10-06-1859 Leiden: Diverse verslagen anno 1859 waaronder het welvaren van de bedrijven Sala en Schretlen


|
Leiden: Diverse verslagen anno 1859 waaronder het welvaren van de bedrijven Sala en Schretlen. BINNENLANDSCHE BERIGTEN. LEYDEN, 9 Juni. De maatschappij tot Nut van 't Algemeen zal hare 75sten algemeene vergadering openen op Dingsdag 9 Augustus, des morgens ten 10 ure, in het kerkgebouw der doopsgezinde gemeente te Amsterdam. De werkzaamheden der vergadering zullen geleid worden door den heer mr. M.J. de Lange. - De synodale commissie der herv. kerk heeft den 28sten Mei de werkzaamheden harer voorjaars-zittingen geëindigd. Volgens haar laatste officieel berigt heeft zij, onder anderen, overeenkomstig het mandaat, haar door de synode gegeven, met alle mogelijke zorg het concept- reglement ter uitvoering van art. 23 algemeen reglement, met de noodige toelichtingen, ontworpen, hetwelk alzoo aan de synode zal worden aangeboden. Ten opzigte van den somwijlen te lang gewenschten abnormalen toestand der diaconiën zal de synodale commissie, door een voorstel deswegens aan de snyode, trachten dien, in den regel, te doen ophouden. - De Staats-Cour. van heden bevat het rapport aan den minisier van binnenl. zaken van de jury benoemd voor de toekenning der rijks- en gemeente-medailles aan in- en buitenlandsche kunstbeoefenaren, die wegens hunne op de thans geopende tentoonstelling van schilderijen te 's Gravenhage geplaatste werken daarop aanspraak kunnen maken. Die jury bestond uit de hh. Practorius, Büchler, Mock, Steengracht d'Oosterland, Vis Blokhuyzen, de Vos Jz. en Schutze van Houten. In dit rapport zegt de jury het volgende: Wij zijn na nauwkeurig onderzoek en onderlinge vergelijking der verschillende verdiensten van de ten toon gestelde werken en na ernstige en rijpe overweging, welk een en ander door de even gewigtige als teedere belangen, die aan ons waren toevertrouwd, van ons geëischt werden, tot het besluit gekomen aan Uwe Exc. voor te stellen, de bedoelde medailles aan de hierna alphabetisch gestelde kunstenaars toe te kennen, als: de rijks-medaille, aan de hh. II. A. de Bloeme, te 's Gravenhage; A. Waldorp, te Amsterdam; J. Weissenbruch, te 's Gravenhage; E. Hildebrandt, te Berlijn; J. van Severdonck, te Brussel, en E. Tschaggeny, te Brussel. De gemeente-medaille, aan de hh. M. Calisch, te Amsterdam; W.A. van Deventer, te Amsterdam; J.H.L. de Haas, te Oosterbeek; L. Hanedoes, te 's Gravenhage; D.F. Jamin, te Amsterdam; J.B. Torn, te 's Graven-hage; W. Verschuur, te Haarlem; J. Coomans, te Brussel; L. de Cuyper, te Antwerpen, en C.H. D'Unker, te Dusseldorp. - Over de gemeente Wouw (Noordbrabant) is Zondag een hevig onweder losgebarsten. De bliksem sloeg in den kerktoren, nam een gedeelte van de spits en het schaliëndak weg, drong vervolgens naar binnen door, kwam het voorportaal uit en trof aldaar eenige kinderen, waarvan een 14-jarig knaapje gedood werd en vier andere gekwetst zijn. - Uit het Verslag van den toestand dezer gemeente, door burgemeester en wethouders aan den gemeente-raad gedaan, nemen wij de volgende bijzonderheden over: Hoofdst. XIV. Ambachts- en fabrieksnijverheid. Omtrent den staat van het fabriekwezen over het afgeloopen jaar wordt verwezen naar het verslag der kamer van koophandel en fabrieken dat onder de bijlagen is opgenomen. In verband daarmede slaan twee andere bijlagen, houdende een overzigt van de hoeveelheid manufacturen, geheel of gedeeltelijk van wolle zamengesteld, waarvan de weefattesten bij directeuren der Leydsche halle zijn geviseerd en geregistreerd, benevens eene opgave der voornaamste binnen deze gemeente aanwezige fabrieken, met het aantal der daarin geplaatste stoomwerkluigen. - Het aantal der in de lakenfabrieken vervaardigde stukken laken was in dit jaar grooter dan in het vorige jaar. - Het massive getal stukken polemieten. in 1858 vervaardigd, is ongeveer hetzelfde als dat der vorige jaren geweest. - De wollengreinen hebben vooral debiet gevonden aan het Indische leger. - De wollen en zijden-damastfabriek heeft ten gevolge der nieuwe en goedkoopere mode-artikelen een minder ruim debiet en het fabrikaat zelf wordt uit Frankrijk, Oostenrijk en Engeland hier boven de behoefte ingevoerd. - Daar de reederijen ongunstige resultaten opleveren, heeft dit noodwendig invloed op het vertier der vlaggedoek-fabrieken gehad. - De dekenfabrieken hebben, niettegenstaande de Limburgsche en Belgische concurrentie, een niet verwacht debiet gehad. De goede qualiteit der Leydsche dekens, gepaard aan de weinige variatie der grondstof voor dit fabriekaat, ontstaat doordien meer en meer Oost-Indische wollen gebruikt worden. - De saaifabrieken werken uitsluitend voor het leger hier te lande, de marine en het koloniale leger; de fabrikatie regelt zich naar de meerdere of mindere aanvraag daarvoor. Het debiet der saaijetfabrieken is niet toegenomen. Door de buitengewone duurte van de wol is er zonder voordeel gewerkt; de prijzen, die voor het fabrikaat te bedingen waren, stonden niet in evenredigheid tot den prijs van de grondstof. De wollengarens zijn niet achteruit gegaan. - De kousenfabrieken vonden ruimen aftrek; doch door de groote concurrentie van buiten 's lands waren de fabrikanten meer tot algemeen welzijn dan tot eigen voordeel werkzaam, hoewel de werkloonen niet hoog zijn. - Ofschoon het tweede gedeelte van het jaar zich voor de loonspinnerijen door meer bedrijvigheid heeft gekenmerkt dan de eerste helft, is het geheele jaar als minder dan middelmatig te beschouwen. - De katoendrukkerij en Adrianopelroodverwerij heeft het geheele jaar onafgebroken voortgewerkt; terwijl de in het vorige jaar plaats gehad hebbende vergrooting der gebouwen en het steeds toegenomen debiet van het fabriekwerk aanleiding heeft gegeven tot het maken van eenen nieuwen stoomketel van 75 paardekracht, benevens het leggen van de fondamenten voor eene nieuwe stoommachine met twee cilinders van 40 paardekracht. Het getal der werklieden bedraagt tusschen 530 en 540. - De twee wattenfabrieken, waarvan de een ook lampen- en kaarsenkatoen spint, hebben geregeld gewerkt. De perserij van vlaggedoek, saai, greinen enz. houdt zich staande. - De hoedenfabriek is steeds toenemende in uitgebreidheid en deugdelijkheid. - De wol- en zijdeverwerijen hebben over het geheel niet genoegzaam regelmatig werk, om de verwloonen lager en gelijk (zie volgende hieronder) |

|
met die van het buitenland te kunnen stellen; echter dient opgemerkt te worden dat de Leydsche verwerijen zich onderscheiden door solide en goede kleuren. - De koffijsiroopfabriek werkt geregeld. - De twee door stoom gedreven maroquin- en gekleurd-lederfabrieken vinden een geregelden aftrek voor hun fabriekaat. - De zeemtouwerij , lijmziederij en traankokerij hadden een goed debiet. - De vellenblooterijen zijn op denzelfden voet blijven werken. - De boezels hebben een vrij goed debiet gehad; doch door de toenemende weelde onder de landlieden, wordt dit artikel al meer en meer door fijnere stoffen vervangen. - De behangselfabriek werkt met zeer bevredigend resultaat. SALA - De spiegel- en spiegellijstenfabriek onder de firma D. Sala en Zoon, heeft een nieuw vak ingevoerd, namelijk de machinaal getrokken lijsten en het vervaardigen van ornamenten van Cartonpierre. De tot nu toe aan deze firma verbonden fabriekatie van sommige physische en chemische instrumenten zal daarvan afgescheiden en, onder de firma D.A. Sala, uitgebreid worden. - De pottenfabriek heeft onafgebroken doorgewerkt. - Ofschoon de meubelmakerijen den algemeenen invloed ondervonden van de mindere bedrijvigheid in het eerste gedeelte van 1858, mag de toestand over het geheel niet ongunstig genoemd worden. Veel wordt hier gewerkt voor magazijnen in andere gemeenten en provinciën, hetgeen de verklaring geeft van het groot getal (66) werkbazen. Gelijk de nijverheid hier geheel gevestigd schijnt ie zijn op de lage dagloonen, zoo worden ook de prijzen van het fabrikaat door onder-aanbesteding zeer gedrukt en schijnen de verdiensten zeer matig te zijn. - De tras- en pleisterfabriek is, gelijk reeds sints vele jaren, druk werkzaam geweest. - Wat de scheepmakerijen betreft, zoo hebben de binnenwerven, zes in getal, zich goed kunnen staande houden. - De laatste fabriek van zeildoek is naar België verplaatst. - De stedelijke gaz-fabriek heeft ook in 1858 haar debiet steeds zien toenemen. SCHRETLEN - De ijzergieterij en fabriek van werktuigen van D.A. Schrellen en Co., heeft haren werkkring uitgebreid door de oprigting eener stoomketel-makerij. In het jaar 1858 is in deze fabriek de grootste der hier te lande gemaakte gaz-houders voor de nieuwe gaz-fabriek te Rotterdam vervaardigd, welke niets te wenschen overlaat. Hij was 90 Engelsche voeten wijd, bij eene hoogte van 20 Engelsche voeten en alleen het beweegbaar gedeelte was 54000 Nederl. of 120.000 Engelsche ? zwaar.
- De koninklijke Nederl. grofsmederij heeft steeds aan hare werklieden voldoend werk kunnen verschaffen. Het vervaardigen van eene kapitale ijzeren brug over de Westerhaven te Rotlerdam, en van een klokbakenschip, welke beide voorwerpen de volkomene goedkeuring wegdroegen, heeft het gebrek aan navraag om knieën en andere scheepsbenoodigdheden minder gevoelig gemaakt. - Bij de rijstpeillerij, die goed gewerkt heeft, is gevoegd het malen van mout voor de branderijen. - Van de vier branderijen 1ste klasse, hebben er twee door verandering van eigenaars niet onafgebroken doorgewerkt; de vier branderijen 6de klasse (distilleerderijen) schijnen hun debiet staande te houden. - De twee hier gevestigde bierbrouwerijen schijnen meer voor- dan achteruit te gaan. - De kuiperijen hebben in den regel goed kunnen doorwerken, hoezeer het getal geijkt botervaatwerk 10,000 stuks minder is geweest dan in 1857. Ter ijk namelijk zijn aangeboden 514 stuks ¼ vaten, 22682 stuks ⅛ vaten , 6246 stuks1/16e, vaten. Het minder debiet in botervaatwerk is vergoed door eene buitengemeen groote aanvraag om vaten voor ansjovis. - De boekdrukkerijen schijnen op de hoogte van elders te staan, zoowel wat uitvoering als prijzen betreft. Slechts ééne steendrukkerij, waaraan ook een kleur-atelier verbonden is, neemt in belangrijkheid toe en werkt ook voor de Indische bezittingen. - Het debiet der zeepziederijen is toegenomen. - De wolhandel was niet minder dan dan vroeger; er hebben weder groote uitvoeren naar Frankrijk plaats gehad, terwijl er meer vreemde wolsoorten van elders in deze gemeente zijn ingevoerd en verwerkt. - De veemarkt is ook dit jaar toegenomen. - Veraccijnsd zijn 113.741½ ton spon- of baggerturf en 474.042 ton lange of steekturf. Ten behoeve van fabrieken of lakken van nijverheid zijn ingeslagen 111.707 ton turf 2de soort 3de klasse, 408.549 pond schaalkolen, 109.878½ mud maatkolen, 5838 mud coaks, 83.650 pond ruwzout, 20.367 pond zachte zeep, 3829 pond harde zeep. - In 1858 zijn hier aangekomen uit België 30 schepen en uit Pruissen 20 schepen. - Aan de halle van manufacturen werden geviseerd en geregistreerd 2192 weefattesten voor fijne lakensche casimieren, 3565 voor greinen, 946 voor vlaggedoeken, 1790 voor dekens en duffels, 718 voor baaijen, saaijen en andere wollen manufacturen. De afdeeling Leyden van de Nederl. maatsch. ter bevordering van nijverheid, gevestigd te Haarlem, telt thans 126 leden, die van de Nederl. vereen. ter bevordering van fabrieks- en handwerknijverheid, gevestigd te 's Gravenhage, 40 leden, terwijl de maandelijksche vergaderingen van hunne belangstelling doen blijken. - De openbare lessen over de scheikunde, toegepast op de nijverheid en de behoefte van het dagelijksch leven werden ook in dit jaar weder geregeld gegeven en door een aanzienlijk getal toehoorders bijgewoond. Hoofdst. XV. Handel en scheepvaart. De weekmarkten worden druk bezocht, om de uitgebreidheid van den handel in boter, graan en vee; maar de kermis of jaarmarkt vermindert in belangrijkheid. In 1858 is voor het vervoer van reizigers langs den Hollandschen ijzeren spoorweg aan het station te Leyden ontvangen de som van ƒ 106716.98½ of 4382.81½ meer dan in 1857. Het vervoer van goederen bragt op ƒ24143.40. Het getal reizigers, dat naar Leyden werd vervoerd, beliep 111303 of 1/10e van het totaal; terwijl met den spoorweg-telegraaf van Leyden 1952 en naar Leyden 2260 berigten werden gezonden. Hoofdst. XVI. Inrigtingen, in verband staande met de uitoefening van handel en andere bedrijven. Een streng toezigt op de bestaande verordeningen, voor den ijk der maten en gewigten gehouden, heeft aanleiding tot het ontdekken en straffen van onderscheidene overtredingen gegeven. Leydse Courant 10-06-1859 |

