerichte
subsidiëring op verbetering en opwaardering van de oude infrastructuur is een derde punt.
Tot slot is er absoluut nood aan bewustwording en doorstroming naar alle betrokken derden van gerichte info rond de in deze studie aangehaalde themas. Niet alleen gemeentebesturen en hun diensten, ook studiebureaus en aannemers zijn belangrijke spelers. Dit zal wellicht een permanent aandachtspunt blijven. Fietsers verdienen een beter comfort, ondanks de gedane inspanningen kan het duidelijk beter en comfort moet dan ook een permanent aandachtspunt worden zowel bij de planning als de uitvoering van fietspaden.
http://www.fietsersbond.be/sites/default/files/Rapport%20Meetfiets%20maart2009_0.pdf
|