Naar de inhoud

SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

SALA familie Sala - Visino - Pognana - Tavernerio - Roveredo - Pusiano
akke.beakke.be

Categorie: 1 KUNSTHANDEL SALA LEIDEN b SALA WERREL

24-04-1922 Kunsthandel Sala een regentenstuk

 

 

 

Een regentenstuk.

Bij de firma D, Sala en Zn., kunsthandel alhier is een regentenstuk geëxposeerd.

Het is een schilderij vervaardigd door den kunstschilder J. G, M. Leyner en het stelt voor een vergadering van het college van B. en W. onder voorzitterschap van wijlen Burgemeester Was, omgeven door de WethoudersJuta, Dekhuyzen en Sturler en den secretaris den heer de Vries van Heyst.

De gelijkenis van de verschillende personen is goed getroffen evenals het interieur. De gobelins zijn ietwat mat, maar dit was noodig om de hoofdfiguren te beter te doen uitkomen.

Over de kunstwaarde van dit stuk wagen wij het niet te oordeelen, maar historische beteekenis heeft dit regentenstuk ongetwijfeld.

Leidsche Courant 24-04-1922

 

Reageer op dit bericht

07-09-1923 Kunsthandel Sala schilderij Van der Nat

 

 

 

KUNST EN LETTEREN. Schilderij Van der Nat. In den kunsthandel Sala is vanaf heden geëxposeerd een bijzonder werk van Willem van der Nat. Tegen een gloedvollen achtergrond richt zich op, prachtig van actie, de figuur van een vroolijke piccoloblazer in zijn op goud afgestemd costuum. Naast hem zit een wolfshond. Beide, hond en baas, zijn gegeven met groot elan en kostelijke penseelvoeririg, waaruit we het prachtig vitale van den maker voelen.

Leidsch Dagblad 07-09-1923

 

Reageer op dit bericht

26-04-1927 Kunsthandel Sala Arthur Fendel

 

 

 

KUNST EN LETTEREN.

KUNSTHANDEL SALA.

Tentoonstelling van schilderijen en teekeningen door Arthur Fendel. De heer Sala heeft van den Katwijkschen schilder, die kort geleden 70 jaar werd, een tentoonstelling aangericht, waarin een overzicht gegeven wordt van zijn laatste werk.

Zijn oeuvre van, voordat de noodlottige verlamming van de rechterhand hem trof, kennen we niet. Fendel is in zekeren zin oorlogsslachtoffer. Eens in zijn atelier te Katwijk bezig met schilderen, deed een hevige mijn-explosie, die de groote ruit van het bovenlicht van zijn werkplaats bijna verbrijzelde, hem zoo ontstellen, dat hij sindsdien de macht over de hand, die het penseel voerde, verloor. Geruimen tijd werd hij hier in Leiden in het Hopitâl Wallon verpleegd, zonder veel baat evenwel. Met grooten moed tracht hij nu weer te schilderen.

Hij blijkt, deze landschapschilder, een stemmingskunstenaar, met een tendenz naar het romantische, zooals reeds de titels van de werken doen raden.

Veel maaneffecten zijn er; we wijzen speciaal op "een zoom van een nachtelijk woud, waar achter de duisternis van dicht takkengewir, de maan verschijnt"; de aquarel van een boerenerf met de donkere massa's van schuren en stallen en hooge slanke boomen, die hun kruinen tegen den nachtelijken hemel heffen.

Het Noordzeestrand schildert hij herhaaldelijk. Men zie het uitwateringskanaal en het stuk strand met de bomschuit waarboven een gemouvementeerde lucht zich welft.

Dan zijn er de boomgaarden in vollen bloesemtooi in de lente, bij het aanbreken van den dag, of in nachtelijk donker gehuld.

Arthur Fendel werd den 27en Maart 1857 te Harthau bij Chemnitz in Saksen geboren. Zijn vader had een groote machinefabriek, zoodat hij in staat was zich onbelemmerd te ontwikkelen. Eerst kwam hij op de Kon. Porcelein Fabriek te Meissen, bij Dresden. Hij versierde daar vaten met bloemmotieven. Vervolgens bezocht hij de Kon. Acad. van Beeldende Kunsten te Dresden.

Na een kort verblijf in Parijs vertrok hij naar Chicago, waar hij langen tijd woonde, later vestigde hij zich te New-York. Hij schilderde daar veel bloemen, vooral rozen en portretten, o.a dat van Kol. W. F. Cody (Buffalo Bill), In 1902 vestigde hij zich in Holland te Katwijk aan Zee, waar hij tot heden nog woont.

We willen nog de aandacht vestigen op enkele meubels van Planjer - waarmee de heer Sala het zaaltje smaakvol heeft ingericht - en een aquarel van mej. Zoetelief Tromp, een stilleven van een tinnen schaal met citroen en lichtgroene druiven.

Leidsch Dagblad 26-04-1927

 

Reageer op dit bericht

30-03-1926 Kunsthandel Sala tentoonstelling Valkema Blouw

 

 

 

KUNSTHANDEL SALA.

Tentoonstelling van werken door Valkema Blouw.

Het knusse kunstzaaltje van den heer Sala leent zich heel goed voor een soort werk als van dezen kunstenaar, dat behaaglijk is en verzorgd en niet uitbundig; het verdraagt een nader bezien op technische kwaliteiten.

De bekwaamheid van den maker constateeren we het gemakkelijkst in de stillevens, goed geteekend en harmonisch van kleur als ze zijn. Hij is wars van allerlei trucs en die zekere degelijkheid doet prettig aan.

Valkema Blouw toont in de kleurige stillevens van wajangpoppen, een kruik met appels of apothekersfleschjes met boeken en dergelijke voorwerpen in een klaar licht gezien, de veel voorkomende neiging om die onderwerpen tegen een licht fond te schilderen, waartegen ze pittig uitkomen.

De landschappen zitten eveneens goed in de kleur, behoudens een enkele, zooals het groote doek rechts van den schoorsteen met de hooge lucht boven de waterpartij, waarin hij stemming tracht op te trekken door dampige atmospheer, maar dat toch iets onwezenlijks houdt, al heeft het kwaliteiten in den bouw.

We zien hier de tekortkomingen in de wat vaste schildering, beter ligt hem de geslotenheid van een landschap, waarvan het schoorsteenstuk een voorbeeld geeft, evenals het andere doek, een grasveld door hooge boomgroep afgesloten, dat simpel maar zuiver van kleur is. Hij geeft goede buitenimpressies in de kleine aquarelletjes.

In de beide grootere waterverfteekeningen slaat hij een gansch andere toon aan. De opgewektheid dit werk eigen, vindt men hierin niet, somber en grauw zijn de breedgehouden kleurpartijen.

Overigens blijft hij voor alles een stillevenschilder die zich meest van de gewoonste voorwerpen bedient voor zijn smakelijk gearrangeerde doekjes, die bijna alle een spiegelend grondvlak toonen en de reeds boven genoemde lichte achtergrond. Een uitdrukking van stoffelijkheid zal niet zijn opzet zijn. We vermoeden dan ook meer een houten tafelvlak en een kalkmuur, dan dat we het zien.

Tot de beste stillevens zijn te rekenen, dat met de pompoenen en het fleschje, een bruine aarden kruik (baardman) met roode appels en een gemberpot met rozen, terwijl van de wajangpoppen de meest schetsmatige, waar het doek gedeeltelijk blank werd gelaten ons het beste geslaagd lijkt.

Leidsch Dagblad 30-03-1926

 

 

 

Reageer op dit bericht

12-08-1926 Kunsthandel Sala - Pyroplanotypen door G. Kerkhoff

 

 

 

KUNST EN LETTEREN.

Kunsthandel Sala. Tentoonstelling van Pyroplanotypen door G. Kerkhoff. In den kunsthandel Sala stelt op het ogenblik de portrettist Kerkhoff een aantal werkstukken tentoon die volgens een bijzonder procédé zijn vervaardigd. Het gaat hier om het vastleggen van een teekening op glas door branding.

Zijn we wel ingelicht dan betreft het een geheel nieuwe techniek door den maker zelf uitgevonden en omschreven als Pyro-planotypie, waarvan hij het volgende meedeelt. "Het is een systeem van verveelvuldigen van teekeningen op glas, welke reproductiën dan in den glasoven gebrand worden." De geëxposeerde portretten, waarbij opzettelijk de meer decoratieve idee van "silhouet" is gekozen, zijn naar het leven geschetst (een aantal dier schetsen zijn ter tentoonstelling aanwezig).

Op een bepaalde wijze nu, worden die schetsen voor de reproductie geschikt gemaakt, waarna de verveelvuldiging op glas naar keuze plaats vindt. Dan wordt elk portret afzonderlijk na behandeld en voltooid, zoodat ieder exemplaar een "épreuve d'artiste" is. Het brandproces in den glasoven is een proces waarbij glas en brandverf tot plm. 900 gr. verhit wordt, bij welken temperatuur de gesmolten brandverf zich met het week geworden glasoppervlak verbindt. (Glas smelt bij plm 1000 gr.)

Natuurlijk kunnen voor vermenigvuldiging ook andere objecten gekozen worden als portret; ik denk aan wapens en bijzondere gelegenheidsdoeleinden, aldus de heer Kerkhof. Het is duidelijk dat het punt waar het op aankomt n.l. de wijze waarop de potloodschetsen voor reproductie worden geschikt gemaakt door den uitvinder niet nader wordt toegelicht, hij wenscht dat blijkbaar geheim te houden.

Als algemeenen indruk kunnen we zeggen dat de heer K. in staat is een uitstekend gelijkende profielteekening te leveren, hetgeen door ieder aan de hand van hier aanwezige beeltenissen van bekende personen kan worden geconstateerd, daarbij weet hij in de schaduwpartij een zekere beweeglijkheid te houden; hier, waar de glazen voor het matglas van de buitenruiten van de zaal zijn gehangen komt een en ander goed tot zijn recht. In een serre of vestibule met veel ramen zullen vooral de gekleurde wapens een aardige versiering zijn.

Leidsch Dagblad 12-08-1926

 

Reageer op dit bericht

29-10-1930 De Leidse stadhuisbouw - waarom niet opgehangen in den Kunsthandel Sala?

 

 

 

DE LEIDSCHE STADHUISBOUW

Het is te betreuren dat de critiek tegen het stadhuisplan Dudok nog betrekkelijk gering is. ‘t is echter voor de ongetwijfeld zeer talrijke tegenstanders niet zoo gemakkelijk daaraan uiting te geven, want van Uwe zoo gewaardeerde gastvrijheid kan toch geen misbruik worden gemaakt. Te verwonderen is het echter m.i. ook deels niet, wanneer men de plannen in de Lakenhal ophangt. Het heette die daar aan de critiek blootstellen, maar lijkt het niet meer op critiek smoren, logisch gevolg van den aanleg van B. en W.? Want hoevelen maken zich op tot een bezichtiging in die statige omgeving, nog wel tusschen 10 uur v.m. en 4 uur, n.m.?

Waarom niet afdrukken op verschillende plaatsen gehangen, b.v. aan het gebouw van Uw Blad, in den Kunsthandel Sala? Onder de Korenbeurs was niet eens zoo gek geweest, want dan had ieder in zijn eigen tijd zich gemakkelijker een juister beeld van de dreigende mismaking van ons stadsbeeld ter plaatse kunnen vormen. Van waardeering van het plan Dudok heb ik nog niets kunnen  beluisteren, afgezien van een paar artikelen in de groote dagbladen (met uitzondering van de H.P.) Die beschouwingen waren echter wel wat eenzijdig en onvolledig.

Of trouwens collega's van den heer Dudok diens plan met voldoende objectiviteit beoordeelen en met volle openhartigheid critiseeren zouden, staat nog lang niet als een paal boven water. Trouwens de eigenaars van het Dagblad "De Telegraaf" hebben zich wel terdege gehoed een nieuw hoofdgebouw neer te laten zetten dat het stadsgedeelte, ter plaatse bederft. Het doet ontegenzeggelijk modern aan, is volgens mijn   bescheiden meening grootsch van lijn en harmonieert  met dat stuk van Amsterdam, waarvoor het een groote aanwinst  beteekent.

In een afdeelingsvergadering van het Ingenieursinstituut te Amsterdam, onlangs gehouden, heeft de ontwerper ervan, Ir.G.J. Langenhout over dat bouwwerk gesproken en in aansluiting daaraan maakte Ir.J.F. Staal die het in aesthetisch opzicht had mee-ontworpen hoogst beachtens-waardige opmerkingen over stads-architectuur in verband met het toepassen van nieuwe bouwstijlen in oude stadsgedeelten, het verkeersvraagstuk, enz.

De heer Staal, die ook lid is van de Amsterdamsche Schoonheidscommissie zeide o.m. als antwoord op de door hem zelf gestelde vraag: moet men bij het maken van bouwwerken in oude waardevolle stadsdeelen, die bouwwerken harmonisch in het stadsbeeld invoegen? Voor den heer Langenhout en mij is het verlangen geweest: het gebouw onder te schikken aan de karakteristiek van het stadsbeeld, voorzooverre dit niet in strijd is met de gebruikseischen van het gebouw.

Jammer genoeg zou die volledige weergave van die veelzijdige beschouwingen nog meer ruimte vorderen. Hoe dan ook, waardeering van het plan van Architect Dudok zou echter alleen op zijn plaats zijn, indien die Dudokgevel in een nieuw tuinstadachtig stadsgedeelte kwam te staan zoo als diens nieuw stadhuis te Hilversum. In onze stad neergezet, vloekt die ten eenenmale met de omgeving, spot met overlevering en geschiedenis.

Aan zulk een gebouw met den ouden gevel aan den voorkant. Korenbeurs. Waag, Burcht en Hoogl. Kerk in de onmiddellijke nabijheid zouden wij kunnen wennen? Die omgeving zou zich moeten aanpassen, dus zoo langzamerhand moeten die kostbare bouwwerken door gevels in Dudokstijl worden geflankeerd? Die gevel komt mij te midden daarvan voor als die van een warenhuis, overheerscht door een schacht. Om nog even het torenvraagstuk aan te roeren, wijs ik op die zestig meter hooge schacht, die het silhouet onzer stad, van welke plek uit ook bewonderd, grovelijkst zal ontsieren. Wie kan zich dat niet indenken?

Over het verkeersvraagstuk rep ik maar niet, deskundigen hebben dat in Uw Blad reeds grondig belicht. Alleen twijfel ik er aan of daarin ook maar eenigerlei initiatief van de betrokken gem. autoriteiten is uitgegaan. Ik beken dus, en zelfs met nadruk, dat ik als leek spreek, maar wat is daartegen. In ons stadsbestuur zit geen enkele deskundige, wellicht met uitzondering van één raadslid. Of staat er van den Wethouderaannemer ook maar een bescheiden huisje, dat in dit verband de aandacht verdient?

Hoe staat het met den aanleg van B. en W. ? Richten we b.v. onzen blik naar Enschede. Die stad (zonder monumentale oude gebouwen), alhoewel die op nieuwe eigen architectuur kan bogen, die terecht waardeering, ook van buitenlandsche zijde, vond, ging den eenig juisten en eerlijken weg op, die de geringste kans op onherstelbaar misgrijpen biedt: meervoudige opdracht. De meest krasse tegenstelling zien we in den Haag, zetel van Vorstenhuis en Regeering, waar het stadsbestuur (dat aan gehalte toch niet voor het onze onderdoet) in ridderlijke erkenning harer ondeskundigheid terzake een commissie van weloverwogen samenstelling uit hoogstaande deskundigen benoemde, op wier advies niet minder dan vijf bouwmeesters zijn uitgenoodigd.

Leidsch Dagblad 29-10-1930

 

 

 

Reageer op dit bericht

25-11-1930 Kunsthandel Sala Tentoonstelling A Segaar

 

 

KUNSTHANDEL D. SALA & ZONEN BREESTRAAT 114 - LEIDEN

TENTOONSTELLING

van  SCHILDERIJEN en PASTELS van A. SEGAAR      74

OPENING 26 NOVEMBER 1930

TOEGANG VOOR BELANGSTELLENDEN VRIJ

 

 

 

STADSNIEUWS

Tentoonstelling van schilderstukken van A. Segaar.

In een lief tentoonstellingszaaltje exposeert de firma D. Sala en Zonen, Breestraat 144 b-c, een aantal schilderstukken van den kunstschilder A. Segaar uit Nieuwkoop.

Wat zouden we uit dit landelijk gelegen dorp meer en beter kunnen wenschen dan natuurschoon, natuurschoon niet alleen uit het polderland, maar ook het bekende Giethoorn, geliefkoosd oord van kunstminnenden. Inderdaad, ons landje is nog wel rijk aan natuurschoon, maar zoo weinigen weten het te waardeeren en op juiste waarde te schatten.

We zien hier b.v. van die heerlijke oude bruggetjes, waardoor Giethoorn zoo bekend is, waarachter een boomenpracht en een boerderij, verscholen in het groen van lagere struiken. In "Dagelijksch werk" zien we op keurige wijze uitgebeeld een vrouwtje aan den stoep voor haar woning, bezig met haar arbeid. "Het Wijkje" geeft een tweetal schuitjes in een polderslootje te zien, gelegen nabij het terrein, waar "De Ruigbos", het atelier van den schilder is gevestigd. "Een Zonnige Winterdag" laat ons zien enkele ingevroren schuitjes in een sloot langs een boerenerf, waar de hooibergen nog rijk voorzien zijn van winterkost voor de koeien.

We zouden zoo door kunnen gaan en wijzen op de pastelteekeningen, die zeer goed van afwerking zijn, op de stillevens, die al kleur en leven ademen, maar we eindigen met een opwekking tot een bezoek. De tentoonstelling is de moeite waard. Zij spreekt voor zichzelf.

Leidsche Courant 25-11-1930

 

Reageer op dit bericht

Meer van SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

↑ Terug naar de berichten