Sigarennijverheid in Tilburg 3
|
Overgang naar grootbedrijf
Het is opvallend, dat van de hierboven genoemde ondernemingen het met name de jongere bedrijven waren, die de overgang naar het grootbedrijf konden maken en zich met succes hebben kunnen handhaven. Dit gold voor Diepen, voor Van Leeuwen en voor de in 1900 met twaalf arbeiders begonnen fabriek van Majoie & Van der Voort, de latere Gulden-Vlies-Sigarenfabriek, die een snelle groei doormaakte, waarover in een volgende bijdrage meer. Deze ondernemingen eerst leverden een betekenisvolle bijdrage aan de werkgelegenheid in Tilburg. Daar voegden zich nog enkele concurrenten bij: in 1913 de firma's Louis Anderegg &. Co, Sala & Co en Maas & Jong-bloets, in 1919 M. van Os.55) De mening van Boeren, dat in Tilburg met uitzondering van de firma Majoie & Van der Voort het kleinbedrijf overheerste, blijkt niet gefundeerd.56)
Gaandeweg had Noord-Brabant zich ontwikkeld tot een centrum van sigarennijverheid. Daarin had uiteindelijk ook Tilburg een plaats verworven, echter in capaciteit overvleugeld door Eindhoven, waar al enkele decennia grootbedrijven gevestigd waren, en het aangrenzende gebied van de Kempen, dat na de eeuwwisseling zeer in trek kwam wegens de lagere lonen.57) In betekenis werden beide gevolgd door Den Bosch, dat zich vooral had toegelegd op de vervaardiging van de duurderde kwaliteitssigaar. Omdat de plaatselijke overheid en de burgerlijke bovenlaag zich door hun nog steeds levende handelsgeest niet voldoende industrie-minded toonden, zag Den Bosch na 1918 echter de sigarennijverheid grotendeels naar elders in Brabant vertrekken.58)
Na in vogelvlucht over de ontwikkeling van de Tilburgse sigarennijverheid te zijn heen gegaan, volgt thans een dwarsdoorsnede uit 1902, die een goed beeld geeft van de omvang en de verspreiding van deze nijverheidssect or: |
|
naam van de fabrikant (-en) |
aard van het bedrijf' |
eerste vermelding |
adres |
nummer kadaster |
|
Karel Janssen |
sigarentabriek annex drogerij |
1886 |
Langepad |
K 3694 |
|
Gebrs. Donders |
sigarenfabriek sigarendrogerij |
1891 1896 |
Tuinstraat Tuinstraat |
M 4884 M 4884 |
|
Eug. van Roessel |
sigarenfabriek sigarendrogerij |
1891 (1889) 1897 |
Schijfstraat Nieuwlandstr. Schijfstraat |
M 5144 M 583 M 5144 |
|
Huh. Maas |
sigarendrogerij |
1892 |
Gasthuisstraat |
M 4544 |
|
Antoon Janssens Hzn. |
sigarenfabriek annex drogerij sigarenfabriek annex drogerij |
1895 1898 |
Stationstraat Heuvel |
M 4127 M 3317 |
|
M. van Leeuwen |
sigarenfabriek annex drogerij uitbreiding |
1895 1903 |
Capucijnenstraat Capucijnenstraat |
D 3681 D 3909 |
|
Leo Diepen |
sigarenfabriek sigarenfabriek annex drogerij |
1900 1902 |
Schijfstraat |
M 5144 |
|
Majoie & Van der Voort |
sigarenfabriek annex drogerij sigarendrogerij |
1900 1903 |
Wilhelminapark Wilhelminapark |
N 1456 N 2673 |
|
Julius Wertheim |
sigarenfabriek |
1900 |
||
|
Jan Aarts J. van Beek J.B. Happel |
"sigarenfabriek" "sigarenfabriek" "sigarenfabriek" |
1900 1900 1900 |
Goirleseweg Zomerstraat Kerkstraat |
|
|
Petrus Roef |
sigarenfabriek annex drogerij |
1901 |
Piusplein |
M 667 |
|
Noten 1) Boeren, Het Hart van Brabant, 97-98. 2) De Jonge, De industrialisatie in Nederland tussen 1850 en 1914, 57 en 468. 3) De Jonge, a.w., 61; Sluytenmin, Ondernemen in sigaren, 19. 4) De Jonge, a.w., 227-231. 5) Sluyterman, a.w., 17. 6) Messing. Het ontstaan van Groot-Eindhoven 1890-1920, 56 en 59-61; Van Oorschot, Eindhoven, een samenleving in verandering 1810-1960, I. 108; Franssen. De Bossche arbeider in zijn werken en leefmilieu, I. 38, 42, 47-48; Van Veldhoven, Noord-Brabant op weg naar groei en welvaart 1850-1920, 33. 7) Van Oorschot, a.w.. I, 108; Van Veldhoven, a.w., 27. 8) Franssen. a.w., I. 19-20 en 37. 9) Boeren, a.w., 65. Buiten de genoemde "vaste kern" kon men een wisselend aantal thuiswerkers in dienst hebben. Deze huisindustriële structuur was typerend voor het vroege kleinbedrijf. Het gaf flexibiliteit naar gelang de commerciële mogelijkheden. Zie: Van den Eerenbeemt, Ontwikkelingslijnen en scharnierpunten in het Brabants industrieel bedrijf 1777-1914, 62. 10) Schulte, De Kamer van Koophandel en Fabrieken 1842-1862, in Van den Eerenbeemt en Schurink, De opkomst van Tilburg als industriestad, 104-106. 11) Sluyterman, a.w., 17 en 175; De Jonge, a.w., 60 en 227-231. 12) Messing, a.w., 60 e.v.; Van Oorschot, a.w.. I, 116. 13) GAT, Processen verbaal de Commodo et incommodo (ds. 1307; 1308). 14) GAT, Gemeenteverslagen (geschreven) 1861-1880 en (gedrukt) 1881-1903. 15) De Jonge, a.w., 55; Sluyterman, a.w., 21-22. 16) Boeren, a.w., 129. 17) De Jonge, a.w., 61 en 63; Van den Eerenbeemt, a.w., 64-66. 18) De Jonge, a.w., 58; Sluyterman, a.w., 24 en 60-69. 19) GAT, Ingekomen aanvragen tot daarstelling van fabrieken en inrichtingen in verband met de Hinderwet van 2 juni 1875, ds. 1311, 249; Vergunningen krachtens de Hinderwet van 2 juni 1875, ds. 1328, 249. 20) De Jonge, a.w., 377. 21) De Jonge, a.w., 62. 22) GAT, Gemeenteverslag 1891. 1892. 23) Tussenliggende jaren ontbreken. 24) De Jonge, a.w., 240. 25) GAT, Gemeenteverslag 1892-1897. De overzichten, samengesteld door de Tilburgse Kamer van Koophandel verschenen ook in afzonderlijke verslagen van de Kamer. 26) De Jonge, a.w., 63 en 231-234. 27) Sluyterman, a.w., 43-47. 28) Sluyterman. a.w., 41-4.3 en 129-131. 29) Franssen, a.w., I. 148 e.v. en 165; Messing, a.w., 131-140; Van Oorschot, a.w., I, 217-222; Van Veldhoven, a.w.. 108; Van de Weyer, De religieuze practijk in een Brabantse industriestad, 154-155. 30) GAT, Hinderwet, ds. 1315, 605 en 637; ds. 1329, 605 en 637. 31) De Katholieke Tabaksbewerker. 1901. november, december; 1902, maart, april, juni. De Sigarenmaker, 4 januari 1902. 32) De Katholieke Tabaksbewerker, mei 1902 (advertentie); De Sigarenmaker. 23 november 1901, l februari 1902. 33) GAT, Verslag van den toestand der Provincie Noord-Brabant over 1900, 1901. Wat het overzicht der nijverheid betreft wijken Provincie- en gemeenteverslag soms van elkaar af. 34) GAT, Gemeenteverslag 1900, 1901. 35) De Jonge. a.w., 58-59. 36) Van een aanvraag tot vergunning i.v.m. de Hinderwet is niets gebleken. De aanvragen zijn systematisch geraadpleegd tot en met 1903. 37) De Katholieke Tabaksbewerker, augustus 1901. 38) De Weerklank, 9 augustus 1902. 39) GAT, Hinderwet, ds. 1313. 447; ds. 1328. 447. 40) Idem, ds. 1314, 576; ds. 1329. 576. 41) Idem, ds. 1316, 689; ds. 1330. 689. 42) GAT, Gemeenteverslag 1900. 1901. 43) GAT. Hinderwet, ds. 1314, 577; ds. 1329. 577. 44) GAT, Gemeenteverslag 1900. 45) GAT, Hinderwet, ds. 1321. 990; ds. 1331, 990. 46) GAT, Verslagen van de Kamer van Koophandel 1904-1920. 47) GAT, Gemeenteverslag 1900. 1901. Het provincieverslag noemt hem niet. Zie verder noot 36. 48) GAT. Tilburgsch Adresboek 1900, 1902 en 1903. 49) Sluyterman, a.w., 135-138. 50) Messing, a.w., 55 en 65; Van Ootschot, a.w.. I, 221. 51) Franssen, a.w., I, 63. 52) GAT, Hinderwet, ds. 1319. 852; ds. 1330. 852. 53) GAT, Hinderwet, ds. 1333. 1258. 54) De Jonge, a.w., 63-64; Sluyterman. a.w., 44-47. 55) Zie noot 46. 56) Boeren, a.w., 110. 57) Sluyterman, a.w., 26-27; Van den Eerenbeemt. a.w.. 143; Van Veldhoven, a.w., 67-73; Van Oorschot, a.w., I, 116-120. 58) Franssen, a.w., I, 54; Van den Eerenbeemt. a.w., 13.3 en 141-143. |

