Naar de inhoud

SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

SALA familie Sala - Visino - Pognana - Tavernerio - Roveredo - Pusiano
akke.beakke.be

Berichten van 4 april 2009

Sigarennijverheid in Tilburg - Sala & Co 2

 

Tilburg had hieraan niet in diezelfde mate deel. De processen verbaal de commodo et incommodo, regelende de oprichting van fabrieken volgens burenrecht,13) getuigen niet van een verhoogde activiteit.

 

Als in 1876 het gemeenteverslag voor het eerst gegevens verstrekt over de stand van nijverheid in Tilburg, blijken er vier sigarenfabrieken te zijn met slechts 29 arbeiders in dienst, waaronder twee jongens.

 

Zoals uit onderstaand overzicht is op te maken, breidde deze sector zich zeer geleidelijk uit, zowel wat aantal fabrieken als aantal werknemers betreft; eerst tegen het midden van de tachtiger jaren is een duidelijke opleving te constateren

 

STAAT DER VOORNAAMSTE AMBACHTEN 14)

Aantal arbeiders

 

 

 

 

volwassenen

kinderen

Ambacht

Jaar

Aantal

mannen

Jongens

fabrikanten

1876

 

4

 

27

 

2

 

van

 

1877

 

4

 

30

 

2

 

sigaren

 

1878

 

6

 

32

 

2

 

 

 

1879

 

-

 

-

 

-

 

 

 

1880

 

7

 

32

 

2

 

 

 

1881

 

8

 

41

 

3

 

 

 

1882

 

6

 

28

 

4

 

 

 

1883

 

8

 

37

 

5

 

 

 

1884

 

7

 

38

 

4

 

 

 

1885

 

7

 

60

 

6

 

 

 

1886

 

7

 

105

 

20

 

 

 

1887

 

8

 

112

 

19

 

 

Keerpunt in de ontwikkeling

 

Toen er in 1885 sprake was van invoering van een tabaksaccijns, die overigens pas in 1922 een feit werd,15) zond de Tilburgse Kamer van Koophandel nog een negatief advies aan de regering: de tabaksindustrie was ter plaatse nog te weinig stevig gevestigd om zulk een belasting te kunnen dragen.16)

 

Doch deze situatie leek al spoedig voorgoed tot het verleden te gaan behoren: in korte tijd steeg de werkgelegenheid in de sigarennijverheid fors en nam de bedrijfsomvang sterk toe, waardoor het kleinbedrijf (1-10 arbeiders) voor het eerst zijn dominante positie verloor.

 

De opbloei van het manufaktuur systeem, de concentratie in grotere productie-eenheden, lijkt te wijzen op een terugdringen van de huisindustriële nijverheid en daardoor op de overgang naar de fase van de "take-off" in het industrialisatie-proces.

 

Doch waren dit symptomen van groei, of was het een antwoord op de scherpe concurrentie bij dalend prijsniveau, gevolgen van de algemene malaise die de binnenlandse afzet deden stagneren?

Die periode had in de sigarennijverheid juist een toename van de huisindustrie te zien gegeven.17)

 

Indien uit de beroepstellingen mocht blijken dat de gesignaleerde veranderingen in de Tilburgse sigarennijverheid tegen het midden van de jaren tachtig ook nog samenvallen met een toename van de beroepsbevolking, dan duidt de verandering onmiskenbaar op een keerpunt in de ontwikkeling van deze nijverheidssector in Tilburg.

 

Aangezien tot 1920 van mechanisatie in de sigarenfabricage nauwelijks sprake was - de ontwikkelde machines werkten minder zuinig en voldeden nog niet aan de kwaliteit van het handwerk - is de groei van deze tak van nijverheid immers geheel uit de omvang van de beroepsbevolking af te lezen.18)

 

Maar ook zonder dit aanvullend bewijs lijkt een kentering manifest. Was het toeval dat in die periode weer een aanvrage werd ingediend in verband met een te bouwen sigarenfabriek? Als feit op zichzelf wellicht minder bijzonder, maar veelzeggender wanneer men let op de strekking van het verzoek en op het beroep van de aanvrager.

 

Het betreft hier een verzoek uit 1886 van Karel Janssen, wolhandelaar te Tilburg, om een sigarendrogerij te mogen oprichten bij zijn te bouwen fabriek, waarvoor zijn voormalig pakhuis, gelegen aan het Langepad sectie K 3694, zou worden ingericht.

 

De drogerij werd verderop op het erf geplaatst en zou volgens voorschrift bestaan uit een stenen gebouw, met pannen gedekt en afgesloten door een ijzeren deur.19) Door middel van een met gas gestookte kachel werden de afgewerkte sigaren nagedroogd.

In verband met het gebruik van gas vielen dergelijke inrichtingen onder de bepalingen van de Hinderwet uit 1875.

 

In Tilburg vermoedelijk nog een nieuwigheid, in elk geval pas na 1895 veelvuldiger voorkomend, elders reeds geruime tijd bekend en op grote schaal toegepast. Zo waren in Eindhoven terzelfder tijd reeds twintig vergunningen verleend.20)

 

De ondernemende Eindhovense sigarenfabrikanten waren tot deze modernisering in het fabricageproces overgegaan, om langs deze weg van efficiencyverhoging en kwaliteitsverbetering hun positie te versterken.21)


 

Machinezaal van de Tabaksfabriek Mignot & De Block in Eindhoven. De leeftijd van de arbeiders ligt van16 tot 18 jaar en daarboven. Weekloon ligt gemiddeld tussen fl.9 en fl.12 gulden en hoger. Men krijgt een speciale opleiding en werkt onder toezicht van monteurs. De machinale productie bedraagt per week ongeveer 700.000 stuks. Werkuren 7-12 uur, 2-7 uur met vrije zaterdagmiddag en twee rustpauzes

 

Datum: Circa 1919

 

Ongetwijfeld gaf het hun een voorsprong toen de vraag weer aantrok. Toepassing van dit relatief kapitaalintensievere productieproces werd voor de zwakkere Tilburgse sigarennijverheid waarschijnlijk pas aantrekkelijk toen de vooruitzichten zich duidelijk verbeterden.

 

Sigarennijverheid in Tilburg

 

Grote fabrieken

 

Weliswaar gestaag maar nog langzaam kwam de sigarenindustrie in Tilburg tot wasdom. Het gemeenteverslag van 1891 noemde het een gelukkige omstandigheid, dat bij de ingetreden stilstand van de wollenstoffen-nijverheid andere takken van bedrijf zich uitbreidden. Zo waren de laatste tijd twee sigarenfabrieken opgericht.

 

Het jaar daarop verscheen in het gemeenteverslag weer een overzicht van de bedrijvigheid in Tilburg, dat tot en met het jaar 1897 ook gegevens verstrekte over het aantal tewerkgestelde arbeiders. Voor opname van bedrijven in dit overzicht gold als criterium: inrichtingen waarin tien of meer arbeiders werkzaam waren, benevens die met een getal van minder dan tien arbeiders, indien daarin van mechanische beweegkracht, stoom, water, gas, enz., gebruik werd gemaakt; alle overige waren ambachten.

 

Aan dit criterium voldeden twee sigarenfabrieken, die van de Gebrs. Donders en die van Eug. van Roessel. met respectievelijk 21 en 35 arbeiders in dienst.22) Of dit de fabrieken waren waarvan in 1891 sprake was, is niet zeker: Eug. van Roessel wordt als sigarenfabrikant al genoemd in het Tilburgs Adresboek van 1889. Hij woonde in de Nieuwlandstraat M 583; de fabriek lag vermoedelijk in het straatje om de hoek, de Schijfstraat.

 

Beide fabrieken beschikten nog niet over een moderne sigarendrogerij, terwijl de daarmee reeds uitgeruste fabriek van Karel Janssen in de gemeenteverslagen vanaf 1891 niet voorkwam. Klaarblijkelijk had zijn fabriek het stadium van kleinbedrijf nog niet verlaten, of had hij zich ondanks de modernisering niet kunnen handhaven?

 

Het ontbreken van zijn naam als fabrikant in de adresboeken van 1889, 1900, 1902 en 1903 is nog geen zeker bewijs.23) Afgezien daarvan bevestigt het de constatering, dat de modernisering van de sigarendrogerij geen belangrijk positieve invloed heeft gehad op het groeiproces in de sigarenmakerij.24) Voor zover de gegevens strekken, maakten de fabrieken van Donders en Van Roessel de volgende ontwikkeling door:25)


Reageer op dit bericht

Meer van SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

↑ Terug naar de berichten