Naar de inhoud

SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

SALA familie Sala - Visino - Pognana - Tavernerio - Roveredo - Pusiano
akke.beakke.be

Berichten van 8 april 2009

Sigarennijverheid in Tilburg 3

 

Overgang naar grootbedrijf

 

Het is opvallend, dat van de hier­boven genoemde ondernemingen het met name de jongere bedrijven waren, die de overgang naar het grootbedrijf konden maken en zich met succes hebben kunnen handha­ven. Dit gold voor Diepen, voor Van Leeuwen en voor de in 1900 met twaalf arbeiders begonnen fa­briek van Majoie & Van der Voort, de latere Gulden-Vlies-Sigarenfabriek, die een snelle groei door­maakte, waarover in een volgende bijdrage meer. Deze ondernemin­gen eerst leverden een betekenis­volle bijdrage aan de werkgelegen­heid in Tilburg. Daar voegden zich nog enkele concurrenten bij: in 1913 de firma's Louis Anderegg &. Co, Sala & Co en Maas & Jong-bloets, in 1919 M. van Os.55) De mening van Boeren, dat in Tilburg met uitzondering van de firma Ma­joie & Van der Voort het kleinbe­drijf overheerste, blijkt niet gefun­deerd.56)

 

Gaandeweg had Noord-Brabant zich ontwikkeld tot een centrum van sigarennijverheid. Daarin had uiteindelijk ook Tilburg een plaats verworven, echter in capaciteit overvleugeld door Eindhoven, waar al enkele decennia grootbedrijven gevestigd waren, en het aangrenzende gebied van de Kempen, dat na de eeuwwisseling zeer in trek kwam wegens de lagere lo­nen.57) In betekenis werden beide gevolgd door Den Bosch, dat zich vooral had toegelegd op de ver­vaardiging van de duurderde kwali­teitssigaar. Omdat de plaatselijke overheid en de burgerlijke boven­laag zich door hun nog steeds le­vende handelsgeest niet voldoende industrie-minded toonden, zag Den Bosch na 1918 echter de sigarennij­verheid grotendeels naar elders in Brabant vertrekken.58)

 

Na in vogelvlucht over de ontwik­keling van de Tilburgse sigarennij­verheid te zijn heen gegaan, volgt thans een dwarsdoorsnede uit 1902, die een goed beeld geeft van de omvang en de verspreiding van de­ze nijverheidssect or:

naam van de fabrikant (-en)

aard van het bedrijf'

eerste vermelding

adres

nummer kadaster

Karel Janssen

sigarentabriek annex drogerij

1886

Langepad

K 3694

Gebrs. Donders

sigarenfabriek sigarendrogerij

1891 1896

Tuinstraat Tuinstraat

M 4884 M 4884

Eug. van Roessel

sigarenfabriek sigarendrogerij

1891 (1889) 1897

Schijfstraat Nieuwlandstr. Schijfstraat

M 5144 M 583 M 5144

Huh. Maas

sigarendrogerij

1892

Gasthuisstraat

M 4544

Antoon Janssens Hzn.

sigarenfabriek annex drogerij sigarenfabriek annex drogerij

1895 1898

Stationstraat Heuvel

M 4127 M 3317

M. van Leeuwen

sigarenfabriek annex drogerij uitbreiding

1895 1903

Capucijnenstraat Capucijnenstraat

D 3681 D 3909

Leo Diepen

sigarenfabriek sigarenfabriek annex drogerij

1900 1902

Schijfstraat

M 5144

Majoie & Van der

Voort

sigarenfabriek annex drogerij sigarendrogerij

1900 1903

Wilhelminapark Wilhelminapark

N 1456 N 2673

Julius Wertheim

sigarenfabriek

1900

   

Jan Aarts J. van Beek J.B. Happel

"sigarenfabriek" "sigarenfabriek" "sigarenfabriek"

1900 1900 1900

Goirleseweg Zomerstraat Kerkstraat

 

Petrus Roef

sigarenfabriek annex drogerij

1901

Piusplein

M 667

Noten

1) Boeren, Het Hart van Brabant, 97-98.

2) De Jonge, De industrialisatie in Neder­land tussen 1850 en 1914, 57 en 468.

3) De Jonge, a.w., 61; Sluytenmin, On­dernemen in sigaren, 19.

4) De Jonge, a.w., 227-231.

5) Sluyterman, a.w., 17.

6) Messing. Het ontstaan van Groot-Eindhoven 1890-1920, 56 en 59-61; Van Oor­schot, Eindhoven, een samenleving in verandering 1810-1960, I. 108; Franssen. De Bossche arbeider in zijn werk­en en leefmilieu, I. 38, 42, 47-48; Van Veldhoven, Noord-Brabant op weg naar groei en welvaart 1850-1920, 33.

7) Van Oorschot, a.w.. I, 108; Van Veld­hoven, a.w., 27.

8) Franssen. a.w., I. 19-20 en 37.

9) Boeren, a.w., 65. Buiten de genoemde "vaste kern" kon men een wisselend aantal thuiswerkers in dienst hebben. Deze huisindustriële structuur was ty­perend voor het vroege kleinbedrijf. Het gaf flexibiliteit naar gelang de commerciële mogelijkheden. Zie: Van den

Eerenbeemt, Ontwikkelingslijnen en scharnierpunten in het Brabants industrieel bedrijf 1777-1914, 62.

10) Schulte, De Kamer van Koophandel en Fabrieken 1842-1862, in Van den Eerenbeemt en Schurink, De opkomst van Tilburg als industriestad, 104-106.

11) Sluyterman, a.w., 17 en 175; De Jonge, a.w., 60 en 227-231.

12) Messing, a.w., 60 e.v.; Van Oorschot, a.w.. I, 116.

13) GAT, Processen verbaal de Commodo et incommodo (ds. 1307; 1308).

14) GAT, Gemeenteverslagen (geschre­ven) 1861-1880 en (gedrukt) 1881-1903.

15) De Jonge, a.w., 55; Sluyterman, a.w., 21-22.

16) Boeren, a.w., 129.

17) De Jonge, a.w., 61 en 63; Van den Eerenbeemt, a.w., 64-66.

18) De Jonge, a.w., 58; Sluyterman, a.w., 24 en 60-69.

19) GAT, Ingekomen aanvragen tot daarstelling van fabrieken en inrichtingen in verband met de Hinderwet van 2 juni 1875, ds. 1311, 249; Vergunningen krachtens de Hinderwet van 2 juni

1875, ds. 1328, 249.

20) De Jonge, a.w., 377.

21) De Jonge, a.w., 62.

22) GAT, Gemeenteverslag 1891. 1892.

23) Tussenliggende jaren ontbreken.

24) De Jonge, a.w., 240.

25) GAT, Gemeenteverslag 1892-1897. De overzichten, samengesteld door de Tilburgse Kamer van Koophandel versche­nen ook in afzonderlijke verslagen van de Kamer.

26) De Jonge, a.w., 63 en 231-234.

27) Sluyterman, a.w., 43-47.

28) Sluyterman. a.w., 41-4.3 en 129-131.

29) Franssen, a.w., I. 148 e.v. en 165; Mes­sing, a.w., 131-140; Van Oorschot, a.w., I, 217-222; Van Veldhoven, a.w.. 108; Van de Weyer, De religieuze practijk in een Brabantse industriestad, 154-155.

30) GAT, Hinderwet, ds. 1315, 605 en 637; ds. 1329, 605 en 637.

31) De Katholieke Tabaksbewerker. 1901. november, december; 1902, maart, april, juni. De Sigarenmaker, 4 januari 1902.

32) De Katholieke Tabaksbewerker, mei 1902 (advertentie); De Sigarenmaker. 23 november 1901, l februari 1902.

33) GAT, Verslag van den toestand der Provincie Noord-Brabant over 1900, 1901. Wat het overzicht der nijverheid betreft wijken Provincie- en gemeente­verslag soms van elkaar af.

34) GAT, Gemeenteverslag 1900, 1901.

35) De Jonge. a.w., 58-59.

36) Van een aanvraag tot vergunning i.v.m. de Hinderwet is niets gebleken. De aan­vragen zijn systematisch geraadpleegd tot en met 1903.

37) De Katholieke Tabaksbewerker, augus­tus 1901.

38) De Weerklank, 9 augustus 1902.

39) GAT,  Hinderwet,  ds.   1313.  447;  ds. 1328. 447.

40) Idem, ds. 1314, 576; ds. 1329. 576.

41) Idem, ds. 1316, 689; ds. 1330. 689.

42) GAT, Gemeenteverslag 1900. 1901.

43) GAT. Hinderwet, ds. 1314, 577; ds. 1329. 577.

44) GAT, Gemeenteverslag 1900.

45) GAT, Hinderwet, ds. 1321. 990; ds. 1331, 990.

46) GAT, Verslagen van de Kamer van Koophandel 1904-1920.

47) GAT, Gemeenteverslag 1900. 1901. Het provincieverslag noemt hem niet. Zie verder noot 36.

48) GAT. Tilburgsch Adresboek 1900, 1902 en 1903.

49) Sluyterman, a.w., 135-138.

50) Messing, a.w., 55 en 65; Van Ootschot, a.w.. I, 221.

51) Franssen, a.w., I, 63.

52) GAT, Hinderwet, ds. 1319. 852; ds. 1330. 852.

53) GAT, Hinderwet, ds. 1333. 1258.

54) De Jonge, a.w., 63-64; Sluyterman. a.w., 44-47.

55) Zie noot 46.

56) Boeren, a.w., 110.

57) Sluyterman, a.w., 26-27; Van den Eerenbeemt. a.w.. 143; Van Veldho­ven, a.w., 67-73; Van Oorschot, a.w., I, 116-120.

58) Franssen, a.w., I, 54; Van den Eerenbeemt. a.w., 13.3 en 141-143.

Reageer op dit bericht

Meer van SALA - FAMILIE SALA - FAMIGLIA SALA - FAMILLE SALA

↑ Terug naar de berichten