Sigarennijverheid in Tilburg - Sala & Co 4

|
Huisnijverheid en kleinbedrijf
Hiernaast zijn nog enkele kleinere fabrieken te noemen, die ofwel maar kortstondig bestaan hebben, ofwel niet (blijvend) boven het niveau van kleinbedrijf uitgroeiden.
In het overzicht van de bedrijvigheid in Tilburg over 1900 en 1901 is de sigarenmakerij van een zekere Julius Wertheim opgenomen. Hierna ontbreekt deze in de jaarlijkse overzichten. Over een sigarendrogerij beschikte Wertheim zeker de eerste jaren niet.47)
Het Tilburgsch Adresboek voor het jaar 1900 vermeldt onder de categorie "Fabrikanten van Sigaren" behalve de hierboven genoemden: Jan Aarts, J. van Beek en J.B. Happel. In de hierna verschenen adresboeken staat als beroep aangegeven sigarenmaker.48)
Aarts werd als zodanig reeds genoemd in het adresboek van 1881, Happel in 1889. Het is goed mogelijk dat wij hier te maken hebben met geheel of gedeeltelijk zelfstandige thuiswerkers. Huisindustriële nijverheid kwam in de negentiende eeuw geregeld voor, maar was ook na de eeuwwisseling niet geheel verdwenen.
Wegens de moeilijkheid om voor de sigarennijverheid een zuinig werkende machine te ontwikkelen die kwalitatief hoogwaardige producten leverde, bestond de sigarenmakerij nagenoeg geheel uit handwerk (er was hier en daar wel een wikkelmachine in gebruik), waardoor deze productiewijze zich uitstekend leende voor huisnijverheid.
In tijden van economische terug gang functioneerde het als een buffer voor de kleinere ondernemingen, die door "uitbesteding" van de productie of delen daarvan zich staande konden houden.49) Kende oostelijk Noord Brabant, met name Eindhoven en Woensel na 1900 nog veel huisnijverheid,50) ook in Den Bosch zou het nog veel zijn voorgekomen.51) Uit nader onderzoek moet blijken, hoe groot de omvang was van dit verschijnsel in Tilburg.
De laatste kleine onderneming die in de voorliggende inventarisatie is opgenomen, is de fabriek van Petrus Roef. Eind februari 1901 werd hem vergunning verleend om in de Piusstraat, op perceel sectie M 667, een fabriek annex sigarendrogerij op te richten.
Het was een klein bedrijf, waar voor ongeveer acht arbeiders werk zou zijn.52) Veel groter is dit bedrijf niet geworden: in de meermalen aangehaalde tellingen kwam het niet voor.
Hetzelfde lijkt op te gaan voor de fabriek met drogerij, die de firma Poort en Simonis in september 1907 is begonnen op het adres Tuinstraat 6.53)
De kleinere bedrijven konden de sterke expansie van het groeibedrijf niet bijhouden. In het begin van de twintigste eeuw raakten zij meer en meer in de verdrukking door een stijging van de tabaksprijs, zonder dat dit kon worden doorberekend in een evenredige stijging van de prijzen der sigaren, daar zij het juist van de productie van goedkopere sigaren moesten hebben. Gebrek aan voldoende kapitaal verhinderde hen om alert op de tabaksmarkt te opereren en gunstige voorraden aan te leggen.54) |
|
Sigarennijverheid in Tilburg Overgang naar grootbedrijf
Het is opvallend, dat van de hierboven genoemde ondernemingen het met name de jongere bedrijven waren, die de overgang naar het grootbedrijf konden maken en zich met succes hebben kunnen handhaven. Dit gold voor Diepen, voor Van Leeuwen en voor de in 1900 met twaalf arbeiders begonnen fabriek van Majoie & Van der Voort, de latere Gulden-Vlies-Sigarenfabriek, die een snelle groei doormaakte, waarover in een volgende bijdrage meer.
Deze ondernemingen eerst leverden een betekenisvolle bijdrage aan de werkgelegenheid in Tilburg. Daar voegden zich nog enkele concurrenten bij: in 1913 de firma's Louis Anderegg &. Co, Sala & Co en Maas & Jong-bloets, in 1919 M. van Os.55) |

|
Briefhoofd van Sala & Co Tilburg, sigaren fabrikanten Plaats: Tilburg - Datering: 1918 |

|
Briefhoofd Nota van Gimbrère Luchttechnische-industrie, Gebr. Salastraat 28 voor Coöperatieve Ververijen Koningshoeven, Koningshoeven 77 |
|
De mening van Boeren, dat in Tilburg met uitzondering van de firma Majoie & Van der Voort het kleinbedrijf overheerste, blijkt niet gefundeerd.56) Gaandeweg had Noord-Brabant zich ontwikkeld tot een centrum van sigarennijverheid.
Daarin had uiteindelijk ook Tilburg een plaats verworven, echter in capaciteit overvleugeld door Eindhoven, waar al enkele decennia grootbedrijven gevestigd waren, en het aangrenzende gebied van de Kempen, dat na de eeuwwisseling zeer in trek kwam wegens de lagere lonen.57)
In betekenis werden beide gevolgd door Den Bosch, dat zich vooral had toegelegd op de vervaardiging van de duurderde kwaliteitssigaar. Omdat de plaatselijke overheid en de burgerlijke bovenlaag zich door hun nog steeds levende handelsgeest niet voldoende industrieminded toonden, zag Den Bosch na 1918 echter de sigarennijverheid grotendeels naar elders in Brabant vertrekken.58)
Na in vogelvlucht over de ontwikkeling van de Tilburgse sigarennijverheid te zijn heen gegaan, volgt thans een dwarsdoorsnede uit 1902, die een goed beeld geeft van de omvang en de verspreiding van deze nijverheidssector: |
|
naam van de fabrikant (en) |
aard van het bedrijf' |
eerste vermelding |
adres
|
nummer kadaster |
|
Karel Janssen
|
sigarentabriek annex drogerij |
1886
|
Langepad
|
K 3694
|
|
Gebrs. Donders |
sigarenfabriek sigarendrogerij |
1891 1896
|
Tuinstraat Tuinstraat |
M 4884 M 4884 |
|
Eug. van Roessel |
sigarenfabriek sigarendrogerij |
1891 (1889) 1897 |
Schijfstraat Nieuwlandstr. Schijfstraat |
M 5144 M 583 M 5144 |
|
Huh. Maas |
sigarendrogerij |
1892 |
Gasthuisstraat |
M 4544 |
|
Antoon Janssens Hzn. |
sigarenfabriek annex drogerij sigarenfabriek annex drogerij |
1895 1898
|
Stationstraat Heuvel
|
M 4127 M 3317
|
|
M. van Leeuwen
|
sigarenfabriek annex drogerij uitbreiding |
1895 1903
|
Capucijnenstraat Capucijnenstraat
|
D 3681 D 3909
|
|
Leo Diepen
|
sigarenfabriek sigarenfabriek annex drogerij |
1900 1902
|
Schijfstraat
|
M 5144 |
|
Majoie & Van der Voort |
sigarenfabriek annex drogerij sigarendrogerij |
1900 1903 |
Wilhelminapark Wilhelminapark |
N 1456 N 2673 |
|
Julius Wertheim |
sigarenfabriek |
1900 |
|
|
|
Jan Aarts J. van Beek J.B. Happel |
"sigarenfabriek" "sigarenfabriek" "sigarenfabriek" |
1900 1900 1900 |
Goirleseweg Zomerstraat Kerkstraat |
|
|
Petrus Roef
|
sigarenfabriek annex drogerij |
1901
|
Piusplein
|
M 667
|
|
Noten
1) Boeren, Het Hart van Brabant, 97-98. 2) De Jonge, De industrialisatie in Nederland tussen 1850 en 1914, 57 en 468. 3) De Jonge, a.w., 61; Sluytenmin, Ondernemen in sigaren, 19. 4) De Jonge, a.w., 227-231. 5) Sluyterman, a.w., 17. 6) Messing. Het ontstaan van Groot-Eindhoven 1890-1920, 56 en 59-61; Van Oorschot, Eindhoven, een samenleving in verandering 1810-1960, I. 108; Franssen. De Bossche arbeider in zijn werk¬en en leefmilieu, I. 38, 42, 47-48; Van Veldhoven, Noord-Brabant op weg naar groei en welvaart 1850-1920, 33. 7) Van Oorschot, a.w.. I, 108; Van Veldhoven, a.w., 27. 8) Franssen. a.w., I. 19-20 en 37. 9) Boeren, a.w., 65. Buiten de genoemde "vaste kern" kon men een wisselend aantal thuiswerkers in dienst hebben. Deze huisindustriële structuur was typerend voor het vroege kleinbedrijf. Het gaf flexibiliteit naar gelang de commerciële mogelijkheden. Zie: Van den Eerenbeemt, Ontwikkelingslijnen en scharnierpunten in het Brabants industrieel bedrijf 1777-1914, 62. 10) Schulte, De Kamer van Koophandel en Fabrieken 1842-1862, in Van den Eerenbeemt en Schurink, De opkomst van Tilburg als industriestad, 104-106. 11) Sluyterman, a.w., 17 en 175; De Jonge, a.w., 60 en 227-231. 12) Messing, a.w., 60 e.v.; Van Oorschot, a.w.. I, 116. 13) GAT, Processen verbaal de Commodo et incommodo (ds. 1307; 1308). 14) GAT, Gemeenteverslagen (geschreven) 1861-1880 en (gedrukt) 1881-1903. 15) De Jonge, a.w., 55; Sluyterman, a.w., 21-22. 16) Boeren, a.w., 129. 17) De Jonge, a.w., 61 en 63; Van den Eerenbeemt, a.w., 64-66. 18) De Jonge, a.w., 58; Sluyterman, a.w., 24 en 60-69. 19) GAT, Ingekomen aanvragen tot daarstelling van fabrieken en inrichtingen in verband met de Hinderwet van 2 juni 1875, ds. 1311, 249; Vergunningen krachtens de Hinderwet van 2 juni 1875, ds. 1328, 249. 20) De Jonge, a.w., 377. 21) De Jonge, a.w., 62. 22) GAT, Gemeenteverslag 1891. 1892. 23) Tussenliggende jaren ontbreken. 24) De Jonge, a.w., 240. 25) GAT, Gemeenteverslag 1892-1897. De overzichten, samengesteld door de Tilburgse Kamer van Koophandel verschenen ook in afzonderlijke verslagen van de Kamer. 26) De Jonge, a.w., 63 en 231-234. 27) Sluyterman, a.w., 43-47. 28) Sluyterman. a.w., 41-4.3 en 129-131. 29) Franssen, a.w., I. 148 e.v. en 165; Messing, a.w., 131-140; Van Oorschot, a.w., I, 217-222; Van Veldhoven, a.w.. 108; Van de Weyer, De religieuze practijk in een Brabantse industriestad, 154-155. 30) GAT, Hinderwet, ds. 1315, 605 en 637; ds. 1329, 605 en 637. 31) De Katholieke Tabaksbewerker. 1901. november, december; 1902, maart, april, juni. De Sigarenmaker, 4 januari 1902. 32) De Katholieke Tabaksbewerker, mei 1902 (advertentie); De Sigarenmaker. 23 november 1901, l februari 1902. 33) GAT, Verslag van den toestand der Provincie Noord-Brabant over 1900, 1901. Wat het overzicht der nijverheid betreft wijken Provincie- en gemeenteverslag soms van elkaar af. 34) GAT, Gemeenteverslag 1900, 1901. 35) De Jonge. a.w., 58-59. 36) Van een aanvraag tot vergunning i.v.m. de Hinderwet is niets gebleken. De aanvragen zijn systematisch geraadpleegd tot en met 1903. 37) De Katholieke Tabaksbewerker, augus¬tus 1901. 38) De Weerklank, 9 augustus 1902. 39) GAT, Hinderwet, ds. 1313. 447; ds. 1328. 447. 40) Idem, ds. 1314, 576; ds. 1329. 576. 41) Idem, ds. 1316, 689; ds. 1330. 689. 42) GAT, Gemeenteverslag 1900. 1901. 43) GAT. Hinderwet, ds. 1314, 577; ds. 1329. 577. 44) GAT, Gemeenteverslag 1900. 45) GAT, Hinderwet, ds. 1321. 990; ds. 1331, 990. 46) GAT, Verslagen van de Kamer van Koophandel 1904-1920. 47) GAT, Gemeenteverslag 1900. 1901. Het provincieverslag noemt hem niet. Zie verder noot 36. 48) GAT. Tilburgsch Adresboek 1900, 1902 en 1903. 49) Sluyterman, a.w., 135-138. 50) Messing, a.w., 55 en 65; Van Ootschot, a.w.. I, 221. 51) Franssen, a.w., I, 63. 52) GAT, Hinderwet, ds. 1319. 852; ds. 1330. 852. 53) GAT, Hinderwet, ds. 1333. 1258. 54) De Jonge, a.w., 63-64; Sluyterman. a.w., 44-47. 55) Zie noot 46. 56) Boeren, a.w., 110. 57) Sluyterman, a.w., 26-27; Van den Eerenbeemt. a.w.. 143; Van Veldho¬ven, a.w., 67-73; Van Oorschot, a.w., I, 116-120. 58) Franssen, a.w., I, 54; Van den Eerenbeemt. a.w., 13.3 en 141-143. |

