Donderdag 2 september 2010
Dwalend en dromend
Het was nog erg vroeg, dus liep ik wat ,
dwalend en dromerig over het Delftse land,
hield steeds pen en papier bij de hand.
Hoorde een krekel die zijn deuntje zong,
steeds bij elke gracieus gemaakte sprong.
Het na-jaar nadert nu met haastige spoed,
't zonnetje brengt ons alleen nog een groet,
weet hij veel hoe het hier beneden voelt,
De wind en regen elkaar omarmen zo zoet.
Het lijkt soms wel na-jaar, ai...dat is vroeg.
De Goden komen zonder het eerst te vragen,
vreselijk nu al het korten van de dagen,
Wat stom, de goden hadden toch tijd genoeg!
Behoudens krekels op mijn pad; loop ik alleen,
heerst er een kille stilte op mijn pad en dreef.
Onze verliefde zielen; hoe haat ik nog die dag,
dat ik niet langer jou aan mijn zij drukken mag.
auteur:Adrie.2-9-2010.©.
Donderdag 26 augustus 2010
Zich verheffen
Bloemen nu afgerukt door hevige windvlagen,
door de regen geplet en woest stuk geslagen.
Zelfs de tuinkabouter wordt woest weg gerukt,
na jaren ijverig de bloemen te hebben geplukt.
'O, zon; laat de vele bloemen zich verheffen,
zodat mensen voeten ze niet kunnen treffen.
Ook de dichter zijn ogen gaat het ter harte,
dat de weergoden; gieren dagen en nachten.
Ik hoor in de lage landen; al jaar en dag,
steeds oplaaien een heel breed verslag,
over weergoden die de zomer stuk maken.
Maar eens rukt God mij van de stengel af,
en leggen me dan bij; in een duister graf.
Ik keer me dan tot U, Waarachtige Heer,
ook al hekelde U mijn zonden zeker zeer,
bij de Liefde verbleekt elke roos en bloem;
die steeds als vlinders mijn buik doorwoelt.
auteur:Adrie.26.8.2010.©
Donderdag 26 augustus 2010
Een Nachtegaal
Een dagje zonder zonnestraal
Een nachtje zonder ster-geflonker
wat zijn ze donker
Een zomer zonder Nachtegaal
een rozenknop zonder dauwdruppel
Een beek waar geen golfje door huppelt,
Hoe doods en kwijnend is het nu allemaal
Laten wij toch van iedere dag weer;
een juweel van het leven maken..
auteur:Adrie. 26.8.2010©
Mijn excuus, ik wist niet dat de Plechtigheid rondom Geert deze ochtend
plaats zou vinden, juist als ook heel fervent Motorrijder in het verleden,
trok ik me zijn dood ook heel erg aan..dus mijn deelneming...aan ieder..
die hem dierbaar waren..
Vanzelfsprekend Wie de dagen van zijn leven als vanzelfsprekend gaat beschouwen loopt de kans de hoop te verliezen. Toon Hermans.
Vanzelfsprekend
Wie de dagen van zijn leven
als vanzelfsprekend gaat beschouwen
loopt de kans de hoop te verliezen.
Toon Hermans.
Zaterdag 21 augustus 2010
Verbleekte jonkheid
Heerlijk mijmerend was ik rustig ingeslapen,
met een kus op beide wangen werd ik wakker,
zag dat woorden geschreven waren deze nacht,
met mijn pen op het papier wat daar lag.
Keek wat verward de kamer onderzoekend rond,
maar alles had behouden hun vertrouwde schijn,
waren daar waar ze al jaren lagen en stonden,
heel vertrouwd, bekend en aan mij verbonden.
Zelfs mijn bed stond nog leeg, met zijn minnepijn.
Toch stond mijn bed daar toch niet echt alleen,
toen ik met mijn ogen over de wanden dwaalde,
schemerde daar toch steeds u lieve lach door heen.
Maar weet hoe het is; ,,jezelf te overleven”,
steeds weer kijkend door dezelfde ruit.
Blij dat ik weer een gedicht heb geschreven,
denk ook; laat je zien, min me, maak geluid.
Min me, voor mijn jonkheid gaat verbleken,
het leven is mooi en kort; zoals een zomerdag,
en ik nog zoveel samen met je leven kan delen,
liefde die ik later wellicht niet meer geven kan.
auteur:Adrie.21.10.2010.©
Woensdag 18 augustus 2010
Hoge snelheidstrein
Voelde me eerst tevreden gestemd,
nu ik weer wat dichterswoorden zet.
Zie sombere snuiten achter ruiten,
waar mensen wat verdrietig muiten.
Kijk naar Delfland Molens en wieken.
Straks alleen op kalenders en kieken.
Geniet van Defland's krullen en trappen,
die nog steeds het verleden verklappen.
Lees en hoor nu steeds Burgervaders eer,
hij haalde voor de hoge snelheidstrein,
weer een van onze mooiste gevels neer.
Nog even, en dan het einde van geduld,
wordt er weer een water met vuil gevuld.
Niets zal hem van zijn trots weerhouden,
als men het dan, van togen vertellen hoort,
we hebben Delfland zijn waters vermoord.
Toch op een dag die eens komen gaat,
wenen er harten, en valt er menige traan,
uit ogen die verdrietig staan voortaan.
auteur:Adrie.18.8.2019.©
Zaterdag 14 augustus 2010
Ontsluierde geheimen
Delft zijn vele stille waters zijn rustgevend,
alles is nu in mijn gedachte weer om het even.
Wat ik in mijn dromen vannacht ondernam,
geef ik nu de vrije loop over Delft zijn waters.
Bedenk de tranen die ik waarom ook vergoot,
het is pijn die steeds aan je blijft knagen,
mijn hoop, liefhebben en zeurende vragen,
zijn nu toch van alle nut en zin ontbloot;
en zonder schikken, en weer herschikken,
weg gooien, zeuren ze door tot je dood.
Geluk mijmert niet; vragen niet noch gissen,
geen peilen, waar kennelijk geen bodem ligt;
geen open ogen, voor gesloten geheimenissen;
ze ontsluieren immers nooit in je aangezicht.
auteur:Adrie.14.8.2010.©
Donderdag 12 augustus 2010
Mijn Bescherm-engel
Wordt wakker onder het kraaien van een haan,
later gevolgd door klokken die 10 uren slaan.
Zie bleek zonlicht, door een wolkendek omsloten,
de regen die niet had gevloeid, maar vol gegoten.
De blijmoedigheid kwam vandaag weer aan bij mij,
en sprak me in een droom al toe, ik blijf aan je zij.
Zag in die droom een rouwstoet over de dijk gaan;
maar mijn Bescherm-engel liet de stoet op hol slaan.
Ja, ook allen; schuw, sluw, arm of heel rijk,
ook voor hun zal eens de statie trekken over de dijk.
Het geluid van de regen vult de kamer heel gestaag,
en het zou net als gister, weer zonnig zijn vandaag.
Ik weet ,,Het leven is vluchtig, de Eeuwigheid lang”,
maar bedacht, ben na mijn lessen niet meer bang.
Nieuwsgierigheid, maakt dat ik naar een blik verlang,
ondanks jonkheid; ben ik voor de eeuwigheid niet bang.
Men vraagt mij wel eens, waar komt die moed vandaan,
ach ik begin met een dicht, zang en lach elke dag,
en merk steeds dat ik hieruit put, die moed en kracht.
auteur:Adrie.12.2011.©
Woensdag 11 augustus 2010
Een vissersbootje
Op het strand en weide is het nog erg stil,
de maan verspreid wat mager zijn licht.
Het is meer dan fris, het is nu kil en koud.
Mis nu al het zonnetje zijn warme gloed.
Hoe gierig speelt nu in dit na-zomerseizoen,
door het ritselend riet nu het licht der maan.
Hoor brullend en kwakend een brulkikker gaan,
zacht vliedt een eend haar kroost in het groen.
Zie in het mager maanlicht op de stromen,
een vissersboot door het riet aankomen,
Hij tuurt, gluurt, fluistert en luistert,
met zijn aandacht aan zijn vis gekluisterd.
Zie een wild zielig spartelend flitsend visje,
wat onmachtig door het riet heen schiet.
Hoor een mooie nachtegaal, zingen zo schoon,
vol gratie, voor de dichter, God en zijn zoon.
Soms voelt het leven als droefenis en pijn,
duizenden dingen lijken je dan te bedreigen,
dan zou je angstig naar de hemel willen reiken.
Dan huil ik maar eens uit van tijd tot tijd.
auteur:Adrie.11.8.2010.©