Giuseppe (Joseph) Maria Sebastiano Sala - douane

|
Giuseppe Maria Sebastiano (°Visino 1796) heeft Italië verlaten in 1814 samen met zijn broer Giovanni Baptista Luigi (zie archief 23-8-2006). Op vier november 1820 doet hij in Antwerpen aangifte van geboorte van zijn dochter Marie Louise Josephine (zie archief 30-7-1975). |

|
In de bevolkingsregisters van Antwerpen staan noch Giuseppe Maria Sebastiano noch Anna Maria Markx vermeld op het opgegeven adres: sectie 1 n°1178 (nu: Lange Koepoortstraat 40). Ook het uitpluizen van de registers van de logementshuizen en van de registers van in- en uitschrijving hebben niets opgeleverd. De huwelijksakte van Giuseppe en Anna Maria Markx hebben we niet aangetroffen in de bestanden van het Felixarchief (Antwerpen). In de geboorteakte van Marie Louise Josephine wordt Jean Baptiste Louis (Giovanni Baptista Luigi), broer van Giuseppe, vermeld als getuige. In 1820 was hij inwoner van Goes (Zeeland). Op 16 mei 1821 vestigt hij zich samen met Josepha Jacoba Muskeijn in de Hinthamerstraat 426 te ‘s-Hertogenbosch (zie archief 19-8-2006). Op 8 maart 1826 laat Giuseppe zich inschrijven in het bevolkingsregister van ’s-Hertogenbosch, Vughterdijk 172. Anna Maria Markx en dochter Marie Louise Josephine worden niet vermeld. |

|
Joseph (Giuseppe) Sala verklaart dat hij ongehuwd is, geen beroep heeft en dertig jaar oud is. Hij is geboren te ‘W isino Koninkrijk Lombarden en Venetiën’. Bij de aanmerkingen lezen we dat hij reeds vier jaar in ’s-Hertogenbosch woont en dat hij voordien verbleven heeft in Amsterdam en in Rotterdam. In april 1827 verblijft Giuseppe in Moorsele (West-Vlaanderen/B). |

|
Deze brief is gericht aan ‘Monsieur Joseph Sala, Employé de 4ième Classe sur la ligne (?) Paris-Lille-Menin, Moorseele Royaume d’Ollande’ en werd geschreven door Giuseppe Antonio Gianorini op 19 april 1827 in Visino (It). |

|
Deze brief was vergezeld van de doopakte van Giuseppe, in het Latijn geschreven en ondertekend door de parochiepriester, door de administratief afgevaardigde van de gemeente en door de (?) koninklijke commissaris van het district. Het is niet uitgesloten dat Giuseppe deze akte nodig had bij de start van zijn loopbaan als douanier. Hij werd rijksambtenaar van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. |

|
Deze brief geschreven door Luigi Sala op 28 december 1828 (zie archief 23-8-2006) is gericht ‘Aan de heer Jh Sala, ’s Rijks ambtenaar in de provincie West-Vlaanderen, arrondissement Kortrijk te Moorzeele’. Wanneer Giuseppe in 1834 huwt met Amelie Sophie Six is hij ‘sous-lieutenant des employés de la douane’ (zie archief 30-7-1975). Tijdens zijn dienstjaren voor 1830 droeg hij dit uniform: |

|
Hollandse periode – 1820 Ambtenaar te voet – Ambtenaar te paard – Ambtenaar van maritieme dienst Na het K.B. van 4 december 1819 droeg de douanier een uniform in lichtblauw laken. Het uniform en de wapens moest hij zelf betalen. Wie in dienst was voor het verschijnen van het K.B. mocht voor het aanschaffen van de eerste uitrusting een voorschot ontvangen dat binnen het jaar moest terugbetaald worden door maandelijkse afhoudingen. Wie later werd aangesteld mocht de eed pas afleggen nadat hij in het bezit was van uniform en wapens (uit: Het uniform van de douanier – Douane en accijnzenmuseum – Antwerpen). Na het uitroepen van de onafhankelijkheid van België is Giuseppe Belg geworden omdat hij in West-Vlaanderen gestationeerd was en droeg hij een ander uniform: |

|
Belgische douanier 1832 (Uit: Het uniform van de douanier – Douane en accijnzenmuseum – Antwerpen. |


|
België – 1832 Hoofdcommies – Hogere ambtenaar in klein tenue – Inspecteur-generaal De eerste uniformen van de Belgische douane bepaald door K.B. van 14 juni 1832: Al de bedienden van de douane zullen het militaire habijt dragen en de broek van flesgroen laken, met rood boordsel. De knopen zullen van wit metaal zijn met de Belgische leeuw. De bedienden met de graad van hoofdcommies en lager, zullen de sjako (hoofddeksel) dragen en zwarte slobkousen (beenkappen). Zij zullen gewapend zijn met een karabijn en een marinesabel. Zij zullen een draagriem met patroontas en bajonethouder in zwart leder dragen.
Uit: Het uniform van de douanier – Douane en Accijnzenmuseum – Antwerpen. |

|
Twee douaniers te paard op patrouille aan de Belgische grens 1847 – James Thiriar (oorlogstekenaar 1889-1965) – Douane en accijnzenmuseum te Antwerpen.
De dienststaat van Giuseppe Sala bestaat niet meer zoals blijkt uit volgende mail: In het Algemeen Rijksarchief wordt een deel van de Dienststaten bewaard van Douane en Accijnzen. De oudste reeks is die van de ambtenaren die de dienst verlaten hebben in de periode 1870-1950. Sowieso is dat iets te recent voor de persoon die u zoekt. Daarbij komt nog dat dienststaten van de ambtenaren waarvan de naam begint met een I, N, O, P, Q, R, S of U jammer genoeg verloren zijn gegaan voor de overdracht naar het Rijksarchief. De personeelsstaat die u zoekt, is hoogstwaarschijnlijk niet bewaard, ook niet in het Museum en Archief voor Douane en Accijnzen in Antwerpen (03/229.22.42) waar ik voor u navraag heb gedaan. Misschien vinden we nog een spoor aan Nederlandse zijde ? Met dank aan Ivo Machiels, medewerker van het Nationaal Museum van Douane en Accijnzen te Antwerpen, voor de foto’s en alle inlichtingen. http://home.scarlet.be/douanemuseum/welkom.htm
|

