Naar de inhoud

SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

SALA familie Sala - Visino - Pognana - Tavernerio - Roveredo - Pusiano
akke.beakke.be

Leiden Historie drie oktober 1937 Youtube

 

Drie oktober 1937 viel op een zondag, daarom werd de optocht op zaterdag gehouden. Ook in 1926 viel 3 oktober op een zondag. De optocht werd op maandag 4 oktober gehouden. Zie krant 02-08-1926 De a.s. 3 October-feestviering. 

Leiden Historie drie oktober 1937

Reageer op dit bericht
Reageer op dit bericht

Reageer op dit bericht

Een titel of je eigen website toevoegen

Stadhuisbrand Leiden 1929

 

 

 

1929 was het jaar van twee grote branden. In Leiden ging één van de oudste stadhuizen van ons land tijdens één van de koudste dagen van de winter door brand geheel verloren. Twee maanden later, op 18 april 1929, ging het monumentale Amsterdamse Paleis voor Volksvlijt uit 1864 in vlammen op.

De twee branden, behorend tot de grootste uit de 20e eeuw, werden uitgebreid op film vastgelegd, en wekenlang is bioscopen vertoond. Vooral de brand van het Leidse stadhuis oogde spectaculair, omdat de brand uitbrak tijdens strenge vorst. Het bluswater bevroor daardoor vrijwel direct aan de kozijnen van het gebouw. Behalve de gevel bleef van het Middeleeuwse gebouw niets over.

De Rijkscommissie van Monumentenzorg bracht op 5 juni 1929 een advies uit over de herbouw van het stadhuis. Het advies hield globaal in: -1 restaureer de gevel aan de Breestraatzijde 2 bouw een nieuw stadhuis achter die gevel 3 bouw een nieuwe gevel aan de Vismarktzijde 4 laat dit alles ontwerpen door een van Nederlands beste architecten.

De gemeentearchitect van Hilversum, de heer W.M. Dudok, kreeg aanvankelijk de opdracht. Zijn ontwerpen kregen echter zo veel kritiek van buitenaf dat de gemeenteraad besloot vijf andere architecten ook een kans te geven. Hun ontwerpen zouden dan vergeleken worden met die van Dudok. Deze was echter zo beledigd dat hij verdere samenwerking met de gemeente weigerde.

Pas in 1934 besloot de gemeenteraad na lang beraadslagen in zee te gaan met het ontwerp van ingenieur C.J. Blaauw. Alleen al de werkzaamheden van de gevelrestauratie namen vier jaar in beslag. Pas in december 1940 betrokken de burgemeester en wethouders hun werkkamers in het nieuwe stadhuis.

De brand van het Paleis voor Volksvlijt verbaasde vrijwel iedereen. Het vrijwel geheel uit ijzer en glas geconstrueerde gebouw werd als vrijwel onbrandbaar beschouwd. De praktijk bleek helaas anders.

Tot de jaren vijftig bleef het terrein waarop het paleis had gestaan braak liggen. Daarna werd op deze plek het nieuwe hoofdkantoor van de Nederlandse Bank gebouwd. In 2002 is een stichting opgericht, die de Nederlandse Bank wil verplaatsen naar de zuid-as in Amsterdam en op de vrijgekomen plek wil men het Paleis voor Volksvlijt opnieuw opbouwen. Eén van de initiatoren van dit plan is kunstenaar en tv-maker Wim T. Schippers.

http://geschiedenis.vpro.nl/artikelen/38941492/

Reageer op dit bericht

30-03-1926 Kunsthandel Sala Expositie Valkema Blouw

 

 

 

Expositie bij Sala.

Van 20 Maart tot 24 April heeft J.P. Valkema Blouw met zijn werken een gastvrij onderkomen gevonden bij den kunsthandel D. Sala en Zonen.

Al aanstonds moeten we bekennen, dat we van ons bezoek geen spijt hebben gehad. Het werk van dezen schilder bezit een voornaamheid van lijn en kleur welke rustig aandoet. De serene rust, die we in zijn werk vinden, is zoo geheel in tegenstelling met het onrustige en koortsige, dat in vele moderne kunstenaars brandt en in hun werken tot uiting komt. Valkema Blouw is geen fel en uitbundig schilder.

Hem kwellen klaarblijkelijk de vele problemen van dezen zoekenden en bewogen tijd niet. Van uit zijn matige zelfzekerheid schildert hij met gespannen aandacht de dingen zooals ze zijn. Met zorg kiest hij zijn onderwerpen (meestal stillevens) en brengt ze bedachtzaam op het doek.

 Het is daarom een genot weer eens het werk van een schilder te zien, in wien de onrust van dezen tijd geen innerlijke verdeeldheid heeft gebracht. Een bezoek aan deze tentoonstelling verdient dan ook zeer zeker aanbeveling. Mogen velen van de geboden gelegenheid profiteeren om nader kennis te maken met het werk van dezen kunstenaar.

Leidsche Courant 30-03-1926

 

Reageer op dit bericht

28-12-1922 Kunsthandel Sala Reproducties naar Toorop

 

 

 

KUNST EN LETTEREN REPRODUCTIES NAAR WERKEN VAN TOOROP.

Kunsthandel Sala.

De firma v. Ojen en Coret komt lof toe voor deze haast volmaakte reproducties naar teekeningen van Toorop. Het formaat is gewoonlijk kleiner dan dat der origineelen, overigens schijnt mij het verschil tusschen beide zeer gering. En het formaat is groot genoeg om deze reproducties te maken tot zeer suggestieve wandversieringen.

Het woord wandversiering drukt de waarde, welke zulke reproducties hebben kunnen, slecht uit. Het versierende blijft ondergeschikt aan een element van geestelijke verheffing.

Op de sociale beteekenis van zulke goede reproducties behoeft wel niet gesproken te worden. De keus is meest gedaan uit 't Katholieke oeuvre van Toorop. Er zijn er bij, die men liever door andere vervangen had gezien; er zijn er vele van onbetwistbare schoonheid en kracht. J. H.

het Vaderland  28-12-1922 

 

Reageer op dit bericht

23-12-1922 Tentoonstelling reproducties J. Toorop in kunsthandel Sala

 

 

Kunstclub "De Sphinx". Tot en met 28 December. Van 10 tot 4 uur. 's Zondags van halféén tot 4 uur. Pieterskerkgracht 9: Tentoonstelling Leidsche kunstclub "De Sphinx"", van schilderijen, etsen, enz. door C. A. Feldmann, gedurende December. Van 10 tot l en van 2 tot 5 uur. 's Zondags van 2 tot 4 uur. Den Haag, Noordeinde 27: Tentoonstelling van reproducties van J. Toorop kunsthandel Sala. Gedurende December. Den Haag, "Scala": Kerstprogramma. 8 uur. Maandag te Leiden geen openbare voorstellingen.

Leidsch Dagblad 23-12-1922

http://nl.wikipedia.org/wiki/Jan_Toorop

Reageer op dit bericht

24-04-1922 Kunsthandel Sala een regentenstuk

 

 

 

Een regentenstuk.

Bij de firma D, Sala en Zn., kunsthandel alhier is een regentenstuk geëxposeerd.

Het is een schilderij vervaardigd door den kunstschilder J. G, M. Leyner en het stelt voor een vergadering van het college van B. en W. onder voorzitterschap van wijlen Burgemeester Was, omgeven door de WethoudersJuta, Dekhuyzen en Sturler en den secretaris den heer de Vries van Heyst.

De gelijkenis van de verschillende personen is goed getroffen evenals het interieur. De gobelins zijn ietwat mat, maar dit was noodig om de hoofdfiguren te beter te doen uitkomen.

Over de kunstwaarde van dit stuk wagen wij het niet te oordeelen, maar historische beteekenis heeft dit regentenstuk ongetwijfeld.

Leidsche Courant 24-04-1922

 

Reageer op dit bericht

12-07-1922 kunsthandel Sala expositie Alex Asperslagh Breestraat

 

 

 

Kunstexpositie.

Een jong Katholiek schilder en teekenaar, Alex Asperslagh, heeft deze week eenige zijner kunstwerken geëxposeerd in de etalage van den kunsthandel van den heer Sala op de Breestraat.

Evenals zoovelen heeft de diepe schoonheid der religieuze mystiek ook hem geïnspireerd en - het embleem op zijn naambord duidt het aan - zijn hartegloed is uitgeslagen in een kruisvlam. Het spreekt haast vanzelf, dat hij als jong schilder de richting koos van de nieuwe schilderkunst en nog meer vanzelfsprekend is het, dat hij in deze richting zijn eigen weg nog niet gevonden heeft.

Doch de onmiskenbare, fijne en lichtende schoonheid, die uit deze weinige werken straalt, wijst op een waren kunstenaarsziel, die penseel en teekenstift heeft bezield. Tegenover den witten monnik in zijn sfeer van zuiveren zielevrede, staat de zwaarder geteekende, meer heftige figuur van den armen liefde- apostel, St. Franciscus.

Er is een tweetal madonna's en een zorgvuldig geteekende voorstelling: de 12-jarige Jezus in den tempel (de aangehaalde tekst is o.i. niet overbodig) Vooraan liggen eenige kleinere teekeningen, waarvan die, waarop staat: „Heer ik ben niet waardig'' op het eerste gezicht aan Toorop doet denken.

Van deze is het middelste, een schilderstukje, het meest gelukkige, vooral wat lijn betreft. Het is een kleine, uitgezochte expositie, die o.i. belangstelling en waardeering ten volle waard is.

Leidsche Courant, 12-07-1922

 

Reageer op dit bericht

17-07-1923 Firma Sala aan de Breestraat en de Mare

 

 

 

Demping van de Mare.

Zeer geachte Redactie!

Bij de firma Sala, aan de Breestraat, staat van heden af een waterverfschilderij ten toon gesteld van den Hongaarschen schilder Jaroslow Setehk, een gezicht op onze bedreigde Mare. Enkele jaren geleden droeg de Algem. Ned. Ver. voor Vreemdelingenverkeer hem op een aanlal van de schoonste plekken van ons vaderland te schilderen, maar liet hem in de keuze geheel vrij.

Hij heeft dus uit eigen beweging onder dat schoonste ook de Mare gekozen. De reproductie, vermeerderd met die van schilderijen van prof. N. van der Waag en mej. Jacoba A. de Graaff, heeft de Vereeniging toen in 1922 uitgegeven in een prachtig album "La Hollande", met tekst van M. van Stavenis Jr. Begeerig ons te steunen in onzen strijd tegen de onzalige dempingsplannen, heeft zij ons thans de oorspronkelijke schilderij in bruikleen ter tentoonstelling afgestaan en de firma Sala heeft ons daarbij hare vriendelijke medewerking verleend.

Tegelijk met dit stuk ligt er een punt, voorstellende een gezicht van de Waag af op het Huis ter Lugt en de Stille Mare. Wie ze ziet, krijgt stellig een diepen indruk van de schoonheid, die thans voor goed dreigt verloren te gaan. Intusschen hebben de artikelen in Uw Blad van de heeren Krantz en Van der Hoeven wel overtuigend aangetoond, dat grachtendemping noch wenschelijk, noch noodig is.

Terwijl eindelijk wel vaststaat, dat maar heel weinig werkloozen tot dezen zwaren arbeid, die opzettelijke oefening vereischt, zoo maar zonder meer bekwaam en sterk genoeg zouden zijn.

Mag ik hier nog ééne opmerking bijvoegen? In een der ingezonden stukken in Uw Blad vóór de demping kon men lezen, dat de leden van "Oud-Leiden" menschen waren, die, na hier rijk te zijn geworden, zich haastten de stad den rug toe te keeren.

De bewering zelve verdient in hare zotheid geene weerlegging. Wel de ook door haar gevoede noodlottige waan, alsof schoonheid en genieten van schoonheid slechts zaak ware van de rijken en aanzienlijken, die voor zulke liefhebberijtjes tijd hebben.

Schoonheid is voor ieder en haar te zien kan voor ieder een bron van genot worden. Hier is geen verschil tusschen partijen en standen en ik mag er wel op wijzen, dat de heer Henri Polak, de voorzitter van den diamantbewerkersbond, tegelijk een onzer warmste medestrijders is voor het behoud van stads- en natuurschoon. Met dank voor de plaatsing,

L. KNAPPERT.

Leidsch Dagblad 17-07-1923

 

Reageer op dit bericht

17-05-1923 Kunsthandel Sala tentoonstelling Prof J.H. Jurres

 

 

 

Prof. J.  H.  JURRES.

Kunsthandel Sala.

Men ziet zelden zooveel werk van Jurres bijeen en het is niet in des schilders voordeel het vereenigd te zien. Want al heeft zij een fantastisch karakter, rijk aan inhoud kan deze kunst moeilijk genoemd worden. 't Is vrijwel gelijk of men één, dan wel vijf-en-twintig van deze schilderijen beschouwt.

Het innerlijke element der verbeelding ontbreekt. Dit werk doet nooit dramatisch aan, al is 't avontuurlijk. Er zijn geen psychologische en geen visionaire elementen in. Het suggereert niet een historische sfeer, al zijn de motieven aan 't Oude Testament, aan 't oude Carthago, aan den Don Quichotte ontleend. Zijn uitbeelding van den Barmhartigen Samaritaan doet op dezelfde wijze aan als zijn uitbeelding van Falstaff.

Het is altijd de tumultueuze compositie, de sterke werking van licht en donker, de uiterlijke bewogenheid van paarden, krijgsvolk, de vlotte, academisch zeer knappe schilderwijze, de effecten van fraaie kleurigheid en van de lichtcontrasten, die men waardeert. Eigenlijk romantisch is dit werk niet, al staat 't buiten alle werkelijkheid.

De realistische elementen er in zijn ten slotte 't meest overtuigend, vooral waar deze in soberheid zijn uitgedrukt. Ik denk b.v. aan die groote, ons reeds bekende, teekening van Hannon's Olifanien, met een weinig roodbruine kleur verlevendigd. De  kolossaalheid der logge grijze beesten, in de omgeving van een oude ruige architectuur, is vol karakter uitgedrukt. Prof. Jurres is waarschijnlijk meer illustrator dan schilder. Just Havelaar.

het Vaderland  17-05-1923

 

Reageer op dit bericht

22-11-1923 Kunsthandel Sala tentoonstelling M.A.J. Bauer

 

 

 

KUNST EN LETTEREN M.A.J. BAUER

Kunsthandel Sala,

Men kent Bauer en 't is niet noodig veel woorden neer te schrijven over deze tentoonstelling. Ook in het Vaderland mocht ik dit bijzonder, apart staande talent reeds eenige malen karakteriseeren. Het is interessant hier een zeer vroeg werkje van hem te zien, een aquarel naar een variété: het publiek dames, heeren, een kelner, in grijzen schemer op den voorgrond, de sterk verlichte, fantastisch aandoende zangeres op het podium.

Het onderwerp is door vele zijner tijdgenooten in die jaren behandeld, door Breitner, door Is. Israëls, door v. Looy o.a. Het is curieus op te merken hoe hier Bauer onbewust reeds het vage, romantische, het tuchtig-fantastische, het ongewone ziet in een zoo "realistisch" gegeven. Hij mist de kracht van uitbeelding, die Breitner in zulke gegevens ontplooide hij mist Is. Israëls bravoure en v. Looy's zwaarder gestemde fantasie; maar hij heeft reeds hier zijn eigen toon zijn teederheid.

Bauer staat dicht bij den ouden Israëls. Over dezen heen wijst hij naar schetsen van Rembrandt heen. Het evocatieve domineert geheel in de nerveuse schetsen, die hij hier overigens toont. Bauer kan prachtig raak zijn in zijn karakteristiek van een feëeriek aandoende figuur uit die verre, middeleeuwsche wereld, die hij in het Oosten terugvond. In dien optocht van kameeldrijvers in een overwelfde ruimte (No. 6); hoe met groote, luchtige lijnen, zwierig en snel het geheel aangeduid. Zie dien jongen prinselijken ruiter, hooghartig omziende naar het tumult (No. 3); in zulke dingen is hij altijd boven het illustratieve uit.

Vergelijk deze schetsen met de composities van een Jarres, die, zoo ge wilt, knapper zijn, althans doorwrochter: maar bij Bauer zijn deze fantasieën zoo veel inniger en zoo veel meer van binnen uit ontstaan, met noodwendigheid. Als hij de pier van Scheveningen, dit wangedrocht van mondainiteit in de majestueuze wereld der zee, uitbeeldt, dan schijnt het nogmaals een droom van het Oosten, dien hij voor ons op toovert.

Het is een genoegen dezen fijnen geest te volgen in de spontane krabbels, in de romantische impressies, in de vele fragmenten en breede aanduidingen, die wij hier van hem te zien krijgen. Zijn talent uit zich den laatsten tijd zuiverder in dit schetswerk, dan in de meer doorgevoerde schilderijen. Just Havelaar.

het Vaderland  22-11-1923

 

Reageer op dit bericht

14-08-1924 Jubileum van de heer J.H. Planje

 

 

 

STADSNIEUWS.

Jubileum. De heer J.H. Planje herdacht vandaag onder veel belangstelling den dag waarop hij voor vijf en twintig jaar in dienst trad bij de firma D. Sala en Zonen, kunsthandel, Breestraat alhier.

Hij werd vanmorgen door den directeur in diens privé- kantoor hartelijk ontvangen en waardeerend toegesproken.

Als stoffelijk bewijs van die waardeering werd hem een couvert met inhoud aangeboden. Even later huldigde hem het personeel bij monde van een der kameraden die hem namens allen een, enveloppe overhandigde. De dag werd verder in den huiselijken kring doorgebracht.

Leidsche Courant, 14-08-1924

 

Reageer op dit bericht

21-01-1923 Kunsthandel Sala Ludolph Berkemeier

 

 

 

Men schrijft ons uit Leiden:

In den kunsthandel Sala vindt men meermalen voorbeelden van kunst die men nergens elders aantreft. Hoorde men eerder van Ludolph Berkemeier?

Er is van hem een verdienstelijk landschap, een kijkje op het land vlak achter de duinen in de buurt van Noordwijk-Binnen. Het weideland loopt in de duinen uit, een boer gaat zijn koeien melken die grazen tot vóór de duinenreeks. De melkemmers staan vóór het hek, dat op den voorgrond van het tafereel is te zien. Blank glinsteren zij in het volle daglicht in zilvergrijs en blank staalblauw. En in deze zeer lichte kleuren is het geheele landschap der vale duinenweiden gezien.

Tot dusver kan men vragen, wat het bijzonder knappe van dit landschap zijn mag. Een blank geschilderd landschap hoort thans niet tot de uitzonderingen, maar wanneer we de rekening volledig opmaken van wat het bekoorlijke is van het doek, komen we tot de gave, volledige realiteitsuitbeelding, welke in deze blanke kleuren met nauwkeurigheid ligt besloten. De melkbussen, bij het hek gezet, zijn precies en nauwkeurig van vorm als kleur beschouwd, alsof 't om het schilderen van een stilleven te doen was; elk detail van het doek heeft deze anti-impressionistische volledigheid.

Van L. Berkemeier hebben wij reeds eerder voorbeelden van landschapskunst gezien die, somwijlen houterig en onbeholpen, steeds iets bezaten van echtheid en eigen vertolking. Dit landschap met het breed-geziene panorama op de duinen en het land onmiddellijk landwaarts daarachter, is een werk, dat den naam des schilders onthouden doet.

Van Gestel zijn in dezen kunsthandel een paar uitstekende krijtteekeningen en aquarellen: krasse dingen uit den Spaanschen tijd, danseressen, fel in heur dansbewegingen gezien en, waar het 't beeld der oud-achtige danseres betreft, onverbiddelijk.

de NRC 21-01-1923 

 

Reageer op dit bericht

07-09-1923 Kunsthandel Sala schilderij Van der Nat

 

 

 

KUNST EN LETTEREN. Schilderij Van der Nat. In den kunsthandel Sala is vanaf heden geëxposeerd een bijzonder werk van Willem van der Nat. Tegen een gloedvollen achtergrond richt zich op, prachtig van actie, de figuur van een vroolijke piccoloblazer in zijn op goud afgestemd costuum. Naast hem zit een wolfshond. Beide, hond en baas, zijn gegeven met groot elan en kostelijke penseelvoeririg, waaruit we het prachtig vitale van den maker voelen.

Leidsch Dagblad 07-09-1923

 

Reageer op dit bericht

06-12-1923 Kunsthandel Sala - tentoongesteld collectie Willem Maris

 

 

 

In het vooral bij kunstlicht heel gezellige zaaltje van den Kunsthandel Sala, alhier, is eenige dagen tentoongesteld een collectie arbeid van den kunstschilder Willem Maris Jbzn. Het zijn teekeningen in krijt, als voorstudie van de portretten, meerendeels op het oogenblik bij Kleykamp te 's-Hage te zien. Deze krijtstudies, zonder grandeur gegeven, hebben, men ziet het zoo, de gelijkenis van den geportretteerde. Op verschillende papiersoorten - de kunstenaar heeft daar voorliefde voor - zijn in litho en ets proeven van zijn werk in zwart en roodbruin gedrukt, waaronder portretten van de drie Gebr. Maris. Een enkele olieverfstudie is mede aanwezig, alsook het pittig geaquarelleerde portretje van zijn oom Willem Maris.

Leidsch Dagblad 06-12-1923

http://www.museum-nunspeet.nl/Maris-w/maris-w.html

http://nl.wikipedia.org/wiki/Willem_Maris

 

Reageer op dit bericht

10-02-1923 Kunsthandel Sala G.H. Breitner

 

 

 

Kunsthandel Sala.

G. H. Breitner.

Men schrijft ons uit Den Haag:

Een Breitner-tentoonstelling schokt de kunstbelangstelling wakker. Toch zijn er onder de ongeveer vijftig nummers, in deze kunsthandel bijeen, vele werken, die wel in breede gouden lijst gevat doch geen volle kunstwerken zijn.

Van Breitner verwacht men niet een glad en stelselmatig voltooid schilderij; zelfs in het eene kleine schilderij, "de Teertuinen te Amsterdam", dat zeer geacheveerd is, missen we het élan, dat Breitnert's arbeid verheft tot het ongewone. Dit al te geacheveerde en braaf voltooide is niet echt Breitner meer.

Doch evenmin kunnen wij de schetsen, welke niets zijn dan de eerste vegen op het doek, als Breitner's erkennen en een zware gouden lijst om zulk een allereersten aanzet heeft iets paskwilligs en wekt verzet tegen een heldenvereering op deze wijze.

Doch er is anders! Allereerst gaat de aandacht naar het groote vrouwelijk naakt, waarvan het bijzondere is, dat deze figuur een menschelijk wezen is, dat leeft en lijdt: niet de schildering als zoodanig, doch de mensch ziet men in dit machtige doek. Van hoe weinig schilders van het naakt is dit te zeggen! En juist dit naaktfiguur is het, dat den geest aangeeft van Breitner's schilderswezen, voor elken leek zelfs in tastbaren vorm.

Breitner is de schilder van den geest. Niet in enghartigen zin, alsof iets doceerends bedoeld ware, doch door zijn kleur. Zijn coloriet zet de schoone tragiek van het zichtbare leven voor ons neer. Zoo als een dichter met woorden en beelden in ons een stemming oproept, doet Breitner het door zijn kleur. Door niets anders. Of het pakhuizen zijn, die als fantomen verrijzen, dan wel een opengesperde achterbuurt, waarvan een gore, witte binnenmuur het intieme leven vertolkt van menschengeslachten, die daar nauw aaneen hebben geleefd en geleden en zijn dood gegaan, hij roept alle menschelijke gevoelens uit hun schuilhoeken - alleen en volledig door de magie van zijn kleur, die Breitners eigen hart binnenste buiten keert.

Hier is een prachtig doek, pakhuizen met roode daken, die tezamen zijn als een kreet van wee tegen de parelend-grijze, de alle kleur absorbeerende zilverlucht. Daar vóór in het doek zijn schuiten, schuitenhuizen aan het water gebouwd; een complex, van noodzakelijke verwardheid, zooals die in een oude buurt langzamerhand is ontstaan. Al de lijzige gedruktheid van dien kleinen rommel wordt opgetrokken in het licht, werd gezien tegen de fiere daken, die vlammen en branden; doch niet in het vulgaire rood van de luministen bij professie. Dit diepe rood van Breitner, op zichzelf in de innigste verdieping van natuuraanschouwing ontstaan, wordt gevoed en in zijn kracht gevormd door het omringende.

Men kan er alle lyriek bij halen, doch men komt neer op de waarheid, dat het Breitners gevoelskracht is, die zich uit in een sterken, aangeboren coloristischen zin. Deze twee begaafdheden vormen het genie.

Doch zien wij verder! Een paardenspel is bij de verzameling. Licht van toets heeft Breitner de drie circusnimfen op de zware paardenruggen gezet en in een fantasie die als op een wolk aandrijft zien we de dames rijden. De cadans van het lichte, elegante huppen van zware beesten trekt als een vleug aan ons voorbij en we wachten op een volgend oogenblik van langs rijden. In wolken van rokjes, in wolken van kunstlicht-nevel en wolken van levensdroom glijdt het langs: het ééne, korte oogenblik van een kleine levens-buitensporigheid.

Hoe moet al het lage van intrige en leugen, waarmee men in het leven te maken krijgt, gruwel zijn geweest voor den man, die zóó leven kon in een illusie, die een illusie zag in dit kermisbeeld en als schoon kon aanvaarden.

de NRC 10-02-1923

 

Reageer op dit bericht

13-02-1924 Kunsthandel Sala tentoonstelling Jan Eland

 

 

 

JAN ELAND

Kunsthandel Sala.

Eland exposeert een reeks geteekende koppen. Hij tracht in strenge lijnen een gelaatsexpressie synthetisch uit te drukken. De neiging, deze koppen zeer groot te teekenen versterkt nog de bedoeling niet portretten te willen geven, maar veralgemeende voorstellingen, van de afgunst, de aandacht, de meditatie, enz.

Waar de concrete realiteit dichter benaderd blijft, is soms een verwantschap op te merken met de felle portretteekeningen van v. Herwijnen (Zie Boertje, Grijsaard), hoewel Eland diens psychologische kracht nog mist. Tegenover het vroegere werk, dat wij van Eland zagen, is een neiging tot versobering en concentratie op te merken.

Toch werd de verleiding der geniale pose nog niet voldoende overwonnen. Er blijft een intellectueele forceering in dit werk, zich uitend in de dorheid en slapte van lijnen, in de leegheid en levenloosheid der uitbeelding.

Een enkel, klein, gemoedelijk-realistisch damesportretje, dat den heer Eland zelf wellicht vrij onbelangrijk voorkomt, zou hem een goede aansporing kunnen zijn. Want wie het groote wil, moet beginnen deemoedig te zijn. En de synthese is niet anders mogelijk dan als een overwinning op de analyse.

Eland's bedoeling in een enkelen kop een verhevigde, veralgemeende karakteristiek saam te vatten rechtvaardigt zich het best in den grooten Fakirkop. Hier inderdaad is iets bereikt. Hier heeft de lijn uitbeeldende kracht 13-02-1924 verkregen. Iets als een barre woestijnsfeer is ongetwijfeld in dezen kameelachtigen ascetenkop gesuggereerd.

Just Havelaar.

het Vaderland 13-02-1924

 

Reageer op dit bericht

22-11-1924 Van Gogh in bruikleen gegeven door kunsthandelaar Sala

 

 

 

In het verslag over de lezing van dr. Knuttel in het Museum voor Moderne Kunst in de Zeestraat zijn eenige drukfouten blijven staan, die de lezer zelf verbeterd zal hebben.

Eén echter moeten wij hier herstellen. De van Gogh was niet in bruikleen gegeven door een houthandelaar, maar door den kunsthandelaar Sala in het Noordeinde alhier.

Dezelfde lezingen, die dr. Knuttel op 13 en 20 November gehouden heeft zal hij 27 November en 4 December herhalen en, wanneer er voldoende belangstelling blijft bestaan,11 en 18 December ten derde male, 8 en 15 Januari 22 en 20. Januari enz. De rondleidingen zijn belangrijk en we twijfelen er niet aan of velen zullen er gebruik van maken.

het Vaderland  22-11-1924 

 

 

Reageer op dit bericht

Meer van SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

↑ Terug naar de berichten